Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Vooroordelen

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacobskerk Antwerpen/église Saint-Jacques Anvers

Er waren dan geen snurkende pelgrims aanwezig, om twee uur begon de nachtelijke discomuziek van de buren. Het gebonk van de bassen was voelbaar tot in de fijnste zenuwbanen van mijn lichaam. Twee uur later werd de muziek nog luider. Geroep van mensen op café. Slapen werd onmogelijk. Er zijn grenzen, ook voor een pelgrim. Ik bel de 101. Een half uur wordt het stil en kan ik terug inslapen.

Na het ontwaken neem ik het gastenboek en schrijf ik een tekst passend bij een opmerking van een hospitaliero gisteren.

(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal.)

‘De vakantie staat voor de deur. De auto wordt ingeladen. In de koffer een dure nieuwe rugzak. Man, vrouw en kind vertrekken op reis. Het kind spelend op de achterbank. De vrouw zingt en geniet van het landschap. De man rijdt aandachtig richting het zuiden. Een knal, een duw. Het kind is niet te vinden. De vrouw ligt bewusteloos voor zich uit te staren. De man zit gekneld. Eén seconde was nodig om een leven een totale omwenteling te laten maken. Een paar jaar later vertrekt de man op weg naar Santiago, met zijn dure nieuwe rugzak van toen. Het enige dat hij nog heeft. Hij wordt pelgrim zoals u en mij. Zijn tocht duurt de tijd die hij nodig heeft.’ Het is niet omdat iemand met een nieuwe dure rugzak wandelt, dat hij rijk is. Het is niet omdat iemand met een rugzak van grootvader wandelt, dat hij arm is. Beiden kunnen een emotionele waarde hebben. Oordelen en vooroordelen zetten een dikke muur tussen  mensen.  Proficiat met jullie herberg, en ik hoop dat iedere pelgrim hier onderdak mag vinden.

Ik verlaat de pelgrimsherberg, gelegen in een gebouw van het OCMW. In de namiddag hou ik halte in Haasdonk op een terras. Ik heb er een lang gesprek met mijn buren. Het gaat over ziektes en de verschillen bij mensen. Bij het afronden vraag ik aan mijn buur wat voor werk hij heeft gedaan. ”Mevrouw, ik ben altijd landbouwer geweest. Toen mijn ouders gestorven zijn, mijn moeder was 99 jaar, heb ik alles geërfd. Ik ben 70 en heb geen kinderen. Ik heb alles verkocht. Ben twee weken geleden verhuisd. De landbouwgrond is bouwgrond geworden. Ik heb er vandaag spijt van.” De man begint te wenen. Ik adem diep in en uit. “Meneer, mag ik je wat vragen?” “Ja”, terwijl hij zijn ogen dept met zijn zakdoek. ”Mag ik je een knuffel geven?” De man antwoordt positief. Ik sta op en we geven elkaar een knuffel. Terwijl ik mijn hand nog op zijn bovenarm liggen heb, vraagt hij me: “Heb jij kinderen?” “Neen, het is omdat het zo moest zijn”, terwijl ik mijn schouders optrek en mijn armen spreid. “Hoe is je naam?” “Raf.” Ik steek mijn hand uit. We geven elkaar een hand. Hij draait zich om en ik zie hem de straat oversteken met zijn vrouw. Moe kom ik aan in Kemzeke. Ik mag overnachten bij de Chiro in hun nieuw gebouw.

GPX bestand Antwerpen naar Sint-Niklaas/Anvers à Saint-Nicolas

GPX Bestand Sint-Niklaas naar Kemzeke/ Saint-Nicolas à Kemzeke

Préjugé

Cette nuit, il n’y avait pas de pèlerins ronflants, mais à deux heures du matin la musique disco des voisins. Le martèlement des bases était palpable jusque au fin fond de mes neurones. Deux heures plus tard la musique se faisait entendre encore plus fort. Des cris des gens du café. Dormir devenait impossible. Il y a des limites, aussi pour un pèlerin. J’appelle le 101. Après une demi-heure je réussis à me rendormir, le silence est revenu.

Une fois réveillée, je prends le livre d’or et y inscris un texte qui fait allusion à une remarque faite hier par un hospitaliero.

(Basé sur une histoire vraie.)

Les vacances arrivent. L’auto a été chargée. Dans le coffre un nouveau sac à dos de très bonne qualité. Homme, femme est enfant partaient en voyage. L’enfant jouait sur la banquette arrière. La femme chante et profitait du paysage. L’homme roulait attentivement vers le sud. Un fracas, une percussion. L’enfant était introuvable. La femme était allongée sans connaissance. L’homme était coincé.  Une seconde a suffi, pour qu’une vie prenne une tout autre tournure. Quelques années plus tard l’homme part sur le chemin de Santiago, avec le sac à dos de très bonne qualité d’antan. La seule chose qui lui restait. Il devint un pèlerin comme vous et moi. Son voyage dura le temps qu’il lui fut nécessaire. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec un nouveau sac à dos de très bonne qualité, qu’il est riche. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec le vieux sac à dos de son grand-père qu’il est pauvre. Tous deux peuvent avoir une valeur émotionnelle. Le jugement et les préjugés dressent un énorme mur entre deux personnes .

Félicitations avec votre auberge et j’espère que tous les pèlerins pourront y trouver refuge. Je quitte l’hébergement pour pèlerins, situé dans un bâtiment du CPAS.

Dans l’après-midi je fais halte sur une terrasse à Haasdonk. J’ai une longue conversation avec mes voisins. Nous parlons de maladies et de différences entre les gens. En terminant la conversation je demande à mon voisin quel métier il a exercé.  “Madame, j’ai toujours été agriculteur. Quand ma mère est décédée à l’âge de 99 ans, j’ai tout hérité. J’ai 70 ans et je n’ai pas d’enfants. J’ai tout vendu. J’ai déménagé voici deux semaines. Le terrain d’agriculture est aujourd’hui devenu terrain à bâtir. Je le regrette aujourd’hui. L’homme se mets à pleurer. Je respire profondément. “Monsieur, je peux vous demander quelque chose?” “Oui”, tout en essuyant ses yeux avec un mouchoir. “Je peux vous faire un câlin?” Sa réponse est positive. Je me lève et on se fait un câlin. Ayant encore ma main sur son avant-bras, il me demande, “Tu as des enfants?” Je lui réponds en haussant les épaules et écartant les bras “Non, c’est que ça doit être ainsi.” “Quel est ton nom?” “Raf.” Je lui tends la main. On se serre la main. Il se retourne et je le vois traverser la route avec sa femme. Fatigué j’arrive à Kemzeke ou je peux passer la nuit dans les nouveau locaux du Chiro.

 

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.

Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!

 

Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Lier

Lier en zijn Zimmertoren

Met de zusters tot bij de directeur. Een groepsfoto in de binnentuin. Met z’n vieren staan we naast elkaar. Mijn sjaal waait voor een zuster. Mijn drinkfles die ergens in de weg hangt. Er wordt gelachen. ‘Klik’, vereeuwigd. We nemen afscheid van elkaar.

De kathedraal van Mechelen. Ik geniet van het ochtendlicht dat via de glasramen met flinterdunne stralen schittert. Na tien kilometer in een bebouwde kom mag ik eindelijk terug wandelen in de natuur, langs de Nete. Aan een bank houd ik rond de middag een pauze. Het is warm, de wind is vandaag sterk aanwezig en zorgt gelukkig voor wat afkoeling. Mijn schoenen verlaten mijn voeten. De kousen schuif ik over mijn wandelstokken. Een diepe zucht van verlossing. Mijn maag knort. Mijn benen liggen gespreid over de bank. Ik bekijk mijn hiel, een dikke blaar vergezelt me al dertig dagen. Geen pijn, geen last. Vóór mij een mooi natuurgebied en ja, terug van… Oh, ja waarom zou ik het niet terug in het licht plaatsen… Natuurpunt. Ik vul mijn dagboek aan. De laatste dagen heb ik het gevoel dat ik weinig inspiratie heb. Het is wat het is. Ik voel de zon op mijn huid. De lange grassen langs het water bewegen golvend mee met de wind. Net een Mexican Wave.

In de verte zijn de kerktorens van Lier zichtbaar. Wat is het fijn om Lier in te wandelen via de natuur en niet via industriezones. Een bezoek aan het begijnhof en de Zimmertoren. Op de markt een Sint-Jacobskapel. Ik ga op zoek naar een klooster. Ik word van rechts naar links gestuurd. Naar kloosters waar al lang geen zusters meer zijn. Ik sta voor een blauwe poort. Op de muur ‘de Brug’. Een onaangename ontvangst triggert een oud zeer. Een onterechte beschuldiging. Onrustig val ik heel laat in slaap.

GPX bestand Bonheiden naar Lier/ Bonheiden à Lierre

Lierre

En compagnie des sœurs jusque chez le directeur. Une photo de groupe dans le jardin d’hiver. Nous sommes tous les quatre l’un à côté de l’autre. Mon écharpe vole devant le visage d’une sœur. Ma bouteille d’eau qui n’en fait qu’à sa tête….on rit. ‘Clic’, immortalisé. Nous prenons congé .

Direction la cathédrale de Malines (Mechelen). Je jouis de voir la lumière matinale qui brille en traversant  les vitraux avec de minces rayons.

Après dix kilomètres en région urbaine je peux enfin à nouveau marcher dans la nature, le long de la ‘Nete’. Vers midi je prends une pause à hauteur d’un banc. Il fait chaud, le vent est aujourd’hui présent et crée un peu de fraicheur. Mes chaussures quittent mes pieds. Je glisse les chaussettes sur mes bâtons de marche. Un profond soupir de soulagement. Mon estomac gargouille. Mes jambes sont étendues à travers le banc. Je regarde mes talons, une grosse ampoule m’accompagne déjà trente jours. Pas de mal, pas d’ennuis. Devant moi une belle réserve naturelle et oui à nouveau de… . et oui pourquoi ne pas encore une fois le mettre en valeur et le nommer ‘Natuurpunt’. J’écris dans mon journal. Les derniers jours j’ai l’impression d’avoir peu d’inspiration. C’est ce que c’est. Je sens le soleil sur ma peau. Les longues herbes le long de l’eau ondulent avec le vent. On dirait une ‘vague mexicaine’.

Au loin j’aperçois les clochers de Lierre (Lier). Qu’il fait bon entrer dans Lierre par la nature et non par la zone industrielle. Une visite au béguinage et à la tour ’Zimmertoren’. Sur la place une chapelle Saint-Jacques. Je vais à la recherche d’un couvent. On m’envoie de gauche à droite. Vers des couvents où il n’y a plus de sœurs depuis longtemps. Je me trouve devant un portail bleu. Sur le mur ‘de Brug’. Une réception désagréable déclenche un vieux mal. Une accusation injuste. Agité je m’endors très tard.

Mechelen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Ria brengt me met de wagen terug waar ik gisteravond eindigde. Via het geboortehuis van pater Damiaan, een museum dat nu in restauratie is, ga ik verder richting Keerbergen. Ik wandel lange tijd in een buurt waar de huizen en wagens me laten vermoeden dat dit een welstellende buurt is. Een fietser. Oogcontact. “Goede dag”, zeg ik met een knikkend hoofdgebaar. Hmm, het valt me op hoe terughoudend de mensen hier zijn. Op de achtergrond auto’s. Wat mis ik de stilte.

In het centrum van Bonheiden ga ik langs het gemeentehuis. Een halte waar Christel werkt. Ik stap binnen en word er hartelijk onthaald. Een koek en koffie. Ik dank de jarige van wie ik de koek kreeg. Na een bezoek aan het kleinste vertrek zet ik mijn weg verder. Christel en ik omarmen elkaar. Twee mannen staan ons aan te kijken. “Meneer, wil je ook zo een knuffel van me?” Waarop de man “ja” antwoordt. De knuffel volgt. “Dankjewel voor je ‘Zijn’ Christel”, zeg ik terwijl ik de trappen naar beneden wandel. “Insgelijks!” Na langs huizen te wandelen, terug een stukje natuur van Natuurpunt. Ik blijf iedere keer versteld staan van de mooie natuur waar Natuurpunt actief is. Wat doen ze dit schitterend! Ik wandel een stuk GR12 via het natuurdomein ‘Mechels Broek’ en het recreatiepark ‘De Nekker’, langs de wandeldijk van de Dijle. Op het einde, net voor de brug naar het centrum van Mechelen, een pop-up café. Ik wandel tussen de vele planten en kleurrijke attributen. Ik zet me bij aan een tafeltje. Een fijn gesprek met Esther. We zitten heel snel op dezelfde golflengte.

Na een uur stap ik weer verder richting centrum. Wat heeft Mechelen mooie gebouwen. Fijn ook om te zien dat steden zorg dragen voor hun patrimonium. De stad voelt goed. Ik vraag aan mensen waar ik nog zusters kan vinden. Weinigen hebben er nog weet van. Iemand wijst me de weg richting het diocesaan centrum. Op zoek naar een deurbel. Zuster Mieke komt opendoen. Nadien ontmoet ik zuster Lieve en Emilia. Na het avondmaal en een fijn samenzijn met de zusters zoek ik mijn kamer op. Een douche ontspant mijn spieren. Ik lees nog even en ga slapen. 

GPX bestand Humbeek naar Bonheiden

Malines

Ria me ramène en voiture au point d’arrivée d’hier. Passant par la maison natale du Père Damien, un musée actuellement en restauration, je continue direction Keerbergen. Je marche un bout de temps dans un quartier où les maisons et les voitures me laissent supposer qu’il s’agit d’un quartier prospère. Un cycliste. Un contact visuel. “Bonjour”, dis-je en faisant signe de la tête. Hmmm, je me rends compte que les gens d’ici sont distants. Sur l’arrière-plan des voitures. Que le silence me manque.

Au centre de Bonheiden, je passe par la maison communale. Une halte, là où travaille Christel. J’entre et suis chaleureusement reçue. Un biscuit et un café. Je remercie la personne qui fête son anniversaire et qui m’a offert le biscuit. Après avoir rendu visite à la plus petite pièce je continue ma route. Christel et moi on s’enlace. Deux hommes nous regardent. “Monsieur, voulez-vous aussi un câlin de ma part?”  L’homme répond, “Oui”. Un câlin suit. “Merci pour qui tu es Christel”, dis-je en descendant les marches. “Pareillement!”

Après avoir marché le long des maisons, je retrouve la nature de ‘Natuurpunt’. Je suis toujours étonnée de la beauté de la nature là ou ‘Natuurpunt’ est présent. Qu’ils font bien les choses! Je parcours une partie de la GR12 par ‘Mechels Broek‘ et le parc de récréation ‘De Nekker’ qui longe la rive de la Dijle. A la fin, juste avant le pont qui mène au centre de Malines (Mechelen), un pop-up café. Je marche parmi les nombreuses plantes et les accessoires colorés. Je m’assieds à une table auprès d’Esther. Notre conversation est agréable. Nous sommes vite sur la même longueur d’onde.

Une heure plus tard je continue mon chemin direction centre. Que Malines a de beaux bâtiments. Agréable de voir que des villes prennent soin de leur patrimoine. La ville me plait beaucoup. Je demande à des passants ou je peux trouver des sœurs. Peu de gens savent me répondre. Quelqu’un m’indique le chemin vers le centre diocésain. À la recherche d’une sonnette. Sœur Mieke vient ouvrir. Plus tard je rencontre sœur Lieve et sœur Emilia. Après un repas du soir et de quelques moments passés en compagnie des sœurs, je rejoins ma chambre. Une douche détend mes muscles. Je lis encore un peu, puis vais dormir.

 

Gedragen

 

Jasmine Debels (1 van 5)

Scherpenheuvel

“Pater, kan ik u straks hier nog vinden? Ik zou eerst graag mijn kleren aantrekken”, zeg ik tegen pater André. “Ja”, en terwijl hij op het gemak verder stapt draait hij zich een kwartslag, “het is je aangeraden”, zegt hij nog met lachende ogen. Ik kom terug van de kamer, gepakt en gezakt. “Hier”, zegt pater André, “nog iets om je dag stevig te starten.” Een groot stuk abrikozentaart. Ik neem afscheid van de paters en van Peter. De taart smaakt. De basiliek. Ik steek drie kaarsjes aan. Eén voor de mooie ontmoetingen, één voor de mensen die er mij om vroegen en eentje voor mezelf. 

Donkere wolken vergezellen me. Af en toe een regenbui waarvan ik de nattigheid niet voel. Via een bos en langs de Demer naar Aarschot. Mijn kleren voelen klam. Een onfris gevoel. In Aarschot, een wassalon. Geen plaats om mijn reservekledij aan te trekken. Recht tegenover het wassalon, een café.  Het voelt alsof de tijd hier is blijven stilstaan. In een hoekje kleed ik me om. Naar de wastrommel. Hups, alles erin. Zeep van mijn buurvrouw. Een half uur. Mijn dagboek. In gedachten ontsnap ik aan de ruimte. Een piepsignaal. Mijn was gaat in de droogtrommel samen met een andere was.

Na een uur rust kan ik terug fris op stap. Ik verlaat Aarschot langs een verhoogde, onverharde berm langs de Demer. Aan mijn rechterkant de Demer, links een toonzaal van zwembaden. Een diep verlangen van gedragen worden komt naar boven. Water. Wiegen. Het doffe geluid. Gedragen. De maïs staat al hoog. De granen staan droog. De laatste zes kilometer wegen fysiek zwaar. Mijn doorzetting laat het eventjes afweten. Voor mij een vrouw. Ze haalt het onkruid tussen de tegels vandaan. “Mevrouw, het centrum van Tremelo, is dat nog ver?” “Nog een kwartiertje.” “Oh”, een zucht van verluchting volgt. De vrouw nodigt me uit om iets fris te drinken. Ze roept haar man erbij. De man staat verbaasd te kijken. Drieëntachtig jaar. “Alleen…!”, het klinkt voor hem ongeloofwaardig wat ik onderneem. Na een frisse frisdrank en een chocoladepraline, ben ik terug op kracht voor de laatste kilometer. Ik zoek de pastorie. Die staat er verlaten bij. Aan de overkant komt een vrouw in mijn richting gewandeld. Ik vraag om hulp. Christel zoekt een oplossing. Een telefoon naar haar vrienden: Ria, Jan en de hond Nelson. Een kamer staat klaar. De avond is gevuld met gesprekken en verhalen. Christel haalt nog een pakje friet voor me. Een minipakje dat er reuzegroot uitziet.

GPX bestand Diest naar/à  Aarschot

GPX bestand Aarschot naar/àLeuven

Portée

“Père, je peux vous retrouver ici tout à l’heure? J’aimerais d’abord mettre mes vêtements.” Question que je pose au père André. “Oui” et pendant qu’il continue de marcher, tout à l’aise, il se retourne pour me dire avec un regard rieur, “çà t’est conseillé.” Je reviens de la chambre, sac à dos rempli, prête. “Tiens”, me dit père André “encore quelque chose pour commencer ta journée robustement.” Un grand morceau de tarte aux abricots. Je prends congé des pères et de Peter. La tarte me goutte. La basilique. J’allume trois bougies. Une pour les belles rencontres. Une pour les gens qui me l’ont demandé et une pour moi.

Des nuages sombres m’accompagnent. De temps à autre de la pluie qui ne me mouille pas. Passant par un bois et longeant la ‘Demer’ direction d’Aarschot. Mes vêtements sont moites. Une sensation de malpropreté. À Aarschot une blanchisserie. Pas de place pour me changer et mettre mes vêtements de rechange. En face de la blanchisserie, un café. J’ai l’impression qu’ici le temps s’est arrêté. Dans un coin je change de vêtements. Direction, machine à laver. Voilà, tous mes vêtements sont dedans. Du savon de ma voisine. Une demi-heure. Mon journal intime. En pensées je m’échappe hors de la pièce. Un bip sonore. Mon linge va dans le sèche-linge avec de l’autre linge.

Après une heure de repos, je peux reprendre ma route en étant propre. Je quitte Aarschot par une berme rehaussée non asphaltée le long de la ‘Demer’. Sur ma droite le cours d’eau, à gauche une salle d’exposition de piscines. Un profond désir d’être portée se manifeste. De l’eau. Bercée. Le bruit sourd. Portée.

Le maïs est déjà haut. Les grains sont secs. Les derniers six kilomètres sont physiquement pesants. Ma persévérance me lâche un moment.

Devant moi une femme. Elle enlève les mauvaises herbes entre les dalles. “Madame le centre de Tremelo, est-il encore loin?” “Encore un quart d’heure.” “Och”, un soupir de soulagement. La femme m’invite à boire quelque chose de frais. Elle appelle son mari pour qu’il nous rejoigne. L’homme regarde tout étonné. Quatre-vingt-trois ans. “Seule…. !” Ça lui parait incroyable ce que j’entreprends. Après une boisson fraiche et une praline, j’ai à nouveau un peu de force, pour les derniers kilomètres. Je cherche le presbytère. Il est désert. De l’autre côté une femme vient à ma rencontre. Je lui demande de l’aide. Christel cherche une solution. Un coup de fil à ses amis; Ria, Jan et le chien Nelson. Une chambre est prête. La soirée est remplie de conversations et d’histoires. Christel va me chercher un paquet de frites. Un petit paquet qui me parait énorme.

 

Babbelwater

 

Jasmine Debels (1 van 1)

“Ik had nooit gedacht dat ik iemand vreemd in huis zou laten slapen”, vertelt Jeannine me bij het buitengaan. “Goed gedaan hé! En dat heb je schitterend gedaan. Je bent gaan voelen en hebt tijd genomen bij het nemen van de beslissing. Knap!” “Oh, misschien kan je aan onze kleindochter denken”, zegt Jeannine. Haar kleindochter wordt binnen twee dagen geopereerd. “Dat zal ik zeker doen. Ik neem ze met me mee in gedachten.”

De dag begint met regen. In de verte een hoge heuvel, de Mijnsteenberg. Voelt vreemd aan. De regen valt met heel fijne druppels op mijn regenjas. Het valt me op hoeveel sigarettenpakjes, lege flessen van energie- en suikerdranken er langs de weg liggen. Is er dan zo weinig respect voor moeder natuur? Weegt dit zo zwaar om mee te nemen en ergens in een vuilbak te deponeren? In de verte een geel fluohesje, een kruiwagen, een hark. Jeroen. Jeroen werkt al elf jaar voor de groendienst. Als ik dan zie met hoeveel zorg hij met de aarde omgaat, kan ik alleen maar denken en zeggen: “Heb respect voor het werk van deze mensen en draag zorg voor de natuur die we van moeder aarde hebben gekregen.” Het blijft regenen en het ziet ernaar uit dat dit voor de rest van de dag is. Rechts, links, zoveelste straat links, 50m, 100m… Op een bosweg vraag ik me af waar ik mee bezig ben. Ik zie mijn thuis voor me in gedachten. Een zetel, pot koffie, dekentje, muziek, een boek… luieren. Wat verder een huis, een vierkante rooster in de gevel. De dampkap. De keuken. De geur van grootmoeders keuken. Voor mijn ogen: verse frieten, een paardenbiefstuk, boerenboter… zaterdagse kost bij grootmoeder. De pan om uit te likken. De vogels brengen me terug op de weg. Dit was toen…lang geleden.

In Zolder stap ik binnen in een visserskantine. “Uw vliegtuig is al vertrokken”, roept een man me toe. Ok, laten we even meedoen, denk ik bij mezelf. “Das nen goeie, den deze had ik nog niet gehoord. Ga je skiën? Ben je op zoek naar sneeuw? Er zijn hier geen bergen. Een wandelende rugzak…een parachute, ja, maar zo had ik het nog niet gehoord. Dankjewel!” Stilte.

Rond achttien uur kom ik aan in Eversel. De Sint-Jacobskerk is dicht. Ik bel aan bij pastoor Frans voor de sleutel. “Waar ga je nog naartoe?”, vraagt de pastoor me. “Dit is mijn eindpunt voor vandaag. Kan u me helpen, meneer pastoor?” “Ik heb wel een kamer, maar geen bed.” “Geen probleem, ik heb een slaapmatje en slaapzak.” “Ik ben niet thuis tot rond middernacht.” Ik heb het ondertussen begrepen. Verder zoekend kom ik bij Peter en Elfried. Wat weet ik het te appreciëren, wanneer je als pelgrim je onmiddellijk thuis kan en mag voelen. Dit betekent heel veel op een lange weg, je thuis mogen voelen. Peter belt de zus van Elfried om op bezoek te komen en elkaar te ontmoeten. Zij deden een deel van het Jacobskerkenpad met de fiets. Een douche geeft me terug energie. Daarna volgt stamppot met worst: een welgekomen maaltijd na een sombere regendag… We hebben nog een goed gevulde avond en ik heb zo een vermoeden dat er babbelwater in de stamppot zat.

GPX Bestand Opglabbeek naar/à  Eversel

essence de bavardage…

“Je n’aurais jamais pensé laisser un étranger dormir dans ma maison”, me dit Jeannine en sortant. “Formidable hein! Et tu as fait cela brillamment. Tu as tenue compte de tes sentiments et tu as pris ton temps pour prendre ta décision. Super!” “Oh, peut-être pourrais-tu penser à notre petite fille”, me demande Jeannine – sa petite fille se fait opérer dans deux jours – “Je le ferais certainement. Elle m’accompagne en pensées.”

La journée commence sous la pluie. Au loin une haute colline. Sensation bizarre. Le ‘Mijnsteenberg’ (un terril). La pluie tombe en crachin sur mon imperméable. Je remarque combien il y a de paquets de cigarettes et de bouteilles de boisson énergisante vides, le long de la route. Y-a-t-il si peu de respect pour la Terre-Mère? Est-ce si lourd à emporter jusqu’à une poubelle?

Au loin une veste fluorescente jaune, une brouette, un râteau, Jeroen. Jeroen travaille déjà depuis 11 ans au service de l’environnement. Quand je vois le soin avec lequel il travaille la terre, je ne peux que penser et dire, “ayez du respect pour le travail de ces ouvriers et prenez soins de la nature que la Terre-Mère nous a donnée.”

Il continue de pleuvoir et cela à tout l’air de vouloir durer le reste de la journée. À droite, à gauche, la quantième rue à gauche, 50m, 100m… Sur un chemin forestier je me demande à quoi je suis occupé. Mes pensées m’entrainent vers ma maison. Un fauteuil, une tasse de café, une couverture, de la musique, un livre…farniente.

Un peu plus loin une maison, une grille carrée dans la façade. Une hotte aspirante! La cuisine. L’odeur de la cuisine de grand-mère. Devant mes yeux, en image, des frites fraiches, un bifteck de cheval, du beurre de ferme…repas du samedi chez ma grand-mère. La casserole à lécher… Les oiseaux me ramènent au chemin. C’était…il y a longtemps…

À Zolder j’entre dans une cantine de pécheurs. “Votre avion a déjà décollé”, me crie un homme. Je me suis dit; bon, jouons le jeu. “Elle est bonne celle-là, je ne l’avais pas encore entendue. Tu vas au sport d’hiver? Tu cherches de la neige? Il n’y-a pas de montagnes ici. Un sac à dos qui marche… Un parachute, tiens celle-là on ne me l’a pas encore dite. Merci!” Silence!

Vers dix-huit heures j’arrive à Eversel. L’église Saint-Jacques est fermée. Je sonne à la porte du curé pour la clé. “Tu vas où?”, me demande-t-il. “C’est mon terminus pour aujourd’hui. Pouvez-vous m’aider monsieur le curé?” “J’ai bien une chambre mais pas de lit.” “Pas de problème, j’ai une natte et un sac de couchage.” “Je suis absent jusqu’aux environs de minuit.” Entre-temps j’avais compris. En cherchant plus loin j’arrive chez Peter et Elfried. Qu’est-ce que j’apprécie le fait de pouvoir et de savoir me sentir la bienvenue comme pèlerin. Cela est très important durant un long parcours, de se sentir chez soi. Peter téléphone à la sœur d’Elfried et l’invite à nous rejoindre, enfin de se rencontrer. Ils ont fait le chemin des églises Saint-Jacques de Flandres en bicyclette. Prendre une douche me redonne de l’énergie. Après cela une ratatouille et de la saucisse: un repas bienvenu après une journée sombre et pluvieuse. Nous passons une soirée bien remplie et j’ai comme l’impression que dans la ratatouille il y avait de l’essence de bavardage…