Chartres

Labyrinth de Chartres

Texte Français voir 👇🙏

Na bijna twee maanden lopen vanuit Straatsburg ben ik in Chartres aangekomen. De weg stond in het teken van Jeanne d’Arc. Zij bracht mij dichter bij het innerlijke zwaard en ik herkende veel dingen uit haar leven die parallel liepen met mijn eigen onderweg zijn.
De energie van Maria en Aartsengel Michaël was en is heel sterk aanwezig gedurende dit hele traject.

Toch voelde ik tijdens de pelgrimstocht dat er iets ontbrak. Iets wat ik nog nooit eerder zo had ervaren tijdens mijn andere pelgrimstochten. Ik wist niet meteen wat, tot de dag dat ik “de Rosa Mystica” volgde, een namiddag, rond het rozenkransgebed geleid door Anaïs. En alhoewel ik dit reeds had gezien tijdens mijn initiatie. Was dit een hartelijke welkom onderweg.
Al maanden en maanden probeerde ik te begrijpen waarom ik niet in de rozenkrans kon binnentreden. Eerst omdat het voor mij te sterk verbonden was met de katholieke Kerk: net zoals die momenten waarop ik naar de mis ging en mij benauwd voelde. Dan was er ook nog het “willen-moeten”. En op de dag dat ik dat “willen-moeten” losliet, maakte ik plaats voor de acceptatie om het niet te moeten kunnen… en toen kwam het voelen, het gewaarworden. Sindsdien laat de rozenkrans mij niet meer los.

Sinds ik jong was, wanneer men mij vroeg: “Kun je dit?” heb ik altijd “ja” geantwoord, ook al wist ik het nog niet. Dan leerde ik het eerst en begon ik daarna.
Ik moet zeggen dat ik vandaag een beetje genoeg heb van altijd alles te willen kunnen. Dus morgen, als je mij vraagt iets te doen, is het best mogelijk dat er een “nee” volgt.
Een van de dingen die ik onderweg heb geleerd, is dat Zijn belangrijker is dan “moeten doen”. Ik Ben.

Hetzelfde, enkele jaren geleden: ik gebruikte altijd de zin “ik weet het”. Het was een soort bescherming voor het gevoel dat ik had, dat ik minder was dan anderen. Maar met die zin sluit je vaak de verbinding en blijf je alleen in je hoekje. Toen ik dat doorhad, werd mijn leven ruimer. En hetzelfde geldt voor het “doen”.

De avond voor mijn aankomst in Chartres deelde ik met een echtpaar mijn ervaringen van het onderweg zijn. De vrouw en de man keken elkaar aan en zeiden: “zal men het vertellen. ”De man deelde: “Mijn naam is Angelo Michael.”
Op het moment dat ik dat hoorde, was ik blij dat ik naast een muur stond om mij eraan vast te houden, want het schokte mij hevig. Een heel intense gewaarwording tussen mijn bekken en mijn borst. Ik kon niet meer ademen, alsof mijn borstkas te klein was geworden. Daarna kwam de drang om in tranen uit te barsten… maar de tranen kwamen niet. Want in mijn lichaam had ik de ruimte niet.
De volgende dag kreeg ik, als een kleine knipoog, koeken voor onderweg met triskeles erop.

Ik had nog 12 km te lopen om Chartres te bereiken. Meerdere keren kwam ik het getal 22 tegen: onder mijn voeten, tafel 22 riep de ober, op een deur waar ik naar binnen moest. En ik kwam aan in Chartres op 22 augustus, de dag gewijd aan Maria Koningin.

Toen ik de kathedraal binnenging, werd ik naar links getrokken. Ik voelde hetzelfde als in Glastonbury, in de crypte. Ik ging zitten voor Onze-Lieve-Vrouw van de Zuil, tranen stroomden en ik voelde een groot verlangen om mijn rozenkrans te nemen. Wat ik deed.

Deze ochtend liep ik het labyrint. Al heel snel voelde ik mij meegenomen naar een ruimte die veel groter was dan de plek waar ik fysiek was. Ik voelde mij stevig gegrond, uitgelijnd. Er bewoog van alles rondom mij, maar ik voelde heel sterk dat niets mij uit die ruimte kon halen. Bij elke bocht sloot ik mijn ogen om diep adem te halen en verder te kunnen. Op bepaalde momenten begon mijn linkerhand, die op mijn hart lag, te beven.
Het was ongelooflijk: wat een krachtige energie woont er op die plek!
Ik kan je echt aanraden om ooit dat labyrint stap voor stap in volle bewustzijn te wandelen. Ik gebruik bewust het woord in volle bewustzijn, want zo kun je de zegeningen van het labyrint en deze plek ontvangen.

Toen ik uit het labyrint kwam, moest ik gaan zitten. Tranen gleden zacht langs mijn wangen. En opnieuw voelde ik het evenwicht met de horizontaliteit.
Daarna ging ik de persoon die achter mij liep bedanken, voor zijn aanwezigheid.
Na het labyrint voelde ik de weldadige effecten in gans mijn Zijn.

’s Middags volgde ik een rondleiding in de crypte. Aan de noordkant, in de kapel waar zich een kopie bevindt van Onze-Lieve-Vrouw onder de Aarde (de originele Zwarte Madonna werd in 1793 vernietigd door een brand), is er ook een reliekschrijn met een fragment van de sluier van de Maria, die men ook in de bovenkathedraal kan zien in één van de kapellen.
Is het echt een sluier van Maria? Zullen we het ooit met zekerheid weten?
In elk geval, één ding is zeker volgens het onderzoek: het is een doek dat uit het Oosten komt.
Ik was nieuwsgierig waar dat reliekschrijn en de Onze-Lieve-Vrouw onder de Aarde zich bevonden in relatie tot wat ik de eerste dag bij mijn binnenkomst in de kathedraal had gevoeld. De gids bevestigde mij dat het reliekschrijn zich onder Onze-Lieve-Vrouw van de Zuil bevond, wat voor mij mijn gewaarwording verklaarde.

Nog een andere sterke plek voor mij: helemaal beneden, onder het koor, het oudste deel van de crypte. Ik bleef er als een magneet aan een pilaar kleven.

Na alles wat ik hier ervaren heb, heb ik besloten enkele dagen in Chartres te blijven, vooraleer de volgende pelgrimstocht te beginnen: van Camaret-sur-Mer naar Sainte-Anne-d’Auray.

Saint Sacrément dans la crypte. Côte Nord ou ce trouve Notre Dame Sous Terre

Après presque deux mois de marche depuis Strasbourg, je viens d’arriver à Chartres. Le chemin était placé sous le signe de Jeanne d’Arc. Elle m’a approchée de l’épée intérieure et j’ai reconnu beaucoup de choses de sa vie qui étaient parallèles à mon propre cheminement.
L’énergie de Marie et de l’Archange Michel était très présente tout au long de ce parcours.

En pèlerinage, je ressentais pourtant qu’il me manquait quelque chose. Quelque chose que je n’avais jamais ressenti dans mes autres pèlerinages. Je ne savais pas tout de suite quoi, jusqu’au jour où j’ai suivi ‘ la Rosa Mystica’ un après-midi, avec le chapelet animé par Anaïs.
Depuis des mois et des mois, j’essayais de comprendre le pourquoi du chapelet, pourquoi je n’arrivais pas à entrer dedans. D’abord parce que, pour moi, il était trop associé à l’Église catholique : comme ces moments où j’allais à la messe et où je me sentais coincée. Puis il y avait le ‘ vouloir-devoir’ . Et le jour où j’ai lâché ce ‘vouloir-devoir’, j’ai fait place à l’acceptation de ne pas savoir faire… et alors le ressenti, la conscience, la présence s’est installé. Depuis, le chapelet ne me quitte plus.

Depuis toute jeune, quand on me demandait : ‘Tu sais faire cela ?’ , j’ai toujours répondu oui, même si je ne savais pas encore. Alors je m’instruisais avant de commencer.
Je dois dire qu’aujourd’hui j’en ai un peu assez de vouloir tout savoir faire. Donc demain, si vous me demandez de faire quelque chose, il est bien possible qu’un ‘non’ suive.
Une des choses que j’ai apprises dans mon cheminement, c’est qu’Être a plus d’importance que de ‘ devoir faire’ .

Je Suis.

C’est comme il y a quelques années : j’utilisais toujours la phrase ‘je sais’. C’était une sorte de protection pour le sentiment que j’avais, celui d’être moins que les autres. Mais avec cette phrase, bien souvent, on ferme la connexion et on reste seul dans son coin. Quand j’ai compris cela, ma vie s’est élargie. Et c’est la même chose avec le ‘faire’.

La veille de mon arrivée à Chartres, je partageais avec un couplé mon cheminement. La dame et le monsieur se sont regardés et ont dit : “On raconte, on le dit. “Le monsieur a partagé :” Je m’appelle Angelo Michael.”
Au moment où j’ai entendu cela, j’étais contente d’être à côté d’un mur pour m’y tenir, car cela m’a fortement secouée. Un ressenti très intense entre mon bassin et ma poitrine. Je n’arrivais plus à respirer, comme si ma cage thoracique était devenue trop petite. Puis l’envie d’éclater en larmes est montée… mais les larmes ne sortaient pas.
Le lendemain, comme un petit clin d’œil, je recevais des biscuits avec des triskèles.

Il me restait 12 km à faire pour arriver à Chartres. Je suis tombée plusieurs fois sur le nombre 22 : sous mes pieds, le garçon qui disais table 22, sur une porte où je devais entrer. Et je suis arrivée à Chartres le 22 août, jour dédié à la Vierge Marie Reine.

Quand je suis entrée dans la cathédrale, j’ai été attirée vers la gauche. J’ai ressenti la même chose qu’à Glastonbury, dans la crypte. Je me suis assise devant Notre-Dame du Pilier, des larmes ont coulé et j’ai ressenti un grand élan de prendre mon chapelet. Ce que j’ai fait.

Ce matin, j’ai marché le labyrinthe. Très vite, je me suis sentie entraînée dans un espace bien plus vaste que le lieu où je me trouvais. Je me sentais bien ancrée, alignée. Cela bougeait de tous les côtés autour de moi, mais je ressentais très fort que rien ne pouvait me sortir de cet espace. À chaque tournant, je fermais les yeux pour prendre une grande respiration et pouvoir continuer. À certains moments, ma main gauche posée sur mon cœur s’est mise à trembler.
C’était fou : quelle énergie puissante habite ce lieu !
Je peux vraiment vous conseiller, un jour, de cheminer ce labyrinthe en pleine conscience, pas à pas, pour un véritable cheminement intérieur. J’utilise bien le mot « cheminement », car c’est ainsi que l’on peut recevoir les bienfaits du labyrinthe et de ce lieu. Pas comme si l’on allait se promener en ville pour faire les étalage.

Quand je suis sortie du labyrinthe, il m’a fallu m’asseoir. Des larmes ont glissé doucement le long de mes joues. Et j’ai ressenti de nouveau l’équilibre avec l’horizontalité.
Puis je suis allée remercier la personne qui marchait derrière moi, pour sa présence.
Après le labyrinthe, j’ai ressenti les bienfaits dans tout mon être.

L’après-midi, j’ai fait une visite de la crypte. Arrivée du côté nord, dans la chapelle où se trouve une copie de Notre-Dame sous Terre (la Vierge noire brûlée en 1793), il y avait aussi un reliquaire contenant un fragment du Voile de la Vierge, que l’on peut également voir dans la cathédrale haute.
Est-ce vraiment un tissu de la Vierge ? Pourra-t-on un jour le savoir avec certitude ?
En tout cas, une chose est sûre d’après les recherches : c’est un tissu venu d’Orient.
J’étais curieuse de savoir où se trouvaient le reliquaire et cette Vierge par rapport à ce que j’avais ressenti le premier jour en entrant dans la cathédrale. Le guide m’a confirmé que le reliquaire était placé sous Notre-Dame du Pilier, ce qui expliquait mon ressenti.

Un autre lieu fort pour moi : tout en bas, sous le chœur, la partie la plus ancienne de la crypte. Je suis restée collée à un pilier comme un aimant.

Après tout ce que j’ai ressenti ici, j’ai décidé de rester quelques jours à Chartres avant d’entamer le prochain pèlerinage, de Camaret-sur-Mer à Sainte-Anne-d’Auray

Jeanne d’Arc

Jeanne d’Arc – Montmartre

Texte Français 👇🙏

Een jaar geleden zat ik ergens op een terras samen met pelgrims die de weg van Saint Michel hadden gestapt.
Toen deelde ik: “Voor wie zin heeft en een volgende pelgrimstocht wenst te ondernemen: ik nodig jullie uit op de weg van Jeanne d’Arc.”

Dit was de tweede tocht die mij vorig jaar werd gevraagd om uit te stippelen voor les 7 routes, dat toen in elkaar aan het storten was.
Zowel bij Saint Michel als bij Jeanne d’Arc voelde ik een aantrekking en was het voor mij een evidentie om deze wegen te gaan stappen.
Saint Michel kon ik plaatsen, maar Jeanne d’Arc… wie was zij, wat was haar verhaal?

Wat voor sommigen geen succes was, omdat men de tocht beoordeelde op ‘hoeveelheid’ en uiterlijk, was voor mij heel verrijkend. Het zaadje dat toen werd geplant, heeft inmiddels zijn vruchten gedragen.

Elke pelgrimstocht heeft zijn waarde wanneer je bewust onderweg bent.
Hoe dichter ik bij Domrémy kwam, hoe meer ik begreep waarom ik op de weg van Jeanne d’Arc was.
Het eerste wat mij raakte, was haar verbondenheid met de aartsengel Michaël.
Daarna het zwaard – niet als teken van oorlog, maar als symbool om in je eigen kracht te staan, je juiste plaats in te nemen en trouw te blijven aan je eigen weg, zonder je te laten beïnvloeden.

Haar soevereiniteit, haar trouw zijn, bleef ze bewaren, zelfs tot op de brandstapel. Van jongs af aan volgde zij haar eigen weg.

Sinds het ontstaan van JT’M ben ik een paar keer uitgedaagd geweest.
Telkens ging het erom dicht bij mezelf te blijven, trouw aan mezelf – aan mijn weg en aan wat mij wordt getoond.
Te blijven staan daar waar ik voel dat de plaats mij toekomt, niet vanuit ego, maar vanuit het recht te bestaan gevoed door mijn vuur.
Te blijven staan in wat voor mij ‘juist’ aanvoelt, zonder mij te laten beïnvloeden door bewegingen die onzuiver voelen of waar een verdoken agenda achter schuilt.
Dat zorgde ervoor dat wat geen plaats had, vanzelf verdween in het onderweg zijn.

Een paar keer heb ik het zwaard heel duidelijk gevoeld – zelfs nog op de laatste dag, 15 augustus, toen men mij, zogenaamd omwille van ‘veiligheid’, vroeg om plaats te nemen achter een wagen tijdens een processiestoet, in plaats van naast het beeld van Thérèse de Lisieux en Jeanne d’Arc.
Dat had totaal niets met veiligheid te maken, maar alles met protocollen en de dynamieken die zich achter mij afspeelden.
Mijn “nee” ontsprong, kort en krachtig, gedragen door mijn vuur en in de vloeiendheid en zachtheid zoals een ontluikende waterbron, bleef ik staan, precies daar waar ik hoorde te zijn.

Aangekomen aan de Notre-Dame voelde ik dat mijn opdracht rond JT’M vervuld en afgerond was.
Mijn persoonlijke weg bleef echter open en voelde de behoefte om door te stappen naar Chartres.

In dankbaarheid voor deze weg, en voor allen die eraan hebben deelgenomen, die aanwezig waren, die hun deur en hun hart hebben geopend, die het aandurfden hun kwetsbaarheid te tonen…

Jeanne d’Arc in de kerk van Chevreuse

Il y a un an, j’étais assise à une terrasse, entourée de pèlerins qui venaient de marcher le chemin de Saint Michel.
C’est alors que j’ai prononcé ces mots : « Pour ceux qui en ont le désir, je vous invite à entreprendre le chemin de Jeanne d’Arc. »

C’était le deuxième itinéraire que l’on m’avait demandé de tracer l’an dernier pour les 7 routes, qui à ce moment-là était en train de s’effondrer.
Autant pour Saint Michel que pour Jeanne d’Arc, j’ai ressenti une profonde attirance. Il m’était évident d’emprunter ces chemins.
Saint Michel, je pouvais le situer. Mais Jeanne d’Arc… qui était-elle ? Quelle était son histoire ?

Pour certains, ce pèlerinage n’a pas été vécu comme un succès, car on le jugeait en termes de « quantité » et d’apparence.
Pour moi, au contraire, ce fut une expérience profondément enrichissante. La semence plantée alors a depuis porté ses fruits.

Chaque pèlerinage possède sa valeur propre, à condition d’être vécu en conscience.
Plus j’approchais de Domrémy, plus je comprenais pourquoi j’étais sur le chemin de Jeanne d’Arc.
La première chose qui m’a touchée, c’est son lien avec l’archange Michel. Puis vint l’épée – non pas comme signe de guerre, mais comme symbole de force intérieure : prendre sa place, rester fidèle à sa voie, sans se laisser influencer.

Ce qui me touche le plus, c’est sa fidelite, elle l’a préservée jusqu’au bûcher. Dès son plus jeune âge, elle a suivi son propre chemin, restant fidèle à son appel.

Depuis la naissance de JT’M, j’ai moi-même traversé plusieurs épreuves.
Il s’agissait toujours de rester proche de moi-même, fidèle à mon chemin et à ce qui m’était montré.
De tenir debout là où je sentais que ma place était juste – non par ego, mais par droit d’exister, d’être-rester ancrée dans ce qui me semblait « vrai », sans me laisser entraîner par des mouvements qui sonnaient faux ou portaient une intention cachée.
Ainsi, ce qui n’avait pas sa place disparaissait naturellement du chemin.

J’ai senti l’épée à plusieurs reprises – jusque dans les derniers instants, le 15 août, lorsque l’on m’a demandé, soi-disant pour des raisons de « sécurité », de marcher derrière un véhicule lors de la procession, au lieu d’avancer aux côtés des statues de Thérèse de Lisieux et de Jeanne d’Arc.
Mais cela n’avait rien à voir avec la sécurité. C’était lié aux protocoles et aux jeux qui se jouaient derrière moi.
Mon non jaillit, bref, porté par le feu intérieur. Dans la fluidité de l’eau, je suis restée là, exactement où je devais être.

Arrivée à Notre-Dame, j’ai ressenti que ma mission en lien avec JT’M était accomplie et pouvait être clôturée.
Mon chemin personnel, lui, restait ouvert. Je resentais que mon chemin continué jusque Chartres.

Dans la gratitude pour ce chemin, et pour tous ceux qui y ont participé, qui étaient présents, qui ont ouvert leur porte et leur cœur, qui ont osé montrer leur vulnérabilité…

Le Triskèle

In de schaduw van de kathedraal van Reims zit ik op een blok beton, mijn blik rustend op het niets.
In een boomgaard vlakbij zoekt een duif voorzichtig haar evenwicht op een wiegende tak.
Het licht speelt door de bladeren en zorgt voor dansende schaduwen op de grond, ik volg dat stille ritme.

In gedachten breng ik mijn aandacht bij alle mensen die ik reeds heb ontmoet. Wat me opvalt, is hoe vloeiend het telkens weer gaat om al bij de eerste deur te worden ontvangen.

Eén ontmoeting draag ik bijzonder in mij.
In een klein dorp in de Vogezen stond een huis met open deur.
De gevel droeg zachte pasteltinten, en op elke vensterbank stonden kleurrijke bloemen.

Ik belde aan. Toen kwam een vrouw naar de deur. Haar handen zaten onder de aarde en aan haar voeten droeg ze groene, plastic tuinklompen.
Ze keek me aan — open, stil, voelend.
Toen ik vroeg om onderdak, nam ze tijd. Tijd om te luisteren, tijd om te voelen. Daar hou ik van.
“Ja, ik kan je ontvangen. Wel niet direct, ik heb nog het een en ander te doen’,deelt de vrouw.” Hoe voelt het voor je als ik rond 19u terugkom?”” Ja, heel goed”. En zo kwamen we tot een afspraak.

Tot die tijd wandelde ik door het dorp, op zoek naar de sleutel van de kerk. Ik kwam terecht op een boerderij die werd gerund door een jong koppel met zes kinderen. Dankzij de jonge vrouw kon ik de kerk bezoeken, die me eerder een grote kapel leek te zijn. Een kapel nog in haar jus, zoals we dat in Frankrijk zeggen. De houten wanden waren door het vocht aan het rotten en sommige spinnenwebben bleven aan mijn rugzak kleven.
Nadien kreeg ik een rondleiding door de koeienstal. Ik stond verbaasd over de evolutie van het koeienmelken: alles was geautomatiseerd. Elke koe droeg een zender, verbonden met een robot die haar molk. De koe wist de robot te vinden en de robot wist precies wanneer hij moest stoppen.
Een voordeel, voor de moeder met zes kinderen: ze hoeft niet meer vroeg uit de veren en heeft nu meer tijd en ruimte voor haar gezin.
En toch voelde ik een kloof groeien tussen mens en dier, de computer had de plaats ingenomen.

Ik genoot van het tafereel waarin de jongste van het gezin in het hooi speelde, terwijl een koe met haar lange wimpers met stille nieuwsgierigheid naar de eenjarige keek.

Om 19u keerde ik terug naar het huis met de fleurige gevel.
Toen ik aan tafel werd uitgenodigd voor het avondmaal, viel mijn oog op een symbool op tafel: le triskèle. Het symbool dat in 2018 deel uitmaakte van mijn weg en mij toen leidde naar de drie plaatsen rond de aartsengel Michaël op het Europese vasteland: Monte Sant’Angelo – Sacra di San Michele – Mont Saint-Michel.

De volgende ochtend, bij het ontbijt, ging ons gesprek over geloof.
Zij, beiden atheïst, luisterden met open oren toen ik vertelde over mijn pelgrimstocht van 2018.
Na mijn verhaal zei de vrouw: ‘Mijn tweede naam is Michel. En die van mijn man ook.”
Er volgde een stilte. We keken elkaar aan en een glimlach werd zichtbaar in onze ogen.

Ik vertelde verder over mijn ervaring met de kraai in Glastonbury. Er was nog iets wat me sindsdien bezighield: kort na mijn verhaal over de kraai kwam Anaïs naar me toe om iets te delen over een gelijkaardige ervaring die zij kort ervoor had meegemaakt met dezelfde vogelsoort.
Ik voelde dat dit delen mij iets wilde zeggen. De betekenis bleef aan de oppervlakte; ook al had de zin begrepen ‘de kraai kroop onder mijn rok, ik kon de kraai niet vasthouden, ik moest hem loslaten’ maar ik voelde dat de zin nog niet volledig was geïntegreerd.

Op de terugweg naar België kwam het steeds weer boven.
Maar daar, aan hun tafel, gebeurde er iets: de woorden werden levend. De zin werd levend in het vertellen en bij het zelf luidop te horen. Het kwam deze keer wél binnen. Tegelijk werd ik me bewust dat er iets van binnenuit wakker werd. Buiten en binnen raakten elkaar.

Plots kon ik niets meer zeggen, omdat ik een intens vreugdevolle gewaarwording had.
Ik hoorde ‘ik geef je vleugels, je mag gaan.
En ik zag ze, mijn eigen vleugels, zich uitvouwen.
Ik was sprakeloos en dankte de twee mensen aan tafel voor hun luisterend oor en hun delen.
Het werd me duidelijk dat Anaïs het kanaal was voor deze boodschap, net zoals de priester ergens hoog in de Apennijnen, midden in Italië, destijds een boodschap had doorgegeven en toen verdween.

De vrouw stond op en verdween even.
Toen ze terugkwam, was haar man iets aan het vertellen over wat er in zijn leven gebeurde.
Plots vroeg ze mij mijn hand uit te steken. Ze legde er iets in: een ketting met een zelfgemaakte hanger, een triskèle. Ik werd geraakt. En we gaven elkander een dikke knuffel.

Balans

Onlangs zat ik aan tafel met een diaken. Wat begon als een rustig ontbijtgesprek over thema’s als euthanasie, covid en de overstromingen, eindigde plots in spanning. “Dit is complotisme, dat kan ik niet geloven, dit is tegen mijn geloof,” zei hij, zichtbaar gespannen. Ik liet een stilte vallen. Er was geen ruimte meer voor openheid of verbinding.

Ik zag hoe vast hij zat in denkbeelden gevormd door structuren die mensen vaak in angst brengen, om daarna hun vertrouwen te misbruiken. En we kennen allemaal wel ergens een voorbeeld rondom ons.
En neen, het zijn niet enkel religieuze structuren. Ook politiek, wetenschap, de medische wereld. En soms hoeven we daar niet te kijken en vinden we voorbeelden dicht bij ons weg uit deze structuren, daar
waar geld en macht soms onbewust belangrijker wordt dan liefde en de mens.

Een mening hebben, een eigen visie, was ‘not done’, want daarmee zou hij zijn geloof verloochenen.
En een eigen mening hebben was, in zijn ogen, gekoppeld aan ongelukkig zijn — wat ik dus was.
Als je spreekt, ben je een ruziemaker, ongelukkig, en word je verstoten.
En wie zwijgt, werd geleerd zijn hoofd in het zand te steken zodat de ander kon doorgaan met wat onrechtvaardig is. Hierdoor is de kans groot dat iemand zichzelf klein en angstig houdt.

Het gevolg is dat er scheiding ontstaat in plaats van verbondenheid.
Wat net het tegenovergestelde is van de basis van elk geloof: liefde.
Zelfs bij degenen die zich atheïst of agnost noemen.

Gelukkig zijn niet alle mensen zo, en ontmoet ik ook mensen die nuchter in het leven staan — binnen hun geloof of in wat zij geloven.
Eén ding is zeker: iedereen heeft dezelfde basisbehoefte — harmonie, liefde, vrede.

De wereld bestaat niet enkel uit wolkjes en bisou-nours.
Het gaat om neerdalen, je voeten voelen op de grond, aarden.
Niet afgesneden zijn van je eigen gevoelens en gewaarwordingen.
Het gaat over durven doorvoelen, alles onder ogen durven zien, en daarin je balans vinden — in jezelf.
Er zijn realiteiten die belangrijk zijn om onder ogen te zien, om bewust van te worden — dat niet iedereen goede bedoelingen heeft voor het grotere geheel.
Dit onder ogen willen zien betekent niet dat je iemand als slecht bestempelt, maar dat je probeert de persoon te zien in zijn of haar geheel, inclusief het verleden, en dat te omarmen. Wat niet wel zeggen dat je de aktie aanneemt en moet aanvaarden.

Ik geloof niet in groei en verandering wanneer afscheiding de overhand krijgt in plaats van verbinding.

Die afscheiding voel, zie en hoor ik de laatste tijd meer en meer in de spirituele wereld.
Of komt het doordat ik mijn woorden minder ga wikken en wegen, en meer vrijuit spreek over wat mij drijft?

Twee kanten die tegenover elkaar staan.
Aan de ene kant het oude systeem van religie, ik neem het katholieke geloof als voorbeeld omdat ik daarin ben opgegroeid en daar het meest mee in contact kom.
Zo weigerde een pelgrim, die vorig jaar een maand met me onderweg was, om deel te nemen aan de JT’M, omdat ik ooit het woord “Godin” heb uitgesproken in een gesprek.
Eén woord was voldoende om een oordeel te vellen.
Of in een abdij, waar ik deelde dat ik via Honfleur, Chapelle de la Grâce, naar Glastonbury was gegaan.
Daar zag ik het voorhoofd fronsen van een novice: “Mais n’est ce pas Excalibur, Arthur, c’est païen !”. Wat ik hier vooral in zie en hoor is angst voor het onbekende, omdat dit onbekende afgebroken werd.

En aan de andere kant mensen die niets meer met religie te maken willen hebben, een zekere spirituele beleving hebben, maar zodra er namen worden uitgesproken of teveel heiligenbeelden getoond worden, krijg ik privé de vraag of ik katholiek ben.
En ook al geef ik geen antwoord, men gaat ervan uit dat het zo is, en mensen verdwijnen.

Alsof er ergens in het midden, tussen die twee uitersten, niets kan bestaan.

Ik hoor de echo: “Als we allemaal dezelfde basisbehoeften hebben, dan is religie toch overbodig!”
Maak je geen illusies, ik ontmoet religieuze mensen die schatten van mensen zijn en geen mens kwaad zouden doen.
Net zoals ik niet-religieuze mensen ontmoet die liever de buurman nooit meer zien. En vice versa.

Wat wél zo is: zij staan in een voorbeeldfunctie. Wat ze verkondigen, zou daarom zo zuiver en waarachtig mogelijk mogen zijn – geworteld in waarheid, niet in gemak of eigenbelang. De geschriften zijn geen instrumenten om te gebruiken wanneer het uitkomt, maar spiegels die ons uitnodigen tot innerlijke eerlijkheid en integriteit.

Gisteren hoorde ik het verhaal van een Poolse vrouw. Een priester had in de kerk verkondigd dat het niet gepast was om vlees te eten op vrijdag in de Goede Week. Maar diezelfde vrijdag verscheen hij rond de middag bij haar moeder thuis. Er stond gevogelte op tafel. De moeder voelde zich beschaamd in zijn aanwezigheid. Maar tot haar verbazing bleef de priester gewoon eten. Zijn houding vond ik haast komisch. Plots was de wet niet langer belangrijk. “Niet erg,” zei hij, terwijl hij het vlees zegende – en zo werd het opeens toegelaten.

Het is een treffend voorbeeld van hoe regels kunnen worden omzeild of aangepast aan het moment. En tegelijk roept het een diepere vraag op:

Kennen we niet allemaal zulke momenten, waarin we een regel of waarheid buigen zodat die past bij wat we willen of nodig hebben?
En tot hoever gaan we hierin…. waar ligt de grens.
Tot hoe ver reikt onze eigen soepelheid hierin?
Waar ligt de grens tussen menselijke mildheid en gemakzucht, tussen innerlijke vrijheid en het ontwijken van verantwoordelijkheid?

Op de vraag: ben ik katholiek? Wel, ik ben gedoopt, toen ik noch ja noch neen kon zeggen, wat voor de kerk betekent dat ik katholiek ben.
Noem ik me katholiek? Neen.
Ik heb me nog nooit volledig op mijn gemak gevoeld tijdens een katholieke viering.
Er is iets dat voor mij niet juist aanvoelt. Ik blijf er op mijn honger. En hoewel ik al jaren probeer om daar de vinger op te leggen, lukt het me niet.
Ga ik graag kerken binnen? Ja.
Voelen ze allemaal even goed aan? Nee.

Als ik bij beide kanten kijk, zie ik velen die in opstand staan tegenover elkaar.
Woede en angst zorgen ervoor dat deuren sluiten.
Wat maakt ons werkelijk bang? Wat maakt ons werkelijk boos?
Ook al begrijp ik waarom het aanwezig is, het blijft me raken.

In mijn puberteit, toen ik op een zondag in de mis zat, hoorde ik iemand zeggen:
“Psst, heb je gezien? Die zit bij een andere vrouw…”
Ik was verbaasd over wat ik hoorde en begreep niet hoe dit kon.
Dit was het tegenovergestelde van wat onderwezen werd in de kerk.
Zo begon ik mijn ogen meer en meer te openen en nam ik afscheid van de kerk, het instituut en koos ik ervoor om te spreken. Wat me niet in dank werd afgenomen.

Wat ik toen niet wist, is dat mijn gedrag aan de ene kant begrijpelijk was, maar dat ik daarmee ook het kind met het badwater weggooide. Ik was rebels en begon te zien dat er iets essentieels afwezig was, Liefde.
Die beweging zorgde ervoor dat ik mijn eigen weg ging, op zoek naar…

En het is onderweg, tijdens het pelgrimeren, dat ik iets mocht ontvangen, iets mocht aanvoelen dat me terugbracht naar mijn geloof.
Niet vanuit boeken, maar door trouw te blijven aan mezelf.
De weg te nemen vanuit mijn hoofd naar mijn buik en hierin balans te vinden.
Niet vanuit geïnstitutionaliseerd onderricht, maar vanuit beweging, met mijn voeten op deze aarde.
In de natuur, met mensen, in verbondenheid met alles wat bestaat, van het zichtbare tot het onzichtbare, wat me soms in verwarring bracht.

En die verwarring was niet verkeerd.
Door mijn nieuwsgierigheid, alertheid en openheid naar anderen onderweg, kreeg alles langzaam een plaats. Signalen wezen me de weg. Zo bracht het pad mij keer op keer naar Vézelay, daarna naar Rocamadour, en later naar Glastonbury.

De gevleugelden kregen steeds meer betekenis. Ik zag ze niet langer als iets buiten mij, maar als iets dat deel uitmaakte van wie ik ben.

Op een bepaald moment kreeg ik een vraag van een priester – een mens, denk ik toch – die plots verdween alsof hij nooit had bestaan. En toen begon ik te zien, en ook werkelijk te voelen, dat alles verbonden is. Aertsengel Michael.

Ik was aanvankelijk voorzichtig in waar en met wie ik mijn ervaringen deelde.
Maar die voorzichtigheid begon me op den duur tegen te houden in mijn groei.

Dus begon ik steeds meer zonder filter te delen.
En in die beweging voelde ik mijn zelfvertrouwen groeien – terwijl ik tegelijk de angst om afgewezen te worden langzaam naar de achtergrond zag verdwijnen.

Een doorleefd, geïncarneerd geloof.
Een geloof los van alle opgelegde dogma’s.
Waar het bij velen soms aan de oppervlakte blijft steken, in het mentale.

Ik betreurde deze situatie, en ik hoop dat er voor deze man ooit een lichtje mag gaan branden.
En ook al droeg ik dit de hele dag met me mee op mijn pad en had ik er verdriet om, ik kon ook zien vanwaar het bij hem kwam. Gelukkig konden we in vrede afscheid nemen.

Ik begrijp dat sommige realiteiten verwarrend kunnen zijn voor velen, en angsten kunnen oproepen die zich vastzetten in allerlei delen van de mens, en bepalend zijn voor keuzes en handelen.

Geloof vraagt niet om blind te zijn, om weg te lopen of anderen te verbannen.
Het vraagt om bewust in het leven te staan, om jezelf in de spiegel te durven aankijken.
Niet om oppervlakkig woorden of beelden te kleven, of om alles zomaar te geloven.
Het gaat erom dat het leeft in je-zelf, dat het mag opborrelen vanuit je diepste bron.
Zoals een bron die ergens in de aarde ontstaat en de mens overvloed schenkt.

Je openstellen. Voelen. Gewaarworden. Doorvoelen.

Voor mezelf probeer ik elke dag trouw te blijven aan mijn eigen pad, ook al komen opmerkingen en verwijten soms hard aan en dien ik afstand te nemen om mezelf te behoeden. En ik ben niet perfect, soms kan ik meegesleept worden in iets nadat ik geen gehoor heb gegeven aan mijn intuïtie.
En ook al is er soms non-verbaal gedrag dat veelzeggend is, en dat ik gewaar kan worden op plaatsen in mijn lichaam wanneer ik vroeger gepest werd als kind…
“Ha ha, je wordt nog een non.”
Op zich was daar voor mij niets mis mee, maar het gevolg was dat ik werd uitgesloten.
En dat heeft een andere impact op een mens.
Zelfs op de lagere school waren die twee uiterste kanten al aanwezig.

Hoe dichter ik bij Domrémy-la-Pucelle kwam, hoe duidelijker het werd waarom ik me op het pad van Jeanne d’Arc bevind.
Trouw blijven aan mijn eigen weg.
Erin gaan staan.
Een diep weten, een aanvoelen van hoe belangrijk dit is.

Toen ik aankwam aan de basiliek in Domrémy, waren er drie symbolen die onmiddellijk naar me toekwamen:
de kroon, het zwaard, en een palmtak.

En toen ik het levensverhaal hoorde, gebaseerd op de geschriften van Jeanne d’Arc zelf, verteld door een krachtige vrouw, Bernadette, en hoe Jeanne op de brandstapel trouw bleef aan haar eigen weg, rolden de tranen van herkenning over mijn wangen.

Ik blijf hopen – misschien vindt men dat naïef – dat de uitersten elkaar langzaam zullen vinden , terwijl het midden trouw blijft aan zichzelf, de balans bewaart en stevig geworteld blijft in eigen kracht en Liefde.”

11

Terwijl ik onder de Linde boom sta met de gekleurde en al reeds een tapijt aan bladeren op de grond, wordt ik me bewust dat mijn 4 de seizoen hier in Watou ten einde loopt.

Toen ik laatsleden te horen kreeg dat ik hier weg moest, krijg ik sedertdien continue de nummer 11 te zien. En nog altijd sedert mijn tocht ‘Mare a Mare- Mer à Mer-Mère à Mère’, 2 jaar geleden de nummers 31 (4) en 71 (8) te zien. Soms zo veel dat het me overdonderd.

Maandag zat ik ergens een koffie te drinken. Aan het venster staat een lamp. Toen ik in het venster keek was de reflectie van de lamp een 11.
In de namiddag had ik een één op één sessie met Anaïs Theyskens. Na een korte uitleg over het huis, de gebeurtenissen hier in het dorp in de laatste week van mijn 9 maanden hier hebben gewoond en mijn vertrek naar de Mont Saint Michel, mijn gewaarwordingen.
Ligt er een kaart op tafel een 11, met een bliksem als beeld.
De kaarten op tafel wijzen erop dat ik iets mag doorbreken. Opzoek mag gaan naar een veilige thuis, waar ik mag Zijn, vrijuit spreken zonder ik me moet inhouden…

’s Avonds schrijf ik een brief naar de Aertsengel Michaël en vraag ik om mij te helpen om koorden door te knippen.

’s Anderendaags bij opstaan schrijf ik een brief naar Thérèse de Lisieux en vraag ik haar aanwezigheid en hulp. Dankbaar dat Anaïs op mijn weg is gekomen.

Toen ik in een paar maanden geleden ‘les 7 routes’ de pelgrimstocht van de Aertsengel Michaël aan het stappen was. Werd ik in de laatste week gewaar dat Bretagne me riep, me aantrok. Beetje verwonderd niet wetend vanwaar dit gevoel. Dit liet me niet meer los. En ergens diep van binnen weet ik dat ik die roep te volgen heb.

Het is al een paar jaar dat Frankrijk me aantrekt en dat ik stappen onderneem maar uiteindelijk kwam het er niet van. Er was altijd wel iets die er tussen kwam. Of was het angst. Ja, deels wel.
Angst voor het onbekende, alhoewel wanneer ik op pelgrimstocht ben is iedere dag iets onbekend en toch heb ik het volledig vertrouwen in wat het leven me brengt en schenkt. Waarom zou ik dit hier dan niet vertrouwen. Omdat er een gevoel aanwezig is van ‘achterlaten’. Mijn loyaliteit naar mijn ouders.

Ik voel de laatste week mijn lijf in spanning gaan. De zoektocht naar een woonst speelt me parten en zorgt ervoor dat mijn vrij ademen belemmert wordt. Stress. Ik voel me bij de keel gegrepen.
Nog maar 2 maand om een woonst te vinden.

Vorige vrijdag ga ik even op stap naar Oost Vlaanderen naar de huidarts. Ik beslis bij de terug keer even in Gent af te stappen om een kaart te halen van Bretagne. En kies ervoor één trein later te nemen.
Op het spoor roept iemand me. Mijn nicht, familie langs mijn moeders kant.
We praten bij en delen wat ons leven van de laatste maanden.

Bij aankomst in West Vlaanderen zie ik een bericht op mijn gsm “Als je wilt mag je in het huis van mama gaan wonen. “. Het huis van mijn tante.
Ik word gewaar dat dit van alles met me doet….. Help….
Mijn hoofd slaat op hol. Bretagne, Menen, doorbreken, ik voel me uitgedaagd… Het gevoel dat ik één stap vooruit zet en twee achteruit. Waarom Menen, die net te maken heeft met iets doorbreken.
Een fikse huilbui barst los. Kort en krachtig. Ik herpak me. ‘Jasmine, komaan blijf bij de pinken. Wat heb je nu in de eerste plaats nodig. Een dak boven je hoofd waar het veilig en warm is.
‘ ja maar en Bretagne dan. Jasmine gun jezelf wat rust nu. Ook al zou je niet meer voor Menen kiezen. Het is maar provisoir.
Zo was ik een monoloog aan het voeren. Ik kwam rustiger en nam spontaan mijn pendel. Dit was een eeuwigheid dat ik deze had gebruikt. Ik kreeg op al mijn vragen een ‘Ja’.

Even naar Menen als tussenpauze om in alle rust een woonplaats te gaan zoeken in Bretagne. Dit heb ik NU nodig.

De dag nadien stuur ik een bericht dat ik het voorstel aanneem….
Mijn nicht maakt me er attent op dat we vrijdag de 11de zijn…

De rust komt terug. Wat heeft die huilbui deugd gedaan. Het ene en het andere word me duidelijk.

Op een bepaald moment komt er een beeld en boodschap binnen. Ik zie een stuk land vanuit vogelperspectief en een spiraal die uitreikt van zee naar zee.

Plots kan ik zien en wordt ik terug gereflecteerd naar momenten op mijn 9 jaar pelgrimeren waarbij bepaalde gebeurtenissen zuiver op één lijn komen te liggen.
In 2018 (11) wees een triskele me de weg naar Monte San’t Angelo en kwam ik op de lijn terecht van de aertsengel Michaël terecht zonder ik het bestaan ervan af wist.
De Triskele staat in het midden van de Keltische vlag die de 8 Keltische Naties representeren waaronder Bretagne.

Rocamadour was de eerste plaats tijdens mijn pelgrimeren waar er voor mij dingen gebeurden die ik mentaal geen plaats kon geven. 3 dagen kreeg ik huilbuien niet weten vanwaar het kwam er was ook geen oorzaak om.
De eerste dag begon het in de ruimte waar een zwarte madonna staat en boten hangen (die ik pas 3 jaar nadien had gezien na mijn tocht Mare a Mare) . De tweede dag stond ik er bovenaan op de rots recht over een kruis aan de andere kant van de rivier. Ik liep een kruisweg in omgekeerde richting. De derde dag waar ik op het binnenplein van het Sanctuaire stond. Ik zag de deur van de hoofdingang, de trap naar binnen en stond aan de eerste kapel van Johannes de Doper. De manier hoe deze plaats gebouwd is, in een spiraal was voelbaar en zichtbaar in mijn lijf.
En dan het moment dat men mij vroeg of ik deurwachter wilde worden van het sanctuarium. Zorg dragen voor het sanctuarium, voor deze krachtplaats. Wat een mooi en waardevol gebaar mocht ik toen ontvangen. En hoewel dat ik vereerd was en de behoefte zeker aanwezig was toch voelde ik dat de tijd er niet rijp voor was. En wat heb ik dit goed mogen aanvoelen.
De dag toen ik Rocamadour verliet kwam ik bij een man terecht. Hij wist me te vertellen “dat heb je goed gewaar geworden Rocamadour ligt namelijk op een leylijn.”

En dan mijn tocht Mare à Mare. Met het woord ‘Mira’ die ik 3x ontving in een droom en me nadien duidelijk de weg toonde richting ‘Magdala’ waar Thérèse de Lisieux op mijn weg kwam en me uiteindelijk naar hier bracht.
Telkens geraakt en aangesproken worden op plaatsen waar Maria in verbondenheid staat met het water, wat ze eigenlijk altijd is. Madre de la Barca in Muxia in de Finistère in Spanje, het houten kerkje van Maria in Mira. Notre Dame de la Baie in Saint-Pair- sur-Mer.

Rocamadour blijft in mijn Zijn aanwezig en ik wordt gewaar dat er iets is die aan het licht wens te komen. Ik herinner me een verhaal van een bel ‘La cloche miraculeuse de Rocamadour’, een boot, water. Ik ben nieuwsgierig en zoek op.
Deze wonderbaarlijke klok, is vervaardigd vóór de 9e eeuw en is van zeer zeldzame makelij. Deze werd gesmeed en niet gegoten, zonder windlade, met een soort handvat om hem aan de kluis te hangen. Ze getuigt van de bescherming van de Maagd Maria, “Ster van de Zee”, voor zeelieden in gevaar.
Aan de muur kan men data terug vinden waarop de klok uit zichzelf begon te luiden tijdens de gebeden en tussenkomst van Maria.
Beetje verder in de tekst zie ik staan ‘A Camaret sur Mer, une chapelle est érigée en l’honneur de Notre-Dame de Rocamadour.’

Ik zoek op waar Camaret sur Mer ligt…
In de Finistère in Bretagne op een paar 10 tallen kilometer van een Leylijn van Arcangel Michaël.

Kruis van de Engelen

Paasmaandag. Ik verlaat Mières del Camin voor de laatste dag op de Camino San Salvador richting Oviedo.
In het eerste dorpje op de rechterkant zie ik glasramen…een eerste… een voetwassing, een tweede ik herken de afbeeldingen van Maria Magdalena. Een Maria Magdalena kerk.
Ik bel aan huisnr. 3. Een dame opent haar venster op het 1ste verdiep. Ik vraag haar of de dame weet wie de sleutel van de kerk heeft. Ze verwijst me door naar een vrouwtje wat verderop die al op de uitkijk staat. In haar blauwgeruit schortje probeert ze me duidelijk te maken dat ze de sleutel niet heeft. Op haar muur staat huisnr. 43 (7). Ze verwijst me naar een ander huis, bij “Veronica”, ik ga aanbellen boven haar bel zie ik huisnr 21 (3). Drie vrouwen maar helaas geen sleutel.

Hmm, bijzonder 3 vrouwen en mezelf. Maria Magdalena en nr 3 en 7.
Ik denk aan volgend jaar. 2023. 3 vrouwen en mezelf richting Jeruzalem op de voetsporen van Maria Magdalena.

Langzaam gaat de weg omhoog. Beneden in het dal zijn fabrieksgebouwen te zien.
Een man loopt voor me met zijn wandelstok in de hand en zijn paraplu hangt vast in zijn kraag. Wat verder staat hij te praten met een andere man. Aan zijn voeten ligt een Border collie. Hij probeert me duidelijk te maken dat ik niet met mijn sandalen kan afdalen dat ik bottines nodig heb. De weg zou glad zijn en modderig. Ik kijk hem aan en vertel hem dat ze reeds van Almeria komen. We hebben nog wat plezier rond de sandalen. De mannen maken een onderonsje en één van hen vergezeld me. Ik geniet ervan om hun bezig te zien.
En de weg… zes meter mos en vocht in het midden op de baan. Rechts lag het droger. Totaal geen gevaar. Ik had plezier in het zien dat de man plezier had om me te begeleiden en me dan de weg te tonen. Zalig!

Langs de weg staan appelbloesems, vlier en reuze grote meidoorn en heerlijk geurende eucalyptusbomen. Osteospernum, anthémis, brandnetel, speenkruid, varens, paardebloem, Irissen geven kleur aan de borders.
In de weiden zijn verschillende soorten bellen hoorbaar, ieder dier heeft zijn eigen toon… De koe, het paard, de geit en de ezels. De buizerd vliegt in het rond en een slang sluipt traagjes over het pad.

Hier en daar is een blauw kruis te zien met het Alfa en Omega. Het embleem van Asturia. Ook de Tryskele mocht ik al meerder malen tegenkomen.

Bij het binnenkomen in Oviedo zie ik op de grond een kenteken in de steen. Een kruis en langs iedere zijde een Engel. Hmm, dit trekt mijn aandacht en benieuwd wat het is en vanwaar het komt.
Voor ik naar de kathedraal ga, zet ik mijn rugzak af in de albergue. De hospitalier wijst me de kamer ‘3’.

Wanneer ik de kathedraal binnen stap. Herken ik het teken op een flyer of is het een embleem die ik zag, bij het binnen stappen van Oviedo. Ik volg de digitale gids die ik meekreeg van de vriendelijke dame aan de balie. Nummer 3 op toestel brengt me mee naar een toren ‘la chambre Sainte’, die twee kapellen heeft die niet met elkander in verbinding zijn. De eerste is de Heilige crypte en de bovendste de crypte genaamd ‘Saint Miguel’, genaamd naar de toren ‘Saint Miguel’ waaraan het verbonden is. Bij het binnenstappen van deze toren zie ik het embleem boven de deur en in de deur. In de crypte een zelfde juweelstuk.
Het embleem. Het wordt genoemd ‘Kruis van de Engelen’ een Grieks kruis (een kruisvorm die ik nu reeds 3 jaar rond mijn pols heb en niet wist welk soort) geschonken door de koning van Asturies aan de kathedraal in 808 (7) en is het symbool geworden van de kathedraal en de stad Oviedo.

Amai, wat was dit een mooie afsluiter van het Paasgebeuren op deze Camino San Salvador in Oviedo. Een dagje vol symboliek, ik kreeg vandaag werkelijk alle thema’s van de voorbije jaren, alles in 1 dag. Ik heb er van genoten van deze prachtige natuur tussen León en Oviedo. Morgen vertrek ik richting Compostella op de Camino Primitivo.

Je kunt het

 

Maandagmorgen… ontwaken. Een vertikaal, wit licht schijnt op een bruine eikendeur. Dageraad.
‘Jasmine wat brengt je dag vandaag’ gaat door meheen. Ik draai me om en nestel me nog eens in de veren.
Leegte en volheid is voelbaar. Niet de leegte en volheid waarin ik me vrij voel, wel deze die me belemmert te bewegen en in beweging te komen.

De volheid van talrijke gedachten die me heen en weer slingeren en me vastzetten. De leegte van niet kunnen in beweging komen door de gedachten.

En daar voor mij ligt de weg, de weg waar ik voel en me bewust ben dat dit de enige weg is. Diep van binnen voel of hoe kan ik het benoemen ‘besta’. De weg waar mijn lijf vrij voelt. Waar mijn hart gevuld is, gevuld door ‘Liefde’ die door gans mijn lijf stroomt. Daar waar het ‘Licht’ in mij mag stromen en andere harten geraakt mogen worden. En ook al ben ik me dit bewust, ik ben me ook bewust dat daar waar ik me nu in bevind zijn redenen heeft en ik niet van weg hoef te rennen.

De laatste weken krijg ik tal van lichamelijke signalen. Een lichaam die niet ten volle stroomt. Organen die me af en toe komen wakker schudden. Samen met een manueel therapeut gaan we opzoek in het labyrint van het lichaam. Terwijl aan een andere zijde de klassieke molen van bloedonderzoek tot mri aan het draaien is, gelukkig met schitterende resultaten. Nog eentje te gaan.
Wat gebeurt is niet raar. Mijn lijf vertoont en laat voelen waar mijn Geest en Ziel niet vrij kunnen zijn. Net als de lijnen met een potlood of een blad papier, wordt de huid, getekend door het leven inwendig, kenbaar gemaakt aan de buitenzijde.

Wanneer mij wordt gevraagd hoe ik het doe op de weg omtrent hygiëne, zie ik vaak verwonderde gezichten. Niet raar wanneer men plots iets hoort die niet gekend, vanzelfsprekend of alledaags is. Neuzen worden opgetrokken, ogen worden gefronst.
Het is zo wanneer ik op stap ben, worden mijn kleren niet alle dagen gewassen. Mijn kleren krijgen een wasbeurt wanneer ik ergens een wasmachine ontmoet in een stad, ongeveer om de 14 dagen. Mijn onderbroek draag ik ongeveer een week… dit is voor velen blijkbaar onbedenkelijk.
Wel stel je voor, je leeft dag in dag uit in de natuur. Je krijgt geen viezigheid via je omgeving binnen. Je wandelt iedere dag. Je eet gezond en veel minder. Er is geen stress. Geen zweet. Geen onaangename geuren naast je. Geen gassen.
Stel je nu compleet het tegenovergestelde voor..
. Dan is dit toch zo voor de hand liggend dat je lichaam op een andere manier en veel meer zal moeten werk verzetten om de omgeving te verwerken, die je niet enkel binnenneemt via voeding, ook via je poriën. En dit verteren weegt meer en zwaarder op het lichaam.
Mijn lichaam vraagt alleszins veel meer. Een duidelijk voorbeeld is mijn haar. Op de weg was ik mijn haren om de 14 dagen, shampoo is soms zelfs overbodig. In stad is een speciale shampoo nodig en vragen mijn haren om de drie dagen om gewassen te worden. In stad camoufleren we ons met geuren, in de natuur ontvangen we geuren. Wat raakt het me dan om te zien en te horen hoe mensen onverschillig met de natuur omgaan. Dit even terzijde wat mijn lijf betreft versus omgeving.

Vorige week zat ik in de zetel en werd ik misselijk van de weinige materie die ik rond mij had. Op mijn schoot had ik mijn computer en was ik een film in elkaar aan het steken. Ik zette de computer uit. Ik voelde dat tranen aan de oppervlakte kwamen. Er was geen verdriet of pijn voelbaar… Er was geen reden, toch niet wat ik me bewust van was. Ik stelde me geen vragen en liet de tranen komen en vloeien. Het duurde een eind, de tranen kwamen van ver en diep. Ik nam toen de beslissing te gaan slapen. Want waarom zou ik me laten omringen met iets wat me misselijk maakt. In bed kwam het verdriet terug…
De ruimte voelde vreemd waardoor angst en onrust zich installeerde. Mijn handen bedekte mijn borstkas, ze voelde enorm aan. Door bewust met mijn ademhaling bezig te zijn kwam ik tot rust… viel ik in slaap. Ik had een goede nachtrust en ”s anderendaags was alles met de nacht verdwenen.

Vrijdag werd ik terug misselijk deze keer op de bus. Drie mensen, afzonderlijk van elkaar, waren luidruchtig aan het praten. Ik kon me niet afschermen. De ene persoon had ruzie aan de telefoon, bij de andere was ook onenigheid te horen, een derde keek tv waar harde woorden verder de kleine ruimte vulden. Ik vroeg aan de chauffeur naar zuurstof, de dakramen werden geopend. Afstappen van de bus nam ik de kortste weg naar huis. Een stad vol prikkeling… een parlofoon… geklop op een blokkendoos… ontevredenheid was te horen… politieke affiche… Rood… Paars… Regenboogkleuren en hoewel een regenboog harmonisch is… Was de situatie heel chaotisch, zonder harmonie… Geklingel en geklengel …
Thuis aangekomen maakte ik mijn lijf vrij van kledij… ik kon niet snel genoeg mij ontdoen van wat ik op mij had… Mijn lijf greep naar iets om te eten…. als een leeuw die uitgehongerd was en zijn prooi had gevonden… voeding… Stilletjes aan voelde ik mijn terug in evenwicht komen…er was duidelijk geen balans… ik moest gaan aarden.

Het huis waar ik momenteel in woon beperkt me in mijn vrijheid. Hier waar ik het idee had en mij ergens werd gegeven een stiltehuis op te richten.
Niet het huis opzich, wel het verouderd systeem die er al jaren aan vasthangt en waar bepaalde mensen niet uitkunnen of willen. En dat is OK voor hen, niet voor mij.
Een eind geleden kwam ik in contact met ‘la Verna’ in Gent. Een stiltehuis.
Door in aanraking te komen met deze ruimte en wat er werd gecreëerd en is, was de behoefte om hier waar ik woon, verder geen inspanning te steken in iets die vastgeroest is.
Een huis waar ik me niet vrij kan en mag voelen. Me hierin begrenzen en zorg dragen voor mezelf is even belangrijk. Niet meer met mezelf in verzet gaan door toch maar te proberen. Door trouw te blijven aan mijn lijf en signalen. De laatste maanden hebben me genoeg duidelijk gemaakt dat blijven proberen niet altijd een noodzaak is om evenwicht te creëren, integendeel. Wanneer een deur weigert te openen dan is het duidelijk dat daar mijn weg niet is.
En waarom zou ik een stiltehuis creëren wanneer er al op een paar minuten stappen van dit huis, er een prachthuis is.

Al twee dagen groeit het woord India in mijn lijf. ‘Vreemd’ gaat erdoor meheen… zou dit nu willen betekenen dat ik richting Indie wordt geroepen. India daar waar het zo overbevolkt is! Ik laat komen wat komt… Iets is zeker en blijft aanwezig… Vertrouwen… Vertrouwen dat wat zich aanbied, altijd klopt.

Straks ga ik terug op stap en werk ik verder aan de pelgrimsweg ‘de buizerd’. De papiermolen belemmert me wat, gelukkig krijg ik hulp van mensen die me omringen. Wordt vervolgd…

Boeken beperken me.

Deze morgen na het ontwaken haalde ik mijn kaarten uit.
Momenteel voel ik me werkelijk ‘in between’. De overbodige materie voelt voor mij niet goed. Mijn lijf roept naar eenvoudige neutrale niet gestileerde kledij. Ruimte. Mijn lichaam, wat al materie is vraagt naar eenvoud en puurheid. Lichaam, geest en ziel vragen naar geraakt te worden en aan te raken.
Spontaan neem ik de kaarten van de opgestegenmeesters, de engelentherapie en de Jezus kaarten van Doreen Virtue. Ik maakte contact met de kaarten en vroeg om hulp ‘Vul mijn hart en wijs me de weg’.
Spontaan nam ik de opgestegen meesters als eerste. Ik opende de kaarten in mijn hand, nam er één uit… het antwoord was duidelijk… een tweede en derde kaart was overbodig. Diep van binnen was ik niet alleen…

‘Je kunt het’ ~ Aertsengel Michael.

 

Christus

img_20180906_1940452656204035770803637.jpg

De zon brengt een bijzonder warme gloed over het landschap. Na een ochtendgebed delen twee mensen open hun gevoelens en danken me ivm gisterenavond. Beiden werden geraakt door mijn delen, inzicht, oprechtheid en eenvoud van dingen te zien. Het is fijn te mogen voelen en zien dat mijn levenservaring zonder ik het zelf wil, iets bijbrengt aan anderen, gewoon door te Zijn. Ik dank hen op hun beurt voor hun delen. Hoewel de wederzijdse dankbaarheid oprecht vanuit het hart komt, toch is er een stukje in mij die het moeilijk heeft om, te ontvangen… of is het nog iets anders. Wat ik deelde was niet speciaals en was, is voor mij zo een vanzelfsprekende intermenselijke communicatie. Ik wordt daar zelfs wat rood en beschaamd van wanneer men dank je zegt hiervoor.
We geven elkander een innige verbonden knuffel.img_20180906_2302516817110320371709119.jpg

img_20180906_2303145461782950962870799.jpg

Ik ben nu reeds bijna vier maand in Italië, het land waar de Rooms-katholieke kerk zijn thuiszetel heeft. Hoe langer ik hier ben hoe meer ik bevestiging krijg op wat ik als puber mocht aanvoelen. Er gebeuren hier zoveel contradictorische handelingen binnen de vier muren van de kerk, dat het werkelijk haaks staat ten opzichte van de waarden waarvoor Christus stond en staat en die zij vertegenwoordigen. Het voelt aan alsof Italië wel dertig jaar achterkomt. En natuurlijk scheer Ik niet allen over dezelfde kam, want ik heb gelukkige nog warme en hartelijke broeders en zusters mogen ontmoeten op mijn weg die deze wel beleven.img_20180906_2303596914615308376396029.jpg

Er is ook een beweging van zusters en broeders die niet wensen mee te gaan in de instantie ‘kerk’… Gelukkig en ik hoop met hen mee dat deze groei groter zal worden. Echter de broeders en zusters die voor mij de waarden van Christus beleven zijn meer te vinden buiten de muren van de kerk-instantie daar waar het leven zich afspeelt zonder de vier muren van afscherming en deze zijn in volle groei en overal.
En ik hoop dat we hiermee de vele muren van verschillende groepen kunnen neerhalen en we naast en met elkaar kunnen gaan staan zonder hoge muren en grenzen en zonder nieuwe op te bouwen.

En plaatsen zoals Pieve di Romena, Abbazia di San Magno in Fondo versterken alleen maar deze de essentie van deze waarden door op hun manier in openheid met respect deze terug in het leven brengen. Zelf hoop ik en ja… voor de eerste keer in mijn leven durf ik te zeggen… Ik hoop zoiets gelijkaardig te mogen neerzetten bij mijn thuiskomst. Ik ga er alvast voor.

Ik verlaat de fraterniteit, neem afscheid… geen vaarwel. Nadien volgt een vreugdevol, liefdevolle dag in contact met mens en natuur.
Geniet ik van de buizerd die me… Jaja de weg wijst…

 

Eremo

Ik warm mijn maaltijd op van gisteren… Pasta en groenten… Lang geleden dat ik nog eens zelf kon koken… Deugddoend… en na de keuken netjes achter te laten verlaat ik Valfabricca.

Bewolkt… terwijl ik verder stap haal ik mijn regencape uit voor de rugzak. Ik zwier hem over de rugzak en klaar is kees. Ook mijn paraplu hou ik naderbij. Het duurt niet lang voor ik deze kan gebruiken. Een deugddoende regen.
Onder de paraplu denk ik nog even aan de zuster van gisteren. De zon gaat in mezelf schijnen.

Ik sta stil… geef gehoor aan wat rond mij gebeurt… Het geluid van een vliegtuig. De regen die wat harder begint, een gordijn die dichterbij komt.
Ik schrik… een harder geluid voor mij, de poten van een hert op de baan… een buizerd.

De regen gaat en komt. De natuur is rustig. Een haas huppelt weg. De braambessen hebben een warm rode kleur.
Een obstakel op de baan! Geen probleem zegt het water… ik ga er vloeiend omheen.
Een boom heeft zich verstrengeld met een balustrade. De kracht van de natuur… en hoe de natuur omarmt, terwijl de mens deze stilletjes aan, aan het vernietigen is.

Ik ruik hars. Het doet me terug flitsen in de tijd… de geur van mijn vader schildersatelier. Potten terpentine, tuben verf. Een kleur is me altijd bijgebleven… Dit klonk zo mooi in mijn oren ‘Terre de Sienne’. Een witte short vol kleuren, net een schilderspalet.

De weg is behoorlijk uitdagend… op en neer… door de vele regen is het een modderbad geworden. De klei kleeft aan mijn voeten. Mijn schoenen worden getransformeerd in ‘modderpatin’. Oehoe, ik hou niet van alles wat onder mijn voeten hangt… en me op het onverwachts verder brengt. Oppassen geblazen, met een rugzak lig je al snel beneden wanneer je er niet met volle aandacht bij bent.
Gans de weg sedert Monte Sant’Angelo is eigenlijk niet te onderschatten en naar mijn mening niet voor iedereen haalbaar, behalve als je houdt van uitdagingen en je heel goed voorbereid. Niet enkel de route ook op fysiek vlak.

Wanneer ik aankom in Eremo di San Pietro twijfel ik geen seconde om hier mijn dag te eindigen. Hoog op een heuvel omringd door niet anders dan natuur. Fruitboomgaarden. Een koe in de tuin. Samen met zeven andere pelgrims, allen Italianen delen we straks een lange eettafel en de slaapzaal.
Een lange babbel met iemand die wat Frans en Engels sprekend is. Het onderwerp de weg, ik ben blij te horen dat er nog anderen dezelfde mening delen over de weg en de boekgidsen. De moeilijkheidsgraad, de seizoenen, bevoorrading, overnachtingen…
Voor de avond draag ik zorg voor de vele been en voet ontstekingen… Met tape breng ik wat kleur aan hun weg… Roze en geel… En mijn rugzak wordt zo een beetje lichter.

Aertsengel Michael

Hieronder de link naar de kaart van hoe mijn weg er zal uit zien in de komende maanden en welke richting ik uit ga.

Het verste punt in het zuiden is Mont San’t Angelo. Het verste punt naar het Noorden is Mont-Saint Michel. In het midden ter hoogte van Turijn ligt Sacra Michael.

Mensen die me kennen en me al een eindje volgen weten dat mijn pelgrimswegen gevormd worden door wat ik mag ontvangen. Zo werd ik op mijn vorige pelgrimstocht Chartres-Nevers naar Assisi geroepen.

Deze tocht werd dus realiteit op 1 april 2018…met mijn denken voegde ik daar Rome aan toe (was niet zoveraf… Dus waarom niet) en ik kleefde er nog eens Compostella aan toe kwestie van het spannend te maken.

In het begin van deze tocht vroegen mensen naar mijn tocht. Al lachend zei ik toen “en wie weet ga ik verder naar Mont – Saint Michel.” Diep van binnen voelde dit ergens als juist aan.
Toen kwam de Triskele meerdere keren op mijn weg. Mijn nieuwsgierigheid werd geraakt.
In Vercelli gebeurde de eerste verandering… Ik blijf de Via Francigena volgen tot aan Rome ipv eerst naar Assisi. Assisi bleef als juist aanvoelen. Een priester toont neemt me mee naar zijn bureau zonder enig woord toont hij me een affiche ‘Michael rots in Le Puy’… Michel de Italiaan… Jean-Paul en de patroonheiligen Aertsengel Michael… Het zien van… En het evenwicht die hij me bracht in mijn ‘Zijn’, we waren elkanders ‘pierre blanche’, op de weg. Zo noemde hij me ‘ma pierre blanche’…

De weg naar Compostella voelde niet meer ok…
Mijn eindpunt voelde niet juist… Wel Mont-Saint… Dit voelde OK.
Het midden zat ik ergens nog mee en voelde niet als evenwichtig… Tot de ochtend met Paola…
Alles werd duidelijk, evenwichtig en juist.

De triskele was een belangrijk symbool en sleutel die ik mocht ontvangen in Rome tot de… Aertsengel

Voor de mensen die ontchoogeld zijn dat ik niet naar Compostella ga… Weet dat er meer is… Veel meer dan…

Tot binnenkort op een volgend verhaal via tekst en/of beeld.

Liefs Jasmine

https://debelsjasmine.com/etappes-2018-2019-belgie-naar-belgie-via-francigena-en-compostela/