Monique

Het is grijs buiten en de regen hangt boven mijn hoofd. Hi, als mensen mij vroegen… en hoe doe je dat in de regen… heb ik altijd moeten toegeven dat regen een zeldzaamheid was op de pelgrimstochten die ik reeds wandelde.
In de toekomst zal ik dit echter niet meer kunnen zeggen, regen heb ik nu wel voldoende gehad.
Ik vertrek met 800gr minder in de rugzak. De bivizak en binnenzak zijn opgestuurd met de post richting de Pyreneeën.

Ik verlaat de GR 14 voor veldwegen. Ik ontmoet een vrouw Elaine en haar twee honden. We spreken over de natuur, dieren, wandelen. Een kort delen en ik wandel terug verder.
In de verte zie ik veel naaldbomen die er armtierig bijstaan. Vele naaldbomen hebben ze hier reeds moeten verwijderen nadat een insect die zich onder de schors zou bevinden ervoor zorgt dat ze sterven.

In een dorpje zie ik een grote winkelbus langs de weg. Yes, eten. Een bejaarde vrouw doet haar aankopen. “Bonjour mesdames. Qu’es que je suis heureuse de vous voir… Et toute cette belle nourriture… van alles en nog wat… suikergoed tot heerlijke verse groenten en fruit rechtstreeks van bij de boer.
” Vous allez ou comme ça ? “” Dans les Pyrénées Orientales. Allez retrouver une tante que j’avais perdu depuis plus que 20 ans aux moins et sur les traces de Marie Madeleine”. “Bhein didons c’est loin. Toute seule ?” “Oui”.
“Madame cela vous dit de prendre un petit dessert et de la partager avec moi. Vous avez envie ? Je prends le dessert et vous faites le café”, zeg ik terwijl de vrouw me aankijkt. “Bhein, oui. Et pourquoi pas”. Net vóór een nieuwe regenbui zit ik met Monique aan tafel. Samen een crème brûlée te eten…. we praten over kinderen, kleinkinderen – De tv staat aan – over de manifestaties… “OH, Il y a pas de guerre, je suis pas malheureux. Faut savourez la vie !”, deelt Monique verder met me.

In Ville–sur-Tourbe, ik bel aan. Er wordt gezocht naar een overnachting. Ondertussen zitten we aan tafel te praten over pelgrims, ontmoetingen en cijfers.” J’ai trouvé une personne qui veut t’héberger. Mes c’est pas dans le village. Cela vous va. Tu partira d’un autre endroit demain”, deelt Michel. “Oui, il y a pas de problème. Je me laisse guider. Et partir d’un autre endroit n’est pas un problème. Bon, il y a 6 ans j’aurai dit nom, mes si je ferai cela encore maintenant j’aurai rien compris au chemin. Donc avec plaisir j’accepte.” De fijne en gastvrije ontmoetingen. Dankbaar.

Buzancy

Buzancy, église Saint-Germain

Aertsengel Michaël, église Saint-Germain Buzancy

Onrustig geslapen en de aangename dorpsfeestzaal. Mijn benen hebben de ganse nacht blijven wandelen. Zoals beloofd aan Pauline ga ik naar heb toe om nog eens te zwaaien. Vandaag neem ik een rustdag zodat mijn voeten wat kunnen recupereren. Sedert gisteren zijn ze wat gezwollen en gespannen. Amandine stelt me voor om met haar mee te rijden tot in Buzancy. “Bhein oui pourquoi pas”. We praten nog wat bij om dan afscheid te nemen aan de kerk Saint Germain.
Met een prachtig portaal uit de 8°eeuw waar bovenaan een Merkabah te zien is.

Een vrouw spreekt me aan op straat. Plezier en vreugde. Ik draai me om ‘La Mairie’, Ik laat me leiden en ga er binnen. “Bonjourrr…?, zeg ik aan de dame die achter het bureau zit. Een spontaan contact ontstaat. De vrouw vraagt nieuwsgierig wat ik doe… en naar de rest van mijn wegen. We praten over Rocamadour, de verschillende plaatsen rond de Aertsengel Michael. De vrouw geraakt vreugdevol ontroerd. Een warm en fijn contact. Wat fijn om bewust te worden dat door de beweging die ik onderneem, door mijn Zijn, vreugde teweeg breng bij anderen. Een klein sprankeltje mag zijn in het leven van anderen. Mensen aanzet om hun eigen dromen waar te maken, en het duwtje mag zijn om de eerste stap hierin te zetten. En vice-versa door wat er ontstaat ik op mijn beurt mag ontvangen.
En te mogen weer eens gewaarworden dat niets zomaar is, en die kleine bevestiging van het leven doet deugd.

Ik kies voor de asfalt en kortste weg naar mijn eindpunt van vandaag. Na een 4 uur wandelen begint het hard te regenen, mijn voeten roepen naar rust. Ik steek mijn duim uit… een camionnette stopt… Oef, ik loop een paar meters. Een jonge kerel….We maken kennis. “Je m’appelle Jasmine et vous?” “Tony !.” “Merci, beaucoup de vous arrêter, j’avais les pieds en compotes.”, een paar minuten verder zet hij me af in Grandpré waar ik een kamer heb gereserveerd in een Chambres d’hôtes.
In mijn kamer een bad. Gevuld ga ik languit liggen, in volle overgave aan mijn lichaam laat ik me dragen door de warmte van het water…mijn lichaam wordt zwaar… Ik val in slaap.

Tillia/Linde

Église Saint-Médard Grandpré

Pauline en Augustine

Chémery-sur-Bar

Le Mont-Dieu, Chartreuse

Twee reigers vliegen voor me weg. De natuur ontwaakt. Een buizerd, een zwarte Wouw. Ik ben zo dankbaar om de buizerds, herten en andere dieren van zo dichtbij te mogen waarnemen. Dit is de eerste keer.

De geuren van de lange grassen, de Camille en wilde munt, de braamstruiken. Het geluid van de krekels en gezoem van vliegen insecten. De vogels… Ik heb de indruk een beetje in herhaling te vallen, de woorden schieten me echter tekort om er andere verwoording aan te geven aan wat de natuur me brengt.
Voor de eerste keer op pelgrimstocht voel ik een groot verlangen naar waar ik toe ga…De Catharen streek, op de voetsporen van Maria-Magdalena, het verlangen om mijn tante terug te zien en alsof onder dit alles een verborgen droom ligt die aan het ontwaken is. Ik geraak erdoor ontroerd terwijl ik het schrijf.

Het verlangen… Vaak hoor ik zeg, blijf verlangen. En hoewel het verlangen een fijn aanvoelen kan zijn, haalt het me ook uit het Nu.

Mijn lichaam is moe en ik ben aan rust toe. Mijn rugzak weegt te zwaar, ten koste van mijn fysieke kracht. Morgen zal ik even neuzen wat weg kan met de post. Ook al ben ik fysiek wat moe, ik geniet van al het moois rondom mij. All-Een zijn met de natuur.

In het bos veel uitgedroge poelen en grachten.
Naast mij wandelt er iemand mee… mijn silhouet, een stok met krul boven het hoofd. Doet me denken aan Mary Poppins. Hmm, zou ik ook de lucht ingaan indien ik mijn hielen tegen elkaar zou slaan.

Een halte aan Le Mont-Dieu, een vroeger Kathuizerklooster van de periode 1100. Een stukje stokbrood, een makreel doosje, en vers geplukte kersen gekregen van Jacques en Fabienne, weten me te smaken.

Ik wandel van het ene pitoresk dorpje naar het ander. In Oches, spreek ik Nelly en Gérard aan. Beiden zitten onder een afdak van hun hoeve kruiswoordraadsels te maken. Aan de muur, een wafelijzer, hoefijzer, een pan… en in het klein er tussen een plaats voor Mannekenpis. “Je prendre en photo le Mannekenpis ?”, vraag ik Nelly. Ze begint wat gegeneerd te lachen. “Il lui manque un morceau… le tire-bouchon”. “Ah, j’avais même pas vue” en de vrouw begint nog meer te lachen.

De laatste kilometers van de dag… Nog 2,6 km… Pfff… een fikse helling… De beloning was groot. Een heel gezellig dorpje met vriendelijke inwoners. Saint-Pierremont. Ik zet me op een bankje want mijn benen kunnen niet meer. Mijn schoenen vliegen af… naast mij een man van in de 70. We praten over het dorpsleven. Of er iets is voor ontspanning. De bar bestaat reeds 25 jaar niet meer. De man woont samen met zijn zus die 96 jaar is. Wat verder huppelen twee kleine meisjes. Wat later ga ik richting het huis van de twee meisjes Pauline en Augustine. Ik spreek de mama aan voor een eventuele in de feestzaal, haar man is de burgemeester van het dorp, wist de bejaarde man me te vertellen. De vrouw nodigt me vriendelijk uit om te relaxen in de zetel en vraagt of ze me plezier kan doen met een koffie. Ik zeg geen neen. We voelen ons al snel goed bij elkander en beginnen te spreken over energie, horoscopen, het dorp, wateraders, énergie, ondergrondse hangen,… Ik eindig de avond in familie met schatten van mensen.. Amandine, Loic, Pauline, Augustine… en wat beleven we plezier. En voor wie mijn wegen volgt… wat komt er terug…. 3, Michèle, 7….

Ik eindig mijn avond in de feestzaal waar ik mijn matras en bedje klaar maak.

‘Un village un peut bizar qui surgis de nulle part…’

In de verte Saint-Pierremont

Erdal

De Linde

Uitzicht op Sedan

Ontwaken… in het bed van Erdal… De lieve man verliet gisterenavond zijn woonst om mij deze ter beschikking te stellen. Voor hij vertrok hadden we een boeiend gesprek over het Ottomaans rijk, de Koerden, Turken, Alevieten… over zijn familie en hoe hij naar hier kwam, zijn vrouw.
Over een scheiding in het begin van de lockdown periode… en hij is niet de enige en eerste. Op 14 dagen tijd heb ik 4 mannen ontmoet die in dezelfde periode gescheiden zijn.
Wat me vooral opvalt is een terugkerend patroon in relatie tot/of geweest. .. voldoen aan de ander, door zichzelf te verloochenen om graag gezien te worden. En dan na een ontgoocheling of breuk er niet durven open over praten met naasten uit angst met de vinger gewezen te worden en uit trots. Om dan terug meer afstand te nemen van zichzelf en eigen verlangen.

FB brengt me een herinnering. Het moment waar ik in 2018 midden de Apenijen, op vaderdag mijn papa belde om zijn verjaardag, vaderdag te vieren en niet opnam. Het begon toen dikke druppels te regenen en zorgde ervoor dat dikke tranen vrij kwamen…

2 jaar later…. een paar maanden geleden net vóór de lockdown was er voor mij geen scheiding, wel terug verbinding. Ik belde mijn papa… hij nam op.
Sedertdien hebben we regelmatig contact… deze keer niet meer uit éénrichting… dit is nieuw… wel uit beiden en dit voelt zogoed en bevrijdend. Na de lockdown mocht ik mijn papa terug zien. Weliswaar in een niet zo gezonde situatie, zijn hart… Ik verbleef er drie dagen om hem te ondersteunen, helpen en om nabij te zijn. Drie dagen later kwam hij erdoor. Gelukkig.

En wat een synchroniciteit in mijn leven.
Het terug vinden van mijn tante en ons open delen. Het durven aan haar delen en voor de eerste keer, “je n’ose pas”. “Tu n’ose pas qoui ?” “Faire l’amour avec un homme”.
De man die ik een paar dagen geleden ontmoette en zijn verhaal vader/dochter relatie. Erdal die me open vraagt “Vous êtes marié… vous avez un copain… Mes alors vous êtes encore….”.waarna hij wat verwonderd kijkt en deelt hoe vrouwen hem benaderen.

En wat een groei ik binnenin mezelf mag voelen.
Patronen die verdwenen zinn en waar een enorme bevrijding in de plaats is gekomen.
Ooit zei iemand, een paar jaar geleden” maak je geen illusie dit komt nooit meer goed”. Ik zeg, “het komt altijd goed” en daarom niet zoals men verlangt of hoe het was en gelukkig ook, wel door een evenwicht te zoeken in relatie tot zichzelf in de eerste plaats en met de ander. Elkaar zichzelf laten zijn en grenzen aannemen en aangeven op het juiste moment. Durven spreken en uiten zonder in gevecht te gaan, wel vanuit Liefde. In Liefde Zijn, laat deuren open.

Een ouder en kind verlaten elkander nooit. Er blijft altijd een zekere verbinding. Het zijn de patronen die ervoor zorgen dat de verbinding niet op een gezonde manier kan verlopen en voor afstand zorgen. Afstand met jezelf, afstand met de ander. Koppigheid, rancuneus, trots…. Is dit niet spijtig.

Zo is deze weg deels ontstaan, omwille dat mijn oma weigerde terug contact te nemen met haar kind vóór ze is heen gegaan. Later hier meer over.

Ik geniet van de Open velden, De graanvelden, de natuur elementen. De geur van de bramen die vrijkomen door de zon die erop schijnt. Langs de weg talrijke wilde aardbeien. Ook al is het verleidelijk, ik laat ze staan. Omwille van de ‘vossenziekte’. Eén keer is genoeg.

In het dorp Bulson, leg ik mij op een bank midden het plein. Schoenen uit, benen in de lucht… Ik val in slaap… Een half uurtje later ontwaak ik door mijn eigen gesnurk… Oeps…
Mijn dag eindigt in Chémery-sur-Bar bij Jacques en Fabienne. Jacques heeft deels een deel van de Camino gewandeld en het spoorde hem aan om zijn huis in de toekomst te openen voor pelgrims op de weg. Ik mocht hun gastvrijheid inwijden.

Dankbaar om wat op mijn weg reeds kwam en nog zal komen.

Een halo

Chémery-sur-Bar

Sedan

Beneden hoor ik stemmen, de tv. Zaterdagochtend, tekenfilms. Dit doet me denken aan mijn jeugd en de zovele zaterdagen dat ik voor de beeldbuis zat te kijken naar hun ochtendprogramma…

Ik verlaat Corbion… richting de Franse grens. Ik voel dat de tijd er rijp voor is… het is tijd om te gaan, om mijn grote vleugels te openen. De heerlijke frisse geur na een onweer, komt me tegemoet. Een verjaardag wordt gevierd. Mijn vader.

Een bord wijst de weg naar ‘Maison de verlaine’, laat ik het noemen een ruïne.

Op een open vlakte sta ik stil…ik wordt de frisse wind gewaar die zoete natuurlijke geuren met zich meebrengt. De zon verwarmt mijn hals. Links achter hoor ik het geroep van de buizerd… Ver weg het geblaf van een hond… Vliegende insecten, vliegen rond me heen… Ik laat me onderdompelen in een bad van vogelgezang. Het hevig onweer heeft opgekuist…

“Quesque vous avez trouvez la”, vraagt een man mij op een landweg. Hij zag me voorovergebogen. “Oh je prenais une photos des Camomilles.” “Ah, il y en a la !” “Oui, mes je vous les conseille pas de les ceuillir à cette endroit. Le fermier traité son champ.

Zonder ik het doorheb heb de grens overgestoken. Zalig, geen barrière, wegenborden… Gewoon open, zonder meer. De twee landen verbonden.

De GR14 neemt me mee via bossen en landelijke wegen. En langs indrukwekkende militaire begraafplaatsen. In de verte is Sedan zichtbaar. Ik vermijd het centrum. In een kleine bar neem ik plaats en vraag of iemand mij kan helpen voor een overnachting. Al snel komt er ongepaste/misplaatste humor naar boven. Ik laat het voor wat het is en geniet van de rust… Daarna volgen er meer nieuwsgierige vragen waar ik graag op antwoord. Een aangenamere sfeer kwam al snel in het kleine café. Waar we zelf plezier beleven en een fijn delen is.

Na de pauze neem ik terug de rugzak op de rug, zet buiten een paar stappen. Mannen werken op een stelling en repareren een façade. “Bonjour connaiser vous une personne qui pourrais m’héberger pour la nuit.” De vier mannen, spreken elkander aan in een vreemde taal. “Oui, mes faudras attendre une heure.” “Pas de problème, j’attendrais au bar. Merci, beaucoup cela me fait un grand plaisir.” Ik stap terug de bar in, “Voilà, trouvé”. Straks mag ik mee met Erdal.

Sedan

La Chambre de Diego

GR16

4u30 in de morgen… De sterren verdwijnen stilletjes aan de hemel. Mijn eerste nacht buiten…. en dat zonder angst. Gaan slapen en ontwaken op het ritme van de natuur. Slapen wanneer de sterren ten volle zichtbaar zijn en ontwaken wanneer ze terug onzichtbaar worden.
De vogels zingen in het rond, een reiger komt boven me heen vliegen, de vleermuis vliegt heen en terug in cirkels. Rond 5u30 komt er een dunne laag mist boven het water.

Ik lig te staren naar het water, naar de witte schuim die afvaart richting de brug. De nood aan schrijven komt op…
Een zacht en diep gevoel is aanwezig… de nacht nam mee wat niet meer bij me hoort. Als een fee die is gekomen met een toverstokje. Ik geraak zelfs niet meer tot bij wat was… wel tot wat al altijd aanwezig is geweest…. Liefde.

Ik sluit terug mijn ogen. Te vroeg om op te staan. Ik dommel die in en droom. Twee stemmen zijn hoorbaar… Och, de twee stemmen zijn heel dichtbij. Ik ontwaak uit mijn droom en weet even niet meer waar ik ben. 7u20 de plantsoen dienst begint te werken. Een vriendelijke dame komt vragen of ik een koekje wens. “Och, merci. Belle surprise.” Een man, in vissers kledij komt langs. Hi, bijzondere manier van ontwaken.

Vanuit Vresse-sur-Semois volg ik een deel van de GR16 afwisselend met landelijke wegen langs de Semois. In Alle begint het goed te regenen. Het ideaal moment voor een pauze.

Wanneer ik terug de GR neem hoor ik in de diepte ritmisch muziek. Hmm, mijn lichaam voelt het ritme aan. Ik hou mijn wandelstokken zijwaarts en begin te dansen. Dansen op een wegje, amper schouderbreedte, op een hoogte zowat 200m boven de Semois.

Ter hoogte van de camping Laviot aan de andere van de rivier. Wandel ik de niet te onderschatten GR16. Eerst een forse helling… Nadien bevind ik me op een niet zo veilig pad. Zeker geen aanrader voor mensen met hoogte vrees. Ieder stap dien ik aandachtig neer te zetten. Gelukkig helpen mijn wandelstokken niet alleen om me recht te houden en steun, ook om te zien wat onder het bladerdek ligt…. Een afgrond. De bramen groeien over het pad, het er niet aangeraden om er mijn voeten in te steken. De weg glijd, is het niet door het droog afhellend bladerdek, dan is het door de fijne leistenen die glad zijn. Ik kan nu heel goed voelen hoe dankbaar ik ook mijn schoenen ben om zo dicht mogelijk en zo goed mogelijk de grond te voelen. Na een 1u30 daalt de weg eindelijk af, een open ruimte wordt zichtbaar…. Oef, uitblazen, lucht… een ontlading. Een iets zeker, het was meer dan de moeite waard voor wat er was, maar ik zou dit stuk niet meer opnieuw doen. En eerlijk… Ik raad het ook niet aan.

Het laatste stukje neem ik de weg richting Corbion. De laatste loodjes….Mensen verwijzen me naar le presbytère… Een immens groot huis. Niet de plaats waar ik mag zijn. Ik volg een tip… nog een paar honderd meter… pfff… Ondertussen begint het te regenen, onweer hangt in de lucht. Een huis trekt mijn aandacht. Ik klop aan. Een vrouw doet open, we zoeken een oplossing… Terug op stap. Plots rijd een wagen snel mijn richting uit… De vrouw…”vient venez chez nous, le petit dormira avec nous. On va pas te laisser dehors !” Ten huize Amelie, Paolo, Adriano en Diego die zijn kamer met me deelt.
Net binnen een hevig onweer breekt los. Dankbaar. “Merci Diego”

Corbion

Blij terugzien

Digitalis purperea

Wanneer ik op mijn uurwerk kijk ben ik verwonderd hoelaat het is. Ik heb bijna de klok rond geslapen. Zalig. Naar de bakker, een koffie bij een andere bakker. Een bankje. Mijn ontbijt. Na Gedinne blijf ik de Gr126 volgen en zie ik tal van ruimtes die ideaal zouden zijn om te bivakkeren in alle rust. Een houten huisje draagt de naam ‘Carpe Diem’ – pluk de dag. ’t zal wel zijn…iedere dag, ieder moment.

Links een loofbos, rechts een naaldbos waar tal van mierenhopen met hun mierenkolonies een prachtig bouwwerk creëren met af en toe omgeven door Digitalissen. Imposante constructies voor deze kleine niet te onderschatten insecten nemen soms een proportie van 1m50.

Ik stuur een smsje naar iemand die ik al heel lang niet meer heb gezien. Voor de eerste keer in lange tijd zal ik hem terug ‘alleen’ kunnen ontmoeten. Wij tweetjes, alleen, zonder naasten die ons hinderen om op één of andere manier vrijuit te kunnen spreken met elkaar.
Al snel komt een reactie terug. Het voelt goed. Een zachte, vreugdevolle en open gewaarwording.

In het bos ruik ik plots tabak, alsof iemand een sigaret opsteekt. Niemand.
Uit het bos een grote boerderij. Een landweg. Ik klop aan. “Bonjour monsieur. Je vois que il y a des vaux sur le chemin. Je peut passer. Il y pas danger que je rencontre la maman ou le taureau?””Nonnon, allez y. Vous avez rien à craindre. ” Ik roep nog na,” Vous avez une belle ferme.” De kalfjes liggen op de weg.ik spreek en benader ze zachtjes aan zodat ze niet schrikken. Wat een zalige vredige plaats.

De kronkelweg van de GR brengt me verder dieper in het bos langs de rivier La Nafraiture.
Uit het bos, word ik opgepikt op de weg en we rijden verder tot het eerste dorp, Vresse-sur-Semois.
Uren zitten we te praten en delen we over ons leven.

En wat ben ik blij dat ik zo een vertrouwen kan hebben in het leven, in mijn aanvoelen, instinct. Ook zo fijn om iemand die samen met me opgegroeid is, om open en zonder schroom vrijuit te kunnen praten over allerlei onderwerpen zoals liefde, sexualiteit, partners. Over de voorouderlijn en de gevolgen die we soms met ons meedragen, de zwaarte die de katholieke kerk op een gezins/familiesituatie heeft gehad en er soms nog is. Over hoe we ons bevrijd hebben. Het voelde vroeger soms als lood die aan mijn voeten werd geketend en waaruit ik jaren heb gedaan om me te bevrijden. Gelukkig, kan ik voor een groot deel zeggen, dit is voltooid verleden tijd. Geen lood meer, eerder een veer.

Mijn eerste liefje, mijn eerste sexuele relatie…. tot op een punt dat mijn mentale heeft overgenomen en er angst is komen op te zitten. De angst om gestraft te worden, de angst voor het verbod die generaties op generaties werd doorgeven, de angst voor de schandpaal die ergens in het DNA zit, de angst om slecht te doen en te zijn, de angst om geweld aangedaan te worden, om uitgestoten te worden, angst voor fysieke pijn, manipulatie, macht, angst om me te verliezen…. zoveel angsten waren het…

Nu begrijp ik mijn arts 20 jaar geleden waarom hij het hier vaak over wou hebben. Ik begreep het toen niet, want voor mezelf was er geen kwaad of slecht en nog altijd niet. Waarom zou ik het er dan moeten over hebben. Het probleem wat niet de relatie, wel hoe moeilijk het was om wat rondom mij gebeurde, daarmee om te gaan. De wereld rond mij was nefast voor mezelf, en belemmerde een stuk mijn spontaniteit, puurheid om me verder te ontplooien. En me hiervan vrij maken was belangrijk…

Op tafel een koffie, een Orval, een pakje sigaret. Op een moment gaat de bril af. Ik zie zijn ogen… Ik kijk… diep van binnen. Ik herken, wat ik toen zag…die liefdevolle zachte blik.

Na een paar uur nemen we afscheid. We houden contact. De avond plooit dicht.
Ik word gewaar…de beweging die ik deze namiddag nam was/is niet alleen een bevrijden van een ketenen voor mezelf in mijn persoonlijk leven, het voelt ook aan als iets die veel breder en groter is,

Mijn avond en nacht zal ik doorbrengen langs de Semois onder een heerlijk afdakje uitkijkend naar het water en een hert die wat verderop komt drinken. Met een open hemel en fonkelende sterren sluit ik mijn ogen en val ik zacht in slaap

La Nafraiture, GR126

Kinderliefde

Een waargebeurd verhaal in de eerste veertien dagen van de lockdown.

Op een vroege ochtend vraagt Noa (4,jaar) aan zijn grote broer Hugo (6) al fluisterend “Gaan we naar Mamie en Papie ?”

De twee broertjes trekken hun laarzen aan en een vest boven hun pyjama. Ze sluipen het huis uit. Hand in hand langs de Maas, de brug over richting het dorpsplein waar hun Mamie en Papie woont.

Het dorp slaapt nog. Op het dorpsplein komt een vrouw aan en ziet de 2 kinderen. “Waar gaan jullie heen kindjes?” “Naar Mamie en Papie.” Beiden zetten het op een spurt.

Er wordt gebeld aan de voordeur. Papie kijkt door het raam van de deur, ziet niemand staan. Er wordt nogmaals gebeld. Papie doet het venster open en kijkt door het raam. “Awel jongens, wat doen jullie hier?” “We komen een goedemorgen zeggen en wilden jullie zien.”

Ondertussen werd de papa verwittigd spurt het bed uit en rijd richting zijn ouders. Opent de wagen. De kinderen stappen in. Zonder woorden wegwezen.

‘Kinderliefde’

La parole est d’argent, le silence est d’or

Teken… Milmiljardemilsabord… Ik hoop ze hun gordel aan hebben… Hup… Als schietspoelen… vliegen ze hun vrijheid tegemoet… Of, eerder, ik mag mijn vrijheid terug. Hmmm, en als binnenkort mijn benen en dijen blauwe plekken vertonen, dan komt het door het talrijk knikkeren op mijn benen. Gelukkig kan ik snel het verschil zien tussen een sproet en een teek. De sloebers de snelheid dat ze stijgen…

Uit het bos… lucht, licht, ruimte… Adem.
In de verte een ruit vormig patroon steekt boven het graan uit. Een hert. Ze kijkt me aan. Wacht en hup.

In la réserve naturelle Domaniale de Orlinfagne kom ik op de Gr126 terecht richting Vencimont.
Aan het begin van Vencimont een klein huisje waar op staat ‘ça me suffit’… Hmmm, dit doet een lampje branden. Ik herinner het me terug… De weg van de Buizerd’… De omgeving herken ik niet… zalig wanneer je de weg beleefd in het Nu.

Kort na Vencimont is een stukje natuur die me sterk doet denken aan de weg naar Compostela nl. De natuur rond Gargilese…. daar waar vele beroemde kunstschilders hebben verbleven en ware kunstwerken hebben gecreëerd.

Onder mijn voeten een zalig zacht tapijt van naalden… Een naaldbos. Tussen de stammen grote naaldhopen gemaakt door termieten. In de lucht oorverdovende geluiden van vliegtuigen…
Een boomkruiper speelt verstoppertje. Een wezel maakt rechtsomkeert. Een haas huppelt weg.

Een nieuwe reactie op de blogpost ‘Ultreia”. Het lied… In het tradioneel Frans met zijn typisch accent. Zacht ontroerd deugddoend. Dankjewel Rob.

Een daas heeft me in volle vlucht geraakt, het blad van de smalle weegbree kalmeert de steek.
In de verte hoor ik een hond, iemand die de deur van een wagen sluit, een façade van een huis is zichtbaar… Gedinne.
Bij het binnen wandelen een grote sporthal. Kleedkamers bij een voetbalveld. Dit zou wel mijn overnachtingsplaats kunnen worden.

Het toeristisch bureau, de manverwijst mij verder naar de secretaris van het plaatselijk voetbalploeg. Een sleutel. De voetbalkantine. Zalig… mijn intuïtie.
Met mijn Buff rond mijn ogen val ik in slaap… Brand maar neonlamp, ik ga slapen.

Vierves-sur-Viroin

Dourbes

Hoog boven mij, de buizerd. Na een fijn ontwaken ten huize Yahn-Loù en met 600gr minder in de rugzak, vertrek ik richting Chooz.
Vanuit Dourbes zijn er verschillende wegen waaronder de compostella route de Thiérache, GR routes… keuze vrij en genoeg. Ik volg de tip van Yahn-Loù…
Ik wandel op de rand van een bos, links van me een open vlakte tussen een bos en een rotswand.
Beige, donker bruine koeien baden in de zon midden een oase van rust. Een aangename weg midden de natuur.

Het is fris… en hoewel de natuur zijn volle groene kleuren vertoont, dwarrelt hier en daar wat dorre, droge bladeren naar beneden…het voelt aan als de prille lente. Dankbaar voor de natuur, die het water meer dan nodig had en nog heeft… ook mijn voeten zijn tevreden met dit frisse weer.

Het kriebelt op mijn benen. Minuscule teken verplaatsen zich razendsnel opwaarts. Geen tijd voor de tekentang… Een per een verwijder ik ze met de hand…

Vanaf vandaag gaat de horeca terug open. Benieuwd waar ik mijn eerste halte zal houden.
In Vierves-sur-Viroin. Om een hoek, een terras. Yes. Het is altijd zo fijn om even uit te rusten op een terras. Ik ga naar binnen voor een bestelling. Bij het naar buiten gaan hoor ik “Tu a vue c’est chaussures, elle a des doigt pieds”. Hi, ik terug naar binnen. Wat gegeneerd dat ik het hoorde, begint de man wat grappen te maken. We hebben plezier. Buiten spelen 2 kinderen, Natheo et Lea.
Op de grond ligt wit poeder van wegenwerken. De kinderen wrijven er hun handen in en strijken het uit op hun gezicht… Ik geniet van het zien, te zien dat men de kinderen niet verbied in hun spontaniteit, hun spelen. “Och, on va les laver sous la douche. Aussi longtemps que ils s’amuse.”,zegt de grootmoeder.

Wat me opvalt is hoe men mij aanspreekt. Wanneer ik vroeger heel korte haren had, had ik iedere keer prijs… “dag meneer… Ah, jongen”… Tot vervelends toe.
Vandaag heb ik nu reeds een paar keer mogen horen “Bonjour madame, que désire vous madame…”, zo fijn dit te horen en dat met super korte haren.

Meidoorn, sleedoorn, eglantier rozen en bramen…. vormen een lange Haag.
De vele nieuwe moestuinen sieren de voortuinen. Precies alsof mensen massaal zijn beginnen kweken tijdens de lockdown… en groot gelijk hebben ze.

Aan de grens staan grote gestreepte wegversperringen. Ik steek ze voorbij… ik ben wat verstrooid en mis een wandelweg. Ik waag me verder door de industrie one van Vireux…een lange omweg… Hmm, ik check mijn kilometers… nog twee uur. Ik haal het niet om op deftig uur bij de vrienden aan te komen. Michelle komt me ophalen… Oef… Morgen een rustdagje in Chooz.

Léa et Natheo

Chooz

Lou baliba….

“Bonjour, Patrice. Et bhein, qu’est ce que j’ai bien dormis. Et je te remercie beaucoup pour la chance que j’ai de pouvoir être ici.”, deel ik terwijl ik hem verder een fijne feestdag wens. Het is vaderdag. “Tu c’est Jasmine, j’ai encore pensait à notre rencontre et à tu le temps? Doit tu être quelque part ? J’ai aussi tirer la carte, j’aimerai savoir ce que tu en pense. Puis j’ai pensez à Marie-Madeleine un membre de ma famille….”, en zijn persoonlijk verhaal van zijn weg gaat verder. Ik luister aandachtig, af en toe is zijn verhaal een een spiegel. De spiegel vader/dochter. Hij vanuit de positie van vader, ik vanuit de positie als dochter ten opzichte van mijn vader.

Wat is het fijn vertoeven in zijn vernieuwde eetplaats. En zelf al is het er bric à brac, zijn hartelijkheid en warme ontvangst overstijgt alles. Met een pot koffie, gemaakt van chicorei en koffie en op de oude wijze klaargemaakt, een heerlijk zelfgemaakt brood en confituur, blijf ik aandachtig volgen.

Patrice beseft duidelijk dat onze ontmoeting niet zomaar is… ik zie hem denken en laat hem in zijn gewaarwordingen. Vanuit een vanzelfsprekendheid deel ik later iets met hem.
Ik heb een sterk aanvoelen dat mijn aanwezigheid een patroon doorbreekt in zijn leven. Ik voel dat ik verder mag open delen zonder in détail te gaan. Hij blijft verder zoeken en deelt dat het antwoord wel later in de dag zal komen.
Ik ben me bewust wat voor een geschenk we hier elkander brengen. We nemen afscheid. Ik steek wat centjes in zijn handen, hij kan het gebruiken.

11 uur ik verlaat Hermeton-sur-Meuse richting Dourbes waar iemand op me wacht. Een telefoon naar mijn vader om zijn vaderdag te wensen. En ik stap ondertussen de Ravel af tot in Doissche waar mijn voeten dringend rust nodig hebben.

In een flits komt binnen wat het patroon is dat Patrice zal doorbreken. Het verhaal die hij me vertelde, is plots levend in me aanwezig en ik kan zien wat er zich toen heeft voorgedaan. Oefff, niet min… Ik hoop dat hij later nog even met me contact neemt, gewoon om te horen hoe het met hem is.

Een bakker. “Bonjour madame, est vous encore ouvert ?” “Non, pourquoi ?” “J” ai faim”. “Attend je vais voire ce que j’ai encore. 5 petit pain cela vous va ?” “Oui, bien sur. Je vous doit combien svp” “Rien, silteplait” “OH, merci madame”. Een rustpauze. Asfalt is werkelijk een dooddoener voor de voeten en benen.

In Matagne-la-Petite komt Yahn-Loù me ophalen een paar kilometer van Dourbes, waar we even een ommetje doen naar Fagnolle voor de laatste Sint-Jacobs kerk van de ‘buizerd’ die ik nog moest afwerken en dat dankzij Yahn-Loù die een boek bestelde. Blij dat ik dit mag afronden voor ik het land mag verlaten. Yahn-Loù vertrekt binnenkort naar Compostela. ”s Avonds laat Yahn-Loù zijn werk zien een buikspreker.

Ik deel hier graag eens zijn teder en lief werk.

Sint Jacobs Fanolle