Brussel

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk

Ola wandelt mee tot in het centrum van Brussel. Via het GR-pad ontdek ik de hoofdstad langs minder drukke wegen. We praten nog wat bij over het gesprek van gisteravond. In het park van Vorst denk ik plots in één of ander park te zijn ergens ver weg van hier. Felgroene dikke parkieten. Een massa. De twee uur naar het centrum gaan snel voorbij. De Grote Markt van Brussel staat vol tribunes. Tien uur, ik zoek schaduw. Mijn dagboek. Engels, Duits, Zweeds, Japans, Chinees, Portugees…de talen die te horen zijn rondom mij. Mijn lichaam voelt zwaar en moe.

Ik ga wat verder. Van de Grote Markt naar het Koningsplein. In de kerk Sint-Jacobs-Op-De-Koudenberg volg ik de eucharistieviering mee. Ik weet de frisheid van de kerk te appreciëren. Voor mij staat het beeld van Jacobus. Het behoort tot de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Een gepolychromeerd beeld uit 1888 door Ch.Vleminckx. In het Warandepark staat het vol kraampjes met als thema de Middeleeuwen. Zelfs Merlijn en zijn buizerd ‘Gipsy’ zijn er. Aurélie, een jonge vrouw zit naast de buizerd, ze draagt zorg voor Gipsy terwijl Merlijn eventjes verdwijnt. Ik vertel haar mijn ervaring en het contact met het dier sedert de camino. “Vous voulez la caresser?”, vraagt ze, terwijl ze me met een zachte blik aankijkt. “Non merci, pas pour le moment.” Zonder veel woorden blijf ik hier wat staan en zie ik hoe zacht deze vrouw omgaat met wat er allemaal rond de buizerd gaande is. Kracht en zachtheid verenigd. Kinderen staan vol verbazing te kijken. Plots heb ik contact met de buizerd. Het oogcontact is niet te onderbreken. Doordringend. Alles rond mij wordt stil. Ik hoor enkel nog mijn ademhaling en zie enkel nog de ogen van de buizerd. Terug! Ik streel de buizerd. ” Elle vous a vue”, zegt Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyait a travers les yeux de Gipsy”, weet ik te vertellen. Waw, sterke gewaarwordingen. We wisselen elkaars gegevens uit.

Veertien uur, nog een stukje verder. Van het Warandepark naar het Flageyplein. Rust aan een vijver. De Abdij Ter Kameren. Ik bel aan. Een broeder doet open. Een grote forse man met een baard en een zachte stem, in een witte pij. “Vous venez d’où”, vraagt hij me. Ik leg in het kort uit wat mijn weg is. We hebben het over de Abdij van Leffe en père Bruno. “Nous venons de la bas. Allé, bonne route.” “Merci, bonne soirée”, en ik vertrek met het adres van de zusters in Saint-Gilles. Het Ter Kamerenbos. Een diepe zucht. Terug frisheid, de geur van een bos. Even weg van de drukte van de stad en het geluid van de wagens.

Uit het bos. Elsene. Bij een traiteur vraag ik of ze me kunnen helpen aan een overnachting. “Vous voulez mon numéro de téléphone”, vraagt een studente me. “Pardon?” Even wordt de vraag herhaald. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusqu’à dix-neuf heures.” Ik kijk op mijn uurwerk.  “Bhein super, je vous attends ici!” De eigenaar van de zaak wijst me een bank verderop in de straat. De klok van de kerk luidt negentien uur. Een paar minuten nadien komt de studente naar buiten, Sarah. Een overnachting op een studentenkot. Lang geleden. Julie is ook aanwezig. Allebei hebben ze tweede zit. Ik proef de verrukkelijke maaltijd van Sarah. Nadien help ik even in de keuken. Voor het slapengaan zit ik met Sarah, Julie en nog drie andere studenten op hun terras. Op tafel drank, tabak en een doorzichtig zakje. Ik ga vroeg slapen.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel/ Tervuren à Bruxelles

Bruxelles

Ola m’accompagne jusqu’au centre de Bruxelles. Suivant le sentier des grandes randonnées, je découvre Bruxelles en parcourant des routes moins fréquentées. Nous continuons encore un peu de la conversation d’hier soir. Dans le parc de Forest, je me crois soudainement dans un parc quelque part loin d’ici. De grosses perruches aux couleurs vives. En masse. Les deux heures qui me séparent du centre passent très vite. La Grand-Place de Bruxelles est remplie de tribunes. Dix heures. Je cherche l’ombre. Mon journal. Anglais, Allemand, Suédois, Japonais, Chinois, Portugais ….les langues que j’entends autour de moi. Mon corps est lourd et fatigué.

Je fais encore un bout de chemin. De la Grand-Place à la Place Royale. Dans l’église Saint-Jacques-sur-Coudenberg, je suis la messe. J’apprécie la fraicheur de l’église. Devant moi la statue de Saint-Jacques. Elle fait partie des plus belles que j’ai vue jusqu’alors.

Une statue polychrome de 1888 par Ch.Vleminckx.

Dans le Parc de Bruxelles (Warandepark) il y a plein d’étals ayant pour thème le Moyen Âge. Même Merlin et sa buse ‘Gipsy’ sont présents. Aurélie, une jeune femme est assisse près de la buse, elle prend soin de l’oiseau pendant que Merlin disparait pour quelques instants. Je lui raconte mes expériences et contacts avec l’animal durant mon Camino. “Vous voulez la caresser?”, me demande-t-elle avec un doux regard. “Non, merci pas pour le moment.” Sans trop de paroles, je reste sur place et observe la façon dont la femme traite toutes les choses qui se passent aux alentours de la buse. Force et douceur réunies. Des enfants regardent avec étonnement. Soudain, je prends contact avec l’oiseau. Le contact visuel n’est pas à interrompre. Perçant. Tout, autour de moi, devient silence. J’entends juste encore ma respiration et je vois uniquement  les yeux de la buse.

Retour! Je caresse la buse. “Elle vous a vue”, dit Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyais à travers les yeux de Gipsy”, lui dis-je. Waw, sensation forte. Nous échangeons nos coordonnées.

Quatorze heures, encore un bout de chemin. Du Parc de Bruxelles à la Place Flagey. Repos près d’un étang. L’abbaye de la Cambre (Abdij ter Kameren), je sonne. Un frère vient ouvrir. Un homme grand, fort, barbu, à la voix douce en habit blanc. “Vous venez d’où”, demande-t-il. Je lui explique brièvement quel est mon chemin. Nous parlons de l’abbaye Notre-Dame de Leffe et de père Bruno. “Nous venons de là-bas. Allez bonne route.” “Merci, bonne soirée”, et je m’en vais avec l’adresse des sœurs à Saint Gilles. Le Bois de la Cambre. Un profond soupir. À nouveau de la fraicheur, le parfum frais d’un bois. Echapper quelque temps, à la tension de la ville et aux bruits des voitures.

Sortie du bois. Ixelles (Elsene). Chez un traiteur je demande s’ils peuvent m’aider pour un logis pour la nuit. “Voulez-vous mon numéro de téléphone”, me demande une étudiante. “Pardon!” La question est répétée. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusque dix-neuf heures.” Je regarde ma montre. “Super, je vous attend ici!” Le propriétaire de magasin m’indique un banc un peu plus bas dans la rue. La cloche de l’église sonne dix-neuf heures. Quelques minutes plus tard l’étudiante sort, Sarah. Passer la nuit dans une chambre d’étudiant. Voilà longtemps. Julie est aussi présente. Toutes les deux ont un rattrapage. Je goute au délicieux repas de Sarah. Puis j’aide un peu en cuisine. Avant d’aller dormir je reste avec Sarah, Julie et trois autres étudiantes sur leur terrasse. Sur la table, des boissons, du tabac et un sachet transparent. Je me couche tôt.

 

 

Drogenbos

image

Dworp

Midden in de nacht word ik wakker. Een vliegtuig, en nog één en nog éen. Een megaspot die pal in mijn ogen schijnt. In een mum van tijd zit ik recht. Een verloren gelopen poes. Een ezel in de verte. Ik dommel terug in. Vijf uur in de morgen. De kerselaar. Op het gras tal van kersen. Zonde. Ik vul een zakje van de mooie kersen die nog aan de boom hangen. Mijn ontbijt.

Een smalle dichtbegroeide wandelweg. Ok, waar zijn die spinnenwebben! Met mijn wandelstokken al zwierend vooruit wandel ik erdoor. Hoe noemt dit nu weer? Ah, ja, multifunctionele wandelstokken! Langs de weg de ‘Herisemmolen’, een papiermolen. Iedereen slaapt nog. In de wei koeien, ezels en twee paarden. Een zwart paard met een witte streep in het midden van zijn hoofd. Zijn hoofd knikt op en neer. Alsof hij me roept. Vanop een afstand kijk ik hem aan. Ik ga dichterbij. Het paard is wat ongedurig. Een half uur later staan we zij aan zij en laat hij me toe hem te strelen. Ze worden allebei rustig. Wat een fijn contact.

Na het Begijnenbos heb ik een mooi zicht op Brussel, het Atomium en de Koekelberg.

Links, ergens diep in het groen zie ik een beweging. Een schril geluid. Moeder egel en een kleintje. Mooi om te zien hoe ze het kleintje helpt de natuur te trotseren. Met haar snuit duwt ze in de poep van de kleine. Ik zet mijn hoed op, wrijf me in tegen de zon en eet mijn laatste reep zwarte chocolade op. Gelukkig dat ik deze nog had. In Beersel zoek ik naar de sporthal.

Aan de deur een papier ‘gesloten van één juli tot eenendertig juli’. Een stadswerker. Ik waag mijn kans en vraag of ik er een douche kan nemen. “Neen, dat zal niet gaan. Het is gesloten en binnen tien minuten zijn we terug weg”, weet een stadswerker me te vertellen. “Een sporthal gesloten tijdens de vakantie!”, zeg ik verwonderd. Ik maak gebruik van het toilet voor mensen met een beperking. Een lavabo. Foert, tien minuten of niet, ik ga uit de kleren en kan me net op tijd verfrissen. Ik ga terug naar het ‘Samba’ café, waar ik binnenstapte toen  ik Beersel binnenkwam. Ik blijf er een eind verpozen en heb contact met Johan en Stephan. Wanneer ik wil opstappen en mijn drankje wil betalen, blijkt alles al afgerekend. Dank je heren.

In Drogenbos heb ik de kans om de Sint-Niklaaskerk te bezoeken terwijl ze in restauratie is. De glazeniers plaatsen voorzetglas om de gerestaureerde glasramen te beschermen. Ondertussen is het brandglas in restauratie in Ingelmunster. Franky, één van de glazeniers is vandaag net veertig jaar in dienst. Veertig jaar in hetzelfde bedrijf. Amai, doe dit vandaag maar eens na. Na Drogenbos neem ik de beslissing verder te wandelen richting centrum Brussel. Ik volg mijn plannetje. Pff, vermoeiend. Naar rechts, naar links. De zoveelste straat… Ik bel een vriendin op die in Brussel woont. Niet thuis, aan het genieten van andere warme oorden. Op een kruispunt, een vrouw. Ik vraag of ze me kan helpen bij een overnachting. “Euh, oui ok”, krijg ik als antwoord. Ze heet Ola. We gaan eerst haar zoontje Hubert ophalen in de crèche. Een frisse douche. Daarna naar de winkel met haar vriend. Samen koken. En een lange babbel tot middernacht. 

Drogenbos

Je me réveille au milieu de la nuit. Un avion, encore un, puis un autre. La lumière d’un spot m’éclate aux yeux. En un éclair de temps je suis debout. Un chat égaré. Un âne au loin. Je me rendors. Cinq heures du matin. Le cerisier. Sur l’herbe plein de cerises. Dommage. Je remplis un sac avec les belles cerises qui pendent encore à l’arbre. Mon petit déjeuner.

Un sentier étroit et recouvert de verdure. D’accord, où sont les toiles d’araignée? Mes bâtons de marche à bout de bras, je me fraye un chemin. Comment s’appelle cela? Ah oui, ‘des bâtons multifonctionnels’!  Sur le chemin, le ‘Herisemmolen’, un moulin à papier. Tout le monde dort encore. Dans le prés, des vaches, des ânes et deux chevaux. Un cheval noir avec un trait blanc sur le milieu de sa tête. Sa tête hoche de haut en bas. Comme s’il m’appelle. Je le regarde à distance. Je m’approche. Le cheval est quelque peu agité. Une demi-heure plus tard on est côte à côte et il me permet de le caresser. Il se calme. Quel contact agréable.

Passé le Bois du Béguinage (Begijnenbos) j’ai une belle vue sur Bruxelles, l’Atomium et Koekelberg. Quelque part sur ma gauche, dans la profonde verdure, j’aperçois du mouvement. Un cri aigu. Maman hérisson et son petit. Beau à voir, comment elle aide le petit à affronter la nature. Avec son museau elle pousse le derrière du petit.

Je mets mon chapeau, m’enduis pour me protéger du soleil et mange mon dernier bâton de chocolat noir. Heureuse d’encore avoir cela. À Beersel je cherche la salle des sports.

À la porte une pancarte ‘fermé du 1 au 31 juillet’. Un ouvrier de la ville. Je tente ma chance et lui demande si je peux prendre une douche. “Non, ça n’ira pas. C’est fermé et dans dix minutes on est repartis”, me répond-il. “Une salle de sports fermée pendant les vacances!”, lui dis-je toute étonnée. Je me sers des toilettes pour personnes handicapées. Un lavabo. Zut, dix minutes ou pas, je me déshabille et parviens juste-à-temps à me rafraîchir. Je retourne au café ‘Samba’ où j’étais passée en entrant Beersel. J’y reste un bout de temps et entre en contact avec Johan et Stephan. Au moment de partir je veux payer ma consommation. Tout a déjà été réglé. Merci messieurs.

À Drogenbos, j’ai la possibilité de visiter l’église Saint-Nicolas, qui est en restauration. Les vitriers placent des vitres claires en fenêtres supplémentaires de façon à pouvoir protéger les vitraux restaurés, lors de la repose. Ces vitraux sont en restauration à Ingelmunster. Franky, un des vitriers à aujourd’hui 40 ans de services. Quarante ans dans la même entreprise. Performance difficile à égaler de nos jours.

Après Drogenbos je prends la décision de marcher direction centre de Bruxelles. Je suis mon plan. Pff, fatiguant. Vers la droite. Vers la gauche. La x-ième rue… J’appelle une amie qui habite Bruxelles. Pas de réponse. Elle est en villégiature. À un carrefour, une femme. Je lui demande si elle peut m’aider pour une nuitée. “Euh, oui, OK”, me répond-elle. Elle s’appelle Ola.

Nous passons d’abord, chercher son petit garçon Hubert, à la crèche. Une douche rafraichissante. Puis au magasin avec son ami Mathias. Cuisiner ensemble. Puis une longue conversation jusqu’à minuit.

 

 

Dworp

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Na twee keer wakker te zijn geworden door de vochtigheid, sta ik om half zeven op. Twee uur later stap ik door het Pajottenland. Kraaien en eksters zitten in het veld met hun bek open, dorstig weer. In een straat rond een kerkplein ontmoet ik de Chiro van Pepingen. Wel tientallen grote houten opslagbakken staan gevuld met allerlei spullen voor het kamp. Koelkasten worden met krimpfolie ingepakt. De Chirolokalen worden opgekuist. Straks komt een vrachtwagen alles oppikken om morgen te vertrekken naar Munsterbilzen. Nog even een groepsfoto en iedereen gaat terug aan de slag. Zij verder de opkuis, ik mijn pad.

Na het agglomeratiebord van Halle wandel ik langs een smal grindpad. De ene kapel na de ander. Een paardenwei. “Een wandelaar!”, roept een man, terwijl hij me tegemoet komt. “Goeiedag.” Ik glimlach terug. “Zin om iets te drinken?” “Oh! Een fris watertje zou me wel goed doen. Dank je”, antwoord ik, terwijl ik hem volg. In zijn tuin staan we even te praten over vrijwilligerswerk. Met een handvol versgeplukte kersen zeggen we elkaar goedendag.

In Halle ga ik de basiliek binnen. Herinneringen komen boven. Een paar jaren geleden stond ik hier voor een concert ‘Ode aan de Moeder’. Waw, wat een verschil na de restauraties die toen gaande waren. Terug naar buiten. De warmte overvalt me, alsof ik tegen een muur aanloop. Het is me duidelijk dat onmiddellijk verder stappen er niet in zit. Door een gebrek aan banken op de markt ga ik op de trappen van het gemeentehuis zitten. Picknicktijd. De laatste boterhammen van de zusters van Ninove smaken me goed. Ik kijk in mijn geldbeugel en tel. Om de hoek van de markt ga ik op een terras zitten. Schoenen uit. Benen insmeren. Een frisdrank met veel ijs. Mijn hoofd gaat neerwaarts, mijn ogen sluiten. Ik val in slaap. Pas na zeventien uur ga ik verder op stap. Via de winkelstraat verlaat ik het centrum van Halle. Over het kanaal Brussel-Charleroi. Een herkenningspunt. Een paar maanden geleden reed ik hier met de fiets richting Vézelay. Te weten dat ik hier maar op drie uren fietsen ben van thuis, geeft me een vreemd gevoel.

‘s Avonds kom ik aan in Dworp waar ik tevergeefs zoek naar een overnachtingplaats. Sedert ik in de buurt van Brabant ben gekomen is me duidelijk geworden dat deze regio minder open is. Zelfs bij een goedendag op straat. Ik klop aan bij de priester. ‘Geen plaats’ weet hij me te vertellen, terwijl hij naast een leeg dorpzaaltje staat. Een laatste huis. Ik beland er in de tuin. Twintig uur. Toch wel een vreemde situatie. Ik lig in de tuin en de eigenaar zit in een zetel voor de tv. Geen communicatie. Geen enkel contact. Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik leg me op mijn matje. Mijn armen onder mijn hoofd. Een blauwe lucht. De zon gaat onder. Ik kijk over een dal. Achter mij een bos. Ik kijk naar de honderden insecten die in de treurwilg vliegen. Langzaam sluiten mijn ogen.

GPX Dworp naar Houtain le Val

Dworp

Après m’être réveillée 2 fois à cause de l’humidité, je me lève à 6h30. Deux heures plus tard je marche à travers le ‘Pajottenland’. Les corbeaux et les pies sont dans les champs becs ouverts. Du temps qui donne soif.

Dans une petite rue autour de l’église je rencontre le Patro de Pepingen…

Des dizaines de grands bacs d’emmagasinage en bois sont remplis de divers objets pour le campement. Des frigos sont emballés dans du cellophane. Les locaux sont nettoyés. Tout à l’heure un camion viendra tout charger pour partir demain à Munsterbilzen. Encore une photo de groupe et puis retour au boulot. Ils continuent leur nettoyage et moi mon chemin.

Passé le panneau d’agglomération de Halle la promenade continue le long d’un sentier en gravier. Les chapelles se succèdent. Un pré, des chevaux.

“Un promeneur!”, crie un homme venant à ma rencontre. “Bonjour”, lui dis-je en souriant. “Envie de boire quelque chose?” “Oh! Une eau fraiche me ferait du bien, merci”, lui répondis-je tout en le suivant. Dans son jardin on parle un peu de volontariat. Une main remplie de cerises fraîchement cueillies, on se dit au revoir.

À Halle, je rentre dans la basilique. Des souvenirs me reviennent. Voici quelques années j’étais ici pour un concert ‘Ode à la Mère’. Wow, quelle différence, la restauration maintenant  terminée.

De retour à l’extérieur. La chaleur vient à ma rencontre, c’est comme ci je me heurtais à un mur. Je me rends compte que continuer mon chemin n’est pas à l’ordre du moment. Les bancs manquants sur la place, je vais m’asseoir sur les marches de la maison communale. Le pique-nique. Je savoure les dernières tartines des sœurs de Ninove, regarde dans ma bourse, compte… Derrière le coin du marché je m’installe en terrasse. J’ôte mes chaussures. J’enduis mes jambes.

Une boisson non alcoolisée avec beaucoup de glaçons. Ma tête se penche, mes yeux se ferment. Je m’endors. Il est passé 17 heures quand je reprends la route. Je quitte le centre de Halle par la rue commerciale. Je passe le canal Bruxelles-Charleroi. Un point de repère. Voici quelques mois je passais ici en vélo me dirigeant vers Vézelay. Savoir, que seulement 3 heures de bicyclette, me séparent de ma maison, me procure une sensation bizarre.

Le soir j’arrive à Dworp où je cherche vainement un endroit où loger. Depuis que je suis arrivée dans le Brabant, je me rends compte que les gens sont moins hospitaliers, même pour un bonjour dans la rue.

Je frappe à la porte du curé. Il me dit ne pas avoir de place, tout en se trouvant près d’une salle de fête vide. Une dernière maison. J’atterrie dans le jardin. Vingt heures. Drôle de situation. Je suis dans le jardin et le propriétaire dans son fauteuil devant la télé. Pas de communication. Aucun contact. Je ne me laisse pas troubler pour autant. Je m’installe sur mon matelas. Les bras sous la tête. Un ciel bleu. Le soleil se couche. Le regard sur la vallée. Derrière moi un bois. Je regarde les centaines d’insectes volants sous le saule pleureur. Mes yeux se ferment lentement.

 

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.

 

Stiltepad

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Muur van Geraardsbergen

Vroeg in de morgen. Ik neus nog wat rond op de rommelmarkt van Geraardsbergen. Een meisje legt haar speelgoed op de grond, netjes op een rij. Een halssnoer komt tevoorschijn. Met haar fijne handen maakt ze er een hartvorm mee. Eronder een dvd van Bambi.

Een klim. De Muur van Geraardsbergen. De Ronde van Vlaanderen, dan wel te voet. Boven, een kapel, Onze-Lieve-Vrouw-van-Oudeberg. Ik ga binnen. Een viering zal beginnen. Vier meisjes wandelen de heuvel op. “Kijk, de Eiffeltoren.” Ze kijken naar elkaar. “Maar neen, dat is de Eiffeltoren niet. De Eiffeltoren heeft een punt naar boven”, zegt een ander meisje, terwijl ze met haar handen een driehoek vormt. Vingers naar boven tegen elkaar en duimen horizontaal. Een meisje staat sprakeloos te kijken naar de toren. Ik draai mijn hoofd naar rechts. Een watertoren. De vorm, als een vliegende schotel. De mensen die de heuvel trotseren zijn piekfijn uitgedost. De parfumgeuren strelen langs mijn neus.

De zon is verborgen achter een wolkensluier. In een bos hoor ik in de verte het geluid van een ree. Een eekhoorn. Spelend van links naar rechts. Roestkleur. Af en toe stopt hij, kijkt me aan. Uit het bos, een camping. Een pauze. Ik ga zitten voor de kantine. De gesprekken, de woorden die ik hoor…laat ik meezweven met een licht briesje. Weg! Na een lang stukje natuur op het ‘Stiltepad’, stap ik binnen in de kerk van Zandbergen. Net zoals de Sint-Bartholomeuskerk in Geraardsbergen is deze kerk van een grote schoonheid. Ik voel me wat weemoedig. Een traan, ze mag er zijn. Een terras in de schaduw. Rust. Naast me een jonge vrouw. Pas afgestudeerd. Rood-witte linten, klevers, een gouden plaatje met een gaatje. Ze maakt medailles voor de loopwedstrijd van volgende vrijdag.

Langs de Dender geniet ik van de stilte. Af en toe een fietser. Eenden, verschillende vogels, grasvlooien, dazen… Ter hoogte van Pollare, een grote tent. Veel volk. Barbecue. De geur komt naar me toe. Verleidelijk! Een ontmoeting hier, een ontmoeting daar. Neen, ik geef er niet aan toe. De laatste kilometers. Een moedereend en haar zes kleintjes steken de Dender over van de ene oever naar de andere, moeder op kop. Eenmaal aan de overkant, kleintjes terug voorop. Ik haal diep adem. Ze zijn veilig aangekomen. Zucht! Honger. Ik haal een mattentaart boven die ik kreeg in Zandbergen. Ik laat de Dender achter me en kom aan in Ninove. Naar de abdijkerk. Via de dekenij word ik naar de Zusters der Heilige Harten doorverwezen. ‘Bel aub en kom binnen’ staat er op de deur. Ik herken dit plots. Een paar jaar geleden heb ik hier beelden genomen met collega’s fotografen. Een zuster doet open en neemt me mee via de garage naar de keuken, waar ik samen met hen een avondmaal deel. We hebben veel plezier. Wat voelt het goed om zoveel vreugde te mogen zien en het samen te mogen beleven. In mijn kloosterkamertje. Stilte, mijmeren, vreugde. Dank je voor deze mooie dag en avond.

GPX Bestanden Geraardsbergen/Grammont naar Ninove

Le sentier du silence

Tôt le matin. Je fouine encore un peu sur le marché aux puces de Grammont. Une fille, aligne ses jouets sur le sol. Un collier apparait. De ses mains fines elle en fait une forme de cœur. En dessous le dvd de Bambi.

Une montée. Le Mur de Grammont. Le Tour des Flandres, mais à pieds. Au sommet une chapelle, Notre-Dame de Oudenberg. J’entre. Une célébration s’annonce. Quatre filles montent la colline. “Regarde, la tour Eiffel.” Elles se regardent. “Mais non cela n’est pas la tour Eiffel. La pointe de la tour Eiffel est dirigée vers le ciel”, dit une autre fille en formant un triangle de ses mains. Les doigts l’un contre l’autre vers le haut et les pouces à l’horizontale. Une fille reste muette en regardant la tour. Je tourne la tête vers la droite. Un château d’eau. La forme, celle d’un ovni.

Les gens qui montent la colline sont très bien habillés. Les odeurs des parfums, viennent me caresser les narines.

Le soleil est caché derrière les nuages. Dans un bois, j’entends au loin le son d’un cerf. Un écureuil. Il joue de gauche à droite…Couleur de rouille. De temps à autre il s’arrête, me regarde.

En dehors du bois, un camping. Une pause. Je m’assieds devant la cantine. Les conversations, les mots je les laisse flotter dans l’air. Partis!

Après un long parcours dans la nature sur le sentier du silence, j’entre dans l’église de Zandbergen. Elle est, comme l’église de Saint-Bartholomée à Grammont, d’une grande beauté. Je me sens quelque peu mélancolique. Une larme, elle peut être.

Une terrasse à l’ombre. Repos.

À mes côtés une jeune femme. Juste graduée. Des rubans rouges et blancs, des autocollants, des plaques dorées trouées. Elle fait des médailles pour la course à pieds de vendredi prochain. Le long de la ‘Dender’ je profite du silence. De temps à autre un cycliste. Des canards, divers oiseaux, des puces, des taons. À hauteur de Pollare. Une grande tente. Beaucoup de monde. Barbecue. L’odeur vient à ma rencontre. Tentant. Une rencontre par ici, une rencontre par là. Non je ne cède pas. Derniers kilomètres.

Une mère canne et ses six cannetons traversent la ‘Dender’ d’une rive à l’autre, la mère en tête. Une fois la berge atteinte les petits en tête. Je respire profondément. Ils sont sains et saufs. Soupir!

Faim. Je sors une tarte au maton reçue à Zandbergen. Je laisse la ’Dender’ derrière moi et arrive à Ninove. Direction l’église de l’abbaye. Le doyenné m’envoie chez les Sœurs du Sacré Cœur. Je me trouve devant la porte: ‘Sonnez et entrez svp’ y est écrit. Soudainement je reconnais cet écriteau. Il y a quelques années j’ai pris des images ici avec des collègues photographes. Une sœur vient à ma rencontre et me conduit en passant par le garage à la cuisine où je vais partager leur repas. Je prends place à table. Nous avons beaucoup de plaisir. Cela fait du bien de voir et de sentir tant de joie.

Dans ma petite chambre du monastère. Silence, rêvasserie, joie.

Merci pour cette belle journée et soirée.

 

Raftje

Raf

Half acht, het ochtendgebed. De klank van de gezongen gebeden is zo mooi dat mijn eigen stem niet vrij komt. In stilte geniet ik mee. Aan het ontbijt een onverwachte fijne ontmoeting, Hilde, een vriendin. Rond tien uur ben ik in Torhout. Het marktplein wordt omgebouwd voor het vertrek van de ‘Nacht van West-Vlaanderen’. Aan de apotheek, een groep mannen allemaal rond de leeftijd van tachtig jaar. Ik stap naar hen toe. De één al wat plezanter dan de ander. Eén springt er werkelijk uit, een echte stand-up comedian. Ik vraag zijn naam. “Aerts Raphaël, voor de vrienden, Raphaël. Moar min vrouwke noemt me Raftje”, antwoordt hij me met pretoogjes. Of hij werkelijk Aards-Raphaël heet, laat ik in het midden. Deze naam draagt hij goed. “Tis goe, meug ik Raftje zeggen”, zeg ik met een knipoog terug. “Das goe moa nie zeggen aan min vrouwtje hé!” En zo blijven de gesprekken een uur duren en hebben we samen veel plezier. Ik neem een beeld van hen en een van Raftje. “En woa goa je doar mee doen”, vraagt een andere man. Met mijn hand naast mijn mond ga ik richting het oor van Raftje en fluister “tis voor op mijn nachttafel”, zodat de anderen het ook kunnen horen. “Jaja, we zin bekend van ‘Iedereen beroemd’ enne van …”, zegt één van de mannen met grote fierheid. En zo verlaat ik al zwaaiend deze hechte mannengroep op de markt van Torhout.

Na Torhout, naar de Sint-Jacobskerk van Lichtervelde en Gits. Langs open velden en weiden kom ik aan in Kortemark. Een wagen vertraagt. Een korte kennismaking en een onverwachte uitnodiging voor een overnachting. Twijfel. Ik blijf nog even doorstappen. In het centrum van Kortemark ga ik op zoek naar het adres van de onverwachte uitnodiging. Bij Annemie en Erik. Een bad, een heerlijke maaltijd, een wasmachine en een goede nachtrust staan op me te wachten.

GPX Bestand Groenhove – Kortemark

Raf

Sept heure et demie, la prière du matin. Le son des chants religieux est si beau que ma voie en reste muette. Je me réjouis en silence. Au petit déjeuner une rencontre inattendue et bien agréable; Hilde, une amie.

Aux environs de dix heures j’arrive à Torhout. La place est transformée pour le départ de la ‘Nuit des Flandres’. A hauteur de la pharmacie, un groupe d’hommes, tous octogénaires, les uns plus rigolos que les autres. Je m’en approche. L’un d’eux se distingue vraiment, un vrai humoriste. Je lui demande son nom. “Aerts Raphaël, Raphaël pour les amis. Mais ma femme m’appelle Raftje”, me dit-il avec un regard coquin. Je laisse, la question de savoir si Aerts Raphaël est son vrais nom, de côté. Il porte bien son nom. Je lui demande avec un clin d’œil, “je peux t’appeler Raftje.” “Bien sûr, mais ne dit rien à ma femme, hein!” La conversation continue sur le même ton durant près d’une heure et nous avons bien du plaisir ensemble. Je prends une photo du groupe et une de Raftje. “Et qu’es ce que tu vas en faire”, me demande l’un d’entre eux. En mettant ma main devant ma bouche, je souffle dans l’oreille de Raftje de façon à ce que les autres puisent l’entendre, “C’est pour sur ma table de chevet”. “Oui, oui nous sommes célèbres, tu sais, nous passons dans l’émission ‘Iedereen beroemd’ et de… “, dit l’un d’entre eux avec une certaine fierté. C’est comme cela que je quitte, avec un signe de la main, ce groupe d’hommes au marché de Torhout.

Après Torhout, les églises Saint-Jacques de Lichtervelde et de Gits. Longeant des plaines et des prés, j’arrive à Kortemark. Une voiture ralentit. Une brève entrevue et une invitation inopinée pour passer la nuit. Hésitation. Je continue encore un peu à marcher. Au centre de Kortemark je vais à la recherche de l’adresse reçue de façon inattendue. Chez Annemie et Erik. Un bain, un repas délicieux, un lave-linge et un bon sommeil m’attendent.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.

Jacobskerkenpad

Life ’40 dagen, 40 dorpen, 40 mensen, 40 euro’. Op 15 juni 2015 trek ik mijn voordeur dicht om 40 dagen te gaan stappen doorheen België. De weg die ik zal volgen is het Jacobskerkenpad. Deze zal voor mij beginnen aan de Sint Jacobskerk Gent om ook daar hopelijk te mogen eindigen rond 11u (misviering) op 25 juli 2015 (Heilige Jakobus). De bedoeling is 40 dagen te stappen met één euro per dag. Mensen te mogen ontmoeten. Te leven in het NU, te vertrouwen dat alles wat komen zal goed is. Het Jakobskerkenpad is één van de projecten waarmee het Vlaams Compostelagenootschap zijn 25-jarig bestaan vierde. Een wandelroute van 843km die me zal meenemen naar de verschillende uithoeken van België en waarin de achttien Jacobskerken in België zullen te zien zijn. Oorspronkelijk was ik van plan om deze weg alleen te wandelen zoals ik vorig jaar de Camino heb gewandeld tot in Santiago.  Een boeiend groeijaar Emotioneel Lichaamswerk en een korte pelgrimstocht per fiets naar Vézelay (april 2015) hebben me geholpen het anders te kunnen voelen en zien. Mensen die wensen mee te stappen zijn welkom. Via Facebook en deze Blog/pagina zal telkens te zien zijn waar ik overnacht, dit zal het startpunt zijn van de volgende dag. Tussen 8u en 8u30 wacht ik andere wandelaars dan op aan een belangrijk punt in dit dorp of deze stad. Hieronder een kaartje langs waar de weg zal lopen. En wie weet tot… Jacobskerkenpad

Speelvogel

pélerins

6 april 2015 – Tussen twee opleidingsmodules neem ik terug de weg van Compostela.  Heen en terug Vézelay.  Eigenlijk was het voorzien om te voet heen/terug Reims te wandelen. Dankzij de nieuwe eigenaar van mijn plooifiets (lees ‘gestolen) werd een andere fiets noodzakelijk. Net voor de winkel stond een fiets. Een groepje kinderen van 5 jaar wandelde er langs. De fiets viel. De leerkracht bleef een woorden vloed van mistevredenheid aan het adres van een kleuter sturen. Zonder woorden stapte ik naar de fiets, zet mijn tas op de grond, neemt de fiets vast en plaatst hem terug. Ik neem mijn gerief terug. Draai me om, kijk naar de kleuter. We kijken elkander aan. Ik trek een knipoog met een glimlach. Zijn gezichtje veranderd. Ik stap verder. Boven in de lucht, een roofvogel. Het is ok en voelde dat het juist was. In 10 min. kocht ik mijn fiets. Reims werd Vézelay,  te voet werd per fiets. De buizerd was ooit het begin verhaal van de weg naar Compostela.  Hij is er terug. Vézelay ik heb het je beloofd. Ik kom eraan.
Met regen start ik mijn tocht, pas rond 16u30 klaart het op.  De zon komt stilletjes aan te voorschijn, het voelt goed. Oef. Was het eventjes kwijt, het zonnetje in mij. Ik blijf langs het water rijden tot ter hoogte van Seneffe. Het eerste dorpje Manage. Een vrouw veegt haar stoep. Ik spreek haar aan en binnen de 10 min. staat mijn fiets in het salon van Brigitte waar ik in de zetel zal overnachten naast de fiets. De avond eindigt met een babbel en een Paasmaandag maal. Vandaag zag ik het woord ‘speelvogel’, waar is deze gebleven. Waar verstop je je? Met deze gedachte probeer ik contact te maken met mijn hart en val in slaap.