Crowdfunding au profit de la maladie de Charcot

‘Quand la buse me montre le chemin’ – un pèlerinage à travers la Belgique.

Quatre-vingts jours part toutes les églises Saint-Jacques de Belgique.

Le livre est en faveur de la recherche sur la Maladie de Charcot, asbl Jacobus et Vipassana.

Le livre sera imprimé en français et néerlandais

Merci pour votre aide, pour votre soutien et/ou de parler avec autant de personnes que possible.

Merci,
Cordialement,

Jasmine

ALS

8 september 2016 – Tongeren

Eind 2012 hoorde ik voor de eerste keer het woord ‘Amyotrofe Laterale Sclerose’ of ALS  (een neuro-musculaire aandoening zonder enige kans op genezing). Ik leerde toen Alain en Katrien kennen. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, pas veel later werd de diagnose ALS vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt…In 2012 richtte Alain samen met zijn vrouw Katrien de vzw ‘Een Hart voor ALS’ op.

Ik begon aan een fotoreportage rond het leven met ALS. (Binnenkort zullen deze beelden op een afzonderlijke pagina te zien zijn op deze blog.)
Na de reportage wou ik een fotoboek maken om het nog breder kenbaar te maken aan het publiek. Om de één of andere reden vloeide het niet, tot een paar weken geleden tijdens mijn tocht, ‘Oh, maar waarom geen boek voor ALS ipv over ALS. Een boek over deze pelgrimstocht in België die alle Sint-Jakobskerken met elkaar verbind’, het werd me duidelijk. Het voelde aan als juist, in tijd en ruimte klopte het gewoon.

En ja hoor als bevestiging lag een veer van de buizerd voor mijn voeten. De creativiteit begon te bruisen. Het ene idee na het andere rond de vormgeving, wie en hoe kwam me binnen.
Alain voor jou en de vele andere zal dit boek er komen. En ik hoop dat dit een steentje zal bijdragen aan het verder onderzoek rond deze ziekte. Dank je wel voor je doorzetting en kracht, een voorbeeld voor velen.

Een jaar na Alain leerde ik Magda kennen. Haar dochters namen contact met me met de vraag of ik hun mama in beeld wou nemen. De ziekte nam een te snelle impact op haar en hun leven. Magda was ALS patiënt sedert 2009, pas een jaar later werd de diagnose vastgesteld.
Ik herinner me nog altijd de eerste ontmoeting. Magda kon me de hand niet meer schudden,  maar haar glimlach betekende veel meer dan een omarming. Hoewel we elkander niet veel hebben gezien, waren de ontmoetingen heel intens en waardevol.

Twee spelden hebben deze tocht meegereist op mijn hoed, deze van ‘een Hart voor ALS’ en deze van jou Magda. Een zonne-bloem vergezelde me op deze weg. Heel diep van binnen was er voor mij iets niet afgerond. Het werd me duidelijk.

Magda dit boek is voor jou, een fijne reis verder. Het gaat je goed. Magda verliet ons op 31 juli 2014.
Vandaag aangekomen in Tongeren is deze weg afgerond. Negentwintig Sint Jacobs de Meerdere en drie Sint Jacobs de Mindere kerken over gans België werden met elkander verbonden. Een pelgrimsweg in dit prachtig land met zoveel verscheidenheid en gelijkenissen.
Het begin van iets nieuws.

Binnenkort lezen jullie hier meer over het boek.

Tot dan , Jasmine

Découvrir

 

sdr

Chooz (France)

Hier soir j’ai reçu un message de ma filleule Liudmila  ‘J’ai réussi.’ Que je suis fier d’elle! Une courte promenade vers le château de Vêves, en compagnie de Brigitte. Une heure plus tard il est temps de se dire au revoir.

De Gendron je descends la colline direction la Lesse et Houyet. Au loin de la musique, longboard skaters. Chaque année, ici, la route est fermée pour cet évènement. C’est dingue la façon dont ces garçons descendent la colline à du 40 à 60 km/h sans aucune protection. Arrivés en bas, un nuage blanc de caoutchouc brulé provenant de leurs chaussures.

Houyet vers Wiemme. De gros nuages gris. Je n’y échappe pas. Sur le chemin je rencontre des personnes. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui “, me répond une femme. “Oh super, alors je suis le même chemin.” Nous bavardons encore un peu. Une bonne averse de grêles. Protéger mon sac à dos. Mon super imperméable coutant à peine huit euros, me tient bien au sec. Tonnerre, éclairs et grêles s’alternent. Les flaques d’eau sont inévitables. L’orage ne me dérange pas. Sans notion du temps je continue ma marche. Une confiance totale. Seulement deux heures plus tard que je me rends compte que je marche direction Wiemme. Pas deux km mais dix km sur place…un fou rire sans suit.

Arrivée dans la cantine je me laisse tenter par un hotdog croustillant.

Une heure plus tard mes vêtements sont secs et je reprends la route. L’orage violent suivant. Je suis mon gps et essaie de prendre le chemin le plus court. Un sentier le long d’un domaine militaire. Le tonnerre au-dessus de ma tête. J’hésite. Est-ce que je retourne sur mes pas ou bien je continue dans le bois? Il pleut des cordes. Dans le bois plus de signal gps. Par ce temps je me sens plus en sécurité ici que le long de la route où les autos foncent autour de moi. Le sentier est impraticable. A cause de la boue épaisse je sens mes chaussures glisser de mes pieds. Mes sens sont sur le qui-vive. Je continue. En communion avec la nature. Sans signalisation. Je regarde autour de moi. La sortie. Par où?

Je suis les traces d’un animal. De hautes herbes couchées. La lumière d’un terrain vague. Des herbes qui montrent la présence d’un cours d’eau. Le bruit. Tous des signaux qui m’aident à sortir d’ici. Jamais pensé que j’oserais. Entre de hautes ronces, orties et fougères. Sous mes pieds un doux tapis de mousse. Des champignons dégageant une odeur insupportable. Une plaine. Un barbelé. La route. Un panneau ‘Baronville 1 km’. Mon chemin le plus court fut le plus long. Presque deux heures pour parcourir un kilomètre.

Ça m’a apporté de la joie, de la sagesse et de la richesse. Contente d’être sortie du bois et fier d’avoir osé… eh bien quel expérience éducative. Sur la route je sors mon pouce. Givet et puis direction Chooz. Une visite chez de bons amis en France. Michèle et Gérard, rencontrés sur mon chemin de Compostelle en 2014.

GPX bestand Hastière-Par-Dela à/naar Vodelee

GPX bestand Vodelee à/naar Fagnolle

GPX bestand Fagnolle à/naar Chooz (France)

Ontdekken

Gisteravond nog een sms ontvangen van mijn metekind Liudmila. ‘Geslaagd.’ Wat ben ik fier op haar! Samen met Brigitte een korte wandeling naar het kasteel van Vêves. Een uur later, tijd voor afscheid. Vanaf Gendron wandel ik de heuvel af richting de Lesse naar Houyet. In de verte muziek, longboard skaters. Ieder jaar wordt de straat hier afgesloten voor dit evenement. Gek hoe deze jongeren aan 40 à 60 km/u de heuvel afstormen zonder extra bescherming. Beneden aangekomen, een witte wolk van verbrand rubber van hun schoenen.

Houyet naar Wiemme. Dikke grijze wolken. Ik ontsnap er niet aan. Op de weg ontmoet ik mensen. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui”, antwoordt een vrouw. “Oh super, alors je suis le même chemin.” We praten nog wat. Een fikse hagelbui. Rugzak beschermen. Mijn superregenvest van amper acht euro weet me droog te houden. Donder, bliksem en hagel wisselen elkaar af. Plassen zijn onmogelijk te vermijden. Het onweer kan me niet deren. Zonder notie van tijd stap ik verder. Een totaal vertrouwen. Pas na twee uur word ik mij ervan bewust dat ik inderdaad naar Wiemme aan het stappen ben. Geen twee kilometer, wel tien, sur place…de slappe lach volgt. Aangekomen in de kantine laat ik me verrassen met een krokante hotdog.

Een uur later zijn mijn kleren droog en ben ik terug op weg. Een volgende hevige onweersbui. Ik volg mijn gps en probeer de kortste weg te nemen. Een pad naast een militair domein. Gedonder boven mijn hoofd. Twijfel. Keer ik nu terug of wandel ik verder het bos in? Het regent pijpenstelen. In het bos verdwijnt mijn gps-signaal. Met dit weer voel ik me hier veiliger dan op een weg waar ze langs mij heen razen met de wagen. Het pad is onmogelijk te bewandelen. In de dikke modder voel ik hoe mijn schoenen wegglippen van mijn voeten. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik ga door. Eén met de natuur. Zonder bewegwijzering. Ik kijk rond. De uitgang. Waar? Ik volg de sporen van een dier. Lange grassen die plat liggen. Het licht van open terreinen. Grassen die aantonen dat er een waterstroom is. Het geluid. Allemaal signalen die me helpen hieruit te komen. Nooit gedacht dat ik dit zou durven. Tussen hoge bramen, netels en varens. Onder mijn voeten een zacht tapijt van dik mos. Paddenstoelen die een ondraaglijke geur afscheiden. Een open veld. Een prikkeldraad. De weg. Een bord ‘Baronville 1 km’. Mijn kortste weg werd de langste. Bijna twee uur voor een kilometer… Het bracht me vreugde, wijsheid en rijkdom. Blij dat ik het bos uit ben en fier dat ik het gedurfd heb en… amai wat een leerrijke ervaring. Op de weg steek ik mijn duim uit. Givet en dan naar Chooz. Een bezoek aan goede vrienden in Frankrijk. Michèle en Gerard ontmoette ik op mijn weg in 2014 richting Santiago de Compostela.

Grenzen

dav

Mon gps. Hola, pas de routes, j’ai oublié de les programmer. Je me comporte clairement comme un bleu avec cet appareil où dois-je découvrir autre chose. Ma mémoire visuelle m’aidera bien.

Je continue mon chemin le long de l’Escaut direction Renaix (Ronse). À hauteur de Pottes je quitte l’Escaut pour prendre le sentier GR. Un petit patelin. Une grande habitation attire mon attention. Est-ce un ancien couvent? À la grille en fer forgé, une grande pancarte jaune, une photo et des petites lettres, me font supposer que c’est à vendre. Vingt-cinq chambres, salle à manger, cuisine… mon imagination me joue des tours. Glycines, roses, Verbena Bonariensis, roses trémières, lavandes… des volets couleur pastel. Du chêne, de la pierre bleue et beaucoup de matériaux naturels. Une grande salle de travail. Trois générations. Un projet de cohabitation. Des gens qui viennent et repartent.

Je continue ma marche. La maison disparait de ma vue. Un sentier étroit le long d’une clôture. Un berger allemand et un chien avec plein de touffes de poils détachées. Négligés. Des aboiements sans fin, une grosse queue, le poil redressé et de grandes canines m’empêchent d’avancer. Je m’adresse aux chiens. L’aboiement est plus fort que ma voix.

Je me sens clouée au sol. Je me demande comment faire pour arriver de l’autre côté. J’essaie de calmer les chiens en étant moi-même calme. Cela ne réussit pas. Je hausse la voix pour couvrir celle des chiens. Ça ne marche pas non plus. Autorité contre autorité. Non, Jasmine comme cela tu n’y arriveras pas, me dit une petite voix intérieure. Quelque part mon corps sait comment faire pour parvenir de l’autre côté. Je reste sur place et ramène mon attention à l’intérieur de moi.

Je sens une énergie monter le long de mes jambes, de mon bassin, mon ventre. D’une voix profonde, pleine et douce je dis, “Stop, ça suffit.” Je mets mes limites. Ma peur s’en va. La confiance s’installe. Les chiens se calment. Un premier pas puis un second, troisième…chaque fois reprenant force intérieurement. Un des chien s’avance quelque peu. Enfin après  une demi-heure je me retrouve de l’autre côté, j’ai parcouru vingt mètres. Les chiens sont à mes côtés. Reconnaissante pour l’évènement. Reconnaissante de voir que j’arrive à mettre mes limites.

Il s’est mis à pleuvoir. Les hauts peupliers me protègent. Après un parcours fatiguant et un long bout de route en transport en commun j’arrive à Gent. Contente d’être à la maison. Une douche bien chaude. Demain le kiné. Samedi je repars direction Ternat pour trois jours de volontariat à ‘Litha fest’ (festival pour le solstice d’été). Mardi je continue mon chemin, au départ de Dworp, juste sous Bruxelles direction Luxembourg.

GPX Bestand Mont d’enclus à Renaix/ Kluisbergen naar Ronse

Grenzen

Mijn gps. Oeps, geen route, die ben ik vergeten in te brengen in het toestel. Duidelijk nog een groentje met dit toestel of zou ik iets anders mogen ontdekken. Mijn visueel geheugen zal me wel helpen. Langs de Schelde zet ik mijn weg verder richting Ronse. Ter hoogte van Pottes verlaat ik de Schelde en volg ik verder het GR-pad. Een klein gehucht. Een grote woonst trekt mijn aandacht. Zou dit een klooster geweest zijn? Een groot geel bord, een foto en kleine letters aan het smeden hek doen me vermoeden dat het te koop is. Vijfentwintig kamers, eetzaal, keukens… Mijn fantasie slaat op hol. Blauwe regen, rozen, Verbena, stokrozen, lavendel… Pastelkleurige luiken. Eik, blauwsteen… veel natuurlijk materiaal. Een grote praktijkruimte. Drie generaties. Een samenwoonproject. Mensen die komen, mensen die gaan.

Ik stap verder. Het huis verdwijnt uit mijn zicht. Een smal pad langs een omheining. Een Duitse herder en een hond met allemaal loszittende plukken. Onverzorgd. Het continue geblaf, een dikke staart, een rechtopstaande vacht en grote hoektanden houden me tegen om vooruit te gaan. Ik spreek de hond aan. Het geblaf klinkt boven mijn stem. Ik voel me verankerd aan de grond. Hoe zal ik aan de andere kant geraken, stel ik me de vraag. Ik probeer de honden tot rust te brengen vanuit rust. Het lukt me niet. Ik verhoog mijn stem om me boven de hond te plaatsen. Ook dit lukt niet. Autoriteit tegen autoriteit. Neen Jasmine, zo zal je er niet geraken, weet een klein stemmetje me te vertellen. Ergens voel ik in mijn lijf dat de manier waarop ik aan de overkant kan komen me niet onbekend is. Ik blijf staan en breng mijn aandacht naar binnen. Vanuit mijn benen, bekken en buik voel ik een energie stijgen. Met een diepe volle en zachte stem zeg ik, “Stop, het is genoeg geweest.” Ik stel mijn grens. Mijn angst verdwijnt. Vertrouwen is voelbaar. De hond wordt rustig. Een eerste stap, een tweede, derde… telkens opnieuw herhalend, vanuit het gevoel in mijn lijf. De hond wandelt een stuk naar voren. Eindelijk na een half uur raak ik aan de overkant, amper twintig meter overbrugt. De hond aan mijn zijde. Ik ben dankbaar om het gebeuren. Dankbaar te beseffen dat grenzen stellen mogelijk is.

Het is beginnen regenen. De hoge populieren beschermen me. Na een vermoeiende tocht en een lange rit met het openbaar vervoer kom ik aan in Gent. Tevreden thuis. Een warme douche. Morgen kiné. Zaterdag terug vertrek richting Ternat voor drie dagen vrijwilligerswerk op ‘Litha Fest’ (Festival voor de zomerzonnewende). Dinsdag zet ik mijn tocht verder vanaf Dworp, net onder Brussel richting Luxemburg.

Cirkel

Sint Jacobsstaf

De zilveren Sint Jacobstaf – Sint Jacobskerk Gent

Een paar jaar geleden hoorde ik bij het ontwaken: “Hoor je het?” Waarop ik vroeg: “Wat?” “De koffie roept.” Tijd om op te staan. Ontbijten. Het regent pijpenstelen. Hmm, ik overweeg om met de tram de laatste kilometers te doen. Doorweekte kleren tijdens een misviering vind ik niet fijn. Terwijl ik mijn slaapzak in de rugzak steek, zie ik het licht veranderen. Het stopt met regenen. De weergoden zijn me welgezind. Samen met Jacqueline sluiten we de deur achter ons en vertrekken richting centrum.

De Sint-Jacobskerk. Binnen hoor ik het pelgrimslied ‘Ultreïa’. Het koor. De stemmen worden opgewarmd. Straks vieren we de Heilige Jacobus. Als vrijwilliger van de vzw Jacobus cultuurkerk help ik nog een handje mee bij de voorbereiding. De klokken luiden en roepen de mensen naar de kerk. Middenin de viering vraagt pastoor-deken Flor me naar voren om te getuigen over de weg. Tijdens de getuigenis raak ik ontroerd door mijn eigen woorden. Willem zingt een eigen geschreven lied over zijn camino. We sluiten de viering met het gebed tot de Heilige Jacob. Na de viering bewonder ik de zilveren Sint-Jacobsstaf en de zopas gerestaureerde cantorstaf met een Sint-Jakobsbeeld. “Dankjewel voor je mooie getuigenis”, komt iemand me zeggen. Ervaringen worden uitgewisseld. Ondertussen komen meer mensen de kerk binnen. Ze kunnen hier genieten van rust en sereniteit tijdens de Gentse Feesten. Een plaats van samenkomen, samenzijn, gesprek, gebed, met eerbied en respect voor elkaar. Dankjewel aan de kerk en vzw Jacobus voor deze mooie viering.

Op weg naar huis. In het Patershol. De kasseikoppen. Ik besef plots dat ik net een cirkel heb gewandeld van veertig dagen lang. Veertig dagen doorheen Vlaanderen op het Jakobskerkenpad. Een weg met open, brede landschappen, goed onderhouden natuurgebieden, prachtige historische gebouwen… En vooral warme mensen met elk hun eigenheid en waarden. Ontmoetingen die me wisten te ontroeren. Een levenscirkel van ontvangen en delen. Dankjewel dat jullie hier deel van hebben uitgemaakt.

‘Heilige Jakob,

patroon van onze parochie,

gij zijt een ware volgeling van Jezus geweest

Bij u leren wij dat ook wij onderweg zijn in het leven.

Elke wandeling, elke tocht, die wij ondernemen leert ons dat wij ons kunnen bevrijden van alles wat ons bindt en vasthoudt.

Leer ons in het spoor van de vele pelgrims naar Compostela,

die in deze kerk tot u komen bidden,

de vraag stellen waar wij staan op onze levensweg.

Help ons innerlijk in beweging te blijven,

Help ons opdat de weg, die wij gaan werkelijk een weg zou worden, die naar het volle leven leidt.

Heilige Jakob, bid voor ons!’

GPX bestand Laarne naar Gent/ Laarne à Gand

Cercle

Voilà quelques années j’entendais en me réveillant: “Tu entends?” Sur quoi je demandais: “Quoi?” “Le café m’appelle.”

Il est temps de me lever. Petit-déjeuner. Il pleut des cordes. Hmm, j’envisage de faire les derniers kilomètres en tram. Avoir des vêtements trempés lors de la célébration d’une messe, ne me réjouis pas. En mettant mon sac de couchage dans mon sac à dos, je vois la lumière changer. Il arrête de pleuvoir. Les dieux de la météo sont bien disposés envers moi. Accompagnée de jacqueline on ferme la porte derrière nous et on se dirige vers le centre-ville.

L’église Saint-Jacques. À l’intérieur j’entends le chant ‘Ultreia’. Les voix s’échauffent. Tout à l’heure nous fêtons Saint-Jacques. Comme bénévole de la vzw Jacobus cultuurkerk (asbl) je participe aux préparatifs. Les cloches sonnent et invitent les gens à se rendre à l’église. Au milieu du service, le curé-doyen Flor m’invite à témoigner du chemin. Durant mon témoignage je suis émue par mes propres mots. Willem chante une de ses chansons  composées en honneur de son camino. Nous terminons la célébration par la prière à Saint-Jacques.

Après le service j’admire le bâton en argent de Saint-Jacques ainsi que le bâton du cantor, avec statuette de Saint-Jacques, récemment restauré.

Quelqu’un vient me dire, “Merci beaucoup pour ton beau témoignage.” On échange des impressions, des expériences.

Entretemps, plus de monde entre dans l’église, où ils peuvent jouir du calme et de la sérénité durant les fêtes Gantoises. Un endroit de rassemblements, de rencontres, de discussions, de prières et de respect mutuel. Un grand merci à l’église et à l’asbl Jacobus pour cette belle célébration.

Je rentre à la maison. Au Patershol. Les pavés. Je me rends tout à coup compte d’avoir marché quarante jours en formant un cercle. Quarante jours à travers la Flandre, sur le Jacobskerkenpad. Un chemin aux somptueux paysages, aux réserves naturelles très bien entretenues, aux magnifiques monuments historiques… et surtout aux gens chaleureux ayant chacun leur singularité et leurs valeurs. Des rencontres qui ont suent m’émouvoir. Un cercle de vie et de partage. Merci beaucoup d’en avoir fait partie.

‘Saint-Jacques,

patron de notre paroisse,

Tu fus un disciple de Jésus.

À vos côtés on apprend que nous aussi nous sommes en chemin dans la vie.

Chaque promenade, chaque voyage que nous entreprenons, nous apprend que nous pouvons nous libérer de tous ceux qui nous lie et nous retient. Apprends-nous dans le sillage des nombreux pèlerins de Compostelle qui viennent prier dans cette église à nous poser la question de savoir où l’on se situe sur notre chemin de vie. Aide nous à rester en mouvement intérieur. Aide nous pour que le chemin que nous parcourons, devienne un vrai chemin, qui nous mènera à la pleine vie.

Saint-Jacques prie pour nous.’

L1016618

Sint Jacobskerk-Gent

 

Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Vooroordelen

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacobskerk Antwerpen/église Saint-Jacques Anvers

Er waren dan geen snurkende pelgrims aanwezig, om twee uur begon de nachtelijke discomuziek van de buren. Het gebonk van de bassen was voelbaar tot in de fijnste zenuwbanen van mijn lichaam. Twee uur later werd de muziek nog luider. Geroep van mensen op café. Slapen werd onmogelijk. Er zijn grenzen, ook voor een pelgrim. Ik bel de 101. Een half uur wordt het stil en kan ik terug inslapen.

Na het ontwaken neem ik het gastenboek en schrijf ik een tekst passend bij een opmerking van een hospitaliero gisteren.

(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal.)

‘De vakantie staat voor de deur. De auto wordt ingeladen. In de koffer een dure nieuwe rugzak. Man, vrouw en kind vertrekken op reis. Het kind spelend op de achterbank. De vrouw zingt en geniet van het landschap. De man rijdt aandachtig richting het zuiden. Een knal, een duw. Het kind is niet te vinden. De vrouw ligt bewusteloos voor zich uit te staren. De man zit gekneld. Eén seconde was nodig om een leven een totale omwenteling te laten maken. Een paar jaar later vertrekt de man op weg naar Santiago, met zijn dure nieuwe rugzak van toen. Het enige dat hij nog heeft. Hij wordt pelgrim zoals u en mij. Zijn tocht duurt de tijd die hij nodig heeft.’ Het is niet omdat iemand met een nieuwe dure rugzak wandelt, dat hij rijk is. Het is niet omdat iemand met een rugzak van grootvader wandelt, dat hij arm is. Beiden kunnen een emotionele waarde hebben. Oordelen en vooroordelen zetten een dikke muur tussen  mensen.  Proficiat met jullie herberg, en ik hoop dat iedere pelgrim hier onderdak mag vinden.

Ik verlaat de pelgrimsherberg, gelegen in een gebouw van het OCMW. In de namiddag hou ik halte in Haasdonk op een terras. Ik heb er een lang gesprek met mijn buren. Het gaat over ziektes en de verschillen bij mensen. Bij het afronden vraag ik aan mijn buur wat voor werk hij heeft gedaan. ”Mevrouw, ik ben altijd landbouwer geweest. Toen mijn ouders gestorven zijn, mijn moeder was 99 jaar, heb ik alles geërfd. Ik ben 70 en heb geen kinderen. Ik heb alles verkocht. Ben twee weken geleden verhuisd. De landbouwgrond is bouwgrond geworden. Ik heb er vandaag spijt van.” De man begint te wenen. Ik adem diep in en uit. “Meneer, mag ik je wat vragen?” “Ja”, terwijl hij zijn ogen dept met zijn zakdoek. ”Mag ik je een knuffel geven?” De man antwoordt positief. Ik sta op en we geven elkaar een knuffel. Terwijl ik mijn hand nog op zijn bovenarm liggen heb, vraagt hij me: “Heb jij kinderen?” “Neen, het is omdat het zo moest zijn”, terwijl ik mijn schouders optrek en mijn armen spreid. “Hoe is je naam?” “Raf.” Ik steek mijn hand uit. We geven elkaar een hand. Hij draait zich om en ik zie hem de straat oversteken met zijn vrouw. Moe kom ik aan in Kemzeke. Ik mag overnachten bij de Chiro in hun nieuw gebouw.

GPX bestand Antwerpen naar Sint-Niklaas/Anvers à Saint-Nicolas

GPX Bestand Sint-Niklaas naar Kemzeke/ Saint-Nicolas à Kemzeke

Préjugé

Cette nuit, il n’y avait pas de pèlerins ronflants, mais à deux heures du matin la musique disco des voisins. Le martèlement des bases était palpable jusque au fin fond de mes neurones. Deux heures plus tard la musique se faisait entendre encore plus fort. Des cris des gens du café. Dormir devenait impossible. Il y a des limites, aussi pour un pèlerin. J’appelle le 101. Après une demi-heure je réussis à me rendormir, le silence est revenu.

Une fois réveillée, je prends le livre d’or et y inscris un texte qui fait allusion à une remarque faite hier par un hospitaliero.

(Basé sur une histoire vraie.)

Les vacances arrivent. L’auto a été chargée. Dans le coffre un nouveau sac à dos de très bonne qualité. Homme, femme est enfant partaient en voyage. L’enfant jouait sur la banquette arrière. La femme chante et profitait du paysage. L’homme roulait attentivement vers le sud. Un fracas, une percussion. L’enfant était introuvable. La femme était allongée sans connaissance. L’homme était coincé.  Une seconde a suffi, pour qu’une vie prenne une tout autre tournure. Quelques années plus tard l’homme part sur le chemin de Santiago, avec le sac à dos de très bonne qualité d’antan. La seule chose qui lui restait. Il devint un pèlerin comme vous et moi. Son voyage dura le temps qu’il lui fut nécessaire. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec un nouveau sac à dos de très bonne qualité, qu’il est riche. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec le vieux sac à dos de son grand-père qu’il est pauvre. Tous deux peuvent avoir une valeur émotionnelle. Le jugement et les préjugés dressent un énorme mur entre deux personnes .

Félicitations avec votre auberge et j’espère que tous les pèlerins pourront y trouver refuge. Je quitte l’hébergement pour pèlerins, situé dans un bâtiment du CPAS.

Dans l’après-midi je fais halte sur une terrasse à Haasdonk. J’ai une longue conversation avec mes voisins. Nous parlons de maladies et de différences entre les gens. En terminant la conversation je demande à mon voisin quel métier il a exercé.  “Madame, j’ai toujours été agriculteur. Quand ma mère est décédée à l’âge de 99 ans, j’ai tout hérité. J’ai 70 ans et je n’ai pas d’enfants. J’ai tout vendu. J’ai déménagé voici deux semaines. Le terrain d’agriculture est aujourd’hui devenu terrain à bâtir. Je le regrette aujourd’hui. L’homme se mets à pleurer. Je respire profondément. “Monsieur, je peux vous demander quelque chose?” “Oui”, tout en essuyant ses yeux avec un mouchoir. “Je peux vous faire un câlin?” Sa réponse est positive. Je me lève et on se fait un câlin. Ayant encore ma main sur son avant-bras, il me demande, “Tu as des enfants?” Je lui réponds en haussant les épaules et écartant les bras “Non, c’est que ça doit être ainsi.” “Quel est ton nom?” “Raf.” Je lui tends la main. On se serre la main. Il se retourne et je le vois traverser la route avec sa femme. Fatigué j’arrive à Kemzeke ou je peux passer la nuit dans les nouveau locaux du Chiro.

 

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.

Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!