Een brief

20151130175234_00001

Gent 5 februari 2016 – Een huwelijksverjaardag. Mijn moeder, haar man. Twijfel! Voelen! Ga ik of niet! Een brief naar mijn moeder. November 2015. Het neerschrijven deed me goed. Pas op de morgen van het feest heb ik beslist. Het voelde goed. Mijn plaats was aan haar zijde. De trein. Het restaurant. Dankbaarheid was zichtbaar toen ze me zag. Het verwarmde mijn hart. Ik kreeg een plaats aan tafel. Aan haar zijde! Ze zag er goed uit, ze straalde. Ze was fier ons allen samen te zien. Het was een fijne namiddag! ’s Avonds stuur ik haar nog een sms om te bedanken. Een antwoord kwam terug. Mijn hart schokte op en neer, tranen kwamen in mijn ogen te staan. Op het bericht, ‘…vergeet niet dat ik je graag zie.’

 

Een brief:

‘Dag mama,

Graag wil ik je via deze weg uitleggen wat ik voel.
Het is niet gemakkelijk, toch probeer ik.
Ik voel ook angst, angst om niet begrepen te worden in mijn goede bedoelingen. Ik ben bang dat je mijn liefde die ik sowieso voor je heb, niet kan voelen door mijn woorden.
Bang dat mijn eerlijkheid misbruikt en tegen mij zal gebruikt worden.
Ik neem het risico, de angst voorbij.
Mama,
Al 44 jaar kennen we elkander en een groot deel van deze tijd heb ik pogingen gedaan om een closer contact te hebben met jou.
De weinige momenten waar het toegelaten werd en kon, koester ik.
Als kind, als dochter, als meisje, als vrouw heb ik het gevoel dat ik weinig tot geen plaats heb in je leven.
Ik leg dit even uit met een toneelstukje zodat je mij hopelijk kan begrijpen.
De personages:
twee vrouwen (een moeder en dochter) 5 mannen (twee zonen, de vader van de moeder, twee echtgenoten)
De moeder staat in het midden. De vader (van de moeder) staat achter de moeder. De andere vier mannen staan rond de moeder.
De dochter staat ergens in het donker in een hoekje van het podium. Het licht schijnt op de moeder en haar mannen.
Het verhaal:
De moeder kijkt naar haar dochter, een klein meisje. Het klein meisje steekt haar handen/armen uit naar haar moeder. De moeder staat met haar armen naast haar en kijkt naar haar dochter. Ze verroert niet. Amper haar ogen bewegen.
De moeder kijkt terug in de richting van de mannen; haar zonen, echtgenoten, vader.
Terug kijkt ze naar haar dochter…
En zo gaat het een eindje door, afwisselend. Van de ene kant, naar de andere.
Een traan loopt over de wang van het kleine meisje. De moeder kan het niet zien, de afstand is te ver.
Uiteindelijk beslist de moeder om geen stap te zetten en blijft staan in het midden. Een voor één kijkt de moeder naar de mannen.
De tijd gaat voorbij. Jaar na jaar.
Het kleine meisje verdwijnt in het donker, in de schaduw van de mannen.
Ze gaat haar leven verder tegemoet. Wandelt over bergen, de ene al wat gemakkelijker dan de ander. Het lukt haar. Het lukt haar goed. Ze groeit tot een mooie vrouw. Een vrouw met zoveel moois, zoveel liefde om te geven.
Zie je het! Kijk eens goed!
Kijk eens diep van binnen in het hart van de jonge vrouw.
Kijk maar even goed…en nog…en nog…nog dieper…een pareltje. Een waterpareltje.
Op het waterpareltje fonkelt er een licht.
Het licht komt uit de ogen van deze jonge vrouw. Het weerkaatst.
Het pareltje, de traan die het kleine meisje meegedragen heeft in haar hart, is bewaard gebleven tot vandaag.
De jonge vrouw heeft beslist om vandaag de traan te laten groeien.
Niet tot verdriet.
Wel om leven te geven aan het hart zodat het kan blijven groeien.
Een hart die zoveel te geven heeft aan de mensen die met haar op pad willen gaan.
Mama
wat mijn beslissing ook mag zijn dit weekend.
Ik wil gaan luisteren naar wat mijn gevoelens en wat mijn hart zal komen vertellen.
En weet een iets, ook al ben ik er niet. Ik zie je graag.

Jasmine’

 

 

Fouten

L1018331

Het leven is één grote school waarin we soms fouten maken. De ene leerling al wat meer dan de ander. Aan fouten maken is niets verkeerd zolang men er iets uit leert. Laat ik ze noemen levenservaringen. Onze bibliotheken staan er vol van. Ze worden kenbaar gemaakt via romans, waargebeurde verhalen, korte fragmenten, quote… Zoveel mensen die hun eigen ervaringen met anderen willen delen, door zichzelf bloot te geven. Omdat ze ergens diep vanbinnen weten dat er ergens in deze grote school er ooit wel iemand zal zijn voor wie het verhaal een meerwaarde zal brengen.
Daarom ben ik deze blog ook gestart. Omdat er ooit wel iemand zich hierin zal herkennen.
Ik doe het graag en heb hier ergens mijn weg in gevonden. Een blijvend zoeken van vallen en opstaan.

Ik heb veel fouten gemaakt en zal er nog veel maken. Ik hoop alleen dat de fouten die ik nog zal maken, dat ik er zachter mee mag omgaan in de toekomst en dit zonder mezelf af te breken, zonder verder de vinger van ’slecht’ boven mijn hoofd te zien.
In het verleden kreeg ik het beeld voorgeschoteld dat fouten slecht waren, negatief. Ze werden met de vinger gewezen. Er werd geroepen, gebruld, gestraft, het kon soms dagen voelbaar zijn en weken aan één stuk doorgestoken worden. Zowel thuis als op school.
Wanneer ik iets creatiefs aan het maken was, waar ik zo fier op was, werd er nooit tot zelden iets positiefs over gezegd er was altijd iets fout. Dus ik maakte ervan dat mijn werk slecht was.
Neen, mijn werk was niet slecht, het was alleen niet zoals de andere het wou. (een gedachte van het heden)

Er was geen tijd, ja zelfs toen al. Dus ik maakte ervan dat ik niet welgekomen was, dat ik dacht niet graag gezien te zijn geweest. En heb ik vele nachten gehoopt te sterven en in een andere familie terecht te komen. De tijd werd verdeeld tussen het huishouden en de man des huizes, mijn vader. Hm, ik voelde me hierin tekort gedaan, ik kreeg van mijn moeder niet de nodige aandacht. En als beiden dan samen waren dan mogen kleine kinderen niet spreken wanneer grote mensen het woord hebben. Dus ik dacht als klein meisje, ‘was ik maar op de wereld gekomen als jongen, dan hadden ze me wel graag gezien.’  Ik heb mezelf rechtstaand zien plassen, ik was toen tien. Ja, ik dacht toen dat er misschien een plassertje zou groeien en dat het probleem opgelost zou zijn.  Het heeft zelfs op latere leeftijd een invloed gehad op mijn seksueel leven. 

Ik ben als enig meisje tussen twee jongens opgegroeid. Oeps, jaja, ik moest toch wel af en toe mijn eigen mannetje staan. Gelukkig zijn we eruit gekomen zonder kleerscheuren, fysisch dan toch.

Wanneer ik thuis of op school iets zag die niet juist was, negatief ten nadele voor mezelf en andere, maakte ik dit bespreekbaar al van kleinen ukkepuk. Dit was echter ongehoord om als ‘snotneus’ te durven melden dat iets niet ok was tegen een ouder, leerkracht, directie… De gevolgen laat ik in het midden.

Het klopt ik had zowat mijn ideetjes en meningen, maar daarom waren ze niet slecht of was ik slecht. En ja hoor ik heb vaak beelden waar ik woest en al wenend er op sta… Want ik begreep het niet dat ik gestraft werd op een gevoel van pijn, machteloosheid, verdriet en onrechtvaardigheid dus deed ik gewoon door. Ik begon te rebelleren. Ik wordt me nu zelfs bewust dat ik waarschijnlijk toen verder ben gaan rebelleren omdat ik als kind inzag dat rebelleren daarvoor wel tijd werd gemaakt. 

Oeps, ik ben aan het afwijken van mijn thema ‘fouten’. Of toch niet! En voor alle duidelijkheid ik zie mijn familie graag, gelijk wat er ook geweest is.

Fouten werden nooit kenbaar gemaakt. Er werd hier nooit aan toegeven. Neen, nog liever dagen en weken koppig rond lopen of blijven liegen, het negeren of in de doofpot te steken. Als kind begon ik daardoor deels sterk te twijfelen aan mezelf en begon ik mij een raar wezen te voelen. Want wat ik als niet juist zag en voelde kreeg ik onder mijn voeten en begon ik te geloven dat wat fout was, juist was. Toch wel rare kronkels dat een kind kan maken. Vandaag voelt het alsof ik plots terug moet leren stappen. Verwarrend!

Wat ik eigenlijk wou zeggen.
Is dat het belangrijk kan zijn om een fout kenbaar te maken en ervoor durven uit te komen. Kunnen leren van elkaars eigen fouten. En het heeft niets te maken met al of niet gelijk halen of hebben, daar gaat het niet om. Je helpt er op de eerste plaats jezelf mee, het kan je de kans geven te groeien en niet meer in herhaling te vallen. Het toegeven wil niet zeggen dat de andere je daardoor minder zal graag zien.
Door het te delen wordt jezelf ook alerter.
Het kan ook de andere helpen de situatie juist in te schatten zonder het een eigen verhaal gaat leiden.
En zoals al velen hebben geschreven, het is niet omdat je een fout maakt dat je gefaald hebt, integendeel. Voor gaande is het het inzien van de fout en dat is al een grote stap.

En wat ik vind is daarom niet ‘de waarheid!’, ook hier zitten er waarschijnlijk fouten waar ik verder uit zal leren. Ik lees het graag!

Mentaal

DSCF5642

Op de achtergrond het gezoem van een koelkast. Het chaotisch muziek die Jazz soms voor mij met zich meebrengt. Mijn lichaam neemt de geluiden op. Ik voel trilling. Trilling van spanning voor afscherming.
Ik zet de spanning om in ontspanning door diep uit te ademen. Het helpt, oef.
Ik blijf aandachtig bij het gebeuren. Is het een vlucht of is het blijven staan in rust en eigen kracht. Het laatste.
Ik leun achterover, de rugleuning. Ik sluit mijn ogen. De zon verwarmd mijn gezicht. Wachtend op de trein. Ik focus me terug op mijn ademhaling, mijn buik, mijn hart. Ik kruis mijn armen. Het voelt als een omhelzing. Mijn armen gaan op en neer op het ritme van mijn adem. Een hartslag! De rust installeert zich. Beetje per beetje. Zwakte is in mijn lichaam voelbaar.
Ik wordt aangesproken. Een gesprek volgt. Een traan. Onderbreking. Ik voel terug spanning in mijn lichaam, iets duwt me verder in het gesprek. Een drijfveer!
Iets voelt niet juist. Ik verlies mezelf en neem afstand van mijn center. Ik voel mijn energie verdwijnen.
Mijn hersenen focussen zich op de trein. Fixeren! Mijn benen. Een sprint! De trein. Een schril geluid van een fluit. Net op tijd.
Terug naar ontspanning, ademhaling.
Vanwaar die spanning terug. Niet het sprintje, het begon eerder. De drijfveer… delen met andere wat ik mag ervaren, ontdekken, voelen…
Wat bracht me terug uit mezelf?
Niets!
Ik was gewoon niet vertrokken vanuit mezelf, vanuit mijn center, kracht, eigen bron.
Ik vertrok vanuit het mentale.
Als mijn hoofd voeten zou gehad hebben dan was ik waarschijnlijk al éénmaal de wereld rond gewandeld 😉

Om verschillende redenen ben ik sterk mentaal geweest/geworden. Me beschermen, afschermen, erbij te kunnen horen, niet afgewezen te worden, te mogen bestaan… en de allerbelangrijkste was om geen pijn te moeten voelen. De ondraaglijke pijn diep in het hart.
Telkens weer zal ik bij iedere beweging gaan voelen en me afvragen ‘vanuit welke beweegredenen ik een handeling wil stellen. Iedere keer opnieuw tot er een vrijheid ontstaat in mijn lichaam. Tot ik naar mensen toe kan stappen zonder barrières. Zolang mijn lichaam niet vrij is, tot het een recht heeft van bestaan. Telkens opnieuw en opnieuw….
Ik wil mijn benen voelen, mijn bekken, mijn buik. Ik wil het voelen sprankelen, stromen bruisen van leven, zoals een bloem die zich opent bij de eerste zonnestralen. En het pad van morgen waar en met wie het ook moge zijn. Het zal in vrijheid zijn. En diep vanbinnen, heel diep voel ik waar naartoe.

wat als…

keuzes

6 november 2016 – Wat als je deze tekst breder gaat bekijken!

Zijn we soms niet genoodzaakt verantwoordelijkheid te nemen net door te gaan vluchten. Is vluchten in bepaalde omstandigheden geen verantwoordelijkheid nemen!

Soms kom je in situaties terecht waar je geen uitweg meer ziet, het je allemaal teveel wordt. Dan is het beter even afstand te gaan nemen. Ik herinner me nog een zin die ik mijn vader regelmatig heb horen zeggen ‘reculer pour mieux sauter’.  Waarschijnlijk zijn er onder jullie wel die zich een situatie herinneren in een groep, waar de spanning zo hoog kwam te staan dat je lichaam of je geest op de vlucht is gegaan.

Vorige week kwam ik na de zoveelste keer in zo een situatie terecht. Om verschillende redenen en waar ik nu niet verder op in zal gaan, heb ik altijd groepen proberen te mijden.
Plots werd de spanning zo hoog dat ik het afgetrapt ben. Het was me allemaal teveel en om niet in woorden te gaan met anderen, koos ik om de benen te nemen, alleen.
Mijn lichaam schreeuwde binnenin.

Het was een zonnige zondag namiddag. Een boer liet één voor één zijn koeien uit de stal terwijl hij uit de verte naar me riep ‘Dag madam, goe weer é’. Ik stak mijn hand naar hem op terwijl mijn hoofd op en neer bewoog. ‘Ik laat ze nog even buiten voor dat de winter er is en ze in de stal zullen moeten blijven’, wist de boer me nog te vertellen. Het ritme van de koeien, de zon, de vriendelijkheid van de man, de natuur bracht me tot rust. Mijn lichaam werd terug voelbaar. Het werd tijd om mij om te draaien en terug naar de groep te gaan.

Binnen dit verhaal heb ik hier verschillende verantwoordelijkheden genomen. Ik ben uit de groep gestapt, laat ik het woord ‘vluchten’ gebruiken, uit zelfzorg en ook uit zorg voor de groep. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen terug te keren. Uit de groep stappen omdat de angst zo voelbaar is, is niet de ideale oplossing want dan stel je jezelf wel echt bloot en heb je dik de kans een lading te ontvangen waarvoor je net angst hebt. En ja hoor dit waren keuzes alleen niet of/of wel beide samen.

En wat met bekennen of liegen! Wat als je bewust bent dat wanneer iemand tegen je liegt het uit zelfzorg is. Dit kan verschillende redenen hebben. Liegen omdat er geen ‘neen’ kan uitgesproken worden, uit angst…

En natuurlijk zijn er andere oplossingen en zijn bepaalde gedragingen niet gemakkelijk aanvaardbaar. Wanneer je echter achter deze woorden een verhaal kan zien. Een verhaal die voor ieder anders is. Dan krijgen al deze woorden een andere lading. Dan wordt je niet enkel milder naar jezelf, ook naar de ander.

Ik ben mezelf!

 

Cirkel

Sint Jacobsstaf

De zilveren Sint Jacobstaf – Sint Jacobskerk Gent

Een paar jaar geleden hoorde ik bij het ontwaken: “Hoor je het?” Waarop ik vroeg: “Wat?” “De koffie roept.” Tijd om op te staan. Ontbijten. Het regent pijpenstelen. Hmm, ik overweeg om met de tram de laatste kilometers te doen. Doorweekte kleren tijdens een misviering vind ik niet fijn. Terwijl ik mijn slaapzak in de rugzak steek, zie ik het licht veranderen. Het stopt met regenen. De weergoden zijn me welgezind. Samen met Jacqueline sluiten we de deur achter ons en vertrekken richting centrum.

De Sint-Jacobskerk. Binnen hoor ik het pelgrimslied ‘Ultreïa’. Het koor. De stemmen worden opgewarmd. Straks vieren we de Heilige Jacobus. Als vrijwilliger van de vzw Jacobus cultuurkerk help ik nog een handje mee bij de voorbereiding. De klokken luiden en roepen de mensen naar de kerk. Middenin de viering vraagt pastoor-deken Flor me naar voren om te getuigen over de weg. Tijdens de getuigenis raak ik ontroerd door mijn eigen woorden. Willem zingt een eigen geschreven lied over zijn camino. We sluiten de viering met het gebed tot de Heilige Jacob. Na de viering bewonder ik de zilveren Sint-Jacobsstaf en de zopas gerestaureerde cantorstaf met een Sint-Jakobsbeeld. “Dankjewel voor je mooie getuigenis”, komt iemand me zeggen. Ervaringen worden uitgewisseld. Ondertussen komen meer mensen de kerk binnen. Ze kunnen hier genieten van rust en sereniteit tijdens de Gentse Feesten. Een plaats van samenkomen, samenzijn, gesprek, gebed, met eerbied en respect voor elkaar. Dankjewel aan de kerk en vzw Jacobus voor deze mooie viering.

Op weg naar huis. In het Patershol. De kasseikoppen. Ik besef plots dat ik net een cirkel heb gewandeld van veertig dagen lang. Veertig dagen doorheen Vlaanderen op het Jakobskerkenpad. Een weg met open, brede landschappen, goed onderhouden natuurgebieden, prachtige historische gebouwen… En vooral warme mensen met elk hun eigenheid en waarden. Ontmoetingen die me wisten te ontroeren. Een levenscirkel van ontvangen en delen. Dankjewel dat jullie hier deel van hebben uitgemaakt.

‘Heilige Jakob,

patroon van onze parochie,

gij zijt een ware volgeling van Jezus geweest

Bij u leren wij dat ook wij onderweg zijn in het leven.

Elke wandeling, elke tocht, die wij ondernemen leert ons dat wij ons kunnen bevrijden van alles wat ons bindt en vasthoudt.

Leer ons in het spoor van de vele pelgrims naar Compostela,

die in deze kerk tot u komen bidden,

de vraag stellen waar wij staan op onze levensweg.

Help ons innerlijk in beweging te blijven,

Help ons opdat de weg, die wij gaan werkelijk een weg zou worden, die naar het volle leven leidt.

Heilige Jakob, bid voor ons!’

GPX bestand Laarne naar Gent/ Laarne à Gand

Cercle

Voilà quelques années j’entendais en me réveillant: “Tu entends?” Sur quoi je demandais: “Quoi?” “Le café m’appelle.”

Il est temps de me lever. Petit-déjeuner. Il pleut des cordes. Hmm, j’envisage de faire les derniers kilomètres en tram. Avoir des vêtements trempés lors de la célébration d’une messe, ne me réjouis pas. En mettant mon sac de couchage dans mon sac à dos, je vois la lumière changer. Il arrête de pleuvoir. Les dieux de la météo sont bien disposés envers moi. Accompagnée de jacqueline on ferme la porte derrière nous et on se dirige vers le centre-ville.

L’église Saint-Jacques. À l’intérieur j’entends le chant ‘Ultreia’. Les voix s’échauffent. Tout à l’heure nous fêtons Saint-Jacques. Comme bénévole de la vzw Jacobus cultuurkerk (asbl) je participe aux préparatifs. Les cloches sonnent et invitent les gens à se rendre à l’église. Au milieu du service, le curé-doyen Flor m’invite à témoigner du chemin. Durant mon témoignage je suis émue par mes propres mots. Willem chante une de ses chansons  composées en honneur de son camino. Nous terminons la célébration par la prière à Saint-Jacques.

Après le service j’admire le bâton en argent de Saint-Jacques ainsi que le bâton du cantor, avec statuette de Saint-Jacques, récemment restauré.

Quelqu’un vient me dire, “Merci beaucoup pour ton beau témoignage.” On échange des impressions, des expériences.

Entretemps, plus de monde entre dans l’église, où ils peuvent jouir du calme et de la sérénité durant les fêtes Gantoises. Un endroit de rassemblements, de rencontres, de discussions, de prières et de respect mutuel. Un grand merci à l’église et à l’asbl Jacobus pour cette belle célébration.

Je rentre à la maison. Au Patershol. Les pavés. Je me rends tout à coup compte d’avoir marché quarante jours en formant un cercle. Quarante jours à travers la Flandre, sur le Jacobskerkenpad. Un chemin aux somptueux paysages, aux réserves naturelles très bien entretenues, aux magnifiques monuments historiques… et surtout aux gens chaleureux ayant chacun leur singularité et leurs valeurs. Des rencontres qui ont suent m’émouvoir. Un cercle de vie et de partage. Merci beaucoup d’en avoir fait partie.

‘Saint-Jacques,

patron de notre paroisse,

Tu fus un disciple de Jésus.

À vos côtés on apprend que nous aussi nous sommes en chemin dans la vie.

Chaque promenade, chaque voyage que nous entreprenons, nous apprend que nous pouvons nous libérer de tous ceux qui nous lie et nous retient. Apprends-nous dans le sillage des nombreux pèlerins de Compostelle qui viennent prier dans cette église à nous poser la question de savoir où l’on se situe sur notre chemin de vie. Aide nous à rester en mouvement intérieur. Aide nous pour que le chemin que nous parcourons, devienne un vrai chemin, qui nous mènera à la pleine vie.

Saint-Jacques prie pour nous.’

L1016618

Sint Jacobskerk-Gent

 

Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Vooroordelen

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacobskerk Antwerpen/église Saint-Jacques Anvers

Er waren dan geen snurkende pelgrims aanwezig, om twee uur begon de nachtelijke discomuziek van de buren. Het gebonk van de bassen was voelbaar tot in de fijnste zenuwbanen van mijn lichaam. Twee uur later werd de muziek nog luider. Geroep van mensen op café. Slapen werd onmogelijk. Er zijn grenzen, ook voor een pelgrim. Ik bel de 101. Een half uur wordt het stil en kan ik terug inslapen.

Na het ontwaken neem ik het gastenboek en schrijf ik een tekst passend bij een opmerking van een hospitaliero gisteren.

(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal.)

‘De vakantie staat voor de deur. De auto wordt ingeladen. In de koffer een dure nieuwe rugzak. Man, vrouw en kind vertrekken op reis. Het kind spelend op de achterbank. De vrouw zingt en geniet van het landschap. De man rijdt aandachtig richting het zuiden. Een knal, een duw. Het kind is niet te vinden. De vrouw ligt bewusteloos voor zich uit te staren. De man zit gekneld. Eén seconde was nodig om een leven een totale omwenteling te laten maken. Een paar jaar later vertrekt de man op weg naar Santiago, met zijn dure nieuwe rugzak van toen. Het enige dat hij nog heeft. Hij wordt pelgrim zoals u en mij. Zijn tocht duurt de tijd die hij nodig heeft.’ Het is niet omdat iemand met een nieuwe dure rugzak wandelt, dat hij rijk is. Het is niet omdat iemand met een rugzak van grootvader wandelt, dat hij arm is. Beiden kunnen een emotionele waarde hebben. Oordelen en vooroordelen zetten een dikke muur tussen  mensen.  Proficiat met jullie herberg, en ik hoop dat iedere pelgrim hier onderdak mag vinden.

Ik verlaat de pelgrimsherberg, gelegen in een gebouw van het OCMW. In de namiddag hou ik halte in Haasdonk op een terras. Ik heb er een lang gesprek met mijn buren. Het gaat over ziektes en de verschillen bij mensen. Bij het afronden vraag ik aan mijn buur wat voor werk hij heeft gedaan. ”Mevrouw, ik ben altijd landbouwer geweest. Toen mijn ouders gestorven zijn, mijn moeder was 99 jaar, heb ik alles geërfd. Ik ben 70 en heb geen kinderen. Ik heb alles verkocht. Ben twee weken geleden verhuisd. De landbouwgrond is bouwgrond geworden. Ik heb er vandaag spijt van.” De man begint te wenen. Ik adem diep in en uit. “Meneer, mag ik je wat vragen?” “Ja”, terwijl hij zijn ogen dept met zijn zakdoek. ”Mag ik je een knuffel geven?” De man antwoordt positief. Ik sta op en we geven elkaar een knuffel. Terwijl ik mijn hand nog op zijn bovenarm liggen heb, vraagt hij me: “Heb jij kinderen?” “Neen, het is omdat het zo moest zijn”, terwijl ik mijn schouders optrek en mijn armen spreid. “Hoe is je naam?” “Raf.” Ik steek mijn hand uit. We geven elkaar een hand. Hij draait zich om en ik zie hem de straat oversteken met zijn vrouw. Moe kom ik aan in Kemzeke. Ik mag overnachten bij de Chiro in hun nieuw gebouw.

GPX bestand Antwerpen naar Sint-Niklaas/Anvers à Saint-Nicolas

GPX Bestand Sint-Niklaas naar Kemzeke/ Saint-Nicolas à Kemzeke

Préjugé

Cette nuit, il n’y avait pas de pèlerins ronflants, mais à deux heures du matin la musique disco des voisins. Le martèlement des bases était palpable jusque au fin fond de mes neurones. Deux heures plus tard la musique se faisait entendre encore plus fort. Des cris des gens du café. Dormir devenait impossible. Il y a des limites, aussi pour un pèlerin. J’appelle le 101. Après une demi-heure je réussis à me rendormir, le silence est revenu.

Une fois réveillée, je prends le livre d’or et y inscris un texte qui fait allusion à une remarque faite hier par un hospitaliero.

(Basé sur une histoire vraie.)

Les vacances arrivent. L’auto a été chargée. Dans le coffre un nouveau sac à dos de très bonne qualité. Homme, femme est enfant partaient en voyage. L’enfant jouait sur la banquette arrière. La femme chante et profitait du paysage. L’homme roulait attentivement vers le sud. Un fracas, une percussion. L’enfant était introuvable. La femme était allongée sans connaissance. L’homme était coincé.  Une seconde a suffi, pour qu’une vie prenne une tout autre tournure. Quelques années plus tard l’homme part sur le chemin de Santiago, avec le sac à dos de très bonne qualité d’antan. La seule chose qui lui restait. Il devint un pèlerin comme vous et moi. Son voyage dura le temps qu’il lui fut nécessaire. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec un nouveau sac à dos de très bonne qualité, qu’il est riche. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec le vieux sac à dos de son grand-père qu’il est pauvre. Tous deux peuvent avoir une valeur émotionnelle. Le jugement et les préjugés dressent un énorme mur entre deux personnes .

Félicitations avec votre auberge et j’espère que tous les pèlerins pourront y trouver refuge. Je quitte l’hébergement pour pèlerins, situé dans un bâtiment du CPAS.

Dans l’après-midi je fais halte sur une terrasse à Haasdonk. J’ai une longue conversation avec mes voisins. Nous parlons de maladies et de différences entre les gens. En terminant la conversation je demande à mon voisin quel métier il a exercé.  “Madame, j’ai toujours été agriculteur. Quand ma mère est décédée à l’âge de 99 ans, j’ai tout hérité. J’ai 70 ans et je n’ai pas d’enfants. J’ai tout vendu. J’ai déménagé voici deux semaines. Le terrain d’agriculture est aujourd’hui devenu terrain à bâtir. Je le regrette aujourd’hui. L’homme se mets à pleurer. Je respire profondément. “Monsieur, je peux vous demander quelque chose?” “Oui”, tout en essuyant ses yeux avec un mouchoir. “Je peux vous faire un câlin?” Sa réponse est positive. Je me lève et on se fait un câlin. Ayant encore ma main sur son avant-bras, il me demande, “Tu as des enfants?” Je lui réponds en haussant les épaules et écartant les bras “Non, c’est que ça doit être ainsi.” “Quel est ton nom?” “Raf.” Je lui tends la main. On se serre la main. Il se retourne et je le vois traverser la route avec sa femme. Fatigué j’arrive à Kemzeke ou je peux passer la nuit dans les nouveau locaux du Chiro.