Valkuil

Een doosje tonijn, twee appels en verse pompoenjam…een pakketje van Paulette. Oef, de zon is van de partij. Met een extra wollen trui op het lijf, handschoenen en goed ingeduffelt vertrek ik voor een nieuwe dag.

Even terug in de tijd.
Twee dagen geleden na van Bourganeuf tot in Chatelus te hebben gewandeld – waar ik vroeg aankwam – had Ik geen zin om in dit dorp te verblijven. Geen ontmoetingsplaats. Ik herinnerde me nog dat in Bénévent l’abbaye wel van dit alles was. Toch twijfelde ik, doen of niet. En uit ervaring weet ik dat twijfelen mij niet echt iets positiefs bracht, dus luisterde ik maar naar mijn gevoel. Ik koos voor het eerste. Ik had zin in nabijheid, ontmoeting, mensen. De weg was echter nog te lang en ik was te moe om nog te stappen. Bij de eerste duim kreeg ik al een lift. Een fijne babbel in de wagen…de mensen brachten me 20 km verder naar Bénévent, de laatste etappe van ‘la voie de Rocamadour’. 

In de vooravond een fijn en vloeiend gesprek met een vrouw over symboliek en ervaringen op de weg…Gelijken.
Een overnachting bij Dominique de Gent, met zijn bijzondere achternaam, om samen met zijn dochter en kleinkinderen ’s avonds naar Josephine Ange Gardien te kijken. Blij dat ik mijn intuïtie had gevolgd.

Saint-Agnant-de-Versilat

Het vertrek in Bénevent was regenachtig en koud. Niet plezant. Gisteren kwam ik vermoeid aan in La Souteraine na 10 km stappen en 10 km in autostop.

Vandaag.
Vandaag werd ik me bewust waarom ik zo moe was gisteren. Ik stapte in een valkuil, de valkuil van niet in het nu te zijn. De valkuil van mentaal bezig te zijn… het waarom van mijn volgende pelgrimstocht…het al of niet liften om tijdsdruk te vermijden…het verlangen van ervoor mijn metekind te zijn en mijn verantwoordelijkheid op te nemen voor haar…
Terzelfde tijd speelde ook de weersomstandigheden parten op mijn fysiek lichaam.
Beiden brachten onbewust spanning op mijn lijf… waardoor ik op mijn onderrug trok en er hierdoor geen stroming mogelijk was. Ik verloor kracht in mijn onderbenen…uitputtend.

Iedere stap zette ik vandaag bewust neer. Voel ik spanning… dan blijf ik even staan, neem ik de tijd om bewust in mijn lichaam te gaan zetelen, om dan pas terug te vertrekken.
Al zingend stap ik doorheen de velden. Improviserend met de a, e, i, o, u, oe klanken. Mijn mond gaat alle kanten uit. Zelf door de dorpen…om dan van een oe klank naar ‘bonjour’ te gaan als ik iemand tegenkom.  Bevrijdend, en ik voel zo mijn lijf in ontspanning komen. Mijn humeur, vrolijk.
Het neemt niet weg dat een dagje zoals gisteren er mocht zijn. Want ook een baaldag heeft zijn betekenis, ook al is het niet plezant. Het wegduwen heeft dan ook geen zin, toch niet voor mij. En zich sterker voordoen dan wat ik werkelijk ben, dat speelt enkel in mijn eigen nadeel. Vroeger is dit een deel geweest van mijn overleving, vandaag is het voltooid verleden tijd.
Het onder ogen gaan zien is veel waardevoller en zeker wanneer ik bewust wordt van wat er gebeurt, want dan kan transformatie plaats vinden. Het is een continuïteit, waar laag per laag aan het licht komt…in een vloeiendheid zonder een vastzetten of moeten. Daarvoor ben ik de weg, mijn weg, mijn inzichten, mijn kracht zo dankbaar. Dankbaar dat ik vandaag trouw kan blijven aan mezelf. Dankbaar voor wat is en hoe het mag gebeuren.

Aangekomen in Crozant krijg ik hulp bij het zoeken naar de sleutel van de gite. Ondertussen krijg ik ook een gratis entree voor het interactief centra waar je kan kennismaken met  kunstenaars en impressionisme. De zin om terug te tekenen kriebelt. En de kleine prins die kijkt mee.

Rond mij vier bedden neergezet in een dortoir. Terwijl ik schrijf voel ik de warmte van een elektrisch vuurtje in mijn rug. Lange neonlampen laten deze ruimte er onaangenaam uitzien. Buiten blaast de wind af en toe in de deuren. Het portaal van de kerk is verlicht, zichtbaar vanuit mijn bed. Mijn ogen hebben zin om te rusten.

Pelgrimsgite-Crozant

Ruïne de Crozant

Crozant

Cinema

Brrr…de eerste keer dat ik zo de kou voel. Het is grijs…en al heel snel komt er regen aan te pas. Ik verdwijn onder mijn berrett, paraplu. Ik voel me naar binnen keren. Mijn lichaam is moe en geraakt al een paar dagen niet terug op krachten. Mijn moraal is ook niet optimaal… het weder zorgt er dan nog eens voor dat het moeilijker is om er bovenop te komen. Uitgeput kom ik vroeg aan in La Souterraine. Nergens een plaats waar ik droog en warm kan zitten…behalve de cinema. Waarom niet. Eén klein zaaltje, één film. Keuzeprobleem bestaat hier niet. Handig. 

De gite is gesloten, pelgrimsseizoen is afgelopen.  Pas om 19 uur komt Paulette me halen. Een vrouw die drie jaar geleden haar deur heeft geopend voor mij op de weg. Voor de rest heb ik niet zoveel te zeggen…jawel ik ben moe…

Groep

Stilletjes vul ik mijn rugzak. Ik verlaat het huis terwijl iedereen nog slaapt. De bakker. Buiten aan de deur staat een man in bruin-zwart pak. ‘Vous etes le boulanger’, vraag ik aan de bakker . ‘Oui’. ‘Bravo, votre pain est délicieux’, vertel ik hem terwijl ik de bakker aankijk.

Van de bakker naar de bar om er mijn ontbijt te eten bij een warme koffie.

Via landelijke wegen verlaat ik Bourganeuf. In de verte hoor ik geweerschoten. Geblaf. Jagers. 

In de verte twee wandelaars. Wandelstokken, een kleine rugzak. Pelgrims. Terwijl de man beelden neemt van de natuur, praat ik wat met de dame.

Geronk. Motorgeluid. Onmogelijk te achterhalen vanwaar het geluid komt. Plots scheren ze in een snelheid langs mijn rechterkant. Heel onvoorzichtig en zelfs gevaarlijk om op zo een snelheid in een bos en op een wandelweg te razen zonder rekening te houden met anderen. De natuur wordt vernield.
Ik ben wel blij om tot de vaststelling te komen dat, ook al is de beweging en geluid voor mij geweldig, ik bij mezelf kan blijven. Terwijl ik vroeger zou gevloekt hebben en me kwaad hebben gemaakt. Het tegengestelde is aanwezig. Ik voel twee bewegingen in mijn lijf. Een stroom in mijn rug die een dalende beweging maakt, een stroom vooraan, in de breedte, die ruimte brengt.

Mijn gedachten dwalen even af naar wat de weg me gebracht heeft en wat het me brengt. Ik voel dat het wat met me doet en wordt wat weemoedig. Ik laat het gebeuren. Dingen worden me duidelijk. Eigenlijk beetje verwonderd van mezelf, verwonderd omdat ik me eerder als een solitair persoon aanzie en niet in groep. Ik voel dat de tijd is gekomen, dat de tijd rijp is om naar buiten te komen met het pelgrimeren, wat het pelgrimeren met zich meebrengt. Tijd om de beweging naar buiten te laten gaan ipv alleen op stap te gaan. In verbinding te gaan niet enkel achter een scherm, wel mij te richten naar groepen, in groepen gaan staan. Ik laat het gevoel en wat er voelbaar aan het gebeuren is zijn weg vinden en zoeken. Wordt vervolgd…

Mist

Weer zo een nachtje…wakker…dromen…wakker… Een droom met torens… bossen…lange bruinen kleren… de middeleeuwen.

Zeven uur. Het is nog donker buiten. Ik warm de rest van mijn avondmaal op. Een half uur later verlaat ik de Gite ‘l’école des filles’

Ik daal het dorp Saint-Martin tot aan het bos. Een dikke mist hangt boven de velden. Het enig geluid zijn dauwdruppels die hun weg zoeken. Muisstil. In de verte stromend water, ik blijf mijn oren spitsen, daar mag ik heen.
De mist tovert het bos om in een feeëriek tafereel. Hoge naaldbossen. Landelijke wegen. Herdershuisjes…schuren omgebouwd tot prachtige huisjes.

Oeps, ik mis mijn weg en bevind me plots diep in een kastanje bos. Door de vele bladeren is de weg niet meer zichtbaar. Geen zon die me mijn schaduw tovert, gelukkig heb google maps die me de richting wijst.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in Bourganeuf. Jongeren op een terras. Ik hoor ze spreken over pelgrimeren, overnachtingen. Net voorbij…kom ik even terug op mijn passen. Ik leg mijn armen op de afscheiding van het terras. ‘Pardon, je suis a la recherche d’un hébergement pour une nuit.’ Een jonge juffrouw, Nancy, ‘bhein oui, bienvenue chez nous. Mes pas tous de suite. Ce soir.’ Ik krijg een telefoonnummer. ‘C’est simple. Vous prenez la rue en face. Le numero sept. La porte est toujours ouverte.’

Ik wandel eerst wat rond in de stad. Na een uur sta ik aan deur nummer zeven met een hazelnotentaart. Een jong koppel, vier kinderen. Inderdaad ‘la porte est toujours ouvert’….vrienden komen er in en uit. Twintig jaar jonger, een openheid en met een brede kijk op het leven. Nancy voert haar achtentwintigste verjaardag. 
Terwijl de volwassen samen aan tafel zitten met tabak…wiet…bier…sterke drank en met als onderwerpen werk, verschillende lagen van de bevolking, inkomens, geld…hoe overleven…
zit ik samen met twee kleuters in de zetel te kijken naar een tekenfilm over vikings en draken.
Een jeugdige avond na een vermoeiende dag.

Zelfzorg

​Eymoutiers. Een vrouw komt aangelopen in lange fluweelachtige kleren in paars getint. Rond haar hals een Tau-kruis, ‘Vous aller ou?’, vraagt ze me. De grote rugzak, wandelstokken en de schelp hebben haar aandacht getrokken. Een pelgrim. Ze nodigt me uit bij haar thuis en ga er met plezier op in. 

Terwijl Muriel verder haar namiddag planning invult, ga ik met mijn vuile kleren naar een wasserette. Niet zomaar een wasserette, een plaats waar mensen met mentale en lichamelijke beperkingen aktief kunnen zijn binnen de maatschappij. Met plezier steun ik deze vereniging. 
Ik blijf hangen aan een etalage. Schoonheidsinstituut. Hmm, verleidelijk. Een deugddoende gezichtverzorging. Met een fris gevoel in mijn gezicht ga ik terug naar Muriel.

La Collégiale, église abbatiale de l’ancien monastère Cistercien

La Collégiale

Op mijn voeten een vlooi. Oeps…en nog één en nog één. Om het ergste te vermijden en een goede nachtrust te kunnen nemen verlaat ik het huis met een wat vervelend gevoel, maar een vertrouwen dat het goed komt.
Ik bel haar. Antwoordapparaat. ’s Avonds spreek ik af met Muriël in een kunstcafé. En praten we over de weg.
Ik ben blij dat ik in deze situatie ben opgekomen voor mezelf. Gedacht heb aan zelfzorg en ik zonder vrees de situatie heb kunnen uitleggen. Zonder spanning. De fijne avond en het dankbaar woord van Muriel voor mij eerlijkheid. Deze interactie samen zorgde voor een warme en gezellige avond.

Eymoutiers

De volgende dag. Het voelt wat vreemd aan om te zien dat van de ene plaats – met soms enkel 20km verschil – de bossen nog groen staan. Terwijl aan de andere kant l’été Indien al goed aan de gang is. Zelfs paardebloemen staan hier nog vol in bloei. Maïs is terug zichtbaar en ver van rijp. De tuinen kleuren zich met najaarsbloemen.
De campanula probeert overeind te blijven en trotseerd de ochtenddauw.

Achtermij in de lucht een grote dikke wolk. Brand in la Haute-Vienne. Regelmatig kijk ik achteruit om te zien dat de brand op afstand blijft. Na uren is de wolk de horizon gaan vullen met een bruine laag in de lucht.

Langs de weg vele kruisen in verschillende vormen en verschillend versiert.

Af en toe hou ik halt bij dieren, zijn het geen koeien dan sta ik te praten met schapen. 
Onder een boom. Armen gespreid, gezicht naar boven gericht. Ik draai rond. De wind, gedoopt door vallende bladeren. Hoog in de lucht de roep van de buizerd. 

Tonoo

Slapen in een yurt, dit is ontwaken in balans. Mijn eerste nacht sedert lang dat ik aan één stuk sliep. Boven mijn hoofd een tweehonderdjarige eik die zichtbaar is door het dakraam of Tonoo. Geen muren in steen, enkel een natuurlijke zachtewand in wol en katoen.

Ik neem afscheid van Jérome, Jean-Michel en Gandalf de hond.

In Treignac, haal ik mijn voorraad voeding, Chocolade voor bij een dipmoment. Kwestie van deze snoepgewoonte niet te verliezen. 🙂
Een kerkhof. Geen muur, een zeldzaamheid. Hier kan dood en leven gewoon naast elkaar staan. Fijn om te zien. Grafzerken worden ontdaan van mos. Bloemen worden neergezet. Het doet me herinneren dat we bijna 1 november zijn. De dorpen en steden zien er vaak verlaten uit. Leegstaande huizen. Huizen met een ziel. Huizen die aantoonde dat het hier ooit een drukke stad is geweest, waar leven voelbaar was.

Treignac

De geur van den die zich mengt met de geur van de bramen. Een heerlijk natuurlijk parfum. De hoge denne bossen vind ik fijn om in te wandelen. Ze voelen naar energie totaal anders aan dan loofbomen. Mijn voorkeur gaat naar een dennenbos. Het voelt energieker en het idee dat verbinding hier veel gemakkelijker kan. Een fijne stroom is vaak voelbaar in mijn lijf, een stroom die subtiel aanwezig mag zijn zonder er een plaats is waar het heviger is dan een ander. Dit is nieuw voor mij en aangenaam om gewaar te worden.

Op een paar dagen heb ik drie departementen doorgewandeld. Correze, Haute-Vienne en nu la Creuse verder richting Bénevent l’Abbaye.

Een kraan die kraait. De zon zorgt ervoor dat er terug vierentwintig graden is. De geur van koeienmest. Stromend water. Poezen hier en daar. De geur van hooi. Een venster opent zich, een man ‘par la’ terwijl hij me de weg wijst. De spinnenwebben zijn talrijk aanwezig. Afwrijven is geen oplossing ik kan ze enkel vewijderen als ik ze vastneem. Taai zeg.