Le fer a cheval

‘Partagons la richesse de nos différences’

Terwijl mijn rugzak nog bij Hannah staat ga ik naar de wasserette om mijn kledij een wasbeurt te geven.
Met een heerlijk stuk gebak in mijn ene hand en mij ander hand in de lucht, zwaai ik naar Hannah.
Een winkel, een appel, een gesprek, een foto. Soms gebeurt het dat mensen mij in beeld wensen. In tegenstelling van vroeger kan ik de ander dit plezier gunnen en vind ik dit niet meer vervelend. Ik verlaat de winkel al zingend ‘des pommes des poires… Et des scoubidoubidou ahhh’.

Ik ontvang een boodschap van Liudmila ‘dank u wel voor het interview 7/8’. Dit hebben we schitterend gedaan. Wat ben ik fier op haar, ze behaalde schitterende resultaten op school.

De tulpen staan hier nu pas in bloei. De geur van chocolade komt naar er me toe… Een chocoladefabriek.
Met een stijging van 800 meter kom ik op een uitkijkpunt aan ‘le fer à cheval’. Waw, wat een vergezicht. Dondergeroffel om me heen. Een onweer hangt terug in de lucht.
Op een rots Odile en Jean. Ik vraag aan Jean of hij een beeld van me wil nemen. Wat onwennig sta ik wat voor de camera.
Wat geniet ik om in verbinding te gaan met mensen die ik ontmoet. Zoveel fijne contacten die ik al heb mogen ontvangen. Soms hoor ik zeggen ‘cette région, cela doit pas être si evident of ils sont moins accueillant… ‘. Recent las ik een uitspraak over iemand zijn ervaring met het aankloppen bij mensen. Over dat als je kleren er te vuil uit zien of net te netjes de deuren moeilijker open gaan. Mijn ervaring op de weg leerde me dat niets te maken heeft met de ander, alles begint bij jezelf. Elk gedachte die je hebt draag je mee… en zolang ze er zijn ontvang je wat je denkt en wat je zelf meedraagt.

Hoe verder ik ga… hoe dieper ik in mijn kracht kom… hoe groter mijn levensvreugde is… dankbaar in het leven staan…
Mijn gebed.

Mijn dag eindigt bij Françoise. Een energieke vreugdevolle dame en Poulet, Julien en Laura. Samen met Françoise ga ik naar de kaaswinkel. Mijn laatste avond in Frankrijk… Une raclette… met terug hartelijke mensen.

Hannah

Een heftige stijging ’s morgens vroeg. Een goede opwarmer. Voet voor voet…en zo ga ik naar boven… Is eens wat anders’ dan deze duim op… ‘

Een lang stuk bos om nadien een afdaling op asfalt te hebben richting Pontarlier. Mijn lichaam weet dit minder te appreciëren. In het stijgen kan je je snelheid aanpassen, bij een afdaling mag je je nu nog zo afremmen, de schokken in knie en heup blijven hetzelfde. En de knieschijf vind dit niet altijd leuk. Al bij al doet mijn lichaam het heel goed. Een portie gezond verstand, bewustzijn en zelfzorg is een goede mengeling om je weg gezond tot een goed einde te brengen. En een trofee kan de waarde van mijn lijf nooit evenaren. Na een maand stappen en leven in de natuur in heb ik geen huidproblemen meer, geen lever en darmen die protesteren.

Bij de afdaling zoeven een paar fietsen aan een snelheid me voorbij. Een man stopt en vraagt “Vous êtes perdu ?”. We geraken aan de praat.
Een uitnodiging volgt. Een telefoon nummer. “Je vous invite. C’est après midi je vais au théâtre. Ce soir je suis seule, ma femme elle doit partir. Si cela vous fait rien vous êtes la bien venue. Je préfère vous le dire. Nos deux avons son plus à la maison, donc en a de la place.”
“Merci, pour votre invitation et votre partage. Je prends le numero avec plaisir. Je vais voir le moment que j’arrive à Pontarlier. Ce qui ce présente sur mon chemin. Merci à vous.” De man fietst verder.
Een onaangenaam gevoel komt in mijn lijf. Angst. Oh, een oude laag die aan de oppervlakte komt. Ik voel dat de angst mij in verdriet brengt en ik zou kunnen uitbarsten in tranen. Een onderliggend gevoel van bedrogen te worden op mij spontaniteit en vreugde. Ik probeer het evenwicht te houden tussen mijn denken en gevoel, tussen angst en intuïtief aanvoelen…
Wat brengt het mij… Zonder er mentaal mee bezig te zijn en te vertrouwen zullen de volgende uren me wel duidelijkheid brengen.

Een lange vlakte van industriële gebouwen en winkels gaat vooraf voor ik in het centrum ben van Pontarlier. Het centrum één lange brede straat met grote vierkante gebouwen. Het ziet er een beetje militair uit. Winkels van gekende merken zoals bij ons. Kleine zijstraten. Ik klop aan bij le presbytère, niemand.

Ik wacht onder het portaal van de kerk. Een onweer barst los. Een aangename geur komt vrij. Het werd tijd dat het even regende, de grond was droog ook al hebben ze hier nog in februari overstromingen gekend door de lang aanhoudende regenbuien.
Het stuifmeel kleurt de straten geel. Dikke druppels kletsen in de waterplassen. En ik… Ik sta droog te genieten van het onweer.

“Bonjour madame, savez si dans la ville il y a un endroit où ils font dormir les pèlerins svp ?”, vraag ik aan een vrouw.
Een korte tijd nadien zit ik met vijf vrouwen en twee meisjes, allen met een verschillende nationaliteit, aan tafel koffie te drinken. Een huis waar jonge moeders kinderspullen kunnen aan lage prijs aanschaffen.

Hannah één van de vrijwilligers nodigt mij uit bij haar thuis. ‘Une soirée en famille’ . Na het avondmaal kijken Noa, Aaron – haar twee zonen – en haar man David naar de voetbal. Hannah zou graag nog een avondwandeling maken. “Allez y Hannah, je débarrasse la cuisine, la petite vaisselle. Cela ne m’ennuie pas du tous. Profiter de votre balade”, stel ik haar voor. Na de keuken te hebben opgeruimd draag ik een dessert naar de jongens. “Voilà, et un petit dessert pour les supporters !” Een grote glimlach komt tevoorschijn. “Merci beaucoup pour qui vous êtes, Jasmine”, deelt David me mee.

La Loue

Vuillafans

Lods

De zon blijft van de partij niet enkel in de natuur, ook binnenin mezelf. Iedere morgen opstaan en de zon voelen schijnen.
De krekels zijn al vroeg op de dag van de partij en mengen zich harmonieus met het gezang van de vogels.
Langs de rivier ‘La Loue’, doorkruis ik kleine pittoreske dorpen. Tussen boomgaarden, kleine straatjes, het water…

In Vuillafans zijn dames vrijwillig de bloembakken aan het vullen van hun dorp. De pélargoniums zullen straks de straten kleuren.

Mouthier-Haute-Pierre

Door de warmte neem ik een lange middagpauze. Met mijn voeten in de lucht mijn hoofddeksel op mijn hoofd val ik in slaap.
Na twintig min. komt een vlieg me ontwaken. Een picknick.
Tussen Mouthier en Ouhans verdwijn ik diep in de bossen in een ravijn en verder langs de rivier. Op bepaalde plaatsen ben ik heel tevreden om gebruik te kunnen maken van balustrades of touwen om mij op te trekken. Filmen al wandelend is uitgesloten, behalve als ik aan canyoning wens te doen.
Een subliem stuk natuur die me vaak op mijn adem neemt en me weet diep te ontroeren.
Het water is naar kleur heel uitnodigend, doch wordt vaak herhaald dat hier baden gevaarlijk kan zijn. Hoewel de rivier er soms zo zacht en uitnodigend uitziet, is ze op andere plaatsen zo krachtig dat ze oorverdovend is. Na een goede 6km sta ik op een bijzondere plaats ‘le source de la loue’ de bron… en mag ik het harde geluid van het water achter mij laten en terug genieten van de rust van het open landschap.

Source de la Loue

De buizerd, de Milan Royal… zijn talrijk aanwezig. Ik ben altijd blij ze te mogen zien. Binnenin me zelf zeg ik hen dan een goede dag. ‘Broeder’ is de aanspreektitel die ik hen dan geef en het voelt zo juist. Wel zijn ze minder op de voorgrond dan voordien, ze hebben me geleerd om met mijn intuïtie om te gaan en vooral er in te geloven. Ik ben ze zo dankbaar.

In Ouhans staat een vrouw haar bed af. Weigeren was niet aan de orde. Op het plafond sterretjes en schapen. Onder een verlichte sterrenhemel val ik als een blok in slaap. De schapen heb ik alvast niet moeten tellen.

Ouhans

Interview

Ik open het raam van de badkamer. Vogelgezang. De zon. Groen. Rust.
Op het terras een houten bank en tafel. Een ontbijt buiten samen met Fabien en Hélène.
Le Milan Royal. Een kraai. Een gevecht in de lucht. De kraai die blijft aanvallen, de Milan die in zijn kracht telkens weet te ontsnappen aan de kraai zonder wederaanval.
Een gesprek met Fabien over kruiden, Ayhuasca, de krachten van de natuur, de kracht van het denken, de essentie, belevingen, het hart….een wederzijds delen… een energie circuleert in mijn ruggegraat. Mijn stuit reageert heftig. Ik voel de energie stijgen en een op en neergaande beweging maken. Ik deel het… door te delen besef ik dat het draaglijker wordt… Ik laat het toe zonder er teveel aandacht aan te geven… ooit ben ik er klaar voor om het totaal toe te kunnen laten. kippenvel.

Een koppelende meikever vliegt op mijn rugzak. Allé, voor wat nog leeft. De ene is al dood terwijl hij nog vast hangt aan de andere. Ongelofelijk hoe krachtig die insecten zijn.
Een prachtige weg neemt me mee in het bos. Een fikse daling tot aan een forellenvijver, zie het eerder als een paar grote bakken waar mensen een vislijn kunnen huren en vissen.

Een telefoontje. Mijn metekind. Een interview tussen doopmeter en metekind. Boeiend om de vragen te krijgen en erbij stil te staan.

1.waarom werkt u als vrijwilliger voor de kerk?

Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot spiritualiteit, tot religieuze plaatsen dit kan zowel van een kapel, kerk, abdij, klooster als tot een moskee zijn… Daar waar mensen samenkomen al eeuwen lang. Waar sereniteit kan zijn, stilte, verbondenheid…Een zachte énergie waar Liefde voelbaar kan zijn. Een plaats waar ruimte is en iedereen welkom is.
Na een pelgrimstocht ben ik vrijwillig geworden in de Sint-Jacobs Cultuurkerk Gent.
Nog altijd een gewijde kerk. Door er cultuur binnen te brengen, passend aan plaats en ruimte, kunnen de deuren terug openen. Op zich werk ik niet rechtstreeks voor ‘De kerk’, de kerkinstantie. Wel voel ik me verbonden en heb ik mijn manier van contact.

2.wanneer bent u begonnen te geloven in God?

Ik ben altijd wel gelovig geweest. Tot aan mijn 14 jaar ben ik met mijn doopmeter naar de mis geweest op zondag. Nadien niet meer omdat ik mij veel vragen begon te stellen en veel hypocrisie zag binnen de kerk. Er stond veel haaks ten opzichte van wat werd verkondigd. De plaats bleef me aantrekken zoals in de eerste vraag.
Ik ben gelovig in iets groots, iets universeel. Het woord ‘God’ zal ik niet zo snel gebruiken omdat men dan van God iets tastbaar wil maken. Barrières, vakken, groepen plaatst en/of maakt. Net door het tastbaar te willen maken met ons hoofd, denken, wil men bewijzen, kan controle ontstaat en kan ongeloof daaruit ontstaat … De weg, mijn leven, mijn ervaring heeft mij geleerd dat door het net niet tastbaar te willen maken, het tastbaar is, komt via gewaarwordingen, gebeurtenissen en deze zeggen voor mij meer dan een woord. Woorden worden dan overbodig.
Als ik letterlijk de vraag zou beantwoorden … Ik ben gelovig geworden… dan moet ik hier eerlijk op antwoorden dat kan niet voor mij niet, want dan zou ik het buiten mezelf moeten plaatsen en om dan toch het woord ‘God’ te gebruiken dan zeg ik ‘ik wordt niet gelovig dat ben ik’,. God is in ieder van ons, al van voor onze geboorte.

3. wat is geloof voor u?

Alles

4. wat betekent religieus zijn voor u ?

Is het beleven van ‘mijn geloof’ in vertrouwen met al wat is. In verbinding met al wat is. In het hier en nu en deze dagelijks te mogen beleven en delen. In Liefde Zijn

Ik had bij de vragen eigenlijk moeten bijschrijven… Dit is wat het voor mij NU betekent. Morgen is een andere dag, alles is veranderlijk.

Ornans

Gustave Courbet

In Ornans pauzeer ik langs het water, de frisheid doet deugd. Ik geniet om te zien hoe een bejaard koppel vreugde beleefd bij het zien van de vissen. Hoe ze elkander benaderen in zachtheid en attentvol ze zijn voor elkaar.
Voor ik de stad verlaat een bezoek aan het museum van Gustave Courbet. Een geschreven uitspraak van de schilder
‘Il faudra que l’ on dise de moi, celui-là n’a jamais appartenu à aucune école, à aucune église, à aucune institution, à aucune académie, surtout à aucun régime si ce n’est le régime de la liberté’… Gustave Courbet- 3 juin 1870, Paris.
Herkenbaar.

In de vroege vooravond wandel ik verder langs la Loue, de rivier. Aan het volgend dorp, een gîte. Een man staat een kussen uit te schudden. “Vous êtes le propriétaire ?” “Oui, je le suis”, zegt de man. “Je peut vous demander que est ce que est le repas et le petit déjeuner svp?” Het menu wordt opgesomd…hmmm. Aantrekkelijk… Een avondje verwennerij… Zelfzorg…

Frère Max

Crypté en herdenkingsmonument Chapelle des buis

Besançon vanop la Chapelle des buis

De meikever

Kamperfoelie

7u30 de mis. Als er iedere week een mis zoals deze zou zijn, dan ben ik overtuigd dat de gebedsruimte zich terug zouden vullen. Geen priester die vooraan staat, wel samen in een cirkel. Samen vieren zonder waar hiérarchie voelbaar is. Waar geen barrière is, integendeel. Na de viering, een pelgrimszegen, mijn hart wordt geraakt in een diepere laag. Wat fijn dat ik deze gewaarwording kan toelaten zonder er overstuur van te worden of in een gemis te stappen. Na de mis gaan we verder in ontmoeting met elkaar, een ontbijt tafel, op dr potluck manier. Aan mijn rechterzijde frère Max (een landgenoot) , links frère Jacques… een bruin pij… de eenvoud… Een gesprek. Ontspannen… Een huiselijke sfeer… Genieten.

Een dagje platte rust… is er uiteindelijk niet van gekomen. De natuur opzich brengt me er al zoveel. Na de keuken te hebben opgeruimd stap ik verder richting Pontarlier en de Zwitserse grens. Mijn komende dagen zullen wat korter in afstand zijn, pas begin juni gaat le Grand col du Saint-bernard open. Vroeger kan ik er niet over omwille van de sneeuw of zou ik gebruik moeten maken van een shuttle bus… wat niet mijn bedoeling.

De laatste dagen voelt mijn weg anders. Veel dieper, steviger en terzelfde tijd het gevoel gedragen te worden. Ik heb niet meer het idee als ‘pelgrim’ op stap te zijn – hoewel ik dit altijd zal blijven – maar eerder het gevoel ‘dit hoort in mijn leven’, dit is mijn leven. Alsof het woord niet meer buiten mij staat, als een werkwoord. Het idee het nodig te hebben. Wel het gevoel dat de weg, het pelgrimeren diep geïntegreerd is in mijn cellen. Het is mijn leven, het leven, het is eigen geworden. Geen gevoel van gémis of het idee iets te hebben verlaten of achtergelaten. Het idee of de behoefte niet meer hebben ‘ik zoek naar antwoorden’, geen zoeken niet meer… Alles is… Het voelt ruimer, geen beperkingen, geen gevoel van dualiteit… geen barrières… geen grenzen… geen angsten. Alleen maar openheid in ontmoeting en verbinding met al wat mij omringd en al wat is.
Fijn dit gevoel en deze bewustwording te mogen hebben. Dankbaar.

De nood of het zoeken om gezien te wilen worden, graag gezien, de nood aan bevestigingen verdwijnen. De weg naar binnen naar mezelf, is de weg naar bevrijding. Naar de essentie… Vanuit deze beweging terug naar buiten komen vanuit mijn pure zijn. Waar ook hier alles al is… en waar de bodemloze leegte (die ik lang heb gevoeld) diep binnenin mezelf, een leegte waar ik jaren naar heb gezocht om op te vullen. Die me vaak de zin hebben gegeven er niet meer te willen zijn, te leven…
Nu, met Liefde is gevuld.

’s Avonds ontmoet ik terug Fabien en Hélène. Samen verblijven we in een gite rural. Ik geniet van de avond zon. De tuin. De compagnie en van de vele meikevers die met de avond tot leven komen. Wat vind ik dit prachtige insecten.

Chapelle des buis

Zes uur in de morgen… Oeps dit ben ik niet gewoon. Ik ben eerder een stoomlocomotief in de morgen.
Een rechte lijn naar Besançon.

Op de hoek van een straat. Een garage poort gaat open. Een wagen rijd uit. Krakk…de zijspiegel. De wagen stopt. Een man stapt uit al vloekend. De deur van de garage sluit zich terug op de wagen. Dubbele vloek. Ik hoor de man roepen “Oh bhein, je n’ai pas le temps aujourd’hui”, terwijl hij terug de poort opent en plakband vraagt aan zijn vrouw. De vrouw geeft hem gewoon plakband. Hmm, ik vrees. “Vous voulez du collant fort ?”, roep ik de man. “J’en ai. Et je serai ravis de vous le passer. Au moins il auras servi. Cela fait des milliers de kilomètres que je le trimballe avec.” De man plakt zijn zijspiegel vast. “Aurevoir.” “Attendait, je n’ai pas tous utiliser.” Hij brengt me de rest terug. “Le temps n’existe pas monsieur, c’est une illusion.” Hij lacht vriendelijk terug en draait zich gehaast om en zegt “Time is money”, on dit en Angleterre”. Ik steek mij hand op. “Merci pour le collant”, zwaait hij terug. Hmm, time is money… de prijs van de herstelling van de zal het inderdaad zijn.

In Ecole-Valentin kruist praat ik met een vrouw. Over de weg, alleen zijn, tijd… Ik doe het verhaal van de wagen. “OH, une même chose nous est arriver ce matin. Mon mari…” Ik geef haar de rest het plakband die ik bij heb.

Besançon

Église Sainte-Madeleine

De weg naar Besançon is lang. Een rechte lijn in de voorsteden. Drie kilometer lang wandelen tussen de industriële gebouwen, lab’s en universiteiten. De vele wagens. De confrontatie van een drukke grootstad. Eigenlijk kan ik de vervelende geluiden, drukte van de stad laten voor wat het is. Ik neem het niet op… het hoort niet bij mij… Een ding is zeker… De stad is niet meer voor mij. Geef me naar de rust, stilte van de natuur…
Na een goede drie kilometer wandel ik eindelijk de oude vestingen voorbij van de oude stad die zeer goed bewaard is gebleven. De geluiden van gemotoriseerde voertuigen verdwijnen op de achtergrond.
Hoewel ik van plan was een rustdag te nemen voelt het niet OK om dit hier te doen. Ik wandel verder richting het diosecaan centrum. Ik ontmoet er frère Max en krijg het adres van de franciscanen in Chapelle des buis.
Nog bijna drie kilometer… De laatste voor vandaag… Stijgend… Terwijl mijn mentale een loopje gaat nemen en er kort voor zorgt dat de stijging zwaar aanvoelt… kan ik plots gemakkelijk de gedachten omzetten… Ik begin te lachen en vind mijn gedachten wel grappig… Een wit metalen plaat staat boven me langs de weg… ‘Le mystère Joyeux’… Ja, die hersenen zijn inderdaad soms een mysterie… Traag gaat de weg… Stijgend… Een halt… Drinken… Stijgen… De kruistocht.
‘Pff, ik zal toch mijn rugzak nog wat lichter mogen maken voor de Alpen en ik denk aan mijn kledij’… Net op dit moment staat boven mij, langs de weg een kruis… ‘Jesus est dépouillé de ses vêtements’…

La Chapelle, staat er nog, ‘les buis’… helaas verorberd door de buxus rups.
’s Avonds ga ik nog een half uur mediteren met frère Jacques in een goed aanvoelende kapel boven op één van de zeven heuvels rond Besançon. Een gesnurk is hoorbaar. Frère Jacques is in slaap gevallen. De meditatie wordt gevolgd door de gebeden, we blijven met twee. Samen zingen en afwisselend bidden. Alsof ik dat al altijd heb gedaan. Zalig!

In de refuge pèlerin ontmoet ik ”s avonds nog Fabien en Hélène.. Een avond met pelgrims…

Snuffelen

Lachen… Vreugde… Een open gezicht… Zo mag ik vandaag ontwaken… Door mezelf te horen lachen. Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een vrolijke droom. Ik weet zelf niet wat ik droomde. Het doet er niet toe wat… Wel het gevoel… Zalig !

De geur van de openhaard. Een hond in zijn mand. Geroosterd brood, zelfgemaakte honing, een huisgemaakte biologische energiebal. Ten huize Jean en Veronique. Gelijkgestemden. En wie weet misschien wel een plaats om hier een handje toe te steken in hun biologische bedrijfje midden de natuur. “Aurevoir ma sœur”, zegt Jean terwijl hij me omarmt. Een omhelzing aan Véronique.

Op de achtergrond ergens buiten het bos een toeterrrr, een auto, een bakker. Een half uur later dezelfde toeter. Een aardbeien taart.

Bucey lè Gy

Vier konijnen en twee hazen rollebollen met elkaar over het veld . Naar voor, achter, rondjes draaien. Stoppen…. Herbeginnen. Op het moment dat ik dichter kom, muisstil. Snoet tegen de grond.

Een dorp. Een straat, een hond. Even snuffelen. “C’est à vous le chien”, vraag ik een vrouw. Voor haar huis twee schragen en een plank. Een paar bloembakken op de grond. Een bakje vol Pélargonium. “Non, c’est à la voisine. Oh, c’est déjà un vieux chien et il est malade”.
Van de hond komt ze bij haar poes en deelt me wat er met haar poes gebeurde. Tranen komen in haar ogen. We gaan samen zitten op de vensterbank. “Oh, je me suis pas encore remis de la perte. Ça fait bizar”, terwijl ze terug rechtstaat.
Haar haren liggen keurig. Haar bloemen hebben dezelfde kleuren als haar kledij. Roos, paars.

Een autobus komt aangereden. De deur opent. Op de hoek van een straat vrouwen. Kinderen stappen af, de schoolbus. “C’est quoi maman ?” Hij wijst naar mijn rugzak. Met grote ogen kijkt hij me aan. “Et ça ?” De uilenveer. Met zijn kleine handen laat ik hem de veer ontdekken. “C’est doux maman !”

Door bossen, doorheen kleine dorpen. Ontmoeting met vier honden. Groot, klein, middelmatig. De ene al grollend, de ander kwispelend, nog een met zijn haren recht… Angst is verdwenen… Af en toe nog wat schrikken als een hond onverwachts om de hoek komt. Sowieso blijf ik voorzichtig, het blijven dieren. Uiteindelijk maak ik met alle vier een fijn contact. Komend op hun terrein, doe ik mijn hand naar beneden en nodig ik hen uit naar me toe te komen. De tijd om te snuffelen, de tijd die ze nodig hebben om wat ze voelden wat te laten sussen, te vertrouwen, zich te openen. Een aai. Hebben we soms als mens ook niet wat een beetje hetzelfde gedrag! Te snel reageren zonder werkelijk de ruimte te nemen om te voelen, gewaarworden…

Montbollion