
Samen met Amandine vertrek ik richting het station. Ik verlaat vandaag Luxor richting Aswan verder naar het Zuiden, terwijl Amandine richting Hurghada vertrekt om haar vlucht te nemen naar Europa.
Terwijl de man aan het guichet met pen en papier mijn ticket invult vraag ik of ik een beeld van hem mag nemen. “Ja, geen probleem”, terwijl hij glimlacht. Achter mij hoor ik een mannenstem roepen, “Kan het wat rapper. Daar hebben we geen tijd voor.” Ik draai me om, “meneer, kent u geduld?” “We staan hier al een half uur in de rij en worden van de ene rij naar de andere geduwd”,terwijl hij ongeduldig staat te duwen en over mijn schouders kijkt naar de man achter het guichet die nog altijd zijn papiertje aan het invullen is. “Dit klopt. Dit geldt ook voor mij. Ik koos namelijk dezelfde rij als jij”.
“In euro” vraagt de bediende. “Neen, Egyptische pond”. Het werd me aangeraden de trein te nemen in 1ste klasse, VIP. “465 EGP”. (In Egypte betaald de buitenlander een pak meer wanneer je het openbaar vervoer gebruikt. En met een pak meer, bedoel ik zes maal meer. Een ticket kost voor een Egyptenaar 70 EGP. Wanneer je dan nog eens de keuze maakt om in euro te betalen, betaal je 20 euro = 660 EGP ipv 465EGP)
In Egypte is het heel gemakkelijk om een bankcontact te vinden en ze zijn talrijk aanwezig. In Luxor vind je er zowat aan iedere hoek. En het voordeligste is op de East bank en niet de West Bank aan de Nijl)
Op het perron vraag ik een man, “Salaam, pardon is this the train to Aswan?” “I don’t speak English”, met een behoorlijk mooie uitspraak. “You speak it really good”, antwoord ik hem terwijl ik hem aankijk. Aan zijn blik te zien is het duidelijk dat er geen bereidwilligheid is. Een blik die ik hier zelden heb gezien in veertien dagen zelfs niet bij hen waar ik weigerde in te stappen.
Een andere man komt erbij. Volslank, de sigaret in de hand. Op de zijkant van zijn wang zie ik een zwaar litteken. Ik hoor hem op een negatieve toon iets zeggen terwijl hij me aankijkt “…. Arabic” en begrijp eruit op de manier hij me aankijkt dat ik Arabisch moet spreken. Zijn non verbaal gedrag spreekt boekdelen. Ik zie de mensen stilzwijgend en zonder enige emotie kijken naar de situatie. Ik laat het niet binnenkomen en stap wat verder.
Een man spreekt me aan en vraagt om mijn ticket. “Ik neem dezelfde trein als jij” en we openen een fijn gesprek rond tijd naar aanleiding van de gehaaste man in de rij die wat verder op het perron staat. Iedereen kent wel het verhaal van de haas en de schildpad. Of niet.
Ik hoor een man op het perron iets uitroepen naar een man op het ander perron die gekleed is in burger met een wapen aan de riem. Die stapt naar een jonge man toe, neemt hem op een zachte manier bij de arm, opzij. Hij vraagt de jonge man om zijn zakken te legen. De jongen, ik schat een jaar of zestien benadert de agent op een speelse manier. Die hem op zijn beurt op een zachte manier meeneemt richting de uitgang. Geen enkel geweld, geen enkel machtsvertoon is zichtbaar, wel op een vrolijke manier komt hij onder de vleugels van de politiemannen terecht. Zelden tot niet is agressiviteit hier zichtbaar.
De trein is ondertussen aangekomen en stap doorheen een donker vuile wagon. Ik zoek de gereserveerde zetel. Een man ligt er languit te snurken. Ik laat hem in zijn rust en ga naast hem zitten in een wankele zetel omringd door troep. Hmm, een ticket met de naam VIP, First Class. Het is wat het is. Ik geniet van het prachtig landschap die slingert langs de Nijl aan de ene kant en het zien van het dagelijks leven in de dorpen buiten de grote steden aan de andere kant.
Aangekomen in Aswan maak ik gebruik van de app. om een chaffeur te vinden en me naar een nieuw logement te brengen, die de naam van mijn jonge broer draagt.
De wagen brengt me in een buitenwijk die me wat doet denken aan de beelden die we soms zien op tv., hoge appartements gebouwen, straten in aarde, en troep overal. Een man verwelkomt me vriendelijk en brengt me naar mijn kamer. Een piepkleine ruimte in een kelder, zonder vensters, met een piepkleine badkamer en een open gat in de muur waar ik de voeten zie van de mensen op een terras. Oehoe, even wat anders dan mijn vorige twee verblijfplaatsen. Ik zet me op bed kijkend naar de deur, op enkel één meter afstand van mijn neus en neem een diepe zucht. ‘We maken het beste ervan’, zeg ik tegen mezelf.
Na een frisse douche stap ik richting het centrum van Aswan. Om de drukte van de wagens en hoofdweg te vermijden neem ik een zijstraat. Ik passeer een plaatselijke bakkerij en zie er grote stenen vaten staan. Een man nodigt me uit te kijken. Drie vaten vol frisse melk. De natuurlijke koelkast.
Van de melk naar de hete brood ovens. Vier mannen staan graatmager te werken terwijl druppels water van hun voorhoofd parelen. Ik vraag een man of ik een beeld mag nemen. “Jaja, neem hen maar in beeld”, terwijl hij naar iedereen wijst. “Neen, neen ik vraag het graag aan ieder afzonderlijk”.
In een kadans worden de platte deegschijven op een band gegooid om er aan de andere zijde kant en klaar uit te komen. Ik neem nog wat beelden en dank hen. Voor ik verder wandel koop ik tien broodjes. Die ik graag straks schenk aan iemand.
Klik HIER voor meer beelden


