La Lozère

Mont Lozère

Zittend op een terras. Kijkend in het oneindig. Zondag. Mijn dagboek… hmm, moed en inspiratie ontbreekt me om de voorbije drie dagen, in herinnering terug te keren en om deze elk afzonderlijk te posten, alsof ze al zo ver weg zijn.

Een warm windje draait in het rond. De Franse taal krijgt een zingend accent. Op het eerste verdiep van een café-brasserie staat iemand zijn vensters te poetsen met keukenrol en een blauw chemisch product. Ik breng mijn hoofd achteruit, een blauwe lucht, groene grote bladen van de platanen. Links voor me een protestantse tempel. Les Cévennes en zijn verleden waar in de jaren 1685 de protestanten werden vervolgd door, deze die ‘les Camisards’ werden genoemd. De brandstapel, het koord, le boureau waren hier niet onbekend.

De voorbije dagen waren prachtig, zoals de vele andere. De schitterende oneindige landschappen van de Lozère, les Cévennes… Een paar hevige klims van 1400 tot 1600 meter. Le Mont Lozère, le Moure de la Cardille, le Signal de Figniels… Een omgeving naar mijn hart met zijn rijke fauna en flora. De gieren die kort boven mij uitvlogen. De krekels die onbeweeglijk blijven zitten wanneer ik dichterbij kwam. Het Icarus vlinder die zich gewillig liet in beeld nemen. De hagedissen die op de vlucht gaan bij het horen van mijn voetstappen. De zoete geuren van de naaldbomen en Linde… De kleuren van de Heide velden en het heldere water…

De kortstondige ontmoetingen met wandelaars. Het ritme en de beweegredenen van de randonneurs die verschillend is met deze van de pelgrims. Het commerciële van de Stevenson en de verplichte Demi-Pension. Het overdaad aan voeding… versus de eenvoud van het leven.

Het trouw blijven aan mijn eigen weg, aan mijn Instinct. En af en toe de tegenovergestelde richting nemen. Mijn barometer, mijn lichaam en niet de weg die ooit iemand anders heeft vastgelegd. Een niets moeten en van dag op dag voelen en zien welke richting ik uitga, afhankelijk van de omgeving, weersomstandigheden en mijn conditie. Het geloof in mezelf en vertrouwen in het leven dat wat mag, er zal zijn, ook al hoor ik dagelijks dat ik moet reserveren voor overnachting. Ik kan het niet en toch heb ik iedere avond een overnachting en komt er een oplossing uit het niets.

Mijn conditie, mijn wintersjasje begint stilaan weg te smelten. Mijn voeten zijn bijna genezen en wanneer ik erna kijk doen ze me denken aan de huid van de Nomaden die met een caravaan door het Zuiden van Marokko trokken.
Iedere avond krijgen mijn voeten een massage met olie van etherische oliën – Gautherie en Helychrisum- deze avond kreeg ik een extra flesje van Monette. Monette’s haar eigen zelfgemaakte Valeriaan olie. Zelfheling en taping, na een week is de pijn stilletjes aan verdwenen. En dan afwisselend wisselen tussen de vijfvinger schoenen en sandalen. Waw, wat een vrijheid aan de voeten. Mijn linkervoet mocht blijkbaar duidelijk gaan aarden. Door te gaan gewaarworden en voelen wat mijn lichaam verteld, want ja een lichaam spreekt, ben ik af van de steunzolen en heb ik hierdoor vrijheid gegeven aan mijn lijf en kan het terug natuurlijk bewegen.

Op de col du Finiels… mezelf zien lopen in een wit transparant linnen kleedje, met knopjes en broderie anglaise. Een strohoed in de hand. Ik voelde mijn lichaam dansen in deze immense ruimte die me omringd. De dag nadien tussen de Heide wandelend zag ik me dan eerder als een herderin lopen, rode voeten verbrand door de zon, een houten stok onder de arm, zoekend naar planten, haar kudde schapen in de verte.

Mijn lichaam die begrenst is, zich vult met de grootsheid die rond mij aanwezig is… Om dan het samensmelten gewaar te worden met de grote oneindigheid die lichaam, geest en ziel voed. Mijn woordenschat is eigenlijk te ‘pauvre’ om mij hierin uit te drukken.
Mijn eigen kracht die blijft groeien in zachtheid en een diep gewaarZijn dat deze weg meer dan kloppend is.

Cheylard l’Évêque to Le Bleymard

Le Bleymard to Le Pont de-Montvert

Le Pont de Montvert to Cassagnas

Cassagnas to Florac

Regels

Ontwaken… een kop koffie op terras met Aurelie, we deelden samen een gîte. Een boekje valt uit haar rugzak op de grond… Een titel, een naam van de auteur ‘Liudmila…’. “OH, merci Aurelie. Cela me fais rappeler que je doit mettre mon téléphone sur la sonnerie.
Samen met Aurelie verlaat ik het dorp Pradelles. Een stad kan het niet meer genoemd worden, alles is er bijna dicht. De typische zuiderse galerijen, daar waar vaak kunstenaars of ‘artisan du pays’ te vinden zijn, zijn verlaten.

Op het einde van het dorp staat een vrouw met twee mannen te praten. ” A voilà des rondanneurs. Bonjour”, zegt de vrouw. “Vous les prenez pas avec vous sur le chemin.”, terwijl ze lachend kijkt naar de mannen. “Ah non merci je porte déjà ma grand mère avec moi !” We steken de hand op naar elkaar en zwaaien.

In mijn rugzak een foto, de paternoster, een kaarsje en een gedroogd roosje van de begrafenis van mijn grootmoeder….op weg naar het Zuiden.

In Langogne een eerste halte. Ik stap het toeristen bureau in. Een stempel voor mijn credential. “Vous faites quelle chemin. La Stevenson, la regordane ? “, vraagt de vrouw voor op de lijst van statistieken. “Aucun des deux, je fais le chemin de Marie de Magdala” “Ah, je connais pas.” “c’est bien possible je le crai mon même.” “Ah, vous m’avez u”.
Ik verlaat het bureau. De letter L geincrusteerd in de stenen.
Een bezoekje aan een prachtig Romaans kerkje die op een route des Templiers ligt.

In mijn rug hoor ik een sirène… De brandweer kazerne van Langogne. Het is middag. De vergezichten zijn subliem. Bossen van naaldbomen afgewisseld met velden en waar af en toe een dorpje te voorschijn komt.
De bermen zijn gekleurd in paars en gele tinten. Een huwelijk van de Centaurea en Sint Janskruid. Om de zoveel tijd staat een klein stenen bouwsel, waterputten.
Een strakke wind laat zich af en toe horen in de kruin van de naaldbomen. Hier en daar het geluid van een waterbron, omcirkeld door de geluiden van vogels en krekels.
In de verte grijze, witte wolken. Een onweer kondigt zich aan.
De zon kaatst op mijn voeten…

Een wagen raast me aan een snelheid voorbij in een doodlopend straatje. Een hond jankt… auw.
Wat verder de wagen. Ik ga kijken.
“Vous cherchez la route madame”, roept een lachende vrouw vanop haar balkon. “Non, je vient voir la voiture. C’est à vous ?” “Non à mon petit fils.” “Bhein dans la région en doit pas avoir peur de la ‘bête de Gévaudan’. Mes plus tôt de cette bête à 4 roue.”

Een rivier. Een dorpje. Een grasmachine. Een waterbron….ik geniet van het kolkend water die mijn drinkfles vult met verfrissend water rechtstreeks uit moeder aarde.

In een bos… het is er muisstil. Naaldbomen en grote rotsen. Verschillende energieën zijn er voelbaar. Harteklop… ik wacht en geef mijn lichaam de tijd om de omgeving op te nemen. Heel traag wandel ik rond. Ik neem contact met een rechtstaande kolossale rots… Het voelt zacht en gedragen.
Ik draai me om… en ga naar een platliggende rots. Mijn ademhaling versneld. De energie voelt te krachtig aan, ik kan het niet lang houden en verlaat de rots… Een diepe zucht…

”s avonds overnacht ik een dorpje met enkel 25 inwoners. Ik ben er genoodzaakt in de herberg te verblijven, in half pension. De burgemeester, eigenaar van de herberg laat wildkamperen niet toe. Jongeren vragen om er de tent op te zetten in een tuintje. Neen, is het antwoord. De mensen hebben schrik dat er een gele plek zichtbaar zou zijn in het gras… Hmm… We zijn midden de natuur… Beetje vreemd..
De extra regels van de Covid maakt het niemand gemakkelijk. Een slaapzaal van 12 kan enkel één persoon verblijven. Hebben de mensen schrik van de Covid of eerder schrik van de staat die macht uitoefend en zwaait met strenge sancties… Het laatste krijgt de bovenhand.

https://youtu.be/xeVFO1WtZcA

Marc

Gérard en Jean-Paul zijn vroeg uit de veren. Zittend in mijn slaapzak, geniet ik van het zien van de opgaande zon. Straks keer ik even terug richting de bar voor een heerlijke kop koffie om mijn dag te starten. Mijn lichaamsritme ”s morgens is wat meer te vergelijken met deze een locomotief …traag en evenwichtig volhouden in de dag.

Ik bevind me op de weg van Stevenson (Robert Louis Stevenson) een Schotse schrijver en zijn ezel Modestie, die in 1878 een voettocht ondernam van Le Monastier-sur-Gazeille naar Saint-Jean-du-Gard. Hij maakte deze reis ondermeer om een ongelukkige liefde te vergeten, maar als protestant was hij ook geïntrigeerd door de Cévennes, de streek waar zich in 1702-1704 “la guerre des Camisards” was.

In Landos, een aangenaam dorpje is er de plaatselijke wekelijkse markt. Een paar kraampjes met lokale voedingswaren. Honing, geitenkaas, fruit en gedroogde worsten. Ik spreek twee mensen aan, Marcel en Christiane. We staan er een half uur te praten over de markt, les gendarmes pendant le confinement, le village… “Vous avez tous ici les yeux éclatants à Landos ?” Twee vrolijke, hartelijke mensen.

Na een pauze op terras maak ik me klaar voor een volgende zeven kilometer. Het valt me op hoeveel wandelaars hier aanwezig zijn. De Stevenson is een veel gebruikte weg. Ik kijk nog even om, in mijn linker ooghoek zie ik een man in de rug. Mijn intuitie wordt iets gewaar.

Aan een fleur- en kleurrijk huis hou ik even halte. “Bonjour monsieur, il y a marqué ‘les écoliers’. C’était une école ?” “oui, il y a bien longtemps.” De man is een beeld aan het installeren op het poortje van het huis. “Ma femme dit que ce serait plus jolie la sur le mur.” “Bhein…”, met wat een voorzichtigheid en op deugniet wijze, “votre Dame je la donne raison…”. We praten over eetbare bloemen.. De man roept zijn vrouw door op de huisbel te duwen. Ze functioneerd niet. “Oh, Tous ce que je fabrique casse ou ne fonctionne plus.”,terwijl hij lacht. Zijn vrouw kkmt naar beneden. We blijven een tijdje praten en wisselen elkander ze naam uit.
“La croix et Rivière et ma grand-mère s’appeller Chapelle.”…

Later in de dag kruis ik wandelaars. Een paar meters nadien voel ik iemand in de rug. De jongeheer die ik in de rug zag in Landon. We beginnen te praten. Zijn ogen zijn verstopt achter zijn donker brillenglazen.
In het gesprek hoor ik het woord ‘para’. Mes alors votre Ange Gardien c’est St. Michel. De man die Marc heet krijgt kippenvel wanneer ik het hem vraag. Ik deel de bijzonderheid van onze ontmoeting. Op dezelfde manier werd ik iets gewaar en opdezelfde manier gebeurde de ontmoeting zoals met Jean-Paul op mijn vorige tocht. Ook Jean-Paul is para.

In Pradelles nodig ik hem uit op terras. Nadien bezoeken we samen het dorp en de kerk. Bij het binnenstappen in de kerk zie het eerste beeld, St. Marc. Benieuwd of Marc het zal zien. Ik wandel de kerk rond. Marc zit op een bank kijkend naar het beeld. Hij kijkt me aan en lacht. Ik lach terug. Ik kijk op en zie een glasraam waar de Aertsengel Michael staat uitgebeeld. We beginnen allebei te lachen. Uitleg was overbodig.

https://youtu.be/bb3Hin2Yz7w

Pradelles

Nachtuil

Vals-près-le-Puy

Naar de kathedraal… In een uithoekje van de kerk neem ik plaats en sluit ik mijn ogen. Iedere morgen wordt hier een misviering gegeven voor de pelgrims. Op het einde krijgen de pelgrims dan een zegen. “Vous faites le chemin. Vous allez à Compostelle? Allez y, mettez vous devant”, vraagt en zegt een vrouw in bijna porceleinen pakje. “Merci beaucoup madame. J’ai reçue ma bénédiction à Vézelay à la Basilique Marie Madeleine.” De vrouw stapt verder en komt even terug op haar passen. “Je vous prends avec dans mes prières”, voegt de vrouw eraan toe. Wat later komt een zuster naar me toe… “Allez y, allez y…”. “Merci ma sœur…” en ik herhaal wat ik tegen de vrouw zei. “Mes allez y c’est l’évêque…”. “Non, merci ma sœur”.
Ik hoor de man vertellen wat een pelgrim nodig heeft onderweg…. een bijbel, een paternoster ,…en op het einde “.. et il est indispensable, les pèlerins doivent s’aleger sur le chemin. Donc n’oublier pas de laiser la petite monnaye, cela vous évite du poids”….
Een metalen luik komt uit de grond, 2 grote metalen poorten openen zich. Een trap richting de stad wordt zichtbaar…. “Suivez la coquille”, hoor ik nog zeggen terwijl ik afdaal.
Beneden, aan een splitsing volgen twee mensen me. “Vous allez à Compostelle ?” “Oui, en suit le GR”. “” Ce n’est pas le bon GR. ” Ik keer even terug op mijn passen en toon hen de blauw-gele schelp.

Boven op een heuvel komen twee mannen mijn richting uit.
“Bonjour, vous faites le chemin de Saint-Jacques ? ” en terwijl ik de vraag stel zie ik in zijn handen de topogids van ‘le regardon’. “Non, la on terminé. Nous avons fait une boucle sur le Stevenson et le regardon. Saint-Jacques je les fait l’année passer. C’est la que on sait connue.”… des amis du Chemin.

De geur van koolzaad. Vlinders fladderen rond me heen.
‘un aire de repos pour les gents du voyage’. Allemaal witte caravans en witte wagens. Wat fijn om deze verandering te zien en dat men doorheen de jaren deze mensen een plaats heeft gegeven in de maatschappij en niet meer uitstoten worden zoals voordien.

De weg gaat vlot via open landschappen en vergezichten.
Een aangename energie komend vanuit mijn voeten stroomt zachtjes door meheen en blijft zalig hangen ter hoogte van mijn bekken… Deze energie herken ik en mag ik vaak gewaarworden op mijn weg. Fijn deze terug te ontvangen. Vrij, puur, zacht… Ik geef er aandacht aan, zonder een moeten of verplichting, zonder ze proberen vast te grijpen… zodat ze vrij kan blijven ronddraaien… Een van de fijnste en aangenaamste energieën die ik ken en die mijn lichaam voed. Ik zou het kunnen noemen, liefde bedrijven met het leven.

Op een brug hoor ik twee mannenstemmen. Jean Paul et Gérard. Jean-Paul draagt een leuk Sikkepitje met 3 pareltjes. Ik wandel wat mee met hen en we wisselen wat verhalen vanop de wandelwegen. Wat fijn om plots tussen twee mannen te wandelen, een gevoel van gedragen te worden. Ik geniet ervan.

Een broodnodige halte in een dorpje. Mijn voeten vragen rust. Ik ga aankloppen voor water…. “Vous avez pas de chapeau?” “Bhein si je l’ai enlever pour vous dire bonjour.” “Oh vous êtes mignonne.”
Ik haal een boekje uit, ‘prier 15 jours avec Etty Hullesum’… Een boekje die ik 1 jaar geleden van frère Bruno kreeg in l’abbaye de Leffe. Met de gedachten en een poging deze uit te lezen tegen ik aankwam in Dinant. Helaas.
Ik zet me op de boord van de bron en plons mijn voeten in het verfrissend water. De zon kaatst op het water reflecteert een dansend lichtspel onder mijn zonnehoed…

Een hond achter omheining kondigt aan. Zijn geblaf weergalmt in het dorp. De geur van de L’inde verwelkomt. Een man staat in zijn tuin. “Vous avez pas peur comme cela une femme toute seule sur le chemin ?” “Oh, non. C’est justement le chemin qui m’a enlever mes peur.” “Et vous allez où comme cela ?” “Bhein je cherche un endroit pour passer la nuit.” “Vous avez un matelas ?” “Non, j’ai envoyer à la maison. Je ne supporter plus le poids, qui pourtant étais léger.”

En zo beland ik in de moestuin van Pierre om onder de sterrenhemel in openlucht te slapen. Gérard en Jean-Paul hebben me vergezeld.
Ik zoek een plaatsje op het gras. Al snel vallen de twee heren in slaap en bewonder ik de wel vijf nachtuilen die kort over meheen vliegen. Wel een beetje schrikken, het is ook geen alledaags tafereel. Prachtig om te zien hoe de uil zijn kopje draait wanneer hij telkens over meheen vliegt en me aankijkt. Een hemels geschenk.

https://m.youtube.com/watch?v=boJTa3qBV7I&feature=youtu.be

Aiguilhe

Aiguilhe – Chapelle Saint Michel

Lyon, 6u30 in de morgen. Geen kat te zien.
‘Le train pour Le Puy-en-Velay entre en gare…’, zegt een stem door de luidsprekers.
Een groepje van vijf jongeren stappen mee in. Het is rustig. De trein conducteur komt me melden dat ik hem kan volgen in het volgend station. Mijn wandelstokken en rugzak deden hem vermoeden dat ik naar Le Puy-en-Velay ga.
Ik geraak ontroerd bij het zien van de landschappen. Bossen, ruines, kastelen, La Loir Sauvage… La nature dans toutes sa pureté. Een traan van vreugde rolt langs mijn wang. Mijn hart lacht. Ik dommel in.

Le Puy-en–Velay. De vele trappen opwaarts nemen me mee richting de kathedraal.
Een misviering is gaande. Hmm, na Vézelay, een hemelsbreed verschil. Klassiek, beetje autoritair en om dan niet te vergeten op het einde een grote omslag wordt in de handen geduwd.

In de ‘shop’ van de kathedraal vraag ik naar een overnachtingsplaats. In totaal zijn er nu 30 bedden beschikbaar voor pelgrims… al de rest is gesloten. Alles is bezet. Een zuster wandelt heen en weer…. Haar grijze pij is strak om haar gezicht, een paternoster hangt aan haar bruine lederen centuur. “Bonjour ma sœur avez vous la possibilité d’héberger une pèlerine svp”…. Een half uurtje later sta ik aan het vroegere Clarissen klooster… een huis, huisnr 3, chambre Clarisse.

In de namiddag ga ik naar Aiguilhe, naar de rots ‘Chapelle Saint-Michel’ gebouwd op restante van een oude vulkaan.
Na Monté San’t Angelo (Gargano, It) en Sacra di San Michèle (Turin, It) werd deze kapel gebouwd.. Nadien volgde Mont Saint-Michel…

In 2013, terug komend van vakantie met Tineke en Janus, volgde ik mijn instinct en hielden we hier een halte op de terugkeer. In deze kapel, toen verwoorde ik ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’…Nooit gedacht dat deze woorden die ik toen spontaan uitte ooit werkelijkheid zouden worden. Pas door een ontmoeting met een priester, op mijn weg in 2018 herinnerde ik me dit moment…. De start van mijn pelgrimeren

https://debelsjasmine.com/2018/06/06/fiorenzuola/

Het is er zo zalig vertoeven dat ik de tijd niet voorbij zie gaan. Een paar uur laat ik me onderdompelen door de aanwezig gedragen energie die hier heerst. Tranen vloeien zonder enige reden, een oneindige vreugde is voelbaar…
Heel blij dat de weg me hier terug naartoe nam… 7 jaren later.

Richting Le Puy en Velay

Na een nachtje onweer en genieten van lichtflitsen over het brede landschap… maak ik me vertrekkensklaar om naar de Laudes te gaan en de pelgrimszegen te ontvangen.
Mijn kamer krijgt een poetsbeurt, het bed een extra ontsmetting beurt omwille van de gezondheidsmaatregel die er overal heerst. In ‘la salle Saint-Jacques’ zet ik koffie, en maak ik het ontbijt klaar. Wat fijn om het brood te nemen en het straks te mogen delen met andere pelgrims. De morgen… een voor mij een dankbaar moment in de dag tijdens de voorbije week. Pelgrims een goedemorgen wensen, hen begeleiden naar de Laudes en telkens ontroerd geraken bij het zien wanneer ze hun zegen ontvangen. Te zien hoe mensen zich met een zeker broosheid voortbewegen en Frère Benoît-Joseph volgen tot aan het altaar om er een zegen en ondergedompeld te mogen worden door het gezang van de confraterniteit, waarbij de zangnoten bijna als parels je ganse lijf balsemen, zo mocht ik het toch ervaren, telkens weer.

Hospitalière, het was een prachtige week. Zo dankbaar dat ik op deze manier, wat ik zelf op de ‘weg’ mocht ontvangen in alle bescheidenheid mocht doorgeven. Mensen terug zien vertrekken met een opengezicht na een zware lastige dag.

Afscheid nemen van de confraterniteit die ik een handje mocht helpen. Ramen poetsen, een extra schoonmaak hier, eentje daar…

Richting Avalon met Martine om er met Dominique dan naar Lyon te rijden en verder naar Le Puy en Velay waar ik de weg verder zal stappen.

De rit naar Lyon gaat heel vlot. Aangekomen in Lyon. Het is bijna een chock…. De eerste grootstad – vooral de drukte en hectisch gedoe- sedert bijna 4 maand. Ik kies voor een avondje jeugdherberg en vroeg in de veren.

Nikhil

Narthex

Chemin de lumière

Wat fijn om ergens toe te komen zonder enige notie van tijd, om dan te horen dat het zomerzonnewende is.

Ik sta in de keuken ‘St. Jacques’, een man komt binnengewandeld met de rugzak en een mooie, eenvoudige houten wandelstok. “Bonjour, je peut vous aider ? Je suis Jasmine, l’hospitaliere . Désiré vous un endroit pour dormir ?” Met een open en warme glimlach antwoord de man, “Non, merci la sœur m’a dit que je peut poser mon sac. Je vais visiter la basilique et le village.” Terwijl we aan elkander verder delen welke bijzondere plaatsen we reeds gezien hebben, wat we er hebben gevoeld en hoe de weg ontstaat,
hebben we heel snel door dat we op dezelfde golflengte zitten. Een zachte blik, fonkelende ogen, een aangename verschijning. Nikhil, een bijzondere naam. Wat fijn om iemand te ontmoeten die over dezelfde onderwerpen kan praten Maria van Magdala, Rocamadour, Yeshua, Aertsengel Michaël, en alle bijzondere plaatsen waar ik reeds was… om dan te horen dat Nikhil op dezelfde plaatsen is geweest in het zelfde jaar met een paar maand verschil, voor mij. Terwijl hij verder op de heuvel wandelt, vul ik mijn dagboek aan en verwelkom ik pelgrims.

Om 14u wandel ik richting de Basilique om naar het lumineus lichtspel te gaan kijken van de zomerzonnewende. Deze keer valt het licht niet op de taferelen aan de zijkolommen van de zijbeuken zoals tijdens de winter Solstice, wel pal in het midden op de grond van het schip, vanaf de narthex tot aan de kruising.

Ik neem plaats onder de narthex. Er is vandaag veel volk in de basiliek. In de verte zie ik Nikhil afkomen. Plots ziet hij me staan en vraagt of hij naast mij mag komen plaats nemen. “Absolument, avec plaisir”. Hij komt op mijn linkerkant staan, dit voelt fijn. Ik doe mijn schoenen uit, hij volgt. Ik sluit mijn ogen en wordt gewaar. De plaats waar ik sta voelt als een krachtige lijn recht naar beneden. Mijn voeten voelen stevig en beetje per beetje voel ik de pijn aan mijn linker voet wegebben en voelen mijn voeten bijna oneindig worden in het vertikale. Alsof geen grond aanwezig is. Terwijl we er beiden met gesloten ogen staan voel ik af en toe een verre beweging rond ons ontstaan. Mijn ogen openen. Rond ons is een onzichtbare cirkel ontstaan, een soort bubbel waar mensen bijna niet durven of dan heel voorzichtig binnen komen. Ik kijk naar links over mijn schouder, Nikhil kijkt naar rechts over zijn schouder. We glimlachen naar elkaar en zonder woorden hebben we elkander begrepen. Hier zijn geen woorden voor, het gaat boven al het vatbare.
Voor mij zie ik het licht in rechte lijn voor ons verschijnen, op 2 lichtpunten na, de 1ste en de 9de.
Beiden hebben we zin om de ganse lengte te wandelen tot aan het doksaal. Nikhil laat me voor hem starten. In een vol bewustzijn wandel ik de weg af. Licht… schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Op ieder lichtpunt hou ik halte en laat ik me onderdompelen … Een intens rustpunt.. .de schaduw, langer en ruimer… daar waar het licht de schaduw raakt zijn als momenten in het leven, die men nooit meer vergeet, nooit meer verdwijnen, gedragen door het Licht. Oneindig.

Terwijl ik onder de narthex stond intrigeerde me iets. Een beeld komt te voorschijn voor mijn netvlies, in de straalkapel heb ik een herinnering dat ik daar in 2014 het beeld van Maria van Magdala zag staan. Terwijl daar nu, Maria staat.

Aan het doksaal hangt een koord. Op de eerste trede het laatste lichtpunt. Ik maak de koord los… een man maakt een opmerking. Diep van binnen voel ik… niemand zal me weerhouden… En zo voelt voor mij deze pelgrimstocht die ik onderneem. Niemand zal me weerhouden, daar waar ik zo krachtig voel ‘Dit is mijn weg’….traag en zeker en met een vastberadenheid… Wandel ik naar daar waar ik mag Zijn. Verder naar binnen.
Ik zet mijn voet op het laatste lichtpunt, wel niet het eindpunt…

Op mijn blote voeten daal ik de paar treden naar de crypte. In de rechter flank valt me voor de eerste keer op dat er muren zijn toegevoegd. Een verborgen ruimte?

Terug buiten…
Wawww… We omarmen elkander. Wat moois wat we elkander hebben mogen geven en wat we hebben ontvangen. Nikhil… kijkt me aan en steekt zijn hand uit… hij legt een medaille in mijn hand… Maria van Magdala… “Un Bon Chemin à toi vers Maria Magdala et la féminité elle est la, elle est bien en toi”. Nihkil weet een gevoelig snaar te raken.

”s Avonds ga ik naar de Vespers en voor de eerste keer in mijn leven is het niet de habijt van de monnikkken die me spreekt. Integendeel ze is zichtbaar, niet meer dan dat. Voor de eerste keer is het de habijt van de zusters die me aanspreekt.
Groei.

Dankbaar om wat de weg en mijn dag bracht, ga ik een rustige nacht tegemoet.

Bekijk hier een kortfilm

Crypte

Vézelay

Abbaye de Pontigny

Met twee verse eieren, een handje vol verse kersen en na een zachte nacht ten huize Joce. Verlaat ik met Joce Eaux-Puiseaux.ze brengt me wat verder op de weg richting Auxerre waar ik de trein zal nemen naar Vézelay. Waar ik hopelijk een paar nachten kan blijven om mijn voeten te laten rusten.

Wanneer je als pelgrim op stap bent is het moeilijk om op eenzelfde plaats te blijven. Ook al zou het mij waarschijnlijk wel lukken om bij particulieren langer dan 1 nacht te verblijven, toch zou ik het niet ideaal vinden om op priveterrein van een persoon, die gisteren nog een onbekende was, langer te zijn. Ook de nood aan het bouwen van – al is het maar voor eventjes– een eigen nestje om op krachten te komen. Ik voel dat de laatste dagen heel veel van me gevraagd hebben. De regio na Sedan voelde zwaar aan en de voorbije dagen in de velden, waar er zelden nog natuurlijk-groen was heeft werkelijk lood in mijn schoenen achtergelaten. De bomen, de bossen, de zachte grond, de dieren – mijn reisgenoten – waren plots verdwenen. De energie dat ik hiervan ontvang is groot, tot zelfs zo dat ik geen honger heb.

In verblijfplaatsen voor pelgrims is het enkel toegelaten om er één nacht te verblijven, op een paar uitzonderingen na nl ziekte of wanneer je als pelgrim reeds één maand onderweg bent.

Mijn weg gaat vloeiend. Langs de weg zie ik een vrouw uit haar wagen stappen. “Bonjour madame, vous repartez direction Auxerre ?” “Oui”. “cela vous dit de me prendre un bout de chemin ?” “Oui, attendez moi. Je reviens.”. En zo heb ik vloeiend een eerste lift. Een heel fijne dame. Ze deelt wat haar laatsleden is overkomen ivm een ziekte die ze op miraculeuze wijze is doorgekomen. Haar geloof in het leven, het groter geheel en haar vertrouwen waren haar kracht om er door te komen. Uiteindelijk tijd de vrouw me nog een 15 km verder en zet ze me af aan l’abbaye de Pontigny.

Een bezoekje aan deze mooie plaats om dan heel vlot terug een lift te krijgen voor de volgende 25 km. Waar ik dan nog 1 uur wandel tot aan het station. Een kwartiertje wachten op de trein. Aangekomen in Sermizelles, vraag ik een vrouw of ze richting Vézelay gaat, “oui”. “Est ce que je peut venir avec vous”. “Allez, monter”, en zo kom ik op een vloeiende manier aan in Vézelay. Zalig, toch wanneer je in vertrouwen in het leven staat, dan ontvang je wat je nodig hebt. Right time, right place.

Centre Madeleine. “Bonjour sœur Marie-Christine.” “Bonjour, Jasmine. Tu est en pèlerinage ?” “Oui, il y a t’il une chambre de libre. J’aurais besoin de repos pour mon pied.” “Oh, au maximum 2 nuit.” “OK, c’est bon”. Hmm, ik weet niet of 2 dagen voldoende zullen zijn.
Ik hoor haar plotseling spreken over een drukte en extra werk. “Bhein, ma sœur si cela vous dit je peut être hospitalier. Si cela vous convient. Comme cela je peut vous soulager pour le travaille.” “Bhein, Jasmine tu veut faire cela. Tu est la au bon moment. Quelle cadeau du ciel” “Et moi cela me donne l’ocation de me reposer un peut plus et de prendre le temps de resentire ce que le chemin attend de moi”. Inderdaad, wat een geschenk… 7 dagen in Vézelay en uiteindelijk kan een kamer vrij gemaakt worden… Nr 9, dezelfde kamer toen ik hier was tijdens de 12 Heilige nachten.
En wat een geschenk… mijn voet zorgde ervoor dat ik hier net ben voor de zomerzonnewende op deze bijzondere plaats.

Basilique Sainte Marie Madeleine à Vézelay

Basilique Sainte Marie Madeleine à Vézelay

Joce

“Au revoir Anne. Merci pour votre hospitalité.” achter de kerk, hoekje om en hup een nieuwe dag breekt aan. De goede zorgen hebben me deugd gedaan. Nog geen 1 km verder stopt een dame met de wagen. “Allez monter, je vous emmène. Vous allez où”, Ik neem aan wat op me afkomt.
De vrouw zet me 5 kilometer verder af aan een benzine station. Ik zoek de toiletten. Een bar. Wanneer ik binnenstap heb ik het gevoel hier ooit geweest te zijn. En ja hoor, herkenningspunten. Bijzonder, ik kruiste op deze weg reeds 2 punten van een vorig tocht terwijl ik me niet vastpin aan bestaande wegen. Voelt wat vreemd. Alsof ik op deze tocht telkens plaatsen, omgevingen sluit… ik vind geen andere verwoording.
In de apotheek ga ik binnen voor de jeuk aan mijn voeten die me ” s nachts wakker houd. Zelfs hier herinner ik me plots dat ik op deze plaats reeds binnenkwam voor hetzelfde probleem. Hoe bijzonder.

Een lange weg voor me. Mijn voeten hebben het moeilijk, alsof ze mij niet kunnen dragen. Wat scheelt er, wat gebeurt er…
Tot ik midden de velden plots luidkeels mijn stem openzet en roep. Ik heb het moeilijk met het feit mijn lichaam niet wil en ik de weg niet zal verwezelijken zoals ik gewoon ben te doen…en dan die wagens, waarom stoppen ze… Ik begin te huilen. Kort en bondig… Een wagen komt aangereden en vertraagd. Ik veeg mijn tranen af. “Vous allez ou, je vous enmene”, hoe kan dit nu, voor de 3de keer vraagt men waar ik ga. Ik besef dat ik hulp krijg en ik deze ook mag aanvaarden. Zij zorgen er alvast voor dat ik zorg draag voor mijn voeten. “Oh, merci pour votre aide”, zeg ik aan de jonge vrouw. “Oh, avec plaisir en plus c’est à la dernière minute que j’ai desider de parti”.

Ik vraag me eigenlijk af wat de pijn me komt vertellen… Voeten, aarde, aarden, staan, sta(à) nd-punt, hmmm. Het is alvast niet dat ik niet geaard ben.

Ik wordt afgezet aan een rondpunt op een drukke baan. Ik zoek een landweg. Een van de voordelen van landbouw is dat er altijd een landweg is voor de boer en het daarop zachter lopen is voor de benen…. zachter… Hmmm. Op een pad tussen twee velden zie ik een vos en een kraai. De kraai zit op een paar meter voor de vos en telkens de vos vooruit ga, huppelt de kraai verder. Doet me denken aan le Corbeau et le renard.

Ik ben op 2 à3 dagen wandelen van Troyes. Ik stuur een messenger bericht naar Joce, die ik reeds leerde kennen op mijn eerste tocht in 2014 in Eaux-Puiseaux. “Tu est sur Troyes les jours prochaine ?”. Neen, was het antwoord. Waar ben je? Pik ik je op, kom je. Ik leg uit… en zo beland ik plots in Eaux-Puiseaux op 6 dagen stappen.
Ik heb er een fijne avond en wat een fijn weerzien. En het was niet zomaar, ik er net op dit moment ben. Joce had hulp nodig.

Ik voel dat ik een beslissing moet nemen voor de komende dagen. Nog voor de nacht mij raad kan brengen, beslis ik om morgen tot aan Vézelay te gaan. In de hoop mijn benen wat kunnen rusten.

Au Moulin

Saint Menehould

Ontwaken… Ik open wijds de ramen…De zon, een ree in het veld…van Chaudefontaine ga ik via de stad Sainte Menehould… Ik steek en brugje over… Op de muur in grote letters staat geschreven… Tony…
In een stadsparkje…
“Bhein, madame vous êtes bhein chargez.Voys allez ou ?”… “Vous conter arrive à quelle heures ?” “Bhein ce cera plus top dans 2 mois”. “Vous arrêter quand même ?” “Ah oui pour faire dodo.” “Bhein courage hein.” “Bonne journée à vous”. Zalig de vragen.

Bossen werden vervangen voor massa productie en voor het vee (Mais, gedroogde erwten, Luzerne..)
Een buizerd zweeft over het veld en balanceerd van links naar rechts en neemt af en toe een duik naar een prooi.

Verschillende mensen vragen me hoe ik mijn weg maak of hoe hij wordt gecreëerd. Hoe plan ik mijn overnachtingen.

Mijn pelgrimstochten ontstaan door ingevingen, het volgen van mijn instinct. Indien het mentale de overhand neemt, dan vloeit mijn weg niet.
Mijn overnachtingen worden niet op voorhand vastgelegd omdat ik nooit op voorhand weet waar ik terecht zal komen. Leven in het Nu, in evenwicht met mijn lichaam en de omgeving waar ik ben. Mijn lichaam is mijn barometer.

Zoals nu liggen bepaalde punten op de weg die van betekenis zijn van hoe mijn weg verloopt. Zoals Vézelay, voor de eerste keer geweest op mijn 1ste tocht in 2014 (België – Compostela)
Le Puy en Velay, daar waar ik ooit in 2013 ooit zei in een kapel (aertsengel Michaël) op een rots ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’. Nooit gedacht dat dit zou gebeuren.
Bugarach, die ik oorspronkelijk zou gedaan hebben in 2018. De weg wees me eerst een andere plaats aan. De tijd was niet rijp. Bugarach, waar ik vorig jaar voorstelde aan MiReille om me op die plaats te herdopen.
Sainte Beaume… L

Ik gebruik de app. Mapy.cz die me laat tonen waar wandelwegen zijn, ook handig want je kan er de hoogteverschillen zien.
”s morgens kijk ik waar ik ben. Ik typ in van punt À naar punt B. En dit kan nog veranderen volgens wat in de dag gebeurt of naar me toekomt en wat mijn lichaam vertelt.
Wat overnachting betreft. Ik klop aan en vraag onderdak, dit kan in een sportzaal zijn, kleedkamer vsn de voetbalclub, bij mensen thuis of buiten onder een onderdak… Meestal krijg ik onderdak bij mensen.

Aan de border van de velden Sint Jacobskruid, Sint janskruid, Knautia, Convolvulvus… Du blé et du blé barbu, de laatste vinden de everzwijnen blijkbaar niet zo fijn, het prikt op hun tong.

Mijn linkervoet doet wat pijn en voel dat ik er heel voorzichtig mee mag zijn. Een forse man in een 4×4 stopt… “Vous allez ou? Je vous emmené ? Je vais à Châlons.” “Oh, pourquoi pas, tient”… Op een horizontale lijn op de kaart rijden we richting Châlons. Op een splitsing waar hij naar boven gaat en ik verder richting het Zuiden mag, nemen we afscheid. “Merci beaucoup. C’était bien sympa et j’aimais pensez que j’aurais fait cela.” “Merci à toi de m’avoir tenue compagnie”, zegt de man. “Vous vous appelez comment monsieur ?” “Michel”. “Avec plaisir Michel. Au revoir”. Ik sluit de deur van de wagen. En die deze verdwijnen in de verte.
Drie wegenwerkers staan op de hoek. Een man spreekt me aan, “je vous offre un café ?” Een warme thermos, beker, oplosbare koffie…
Met een kopje warme koffie wandel ik nog een zes kilometer verder.
Mijn dag eindigt bij een graanmolen waar ik een huis wordt aangeboden met alles erop en eraan. Mijn kledij en schoenen krijgen een eerste machinebeurt.

Winterkoning