Kluisbergen

Jasmine Debels (1 van 1)-4

Vlas – Lin

Aan de kerk van Avelgem wrijf ik mijn voeten in met Traumeel, in de hoop dat de lichte achillespijn die ik voel mag verdwijnen. Nog even tot bij Lucas om hem te danken voor zijn hulp. Aan een Scheldearm ontmoet ik een klas dat op fietstocht is. Einde examens voor sommigen. Net voor Kluisbergen ontmoet ik Jean-Pierre, hij fietst doorheen België, zijn startpunt was Luxemburg. Geboeid luister ik naar zijn fietsverhalen uit India en Nepal. Het is warm. Ik wandel verder langs een vierkantshoeve uit het jaar 1818, langs vlasvelden. 

Een lindeboom. Ik sta even stil, sluit mijn ogen en laat de geur van de linde tot mij komen. Zalig! Een verwilderd stukje natuur, waarin ik de keuze moet maken tussen traag en aangevallen worden door muggen of snel en de brandnetels trotseren. Ik kies het laatste. Op bepaalde plaatsen ben ik in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen of Wallonië. Zelf een straat die links de Kattestraat heet en rechts Chemin de la valleè. Mijn gevoel zegt alles is één, geen grens. Mijn denken, alsof het gesplitst is. Wat een absurde situatie.

Mijn kuiten worden flink op de proef gesteld. Op een helling aan een weide staat Karin, een goedlachse en spontane vrouw. Wat hoger haar dochter, even goedlachs en open. Een korte babbel, een uitnodiging voor een overnachting. De frisheid van het bos op de Kluisberg is welgekomen. In de verte het geluid van hout dat gekapt wordt, houthakkers. De varens staan mooi gegroepeerd. Het bladerdek van de krachtige bomen geven me schaduw. In café d’Oude Hoeve, een halte. Mijn voeten zijn gezwollen en doen pijn. Joëlle, de eigenares, ook een pelgrim die naar Compostela is geweest, is verheugd te horen dat haar café op de weg ligt die de Jacobskerken met elkaar verbindt. We blijven praten en ervaringen uitwisselen. Tijd om verder te wandelen, anders sta ik hier deze avond nog. Ik wandel nog een beetje, geniet verder van de natuur en de omgeving. In Ronse (Renaix) klop ik aan de eerste deur. Myriam, 76 jaar. Zonder enige twijfel krijg ik een volwaardige ja om er te overnachten. Later op de avond ontmoet ik ook haar zoon Pierre.

GPX bestand Kluisbergen/ Mont de l’Enclus  naar Ronse/Renaix

Mont-de-l’Enclus

Arrivée à l’église d’Avelgem, j’enduis mes pieds de Traumeel en espérant que le léger mal au talon d’Achille disparaîtra.

Je me rends encore un instant chez Lucas pour le remercier de son aide. À hauteur d’un bras de l’Escaut je rencontre une classe en balade en vélo. Fin des examens pour certains. Juste avant d’arriver au Mont-de-l’Enclus (Kluisbergen) je parle avec Jean-Pierre. Il traverse la Belgique en bicyclette à partir du Luxembourg. J’écoute avec passion ses récits de parcours en vélo à travers l’Inde et le Népal.

Il fait chaud. Je continue mon chemin longeant une belle ferme datant de 1818, je traverse la campagne, longeant des champs de lin.

Un tilleul. Je m’arrête, ferme les yeux et m’imprègne de son odeur. Un délice. Un morceau de nature inculte, ou je dois faire un choix entre la lenteur et me faire piquer par les moustiques ou la vitesse et traverser les orties. Je choisi la dernière option. À certaines places je me trouve en Flandre-Orientale, Flandre-Occidentale ou Wallonie. Il y a même une rue s’appelant à gauche rue des chats (Kattestraat) et à droite Chemin de la vallée. Mon sentiment me dit que le tout ne fait qu’un, il n’y a pas de frontières. Mon esprit, semble être en désaccord. Je n’essaie pas de comprendre.

Mes mollets sont mis à rude épreuve. Dans une montée, le long d’un champ, je rencontre Karin, une femme souriante et spontanée. Un peu plus en hauteur, sa fille, aussi souriante et accueillante. Quelques instants de conversation, une invitation pour à passer la nuit. La fraîcheur du Kluisbergen est la bienvenue. Au loin le bruit du bois que l’on abat, des bucherons. Les fougères sont joliment groupées. Le feuillage des grands arbres me donne de l’ombre. Au café ’D’Oude Hoeve’, une halte. Mes pieds me font mal et sont gonflés. Joëlle, la propriétaire, elle aussi un pèlerin du chemin de Compostelle, est enchantée d’apprendre que son café se trouve sur le chemin reliant toutes les églises Saint-Jacques de Belgique. On continue de parler et d’échanger des expériences. Il est temps de continuer mon chemin si je ne veux pas être encore ici ce soir. Je promène encore un peu et apprécie la nature et des alentours. À Renaix (Ronse) je frappe à une première porte. Myriam 76 ans. Sans aucune hésitation, je reçois un grand ‘oui’ pour un hébergement. Plus tard dans la soirée j’ai l’occasion de rencontrer son fils, Pierre.

Bewust wording

Aalbeke

Aalbeke

Terwijl de zon al van de partij is, zingen de vogels in volle glorie. Ik geniet van een verse smoothie als ontbijt. Mijn lichaam heeft nog niet veel zin om in beweging te komen. En toch! Toch kijk ik ernaar uit om terug op ontdekking te mogen. Al heel snel is me duidelijk dat de vlakte plaats heeft gemaakt voor stijgen en dalen. Ik blijf verwonderd van zoveel schoonheid zo dicht bij huis. Ik wandel een heel eind op een hoogte, waardoor ik rondom oneindig ver kan zien.

Rollegem. Bellegem en zijn mooie kerk. Na het Orveytbos en het kanaal Kortrijk-Bossuit, wandel ik naast een oude spoorwegbedding in een dichtbegroeid bos. Ik heb daar altijd een onaangenaam gevoel bij. Weten dat er maar twee uitgangen zijn, voor en achter en dan nog eens constant spinnenwebben trotseren. Arghhh, dit is me nu eventjes teveel. Eenmaal eruit brengt een lang smal pad me tot in Avelgem. Ik kom uit aan het station om dan via een lange winkelstraat tot aan de kerk te wandelen. Het valt me op dat er nog weinig winkels open zijn. Het ziet er een verlaten straat uit, die wellicht ooit een bloeiende winkelstraat was. Ik dacht dat dit enkel in Frankrijk gebeurde!

In de kerk van Avelgem, mijn eindpunt voor vandaag en startpunt voor morgen, vind ik een grote flyer van alle openkerkenmonumenten. Weinig Sint-Jacobskerken. Eén iets valt me op: de Sint-Jacobskerk in Doornik (Tournai). Een kerk die niet opgenomen is in de lijst van de achttien kerken op het Jacobskerkenpad. Is dit over het hoofd gezien? Of…

Bij de dekenij, niemand. Spikerelle, het cultureel centrum van Avelgem. Een jongen verwelkomt me, Lucas. Eén telefoon en Lucas regelt een overnachting voor me in zijn ouderlijk huis. De ontmoeting is kort en krachtig. Lucas vertrekt naar zijn liefje, Lore, die vandaag jarig is, en morgen is het zijn beurt.

Met een glas witte wijn op het terras met Rita, de mama van Lucas, eindig ik deze mooie zomerdag.

GPX Bestanden Geluwe – Rollegem

GPX Bestanden Rollegem- Kluisbergen

Prise de conscience.

Le soleil étant déjà levé, les oiseaux chantent de tout cœur. Je me régale d’un smoothie frais, au petit déjeuner. Mon corps n’a pas encore vraiment envie de bouger. Et pourtant je me réjouis de reprendre le chemin de la découverte. Très vite je m’aperçois que le terrain plat fait place à des montées et des descentes. Je reste étonnée par tant de beauté si près de chez moi. Je marche tout un temps en hauteur, ce qui me permet de voir au loin.

Rollegem, Bellegem et sa belle église. Après le bois d’Orvey, le canal Courtrai (Kortrijk) – Bossuit. Je promène dans le bois en longeant une ancienne voie ferré. Le bois est dense. Cela me procure toujours une sensation quelque peu désagréable. Savoir qu’il n’y a que deux issues, l’une devant et l’autre derrière moi et devoir continuellement affronter les toiles d’araignées. Arghhh….c’en est trop. Une fois sortie, un long chemin étroit me mène à Avelgem. J’arrive à hauteur de la gare pour continuer mon chemin vers l’église par une longue rue commerçante. Je remarque qu’il y a peu de magasins ouverts. La rue, autrefois prospère, a l’air aujourd’hui abandonnée. Je croyais que cela été seulement le cas en France!

À l’église d’Avelgem, terminus pour aujourd’hui et point de départ de demain, je trouve une brochure de renseignements sur les monuments religieux ouverts au public. Peu d’églises Saint-Jacques. Une chose me surprend. L’église Saint-Jacques de Tournai (Doornik). Une église qui n’est pas mentionnée dans la liste des dix-huit églises reprises dans la description du ‘Jacobskerkenpad’. S’agit t’il d’une négligence ou…..

A la maison du doyen, personne. Spikerelle (Centre Culturel). Un garçon m’accueille, Lucas. Un coup de fil et Lucas me règle une nuitée dans sa maison familiale. La rencontre est courte et intense. Lucas part retrouver sa petite amie Lore, qui fête son anniversaire aujourd’hui et demain on fêtera le sien.

Avant d’aller me coucher je termine cette belle journée ensoleillée en terrasse avec un verre de vin blanc en compagnie de Rita, la maman de Lucas.

Verwennerij

Aalbeke

Aalbeke

Met een stevige stap, een diepe in- en uitademing verlaat ik mijn geboortestad.

Adem! Ruimte! Zucht!

Op automatische piloot wandel ik langs de Leie. Ontspanning. Ik kan ontsnappen aan de laatste regenbuien. Via Rekkem richting Aalbeke, waar ik blijf plakken in een bekend stekje, een warm nest. Het huis van Rita. Een babbel. Mijn kleurpotloden, een tekening.

Terwijl ik dit schrijf, lig ik te genieten en te relaxen in een bad met zout uit de Dode Zee. Als dat geen verwennestje is. Mijn lichaam en geest krijgen de nodige zorg. Muziek van vreemde oorden op de achtergrond. Mijn ogen sluiten. In de verte hoor ik de vogels, een koekoek.

Een week met zoveel moois is voorbij. Nagenietend en dankbaar om wat is geweest.

GPX Bestand Geluwe – Rollegem

Dorloter

Je quitte ma ville natale d’un pas ferme et en respirant profondément.

De l’air! De l’espace! Un soupir!

Je marche le long de la Lys (Leie) sur pilote automatique. Détente. Je réussi à échapper aux dernières averses. Par Rekkem, direction Aalbeke ou je m’attarde dans un endroit bien connu, un nid douillet. La maison de Rita. Une conversation. Mes crayons de couleurs, un dessin.

J’écris ceci en jouissant et en me relaxant dans un bain au sel de la mer morte. Si cela, n’est pas un nid câlin… Mon corps et mon esprit reçoivent les soins nécessaires. Musique de lieux lointains sur l’arrière-plan. Mes yeux se ferment. Au loin le chant des oiseaux, un coucou.

Une semaine vient de passer avec tant de belles choses.

Peter

Aan de Driegrachtenbrug

Zondagochtend. Buiten ontbijten samen met Annick, Geert, Ansje en Kasper. Zalig! Op het zondagsritme maak ik me klaar. Via de IJzertoren kom ik na een goede twee kilometer aan in Sint-Jacobskapelle. Een klein pittoresk dorpje met een Jacobuskerk. Ernaast de ‘Gevallen Engel’, waar ik iets kan drinken. Een aangename, sfeervolle plaats waar de muziek je meeneemt in andere sferen. Met Jeanne, de uitbaatster, spreek ik over Marokko en delen we ervaringen over reizen.

Ik wandel verder. De wind blaast mijn zilverkleurige haren voor mijn ogen en ze worden één met de kleur van de lucht. De donkergrijze wolken geven de groentinten in de natuur extra pit. Tot in Ieper wandel ik langs het water. De reigers genieten van de opkomende zon en ik geniet met hen mee. Bij de Driegrachtenbrug stap ik op een boot. Een fototentoonstelling trekt mijn aandacht. Ik ontmoet er Peter. Hij is pas terug van Montpellier met de fiets. Peter startte een project ‘De tour van je leven’ nadat hij genezen was van kanker. Hij gaat met zijn project op zoek naar spiegels, geen materiële, wel zijn eigen spiegels. Die spiegels die je de kans geven te groeien wanneer je in ontmoeting gaat.

Na een weekje gaat mijn notie van tijd wat verloren. Mijn denken gaat in ontspanning. Verder wandelend langs het kanaal Ieper – Ijzer, in de lange grassen en met als reisgenoten de schapen, zie ik in de verte drie mannen. Vissers. Ze hebben net een vis gevangen. Ik sta met grote ogen te kijken. Wat een kanjer van een vis, een gewicht van een zestien kilo ongeveer. Met fierheid poseert Kjel voor de camera; ondertussen dragen zijn vrienden goed zorg voor het dier. Af en toe een emmer water, de mondwonde wordt verzorgd. Ik wandel verder, draai me nog eens om en roep, “Dankzij jullie heb ik een andere kijk op vissers, nog veel succes.”

In Ieper aangekomen ga ik richting de Menenpoort voor de ‘Last Post’. Iedere avond is er hier om twintig uur een eerbetoon aan zij die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Een trompetsignaal weergalmt onder de poort. Mijn benen kunnen dit er nog net bij nemen.

GPX Bestand Diksmuide – Geluwe

Peter

Dimanche matin. Petit déjeuner dehors en compagnie d’Annick, Geert, Ansje et Kasper. Heureuse! Je me prépare au rythme du dimanche. En passant par la tour de l’Yser (IJzertoren) je rejoins, après deux bons kilomètres, ‘Sint-Jacobskapelle’. Un petit village pittoresque avec une église Saint-Jacques. Tout près de là de ‘Gevallen engel’, un café ou je peux boire quelque chose. Un lieu agréable où la musique vous emporte dans d’autres sphères. Avec Jeanne, la propriétaire je parle du Maroc et nous échangeons des expériences de voyages.

Je continue mon chemin. Le vent souffle dans mes cheveux grisâtres, qui me tombent devant les yeux, avant de ce fondre avec la couleur du ciel. Les nuages d’un gris foncés accentuent la couleur verte de la nature. Je longe l’eau jusqu’à Ypres (Ieper). Les hérons profitent de l’apparition du soleil et je fais de même. À hauteur du pont de ‘Driegrachten’ je monte dans un bateau. Une exposition de photos attire mon attention. J’y rencontre Peter. Il vient juste de rentrer de Montpellier en bicyclette. Peter a lancé un projet après sa guérison du cancer ‘Le tour de ta vie’. Il va pour son projet à la recherche de miroirs, pas des miroirs comme objets  mais nos propres miroirs. Ces miroirs qui nous permettent de grandir quand on va à leur rencontre.

Après une semaine je perds quelque peu notion du temps. Moins de pensées, je me détends. Continuant ma route, le long du canal Ypres – l’user, marchant dans les hautes herbes avec les moutons comme compagnons de route, je vois au loin trois hommes. Des pêcheurs. Ils viennent juste d’attraper un poisson. Je regarde avec de grands yeux. Quel énorme poisson, il pèse environ seize kilo. Kjel pose avec fierté devant la caméra, pendant ce temps ses amis prennent bien soin du poisson. De temps à autre un seau d’eau, la blessure à la bouche est soignée. Je continue mon chemin, tout en me retournant je leurs crie, “Grâce à vous j’ai maintenant une autre idée sur les pêcheurs, encore bien du succès.”

Arrivée à Ypres je me dirige vers la ‘Porte de Menin’ (Menenpoort) pour le ‘Lastpost’. Chaque soir, à vingt heures, a lieu ici une cérémonie de commémoration des personnes décédées durant la premiere guerre mondiale. Le son de clairon retenti sous la Porte. Mes jambes supporterons encore bien cela.

Frezen

Poppy’s

Richting Diksmuide. Open velden, weilanden, vergezichten. Poppies (klaprozen) overal. Eventjes ben ik mijn weg kwijt. Een vrouw in een hondentrimsalon helpt me verder. Op een uur van Kortemark is een kleine halte noodzakelijk. Een man staat in zijn tuin te spitten. “Meneer zou ik even je toilet mogen gebruiken?” “Bah ja, waarom niet”, leunend op zijn spade. Ik trek mijn schoenen uit. Bij het buitenkomen praten we wat over de camino, mijn ervaringen en wat de weg is. Een fijn en kort contact.

Door de hitte voel ik mijn voeten zwellen. Aan een eetautomaat hou ik halte. Ik trakteer mezelf op een bakje ‘frezen’, dat zijn zo van die rode blinkende kleine bollen, spits uitlopend, groene pukkeltjes, een groen steeltje en heerlijk geurend en wanneer je erin bijt een zoete lekkere smaak.

Kort na de middag neem ik een lange rustpauze. Een plaatselijk café in Werken. Een moeder en haar dochter komen samen aan. Ruzie, harde woorden, tranen. Ik twijfel. Kom ik ertussen of niet. Na enige twijfel doe ik het toch. Ik roep het meisje. We praten een klein uurtje samen. Ze doet haar verhaal en laat haar emoties de vrije loop. Er ontstaat opluchting bij haar. Na twee uur zie ik lachende gezichten, en zachtheid verschijnen op hun manier. Ik verlaat met vreugde het café.

Boeren op het veld, grassen worden gemaaid. Mijn neus jeukt. Het laatste rechte stuk langs de Handzaamsevaart voor ik in Diksmuide aankom. Op de markt komen Annick en Ansje  naar me toegewandeld. Een hartverwarmende knuffel. Een warm weerzien. Een terrasje. Ik eindig de dag in familie en ga een rustige nacht tegemoet.

GPX Bestand Kortemark – Diksmuide

Fraise

Direction Dixmude (Diksmuide). Des pâturages, des champs, des plaines à perte de vue. Des coquelicots partout. Je m’égare quelque temps. Une femme, d’un salon de toilettage pour chiens, me vient en aide. Une heure avant Kortemark un arrêt est nécessaire. Un homme est occupé à bêcher son jardin. “Monsieur, pourrais je me servir de vos toilettes?” “Bein, oui pourquoi pas”, s’appuyant sur sa bêche. J’enlève mes chaussures. En sortant on parle un peu de mon camino, de mes expériences et de ce qu’est le chemin. Un contact agréable et court.

La chaleur fait gonfler mes pieds.  Je m’arrête à un distributeur d’alimentation. Je me paie un ravier de ‘frezen’ (fraises). Ce sont de ces petites boules rouges, légèrement allongées, avec des petits points verdâtres, qui sentent horriblement bon et qui dégagent, quand on les croque, un délicieux goût sucré.

Peu après midi, je prends un long repos. Un café local à Werken. Une mère et une fille arrive ensemble. Dispute, mots durs, larmes. J’hésite. J’interviens ou pas? Après quelques hésitations je le fais quand même. J’appelle la fille. On parle une petite heure ensemble. Elle me conte sont histoire et laisse libre cours à ses émotions. Un certain soulagement s’installe chez elle. Après deux heures je voie des visages souriants et une certaine tendresse apparait. Toute joyeuse, je quitte le café.

Des paysans dans les champs, fauchent les herbes. Mon nez chatouille. La dernière ligne droite le long du canal de Handzame avant d’atteindre Dixmude. Sur la place du marché Annick et Ansje viennent à ma rencontre. Une étreinte chaleureuse. Un plaisir de se revoir. Une terrasse. Je termine la journée en famille et vais à la rencontre d’une nuit paisible.

Louis

Sint-Jacobskerk, Brugge

Met stramme spieren kom ik het bed uit. Ik rek mijn kuiten en wrijf mijn voeten in zodat mijn huid soepel kan blijven. Nadat de rugzak gevuld is, verlaat ik het huisje van Katleen, een vriendin. Het was een warm en blij weerzien.

Net voor ik de stad uit ben, help ik Louis. Om onbekende reden viel hij van zijn fiets. Hij ziet er opgejaagd uit. “Waar moet u heen?”, vraag ik terwijl ik hem mijn fles water geef. “Ik heb examens en ben al te laat”, kijkend naar zijn knie. Wanneer ik aan het stationsplein ben, zie ik Louis terug. “Oh, ik ben nu mijn sleutels verloren”, zegt Louis. “Louis je was deze morgen te laat vertrokken, daarna gevallen en nu je sleutels. Wees voorzichtig en neem je tijd. Het opjagen heeft geen zin meer en moet je er wel heen?” Louis kijkt me aan, geen woorden. We glimlachen allebei.

In het Tillegembos staat een bejaarde man te gluren naar de ingang van een taverne. Hij kijkt regelmatig op zijn uurwerk. Vreemd. Ik keer even terug op mijn passen. Nieuwsgierig. “Goede morgen meneer, bent u iets verloren?”, vraag ik hem. “De taverne gaat pas open om elf uur, binnen een uur”, wijzend naar zijn uurwerk, het is elf uur. Meneer Denis is 86 jaar. Het wordt me duidelijk wanneer meneer Denis zijn verhaal deelt omtrent het niet meer mogen rijden met de wagen wegens beginnende dementie. We spreken wat over het werk en het leven.

Mijn tocht gaat verder. Na de regen van deze nacht staat de natuur er fris bij. De bladeren wiebelen af en toe wanneer een regendruppel zijn weg zoekt. De frisse geuren komen mijn neusvleugels strelen. Aha, mijn vriend de eekhoorn is terug, hij speelt verstoppertje rond een boomstam. In de namiddag kom ik langs de Abdij van Zevenkerke om dan de schaduw te gaan opzoeken in het feeërieke bos van Merkeveld.

Uitgeput kom ik aan in Groenhove, waar ik onmiddellijk wordt opgevangen door zuster Marleen, die me een kamer toont en zorgt voor een avondmaal met soep. Na mijn avondmaal volgt een dagelijks ritueel. Slaapzak openen, zijdezak erin. Kleren klaarleggen voor ’s morgens. Zolen uit de schoenen. De wekker.

GPX Bestand Brugge – Groenhove

Louis

Je sors du lit, les muscles raides. J’étends mes mollets et enduis mes pieds de pommade de façon à tenir la peau souple. Après avoir rempli mon sac à dos je quitte la maison de Katleen, une amie. C’était de chaleureuses retrouvailles.

Juste avant de quitter la ville j’aide Louis. Il est tombé de sa bicyclette pour une raison inconnue. Il a l’air agité. Je lui demande, “Ou vas-tu?”, en lui tendant ma bouteille d’eau. Tout en regardant son genou il me répond, “J’ai des examens et je suis déjà en retard.”

En arrivant à la gare je revois Louis. “Oh, maintenant j’ai perdu mes clés”, dit-il. “Louis, ce matin tu es parti trop tard, puis tu es tombé et maintenant tes clés. Sois prudent et prend ton temps. T’énerver ne sert plus à rien et dois-tu vraiment y aller?” Louis me regarde, sans paroles. Nous sourions tout deux.

Au bois de ‘Tillegem’ un homme d’un certain âge guette l’entrée d’une taverne. Il regarde régulièrement sa montre. Bizarre. Je retourne sur mes pas. Curieuse. “Bonjour monsieur, vous avez perdu quelque chose?” Me montrant sa montre il me dit, “La taverne ouvre à onze heures, dans une heure donc”, il est onze heures. Monsieur Denis à 86 six ans. Je comprends mieux la situation quand Monsieur Denis me raconte son histoire et le fait de ne plus pouvoir conduire une voiture à cause d’une démence précoce. On parle un peu de travail et de la vie.

Mon parcours continue. Avec la pluie de cette nuit la nature est pleine de fraicheur. Les feuilles vacillent de temps à autre lorsqu’une goutte cherche son chemin. Les odeurs fraîches viennent me caresser les narines. Ah, mon ami l’écureuil est de retour. Il joue à cache-cache autour d’un tronc d’arbre. Dans l’après-midi je passe près de l’Abbaye de Zevenkerke pour ensuite aller à la recherche d’un peu d’ombre dans le bois féerique de Merkeveld.

Je suis épuisée quand j’arrive à Groenhove. J’y suis tout de suite accueillie par sœur Marleen, qui me montre ma chambre et me procure un repas du soir et un potage. Après ce repas, le rituel journalier. Ouvrir mon sac de couchage, y mettre le sac en soie. Sortir les semelles intérieures de mes chaussures, préparer les vêtements et mettre le reveil pour le lendemain.

Middelburg

Sint-Ghislenuskerk, Waarschoot

Half zeven. Mijn wekker. Oh, veel te vroeg. Een zuster komt me halen voor het ochtendgebed. Na het gebed volgt het ontbijt. Het onderwerp aan tafel: Compostela. “Vergeet niet te eten hé!”, meldt zuster An. Ik vertel de zusters hoe ze mij kunnen volgen tijdens de tocht en verwijs hen door naar mijn website. “Debels, rebels maar met een D”, al glimlachend. “Ja, je draagt wel je naam!”, antwoordt zuster Gerd me al lachend. We hebben plezier aan tafel en genieten van het samenzijn. Na het klaarmaken van een picknick start ik mijn dag. Twee kilometer verder een fietser. Ik herken een buurvrouw. Vol ongeloof roepen we naar elkander. Een korte babbel. De weg gaat verder via het Provinciaal Domein ‘Het Leen’. De wind speelt met de bladeren van de bomen, varens en vingerhoedskruid. Het zonlicht danst erdoor en brengt een prachtig ochtendtafereel. Tien kilometer langs het kanaal ‘de Stinker’. Die heeft zijn naam niet gestolen, effectief, op bepaalde plaatsen is de stank zo groot dat ik braakneigingen heb en eraan denk om op mijn stappen terug te keren.

Net over het ‘Van Goghbruggetje’ in Balgerhoeke, een tweede brugje. Ik sta even stil. Ik hoor gepraat. Onder de brug verschijnen plots twee mannen, varend op het water. Benedict en Kristof verwijderen het onkruid op de muur van de brug. Ik vraag hen hulp bij de weg. We wisselen wat woorden uit. “Ik hoop dat je mooi weer zal hebben!”, roept Benedict me toe. “Dank je. Het is altijd mooi weer!”, roep ik terug.

De zon is van de partij. Picknicktijd. Diep in het zakje een Nougatine chocola. Een fijne verrassing, dankjewel zuster An. Rond drie uur ben ik aan de Nederlandse grens. Een kronkelpad doorheen de velden neemt me mee tot in Middelburg. De zoektocht naar een overnachting is hier niet eenvoudig. Aan het derde huis heb ik geluk. Het huis van Patricia en Geert. Patricia maakt een heerlijk avondmaal klaar. Het klikt heel snel en voor we het weten is het al bijna kwart over tien.  Ik breng de nacht door in hun caravan. Dit roept fijne herinneringen op aan de zovele zomers die ik met mijn ouders doorbracht op vakantie op een camping ergens ver in Frankrijk. In dit kleine warme nest val ik in slaap.

GPX Bestand Waarschoot – Middelburg

Middelburg

Six heures trente. Mon réveil. Oh, c’est beaucoup trop tôt. Une sœur vient me chercher pour la prière du matin. Après la prière il y a le petit-déjeuner. À table le sujet de conversation est Compostelle. “N’ oublie pas de manger hein!”, me dit sœur An. J’explique au sœurs comment elles peuvent me suivre durant mon voyage et les guide vers mon site. “Debels, rebels mais avec un D”, leur dis-je en souriant. “Oui, tu portes bien ton nom!”, me répond sœur Gerd, en me souriant à son tour. Nous avons du plaisir à table et partageons la joie d’être ensemble. Après avoir préparée le pique-nique je commence ma journée. Deux kilomètres plus loin un cycliste. Je reconnais une voisine. C’est incroyable…Une brève conversation. Le chemin continue passant par le Domaine Provincial ‘Het Leen’. Le vent fait frémir les feuilles des arbres, les fougères, les digitales. La lumière du soleil danse à travers elles et forme ainsi une magnifique esquisse matinale. Dix kilomètres en longeant le canal ‘de Stinker’(le puant). Il n’a pas volé son nom, car effectivement, à certaines places la puanteur est telle que j’ai envie de vomir et que je pense retourner sur mes pas.

Juste passé le pont de ‘Van Gogh’ à Balgerhoeke un second petit pont. Je m’arrête un instant. J’entends parler. Soudainement, deux hommes apparaissent d’en dessous du pont, navigant sur l’eau. Benedict et Kristof enlèvent les mauvaises herbes des murs du pont. Je leur demande de l’aide pour la route à suivre. Nous échangeons quelques mots. “J’espère que tu auras du beau temps!”, me crie Benedict. Je lui réponds avec un clin-d’œil, “Merci, il fait toujours beau!”

Le soleil est de la partie. C’est l’heure du pique-nique. Au fond du sac, un chocolat nougatine. Une belle surprise, merci sœur An. Vers quinze heures j’arrive à la frontière Néerlandaise. Un sentier sinueux à travers champs me mène jusqu’à Middelburg. La quête d’une nuitée n’est pas simple ici. À la troisième maison j’ai de la chance. La maison de Patricia et Geert. Patricia prépare un délicieux repas du soir. On s’entend bien et avant qu’on s’en rende compte il est déjà vingt-deux heures quinze. Je passe la nuit dans leur caravane. Cela me rappelle plein de bons moments passés, lors des nombreuses vacances avec mes parents, au camping quelque part dans le fin fond de la France. Dans ce petit nid douillet je m’endors.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.