Chez Jérôme et Veronique

Cathédrale Bourges

Wat geniet ik van ”s morgens in een plaatselijke bar te stappen om er mijn eerste koffie te drinken. De plaatselijke bewoners hetzelfde zien doen bij de start. Ik vind het altijd boeiend om hun gesprekken te horen.
En aan de orde in de bars… wat kan het anders dan… Jaja, goed geraden, dit wat men ons al meer dan een jaar zoveel mogelijk door het strot probeert te duwen.
Ik zie een zekere opluchting bij een vrouw wanneer ze spreekt over het eerste prikje in haar bovenarm. Toont met zekere fierheid een app. die zo een vierkant kan scannen zodat men weet waar je bent geweest en of je bent ingeënt . Ik ben nieuwsgierig en ga dichterbij om te zien. “Bhein, c’est comme le bracelet que en mets à la cheville.” “Bhein, oui on est dans un engrenage en est manipulé…. Je l’ai fait pour avoir la paix, sinon je perds mes 400 euro que j’ai payé pour aller dans un parc avec mes petit enfants.” “Vous le faite pour la paix ou pour l’argent ? Je ne comprends pas l’argent vaut plus que votre corps ? Osez dire ‘non’ ne veut pas dire que on va perdre quelque chose, avec le ‘non’ en long terme cela nous remet dans notre propre force et on retrouve la richesse à l’interieur de nous même. ” Bij het verder delen hoor ik vooral de schrik van boetes… Terug geld…. Zoveel mensen die verwijdert zijn van wie ze werkelijk zijn.

Ik sta op, zwier mijn rugzak in de hoogte. Vertrekkensklaar richting Bourges. Ik ga even tot de man aan de toonbank.” Vous savez monsieur. Vous dites que vous avez peur. Vous savez que c’est le contraire de l’amour. La peur pour ‘le refus’ nous éloigne de l’amour.
Et quand je regarde vos yeux je ne vois que des yeux étincelant. Ne perdez pas cela svp. Pour vous, votre entourage.” Oh, ik zie de man zijn ogen plots stralen. Wat fijn dit te kunnen waarnemen. Ik zwier mijn handen in de lucht.” Merci, merci”, roept hij nog na.

Een lange rechte lijn naar Bourges. De zon straalt met een volle kracht op mijn huid. Na een paar kilometers is Bourges al zichtbaar, de weg er naartoe lijkt oneindig. Ik neem mijn drinkfles… een druppel…. leeg. De niet aangename, sombere ingang tot in het centrum van Bourges, wordt al snel vergeten bij de ontmoeting met de prachtige, zachte sfeer die er is in de kathedraal Saint-Étienne van Bourges.

Bij het verlaten van de kathedraal vraag ik aan een dame waar ik le presbytère kan vinden. ‘Ici’… Ik ben er op 2 stappen van. De vrouw helpt me zoeken naar een overnachtingsplaats. Uiteindelijk nodigt de lieve dame me uit bij haar thuis. “Vous pouvez venir chez nous, mais je suis désolé on ne sera pas là ce soir pour être avec vous et partagé la soirée ensemble.”
We wandelen samen tot aan het huis. Een plooibed wordt geopend. De badkamer wordt getoond… “et ici dans le frigo vous avez qoui mangé, n’hésite pas hein. Faites vous plaisir.” Een hart kan niet anders dan schitteren in beide richtingen bij zo een vanzelfsprekende gastvrijheid.
Chez Jérôme et Véronique, en gratitude.

Klik HIER voor een kortfilmpje

En route…

Canal du Nivernais

Na een pauze van 10 dagen neem ik terug de rugzak. Deze keer niet richting Nevers – zoals in 2014 – wel richting Bourges voor een ‘Tour de Vézelay’, een weg van zeven dagen stappen gecreëerd door Huberta en Arnout van de pelgrims herberg ‘L’ esprit du chemin’ gelegen op de weg van Nevers. Zoals velen al weten hoe mijn wandelwegen zich creëeren, nl. dat alles in beweging is en een planning vanuit de ‘mind’ andere wendingen kan aannemen wanneer men in verbondenheid, in het Nu, in de voorzienigheid leeft. Zo wordt het me al snel duidelijk dat het rondje Vézelay niet kloppend is en ik richting het Zuiden wordt getrokken.

Wanneer de pelgrim aan komt kloppen voor info ivm met de Lemovicensis ( één van de oudste historische routes naar Compostella, met als startpunt Vézelay) krijgt een ‘hospitalier’ (een persoon die pelgrims verwelkomt, een luisterend oor is en zorg draagt voor de plaatsen die de pelgrim ter beschikking ontvangt zoals keuken, slaapplaats) vaak de vraag ga ik via Bourges of via Nevers.
Vandaag zou ik antwoorden met volgende vragen:

  • hou je van veiligheid en natuur?
    Dan zeg ik alvast voor het begin ga tot in La Charité sur Loire (op de camino/GR654) en maak pas van hieruit je keuze.

Via veld- en boswegen verlaat ik Vézelay. Ergens in de hoogte op een heuvel draai ik me om en zie ik de basiliek achter me. Hoewel ik al twee kilometer verwijderd ben is het alsof ze heel dichtbij is. Een totaal ander gevoel, gewaarwording dan via Saint-Père, daar waar ze zo veraf lijkt te zijn en toch met dezelfde aantal kilometers verwijderd…. Weg is ze nooit meer.

De voorbije regen heeft de natuur heel veel deugd gedaan. Ik geniet van de rust die de natuur met zich meebrengt en heel snel voelbaar is in het lijf. Eén van de beste manier om te herbronnen, energie op te doen na de drukte of wanneer je je evrnthes verloren voelt. De natuur bron van leven. Uren stap ik door het bos. In la Maison Dieu neem ik een pauze. Zwier mijn rugzak op de bank oef…. mijn lichaam is tevreden. Rond de deur van de kerk zijn heel oude sculpturen te zien het lijken allemaal maskers te zijn, wat toch wel bijzonder is.

Het landschap, de vergezichten zijn golvend en van een aangename zachtheid voor het oog. .. in de vroege avond steek ik de rivier de ‘Yonne’ over. Een aangenaam verzorgt huisje weet me te bekoren, telkens stel ik me dan de vraag ‘zou ik hier kunnen leven’ en beeld ik me zelf in de plaats en toch telkens voel ik… hoe aangenaam het mag zijn… neen… dit is belange nog niet aan de orde…en misschien wel nooit. En dit gevoel, het idee is voor mij vandaag ok en heb ik vrede mee genomen. Wat voel ik me thuis op de weg.
Langs het kanaal ‘du Nivernais’ wandel ik verder tot in Tannay waar een ‘gîte de pelerin’ is. Voor het slapen gaan genieten mijn verhitte voetzolen van een heerlijk koud bad en wanneer ik me horizontaal leg ben ik al heel snel in dromenland.

Klik HIER voor een kortfilm

Prosterner

Door de badkamer, een gang, een eetplaats, een tweede eetplaats, nog een gang… Om dan uiteindelijk in de keuken aan te komen…een klein kasteeltje.
Aan de ontbijttafel deelt Robert verhalen over de geschiedenis van het dorp, over het geloof. Een man met een enorme kennis en levenservaring. Zijn manier van delen over het geloof spreekt me aan. Het zit vol leven, vol-diepte, doorleeft…

… “C’est rares que les gents savent encore ce que c’est ce prosterner, ce mettre à deux genou et une flection”. Hij legt me de symboliek uit. “Vous pouvez me répéter svp . il y a quelque chose qui m’interpelle et me fait pensez à une expérience que j’ai vécue à Rochefoucauld en 2017 pendant un pèlerinage.” (le pardon-2017)

“Prosterner–En est le chemin, devant les pas du christ.
À deux genou, en est serviteur. Qui ce mais devant son maître.
1 flection, attitude du soldat qui est près à bondir la ou en l’envoie, la ou en lui montre le chemin.”

“Oh, mais je comprends maintenant…”. Met ontroering en in vreugde doe ik het verhaal over het moment waarop een kracht mij ooit op de grond duwde midden in een kerk en ik volledig plat op de grond kwam te liggen al wenend. “Merci, à toi Robert. Merci de votre partage, cela me touche et me fait comprendre le pourquoi”.

Ik herinner me nog zo goed hoe ik mocht worstelen met het ‘Onze Vader’, waarin er staat geschreven ‘vergeef onze schulden’, ik vond dit oordelend geschreven, ik zag dit als een vinger wijzend, als goed en fout. Want, als men moet vergeven dan zit het oordeel er al in dat men iets verkeerd heeft gedaan. Ik bleef de tekst te kortzichtig zien vanuit toen mijn beleving en buiten mij.
Tot het moment dat een kracht mij op de grond duwde. Ik barste toen in tranen uit en de beweging opende iets nieuws. Ik werd toen bewust, ik kon de anderen gemakkelijk vergeven, maar niet mezelf.
Pas vandaag kan ik zien en wordt ik me bewust van hoe het in elkaar zat, het waarom, kan ik er woorden aangeven en brengt het me nog verder wat toen was….
Omdat het gemakkelijker was buiten mezelf te kijken. Mezelf vergeven was een andere zaak. Want het was ‘mijn’ oordeel van goed en fout, het was ‘mijn’ verantwoordelijkheid om de tekst zo te interpreteren Natuurlijk worstelde ik ermee, want ik had de dualiteit zelf gecreëerd. Ik had me zelf een last op de rug getimmerd.
Iedere beweging start namelijk vanuit mezelf… ‘Ik dacht’ dat mij onrecht werd aangedaan – en laten we dit vandaag los zien van de situatie van toen.
‘Ik bleef’ dingen dragen op mijn schouders, terwijl niemand mij vroeg om ze te dragen.
‘Ik bleef’ hopen op een bevestiging, een verontschuldigen naar mij toe, zie mij.
Ik nam zelf al deze lasten op mij.
Er bestaat geen goed of fout in Liefde. Liefde kent geen lasten, geen kwellingen.

Terwijl Robert boodschappen gaat doen en Delphine wat paperassen werk. Sta ik voor de grote kachel in de keuken in afwachting voor de vergadering van het nieuwe pelgrimsseizoen als hospitalier en geniet ik van de warmtestralen op mijn rug.
Buiten kletteren de hagelstenen op het raam.

Tegen de middag vertrek ik. Robert vergezeld me tot het begin van het GR pad.

Zodra ik het bos inloop voel ik me ambetant. Grr… een tekst bleef in mijn hoofd ronddraaien. Ik begin te wenen. Voel twee gebalde vuisten, mijn lichaam gaat zich plooien, ik begin te kokhalzen.
‘Komaan Jasmine’, ik zet mijn twee wandelstokken en voeten stevig op de grond, leunend met mijn twee handen op mijn stokken hou ik ever ’n halte.
Ik adem diep in en uit en kijk naar de natuur.
‘Help me om de realiteit te zien en niet wat mijn denken er van maakt’, vraag ik of mag ik zeggen bid ik.
De rust komt terug. Mijn lijf komt uit spanning. Ik wordt terug één geheel. Weg uit de rigiditeit, de paardenkleppen, naar openheid en vrede.
De Zon komt tevoorschijn. Zalig. Het was.

In de natuur staat het vol Heleborussen.
In een volgend dorpje vraag ik een vrouw of ik me even mag schuilen om te eten en om me wat warmen. De vrouw laat me toe in haar gîte. Het voelt hier zogoed dat ik uiteindelijk beslis mijn dag in te korten en hier te blijven. Een namiddag blokfkuit spelen, kleren wassen, quality time, chillen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Un café Italien

Aardappelen, tarwe, mais en suiker bieten…maar vooral hoofdzakelijk tarwe en suikerbieten, dit is wat hier in de regio van La Marne op de vlakte wordt gekweekt. In massa’s.
Start voor een tweede dag in rechte lijn, op een heuvelend landschap.
Hier en daar groepjes van herten in de verte.

Ergens midden de dag kom ik aan in een nog historisch dorpje. Met zijn huisjes waarvan de muren schots en scheef zijn. Des belles maison comme j’aime. Ik zoek een bankje, geen. Ik hoor een deur van een schuur.
“Pardon monsieur, je peut me reposer un peut sur votre petit mur”.
De meneer komt naar toe, opent het hek. “Entré, je vais même vous donner une chaise”. Hij brengt me een stoel, “vous voulez encore quelque chose, un peut d’eau, un café.” “Ohla, un petit café ce n’est pas un refu, avec grand plaisir.”
Terwijl ik op de stoel zit geniet ik van het zien van een schuurtje, met hier en daar wat verborgen schatten.
Met een plateau in de hand komt hij terug. Een Italiaanse koffiekan, twee witte tassen en ‘mon cherie’, zo een praliné met drank en een kers erin.
We spreken over het leven midden de velden in een oase dorp. Over hoe hier gecultiveerd wordt, met veel pesticiden, ook al staat erop Biologisch. De boeren ontglippen telkens aan de normen, dit is ook zichtbaar op de velden, kleur is er zelden zichtbaar.

In de tuinen zijn hier en daar bloemen zichtbaar… driekleurenviooltjes, Primula, af en toe komt het geel erdoor van de Forsythia en Paardenbloem. Door de open vlaktes is alles hier wat trager.

”s Avonds kom ik aan in Rosnay L’Hôpital.
De straten zoals op veel plaatsen, zijn leeg, geen mens te zien. Dit was al zo de voorbije jaren, maar nu, amai opvallend.
De jonge en vriendelijke burgemeester opent zijn feestzaal waar ze een klein hoekje hebben geïnstalleerd voor de pelgrim.
Een electrisch kacheltje wordt bijgezet.

Terwijl ik mijn dagboek schrijf, kijk ik plots op. Een witte rook en een bizarre geur is de ruimte aanwezig. Ik zet de ramen open. Kijk naar het vuur. Ik zie niets. Ik ga naar beneden, ook niets. Ik trek de stekker uit. Hef de verwarming op. Bingo. De linoléum zag zwart. Oef, wat een geluk. En de grond, het is wat het is. Ik besef dat ik veel geluk heb gehad en dat ik niet aan het slapen was. Ik haal de ovenplaat en grill uit de oven, plaats de verwarming erop, zo heb ik toch nog een verwarmde ruimte.

Terwijl ik mijn dagboek verder aanvult, voel ik mijn ogen zwaar worden….. midden de nacht kom ik wakker met bril op de neus en telefoon in de hand. Ik zet hem af en slaapzacht terug in. Dankbaar om het leven, de vele ontmoetingen…

Klik HIER voor een kortfilmpje

La Colline Éternelle

IMG_20200827_130739-2

Al jaren hoor ik de pelgrims spreken over l’Esprit du Chemin, een eerste pelgrimsherberg komend van Vézelay richting Compostella. Benieuwd…

Een pracht van een Lindeboom staat in de tuin. Het huis ligt in een bad van rust midden de natuur in een klein dorpje, Le Chemin.
Een vrijwilliger kondigt me aan. Huberta verwelkomt me en toont me later hoe het huis eruit ziet. Hmm, een pracht van een omgeving en plaats, warme hartelijke mensen. Een plaats die haar naam werkelijk draagt. Ik geraak zelf ontroerd wanneer ik in één van de kamers ben. In eenvoud, met veel creativiteit en vooral met eerbied en zorg voor het huis werd alles gerestaureerd en dat is voelbaar en zichtbaar.
Verheugd dat ik me heb laten leiden tot hier.

Onder de Lindeboom, een lange tafel, 12 borden. Samen eten we een heerlijk avondmaal.

Het voelt wat vreemd aan… morgen eindigt mijn fysieke pelgrimstocht. Ik noem het graag ‘fysieke’ omdat pelgrimeren en wat het mij gebracht, geleerd heeft in continuïteit bij mijn leven hoort en is…
Ik sluit mijn ogen, l’esprit du Chemin neemt me mee… weg… weg… ver weg… in dromen.

Ochtend… De geur van mos komt via mijn kamervenster binnen. Het heeft geregend. Ik ga naar beneden. In de woonkamer speelt heerlijke muziek op de achtergrond ‘Hildegarde vonbingen’. Pelgrims maken zich klaar om hun weg verder te zetten naar Compostela. Ik neem mijn ontbijt terwijl Huberta me vergezeld en me laat kennismaken van het vocale collectief ‘Grainedelavoix’ die ‘La Magdalene’ zingt.

Buiten begint het ontzettend te regenen. Broodnodig. Het viel me op, hoe het groen in de natuur en het frisse gras uit de Auvergne, Le Puy dôme, la Haute Loire verdwenen is, daar was nog altijd voldoende water, terwijl hier in de Nivernais alles terug ontzettend droog is.
Hmm, zou ik nu regen hebben voor mijn laatste dag, neen hoor, net op het moment dat mijn laatste wandeldag begint komt de zon te voorschijn. De weergoden… dankjewel.

Sedert gisterenavond is er een zeker verdriet komen opdagen…en hoe dichter ik Vézelay benader hoe afwisselend mijn emoties worden… vreugde, verdriet, vreugde… Ontroering… Vreugde…
Afronden en het nieuwe verwelkomen.
Ik kan het niet zogoed plaatsen en kan het niet anders noemen dan, ‘vreugdevol rouwen’…

De laatste dagen heb ik vaak het gevoel gehad dat wat er was, ik het noch in beelden, noch in woorden kon uitdrukken. Een ‘grootsheid’ die binnenin voelbaar is als een grote kracht, onvatbaar, als een hart oneindig. Het mogen ervaren… een grootsheid waar ik me graag dienstbaar voor opstel, voor wat IS.

Ik kijk naar mijn voeten. Yes, we hebben het goed gedaan. Ettelijke kilometers hebben ze me al gedragen. Hebben mijn voeten me over bergen en rivieren gebracht. En wat is het zalig om op sandalen te wandelen en in de ochtend het water op mijn voeten te kunnen voelen. De frisheid van de ochtend.
Met een moeiteloze vloeiendheid … En nog meer dan bij mijn andere pelgrimstochten voel ik me dichter en dichter bij de aarde komen, ook in mezelf.

In de dorpen geurt het van de kamperfoelie. De stokrozen zijn aan hun einde van hun bloei gekomen. Hier en daar pluk ik wat zaadjes om straks in België uit te zaaien en kleur en fleur te brengen.
In de verte een pelgrim, we wandelen naar elkander toe. Hij op weg naar Compostella. Ik op weg naar…
Terwijl we beiden steunen op onze wandelstokken komen de vragen, vanwaar kom je, naar waar ga je… een glimlach, een goedendag, een hand die de lucht in gaat en zwaait.
In mijn rug hoor ik een gekend deuntje ‘Tous les matin nous prenons le Chemin…. Ultreeeeeia, ultreeeia..’
Ik kijk nog even om, een vreugdevolle pelgrim.

La Colline Éternelle… daar is ze… Reeds van ver zichtbaar.. Vézelay. .
De laatste vier dagen stappen, zijn niet alleen een afronden van deze weg, ook als een afronden van mijn pelgrimstocht (fysieke) die ik ooit 6 jaar geleden begonnen was. Want hier liep ik toen, op weg naar Compostella. En eigenlijk vind ik het heel bijzonder wat gebeurt.
6 jaar geleden vroeg ik om in Vézelay hospitalier te worden, dit kon echter pas nadat ik mijn weg had afgewerkt. De dag nadien beloofde ik haar om terug te komen, nadat ze zo energetisch in mijn rug trok. Maar eerst moest ik naar Compostella van de confraterniteit.
Om een of andere reden is het me nooit gelukt in de voorbije jaren. Er kwam altijd iets tussen, alles wat vastgezet werd op planning mislukte.
Tot nu…ongepland eindigt mijn tocht in Vézelay en met een week hospitalier…
Ik had het haar beloofd.

Ik kom aan op een 4 (28-08-2020)… aarde, moederaarde… In het levensjaar 7×7
7 jaren zijn afgerond waar 7 en 3 sterk aan de orde kwam…hemels…
De laatste dagen kwam 4 sterker aan de orde … ik ga binnenkort de aarde bewerken.
In 2014 (7) begon ik te wandelen… De basiliek heb ik altijd gezien in de stijgers.
Aujourd’hui elle est enfin ‘Libre’ deelde ik met iemand. En zoals de vele andere keren, weet deze plaats me te raken en rollen tranen over mijn wangen.
En voor de eerste keer valt het me op dat de plattegrond van Vézelay, een waterdruppel is.
Zoveel symboliek die voor mij heel veel betekenis heeft gekregen en mij affirmatie brengt op mijn weg.

De voorbije 7 jaren hebben me geleerd wat werkelijk liefhebben en Liefde is. Het heeft me geleerd dat angst me verhinderde om vrij te leven. Ik heb me leren losmaken van wat materie is, om in mijn eigen materie te komen, om straks in en met de materie te werken.
Het heeft me geleerd nog dieper de weg naar binnen te nemen om me vrij te maken van wat niet meer nodig is.. en wat niet van mij.
Een terug naar zichzelf, om dan pas terug naar de ander te gaan. Van het zichtbare, naar het onzichtbare.

Op de ‘weg’ la lumière Eternelle…
Elle se lève tous les jours.

Marie-Agnès

img_20181018_111140425042339496034872.jpg

 

img_20181018_111338579625386428139445.jpg

 

Ik sluit de deur van de pelgrimsherberg. Een man staat te rusten op zijn krukken. “Bonjour monsieur, une belle journée nous attent.”… en zo begint een gesprek met een bewoner over angst, moed en volhouden.
Twee woorden die in vele levens aan de oppervlakte liggen. En wanneer we hier te lang aan denken en onze bovenkamer ermee vullen…. Dan… Wel de eerste stap wordt telkens opzij geschoven.
De moed, volhouden eerlijk ik weet zelf niet waar ik ze haal…of toch… Gedragen door het hart… Iedere dag mag het groeien en blijven groeien… En dan delen… Delen wat groeit en zo ontstaat terug plaats voor wat groeit en ontstaat evenwicht….

img_20181018_1113541416474429828553652.jpg

img_20181018_1114353371587805590251838.jpg

 

img_20181018_1115056061516402976384373.jpg

 

“Et votre lessive. Comment vous faites ?” … “Que trouver vous de mes vêtements.” “Bhein il sont propre” “Et oui il le sont… Et pourtant cela fait dix jours que il n’ont pas êtes laver.” Vous savez c’est tous comme la tête, le corps ce purifie. “Bhein, je vous admire madame…”

Parter dans l’instant présent, faites confiance et le chemin vous apprendra.

 

img_20181018_111619462985203480293626.jpg

 

img_20181018_1118023695457163877483029.jpg

img_20181018_1116355331478837993030114.jpg

Vrij, vrijer wandel ik een nieuwe dag tegemoet. Een jonge vrouw in kleurrijke kledij met rugzak komt aangewandeld. Eli of Élisabeth. We staan een lange tijd de babbelen langs een wei waar geiten ons staan aan te kijken. Af en toe geraken we ontroerd door ons delen…
“Est ce que vous pensez que vous allez encore faire des pèlerinages?” “Non, très profondément je resent que c’est le dernier. Je rentre enfin à la maison…. Après quatre ans et plus, le temps est venue de partager et de construire un endroit pour le partage.” De vrouw krijgt tranen in haar ogen wanneer ik dit vertel. “Je suis heureuse d’entendre vos mots cela me donne du courage et de la force. Cela me touche ce que vous dites.” We geven elkander een knuffel en nemen afscheid.

 

img_20181018_111832202374385515796476.jpg

img_20181018_1119061885495358855963075.jpg

 

 

Samen met de kleine prins redden we een bidsprinkhaan op de baan. De derde die we mogen ontmoeten. Deze was echter aan haar laatste uur gekomen.

De geitenboerin rijdt heen en terug met haar wagen op de veldweg. “Alle hup… Oeee… Oeee… Vous n’avez rien à faire ici.” De geiten waren uitgebroken.
Mijn dag eindigt in Cluny bij de zusters. Een warm hartige ontvangst… Zuster Marie-Agnes.
Voor de avondgebeden ga ik op boodschappen. Een heerlijke quiche op het menu deze avond met een salade en een zelfgemaakte vinaigrette.
Twee dames wandelen uit een kinderwinkel… “… Bhein… Lettres aux père Noël…”

Een warm gevoel vanbinnen.

 

img_20181017_1922187620194327428228744.jpg

img_20181018_1119276478460025970848525.jpg

De uil

De bel. “Entrée”, hoor ik roepen in de verte, Silvie. Een ontbijt bij de burgemeester. “Et tu retourne après chez toi en Belgique ?!”, vraagt Silvie. “je sais pas, tous dépondra de mon corps. Si je retourne, mon chemin s’arrêtera au Mont-Saint Michel”.

Een lange weg midden de velden. De zon weerkaatst op de witte steentjes. De koolzaadvelden staan in hun volle kracht. Een bad van Geel. Een mengelmoes van vogelgezang. Een koekoek. Een valk flappert voor me uit. Een bos. Links ‘le lac du der’. Het ene meertje na het ander. Een poel hier, een poel daar.
Gekwak van de kikkers. Zilverreigers. Ik sta stil en laat mij onderdompelen in de natuurgeluiden. Een blik naar rechts. Een aanwezigheid op de vlucht. Een dof en laag geluid, ver-dragend. Het geroep van de hert. De zwaarte van de poten op de aarde geven me het idee dat het niet gaat om een kleine hert. Gemist. Toch blij wetend dat hij er was.

Voor mijn voeten een lijk. Een uil. Zonder nadenken. Ik neem mijn mes en spontaan snij ik een deel van een vleugel af. Ik spoel ze onder water, aan het eind breng ik handontsmetting aan.
Verder wandelend neem ik de veer in mijn handen. Ik kijk ze aan. Ik voel dat ze stevig ligt in mijn handen. Als een magneet. Alsof we één worden. “Je t’enmene. Je vais te protégée, tu me protégera”,gaat er als een mantra door meheen.

De warmte, de veer, een vlotte stap, mijn hoed. Het is alsof ik plots mezelf in een andere gedaante voel. Een band rond mijn hoofd met een veer. Lange haren. Lange blote benen met een kort bruin leder losvalend rokje. Een aangename gewaarwording. Een oerkracht. Ik voel me net een vrouwelijke krijger die een opdracht te vervullen heeft. Hmmm, ik heb waarschijnlijk teveel van de zon gezien.

Een verloren kruis ten minden de velden. Herdenking. Een spinnenweb. Een vliegtuig. Een buizerd neemt een rechte duik naar beneden.

Een bord ‘au milieu de nulpart’, zo voel ik me, midden het niets en toch… Iets.
Ernaast een symbool met drie afzonderlijke spiralen met elkaar verbonden. Gisteren kwam ik hetzelfde symbool tegen aan een hanger van een vrouw. Het intrigeerde me. Ik zoek het op. ‘Une Triskele’

Église Saint Nicolas en pan de bois, Outines

Église l’Exaltation de la St. Croix, Bailly-le-Franc

Pieta 16de eeuws, glasraam

Aangekomen ben ik blij wat schaduw te vinden onder het portaal van de kerk. Ik spoel de uilen veren af onder stromend water van het kerkhof. En inspecteert ze op eventueel insecten. Wat is ze mooi. Een klein stukje roze huid is nog zichtbaar. Ze krijgt haar plaats op mijn hoed. Na wat rust naar het volgend dorp. Van kerkhof naar kerkhof om heerlijk fris water. Prachtige en waardevolle 16 eeuwse kerken in authentieke bouwstijl ‘à pan de bois’. Hoewel ik hier enkel op 50 km van Troyes ben en de Campaniencis route, gaat mijn voorkeur uit naar dit stuk GR654 tussen Reims en Troyes.
De laatste kerk is de Sint-Jacobskerk van Lentilles. In Lentilles ontmoet ik Mireille en André. Een gezellige avond samen.

Saint-Jacques, Lentilles

Spoor

Saint-Germain-la-Ville

Mathieu Olivier

Ik sluit het tuinhuis waar ik een heerlijk nacht heb gehad. Even tot bij de eigenaar om te danken. De bel. De man komt gehaast aan. “Merci pour votre hospitalité monsieur”,terwijl ik hem de hand geef. “bofff, c’était rien”, terwijl hij zich al half omdraait. De man houdt een chambre d’hôtes open.

Naar het dorp. Het is zeven uur in de morgen. Een vrouw komt aangereden. Parkeert zich en loopt voor me uit naar de bakker. Gehaast.
De bakker. Man en vrouw hebben woorden. De bakkerin laat iets vallen. Mist in het cijferen.
Buiten drink ik rustig mijn koffie en neem ik mijn ontbijt. Een poort gaat open. Een auto rijdt uit. De bakkerin begint haar ronde. Wat verder stopt de wagen. De zijdeur stond nog open. Gehaast.

Ik stap rustig een zonnige dag in. In een dorp vraag ik of er plaatselijke handelaars zijn. “Tous les artisans sant groupé madame au font de la rue. Il y a un centre… ‘Een grootwarenhuis'”, weet de vrouw met een zachte stem me te vertellen.
Het wringt binnenin. Ik heb geen keuze, zoniet heb ik geen voeding voor de dag. Sedert dat de grote ketenen zich geïnstalleerd hebben aan de rand van dorpen en ondertussen aan een snelheid overal bijbouwen, hebben de kleinhandelaars geen kans tot overleving in deze economie. En allen hebben we hier ons aandeel in, ook ikzelf. Het gemak van alles samen te vinden om tijd te winnen ten koste van kwaliteit en menselijk contact.

La Chaussée sur Marne

La Marne

Op een gegeven moment sta ik met mijn twee voeten op een treinspoor. Uitkijkend naar een oneindig punt. Voor me zie ik beelden. Mannen, vrouwen, kinderen. In de hand valiezen. Stille stemmen. Slepende voeten. Mensen die naast elkaar lopen steunend en ondersteunend. Ik blijf nog even staan. Vogels halen me terug. Ik verlaat het spoor. De stemmen verdwijnen. Ik besef dat ik de vrijheid heb van het spoor te stappen. Velen hadden dit niet.

Saint-Amand-sur-Fion

Een lange tocht doorheen een open landschap. Velden in verschillende groen tinten. Af en toe nog wat wijnranken. Wat groeit die snel. Iemand vertelde me dat deze ook ’s nachts blijven groeien. In Saint-Amand-sur-Fion weet ik de frisheid van de kerk met zijn voorportaal te appreciëren.

Mijn avond eindigt in Vitry waar onverwachts iemand mij meeneemt naar een hotel en er mijn hotelkamer betaald. Even een eigen luxe nestje na een vermoeiende weg is welkom. Ik zet de tv aan. Jean Reno. Ik blijf kijken. Le Vel’d’Hiv. Waar de grootste deportatie van Joden is gebeurd in Frankrijk tijdens de tweede wereldoorlog. En waar menigte Fransen hieraan hebben meegeholpen. Ik denk terug aan deze namiddag. Het spoor. De naam Jeruzalem komt binnen.

1 april – Pasen

Toen ik vorig jaar de beslissing nam om op 1 april 2018 een nieuwe pelgrimstocht te wandelen ‘Francigena’  richting Assisi, Rome en dan Compostela, kreeg ik de melding ‘Allé wat een rare datum’. Ik voelde dat dit juist was. Toen deed iemand de agenda open en zag dat het de dag van Pasen was. Het voelde voor mij nog meer juist en was verheugd dat ik mijn intuïtie volgde. 

Ik zal vertrekken vanuit de Sint-Baafskathedraal waar ik de pelgrimszegen zal ontvangen door Monseigneur Van Looy. 

Ik zou het heel fijn vinden samen met jullie deze paasviering te mogen delen in jullie nabijheid. 

Bij deze nodig ik jullie allen hartelijk uit voor de paasviering op 1 april 2018 om 11 uur in de Sint-Baafskathedraal te Gent. 

Tot dan, liefs Jasmine 

‘Er is maar één weg, de weg van het hart’

Crowdfunding au profit de la maladie de Charcot

‘Quand la buse me montre le chemin’ – un pèlerinage à travers la Belgique.

Quatre-vingts jours part toutes les églises Saint-Jacques de Belgique.

Le livre est en faveur de la recherche sur la Maladie de Charcot, asbl Jacobus et Vipassana.

Le livre sera imprimé en français et néerlandais

Merci pour votre aide, pour votre soutien et/ou de parler avec autant de personnes que possible.

Merci,
Cordialement,

Jasmine