Spiritueel werk

 

De wastrommels draaien op volle toeren. Door het ritmische geluid van de trommels, zak ik in gedachten terug naar weken geleden…

“Oh, hey Jantje”, roep ik een passerende fietser toe. De fiets stopt bruusk. Een grote glimlach, een stevige knuffel. We delen in het kort met wat we bezig zijn en wat er komt. Op het moment van afscheid.. “t’ is morgen een werk, ‘Mestre Ireneu”.
“OH, daar heb ik nu eens zin in, dansen en zingen.” We spreken af voor de volgende dag. Terwijl ik verder stap richting huiswaarts komt door me heen’ Oh ja, de vreugde die voelbaar aanwezig is… verder delen. Dit zie ik zitten.

Zo gezegd, zo gedaan. De dag nadien pikt Jantje me op en rijden we richting een spiritueel werk van uren zingen en dansen. In de auto deel ik mijn ervaring van de laatste pelgrimstocht en door te delen komen er nieuwe zaken aan het licht ivm de start van de komende tocht.
Oa. Een spontane keuze gemaakt om te vertrekken vanuit Vézelay. Als ik aan Vézelay denk dan komt bij me op ‘Maria Magdalena en Jérusalem ‘. Waarom Jérusalem , omdat daar de confraternité des frères et des sœurs de Jérusalem is. Ook in de Mont Saint Michel zijn ze aanwezig, daar waar ik vorig jaar mijn spirituele tocht eindigde. En zie, bijna klaar om te vertrekken naar Jérusalem. Hmm… Drie.
Een data van vertrek had ik niet echt voor ogen. De prijs van het treinticket naar Vezelay was bepalend. Vijf juli.. Voelt goed en ruim de tijd om aan te komen in La Verna (Italië) waar ik uitgenodigd ben om te spreken tijdens een conferentie rond de weg van fra Franciscus, Aertsengel Michaël.
6.07.2019 start de nieuwe pelgrimstocht… Hmm.. Zeven. Oh, daar gaan we weer. Zalig…

Het spiritueel werk was echter zittend ipv dansend. Niet echt waar mijn lijfje naar verlangde. Niet erg. Voor mij een tafel in stervorm. Een jonge man viel me op. Kort geknipt haar, gekleed in hoogblauwe tinten. Op zijn borstkas… een speld… blinkend… een ster.

Het wordt stil… Ik concentreer me en neem de weg naar binnen. De zang begint en neemt me al heel snel mee, ver weg. .. Tijd is verdwenen… Ik voel mijn lijf tegenwerken op wat zich aanbied… Angst?!!
In het hier en nu probeer ik op mijn stoel te blijven zitten… ‘een rechte houding en blijven zingen, een rechte houding en blijven zingen Jasmine’, fluister ik me zelf toe. De energie is te krachtig en neemt de overhand op mijn lijf. De enige keus die ik heb is om in overgave te gaan, niet evident. Tijdens de concentratie (meditatie) probeer ik van mijn stoel naar een matje te stappen. De oorden waarin ik ben beland zijn me niet onbekend. Ik vertoef in drie dimensies verweven in elkaar. Eenmaal plat op de mat blijven er nog twee over, de mat en onder de aarde. Een plaats waar ik uren in vertoef. De aarde is vrij luchtig, licht en fris. Daar tussen krioelt het van dikke, korte witte wormen. De oppervlakte van wormen is golvend of zijn het larven.
Mijn handen reiken uit naar een grote leegte, een oneindigheid, ze smeken om vastgegrepen te worden. En zo gaat dit uren aan een stuk door.
Mijn lijf gaat in verkramping… de angst, weerstand.
Leven tussen hemel en aarde.

Terwijl ik dit nu neerschrijf word ik me bewust wat de boodschap is van het gebeuren. Het ene niet kunnen lossen en het andere nog niet kunnen toelaten.
Aarden, herboren worden, aannemen, overgave, ontvangen.

Wanneer het spiritueel werk voorbij is. Vertel ik aan Jantje… “Jan de jongen die daar zit aan tafel, deze plaats staat op hem geschreven”. De man met hoogblauwe tinten. “Michaël, bedoel je!”… “en de man waar hij nu mee praat, noemt Michael. En je weet die jongen daar, je kent hem, ken je zijn naam?” “och, ik dacht dat dit zo iets tibétains was.” “Zijn echte naam is Michel”. “Is het waar! Dat meen je niet!”.

“Zeg Jan, dit klopt gewoon helemaal Jan. Wanneer ik het beeld van de Aertsengel voor mij zie, passen ze gewoon volledig in het plaatje.” Michaël bovenaan, Michel onderaan en Michael is gewoon het evenwicht tussen beiden. Waw, bijzonder. “… Hmmm drie.
De weg bereid zich voor….

Een nieuw levensjaar

 

8.00 ik lig nog in bed… traagjes ontwaken… Ik lees de al zoveel talrijke verjaardagswensen op messenger. Een sms bericht… en op de second na mijn telefoon rinkelt. En het telefoontje kwam op de juiste timing. Het bed uit, oef… weerstand was wat aanwezig om straks de arts te bellen.

Voilà… Ik ben op… Goed wakker. Dankjewel R.
Ondertussen blijven de berichten binnenstromen…amai… 🙏
Al 2 dagen kende ik het resultaat van de Mri Meningoom, oef dankbaar dat het geen parasiet was. Nog even wachten wat moet gebeuren. Geduld dus 🙂. Ik heb vertrouwen en blijf in het goede geloven.

Plots rinkelt een bel… die ik niet ken… euh… vanwaar komt dit… even weet ik niet welke knoppen ik moet aanvinken. Oh… een videochat… Hmmm… Euh…. W8 effen… Euh… OK… Tis goe… Jah, ik moest toch even snel mijn bovenkamer laten ontwaken. Want een videochat terwijl je in huis aan het rondlopen in négligé en kleren passend, zou men al snel eens vergeten hoe men eruit ziet 😲😂

Een videochat, toch wel iets bijzonders, en hoewel ik toch wel – denk ik – mee ben met de technologie, gebruik ik dit weinig tot niet.
Ik ga zitten over de rand van het bad… aan de andere kant een bijzonder iemand die de laatste weken, maanden een bijzondere plaats mijn leven heeft gekregen. Een contact die me heel kostbaar is en veel bij me teweegbrengt. Om te koesteren. Een open, zacht, vreugdevol gezicht… een boeketje bloemen wordt tevoorschijn getoverd…boterbloempjes en één klaproos…in eenvoud en puurheid… Symbolisch veel betekend. Mijn lijf is gevuld met vreugde… er wordt gelachen, gedeeld, stiltes vullen mijn lijf… Hmmm

Ik wandel de stad in. Even naar de apotheek om raad. ringring… Nog een bijzonder iemand…mijn metekind… Hartverwarmend… Ik trakteer mezelf op een brunch… wanneer ik over straat wandel zie ik lachende gezichten, mensen met tedere gebaren… Wachtend op mijn maaltijd spelen kinderen om meheen. liefde, vreugde, Liefde, dankbaarheid is aanwezig en voelbaar.
Er daalt iets in en komt zo duidelijk aan het licht.
Al jaren ben ik me bewust dat ik een fijne gewaarwording heb en heel gemakkelijk kan zaken in mijn buurt waarnemen die niet deugen. Alleen besef ik dat dit me energetisch niet altijd ten goede komt. Door al die lachende, zachte, tedere gebaren te zien….heb ik het voornemen voor de rest die ik hier op moeder aarde mag verblijven om me enkel nog te focussen op Liefde. En als ik dan toch nog iets zou waarnemen die ten koste kan zijn voor een ander… wel dan stuur ik het zaadje van Liefde rechtstreeks naar de bron waar het niet deugende kan ontstaan.
En wachten tot… neen
Iedere morgen zal ik een Liefdeszaadje de dag insturen.
Met dit voornemen wordt ik me bewust dat ik hiermee ook een belangrijke lijn doorknip, doorheen generaties.

De rest van mijn dag wordt gekleurd met warmte, liefde, kostbare ontmoetingen, belangrijke en vreugdevolle beslissingen… een boeketje boerenjasmijn…
Dankbaarheid vult mijn lichaam, geest en ziel.
Met een stromende levendige tedere levensenergie stap ik in zachtheid de nacht in.

Dankjewel voor jullie verbondenheid.

img_20190601_0850375399912201533358986.jpg

Vrijheidsboom

 

Maandagmorgen… Hmmm heerlijk ontwaken met de zon. Ik maak me klaar voor een afspraak bij de arts.

Aangekomen geef ik mijn medisch verslag af en vraag om een afspraak Mri.
De arts begint te spreken over de kiesten die vijf jaar geleden in mijn lijf aanwezig waren. “Dokter naar mijn weten vertoeven deze enkel in de buik. Geen herinnering dat dit in de hersenen kan aanwezig zijn.” “Ik weet het niet Jasmine. Wat jij hebt voorhad was een zeldzaamheid en onbekend voor ons.”
Ik voel vanalles in mijn lijf veranderen. Het zonder vrees en paniek, het vertrouwen en geloof – want een meningoom opzich is niet iets waarover paniek of angst moet zijn – neemt een andere wending aan.
Een gewaarwording aan mijn neusvleugels… trekt mijn energie weg. Twee bewegingen zijn voelbaar, een neerwaartse waarbij ik het gevoel heb dat de grond van onder mijn voeten wegzakt. Een andere gewaarwording die me in weerstand steekt en verhinderd om in elkaar te stuiken.
“Dokter wat je me meedeelt brengt me totaal iets anders. En hoewel ik geen vrees had ben ik nu wel geschrokken. Ik had de link niet gelegd.”

We bellen onmiddellijk naar de Prof. die me opvolgd wat de parasieten betreft om duidelijkheid te weten.
‘Het is niet uitgesloten’ hoor ik zeggen. Er kan dus een verband zijn.
Mijn lijf heeft zin om te schreeuwen.

Veertien dagen staan me voor de boeg in afwachting van een onderzoek. “Je mag me dan opbellen op 31 mei voor de resultaten”, deelt de dokter me verder mee. “Allé, benieuwd wat mijn verjaardagscadeau zal brengen.” “Oeie…” Ik deel de arts mee dat ik eind juni op weg ga. “Ah en naar waar ga je?” “Jeruzalem… en met of zonder… ik vertrek.” “Je hebt al getoond dat je het aankan Jasmine. We gaan ervoor hé. We zorgen ervoor dat wat moet gebeuren of niet, gepland kan worden”. Voilà, daar hou ik van… we gaan ervoor.

Ik kom buiten en voel me stil worden. Dit kan ik nu even niet alleen dragen en bel een vriendin op.
Aan mijn voeten een dappere klaproos die het leven tegemoet kwam ten midden de stenen.

In mijn gedachten zie ik beelden terug die ik zaterdagavond zag tijdens een drumcirkel. Vuur…dans… twee personage. Een klein gestalte met pekzwart lang haar en een bleek lang harige dierenhuid als kledingstuk. Nadien zelfde klederdracht maar dan met een breed hoofd zonder haren, wel een groot gewei.
Ik voel de kracht van toen terug opkomen. De voelbare herinnering van mijn handen in de zachte aarde, waar ik doorheen de avond zo een behoefte naar had en op het einde mocht uitstrooien.
Mijn lijf roept naar de aarde, als een diep verlangen om deze op mijn naakte huid te mogen voelen.

Onder de ‘vrijheidsboom’ van Laarne, een Plataan….wachtend op de bus, wordt de zon gefilterd…

 

Bewustwording

img_20190507_1202063693541360447696601.jpg

Mijn ogen openen zich… pfff… mijn hoofdpijn is niet over. Ik vraag Jeannette of ze naar de internationale misviering wenst te gaan. “ohh, ja, geerne”. “Jeannette ik zal vragen aan iemand of je mee kan met hen, zelf zal ik niet gaan. Mijn hoofdpijn is niet over en zou willen naar de arts gaan”.
Tijdens de maaltijd regel ik de begeleiding, de sleutel van de kamer en vertrek richting spoed.
In het dorp stop ik nog eerst aan het bureau van een Compostella vereniging voor een credential.

In spoed wordt ik vlot opgevolgd. Binnen de twee uur krijg ik een paar onderzoeken. Van bloedonderzoek, oogtesten, een schitterende hartslag. Een lieve man komt me halen voor een CT-scan. Ik vraag hem om de contrastvloeistof niet te snel toe te dienen. Lief antwoord hij me, “désolé mes pour le scan de la tête ce n’est pas possible, les veines doivent ce ouvrir au maximum d’un coup”. Ik haal mijn schouders op en glimlach hem vriendelijk terug. Ook dit onderzoek verloopt vlot. Na de CT-scan vertelt de man dat hij het contrastvloeistof minder hard heeft ingespoten. De man is minder tot niet spraakzaam en neemt oogcontact op een andere manier wanneer hij me terug naar de wachtbox brengt. Al heel snel zie ik terug de arts met de resultaten. Hij heeft me wat uitleg. Waar ik nadien wat verduidelijking vraag. Een meningoom is zichtbaar tegen het hersenvlies. Na een duidelijke tekening begrijp ik wat hij meedeelt, hij stelt me ook gerust dat ik me geen zorgen hoef te maken. Met de vlotte hulp van Mutas, de internationale verzekering verlaat ik het ziekenhuis na een ontstekingsremmer en pijnstiller.

img_20190506_2259268571821500380868036.jpg

Ik wandel terug naar het hotel met een tussenstop in de basiliek. Een maaltijd staat me op te wachten. Medereizigers vragen me hoe het met me gaat. Ik voel me gedragen. In de namiddag ga ik met Jeannette alleen op stap. Jeannette wenst afscheid te gaan nemen van de grot.

Nadien gaan we naar de laatste film over het leven van Bernadette Soubirou. In haar levensverhaal, in hoe ze zich verwoordde en met de situatie Bernadette moest omgaan herken ik me.
Na de film tijd voor een afscheid aperitief, een telefoontje naar een pelgrim in nood, een bericht naar een vriendin ‘… Het is wat het en weet alles heeft zijn reden. Ik voel me er niet slechter bij… Ik kwam door mijn gedachten heen ‘alle, het laatste loodje om mijn hersenen te zuiveren 😉.’
Een bericht van mijn nicht… ‘Ct scan genomen en gezien dat er een melanoom is’. ‘Zeker dat het een melanoom is? Dit is normaal een huidletsel’
‘Haha een meningoom 😜. Die heeft me blijkbaar al te pakken 😂’
Gelukkig heb ik nog humor, vreugde zullen ze mij alvast niet wegnemen.

Deze morgen moesten we er vroeg uit. Een telefoonwekker rinkelt door de kamer. Ik wordt wakker met een zin ‘Leef, zoals het de laatste dag is.’. Deze blijft door meheen komen. Wanneer Jeannette klaar is leg ik haar uit hoe ze al naar de ontbijttafel kan. ‘Verdiep nr 1, 2x rechts’.
Alleen in de kamer, vloeien de tranen… Ik word me nu pas bewust van wat ik te horen kreeg. Ik laat vloeien, het werkt bevrijdend. Bewust dat daar iets zit die uiteindelijk daar niet hoort te zitten en er allang zat. De tijd was rijp. Nieuwe lessen staan me voor de boeg. In vertrouwen en in hoop zet ik mijn dag verder in.

 

Gavernie

img_20190508_2121387142586189584900839.jpg

Na de drukte rond de ontbijt tafel verlaten Jeannette en ik het hotel voor de ochtend viering.
De spanning die voelbaar kan zijn in mijn lijf tijdens een viering is nog altijd aanwezig. Om deze te doorbreken sta ik op en deel ik de zang boekjes uit.
Na de viering gaan we richting de kruistocht. De zon weerkaatst op de vele mozaïeken van de basiliek. Een geel gloed vult de omgeving.
We komen voorbij de grot van Massabielle en steken de rivier Le Gave de Pau over.
De stroom van de rivier doet me goed en brengt rust met zich mee.

Aan de kaarskappellen steken we een grote kaars aan met onze intenties. Jeannette stapt de rolstoel uit. Ze is geraakt bij het zien van de vele kaarsen en de herkomst van wie ze heeft geplaatst. “Hooohhh”. Ik volg haar op afstand.

Om wat te bekomen van de vele indrukken en gewaarwordingen nemen we plaats aan de rivier. Zacht ziet de rivier eruit, de vele intenties die hier worden neergezet vloeien met haar mee. Nadat ik de rolstoel stevig heb vastzet, streel ik over het water. Mijn lijf ontwaakt. Ik schep water op met mijn handen en giet deze zonder woorden in beiden handen van Jeannette.
“Dit geloof kunnen ze min nie meer afpakken, geen enkele duivel”, zegt Jeannette me plots uit het niets. We kijken elkander aan en beginnen te lachen.
“Das hier beter dan aan de zee”, vertelt ze verder.

Op de kruisweg hoor ik Jeannette aan iedere halte spreken. Wanneer ik zie en hoor wat het ‘geloof’ deze vrouw al gebracht heeft. Welke levenskracht ze hierin heeft uitgehaald. Haar levensverhaal. In het diepste van mezelf hoop ik dat mensen nog heel lang mogen blijven geloven.
“Moeder Maria ge gi ook joan kind verloren, ik weet wel hoe da voelt”, spreekt ze het beeld toe.

In de namiddag gaan we met de bus naar Gavarnie. Op de bus krijg ik terug pijnscheuten in de rechterflank. In Gavernie wenst Jeannette te stappen naar de kerk. “Dit is voor mij OK, weet dat ik ook de rolstoel meeneem”. “Moja, laten we ons toan op de terrasse zitte en een koffiedrinken”. Ze cijfert haar weg om mij geen last te zijn. Dit is lief van haar en terzelfde tijd voel ik hoe ik hier last van heb, hoe Jeannette onbewust hierdoor te dicht in mijn veld komt door haar weg te cijferen. Ik deel met haar dat ik op tijd zal aangeven wanneer het voor mij niet kan. Af en toe is een duw in de rug nodig en terzelfde tijd voel ik hoe ik mezelf ook moet afbakenen om niet in haar terrein mee te draaien, dit uit zich meestal wanneer ze me vraagt uit minderwaardigheid om een tussen persoon te zijn tussen haar en een derde. Evenwicht.. evenwicht.

De weg naar Notre Dame de bon port gaat in stijgende lijn. Het duurt even voor Jeannette me vraagt om te gaan zitten. Oefff… De weg gaat verder achterste voor… Ik trek haar mee naar boven. Eenmaal boven aan de deur van de kerk hou ik eerst rust. Ik laat de groep eerst binnengaan en wanneer ik zie dat Jeannette werkelijk is aangekomen is het onze beurt om in het bijzonder 12 eeuws kerkje binnen te gaan, gelegen op de weg van Compostella richting de Norte.

img_20190508_2116332141167632635649803.jpg

Tijdens het avondmaal krijg ik een plotse onverdraaglijk hoofdpijn. Om 20 uur duik ik onder de lakens en geef ik mezelf Reiki. Met mijn handen op mijn hoofd val ik in slaap. Ik ontwaak voor de eerste maal om middernacht. De hoofdpijn blijft aanwezig. Ik trek mijn broek aan en ga naar de nacht waker vragend om een pijnstiller. Deze kan hij me niet aanbieden, een weldoende warme thee wel, met deze ga ik terug naar boven en val terug in slaap tot de ochtend.

 

 

Lourdes

img_20190506_2046344156121437475771438.jpg

 

 

Door de snellere mobiliteit van de groep, de vermoeidheid van Jeannette, eigen zelfzorg, vraag ik een rolstoel voor Jeannette.
“Hohhhh” hoor ik Jeannette zeggen terwijl ze met haar hand voor haar mond ga.

Een eerste kennismaking met het heiligdom. Op mijn linkerkant het plein, de basiliek die staat te glinsteren in de zon. Rechts van me een groot beeld. Een vrouw met blauw kleed, wit gewaad, op haar hoofd een gouden kroon. ‘De vrouwe, onze lieve vrouwke, ons moederke’, zoals Jeannette het zo mooi kan vertellen.

Terwijl ik haar de tijd en ruimte geef om te zien en alles in zich op te nemen, word ik plots een hevige stekende pijn gewaar, als een mes die ze me van voor tot achter in mijn rechter zijflank steken. Dit gebeurt zo driemaal achtereen.
“Jasmine, kunnen we tot aan de grotte goan asjeblieft”, hoor ik Jeannette vragen. “Ja hoor, we zijn vertrokken”, terwijl ik haar rolstoel voortduw.

“Ik weet niet of ik min goan keun in oude wei”, deelt ze me mee. “Dat hoeft niet Jeannette, laat maar stromen wat er komt en is. Het is OK.”, zeg ik haar dicht bij haar oor.
Aan de grot aangekomen zie ik haar borstkast schokken maken en fijne geluiden bij het inademen. Een traan vloeit over mijn wang.
Ze legt haar hand op de rots, ” OH, Bernadetje , ik kzin hier weere. Zo blij dak er weere ben”. Ik volg de koorden tot aan de banken waar we plaats nemen. Mensen komen en gaan. Ontelbare handen hebben deze rots al aangeraakt waar Bernadette Soubirou verschijningen zag van een vrouw in wit gewaad met gele bloemen op haar voeten en in haar handen een rozenkrans.

 

 

We keren terug naar de ingang.
“Jasmine, da is hier tastbor he, da keun ze toch nie zeggen da da folklore is”, deelt Jeannette me mee.

Na het middagmaal keren we terug voor een groepsfoto op het grote plein.
Terug aangekomen tussen het grote Mariabeeld en het plein, wachtend op de fotograaf, voel ik terug scherpe steken in mijn zij. ”s Avonds herhaald zich dat terug op dezelfde plaats van het domein wanneer ik eraan kom na de kaarsprocessie.

 

img_20190508_213257_2914777134069515628000.jpg

En route…

img_20190505_222619938530398664760258.jpg

In de verte draait een bus de brusselsesteenweg op….een reisbus.
Samen met Jeannette (91 jarige vriendin) gaan we er even op uit naar Lourdes. Regelmatig sprak ze me over een reis naar Lourdes samen met haar dochter, die op vroege leeftijd is overleden. Ik hoorde hoe belangrijk dit voor haar was.
Spontaan stelde ik haar voor om nog eens te gaan. Een pelgrimstocht op een andere manier.

Op de leeftijd van Jeannette is dit geen evidentie om zo een reis te ondernemen. Talrijke obstakels – voor mij kleine, voor Jeannette grote – komen ons tegemoet.
De verminderde kracht in haar knieën en lichaam de te hoge treden van de bus zorgen ervoor dat het ‘klimmen’ moeizaam gaat.
21 en 22, onze zitplaatsen. Ik sta verstelt te kijken naar de evolutie van het interieur in de bus. Geen groot verschil met het interieur in een vliegtuig. Toch wel… mijn zetel schuift naar rechts. .. ruimte. Een groot, afgerond, futuristisch ogend raam. Een blijvend oneindig zicht op de snelweg en natuur. De bomen schitteren in hun lentefris jasje. De lucht kleurt donkergrijs. Dunne witte wolken zweven over het landschap en kleuren soms zilvergrijs dankzij de zon.

Ik sluit even mijn dagboek… mijn ogenleden krijgen het moeilijk… slaaptekort.

Parijs… Mastodonten van betonblokken. Het weinig groen vergaat in het niets. Mijn maag begint te protesteren, mijn lichaam voelt zich misselijk bij dit zien. Ik sluit mijn ogen en focus me op een punt op mijn lichaam, mijn bovenlip. Ik voel mijn ademhaling en in een flits haal ik mijn denken uit het beeld die ik net zag. Mijn geest, mijn ziel, mijn voertuig het lichaam, mijn dierbaar Zijn, mijn heilige ruimte.
De laatste weken, dagen voel ik mijn lijf terug vrij worden. De levensenergie is terug voelbaar aanwezig en waar ze langs stroomt zijn het net zaadjes die openspringen na een tijd van productie in stilte en geslotenheid. Het ene zaadje knalt het andere open…een continuïteit van vreugde en verlangen is aanwezig.

We razen het Franse land dieper in richting de Pyreneeën. Ik geniet van de wijdsheid van dit land en telkens wanneer ik er ben voel ik mijn roots diep in mijn aderen vloeien.

 

Conduis-moi, douce Lumière

 

Conduis-moi, douce Lumière,

au milieu des ténèbres:

Je t’en prie, conduis-moi.

La nuit est sombre,

et je suis loin de la maison:

je t’en prie, conduis moi.

Veille sur mon chemin.

Je ne demande pas

à voir le but lointain:

un seul pas me suffit.

J’étais autre jadis,

et je ne priais pas

pour que tu me conduises.

J’aimais choisir et voir ma route.

Maintenant,

je t’en prie, conduis-moi.

J’aimais le jour brillant et,

malgré mes frayeurs,

l’orgueil me gouvernait.

Oublie les jours passés.

Ta puissance

pendant si longtemps m’a béni

que, j’en suis assuré,

elle me conduira

par landes et marais,

montagnes et torrents,

jusqu’au retour du jour.

Et demain souriront

les visages des anges

depuis longtemps aimés,

et que je ne vois plus.

~John Henry Newman

 

Dienstbaarheid

img_20181213_1853575567102310799678446.jpg

Op tafel een heerlijk geurende tas koffie. Een kopij van een kaart de ik deze week trok ‘de otter’, die staat voor vrouwelijke kracht. Een andere van de opgestegen Meesters ‘Groene Man’, trek je eens terug in de natuur. Een blokfluit, chants de Taizé. Een bloem.
De zon komt schijnen op een 16°eeuwse vijzel. Terwijl ik er naar kijk komen beelden voor mijn ogen en geuren onder mijn neus. Groene planten, een eenvoudige natuurlijke keuken gemaakt in hout en hardsteen. Geen hedendaagse voorwerpen. Ik zie mezelf in een totaal andere tenue, ruim, natuurlijke degelijke stoffen, sober. Een zachtheid, sereniteit, kracht en warmte hangt over me heen…

De laatste maand was niet zo fijn. Het was bijna iedere dag trekken aan mijn kar om buiten te komen in een jungle van prikkels. Ik begon mijn kracht te verliezen, de verbondenheid met mezelf, de verbondenheid met het universele en het goddelijke. Momenten van een diep verdriet die plots over me heen kwam en niet weten van waaruit, ik liet toe. De muren van mijn kamer die begonnen te bewegen, momenten van angst waar ik dacht, ik bel iemand op om te vragen dat ze mij ”s anderendaags contacteren om te weten of ik er nog ben. Herkenbaar van toen ik kind was, wel fier dat ik er vandaag mee om kan. En hoe verder ik kwam en naar mijn lichaam keek hoe zwakker mijn buik werd. Mijn organen werden pijnlijk. Een stuit die zijn stevigheid was verloren en pijn gaf bij het wandelen. Wat darmproblemen.
Een manuele therapeut stond me bij en we zochten samen naar de oorzaak.
Onderzoeken op lever en bloed zijn achter de rug en gelukkig met een schitterend resultaat. Een darmonderzoek staat nog voor de deur. Drie dagen tijd om volledig te kunnen ‘lossen’.
Ik ben me bewust dat dit er niet zomaar was en is. De reden waarom ik dit neerschrijf is niet om medelijden of in een slachtofferschap terecht te komen, wel om te delen dat lichaam, geest en ziel één Zijn. Dat een ziek zijn of voelen niet afzonderlijk te bekijken is als iets extern die zich plots inplant en los staat van het individu. Wel dat ziek zijn veel breder te bekijken is.

Gelukkig heb ik de moed en het vertrouwen om in deze onaangename fase te staan. Prettig is wat anders en ik geef toe mijn geduld werd en wordt op de proef gesteld.
Terzelfde tijd werd deze periode gevuld met dienstbaar te mogen zijn. Een dienstbaarheid die anders aanvoelde, ze was volwassen geworden. Waarom noem ik het ‘volwassen’ . Omdat de dienstbaarheid er niet meer was vanuit een afhankelijkheid, een eigen nood, een opvulling van een tekort.
Wel een dienstbaarheid die terug in zijn puurheid mocht bestaan, dezelfde dienstbaarheid die ik al had als kleine ukkupuk.
In zachtheid en Liefde mogen nabij zijn met respect voor de persoon en wat was, in verbondenheid .
En dit kunnen en mogen kan enkel gebeuren wanneer beide partijen bereid zijn om stappen naar elkander te zetten.
Zich durven openen in kwetsbaarheid, het durven vertrouwen in de ander doorheen de eigen kwetsuren. En dit is zowel vanuit de gever als ontvanger. Een waardevolle verbondenheid die de mens doet groeien naar elkaar, waar voor mij geen verschil en ook geen versmelting voelbaar is tussen twee mensen. Wel een hartelijke verbondenheid waar elk individu op zichzelf mag bestaan verbonden in eenheid.
Een wisselwerking die ik mag meedragen in mijn hart en waar ik jullie, ja jij, zo dankbaar om ben. Dankbaar, om te hebben mogen delen in je kwetsbaarheid, om het vertrouwen die je in mij schonk, om je te openen. Het bracht ons dichter bij elkaar als mens, een bijzondere plaats hebben jullie in mijn hart. Dankjewel.

Door deze voorbije periode, waar ik aan de ene kant heb leren grenzen en begrenzen. De dienstbaarheid. Het proberen te leven in de drukte van stad. In liefde blijven staan in de nabijheid van agressie. Het durven zelf hulp vragen om dingen waar ik mijn energie in verlies. Het kunnen ontvangen van hulp bij het op punt zetten van de pelgrimstocht ‘De buizerd’. Mijn lichaams signalen. Het verlies van energie. Twijfel. Het leren omgaan met de negatieve reacties, jaloezie, afwijzing ontstaan na een voordracht over de pelgrimstocht. Een ongezond lichaam. Te wonen in een huis waar macht aanwezig is en terzelfde tijd niets of niemand bestaat. Het evenwicht zoeken tussen trouw te blijven aan mezelf en de ander nabij zijn. Het is een waardevolle periode.
Elk moment, altijd. Ook al is het niet altijd bewust aanwezig.

Dit alles heeft me geholpen bij het stellen van een keuze. Een knoop wens ik door te hakken. De knoop van ‘waar ga ik leven en op welke manier’ . Het is me nog allemaal niet tastbaar en toch heb ik het idee en gevoel dat het ergens al vast ligt en de weg open is. Eén iets is wel tastbaar en dat is leven in en met de natuur en in dienstbaarheid daar waar ik in balans kan Zijn.
Ik ben me bewust dat deze moet gebeuren want hier, in stad, verlies Ik mezelf, lukt het me niet om te aarden. En mij opsluiten in een ruimte om tot rust te komen en te aarden. Neen, dit is voor mij niet weggelegd en voelt zo contradictorisch aan, aan wat moeder natuur me schenkt.
Een grote angst en verdriet is hierbij voelbaar aanwezig. Ik vertrouw en wens ervoor te gaan. In vertrouwen op wat komt.

 

Je kunt het

 

Maandagmorgen… ontwaken. Een vertikaal, wit licht schijnt op een bruine eikendeur. Dageraad.
‘Jasmine wat brengt je dag vandaag’ gaat door meheen. Ik draai me om en nestel me nog eens in de veren.
Leegte en volheid is voelbaar. Niet de leegte en volheid waarin ik me vrij voel, wel deze die me belemmert te bewegen en in beweging te komen.

De volheid van talrijke gedachten die me heen en weer slingeren en me vastzetten. De leegte van niet kunnen in beweging komen door de gedachten.

En daar voor mij ligt de weg, de weg waar ik voel en me bewust ben dat dit de enige weg is. Diep van binnen voel of hoe kan ik het benoemen ‘besta’. De weg waar mijn lijf vrij voelt. Waar mijn hart gevuld is, gevuld door ‘Liefde’ die door gans mijn lijf stroomt. Daar waar het ‘Licht’ in mij mag stromen en andere harten geraakt mogen worden. En ook al ben ik me dit bewust, ik ben me ook bewust dat daar waar ik me nu in bevind zijn redenen heeft en ik niet van weg hoef te rennen.

De laatste weken krijg ik tal van lichamelijke signalen. Een lichaam die niet ten volle stroomt. Organen die me af en toe komen wakker schudden. Samen met een manueel therapeut gaan we opzoek in het labyrint van het lichaam. Terwijl aan een andere zijde de klassieke molen van bloedonderzoek tot mri aan het draaien is, gelukkig met schitterende resultaten. Nog eentje te gaan.
Wat gebeurt is niet raar. Mijn lijf vertoont en laat voelen waar mijn Geest en Ziel niet vrij kunnen zijn. Net als de lijnen met een potlood of een blad papier, wordt de huid, getekend door het leven inwendig, kenbaar gemaakt aan de buitenzijde.

Wanneer mij wordt gevraagd hoe ik het doe op de weg omtrent hygiëne, zie ik vaak verwonderde gezichten. Niet raar wanneer men plots iets hoort die niet gekend, vanzelfsprekend of alledaags is. Neuzen worden opgetrokken, ogen worden gefronst.
Het is zo wanneer ik op stap ben, worden mijn kleren niet alle dagen gewassen. Mijn kleren krijgen een wasbeurt wanneer ik ergens een wasmachine ontmoet in een stad, ongeveer om de 14 dagen. Mijn onderbroek draag ik ongeveer een week… dit is voor velen blijkbaar onbedenkelijk.
Wel stel je voor, je leeft dag in dag uit in de natuur. Je krijgt geen viezigheid via je omgeving binnen. Je wandelt iedere dag. Je eet gezond en veel minder. Er is geen stress. Geen zweet. Geen onaangename geuren naast je. Geen gassen.
Stel je nu compleet het tegenovergestelde voor..
. Dan is dit toch zo voor de hand liggend dat je lichaam op een andere manier en veel meer zal moeten werk verzetten om de omgeving te verwerken, die je niet enkel binnenneemt via voeding, ook via je poriën. En dit verteren weegt meer en zwaarder op het lichaam.
Mijn lichaam vraagt alleszins veel meer. Een duidelijk voorbeeld is mijn haar. Op de weg was ik mijn haren om de 14 dagen, shampoo is soms zelfs overbodig. In stad is een speciale shampoo nodig en vragen mijn haren om de drie dagen om gewassen te worden. In stad camoufleren we ons met geuren, in de natuur ontvangen we geuren. Wat raakt het me dan om te zien en te horen hoe mensen onverschillig met de natuur omgaan. Dit even terzijde wat mijn lijf betreft versus omgeving.

Vorige week zat ik in de zetel en werd ik misselijk van de weinige materie die ik rond mij had. Op mijn schoot had ik mijn computer en was ik een film in elkaar aan het steken. Ik zette de computer uit. Ik voelde dat tranen aan de oppervlakte kwamen. Er was geen verdriet of pijn voelbaar… Er was geen reden, toch niet wat ik me bewust van was. Ik stelde me geen vragen en liet de tranen komen en vloeien. Het duurde een eind, de tranen kwamen van ver en diep. Ik nam toen de beslissing te gaan slapen. Want waarom zou ik me laten omringen met iets wat me misselijk maakt. In bed kwam het verdriet terug…
De ruimte voelde vreemd waardoor angst en onrust zich installeerde. Mijn handen bedekte mijn borstkas, ze voelde enorm aan. Door bewust met mijn ademhaling bezig te zijn kwam ik tot rust… viel ik in slaap. Ik had een goede nachtrust en ”s anderendaags was alles met de nacht verdwenen.

Vrijdag werd ik terug misselijk deze keer op de bus. Drie mensen, afzonderlijk van elkaar, waren luidruchtig aan het praten. Ik kon me niet afschermen. De ene persoon had ruzie aan de telefoon, bij de andere was ook onenigheid te horen, een derde keek tv waar harde woorden verder de kleine ruimte vulden. Ik vroeg aan de chauffeur naar zuurstof, de dakramen werden geopend. Afstappen van de bus nam ik de kortste weg naar huis. Een stad vol prikkeling… een parlofoon… geklop op een blokkendoos… ontevredenheid was te horen… politieke affiche… Rood… Paars… Regenboogkleuren en hoewel een regenboog harmonisch is… Was de situatie heel chaotisch, zonder harmonie… Geklingel en geklengel …
Thuis aangekomen maakte ik mijn lijf vrij van kledij… ik kon niet snel genoeg mij ontdoen van wat ik op mij had… Mijn lijf greep naar iets om te eten…. als een leeuw die uitgehongerd was en zijn prooi had gevonden… voeding… Stilletjes aan voelde ik mijn terug in evenwicht komen…er was duidelijk geen balans… ik moest gaan aarden.

Het huis waar ik momenteel in woon beperkt me in mijn vrijheid. Hier waar ik het idee had en mij ergens werd gegeven een stiltehuis op te richten.
Niet het huis opzich, wel het verouderd systeem die er al jaren aan vasthangt en waar bepaalde mensen niet uitkunnen of willen. En dat is OK voor hen, niet voor mij.
Een eind geleden kwam ik in contact met ‘la Verna’ in Gent. Een stiltehuis.
Door in aanraking te komen met deze ruimte en wat er werd gecreëerd en is, was de behoefte om hier waar ik woon, verder geen inspanning te steken in iets die vastgeroest is.
Een huis waar ik me niet vrij kan en mag voelen. Me hierin begrenzen en zorg dragen voor mezelf is even belangrijk. Niet meer met mezelf in verzet gaan door toch maar te proberen. Door trouw te blijven aan mijn lijf en signalen. De laatste maanden hebben me genoeg duidelijk gemaakt dat blijven proberen niet altijd een noodzaak is om evenwicht te creëren, integendeel. Wanneer een deur weigert te openen dan is het duidelijk dat daar mijn weg niet is.
En waarom zou ik een stiltehuis creëren wanneer er al op een paar minuten stappen van dit huis, er een prachthuis is.

Al twee dagen groeit het woord India in mijn lijf. ‘Vreemd’ gaat erdoor meheen… zou dit nu willen betekenen dat ik richting Indie wordt geroepen. India daar waar het zo overbevolkt is! Ik laat komen wat komt… Iets is zeker en blijft aanwezig… Vertrouwen… Vertrouwen dat wat zich aanbied, altijd klopt.

Straks ga ik terug op stap en werk ik verder aan de pelgrimsweg ‘de buizerd’. De papiermolen belemmert me wat, gelukkig krijg ik hulp van mensen die me omringen. Wordt vervolgd…

Boeken beperken me.

Deze morgen na het ontwaken haalde ik mijn kaarten uit.
Momenteel voel ik me werkelijk ‘in between’. De overbodige materie voelt voor mij niet goed. Mijn lijf roept naar eenvoudige neutrale niet gestileerde kledij. Ruimte. Mijn lichaam, wat al materie is vraagt naar eenvoud en puurheid. Lichaam, geest en ziel vragen naar geraakt te worden en aan te raken.
Spontaan neem ik de kaarten van de opgestegenmeesters, de engelentherapie en de Jezus kaarten van Doreen Virtue. Ik maakte contact met de kaarten en vroeg om hulp ‘Vul mijn hart en wijs me de weg’.
Spontaan nam ik de opgestegen meesters als eerste. Ik opende de kaarten in mijn hand, nam er één uit… het antwoord was duidelijk… een tweede en derde kaart was overbodig. Diep van binnen was ik niet alleen…

‘Je kunt het’ ~ Aertsengel Michael.