La Colline Éternelle

IMG_20200827_130739-2

Al jaren hoor ik de pelgrims spreken over l’Esprit du Chemin, een eerste pelgrimsherberg komend van Vézelay richting Compostella. Benieuwd…

Een pracht van een Lindeboom staat in de tuin. Het huis ligt in een bad van rust midden de natuur in een klein dorpje, Le Chemin.
Een vrijwilliger kondigt me aan. Huberta verwelkomt me en toont me later hoe het huis eruit ziet. Hmm, een pracht van een omgeving en plaats, warme hartelijke mensen. Een plaats die haar naam werkelijk draagt. Ik geraak zelf ontroerd wanneer ik in één van de kamers ben. In eenvoud, met veel creativiteit en vooral met eerbied en zorg voor het huis werd alles gerestaureerd en dat is voelbaar en zichtbaar.
Verheugd dat ik me heb laten leiden tot hier.

Onder de Lindeboom, een lange tafel, 12 borden. Samen eten we een heerlijk avondmaal.

Het voelt wat vreemd aan… morgen eindigt mijn fysieke pelgrimstocht. Ik noem het graag ‘fysieke’ omdat pelgrimeren en wat het mij gebracht, geleerd heeft in continuïteit bij mijn leven hoort en is…
Ik sluit mijn ogen, l’esprit du Chemin neemt me mee… weg… weg… ver weg… in dromen.

Ochtend… De geur van mos komt via mijn kamervenster binnen. Het heeft geregend. Ik ga naar beneden. In de woonkamer speelt heerlijke muziek op de achtergrond ‘Hildegarde vonbingen’. Pelgrims maken zich klaar om hun weg verder te zetten naar Compostela. Ik neem mijn ontbijt terwijl Huberta me vergezeld en me laat kennismaken van het vocale collectief ‘Grainedelavoix’ die ‘La Magdalene’ zingt.

Buiten begint het ontzettend te regenen. Broodnodig. Het viel me op, hoe het groen in de natuur en het frisse gras uit de Auvergne, Le Puy dôme, la Haute Loire verdwenen is, daar was nog altijd voldoende water, terwijl hier in de Nivernais alles terug ontzettend droog is.
Hmm, zou ik nu regen hebben voor mijn laatste dag, neen hoor, net op het moment dat mijn laatste wandeldag begint komt de zon te voorschijn. De weergoden… dankjewel.

Sedert gisterenavond is er een zeker verdriet komen opdagen…en hoe dichter ik Vézelay benader hoe afwisselend mijn emoties worden… vreugde, verdriet, vreugde… Ontroering… Vreugde…
Afronden en het nieuwe verwelkomen.
Ik kan het niet zogoed plaatsen en kan het niet anders noemen dan, ‘vreugdevol rouwen’…

De laatste dagen heb ik vaak het gevoel gehad dat wat er was, ik het noch in beelden, noch in woorden kon uitdrukken. Een ‘grootsheid’ die binnenin voelbaar is als een grote kracht, onvatbaar, als een hart oneindig. Het mogen ervaren… een grootsheid waar ik me graag dienstbaar voor opstel, voor wat IS.

Ik kijk naar mijn voeten. Yes, we hebben het goed gedaan. Ettelijke kilometers hebben ze me al gedragen. Hebben mijn voeten me over bergen en rivieren gebracht. En wat is het zalig om op sandalen te wandelen en in de ochtend het water op mijn voeten te kunnen voelen. De frisheid van de ochtend.
Met een moeiteloze vloeiendheid … En nog meer dan bij mijn andere pelgrimstochten voel ik me dichter en dichter bij de aarde komen, ook in mezelf.

In de dorpen geurt het van de kamperfoelie. De stokrozen zijn aan hun einde van hun bloei gekomen. Hier en daar pluk ik wat zaadjes om straks in België uit te zaaien en kleur en fleur te brengen.
In de verte een pelgrim, we wandelen naar elkander toe. Hij op weg naar Compostella. Ik op weg naar…
Terwijl we beiden steunen op onze wandelstokken komen de vragen, vanwaar kom je, naar waar ga je… een glimlach, een goedendag, een hand die de lucht in gaat en zwaait.
In mijn rug hoor ik een gekend deuntje ‘Tous les matin nous prenons le Chemin…. Ultreeeeeia, ultreeeia..’
Ik kijk nog even om, een vreugdevolle pelgrim.

La Colline Éternelle… daar is ze… Reeds van ver zichtbaar.. Vézelay. .
De laatste vier dagen stappen, zijn niet alleen een afronden van deze weg, ook als een afronden van mijn pelgrimstocht (fysieke) die ik ooit 6 jaar geleden begonnen was. Want hier liep ik toen, op weg naar Compostella. En eigenlijk vind ik het heel bijzonder wat gebeurt.
6 jaar geleden vroeg ik om in Vézelay hospitalier te worden, dit kon echter pas nadat ik mijn weg had afgewerkt. De dag nadien beloofde ik haar om terug te komen, nadat ze zo energetisch in mijn rug trok. Maar eerst moest ik naar Compostella van de confraterniteit.
Om een of andere reden is het me nooit gelukt in de voorbije jaren. Er kwam altijd iets tussen, alles wat vastgezet werd op planning mislukte.
Tot nu…ongepland eindigt mijn tocht in Vézelay en met een week hospitalier…
Ik had het haar beloofd.

Ik kom aan op een 4 (28-08-2020)… aarde, moederaarde… In het levensjaar 7×7
7 jaren zijn afgerond waar 7 en 3 sterk aan de orde kwam…hemels…
De laatste dagen kwam 4 sterker aan de orde … ik ga binnenkort de aarde bewerken.
In 2014 (7) begon ik te wandelen… De basiliek heb ik altijd gezien in de stijgers.
Aujourd’hui elle est enfin ‘Libre’ deelde ik met iemand. En zoals de vele andere keren, weet deze plaats me te raken en rollen tranen over mijn wangen.
En voor de eerste keer valt het me op dat de plattegrond van Vézelay, een waterdruppel is.
Zoveel symboliek die voor mij heel veel betekenis heeft gekregen en mij affirmatie brengt op mijn weg.

De voorbije 7 jaren hebben me geleerd wat werkelijk liefhebben en Liefde is. Het heeft me geleerd dat angst me verhinderde om vrij te leven. Ik heb me leren losmaken van wat materie is, om in mijn eigen materie te komen, om straks in en met de materie te werken.
Het heeft me geleerd nog dieper de weg naar binnen te nemen om me vrij te maken van wat niet meer nodig is.. en wat niet van mij.
Een terug naar zichzelf, om dan pas terug naar de ander te gaan. Van het zichtbare, naar het onzichtbare.

Op de ‘weg’ la lumière Eternelle…
Elle se lève tous les jours.

Marie-Agnès

img_20181018_111140425042339496034872.jpg

 

img_20181018_111338579625386428139445.jpg

 

Ik sluit de deur van de pelgrimsherberg. Een man staat te rusten op zijn krukken. “Bonjour monsieur, une belle journée nous attent.”… en zo begint een gesprek met een bewoner over angst, moed en volhouden.
Twee woorden die in vele levens aan de oppervlakte liggen. En wanneer we hier te lang aan denken en onze bovenkamer ermee vullen…. Dan… Wel de eerste stap wordt telkens opzij geschoven.
De moed, volhouden eerlijk ik weet zelf niet waar ik ze haal…of toch… Gedragen door het hart… Iedere dag mag het groeien en blijven groeien… En dan delen… Delen wat groeit en zo ontstaat terug plaats voor wat groeit en ontstaat evenwicht….

img_20181018_1113541416474429828553652.jpg

img_20181018_1114353371587805590251838.jpg

 

img_20181018_1115056061516402976384373.jpg

 

“Et votre lessive. Comment vous faites ?” … “Que trouver vous de mes vêtements.” “Bhein il sont propre” “Et oui il le sont… Et pourtant cela fait dix jours que il n’ont pas êtes laver.” Vous savez c’est tous comme la tête, le corps ce purifie. “Bhein, je vous admire madame…”

Parter dans l’instant présent, faites confiance et le chemin vous apprendra.

 

img_20181018_111619462985203480293626.jpg

 

img_20181018_1118023695457163877483029.jpg

img_20181018_1116355331478837993030114.jpg

Vrij, vrijer wandel ik een nieuwe dag tegemoet. Een jonge vrouw in kleurrijke kledij met rugzak komt aangewandeld. Eli of Élisabeth. We staan een lange tijd de babbelen langs een wei waar geiten ons staan aan te kijken. Af en toe geraken we ontroerd door ons delen…
“Est ce que vous pensez que vous allez encore faire des pèlerinages?” “Non, très profondément je resent que c’est le dernier. Je rentre enfin à la maison…. Après quatre ans et plus, le temps est venue de partager et de construire un endroit pour le partage.” De vrouw krijgt tranen in haar ogen wanneer ik dit vertel. “Je suis heureuse d’entendre vos mots cela me donne du courage et de la force. Cela me touche ce que vous dites.” We geven elkander een knuffel en nemen afscheid.

 

img_20181018_111832202374385515796476.jpg

img_20181018_1119061885495358855963075.jpg

 

 

Samen met de kleine prins redden we een bidsprinkhaan op de baan. De derde die we mogen ontmoeten. Deze was echter aan haar laatste uur gekomen.

De geitenboerin rijdt heen en terug met haar wagen op de veldweg. “Alle hup… Oeee… Oeee… Vous n’avez rien à faire ici.” De geiten waren uitgebroken.
Mijn dag eindigt in Cluny bij de zusters. Een warm hartige ontvangst… Zuster Marie-Agnes.
Voor de avondgebeden ga ik op boodschappen. Een heerlijke quiche op het menu deze avond met een salade en een zelfgemaakte vinaigrette.
Twee dames wandelen uit een kinderwinkel… “… Bhein… Lettres aux père Noël…”

Een warm gevoel vanbinnen.

 

img_20181017_1922187620194327428228744.jpg

img_20181018_1119276478460025970848525.jpg

De uil

De bel. “Entrée”, hoor ik roepen in de verte, Silvie. Een ontbijt bij de burgemeester. “Et tu retourne après chez toi en Belgique ?!”, vraagt Silvie. “je sais pas, tous dépondra de mon corps. Si je retourne, mon chemin s’arrêtera au Mont-Saint Michel”.

Een lange weg midden de velden. De zon weerkaatst op de witte steentjes. De koolzaadvelden staan in hun volle kracht. Een bad van Geel. Een mengelmoes van vogelgezang. Een koekoek. Een valk flappert voor me uit. Een bos. Links ‘le lac du der’. Het ene meertje na het ander. Een poel hier, een poel daar.
Gekwak van de kikkers. Zilverreigers. Ik sta stil en laat mij onderdompelen in de natuurgeluiden. Een blik naar rechts. Een aanwezigheid op de vlucht. Een dof en laag geluid, ver-dragend. Het geroep van de hert. De zwaarte van de poten op de aarde geven me het idee dat het niet gaat om een kleine hert. Gemist. Toch blij wetend dat hij er was.

Voor mijn voeten een lijk. Een uil. Zonder nadenken. Ik neem mijn mes en spontaan snij ik een deel van een vleugel af. Ik spoel ze onder water, aan het eind breng ik handontsmetting aan.
Verder wandelend neem ik de veer in mijn handen. Ik kijk ze aan. Ik voel dat ze stevig ligt in mijn handen. Als een magneet. Alsof we één worden. “Je t’enmene. Je vais te protégée, tu me protégera”,gaat er als een mantra door meheen.

De warmte, de veer, een vlotte stap, mijn hoed. Het is alsof ik plots mezelf in een andere gedaante voel. Een band rond mijn hoofd met een veer. Lange haren. Lange blote benen met een kort bruin leder losvalend rokje. Een aangename gewaarwording. Een oerkracht. Ik voel me net een vrouwelijke krijger die een opdracht te vervullen heeft. Hmmm, ik heb waarschijnlijk teveel van de zon gezien.

Een verloren kruis ten minden de velden. Herdenking. Een spinnenweb. Een vliegtuig. Een buizerd neemt een rechte duik naar beneden.

Een bord ‘au milieu de nulpart’, zo voel ik me, midden het niets en toch… Iets.
Ernaast een symbool met drie afzonderlijke spiralen met elkaar verbonden. Gisteren kwam ik hetzelfde symbool tegen aan een hanger van een vrouw. Het intrigeerde me. Ik zoek het op. ‘Une Triskele’

Église Saint Nicolas en pan de bois, Outines

Église l’Exaltation de la St. Croix, Bailly-le-Franc

Pieta 16de eeuws, glasraam

Aangekomen ben ik blij wat schaduw te vinden onder het portaal van de kerk. Ik spoel de uilen veren af onder stromend water van het kerkhof. En inspecteert ze op eventueel insecten. Wat is ze mooi. Een klein stukje roze huid is nog zichtbaar. Ze krijgt haar plaats op mijn hoed. Na wat rust naar het volgend dorp. Van kerkhof naar kerkhof om heerlijk fris water. Prachtige en waardevolle 16 eeuwse kerken in authentieke bouwstijl ‘à pan de bois’. Hoewel ik hier enkel op 50 km van Troyes ben en de Campaniencis route, gaat mijn voorkeur uit naar dit stuk GR654 tussen Reims en Troyes.
De laatste kerk is de Sint-Jacobskerk van Lentilles. In Lentilles ontmoet ik Mireille en André. Een gezellige avond samen.

Saint-Jacques, Lentilles

Spoor

Saint-Germain-la-Ville

Mathieu Olivier

Ik sluit het tuinhuis waar ik een heerlijk nacht heb gehad. Even tot bij de eigenaar om te danken. De bel. De man komt gehaast aan. “Merci pour votre hospitalité monsieur”,terwijl ik hem de hand geef. “bofff, c’était rien”, terwijl hij zich al half omdraait. De man houdt een chambre d’hôtes open.

Naar het dorp. Het is zeven uur in de morgen. Een vrouw komt aangereden. Parkeert zich en loopt voor me uit naar de bakker. Gehaast.
De bakker. Man en vrouw hebben woorden. De bakkerin laat iets vallen. Mist in het cijferen.
Buiten drink ik rustig mijn koffie en neem ik mijn ontbijt. Een poort gaat open. Een auto rijdt uit. De bakkerin begint haar ronde. Wat verder stopt de wagen. De zijdeur stond nog open. Gehaast.

Ik stap rustig een zonnige dag in. In een dorp vraag ik of er plaatselijke handelaars zijn. “Tous les artisans sant groupé madame au font de la rue. Il y a un centre… ‘Een grootwarenhuis'”, weet de vrouw met een zachte stem me te vertellen.
Het wringt binnenin. Ik heb geen keuze, zoniet heb ik geen voeding voor de dag. Sedert dat de grote ketenen zich geïnstalleerd hebben aan de rand van dorpen en ondertussen aan een snelheid overal bijbouwen, hebben de kleinhandelaars geen kans tot overleving in deze economie. En allen hebben we hier ons aandeel in, ook ikzelf. Het gemak van alles samen te vinden om tijd te winnen ten koste van kwaliteit en menselijk contact.

La Chaussée sur Marne

La Marne

Op een gegeven moment sta ik met mijn twee voeten op een treinspoor. Uitkijkend naar een oneindig punt. Voor me zie ik beelden. Mannen, vrouwen, kinderen. In de hand valiezen. Stille stemmen. Slepende voeten. Mensen die naast elkaar lopen steunend en ondersteunend. Ik blijf nog even staan. Vogels halen me terug. Ik verlaat het spoor. De stemmen verdwijnen. Ik besef dat ik de vrijheid heb van het spoor te stappen. Velen hadden dit niet.

Saint-Amand-sur-Fion

Een lange tocht doorheen een open landschap. Velden in verschillende groen tinten. Af en toe nog wat wijnranken. Wat groeit die snel. Iemand vertelde me dat deze ook ’s nachts blijven groeien. In Saint-Amand-sur-Fion weet ik de frisheid van de kerk met zijn voorportaal te appreciëren.

Mijn avond eindigt in Vitry waar onverwachts iemand mij meeneemt naar een hotel en er mijn hotelkamer betaald. Even een eigen luxe nestje na een vermoeiende weg is welkom. Ik zet de tv aan. Jean Reno. Ik blijf kijken. Le Vel’d’Hiv. Waar de grootste deportatie van Joden is gebeurd in Frankrijk tijdens de tweede wereldoorlog. En waar menigte Fransen hieraan hebben meegeholpen. Ik denk terug aan deze namiddag. Het spoor. De naam Jeruzalem komt binnen.

1 april – Pasen

Toen ik vorig jaar de beslissing nam om op 1 april 2018 een nieuwe pelgrimstocht te wandelen ‘Francigena’  richting Assisi, Rome en dan Compostela, kreeg ik de melding ‘Allé wat een rare datum’. Ik voelde dat dit juist was. Toen deed iemand de agenda open en zag dat het de dag van Pasen was. Het voelde voor mij nog meer juist en was verheugd dat ik mijn intuïtie volgde. 

Ik zal vertrekken vanuit de Sint-Baafskathedraal waar ik de pelgrimszegen zal ontvangen door Monseigneur Van Looy. 

Ik zou het heel fijn vinden samen met jullie deze paasviering te mogen delen in jullie nabijheid. 

Bij deze nodig ik jullie allen hartelijk uit voor de paasviering op 1 april 2018 om 11 uur in de Sint-Baafskathedraal te Gent. 

Tot dan, liefs Jasmine 

‘Er is maar één weg, de weg van het hart’

Crowdfunding au profit de la maladie de Charcot

‘Quand la buse me montre le chemin’ – un pèlerinage à travers la Belgique.

Quatre-vingts jours part toutes les églises Saint-Jacques de Belgique.

Le livre est en faveur de la recherche sur la Maladie de Charcot, asbl Jacobus et Vipassana.

Le livre sera imprimé en français et néerlandais

Merci pour votre aide, pour votre soutien et/ou de parler avec autant de personnes que possible.

Merci,
Cordialement,

Jasmine

ALS

8 september 2016 – Tongeren

Eind 2012 hoorde ik voor de eerste keer het woord ‘Amyotrofe Laterale Sclerose’ of ALS  (een neuro-musculaire aandoening zonder enige kans op genezing). Ik leerde toen Alain en Katrien kennen. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, pas veel later werd de diagnose ALS vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt…In 2012 richtte Alain samen met zijn vrouw Katrien de vzw ‘Een Hart voor ALS’ op.

Ik begon aan een fotoreportage rond het leven met ALS. (Binnenkort zullen deze beelden op een afzonderlijke pagina te zien zijn op deze blog.)
Na de reportage wou ik een fotoboek maken om het nog breder kenbaar te maken aan het publiek. Om de één of andere reden vloeide het niet, tot een paar weken geleden tijdens mijn tocht, ‘Oh, maar waarom geen boek voor ALS ipv over ALS. Een boek over deze pelgrimstocht in België die alle Sint-Jakobskerken met elkaar verbind’, het werd me duidelijk. Het voelde aan als juist, in tijd en ruimte klopte het gewoon.

En ja hoor als bevestiging lag een veer van de buizerd voor mijn voeten. De creativiteit begon te bruisen. Het ene idee na het andere rond de vormgeving, wie en hoe kwam me binnen.
Alain voor jou en de vele andere zal dit boek er komen. En ik hoop dat dit een steentje zal bijdragen aan het verder onderzoek rond deze ziekte. Dank je wel voor je doorzetting en kracht, een voorbeeld voor velen.

Een jaar na Alain leerde ik Magda kennen. Haar dochters namen contact met me met de vraag of ik hun mama in beeld wou nemen. De ziekte nam een te snelle impact op haar en hun leven. Magda was ALS patiënt sedert 2009, pas een jaar later werd de diagnose vastgesteld.
Ik herinner me nog altijd de eerste ontmoeting. Magda kon me de hand niet meer schudden,  maar haar glimlach betekende veel meer dan een omarming. Hoewel we elkander niet veel hebben gezien, waren de ontmoetingen heel intens en waardevol.

Twee spelden hebben deze tocht meegereist op mijn hoed, deze van ‘een Hart voor ALS’ en deze van jou Magda. Een zonne-bloem vergezelde me op deze weg. Heel diep van binnen was er voor mij iets niet afgerond. Het werd me duidelijk.

Magda dit boek is voor jou, een fijne reis verder. Het gaat je goed. Magda verliet ons op 31 juli 2014.
Vandaag aangekomen in Tongeren is deze weg afgerond. Negentwintig Sint Jacobs de Meerdere en drie Sint Jacobs de Mindere kerken over gans België werden met elkander verbonden. Een pelgrimsweg in dit prachtig land met zoveel verscheidenheid en gelijkenissen.
Het begin van iets nieuws.

Binnenkort lezen jullie hier meer over het boek.

Tot dan , Jasmine

Découvrir

 

sdr

Chooz (France)

Hier soir j’ai reçu un message de ma filleule Liudmila  ‘J’ai réussi.’ Que je suis fier d’elle! Une courte promenade vers le château de Vêves, en compagnie de Brigitte. Une heure plus tard il est temps de se dire au revoir.

De Gendron je descends la colline direction la Lesse et Houyet. Au loin de la musique, longboard skaters. Chaque année, ici, la route est fermée pour cet évènement. C’est dingue la façon dont ces garçons descendent la colline à du 40 à 60 km/h sans aucune protection. Arrivés en bas, un nuage blanc de caoutchouc brulé provenant de leurs chaussures.

Houyet vers Wiemme. De gros nuages gris. Je n’y échappe pas. Sur le chemin je rencontre des personnes. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui “, me répond une femme. “Oh super, alors je suis le même chemin.” Nous bavardons encore un peu. Une bonne averse de grêles. Protéger mon sac à dos. Mon super imperméable coutant à peine huit euros, me tient bien au sec. Tonnerre, éclairs et grêles s’alternent. Les flaques d’eau sont inévitables. L’orage ne me dérange pas. Sans notion du temps je continue ma marche. Une confiance totale. Seulement deux heures plus tard que je me rends compte que je marche direction Wiemme. Pas deux km mais dix km sur place…un fou rire sans suit.

Arrivée dans la cantine je me laisse tenter par un hotdog croustillant.

Une heure plus tard mes vêtements sont secs et je reprends la route. L’orage violent suivant. Je suis mon gps et essaie de prendre le chemin le plus court. Un sentier le long d’un domaine militaire. Le tonnerre au-dessus de ma tête. J’hésite. Est-ce que je retourne sur mes pas ou bien je continue dans le bois? Il pleut des cordes. Dans le bois plus de signal gps. Par ce temps je me sens plus en sécurité ici que le long de la route où les autos foncent autour de moi. Le sentier est impraticable. A cause de la boue épaisse je sens mes chaussures glisser de mes pieds. Mes sens sont sur le qui-vive. Je continue. En communion avec la nature. Sans signalisation. Je regarde autour de moi. La sortie. Par où?

Je suis les traces d’un animal. De hautes herbes couchées. La lumière d’un terrain vague. Des herbes qui montrent la présence d’un cours d’eau. Le bruit. Tous des signaux qui m’aident à sortir d’ici. Jamais pensé que j’oserais. Entre de hautes ronces, orties et fougères. Sous mes pieds un doux tapis de mousse. Des champignons dégageant une odeur insupportable. Une plaine. Un barbelé. La route. Un panneau ‘Baronville 1 km’. Mon chemin le plus court fut le plus long. Presque deux heures pour parcourir un kilomètre.

Ça m’a apporté de la joie, de la sagesse et de la richesse. Contente d’être sortie du bois et fier d’avoir osé… eh bien quel expérience éducative. Sur la route je sors mon pouce. Givet et puis direction Chooz. Une visite chez de bons amis en France. Michèle et Gérard, rencontrés sur mon chemin de Compostelle en 2014.

GPX bestand Hastière-Par-Dela à/naar Vodelee

GPX bestand Vodelee à/naar Fagnolle

GPX bestand Fagnolle à/naar Chooz (France)

Ontdekken

Gisteravond nog een sms ontvangen van mijn metekind Liudmila. ‘Geslaagd.’ Wat ben ik fier op haar! Samen met Brigitte een korte wandeling naar het kasteel van Vêves. Een uur later, tijd voor afscheid. Vanaf Gendron wandel ik de heuvel af richting de Lesse naar Houyet. In de verte muziek, longboard skaters. Ieder jaar wordt de straat hier afgesloten voor dit evenement. Gek hoe deze jongeren aan 40 à 60 km/u de heuvel afstormen zonder extra bescherming. Beneden aangekomen, een witte wolk van verbrand rubber van hun schoenen.

Houyet naar Wiemme. Dikke grijze wolken. Ik ontsnap er niet aan. Op de weg ontmoet ik mensen. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui”, antwoordt een vrouw. “Oh super, alors je suis le même chemin.” We praten nog wat. Een fikse hagelbui. Rugzak beschermen. Mijn superregenvest van amper acht euro weet me droog te houden. Donder, bliksem en hagel wisselen elkaar af. Plassen zijn onmogelijk te vermijden. Het onweer kan me niet deren. Zonder notie van tijd stap ik verder. Een totaal vertrouwen. Pas na twee uur word ik mij ervan bewust dat ik inderdaad naar Wiemme aan het stappen ben. Geen twee kilometer, wel tien, sur place…de slappe lach volgt. Aangekomen in de kantine laat ik me verrassen met een krokante hotdog.

Een uur later zijn mijn kleren droog en ben ik terug op weg. Een volgende hevige onweersbui. Ik volg mijn gps en probeer de kortste weg te nemen. Een pad naast een militair domein. Gedonder boven mijn hoofd. Twijfel. Keer ik nu terug of wandel ik verder het bos in? Het regent pijpenstelen. In het bos verdwijnt mijn gps-signaal. Met dit weer voel ik me hier veiliger dan op een weg waar ze langs mij heen razen met de wagen. Het pad is onmogelijk te bewandelen. In de dikke modder voel ik hoe mijn schoenen wegglippen van mijn voeten. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik ga door. Eén met de natuur. Zonder bewegwijzering. Ik kijk rond. De uitgang. Waar? Ik volg de sporen van een dier. Lange grassen die plat liggen. Het licht van open terreinen. Grassen die aantonen dat er een waterstroom is. Het geluid. Allemaal signalen die me helpen hieruit te komen. Nooit gedacht dat ik dit zou durven. Tussen hoge bramen, netels en varens. Onder mijn voeten een zacht tapijt van dik mos. Paddenstoelen die een ondraaglijke geur afscheiden. Een open veld. Een prikkeldraad. De weg. Een bord ‘Baronville 1 km’. Mijn kortste weg werd de langste. Bijna twee uur voor een kilometer… Het bracht me vreugde, wijsheid en rijkdom. Blij dat ik het bos uit ben en fier dat ik het gedurfd heb en… amai wat een leerrijke ervaring. Op de weg steek ik mijn duim uit. Givet en dan naar Chooz. Een bezoek aan goede vrienden in Frankrijk. Michèle en Gerard ontmoette ik op mijn weg in 2014 richting Santiago de Compostela.

Grenzen

dav

Mon gps. Hola, pas de routes, j’ai oublié de les programmer. Je me comporte clairement comme un bleu avec cet appareil où dois-je découvrir autre chose. Ma mémoire visuelle m’aidera bien.

Je continue mon chemin le long de l’Escaut direction Renaix (Ronse). À hauteur de Pottes je quitte l’Escaut pour prendre le sentier GR. Un petit patelin. Une grande habitation attire mon attention. Est-ce un ancien couvent? À la grille en fer forgé, une grande pancarte jaune, une photo et des petites lettres, me font supposer que c’est à vendre. Vingt-cinq chambres, salle à manger, cuisine… mon imagination me joue des tours. Glycines, roses, Verbena Bonariensis, roses trémières, lavandes… des volets couleur pastel. Du chêne, de la pierre bleue et beaucoup de matériaux naturels. Une grande salle de travail. Trois générations. Un projet de cohabitation. Des gens qui viennent et repartent.

Je continue ma marche. La maison disparait de ma vue. Un sentier étroit le long d’une clôture. Un berger allemand et un chien avec plein de touffes de poils détachées. Négligés. Des aboiements sans fin, une grosse queue, le poil redressé et de grandes canines m’empêchent d’avancer. Je m’adresse aux chiens. L’aboiement est plus fort que ma voix.

Je me sens clouée au sol. Je me demande comment faire pour arriver de l’autre côté. J’essaie de calmer les chiens en étant moi-même calme. Cela ne réussit pas. Je hausse la voix pour couvrir celle des chiens. Ça ne marche pas non plus. Autorité contre autorité. Non, Jasmine comme cela tu n’y arriveras pas, me dit une petite voix intérieure. Quelque part mon corps sait comment faire pour parvenir de l’autre côté. Je reste sur place et ramène mon attention à l’intérieur de moi.

Je sens une énergie monter le long de mes jambes, de mon bassin, mon ventre. D’une voix profonde, pleine et douce je dis, “Stop, ça suffit.” Je mets mes limites. Ma peur s’en va. La confiance s’installe. Les chiens se calment. Un premier pas puis un second, troisième…chaque fois reprenant force intérieurement. Un des chien s’avance quelque peu. Enfin après  une demi-heure je me retrouve de l’autre côté, j’ai parcouru vingt mètres. Les chiens sont à mes côtés. Reconnaissante pour l’évènement. Reconnaissante de voir que j’arrive à mettre mes limites.

Il s’est mis à pleuvoir. Les hauts peupliers me protègent. Après un parcours fatiguant et un long bout de route en transport en commun j’arrive à Gent. Contente d’être à la maison. Une douche bien chaude. Demain le kiné. Samedi je repars direction Ternat pour trois jours de volontariat à ‘Litha fest’ (festival pour le solstice d’été). Mardi je continue mon chemin, au départ de Dworp, juste sous Bruxelles direction Luxembourg.

GPX Bestand Mont d’enclus à Renaix/ Kluisbergen naar Ronse

Grenzen

Mijn gps. Oeps, geen route, die ben ik vergeten in te brengen in het toestel. Duidelijk nog een groentje met dit toestel of zou ik iets anders mogen ontdekken. Mijn visueel geheugen zal me wel helpen. Langs de Schelde zet ik mijn weg verder richting Ronse. Ter hoogte van Pottes verlaat ik de Schelde en volg ik verder het GR-pad. Een klein gehucht. Een grote woonst trekt mijn aandacht. Zou dit een klooster geweest zijn? Een groot geel bord, een foto en kleine letters aan het smeden hek doen me vermoeden dat het te koop is. Vijfentwintig kamers, eetzaal, keukens… Mijn fantasie slaat op hol. Blauwe regen, rozen, Verbena, stokrozen, lavendel… Pastelkleurige luiken. Eik, blauwsteen… veel natuurlijk materiaal. Een grote praktijkruimte. Drie generaties. Een samenwoonproject. Mensen die komen, mensen die gaan.

Ik stap verder. Het huis verdwijnt uit mijn zicht. Een smal pad langs een omheining. Een Duitse herder en een hond met allemaal loszittende plukken. Onverzorgd. Het continue geblaf, een dikke staart, een rechtopstaande vacht en grote hoektanden houden me tegen om vooruit te gaan. Ik spreek de hond aan. Het geblaf klinkt boven mijn stem. Ik voel me verankerd aan de grond. Hoe zal ik aan de andere kant geraken, stel ik me de vraag. Ik probeer de honden tot rust te brengen vanuit rust. Het lukt me niet. Ik verhoog mijn stem om me boven de hond te plaatsen. Ook dit lukt niet. Autoriteit tegen autoriteit. Neen Jasmine, zo zal je er niet geraken, weet een klein stemmetje me te vertellen. Ergens voel ik in mijn lijf dat de manier waarop ik aan de overkant kan komen me niet onbekend is. Ik blijf staan en breng mijn aandacht naar binnen. Vanuit mijn benen, bekken en buik voel ik een energie stijgen. Met een diepe volle en zachte stem zeg ik, “Stop, het is genoeg geweest.” Ik stel mijn grens. Mijn angst verdwijnt. Vertrouwen is voelbaar. De hond wordt rustig. Een eerste stap, een tweede, derde… telkens opnieuw herhalend, vanuit het gevoel in mijn lijf. De hond wandelt een stuk naar voren. Eindelijk na een half uur raak ik aan de overkant, amper twintig meter overbrugt. De hond aan mijn zijde. Ik ben dankbaar om het gebeuren. Dankbaar te beseffen dat grenzen stellen mogelijk is.

Het is beginnen regenen. De hoge populieren beschermen me. Na een vermoeiende tocht en een lange rit met het openbaar vervoer kom ik aan in Gent. Tevreden thuis. Een warme douche. Morgen kiné. Zaterdag terug vertrek richting Ternat voor drie dagen vrijwilligerswerk op ‘Litha Fest’ (Festival voor de zomerzonnewende). Dinsdag zet ik mijn tocht verder vanaf Dworp, net onder Brussel richting Luxemburg.

Cirkel

Sint Jacobsstaf

De zilveren Sint Jacobstaf – Sint Jacobskerk Gent

Een paar jaar geleden hoorde ik bij het ontwaken: “Hoor je het?” Waarop ik vroeg: “Wat?” “De koffie roept.” Tijd om op te staan. Ontbijten. Het regent pijpenstelen. Hmm, ik overweeg om met de tram de laatste kilometers te doen. Doorweekte kleren tijdens een misviering vind ik niet fijn. Terwijl ik mijn slaapzak in de rugzak steek, zie ik het licht veranderen. Het stopt met regenen. De weergoden zijn me welgezind. Samen met Jacqueline sluiten we de deur achter ons en vertrekken richting centrum.

De Sint-Jacobskerk. Binnen hoor ik het pelgrimslied ‘Ultreïa’. Het koor. De stemmen worden opgewarmd. Straks vieren we de Heilige Jacobus. Als vrijwilliger van de vzw Jacobus cultuurkerk help ik nog een handje mee bij de voorbereiding. De klokken luiden en roepen de mensen naar de kerk. Middenin de viering vraagt pastoor-deken Flor me naar voren om te getuigen over de weg. Tijdens de getuigenis raak ik ontroerd door mijn eigen woorden. Willem zingt een eigen geschreven lied over zijn camino. We sluiten de viering met het gebed tot de Heilige Jacob. Na de viering bewonder ik de zilveren Sint-Jacobsstaf en de zopas gerestaureerde cantorstaf met een Sint-Jakobsbeeld. “Dankjewel voor je mooie getuigenis”, komt iemand me zeggen. Ervaringen worden uitgewisseld. Ondertussen komen meer mensen de kerk binnen. Ze kunnen hier genieten van rust en sereniteit tijdens de Gentse Feesten. Een plaats van samenkomen, samenzijn, gesprek, gebed, met eerbied en respect voor elkaar. Dankjewel aan de kerk en vzw Jacobus voor deze mooie viering.

Op weg naar huis. In het Patershol. De kasseikoppen. Ik besef plots dat ik net een cirkel heb gewandeld van veertig dagen lang. Veertig dagen doorheen Vlaanderen op het Jakobskerkenpad. Een weg met open, brede landschappen, goed onderhouden natuurgebieden, prachtige historische gebouwen… En vooral warme mensen met elk hun eigenheid en waarden. Ontmoetingen die me wisten te ontroeren. Een levenscirkel van ontvangen en delen. Dankjewel dat jullie hier deel van hebben uitgemaakt.

‘Heilige Jakob,

patroon van onze parochie,

gij zijt een ware volgeling van Jezus geweest

Bij u leren wij dat ook wij onderweg zijn in het leven.

Elke wandeling, elke tocht, die wij ondernemen leert ons dat wij ons kunnen bevrijden van alles wat ons bindt en vasthoudt.

Leer ons in het spoor van de vele pelgrims naar Compostela,

die in deze kerk tot u komen bidden,

de vraag stellen waar wij staan op onze levensweg.

Help ons innerlijk in beweging te blijven,

Help ons opdat de weg, die wij gaan werkelijk een weg zou worden, die naar het volle leven leidt.

Heilige Jakob, bid voor ons!’

GPX bestand Laarne naar Gent/ Laarne à Gand

Cercle

Voilà quelques années j’entendais en me réveillant: “Tu entends?” Sur quoi je demandais: “Quoi?” “Le café m’appelle.”

Il est temps de me lever. Petit-déjeuner. Il pleut des cordes. Hmm, j’envisage de faire les derniers kilomètres en tram. Avoir des vêtements trempés lors de la célébration d’une messe, ne me réjouis pas. En mettant mon sac de couchage dans mon sac à dos, je vois la lumière changer. Il arrête de pleuvoir. Les dieux de la météo sont bien disposés envers moi. Accompagnée de jacqueline on ferme la porte derrière nous et on se dirige vers le centre-ville.

L’église Saint-Jacques. À l’intérieur j’entends le chant ‘Ultreia’. Les voix s’échauffent. Tout à l’heure nous fêtons Saint-Jacques. Comme bénévole de la vzw Jacobus cultuurkerk (asbl) je participe aux préparatifs. Les cloches sonnent et invitent les gens à se rendre à l’église. Au milieu du service, le curé-doyen Flor m’invite à témoigner du chemin. Durant mon témoignage je suis émue par mes propres mots. Willem chante une de ses chansons  composées en honneur de son camino. Nous terminons la célébration par la prière à Saint-Jacques.

Après le service j’admire le bâton en argent de Saint-Jacques ainsi que le bâton du cantor, avec statuette de Saint-Jacques, récemment restauré.

Quelqu’un vient me dire, “Merci beaucoup pour ton beau témoignage.” On échange des impressions, des expériences.

Entretemps, plus de monde entre dans l’église, où ils peuvent jouir du calme et de la sérénité durant les fêtes Gantoises. Un endroit de rassemblements, de rencontres, de discussions, de prières et de respect mutuel. Un grand merci à l’église et à l’asbl Jacobus pour cette belle célébration.

Je rentre à la maison. Au Patershol. Les pavés. Je me rends tout à coup compte d’avoir marché quarante jours en formant un cercle. Quarante jours à travers la Flandre, sur le Jacobskerkenpad. Un chemin aux somptueux paysages, aux réserves naturelles très bien entretenues, aux magnifiques monuments historiques… et surtout aux gens chaleureux ayant chacun leur singularité et leurs valeurs. Des rencontres qui ont suent m’émouvoir. Un cercle de vie et de partage. Merci beaucoup d’en avoir fait partie.

‘Saint-Jacques,

patron de notre paroisse,

Tu fus un disciple de Jésus.

À vos côtés on apprend que nous aussi nous sommes en chemin dans la vie.

Chaque promenade, chaque voyage que nous entreprenons, nous apprend que nous pouvons nous libérer de tous ceux qui nous lie et nous retient. Apprends-nous dans le sillage des nombreux pèlerins de Compostelle qui viennent prier dans cette église à nous poser la question de savoir où l’on se situe sur notre chemin de vie. Aide nous à rester en mouvement intérieur. Aide nous pour que le chemin que nous parcourons, devienne un vrai chemin, qui nous mènera à la pleine vie.

Saint-Jacques prie pour nous.’

L1016618

Sint Jacobskerk-Gent