Hospitalier

Périgeux

‘Aller bonne vendage’, hoor ik aan de bar een man roepen terwijl hij zijn hand opsteekt. Het accent van het zuiden is nu duidelijker te horen.

Ik ga de GR 654 volgen om Périgueux en Bergerac te verbinden, maar eerst wens ik een brief te posten… rondsnuffelen op de lokale markt en dan richting de kathedraal gaan.

Langs de weg staat een grote paddestoel. Een boleet, die ik niet ken. Ik vraag, naar een man op de fiets: ‘Pardon monsieur, kent u een beetje de champignons?’ ‘Waarom, heeft u er één gevonden? Ik ken er een beetje’, antwoordt de man terwijl hij naar de paddestoel kijkt. ‘Oh, dat is een Bolet de Satan, zo noemde ik ze toen ik klein was. Indigest, maar niet dodelijk’, voegt hij er snel aan toe.

Vlinders fladderen om me heen, terwijl kikkers kwaken zoals een lach. Onder mijn voeten liggen bolsters en kastanjes, die in de winkel voor €8/kg worden verkocht. Dat is duur, vooral omdat er zoveel op de grond liggen te rotten.
Een buizerd cirkelt boven me. Ik open mijn armen, kijk hem aan en beweeg mee op zijn ritme.
Dit geeft me ruimte en ontspanning. Ik realiseer me dat mijn ervaring in de pelgrimsherberg stressvol was. Terwijl ik draai, voel ik meer ontspanning in mijn lijf, vooral in mijn ruggengraat.
Tijdens het wandelen let ik op mijn rug en zeg steeds tegen mezelf: ‘zakken Jasmine, zakken’. De pijn in mijn rug verdwijnt. Het wordt duidelijk waarom dat me zo raakte.
Er is soms zoveel structuur dat er geen ruimte is voor verbinding en menselijk contact. Mensen zijn zo met hun hoofd bezig dat er geen vrijheid binnen de structuur is. Het zachte contact ontbreekt. Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik in een vergelijkbaar patroon kan vervallen als het druk om me heen is. Dankjewel Hospitalier.

Pelgrimsherberg

Vijf uur. De wekker. Veel te vroeg. Ik pak mijn spullen in. Een half uur later sta ik midden een dorp. Verschillende dierengeluiden zijn hoorbaar waaronder de haan en een uil, de anderen zijn mij onbekend.

Op een bank, onder een boom en in het licht van de straatlantaarn wacht ik de dageraad af.
Zeven uur de klokken luiden en weergalmen in het dal. Het is bijna een verplicht ontwaken voor de inwoners. 
Hier en daar openen luiken en komen er gele vierkante lichtpunten zichtbaar.
Af en toe bewegen bladeren naast mijn voeten…insecten en slakken zijn al goed aktief.
Een windstoot. Het wordt fris. Bijna acht uur. Ik doe mijn rugzak op. Het is veilig. Tijd om te stappen.
Ik schrik door drie honden die onverwachts me achterna lopen, met hun amper 30cm hoog ben ik toch heel voorzichtig. Het zou niet de eerste keer zijn dat er ene probeert mijn kuiten beet te nemen. Eentje loopt al blaffend een eind achter me mee.

Priorij van Merlande
Abdij Chancelade

Ik verlaat vandaag de GR 36 voor de GR 654, die zal me brengen van Perigeux naar Bergerac.
Langs de weg kom ik een paar historische gebouwen tegen: de priorij van Merlande, de abdij van Chancelade.
In Chancelade maak ik gebruik van de openbare toiletten. Zoiets met een gat in de grond, een reservoirbak aan de muur en een piepklein vertrek. Doet me plots denken aan mijn schrik die ik als kind had voor zo een wc en dan heb ik het vooral over de spoelbak. Dit gaat zo overdonderend luid. Blijkbaar is het nog niet volledig weg en nog altijd voelbaar in mijn lijf. Met een deur op een kier gebruik ik het toilet. Pas wanneer ik buiten dit kleine vertrek ben – die benauwend aanvoelt- doe ik mijn broek dicht daar waar ik de nodige ruimte en adem kan terug vinden.

De pelgrimsgite van Perigeux. Een telefoonnummer. Ik probeer tweemaal te bellen geen reactie. Ik ga naar het centrum Saint-Martin waar ik supergoed ontvangen wordt. Terwijl ik er wacht voor de gite krijgt mijn kledij na acht dagen eindelijk terug eens een wasbeurt. Zalig! Na vier uur wachten probeer ik nog eens de pelgrimsherberg. Een man opent. Een onaangename ontvangst omdat ik niet vooraf heb gebeld om te reserveren. Een van mijn intenties op de weg is in het nu te leven. Vertrouwen en geloven in de weg dat alles wel zijn reden heeft, zoals ook deze ontvangst een reden zal hebben. Hierin kan in dan een keuze maken om te blijven of niet. Mijn keuze is blijven.

Om even de negatieve energie van de man van me af te wimpelen ga ik naar stad. Een bezoek aan de kloostergangen van de kathedraal en een terras met heerlijke koffie. ’s Avonds keer ik terug. Twee pelgrims uit nederland vergezellen me. Aan tafel. De sfeer is er te snijden. Ook dit hoort bij de weg. Ik probeer er in evenwicht te blijven instaan. Het lukt me behoorlijk goed. Wel niet eenvoudig. Het belangrijkste voor mij is wat het met me doet en waarom het me raakt. Dit is mijn deel en wil ik graag naar kijken.Na de afwas ga ik hopelijk een rustige nacht tegemoet. Met mijn oordopjes in, dommel ik diep in.

 

Universele liefde

28 mei – Ik verlaat Bazas. Wat verder op de weg ontmoet ik drie fietsers aan een trap in het bos. “Attention une pelerine sur le chemin” wordt er geroepen.  “Bonjour”. “Vous avez commencer ou, Vézelay”? “Non, la Belgique”. “O-la” roept er iemand met een verwonderde blik. “Et vous aller jusque au bout”! “Oui”, antwoord ik met zelfzekerheid. “Et bhein, bravo” roepen ze in koor. “Bonne route”. We verlaten elkander en ik hoor nog de ene tegen de ander zeggen ” Bonne route, elle est a pieds la pelerine”. “Bon chemin”! Al een paar stappen verder roep ik “Merci”. De weg gaat door bossen en zoals vele inwoners me hadden gemeld. Een platte lange weg. Een rechte lange lijn doorheen naaldbossen.  Twintig kilometer lang, een typisch beeld voor les Landes. Eventjes uit een bos. Een boerderij op mijn rechterkant. Een schuur, een traktor,  loslopende kippen,  een hond, een poes, hooi, een man met een spade in de handen. Aan het huis bloembakken met rode geraniums. Ik steek mijn hand op als teken van een goede dag. Hij kijkt me aan, steekt op zijn beurt zijn hand in de lucht en zwaait heen en weer. Het zachte gebaar, ontroerd me. Bij dit contact van enkel een paar seconden besef ik dat iedere passant op mijn weg een plaats in mijn verhaal krijgt. Een verhaal die meegaat op weg naar Santiago.  Zou dit  universele liefde kunnen zijn wat ik voel?

La Réole

image

27 mei – Ik wandel nog even door de historische stad van La Réole. Over de brug ben ik na een klein half uurtje wandelen terug in de natuur, tussen hoge aangelegde populieren bossen. De wijnvelden zijn plots verdwenen en hebben plaats gemaakt voor de maïsvelden.  Wat geniet ik van de zon. Kilometers verderop een dorpje met een Saint Antoine kerk. Ik ga binnen. Ik draai me om, in het tegenlicht zie ik de vorm van een persoon, Patrick. Naast de kerk is er een pelgrimstafel en stoelen. Samen delen we deze  rustige plaats. Via een mooi gerestaureerd brugje vertrekken we terug en delen we verder de weg. We geraken even de weg kwijt. Het laatste stuk is een geploeter doorheen de modder en via korte en hevige stijgingen. Op een half uur van Bazas stapt Patrick verder naar de office du tourisme voor de sleutel van de refuge. In Bazas zie ik een koppel de straat oversteken “Pardon madame,  c’est le chemin pour le centre ville”? “Oui, oui et ent vous attend et il y a de la place”, weten beiden mij te vertellen.  Op de markt aangekomen, een terras,  een stoel ‘et oui il y a de la place’ aan de tafel van Patrick. Ik plof me neer.

Bienvenue

21 mei – Met droge kleren verlaat ik het hotel waar ik van een goede nachtrust heb mogen genieten. Af en toe laat de zon zich zien. Haar warmte is voelbaar op de huid. Na een waterpartij zie ik een pijl om
links af te slaan. Ik twijfel. Ik neem een weg op een pas afgemaaid graspad. Ik zet een stap en nog voor ik mijn voet neerplaats schreeuw ik een vloekwoord uit. (Sorry St. Jacques). Nog 10 cm lager en ik plaatste mijn voet neer op een slang. Ik schrok van haar, zij van mij. Terughaalt een slang mij uit een ‘dwalende gedachte’. Ik denk terug aan mijn twijfel en keer terug op mijn stappen. ‘Just’ de pijl werd te vroeg geplaatst. Nog voor Bergerac kom ik langs twee mooie, pittoreske dorpjes. Ik hou halte. Eén dorpje heeft een kippenkwekerij. De kippen lopen er vrij rond in het dorp tussen de huizen, in de tuinen en bossen. De regen van gisteren heeft de weg modderig gemaakt. De grond blijft aan mijn voeten kleven. Wanneer ik Bergerac binnenkom, loop ik ongeveer bijna twee kilometer doorheen een mooi aangelegd park. Grijze wolken, ze worden donkerder. Ik zie twee lagen wolken naar elkaar toegaan en besef dat ik nog weinig tijd heb om mijn regenvest aan te trekken. Net de rugzak op en het begint goed te onweren. Mijn inschatting was juist. Het enige wat ik kon doen, is in de struiken in achterwaartse beweging verdwijnen. Daar sta ik dan voorovergebogen, leunend op mijn wandelstokken met mijn poep in de struiken. Zelfs deze houding beschermt me niet van de hevige regen. Een uur later kom ik aan bij Anne-Sophie en Thierry. Aan de deur hangt ‘bienvenue Jasmine’. Ik word verwent met een warm bad en lekkernij.