Rocamadour

Rocamadour

Een korte dag staat voor de boeg. Ik verlaat het grote kloostergebouw in
Gramat en stap richting het centrum op zoek naar een bar. Het pleintje rond de hallen ziet er verlaten uit. Twee mannen lopen naast elkaar, de ene met de handen in zijn zakken, de ander heeft zijn handen gefixeerd op oksel hoogte aan zijn dik gevulde gilet. Hun bovenlichaam ziet er van beiden gewichtig uit in vergelijking met hun lange smalle onderbenen of zou dit een optisch bedrog door de extra zakken rond hun middel; een wapen, handboeien, een matraque. Twee agenten. Ik vraag hen waar ik een café zou kunnen vinden die open is. Ze verwijzen mij richting een marktplein.

Bij het binnenstappen in het café wordt ik vriendelijke begroet door een jonge dame. “Wat wil je drinken”, vraagt ze. “Graag een koffie alstublieft”
De jonge dame ‘Hélène’ weet me te vertellen dat er heel veel huizen leegstand zijn wegens een verouderd publiek in de stad. De eigenaars zijn ondertussen gestorven of zijn gelogeerd in een woonzorgcentrum of een Epad zoals men dit hier noemt. De leegstaande woning blijven door on verdeeldheid onaangeroerd, worden niet verhuurd en verkommeren.
Vroeger werden er op het marktplein in Gramat grote beestenmarkten gehouden. Het was het middelste punt tussen de Auvergne en Toulouse. De veeboeren kwamen van her en der met hun dieren om ze hier te verkopen. Via haar delen kan ik me het leven van toen levend inbeelden.

Niet zover van het centrum van Gramat wandel ik langs een meertje en onder een lange spoorwegbrug door. De natuur heeft sedert gisteren een ander uitzicht. Lage eiken bomen staan dicht op elkander. De groene kleuren verschillen van tinten door de veel bemoste boomstammen.
Ik wandel door smalle wegjes gecreëerd door lage stenen muren die dienen voor omheining van de paardenweiden en het afbakenen van terreinen. Hier en daar zijn buizerds hoorbaar en zichtbaar. Een mystieke sfeer hangt over het landschap.
Terwijl ik verder wandel brengt de sfeer in de natuur mij tot inspiratie en komen er op een vloeiende manier woorden tot leven.

Ik blijf de GR 6 volgen richting Rocamadour waar ik van een plateau afdaal in een dal en naast een, nu al, uitgedroogde rivierbedding stap. We zijn pas eind februari en ook de bladeren liggen er verdord bij.

In een traag tempo wandel ik door het dal waarbij iedere voet langzaam in een continue beweging over de aarde streelt. Bij ieder pas wordt ik me bewuster van de omgeving. Ik voel mijn hart bonken. Een intensiteit neemt toe waarbij een diepere ademhaling noodzakelijk is. In het hart van het dal kom ik bij een ruïne terecht van een oude molen. Doorheen de immense stilte hoor ik de natuur fluisteren. Ik voel me omringd door een zacht groene mantel. In de verte hoor ik een waterstroom. Ik daal wat trappen af bekleed met varens.
Ik geraak ontroerd. Een heldere waterbedding is zichtbaar diep in de schoot van Moeder aarde. Het voelt hier heerlijk alsof de tijd is stil blijven staan.

Met een sneeuwtapijt aan sneeuwklokjes verlaat ik het dal en benader ik Rocamadour vanuit de diepe vallei van de l’Alzou.
Ik kom aan in de tegenovergestelde richting van toen mijn weg in 2017, waar ik voor de eerste keer deze prachtige bijzondere omgeving mocht ervaren.
Ik herinner me nog goed dat ik wandelde onder de sterrenhemel op het plateau en nu diep in het dal in het licht. Wat bijzonder om beide te hebben mogen ervaren en intens gewaar te worden. Hemels Aards verbonden in een continuïteit. Het oneindige.
Een kreet van een kraai weergalmt over de vallei. Ik zie zonnestralen te voorschijn komen. Het silhouet van het dorp Rocamadour komt te voorschijn in de rotswand.

Ik stijg de vele trappen naar het sanctuarium. Als ik me goed herinner zijn het er een tweehonderdtal. Ik stap de kapel binnen van Notre Dame de Rocamadour, waar een zwarte Madonna staat. De warmte van de brandende kaarsen is voelbaar bij het openen van de zware deur. Ik neem plaats op een bank en sluit mijn ogen. Wanneer ik ze terug open zie ik een boot hangen aan het plafond in de kapel en andere voorwerpen die met boten te maken hebben. Hmm, ik herinner me dit vaag van de vorige keer. Maar waarom boten terwijl de zee hier zo ver van ligt.. En dan hangt er nog wat ze hier noemen ‘de miraculeuze bel’ die wel twaalf eeuwen oud is. Ze is niet zo groot en het oudste object van het sanctuarium die getuigt van de bescherming van de Maagd Maria – wat betekent “Ster van de Zee” in het Hebreeuws – voor zeelieden in gevaar. Een muurbord geeft de data aan waarop de bel vanzelf ging tijdens de voorbeden van Maria en wanneer een mirakel gebeurde die betrekking had tot zeelieden in gevaar.
Een hoogleraar in archeologie en heilige kunst uit Toulouse en zelf religieus, heeft een paar jaar geleden de geschiedenis van de wonderen van de klok bestudeerd. Hij bleef heel voorzichtig met zijn uitspraken over de deze en stak zijn ongeloof niet onder stoelen of banken. Hij werd later op een strand ergens in Zuid-Frankrijk tijdens een storm meegenomen door een golf. Vanaf deze dag bleef de bel onaangeroerd.

Maria ‘Ster van de zee’ doet me plotseling terug denken aan het sanctuarium in Muxia ‘Nosa Senhora da Barca‘ en in Portugal, ‘Capela da Praia de Mira‘. Drie plaatsen die me geraakt hebben tijdens mijn onderweg zijn en net alle drie hebben iets te maken met water.

’s Avonds volg ik met Marc de avond gebeden, de vespers. Op het einde ontvangen we samen de pelgrimszegen. De priester laat ons de keuze om deze rechtstaand of knielend te ontvangen. Bij de vraag had ik geen twijfel, ik knielde spontaan. Marc volgde. Ik heb nu al tijdens mijn tochten verschillende pelgrimszegen ontvangen. Waarvan twee me hebben geraakt. De eerste was samen met andere pelgrims in de basiliek van Vézelay, de tweede stond ik alleen in een volle kathedraal in Gent tijdens de paasviering. Deze voelt zo bijzonder anders aan. Aan de linkerkant geknield naast een man, schouder aan schouder mogen knielen. Een krachtige ingetogen beweging. Het voelde zo evenwichtig en juist. Dankbaar voor dit moment. Dankbaar dat Marc aanwezig was en we dit samen mochten ervaren.

Klik HIER voor nog meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Ver verleden

Kleurrijke fijn geschilderde fleurige borden op een lange eiken houten tafel. De gastvrouw – een bijzondere vrouw en vriendin – vult mijn bord met heerlijk ruikende quiche vergezeld door een fris groen slaatje. Naast me, op de stoel een poes ‘Loesje’. Af en toe komt ze met haar kopje een duwtje geven. Strelen. 

Hmmm, het ziet er verrukkelijk uit. Ondertussen zit de vriendin rechtover mij aan tafel. Het is een fijn weerzien.
Ik deel het moment, de avond voor mijn aankomst in Rocamadour. Vanuit mijn belevenis begin ik te vertellen. Plots voel ik een verandering in mijn lijf. Ik kan er niet bij. Ik hoor mezelf praten, niet zozeer vanuit gehoor in het nu, eerder vanuit toeschouwer luisteren naar een verhaal. Er gebeurd iets vreemd. Ik kan het niet plaatsen. Mijn hoofd, mijn woorden, mijn voelen, mijn….is alles wel verbonden gaat er door me heen, alsof iets me gaat leiden. Iets krachtigs neemt me mee en ik voel dat het geen enkel zin heeft om er weerstand aan te bieden. Ik laat gebeuren en terzelfde tijd maak ik me wat zorgen voor …het onbekende. 

Met een vervelend gevoel kijk ik mijn vriendin aan. Ik meld haar dat sedert mijn laatste tocht er veel in mijn aan het gebeuren is. Ik geraak ontroerd, tranen vloeien. Helend. 

Hoewel mijn oude patronen van angst en eigen oordeel even aan de oppervlakte komen. Laat ik het verder zijn gang gaan. Ik besef dat dit krachtig iets mag ‘zijn’. Een energie vloeit op en neer. Ik plaats mijn voeten plat op de grond.

Ik voel me rustig.
Ik word me bewust dat er een verschil is tussen mijn beleving, het beeld van wat twee maanden geleden was en het beeld dat ik nu zie. Beelden uit een ver verleden.
Eén zelfde poort, een dier, een smalle doorgang, een trechter om nadien naar het wijds licht te mogen gaan. De klederdracht is anders. Geen hond, wel een wolf. Geen sjort en t-shirt, wel een lang bruin kleed met een puntige kap. Geen beton, wel plaveien. Het valt niet te begrijpen. Er is niets te begrijpen. Het is, het was, het is.
‘Ik voel dat ik je iets mag meedelen, het wordt me gevraagd’, vertel ik aan mijn vriendin terwijl ik haar aankijk. ‘Dank je, dank je voor wie je bent. Want zonder jou was dit niet gebeurd. Je hebt het in je. Het is niet weg, het is er’.
We kijken elkander aan, een diepe verbondenheid. Dankbaar om de ervaring, belevenis, de bewustwording, de groei, de ontmoeting.
Het ver verleden te mogen zien en te kunnen begrijpen met hart en ziel, zonder te willen het in de rede te willen vastnemen. Dankbaar om het geschenk dat we hebben mogen ontvangen en aan elkaar schenken.
Met een stevige verbonden  knuffel, danken we elkaar.

Groep

Stilletjes vul ik mijn rugzak. Ik verlaat het huis terwijl iedereen nog slaapt. De bakker. Buiten aan de deur staat een man in bruin-zwart pak. ‘Vous etes le boulanger’, vraag ik aan de bakker . ‘Oui’. ‘Bravo, votre pain est délicieux’, vertel ik hem terwijl ik de bakker aankijk.

Van de bakker naar de bar om er mijn ontbijt te eten bij een warme koffie.

Via landelijke wegen verlaat ik Bourganeuf. In de verte hoor ik geweerschoten. Geblaf. Jagers.

In de verte twee wandelaars. Wandelstokken, een kleine rugzak. Pelgrims. Terwijl de man beelden neemt van de natuur, praat ik wat met de dame.

Geronk. Motorgeluid. Onmogelijk te achterhalen vanwaar het geluid komt. Plots scheren ze in een hoge snelheid langs mijn rechterkant. Heel onvoorzichtig en zelfs gevaarlijk om op zo’n snelheid in een bos en op een wandelweg te razen zonder rekening te houden met anderen. De natuur wordt vernield.
Ik ben wel blij om tot de vaststelling te komen dat, ook al is de beweging en het geluid voor mij geweldig, ik bij mezelf kan blijven. Terwijl ik vroeger zou gevloekt hebben en me kwaad gemaakt zou hebben. Het tegengestelde is aanwezig. Ik voel twee bewegingen in mijn lijf. Een stroom in mijn rug die een dalende beweging maakt, een stroom vooraan, in de breedte, die ruimte brengt.

Mijn gedachten dwalen even af naar wat de weg me gebracht heeft en wat het me brengt. Ik voel dat het wat met me doet en word wat weemoedig. Ik laat het gebeuren. Dingen worden me duidelijk. Eigenlijk een beetje verwonderd over mezelf, verwonderd omdat ik me eerder als een solitair persoon beschouw en niet in een groep. Ik voel dat de tijd is gekomen, dat de tijd rijp is om naar buiten te komen met het pelgrimeren, wat het pelgrimeren met zich meebrengt. Tijd om de beweging naar buiten te laten gaan in plaats van alleen op stap te gaan. In verbinding te gaan, niet enkel achter een scherm, wel mij te richten naar groepen, in groepen te gaan staan. Ik laat het gevoel en wat er voelbaar aan het gebeuren is, zijn weg vinden en zoeken. Wordt vervolgd…

Zelfzorg

Eymoutiers. Een vrouw komt aangelopen in lange fluweelachtige kleren in paars getint. Rond haar hals een Tau-kruis. ‘Vous allez où?’, vraagt ze me. De grote rugzak, wandelstokken en de schelp hebben haar aandacht getrokken. Een pelgrim. Ze nodigt me uit bij haar thuis en ga er met plezier op in.

Terwijl Muriel verder haar namiddagplanning invult, ga ik met mijn vuile kleren naar een wasserette. Niet zomaar een wasserette, maar een plaats waar mensen met mentale en lichamelijke beperkingen actief kunnen zijn binnen de maatschappij. Met plezier steun ik deze vereniging.
Ik blijf hangen aan een etalage. Schoonheidsinstituut. Hmm, verleidelijk. Een deugddoende gezichtsverzorging. Met een fris gevoel in mijn gezicht ga ik terug naar Muriel.

Op mijn voeten een vlooi. Oeps…en nog één en nog één. Om het ergste te vermijden en een goede nachtrust te kunnen nemen, verlaat ik het huis met een wat vervelend gevoel, maar met het vertrouwen dat het goed komt.
Ik bel haar. Antwoordapparaat. ’s Avonds spreek ik af met Muriël in een kunstcafé. En praten we over de weg.
Ik ben blij dat ik in deze situatie voor mezelf ben opgekomen. Ik heb gedacht aan zelfzorg en ik heb zonder vrees de situatie kunnen uitleggen. Zonder spanning. De fijne avond en het dankbare woord van Muriel voor mijn eerlijkheid. Deze interactie samen zorgde voor een warme en gezellige avond.

Eymoutiers

De volgende dag. Het voelt wat vreemd aan om te zien dat van de ene plaats – met soms slechts 20 km verschil – de bossen nog groen staan. Terwijl aan de andere kant l’été indien al goed aan de gang is. Zelfs paardebloemen staan hier nog volop in bloei. Maïs is weer zichtbaar en ver van rijp. De tuinen kleuren zich met najaarsbloemen.
De campanula probeert overeind te blijven en trotseert de ochtenddauw.

Achtermij in de lucht een grote dikke wolk. Brand in la Haute-Vienne. Regelmatig kijk ik achteruit om te zien dat de brand op afstand blijft. Na uren is de wolk de horizon gaan vullen met een bruine laag in de lucht.

Langs de weg vele kruisen in verschillende vormen en verschillend versierd.

Af en toe houd ik halt bij dieren, zijn het geen koeien dan sta ik te praten met schapen.
Onder een boom. Armen gespreid, gezicht naar boven gericht. Ik draai rond. De wind, gedoopt door vallende bladeren. Hoog in de lucht de roep van de buizerd.

Tonoo

Slapen in een yurt, dit is ontwaken in balans. Mijn eerste nacht sedert lang dat ik aan één stuk sliep. Boven mijn hoofd een tweehonderdjarige eik die zichtbaar is door het dakraam of Tonoo. Geen muren in steen, enkel een natuurlijke zachtewand in wol en katoen.

Ik neem afscheid van Jérome, Jean-Michel en Gandalf de hond.

In Treignac haal ik mijn voorraad voeding, chocolade voor bij een dipmoment. Kwestie van deze snoepgewoonte niet te verliezen. 🙂
Een kerkhof. Geen muur, een zeldzaamheid. Hier kan dood en leven gewoon naast elkaar staan. Fijn om te zien. Grafzerken worden ontdaan van mos. Bloemen worden neergezet. Het doet me herinneren dat we bijna 1 november zijn. De dorpen en steden zien er vaak verlaten uit. Leegstaande huizen. Huizen met een ziel. Huizen die aantonen dat het hier ooit een drukke stad is geweest, waar leven voelbaar was.

De geur van dennen die zich mengt met de geur van bramen. Een heerlijk natuurlijk parfum. De hoge dennenbossen vind ik fijn om in te wandelen. Ze voelen naar energie totaal anders aan dan loofbomen. Mijn voorkeur gaat naar een dennenbos. Het voelt energieker en het idee dat verbinding hier veel gemakkelijker kan. Een fijne stroom is vaak voelbaar in mijn lijf, een stroom die subtiel aanwezig mag zijn zonder dat er een plaats is waar het heviger is dan een ander. Dit is nieuw voor mij en aangenaam om gewaar te worden.

Op een paar dagen heb ik drie departementen doorgewandeld. Corrèze, Haute-Vienne en nu la Creuse verder richting Bénévent-l’Abbaye.

Een kraan die kraait. De zon zorgt ervoor dat er terug vierentwintig graden is. De geur van koeienmest. Stromend water. Poezen hier en daar. De geur van hooi. Een venster opent zich, een man ‘parla’ terwijl hij me de weg wijst. De spinnenwebben zijn talrijk aanwezig. Afvegen is geen oplossing, ik kan ze enkel verwijderen als ik ze vastneem. Taai zeg.

Pépinot

Ik daal de trap af. Klop even aan. De livingdeur. Een gedekte ontbijt tafel. Daglicht. Pépinot, een border collie. Wim en Greet. Een kus, een intense knuffel. Goedemorgen. Ik krijg kippevel. Wat een verwelkoming. Na het ontbijt maak ik me klaar voor een nieuwe dag. Mijn drinkfles wordt gevuld. Een vers gezond broodje steekt in mijn rugzak. Afscheid, geen vaarwel. Tijmen, Wim en Pépinot staan klaar om me te vergezellen een eindje op de weg. Wat aangenaam om zo de dag in te zetten. 

Tijmen – achtergrond dorp Bar
Pépinot
Wim en Tijmen

Pépinot loopt ons voor. Knap om te zien hoe hij gaat zitten voordat een wagen voorbij rijdt. Het zien van de hond en de zoveel andere langs de weg geven me terug zin om er zelf eentje te adopteren.

Wat hoger op een heuvel toont Wim een uitkijkpunt vanwaar we komen. Vader en zoon, naast elkaar. Verbonden. Samen één. Weinig woorden, begrijpend. Een beeld die me doet denken aan ‘la gloire de mon père’ en le ‘chateau de ma mère’.

Corrèze

Corrèze. Een halte. Ik blijf wat moe rond lopen. Zou dit nu aan de weersomstandigheden zijn die op mij moraal inwerkt. Een zon weet ik alvast meer te appreciëren dan een grijze dag. In Mérignac l’église ben ik net op tijd binnen in de kerk om een hevige plensbui te vermijden. Een preekstoel trekt mijn aandacht. Fijne taferelen  werden uitgehouwen in het hout.

In Sint-Augustin hou ik het voor bekeken. Een vrouw helpt me om een overnachtingsplaats te vinden. De plaatselijke voetbal vestiaire. Maar voor het slapen gaan wordt ik uitgenodigd voor een warme maaltijd. 

Les cinq petits lapins

De weg in het bos gaat dieper en dieper, en hoe dieper hoe feeërieker het eruit ziet. Rood, geel oranje, intensgroen, zachtgroen. De mist in de verte brengt extra tinten. Van blauw tot zacht roze, magenta…ik mis nog een tint…net op dit moment komt een veertje mijn richting uit…wit.

Water…bladeren…de wind…geluiden. Natuurgeluiden. In Bar le Vieux begint het te regen…mijn paraplu…een windstoot.
Mijn paraplu waait over. Ik zie het beeld van een vrouw met laarzen, rok, vest, hoed op bijna meegesleurd door haar paraplu. Alsof ik mezelf zie staan. Ik begin te lachen.

Wat verder kom ik aan in Bar. In het dal een boerderij. Een dorp in de hoogte. De kerk, ik loop errond. En plots sta ik aan het venster van het huis waarvoor ik kom. Ik duw mijn neus tegen het raam. Tafels zijn gedekt. Verhuurd. Het is wat het is. Ik zoek de adresgegevens op van Greet via internet om een goededag te gaan zeggen.
Oh, het huis in het dal.

Bar

Aan een lange houtentafel, een pot koffie, een gezellige babbel met Greet. Al heel snel klikt het tussen ons beiden. Een open gesprek, het voelt goed. Asf en toe schieten we in een lachbui. Deugddoend. Wim is ondertussen thuis gekomen ook met hem klikt het onmiddellijk. De kids… het is vakantie.
De openhaard…buiten giet het water…ik wacht wat af om verder te vertrekken. Het blijft gieten. Het voelt hier zo sereen, warm en huiselijk dat ik uiteindelijk blijf overnachten en in ga op de vraag van Greet en Wim.  ’s Avonds zitten we met zijn allen aan de lange tafel. ‘les cinq petits lapins‘ In familiale kring. Wat kan dit deugddoend zijn op de weg.

Moe

Ik ben nu zowat al een goeie drie dagen aan het stappen in de Corrèze. Fikse hellingen en dalingen. Bossen blijven talrijk aanwezig.  De natuur is prachtig en ik geniet met volle teugen.

Aubazine-abdij

De nachtrust in Aubazine was een ramp. Vier uur slapen was echt te weinig. Mijn lijf protesteert. Een bezoek aan de abdij om dan via het kanaal van de monniken Aubazine te verlaten. De weg klimt richting een dolmen. De enige steencirkel in de Limousin. 

Dolmen-Aubazine


Tulle, een grootstad, voelt voor mij niet zo aangenaam. Ik vind er niet echt mijn plaats. Het is er druk en er heerst een onaangename sfeer. Ik slenter wat rond en twijfel even of ik de bus neem om verder te gaan naar Naves. Weg van de drukte en geluid. Voor de eerste keer maak ik gebruik van een gemotoriseerd voertuig, zo ontsnap ik aan Tulle en kom ik aan in Naves nog voor het donker is.
Een half uur later, de rust van een dorp. Wat een verschil en wat ben ik blij dat ik mijn gevoel heb gevolgd.

Morgen wandel ik verder naar Bar. Een plaats die al heel lang in mijn gedachten aanwezig is en op mijn weg was aangeduid. Een plaats waar Annemie Struyf is geweest voor ‘La vie en rose’. Waar een woonst aan €150 nog te huur is. En vermits de gemeente niet op mijn telefoon en e-mail reageerde, dacht ik, ik ga er zelf heen. Benieuwd. Maar nu, hopelijk een langere diepere nachtrust.

Vriendschap

Martel

Pfff, amai, wat een lange nacht. Ik kon bijna alle uren tellen. Ik ga naar beneden. De kookpot. Broccoli. Lang geleden dat ik ’s morgens op mijn eentje heb kunnen koken. Groenten ipv witbrood, oef. Na een stevige maaltijd verlaat ik de gite d’étape in Martel.

Een deel van GR 46 en de pelgrimsroute van Rocamadour in omgekeerde richting, Haut-Quercy tot in de Limousin. Een weg die mijn kuiten goed op de proef zetten. Een openhemel met zicht op de Auvergne en le Puy. Het is warm, af en toe komt de wind even blazen. De dikke laag afgevallen bladeren vormen een dik tapijt. Populieren staan er bijna kaal bij. Eikenbladeren dwarrelen bij iedere windstoot heen en weer voor me neer, alsof een natuurgeest me voorloopt. De Milan Royal en de buizerds laten zich zien. De Indian Summer is hier nog niet ten volle zichtbaar. Notelaars staan hier massaal naast elkaar, een specialteit is van de streek. Van notentaarten, notenwijn tot notenlikeur.

Sarrazac

Ontmoetingen met een paar honden. De ene komt liefdevol en spelend aangelopen. Springt en laat me niet meer los. ‘Ah bhein, quand mon chien voit une personne sourire, ils s’arrete plus’, vertelt de man terwijl hij me met grote blauwe ogen aankijkt. Ik ben even (positief) van mijn lood geslagen. Ik draai dan ook even de verkeerde weg op.
De andere honden, de ene al wat liever dan de andere. De uitdrukking de honden gelijken op hun baasje, daar zit toch wel veel waarheid achter.
Het valt me op dat ik minder en minder angst heb voor honden. Het is af en toe nog wel eens schrikken van hun luidruchtigheid, maar niet echt meer van het dier. Wel ben ik altijd voorzichtig ,vooral bij de kleinste. Maar door zelf zelfzeker te zijn en hen in zachtheid aan te spreken voel ik dat er weinig kan gebeuren. Ik besef dat er veel angsten zijn verdwenen dankzij het wandelen.

Collogne la rouge

Collogne la rouge. Een privé gite. Zut. Onbetaalbaar voor een pelgrim. Dan maar opzoek naar een inwoner die openstaat om een pelgrim onderdak te geven. Zo kom ik terecht bij Michelle. Een vrouw van 72 jaar met een open, zachte blik.Het klikt al heel snel tussen ons. We gaan samen op boodschappen en komen terug via het mariabeeld. Een claxon. Daar is ze de poes. In het licht van de koplampen toont Astro de plaats waar ze haar voeding wenst te hebben. Veilig achter de tralies onder het Mariabeeld. Haar territorium. 

We hebben veel plezier samen. Delen een avondmaal. En hebben heel lange gesprekken. De items: geloof, in puurheid staan of zijn, de geschriften, levenservaringen, genezer, gaven, familie…wat fijn om iemand te vinden die op dezelfde golflengte zit. Waar geen plaats is voor gemaaktheid of zich onwennig voelen bij bepaalde onderwerpen. Waar vrijuit spreken zonder schroom mag zijn. Die me doet stilstaan bij het gevoel wat vriendschap is en betekent voor me.

Jasmine, Yasmin

Vallei l’Alzou

Drie nachten in Rocamadour. Klaar om te vertrekken. Met een gevoel van evenwicht,  openheid, rust verlaat ik de stad. De weg gaat naar boven. Ik draai me regelmatig om en kijk naar de rots en de vallei de l’Alzou. Het blijft aantrekken, toch voelt het goed en juist om te vertrekken. Heel blij dat ik deze plaats heb mogen ervaren. Een plaats die heel veel teweeg heeft gebracht. Intense ervaringen die me heel diep hebben geraakt.

In l’Hospitalet hou ik een korte halte voor een koffie en boodschap. Eventjes twijfel ik terug, mijn denken. Mijn gevoel. Mijn hart weet dat mijn weg verder zetten, de juiste is.

Al fluitend wandel ik doorheen het dorp. Mijn gedachten gaan naar de vrouwen in mijn familie… mijn metekind, moeder, halfzus…mijn eigen vrouw zijn… Ik voel verbondenheid. Een gevoel die ik zelden heb gehad in mijn jeugd. Of eerder ik had wel het gevoel, maar het kon niet zijn.

Vreugdevol stap ik doorheen het prachtig landschap. De zon straalt, ik voel mezelf stralen.

Vlinders. De Icarus vlinder. Vogels. Buizerd en nog een koppel roofvogels die ik niet herken, veel groter en donker. De wind laat alles golvend bewegen. Wat hou ik van die beweging.
Dankjewel Rocamadour voor wie, wat je bent…
Dankjewel Jasmine voor wie je bent… ja waarom niet… mezelf danken, is mezelf ook zien, mezelf herkennen. Mogen zijn wie ik ben Jasmine, Yasmin