Lusignan

Oh waw, wat was het lang geleden dat mijn lichaam zo ontspannen voelt na een nacht slapen. Ik daal de trap af en open de keukendeur. ‘Bonjour Isabelle.’ ‘Bonjour Jasmine, bien dormi?’.

Terwijl we aan de ontbijt tafel zitten maakt Paul zich klaar voor zijn eerste schooldag. Een beetje later komt hij gepakt en gezakt naar beneden.
‘Vous pouvez rester ici et attendre jusque je revient ou partir. Tu fait comme tu veut.’ Wat vervelend en niet weten wat ik ermee doe vraag ik, ‘vous aimerez bien que je suis la au retour?’ ‘Bhein oui.’ ‘Ok, alors je reste.’ Waarom niet. Het voelt goed waarom zou ik er dan niet op ingaan. Terwijl Isabelle, haar zoon naar school brengt, vul ik mijn dagboek aan en ruim ik de tafel af. Een uur later heb ik fijne gesprekken met Isabelle over keuzes, het leven, de ogen van anderen, passie beleven, het lichaam, evenwicht….’aller question d’equilibre, je continue mon chemin.’ We wisselen gegevens uit, geven elkander een zoen.

Ik geniet van de stilte. Een stilte in mezelf, rondom mij… Het is alsof een zekere rust over de velden hangt. Zelfs een ree ligt te rusten op twee meter van me tot ze me hoort. Ik wandel kilometers lang, langs meter hoge muren waar  eglantier rozen – waarvan de rozebottels klaar zijn om te plukken- meidoorn, bramen en hedera in elkaar verweven zijn. Af en toe een rustplaats in een tuin met twee of drie grafzerken. De plaats waar vroeger en soms nu nog hier mensen worden begraven.

Wat me opvalt is dat wanneer een dier wegrent, weg vliegt er geen geluiden bij komen, wat in de lente wel is. Zou de kreet dan te maken hebben met het feit dat in het voorjaar de kroost wordt beschermd? In een bos hou ik halte. Ik sluit mijn ogen en laat de verschillende geuren op me afkomen. Niet alleen de geuren worden intens bij het sluiten van de ogen ook de geluiden. Bladeren die naar beneden dwarrelen, een dof geluid op de grond, gekraak, de wind…

De platte dakpannen hebben reeds al een paar dagen plaats gemaakt voor halfronde. Geen zachte steen niet meer, wel harde. Ook de grond is veranderd van kleur, van wit naar een wat roze/rode tint.

Deze avond werd me duidelijk waarom ik twijfelde voor de refuge in het vorig dorp en waarom het niet lukte om er te verblijven. De twee pelgrims die ik ontmoet had voor Poitiers waren er. Zou mijn intuitie dan zo sterk kunnen zijn, of was dit toeval en maak ik mezelf dingen wijs. Dit zou wel straf zijn. Alhoewel. Ik ben er alvast niet mistevreden mee. Het was een aangename avond in fijn gezelschap.

A collection of acorns and oak seeds resting on the ground, showcasing nature’s bounty.

Meloenfeest

Tien uur, de klokken luiden van de kerk van Ligugé. Zowat een vijventwintig mannen in donkerblauw-zwart gewaad wandelen per twee en na elkaar in stilte naar de kerk. Ik verlaat de kamer en trek de wijde wereld in. Rondom rond hoor ik geweer schoten. Honden die blaffen en een getoeter. Oeps, dit was me ontsnapt, de jacht. Ik blijf rustig verder stappen zonder me echt zorgen te maken. Ondertussen maak ik gebruik van FB voor een vraag in verband met het jachtseizoen. Zoveel jaren geleden kon een pelgrim dit niet voorstellen. De dorpen zijn stil, geen kat te bespeuren.

Vroeg in de namiddag zie ik plots veel wagens. Een feest, een braderie, een rommelmarkt… het meloenfeest. Ik laat me verleiden door een Mirabellen-taart. Mensen staan me met grote ogen aan te kijken. Een grote rugzak en wandelstokken zijn waarschijnlijk niet de courante outfit voor op een feest. In een zaal een tentoonstelling. Op een tafel staan prachtig gedraaide houten voorwerpen. Ernaast een briefje met een naam en tourneur amateur.

‘Pardon monsieur, c’est vous le tourneur?’ ‘Oui.’ Een tengere man, klein van gestalte, getekend door de tijd. ‘Pourquoi avez-vous marqué tourneur amateur, votre travail est d’une qualité professionnelle?’ Wat beschaamd kijkt hij me aan. Een glimlach is ergens te zien in een verborgen hoekje. Zijn vrouw dankt me. Met de geur van het hout verlaat ik de zaal. Buiten zijn kinderen aan het spelen bij een kraam om eendjes en gekleurde ballen te vangen. Ik geniet van de vreugde van de kinderen. Bij het kiezen van hun beloning valt me iets op. Het kraam is verdeeld in twee. Rechts allemaal donkere kleuren en geweren, links rozen en prinsessen. De kinderen kunnen enkel kiezen volgens geslacht. Een kinderkraam die is blijven stilstaan in de jaren stilletjes en vastgeroest in ideeën.

Een lange muur van droog hout. In de boomgaarden zie ik hier en daar geel verschijnen. Zou dit het begin zijn van de herfst die zich aankondigt? Het voelt wat bizar terwijl de krekels nog in volle glorie hun gezang laten horen. Een hert dat een elegante sprong maakt over een heg. Een vos die me met grote ogen verwonderd aankijkt en verdwijnt tussen de lage braambessenstruiken. Mijn hart voelt vreugde bij al dit moois en de kleine prins…

De wind blaast mijn haren naar achteren en streelt mijn oren. Hier en daar een druppel regen. Ik laat mijn huid ervan genieten zonder me op te sluiten in een of ander beschermkledingstuk. Met de vele stijgende trappen kom ik aan in Lusignan. Un refuge pelerin. Ik twijfel. Bel aan. De moeheid laat me in twijfel. Er vloeit iets niet. Ik loop een uur rond op zoek naar een overnachting. Tot ik het opgeef… een vrouw staat ontspannen aan haar deur. Een uitnodigende blik. Bij Isabelle en haar zoon Paul.

Poitiers

De koekoek. De ochtendzon komt de vergaderruimte verwarmen. Ik strek me uit, een nieuwe dag staat voor de deur. Nieuwe ontmoetingen, met de ander, met mezelf.

Voor de eerste keer ontmoet ik twee pelgrims. Ik wandel eventjes met hen mee en al snel wordt het me duidelijk dat onze wegen snel zullen scheiden. Het geklaag over herbergen en de vele ‘moeten’ staan in sterk contrast met mijn ervaringen en ingesteldheid op mijn weg. Nederigheid.

Kathedraal Poitiers
Jezus in Gethsémani

Tot mijn grootste verwondering zijn de voorsteden van Poitiers heel aangenaam. Het vele groen is uitnodigend. Een babbel hier, een babbel daar. Joggers, fietsers…
Ik negeer de borden van de GR en camino en wandel richting centrum. Verrassend. Een groot gebouw, de kathedraal. Een groenblauwe verweerde deur nodigt me uit om naar binnen te gaan. Ik bewonder de muurschilderingen van de Heilige Familie en Jezus in Gethsémani. Op een wand een ingekerfd labyrinth.
Verder naar het centrum valt me een veel kleinere kerk in gele steen op, met zijn kleine bogen en houten verweerde deuren. Terwijl de menigte de braderie van het eerste weekend van september afloopt, zoek ik de rust op in l’église Notre-Dame la Grande. Bij het naar binnen gaan word ik op adem gegrepen. Het is alsof ik in een moederschoot terecht ben gekomen, zo voelt het. Donker, warm en de kleuren in de kerk, het gezang van de sopraan versterken het geheel.

Eglise Notre Dame la Grande

Op een terras geniet ik van het zien van de vele mensen die voorbij komen. Een vrouw kijkt naar mijn rugzak. ‘Vous allez à Saint-Jacques?’ Dit was de eerste vraag van de vele andere. Zonder enige weerstand beantwoord ik de vragen. Een vloeiendheid en spontaniteit installeren zich tussen ons. ‘Je peux vous poser une question?’, vraag ik na een eindje terug. ‘Oui.’ ‘Vous travaillez dans une école, vous êtes instit?’ Een ja kwam en bracht bevestiging op het waarom van de vele vragen die ik mocht ontvangen. We blijven zowat bijna twee uur samen gedachten uitwisselen over het thema ‘liefde’. Ik denk dat als ik nog iets zou gaan studeren, dat ik me aan een cursus filosofie waag. In het gesprek werden me plots dingen duidelijk over wat ik de voorbije dagen met me meedroeg. Soms kan men zodanig iets willen zoeken dat men het net niet vindt. Ik kan het vergelijken met de momenten dat ik mijn bril zoek en hij gewoon op mijn neus staat. Tot ik er niet meer naar op zoek ga, en dan, eureka. Wel door het ‘willen’ los te laten, door het niet blijven vasthouden, komt het antwoord soms uit het niets. Dit is ook wat liefde voor me is geweest in het nabij zijn met anderen, ook met mezelf, willen vasthouden. Liefde kan men niet vasthouden. Vasthouden uit angst om te verliezen, angst voor het gemis dat zich zou kunnen installeren bij het verlies, om de pijn. Er komen hoge verwachtingen, verlangens…. Net door het vasthouden gaat men iets verliezen en kan pijn voelbaar zijn. Door liefde in zijn pure vorm te laten zijn, kan het voelbaar breder gedragen worden. Kan openheid aanwezig blijven voor vernieuwing, verandering en blijft de fijne energie leven doorheen wat is en komt. Liefde in relatie met al wat is.

Ik hoor mezelf zeggen: “Alle Jasmine, dat wist je toch al?” Ja, natuurlijk, alleen tussen het weten en voelen is er een groot verschil. Jaren kan men iets weten, daarom is het nog niet geïntegreerd.

Wat ik schrijf is misschien niet juist of klopt het voor de één niet, maar misschien wel voor de ander. Wat vandaag is, is juist voor me in het nu; morgen kan het misschien weer anders zijn. Ik vraag me eigenlijk af: bestaat de waarheid? Ik heb het idee van niet, ook waarheid is veranderlijk.

Ik neem afscheid van Florence en wandel nog een prachtig stukje natuur tot in Ligugé bij de monniken.

La providence

‘Bonjour, bon chemin’, roept een vrouw me toe. Wat verder stapt ze van de fiets. ‘Heureusement que il fait moins chaud’, weet ze me verder te vertellen. ‘Oh, oui, la fraîcheur du matin fait du bien’, antwoord ik terug terwijl ik de straat oversteek. ‘Vous voulez des tomates pour la route?’ ‘Oh, eh bien, je dirais pas non’. Een paar dagen terug vroeg mijn lichaam om water, om me te laten dobberen. ’s Avonds had ik een zwembad waar ik mijn lichaam kon laten drijven onder de sterrenhemel. Gisteren kwam in me op dat muziek en dans me goed zouden doen. ’s Avonds mocht ik meegenieten van zwierende muziek en dans. Daarnet kwam bij me op dat ik groenten mis op de weg… en zie. ‘La providence’ Met een doos vol verse tomaten en wat peterselie neem ik afscheid van Annick.

Regen is op komst. Naast le vieux Poitiers ligt een lange Romeinse weg. Ik voel een beklemming boven mijn borstkas. Ik maak de riemen van mijn rugzak wat losser. Mijn lichaam schreeuwt van binnen en vraagt om een luide, hoge kreet te kunnen uiten. Het lukt me niet. Een belemmering, angst. Angst om mezelf te verliezen, om gehoord te worden. En zo kom ik terug bij het gebied boven mijn keel. Een donkere, dringende lucht, een weg, twee bomen. Ik hoop dat wat aanwezig is, tijdens deze tocht leven mag krijgen. Dat mijn kracht, vertrouwen en hoop in wat is en mag zijn, me zal helpen vrijuit in liefde te mogen zijn, zonder mij te moeten afschermen.

Onder de paraplu sta ik aan het openluchtmuseum van la bataille de Poitiers. Een interessante geschiedenis over Kelten, barbaren, het geloof. Een tekst neemt me mee in het verhaal, een beschrijving in een heilig schrift waar letterlijk onder een vers geschreven staat: wie ten strijde vertrekt, zal een groter vergiffenis ontvangen en verdient een grotere plaats in de hemel.

Ik voel kwaadheid naar boven komen. Ik denk dat geen enkel mens die het hart op de juiste plaats heeft, die geweldloos door het leven is gegaan en gaat, ooit gemeld heeft te doden om de hemel te verdienen. Een mooi voorbeeld van hoe machthebbers de bevolking in hun greep hebben gehad en de bevolking manipuleren. En vandaag zijn er nog altijd die zich laten manipuleren. Goed en kwaad kan men vandaag zelf niet meer uit de geschriften halen. Het wordt tijd dat er een herziening komt. Pijn is binnenin voelbaar aanwezig. Ik hoop dat er ooit een dag zal zijn waar de mens hier nee zal kunnen en durven tegen zeggen en waar we allen schouder aan schouder zullen kunnen staan in vrede zonder angst van machthebbers, zonder dat de mens zich laat manipuleren uit angst iets te moeten verliezen.

Om de hoek in een bos. Een gegrom. ‘Mambo?’
Een vrouw volgt. Ze steekt haar hand op, een brede glimlach volgt. Soms zijn er van die contacten waar je voelt alsof je elkaar al langer kent. We blijven zo een kwartier staan babbelen over de weg. ‘Il paraît que il y a beaucoup de monde sur ‘la Frances’. C’est juste?’ ‘Oh vous savez si on donne de l’attention au point noir, on va le recevoir. Et de même si on voit le point blanc. On reçoit ce que l’on veut voir.’ ‘Oh, merci, cela vient au bon moment. Demain c’est le baptême de mon filleul.’ ‘Un jour je ferai le chemin et peut-être plus vite que je le crois,’ vertelt de vrouw me. De babbel is zo aangenaam dat het aanvoelt alsof we nog uren zouden kunnen babbelen. We nemen afscheid. ‘Comment tu t’appelles?’ vraag ik. ‘Lucie’, terwijl ze zich nog omdraait en we naar elkaar zwaaien.
Dit gesprek deed iets met me, alsof er antwoorden komen op de vragen waar ik me zo heb vastgehouden over het woord ‘liefde’. Alsof er op bepaalde plaatsen in mijn lijf openingen, doorstromingen komen. Ik laat het leven en in volle vertrouwen zal het me de komende dagen wel duidelijker worden.

Het laatste stuk van de dag brengt me over een lange weg tussen velden. Op en neer. Een weg die mijlenlang uitziet. Mijn voeten beginnen wat spanningen te voelen. In de verte een kerktoren. Dit zou wel mijn eindpunt kunnen zijn. Een weg die me doet denken aan la Meseta in Spanje op de Frances. Een stuk waar vele pelgrims een hekel aan hebben om het zogezegde eentonigheid of zou het het eerder een hekel kunnen zijn om in die eentonigheid zichzelf ten volle te ontmoeten.

Les cocos d’amour

Er blijft voortdurend iets in mijn lijf hangen. Ik probeer het te achterhalen. Iets maakt me triest, weemoedig. De woorden: ontvangen, graag zien, afscheid, delen zijn aanwezig. Ik draag het mee op mijn pad.

Een dagje rust bij mijn vrienden heeft me deugd gedaan. Lang geleden dat ik eigenlijk nog eens de tijd nam om gewoon languit te genieten van een gesprek, de zon en het water. Samen tafelen, lachen, delen zonder echt bezig te zijn met afspraken en organiseren. Elkander graag zien, gewoon zijn. Merci les Coco d’amour.

Een geitenboer laat zijn geiten buiten. De vinnige dieren krijgen hun maaltijd voorgeschoteld. Een dolmen trekt mijn aandacht.

Aan mijn linkerkant staat de maïs te dansen in het veld, rechts buigen de zonnebloemen hun hoofd naar beneden alsof ze er depressief uitzien. Jaja, Jasmine wat doe je…volg je…dansen het leven tegemoet of laat je je hoofd hangen? Net als de wolken kies ik voor bewolkt of een opklaring. Ik zet wat muziek op. Willem Vermandere, hmm niet altijd vrolijk, soms wel grappig. Ik schakel over naar ‘les frères et les sœurs de Jérusalem’; hun stemmen klinken hemels en zijn hartverwarmend. Het doet me deugd.

Ik laat me leiden door de weg en neem af en toe een stukje GR om dan weer een ander stukje camino te nemen. Via verlaten dorpen kom ik aan in Dangé-les-Rosiers, waar ik met open armen word ontvangen door de burgemeester. De eerste overnachting in een pelgrimsherberg. Een schitterende herberg waar ik alleen zal verblijven. En dat is deugddoend, even alleen zijn, geen verhalen, gewoon zijn.

Pelgrimsherberg Dangé les Rosiers

Etre dans l’amour

Een man met lange baard. Mouw en kuit tattoo. In de hand een mand vol natuurlijke lekkernijen. Abrikozen, druiven, mirabellen, pruimen…een korte babbel. Het contrast van zijn kledij en handelingen, waar zijn grote handen de kleine vruchten opraapt, vind ik zo lief en vertederend te zien. Een vrouw spreekt me aan, ‘ je vous admire’. Een babbel installeert zich. Woorden vloeien vanuit een vanzelfsprekendheid, vanuit het niets. Het voelt aan alsof de woorden van heel diep komen. Ontstaan vanuit puurheid alsof iets me gaat leiden zonder ik er enige moeite voor doe. 
Een mama met twee kinderen nodigt me zomaar uit bij haar op de koffie. De ene aangename ontmoeting na de andere.

Op regelmatige basis komt een situatie terug in mijn gedachten. Vorig jaar kreeg ik de vraag, ‘Wat doe je deze zomer?’ ‘Een wandeltocht via de Sint-Jacobskerken in Wallonië, vrijwilligerswerk in de Sint-Jacobskerk en mijn tocht terug verder zetten’. ‘Oh, ga je de katholieke toer op!’, kreeg te horen met een oordelende intonatie. Een antwoord vanuit een onverwachte hoek. Een zin die blijft hangen…  niet zozeer van wie – daar heb ik vrede meegenomen – wel wat het met me deed liet me niet los en of ik inderdaad deze toer al of niet zou opgaan. En eigenlijk hoef ik niet ver te gaan zoeken. Ik volg gewoon mijn hart en mijn buikgevoel. De toer van mijn hart. Vanuit deze twee ben ik in beweging gekomen. Wanneer ik van hieruit in beweging kom, dan voel ik heel goed dat ik in de flow zit op een weg die niet meer te eindigen is. En mijn hart is niet in een vak te steken, het wenst in vrijheid te mogen zijn. Dat Sint-Jacobs iets betekent, absoluut, De pelgrimsweg heeft ook veel geopend voor me. En het ontkennen zou mezelf verloochenen zijn toch staat het voor mij los van het katholisisme.
Mijn geloof is de weg van het hart. Het is een continu zoeken naar evenwicht om in liefde te zijn en te blijven, zonder dat liefde geven wordt om zich te verliezen. ‘Etre dans l’amour’, geef toe… wat klinkt het toch warm en goed in de oren.

Ik wandel verder richting Tours waar ik vrienden na vijf jaar mag terug zien. Ik herinner me nog onze eerste ontmoeting alsof het gisteren was. Een ontmoeting waar woorden overbodig waren.  

Valmer

De sterkte van het onweerlicht maakt me wakker. Geen sterren te bespeuren. De wind blaast hevig in de bomen. Middernacht. Ik breng mijn bagage in veiligheid in een schuur en blijf buiten slapen.  Ik dommel terug in om een paar uur nadien terug wakker te worden. De sterren zijn terug van de partij. Krachtig om midden in de tuin met rondom openvlaktes het onweer, de sterren en andere natuurelementen te bewonderen.

Ongewassen ben ik vroeg in de morgen terug op stap. Een mens zit toch wel bizar in elkaar. Wanneer men niet gewassen is in een luxe leven dan voelt men zich vuil, en wanneer je je van alle luxe vrij maakt kan het je niet deren. De eenvoud voelt voor mij toch veel vrijer dan de vele luxe waar ik me soms mee omring. Wat niet weg neemt dat ik evengoed kan genieten om eens lang uit in een bad of onder een douche te mogen staan in een verzorgt hotel. Het genot krijgt dan een totaal andere dimensie.

Onder mijn voeten witte breekbare stenen. Kalk. Rondom mij de eerste grote wijnvelden, nauwkeurig in lijnen. De vele druiventrossen beloven een goede oogst. Het gekraak onder mijn voeten, de warmte, de weinige wind die te bespeuren is en de geuren, nemen me mee naar mijn jeugd. Eén stap ervaarder ik toen als een kilometer en amai wat was dit vermoeiend om onder de blakende zon naar het zwembad te wandelen. Groeien brengt zoveel moois met zich mee. Ieder jaar brachten we er na drie weken Zuid Frankrijk een weekje door in de Loire streek.  Een weekje waar ik genoot van het gevoel de vrijheid ten volle te moge beleven. Vader was met zijn legercameraad ergens in de kelders. Moeders genoten van de huiselijkesfeer. En wij als kinderen liepen door een lange tuin tussen fruitboomgaarden, kippehokken naar een typisch huis van in de streek – voor mij was het een.klein kasteeltje – waar de schoenen aan de deur bleven en we wollenslippers kregen om als schaatsen over een oude plankenvloer te glijden. De keuken in, kregen we als kind altijd wat lekkers. Ik herinner me plots dat ik me toen 100% gelukkig voelde in mijn vel. Het gevoel vrij te mogen zijn, graag gezien te worden en wat tijd krijgen. Veel heeft een kind niet nodig om zich gelukkig te mogen voelen. Misschien is het wel dit die me aantrekt in ‘de weg’ vrijheid, de warme ontmoetingen, wederzijdse graag zien en tijd geven en krijgen. Het is er alvast een deel van.

Een halte in het kasteel van Valmer. Een hartelijke ontvangst. Een bezoek aan haar tuinen en haar kapel in een troglodytique. De enorme thuya trekt mijn aandacht. Ik zie me hier wel logeren en tuinvrouw zijn.
Een toerist komt melden dat de kippen geen water hebben. De bezoekers eisen de aandacht van de gastvrouw, waardoor de vrouw niet weet hoe water te gaan geven. ‘Je peut donner de l’eau madame si cela ne vous ennuit pas’, zeg in tegen de vrouw. ‘Oh’, verwonderd kijkt ze me aan, ‘vous voulez faire ça!’ Een half uur later sta ik in de kippenren water te geven aan de kippen – de vrouw noemt ze ‘les poules de luxe’. Nooit gedacht dat ik ooit in een kasteel water zou geven aan de dieren en me zo huiselijk zou ontvangen worden. Hoe verleidelijk het ook was om hier te overnachten na een uitnodiging, koos ik ervoor om mijn weg verder te zetten. ‘Je reviens l’annee prochaine si tous ce passe bien en retour de Assise, Rome et Saint-Jacques.’ Ik steek mijn hand om en verdwijn in de verte.

Chateau de Valmer
La chapelle troglodytique

Twee uur later krijg ik een douche aangeboden en glas fris water. Om dan nog een uur te wandelen tot valavond met een temperatuur van 31° en een verfrissende nacht door te brengen in een grotwoning. 

Hartverwarmend

Langzaam ontwaken. Mijn dagboek wordt aangevuld. Ik lees een hoofdstuk uit het boek ‘Terres des Hommes’. Het is pas middag wanneer ik de blokhut verlaat en de trappen trotseer richting het kasteel van Château Renault. Een onaangenaam gevoel blijft onderhuids aanwezig.

Ik loop wat verloren van her naar der op zoek naar een apotheek die open is. De zon heeft haar eerste sporen nagelaten op mijn neus. Een potje koffie. ‘Oh, vous êtes bien lourd chargé’, hoor ik een man zeggen. ‘Vous allez à Compostelle?’ ‘Non monsieur, j’y suis allée il y a trois ans. Maintenant je fais un tour de France par les chemins de Saint-Jacques’, vertel ik de man terwijl ik wens af te rekenen voor de koffie. ‘Je vous l’offre, madame’. Wat onwennig dank ik hem. Pas om 14u vind ik een apotheek open. De twee dames hebben zo’n fijne energie dat het hartverwarmend is. We staan wat te praten en ik krijg wat staaltjes mee met zorgproducten. Zorg dragen voor jezelf is zo deugddoend en zo belangrijk. Iets wat we vaak vergeten in het gehaaste dagelijkse leven. ‘Je vous souhaite bonne route, madame’, roept de dame terwijl ik de ruimte verlaat. ‘Merci beaucoup, et aussi merci pour votre joie, cela fait du bien.’

In de namiddag verlaat ik de stad en voel beetje per beetje het onaangename gevoel verdwijnen, alsof het van mijn schouders glijdt. Zwaluwen zijn talrijk aanwezig. De cyclamen kondigen het najaar aan en hebben de plaats ingenomen van de bosanemonen. In een veld ontmoet ik een ree die rustig blijft eten terwijl ik erbij sta. Een man neemt een pauze op een plooistoel. De natuur doet me goed en brengt mijn lijf terug in ontspanning. Aan een watermolen vul ik mijn drinkfles. Tot de zon ondergaat wandel ik verder en klop aan ergens te midden van de velden. Een overnachting in een tuin onder de sterrenhemel.

Geen toeval

Cocquotte is gaan werken. P’tit Lou is klaar voor zijn dag werken en ‘le Petit Prince’ en Grenouille liggen nog in bed. Dit zijn de bijnamen van mijn gastgezin. Er is donder hoorbaar op de achtergrond. De lucht is dreigend. Ik heb het geluk eraan te ontsnappen.

Waar ik ook mag kijken, de hoofdkleuren zijn groen in alle soorten gradaties, met af en toe wat bruin ertussen. Groen, de kleur van het hart. Moeder Aarde in een omhulsel van groen, die vraagt om graag gezien te worden. Waar we allen samen zorg voor mogen dragen.

De woorden ‘la foi’ en ‘la providence’ komen voortdurend in mijn gedachten. Vreemd, ik ervaar ze ruimer in het Frans dan wanneer ik beiden hoor in mijn moedertaal, geloof en voorzienigheid. Ik laat beide woorden voor wat ze zijn en ben benieuwd wat ze me zullen brengen.

Kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Auw, ik struikel bijna. Aan wat was ik aan het denken… zwarte koffie. Hoog in de lucht, twee koppels buizerds. Ik stap een bosje in, het voelt vreemd, onwennig, niet aangenaam. Zelfs wat duister. Ik heb het gevoel wat alerter te moeten zijn. Op mijn pad een skelet, een ondraagbare geur. Ik probeer te achterhalen wat het is. Groot, maar het ziet er niet uit als een hert, te korte poten. Wat verder een grotwoning. Ik word er naartoe getrokken. Voorzichtig ga ik erheen. Er ligt iets in de grot. Een dood dier. Ik ben nieuwsgierig. Zijn lijf is al volledig gemummificeerd. Zijn mond staat open en de tanden zijn duidelijk zichtbaar, alsof het zich aan het beschermen was. Bij het beest ligt een bruine fles en een rood doek. Ik neem een foto en kijk ernaar om te achterhalen wat het zou zijn. En plots wordt me duidelijk dat het om een hond gaat. De link wordt gelegd naar het eerste cadaver. Ik schrik en tegelijkertijd voelt een kwaadheid bij me opkomen, wat lichtjes is uitgedrukt. Welk wezen doet nu zoiets. Geen twijfel meer aan, beiden werden om het leven gebracht.

Een spanning heeft zich geïnstalleerd op mijn kaken en mond. Ik blijf het beeld zien van het dier en besef dat ik het moet gaan uitschreeuwen voor het zich verder vastzet. Met mijn twee voeten stevig op de grond en lichtjes door de benen laat ik met gebalde vuisten een diepe kreet. Mijn borstkas gaat op en neer tot ik plots alles kan lossen. Ik begin te huilen. Een buizerd komt voor mij in de buurt vliegen. Nog nooit heb ik hem zo dicht blijven zien vliegen. De rust komt wat terug. Een vlinder brengt wat lucht, luchtigheid met zich mee. De eekhoorn brengt me weer wat naar vreugde. Pfff, wat was dit intens. Het bos uitlopen blijft een zwart paard luid hinniken. Non-stop, tot ik weg ben. Vreemd.
Door mijn hoofd gaat er van alles heen. Ik probeer mezelf te sussen, ‘oh, Jasmine dat is allemaal toeval. Wacht Jasmine… daar geloof je allang niet meer in. Een minder goede ervaring mag ook een reden hebben… een mind is toch krachtig’. Inderdaad, ook dit is geen toeval. De buizerds blijven heel dicht aanwezig, ik voel me beschermd. De spanning blijft nog wat aanwezig in mijn lijf. Moeheid heeft zich geïnstalleerd. Ik beslis in de vroege vooravond te stoppen op de camping van Chateau Renault waar ik overnacht in een blokhut.

De foto laat ik bestaan tot ik er naar kan kijken zonder dat het me raakt. Het liet me een stuk zien van mezelf die er ook mag zijn. Een stuk die het recht heeft op bestaan, want zonder dit kan ik niet naar de andere kant. Zonder dit stuk kan het ander ook niet bestaan. Niet voor niets dat yingyang in elkaar verweven is.

Een puzzelstukje komt later al snel de rest vervullen. In de voormiddag belde ik mijn vader. Daar had ik zin in. Een losse babbel na een lange tijd.

Lavardin

Mijn rugzak is drie tomaten rijker geworden dankzij de groene vingers van Francis.

De grotwoningen langs de weg trekken mijn aandacht. Sommige worden gebruikt om groenten in te bewaren, andere granen of werkmateriaal, en anderen als woonst. Een constante temperatuur van 15 graden is het binnenin. Prachtig om te zien hoe mens en natuur samen één worden. De grote witte stenen die men hier gebruikt en die typisch zijn voor deze streek, la pierre ‘Tuffeau’ (een soort kalksteen). Deze wordt soms gebruikt om het geheel af te werken.

De natuur ontwaakt. De bonte specht maakt zo een hels kabaal dat hij andere dieren doet vluchten. Distels, Scabiosa, Malva en vele andere bloemen kleuren de berm. Af en toe komt er een eekhoorn aangelopen. In de verte komt iemand aangewandeld. Een wandelstok, grote rugzak. Zou wel een pelgrim kunnen zijn. Een uitnodigende glimlach. Etienne, een jonge man die de route Saint-Martin wandelt, van Tours naar Vendôme. Een onbekende weg voor mij. Etienne is twintig jaar, zalig om te zien en blij ook om te weten dat jongeren ook pelgrimeren. We wisselen nog wat ervaringen uit en met een grote glimlach en de hand in de lucht nemen we afscheid.

Langs de weg mag ik de schitterende mijlpalen ontmoeten van de weg Saint-Martin. Een kompas uitgekapt in de steen en met rood en blauw inlegwerk. Etienne sprak vol lof over een dorp genaamd Lavardin. Met wat aanpassing in mijn route en verandering op de GR-route kom ik in de namiddag aan in het dorp. Een aangename verrassing en de moeite waard om de oude GR-route te volgen. De ene holwoning naast de ander, geflankeerd op een rots uitkijkend naar een schitterend dorp met in de verte een brugje en kasteel. Dankjewel, Etienne.

Lavardin
Eglise Saint-Genese

De kerk Saint-Genese is een pareltje. Vele prachtig bewaarde fresco’s en muurschilderingen. De frisse en kleurrijke kleuren zijn een plezier om naar te kijken. Ik geraak er niet op uitgekeken.

In de vroege vooravond stap ik verder. Ik heb nog geen zin om op te houden. In een open vlakte hoor ik de krekels in harmonie hetzelfde ritme aannemen. Hihi, mijn fantasie slaat op hol. Ik zie me hier al staan in short. Een zwarte lange jas met twee toppen achteraan, wit strikje. Op mijn linkerkant de krekels, rechts de koeien, een vogel die er af en toe tussenkomt en de buizerd die de start geeft van een nieuw stukje muziek. Mijn wandelstokken worden dirigentstokken. Het pelgrimskoor is geboren. (glimlacht)

De Kleine Prins doet het ondertussen supergoed. Ondertussen heeft hij ook een tweelingsziel gevonden in een gezin dat ons met open armen heeft uitgenodigd om bij hen te overnachten. Het samen reizen brengt ons veel plezier. En de vreugde van niet groot te worden.