Babylon

Plots kom ik op een tekst over Babylon, de Openbaring van Johannes.
Oef, amai, de woorden die hier te lezen zijn en op regelmaat terug komen: hoererij, haar, hoer, haar zonden, bloedschuld,
Zinnen als: ‘de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’,
‘Hij heeft de grote hoer geoordeeld’ , ‘verdorven met haar hoererij’, ‘Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit’, ‘met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij’. ‘Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde.

Wanneer ik die tekst plat lees kan ik niet anders dan denken dat ‘de vrouw’ in een slecht daglicht staat. Toch! Dit kan nu toch niet anders gelezen worden, denk ik dan. En wanneer men weet dat dit in de geschriften staat dan kan je daar toch niet als mens onverschillig over zijn.
En natuurlijk als gevolg vloeit daar een oordeel uit. Niet abnormaal dat de mens hier kwaad kan op worden en de rug toekeert naar het geloof.

Maar wat als het woord nu verkeerd zou vertaald geweest zijn in oorsprong. En waarom koos men voor haar en niet hij! Dan brengt me dit bv. naar vandaag en hoe we de aarde noemen, Moeder aarde, is het niet!

Laat ik nu de tijd nemen en met een open hart waar oordeel of vooroordeel geen plaats kent om de tekst bij mij te laten binnenkomen.
Wanneer ik dit doe voel ik, dat dit voor mij niet om de vrouw, niet over een persoon gaat, eerder om een ‘gedrag’ die gesteld wordt. Om gedragingen die Liefde stuk maakt en kiest voor macht. Waren andere woorden dan niet mogelijk!? En is dit ook niet hedendaags!? Hier onder de noemer van iemand ‘liefde’ is men uit op macht.

Maar stel je nu eens voor, alle mensen die deze tekst plat lezen en hebben gelezen. En één van hen gaat op deze manier het woord doorgeven of verkondigen. Wanneer het zijn doel verliest en uit de context wordt gehaald dan is helemaal om zeep. En kan er veel kwaad gedaan worden. Terwijl de inhoud van die tekst net het omgekeerde wenst te tonen.
Wat ook is, zolang de mens de weg niet naar binnen neemt en kiest voor het zuivere zal de tekst over Babylon een gewicht blijven in zichzelf.
En misschien is dit schrijven er ook eentje van, want als ik me niet goed zou uitdrukken voor sommigen of dat het anders over komt of geïnterpreteerd wordt bij de ander dan wat ik bedoelde.
Het kan zijn dat ik me dan op glad ijs bevind, wel dan zal ik leren mij verder bewegen tot ik recht kan staan op het ijs.

Ik denk even terug aan de vele bas-reliefs in de tombes, in de crypte van Dendera, aan het Mystieke, de verborgen medische kennis, aan de alchemie.
En wat als toen in die tijd, en laat ik even fantaseren en gebruik maken van hedendaagse voorbeelden die ik waarneem en hoor. Ik kan me voorstellen dat toen in die tijd, als ik de prachtig beelden zag van de mensen, hun lichaam, de rijkdom…. dat jaloezie toen ook al bestond. En dat die jaloezie deels oorzaak was van de vele onnodige slachtoffers die afgebeeld staan op de muren van de tempels.
En ik spreek van over 3000 jaren vóór Christus.
Waar twee mannen vechten om een vrouw, er één geen gelijk haalt of zich afgewezen voelt en hierdoor razend werd en onterecht kwaad over de vrouw uitsprak. Of er was, een vrouw die een mystiek leven leidde en die de alchemie begreep van het lichaam en de levensenergie. Een vrouw die mensen in hun kracht bracht en waardoor velen haar wilden bezitten omdat men eerder uit was op macht dan in eigen kracht.
Is het dan de vrouw die in haar kracht staat die iets verkeerd doet of eerder de persoon die bezitterig is en het buiten zichzelf zoekt.
Ik kan me voorstellen wat dit kan teweeg gebracht hebben.
Dit doet me denken aan de taferelen, de personages die vernietigd werden door de Copten (=Egypte) omdat het niet meer zichtbaar mocht zijn. De prachtige beelden van Isis en Horus, van Hathor in de tempels of in de Mammisi, het geboortehuis , de Tempel van Isis in Aswan, alle Godinnen, de borsten, de geslachtsdelen werden verwijderd.
Dan komt er in mij op “maar jullie hebben niets begrepen van wat God van jullie verwacht.”

Hmm, amai een ganse boterham vloeit er uit mijn pen en dit uit dat ene woord ‘prostitutie’. Een woord die zo vaak uit de mond komt wanneer men kwaad is op een vrouw. Ik heb het zelf vaak mogen horen. Waarom omdat men niet kreeg wat men wou, omdat ik in mijn kracht bleef staan en dat had niets te maken met sexualitéit. Dit kreeg ik vooral te horen van de mannen. En dan die ene keer dat ik het verhaal deed aan mijn grootmoeder van een man die me trakteerde met een maaltijd op de luchthaven omdat ik geen geld meer had. Ik kon tussen de lijnen lezen wat ze bedoelde wanneer ze zij, “wat heb je daarvoor moeten doen!?”, haar blik sprak boekdelen. Terwijl ik daar stond met fierheid omdat ik geen angst had, omdat ik in de goedheid van die man geloofde, omdat ik mijn plan kon trekken. Ik voelde me met de grond gelijkgemaakt.
En dan de zovele keren dat ik heb mogen horen” je hebt het zelf uitgelokt”, terwijl er in mijn gedrag niets aanstootgevend was, ik geloofde in de goedheid van de mens, ik had de persoon lief, ik was soms naïf. Telkens in een fractie van een seconde kon gans mijn zijn goed aanvoelen dat iets niet OK was. En hier kwam de uitspraak van een vrouw. Zo zie je ook dat we niet te hoeven generaliseren en altijd alles in de schoenen van de mannen hoeven te duwen.

Wat hebben we met deze oude geschriften de wereld toch in gestuurd, die voor velen niet toegankelijk zijn!?
En eigenlijk doet dit er niet meer toe, wel wat kunnen we er vandaag meedoen.
Herstellen kunnen we niet, wel anders doen in het NU. Aan ons de keuze.
Vooruit!
En ons de vraag stellen in welke realiteit wens ik te leven, want die is belangrijk, en met deze wens ik hand in hand te stappen. Ikzelf neem geen blad voor de mond wanneer ik voel of zie dat er iets onrechtvaardig gebeurt.

Ik wandel door de zanderige wegen en onder de blakende zon. Mannen komen aangelopen, “Madame felouk”, “taxi”, “hey”, “psst”, “why you not smile”, “you want a helicopter”, “beautiful hair”, “Goodmorning”, “nice color”, “nice t-shirt”, “I now you”, “welcome”, “I have see you on the boat”, “hi, I have see you. I’m a friend of”, “hey, it’s close”…. en zomaar verder. Vindingrijkheid zijn ze om je te benaderen. En eenmaal je er aan toegeeft ben je verloren. Onuitputtend zijn ze.
Dan komt het voor mij goed uit om op mijn eigen eilandje zijn, waar ik kan uitblazen.
Ik moet nog denken aan één van mijn zusters uit Magdala die zei, ” jou zullen ze niet veel lastig vallen met je kort geknipt kopje”. Hihi, kort kopje of niet.
Lang gekleed, of kort. Een doek op de schouders of op het hoofd. Het maakt geen verschil, ik ben een blanke vrouw en die wordt hier geassocieerd met rijk. Is gelijk aan een ticket richting Europa, want wanneer je als Egyptenaar niet voldoende op je rekening hebt dan verlaat je gewoon het land niet. Zo wordt ik vaak op een subtiele intimiderend manier benadert.
Dit is soms heel vermoeiend, maar ik wens er leren mee om te gaan. No stress, geduld en vooral bij mezelf zo goed als mogelijk blijven.
En ondanks de vele vermoeiende benaderingen voel ik me hier veiliger dan in sommige buurten in de hoofd- grootsteden in Europa.

Voorbij het woord

Na een goede poetsbeurt in het appartement ga ik tot bij Youssef om hem te bedanken. “Wacht niet zo snel zet je rugzak neer. Niet zo gehaast doen”, zegt hij. “Vanaf nu, ben ik je baas niet meer en jij niet meer mijn klant. Gedaan met business. Nu veranderd onze relatie. Nu behoor je tot mijn familie.”, terwijl hij me aankijkt. Brrr, dit voelt vanbinnen opdringerig en niet zo fijn.
“Kom ik zal je even mijn tuin tonen. En ik zal om een herinnering aan jou te hebben de Yasmeen plant aankopen en in mijn tuin planten. Zo zal ik altijd aan je denken “, deelt hij. Zijn manier om mij te benaderen is duidelijk veranderd daar waar hij in een week mijn privacy respecteerde, wordt ik gewaar dat hij nu wat teveel in mijn veld komt, ook al is dit waarschijnlijk niet slecht bedoeld. Mannen benaderen hier namelijk de vrouwen op een totaal andere manier.

In de tuin aangekomen toont hij me wat planten en bomen. “Dit is een bananenboom, dit is een mangoboom, een dadelboom en hier staat een citroen.”, het is precies alsof hij zijn tuin aan het voorstellen is aan zijn toekomstige. Ik wijs met mijn vinger naar een plant “en dit is hashish”, zeg ik en voel ik de deugniet in mij. Hij lacht.
“Ik moet nu gaan ik heb afgesproken met mijn nieuwe verhuurder.” Ik neem mijn rugzak en vertrek. “Niet vergeten he, kom wanneer je wilt. Dit is je familie nu”, roept hij nog terwijl hij in de deuropening staat.

Een paar straten verder even naar rechts, naar links, nogmaals naar links. In een doodlopend straatje en aan de border van een zijarm van de Nijl komt plots iemand uit zijn huis. De jonge man die ik heb ontmoet bij het aankomen in Luxor met zijn verterende glimlach. “Hey”, zeg ik verwonderd. “Hey”, zegt hij terug. “Och, jij bent mijn buurman” “It’s destiny”, zegt hij met zijn brede mooie glimlach.

Mijn nieuw verblijfje is een huisje voor mij alleen. Geen eigenaar in hetzelfde huis. Een eigen tuin, een buitenkeuken. Benieuwd wat deze plaats me zal brengen vooral na mijn buurman te hebben gezien.
Om het compleet naar mijn zin te maken en mij een thuis gevoel te geven geef ik het een poetsbeurt. Wanneer ik een zeteltje ophef zie ik plots een scorpioen bewegen. Oooh. No panic. Ik ga naar de keuken om een glas en zet het omgekeerd erop. “Sorry makker, maar ik neem liever geen risico”,zeg ik tegen de schorpioen.

Tijd om mijn koelkast te vullen. Op nog geen kilometer van het huisje is er een heerlijke fruit-groenteboer. Gourgetten, ajuinen, aubergines, tomaten, meloen, druiven, avocado, appels, pruimen…. Voor nog geen drie euro kom ik buiten met mijn aankopen. Rechtover stap ik een klein kruidenierswinkel binnen om sesampasta en koffie en een paar doosjes tonijn.

Terug aan de hoek van het doodlopend staartje zie ik de buurman buiten komen. Hij kijkt me aan. Lacht en zijn hoofd gaat zo een beetje opzij alsof een puber die zich niet weet hoe gedragen. Zijn lichaamstaal spreekt boekdelen. Hmm, zou het de volgende man zijn die de richting van een liefdesverklaring neemt.
“Hoe noem je eigenlijk?” “Samir, en jij?” “Anna, Jasmine”. Bijzonder telkens wanneer ik ‘anna’ zeg, wat betekent ‘mijn naam is’ heb ik het gevoel dat ik al voor de eerste keer mijn naam hoor om de tweede te versterken. “Weet je dat ik je dagen heb gezocht”, deelt Samir terwijl ik hem wat dichter voel komen.
‘Hmm, Jasmine. Je had het goed gevoeld een verliefde buurman. Dit wordt een boeiende week.’, zeg ik tegen mezelf.

De buurt net aan de Nijl op de West Bank is gekend om hun zogezegde ‘prostitutie’. Dit wordt vooral zo gedeeld door Westerse mensen, vanuit de plaatselijke bevolking is het me onbekend. Eigenlijk vraag ik mij af vanwaar dit woord afkomstig is, in welke periode het werd gecreëerd en door wie het werd gecreëerd want is het niet zo dat één woord door de jaren heen een andere lading kan krijgen door eigen ervaring en daardoor er een gewicht in het woord kwam en komt. Het is niet onmogelijk wanneer een persoon een vertaling doet of laat doen dat zijn of haar eigen emotie en ervaring erin mee heeft gespeeld, laat ik dan nog zwijgen over de opgelegde dwingende vertalingen vanuit macht, dus waarom zou, door de jaren heen dit woord naar inhoud niet getransformeerd kunnen geweest zijn. Ik steek er mijn hand voor in het vuur.

Dan denk ik even aan de honderd jarige dame Annick de Souzenelle die vanuit een diep aanvoelen en noodzaak is beginnen het Hebreeuws te leren en de Bijbelse teksten vanuit het Hebreeuws is beginnen te vertalen in het Frans. De vertaling schept een totaal nieuw en ander beeld op wat ons soms werd, wordt voorgeschoteld. Zij leverd een prachtig levenswerk. Een aanrader om haar te volgen voor wie het Frans voldoende meester is. Wanneer je zoekt op haar naam vind je tal van video’s met interessante gesprekken. Dit even terzijde.

En dan is er de taal opzich. Want als men de taal niet ten volle in de diepte kent of begrijpt kunnen bepaalde woorden compleet uit de context gehaald worden omdat men de taal niet meester is. Dit mag ikzelf heel vaak ervaren in mijn Franse taal, ook al ben ik opgevoed in het Frans omdat mijn papa een Fransman is. Toch ben ik het Frans niet meester en valt het me op dat ik een gemis voel in deze voor mij, poëtische taal. Ik kan ze heel goed begrijpen, maar mijn vocabulaire is beperkt om deze zelf te kunnen gebruiken in haar volledige schoonheid. Dit creëerde vaak misverstanden tussen mijn vader en ik en wanneer geduld afwezig was en/of een tekort aan openheid kon dit soms, vaak vonken geven.

Zo werd me hier gezegd dat het woord, uitgesproken ‘sjarmoesja’, allé, zo heb ik het toch begrepen wanneer ik het woord hoorde vanuit een Nederlands sprekende persoon met een Vlaamse achtergrond, ‘hoer’ zou betekenen.
Met dit zo uitgesproken woord en letterlijk zo neergeschreven kom ik niet zo ver want mijn taal en de uitspraak van sommige letters komt totaal niet overeen met wat hier gebruikt wordt in het Arabisch en dan is er nog een onderscheid tussen de Arabische taal en de Egyptische taal. Iedereen begrijpt het Egyptisch Arabisch, maar niet iedereen zou het Marokkaans Arabisch of het Tunesisch Arabisch begrijpen. En dan is er ook nog het verschil tussen de straattaal, de geschoolden en ongeschoolde, tussen de taal in een dorp in de woestijn en de stad…. Zonder oordeel naar geschoolden en ongeschoolden, naar stad en wonen in de natuur of op een eiland. Wat wel vaak en helaas wordt gedaan en wat ik betreur. Het kan wel een barrière zijn in elkander te benaderen en opzich is deze barrière ook te doorbreken wanneer men zich opent naar de ander en in verbinding gaat.

Ik vraag hier in het hostel in Caïro, want terwijl ik die tekst schrijf en vervolledig uit mijn dagboek ben ik al een paar weken verder. De gebeurtenissen in Luxor wou ik ten volle lichamelijk en geestelijk beleven want ik werd gewaar dat het iets raakte vanuit andere regionen en ik volledig aanwezig wou zijn in de beleving, in de gewaarwordingen. In het balans vinden tussen het lichamelijk en het geestelijk. Tussen het al of niet voelen wat Samir met zijn Zijn me bracht op mijn weg en het beheersen van gewaarwordingen. (ik verdiep me graag hieromtrent in een volgende post)

De jonge voorname vrouw, Habiba genaamd, die me hierbij helpt bij de vertaling kent de Engelse taal niet. Het gebeurt via een vertaal app. Ik vraag haar of ze het woord kent.
Ze steekt haar schouders op en haar hoofd beweegt van rechts naar links. De neen is duidelijk. Ik denk ‘ok het woord bestaat niet’ . Ik bouwde op in mijn verbinding en communicatie met haar. “Hoe zeg je hoer in het Arabisch?”, een totaal ander woord is hoorbaar die ze zonder enig probleem uit spreekt.
Ik zoek verder en speel met de letters tot ik bij ‘Sharmuta’ terecht kom. De betekenis in de straattaal, alsook in de Hebreeuwse straattaal betekent slet, hoer.
Bij het verder zoeken kan het ook als een compliment zijn want het betekent ‘schoonheid’ . Interessant niet!
Ik ga terug met dit woord naar Habiba. Het word me duidelijk dat ze dit woord niet kan uitspreken. Wat het voor haar betekent blijft me onbekend. Maar hoe ze ermee omgaat had voor mij meer waarde dan de inhoud zelf. Namelijk er geen voeding aan te geven.

Voor mezelf en al van heel kleinsaf voel ik dat ik voorbij de woorden wens te gaan. Het willen blijven weten van het ongekende achter het woord. Dit heeft me altijd zo geboeid en maakt mijn leven zo rijkvol.
Het bracht en brengt me de mogelijkheid voorbij het woord en het gewicht die het draagt te gaan kijken. Het leerde me onderscheid te maken wat van mij was en wat van de ander. Het opent voor mij telkens een nieuwe wereld. Een wereld waar het puur en zuiver is. Een wereld waar Licht en Liefde aanwezig is. De enige wereld waar ik naartoe wens te leven ook al probeert men soms mij te raken met uitspraken zoals ‘dat ik nog geloof in roze wolkjes, niet met mijn voeten op de grond sta.’ Mijn geloof gegroeid vanuit eigen ervaring, vanuit vertrouwen, vanuit mijn liefde en hieruit de keuze maak hoe ik in dit leven wens te staan, zal niemand mij nog dwarsbomen.

Philae

Santuarium Isis tempel

Vijf uur in de morgen, mijn wekker begint te trillen. Mijn nachtje was kort. Sedert ik in Aswan ben slaap ik hoogstens een paar uur per nacht en zelfs overdag is slapen niet mogelijk.
Ik sluit stilletjes de voordeur en vertrek in de nog stille straten richting Philae. Een uurtje stappen op asfalt tot ik aan de Ticket office kom. Een man op de motor komt afgereden, ” ik ga die richting uit. Ga je mee?” “Neen, dankjewel. Ik heb mijn wandeling nodig”. Geen haar op mijn hoofd die denkt om achteraan op een motor te gaan zitten, zonder helm en zonder verzekering.

Aan de ticketoffice, net aan het water probeer ik een kapitein te vinden. De overzet naar de tempel kost officieel 250 EGP. Er wordt mij gevraagd hoelang ik er wens te blijven. “Ik denk vermoedelijk een drie uur, maar dat weet ik niet. Zeker geen uur dat is tekort voor me.” De prijzen gaan omhoog omdat ik zogezegd dan privé afhuur. Ik weiger en blijf bij de officiële prijs. Je kan me er brengen. Ik betaal je 125 EGP en ik kom terug met iemand anders of met je en betaal de rest 125 EGP. Ik kan ook opstappen met iemand anders op de boot, dan ben je toch winner. En wat uren betreft voor mij geen zorg ik zie wel wanneer je komt. Ik heb tijd.”, het lukt me niet. Ze weigeren. Geen enkele schipper wil me er brengen. Vreemd eigenlijk. Zogezegd doen ze heen over en weer varen tussenin. Hmm, ik ben niet van gisteren.
Ik doe een poging om mee te gaan met toeristen. Ze verwijzen me telkens door naar hun gids. Amai, ik had al lang zelf ja gezegd tegen een toerist. Uiteindelijk lukt het met om op het eiland te komen. Varend naar het eiland zie ik plots de eerste kapitein die weigerde met een lege boot terug komen. Sloebers. Maar niet met mij.

Aangekomen op het eiland probeer ik tussen de groepen traag van de ene plaats naar de andere te stappen. Er is ook zoveel te zien dat het een zonde zou zijn hier door te hollen en het voelt er zalig aan.
De tempel dateert van de derde eeuw voor Christus waar de Godin Isis werd vereerd, de universele moeder één van de belangrijkste godinnen in het antieke Egypte. Vrouw van Osiris, moeder van Horus. De tempel was één van de laatste plaatsen, tot de vierde eeuw na Christus,
waar men haar nog vereerde. Keizer Théodose was bezorgd om deze verering en besloot de tempel te sluiten. Nadien werd de tempel getransformeerd in een kerk door de Copten. De Philae tempel werd verplaats zo een 100m verder van het eiland Philae naar het eiland d’Agilka wegens meerdere malen te zijn overstroomd. Acht jaar is noodzakelijk geweest om dit werk te verwezenlijken (1972-1980). De Unesco heeft de tempel dan ook met heel veel zorg terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht. En daar ben ik heel blij mee samen met hoogstwaarschijnlijk nog vele anderen.

Via een lang terras wandel ik naar een immense poort. Links de Pharao met al zijn geweld en het doden van gevangenen en rechts. Isis, Horus en Hathor schitterend gesculpteerd. Helaas, is er op verschillende plaatsen te zien hoe Copten beelden van hoofden hebben vernietigd.

Nog voor de ingang van de tempel bewonder ik rechts de Mammisi. Een tempel opgedragen aan de geboorte van Horus, waar je de verschillende fases van een geboorte kan waarnemen.

Wanneer ik verder wandel naar het sanctuarium wordt ik aangetrokken op mijn rechtkant door een zwart gat, een opening in de muur. Via een open vlakte, weg van de mensen stap ik een kleine donkere ruimte in. Ik wordt iets heel krachtig gewaar waarbij ik bijna aan de grond wordt genageld en terzelfde tijd alsof mijn lichaam tegen iets aan het verweren is. Ik kan het vergelijken als die keer dat ik aan skydiven deed en mijn lichaam verplicht een houding moest aannemen of ik werd weg geblazen tegen de wand.
Een tempelwachter komt binnen en ik zie hem rechtsomkeer maken. Ik blijf een eindje in de ruimte staan tot ik gewaar wordt dat ik terug zachtjes in beweging kan. Ik kijk achter mij in de ruimte. Een lege volle ruimte. Vroeger waren zo een gewaarwordingen als speciaal, soms met weerstand, angst omdat ik mezelf er niet kon in verplaatsen, het was te veel. . Vandaag zijn ze vanzelfsprekendheid. Ze zijn er, mogen er zijn, ik kan ze beleven en maken deel uit van mijn weg, van mijn leven. Ik beleef ze en laat ze los.

Aangekomen in het santuarium staat in het midden een grote granieten blok. Ik ga ervoor staan, leg er mijn handen op en blijf zo een eindje staan met mijn ogen dicht. Ik hoor van alles en nog wat bewegen rond me, mensen komen en gaan. Ik blijf…. staan. Rechts van de blok is een reliëf te zien van Isis die de borst heeft aan Horus. Het bijzondere hier is de gestalte van Horus, bijna als jong volwassen. Het hoofd van Isis is door de jaren heen uitgehold door de vele verering.

Wanneer ik in de tempel van Hathor ben sta ik in een portaal, rechts voor mij staat een blanke vrouw te kijken naar de bas-reliëf. Ik zie een Egyptische man die stilletjes achter haar aankomt en haar doet schrikken. “Boeh, ik heb je eindelijk gehad” zegt hij tegen de vrouw. Ik zie dat ze er geen aandacht aan wil geven. Hij komt dichter bij haar en duwt haar in het nauw. Als een kind zie ik hem plots weglopen. Ik stap naar de vrouw toe. “Mevrouw, kent u die man?” “Ja, het is onze gids” “Benaderd hij jullie altijd zo?” “Ja, het is niet de eerste keer.” “Jullie gaan dit toch niet zo laten. Ik hoop dat jullie dit toch zullen melden aan het toeristisch bureau. Want zijn gedrag was ongepast en grens overschrijdend.” De vrouw spreekt in het Frans een andere vrouw aan die er ondertussen bijgekomen is. “Ik ben blij mevrouw dat u als externe het ook heeft opgemerkt.” “Ja, dat was duidelijk”. En zo denken sommigen toeristen dat wanneer je via een toeristen bureau met gids werkt je veilig bent. Helaas. En laten we ook eerlijk zijn. Omgekeerd bestaat ook, blanke vrouwen die letterlijk gaan aankloppen op de deur van de gids met de vraag om een nachtje samen te zijn. En dit gebeurt hier overal. Westbank Luxor, op de cruiseschippen…Jongeren van in de twintig die zich aanbieden…. Cliché, maar een realiteit. Soms zou ik een zwarte niet ziende bril willen op hebben. Pfff.

Voor ik het eiland verlaat ga ik nog eens binnen in de tempel van Isis. En één iets is zeker, Keizer Theodose heeft ooit de verering voor Isis gestopt, wat hij nooit gedacht heeft, is dat niemand haar kracht ooit zal kunnen wegnemen.

Een kapitein brengt mij terug naar het vaste land en na een uurtje sta ik terug voor mijn verblijf. Op de stoep zit een jonge vrouw. We nemen contact met elkander, stellen ons voor, vragen van waar we afkomstig zijn en wat ons in Egypte brengt. Ik deel over mijn pelgrimstocht en Maria Magdalena. Caroline deelt dat ze hier met een groep is ook in verband met Maria Magdalena. Ik deel haar wat Egypte met me doet en mijn behoefte. Een wagen komt voor de deur. Ze komen haar oppikken. “Ga even gaan zoeken op Anaïs Theyskens. Je zal zien. Ze zal je waarschijnlijk wel aanspreken. Een vrouw met beide voeten op de grond.”. “Zal ik doen. Dank je wel”. En ik zie Caroline vertrekken. Right time, right moment. ’s Avonds zoek ik op en ja hoor. Ik voel onmiddellijk een klik. Ik laat alles even zakken en zie wat de nacht me zal brengen.

Klik HIER voor nog meer beelden

Sekhmet

Tempel of Ptah – Karnak

Amandine, zin om mee te gaan naar de Karnak tempel?” vraag ik haar. Ik verneem dat ze zich niet goed voelt en de voorkeur heeft om uit te rusten in een frisse kamer. Buiten is het namelijk een 40 graden Celsius.

Ik begin mijn dagelijks wandeltocht heel vroeg in de morgen om tegen openingsuur aan de deur van de ticketoffice te staan. Op de hoek van de straat en net buiten het landelijk dorp waar ik verblijf staat een taxi chauffeur. “Taxi”, zegt de man. “Afhankelijk van je prijs, als je deze onmiddellijk zal opblazen omdat ik blank ben. Neen, dankjewel.” “Ik moet werken, geld is niet het probleem. Stap maar in”, zegt de man. Zijn gezonde ingesteldheid overtuigd me en ik neem de taxi tot aan de tempel.

De taxi chauffeur begint een gesprek in een gebroken Engels. Wat niet altijd evident is. “Ik heb een tweeling thuis die moet eten krijgen. Ik moet veel werken voor hen. Ze vragen veel energie en ik ben vaak moe wanneer ik bij hen ben. Ze zitten nooit stil en vragen veel van me.” Ik luister naar zijn verhaal. “En jij, je land ?”, vraagt hij me. “Belgica” antwoord ik hem want Belgium kennen ze niet omdat ze dit woord niet begrijpen en vaak weten ze niet dat het bestaat.
“Hoe oud zijn je kinderen. Ik kan me goed voorstellen dat een tweeling in huis veel van je vraagt.” Hij bevestigd mijn delen. “Ze zijn bijna twee jaar. Jij kinderen? ” vervolgt hij. Daarna komt al snel, een man, een vriend. “Ik was 32 en heb ooit een Duitse vrouw gehad van 46 jaar voor drie maand. En jij?” Het is hier blijkbaar als een vanzelfsprekendheid wanneer je een blanke vrouw bent en een langere tijd op eenzelfde plaats verblijft je opzoek bent naar een man. Hmm. “Niet geïnteresseerd”, zeg ik hem en zorg ervoor dat ik hem geen aandacht meer geef door naar buiten te kijken. Een manier van benadering die ik al zo vaak gehoord en gezien heb, hier en in andere landen. En waarom…. om leegtes op te vullen die men in de thuisbasis niet vind. En met thuisbasis bedoel ik de omgeving en je eigen ‘thuis’ de leegte in jezelf. En de leegtes kunnen verschillende gedaantes aannemen, te kort aan geld, te kort aan Liefde en ik gebruik hier het woord Liefde met de grote L. Deze die men vaak onmiddellijk wil opvullen met iets tastbaar en hierdoor de basis, de essentie mist omdat men het buiten zichzelf zoekt. Om dan na drie maand te vertrekken, met misschien, een vol gevoel. En als men dan werkelijk bewust stil sta bij de gewaarwording, eerlijk is men zichzelf. De moeite durft te doen, voorbij de angst, zichzelf in de spiegel te kijken zonder oordelend te zijn naar zichzelf, men dan kan gewaarworden dat het om een illusie gaat. Want het vat zal blijvende lekkages vertonen zolang men het niet durft onder ogen zien. En zo komt men in vicieuze cirkel terecht van ‘hongersnood’ en het blijvend zoeken van voeding buiten zichzelf. Terwijl het zaad in onszelf, die er reeds is, dient te wortelen om die vruchtbare boom te worden. Hoe, door de deur naar je eigen hart te openen en het licht erop te laten schijnen. Zeg ja tegen jezelf op een gezond de manier, zodat jij op je beurt naast iemand kan staan op een gezonde manier. Respecteer jezelf en de anderen zullen je respecteren en je dromen… die zullen gekleurd kunnen blijven.

In alle rust kan ik doorheen de Karnak tempel wandelen. Hier en daar zitten er tempel bewakers en politieagenten, ze hebben gelukkig nog geen oog voor de ‘blanke vrouw’. Na twee uren van de ene zuilenzaal naar de andere. Beslis ik nog even een klein tempel te bezoeken weg van de drukte van de groepen en de roepende gidsen die zich proberen hoorbaar maken.
Net naast de Osiris Kapellen kom ik in de Ptah tempel. Een tempel bewaker volgt me van dichtbij en probeert me ergens heen te brengen. Ik bedank hem vriendelijk en volg mijn eigen weg. De kapel is gebouwd in drie delen. Een midden deel, santuarium, waarin een graniet beeld staat van Ptah zonder hoofd en met een deel van de djed in zijn handen te zien is. Ik wordt aangetrokken tot de linkerzijkapel. Ik laat mijn ogen even wennen aan de ruimte om me er dan te laten onderdompelen door de zalige energie die er is. Blij dat ik nog de energie en de kracht had om mijn intuïtie te volgen en tot hier te stappen.

De Karnak tempel verlatend zie ik een vrouw strompelend en leunend over de schouders van haar dochter en kleinzoon de tempel verlaten. Ik maak me zorgen en geef wat aanwijzingen. “Het gaat dank je wel. Ik kom hier al meerdere jaren”. Ik respecteer haar neen en blijf haar toch wat in het oog houden. Tot ik zie dat het moeilijker gaat. Ik stap naar een verantwoordelijke van het museum en vraag een rolstoel. Hij vraagt me om te tonen wat gebeurt. Ik word kordaat en zeg dat daar geen tijd voor is. Vertrouw me ik weet wat ik doe. De vrouw komt af, de rolstoel laat op zich wachten. Ik vraag het kort bijzijnde toilet. “Daar”, wijst de man naar een toilet binnen in een verkoelde ruimte, “maar je kan niet via hier, je moet via daar”, wat wilde zeggen via de blakende zon en een langere weg. “Sorry, ik heb geen tijd voor die regels. Die vrouw heeft, nu, een toilet en de kortste gezonde weg nodig.” Ze worden gewaar dat mijn delen menens is en laten ons door. Een volgend obstakel ‘centen’. “LA LA” en zo komen we eindelijk bij de toiletten. Het duurt een eindje. Ik wacht. Wanneer de vrouw na twintig minuten uit het toilet komt zie ik terug blozende wangen en een betere energie. “Oef, je ziet er duidelijk beter uit.” We verlaten de wcruimte terwijl ik ze ondersteun. “Waar is je bus” vraag ik haar. “Daar ergens” De vrouw staat nog niet vast op haar benen. “Kom we nemen de korte weg en trekken ons van regels verder niet aan. Ik zall bij je blijven. Terwijl je dochter zal vragen aan de chauffeur om dichter te komen.” We passeren ongezien de politie controle. Terwijl we staan te wachten stellen we ons aan elkander voor en zie ik haar later de bus op stappen. Oef.

Egypte brengt me in een alignment. Het trouw blijven aan mezelf brengt me verder, dieper naar die stabiliteit. In resonantie van tijd en op de juiste plaats.
Ik word gewaar dat het tijd is om mijn levenservaring in te zetten, te gaan durven staan met mijn ervaringen, capaciteiten. En hoewel ik dit deels al doe, toch heb ik het gevoel dat het wat op de achtergrond blijft, beperkt, er iets ontbreekt. Een onzeker gevoel, de beperking van me klein te houden is ergens altijd nog wel sluimerend aanwezig.
Dat wens ik niet meer, ik wil wat in mij is laten stralen voor mezelf en met de anderen.
Hoe, is me nog niet duidelijk. Wel voel ik dat een soort van ‘verfijnen’ noodzakelijk is. Als alle losse papiertjes samen te brengen tot één geheel. En owee, ik kan het zo goed aan anderen zeggen, maar zelf doen…. brrrr.

Ik bel Amandine op terwijl ik een koffie drink op terras. Ik hoor dat het nog niet beter gaat en spreek af met haar dat ik bij haar langs ga vóór ik naar de apotheek, vaste voeding en water voor haar haal.
Na goede zorgen, een doktersbezoek, een portie humor en het Samenzijn zie ik haar beter worden. Gelukkig want een vlucht staat haar op te wachten terug richting Europa.

Ik wandel terug richting mijn verblijf tussen de bananenbomen via de Franciscus kerk en een boeken winkel. Ik vraag advies en vraag een boek rond mystiek, religie van het oude Egypte. Ik krijg er eentje met de titel principes van de universele mystieke religie. Ziet er interessant uit en laat het nog wat bezinken. Boven de boekenwinkel verfris ik mijn innerlijk wezen met een frisse verse citroen munt en stil ik mijn jonger met een konafa. Naast mij, aan een andere tafel komen Nederlandstalige mensen zitten. Ik deel mijn teveel aan konafa en geraak met hen aan de praat.

Één vrouw vraagt me wat me naar Egypte heeft gebracht. Ik vertel in het kort over de signalen van la Sainte-Baume, over de pelgrimstocht van Maria Magdalena in 2020, over de roeping naar Jerusalem via Egypte. “En u mevrouw wat brengt je hier?” De vrouw bevind zich op een tweesprong tussen Nederland en Egypte. “Wat houd je tegen?”, vervoeg ik eraan toe. We wisselen onze nummers uit. En de vrouw schenkt me een klein zilveren hangertje. “Dit is de krachtigste onder de vrouwen. Dit is Sekhmet je kan ze zien in de Karnak tempel” “In de Karnak tempel?!” ” Ja een kleine tempel buiten de grote. De tempel van Ptah” “Oh, daar ben ik geweest vandaag. Ik heb haar niet gezien. Ik was ook aangetrokken tot een krachtige zijkamer links. In de rechterkamer kon ik niet in. Er was een groep met tempelwachter die wat vreemd deed alsof hij me er niet in wou.” “Wel daar staat ze in een granieten beeld” “Dankjewel, je delen raakt me. Niets is toeval”.

Klik HIER VOOR meer beelden

Links Sekhmet

Deir el-Médineh

Hathor tempel – Deir el-Medineh

Ik daal de trap af van het appartement. De vrouw des huizes wacht me op. “Deze avond jij eten met ons in familie!”, deelt ze in gebroken Engels. “Met plezier dank je wel!”, zeg ik haar terwijl ik mijn hand op mijn borst leg met een wat buigende beweging om haar te danken.

Na een dagelijkse wandeling kom ik aan in Deir el Medina waar ik drie graftombes bezoek. In eentje moet ik me heel klein maken om de kleine ruimtes te kunnen betreden, tot bijna op mijn knieën.
Ik betreed er verschillende kamers. Het is goed te zien hoe men eerst offers schenkt om zo de overleden via ieder deur mee te helpen naar het eeuwig leven.

Deir el médina was een dorp waar de vaklieden leefden die in de graftombes van de koningen werkten. Ze werden genoemd
‘Servants in the Place of Truth”. En natuurlijk een koning kan geen koning zijn zonder al zijn servers want, god ziet hem.

Deir el-Medineh ontstond rond 1500 vóór J.-C. waarvan hun activiteit duurde tot zowat 500 jaar. Metsers, graveerders, schilders werkten er in alle verborgenheid aan de realisatie van de koninklijke dodenstad. Ze werkten er negen dagen voor één dag rust. Maar omdat ze wisten waar de ingang van iedere graftombe zich situeerde mochten ze geen enkel contact hebben met de andere kant van de Nijl, de wereld van de levende.

Van hieruit wandel ik verder naar the Valley of the Nobels. De man, de wachter van de laatste tombe loopt met me mee om de grote metalen poort van de Hathor tempel te openen. “Wacht”, zegt hij en maakt teken dat hij het licht wenst aan te zetten zodat ik beter kan waarnemen. “hmmm, neen alstublieft. Het is ok zoals het is. Ik hou liever van het natuurlijk licht.”. Ze kijken me bizar aan en ik zie dat ze het niet echt begrijpen waarom ik liever voor natuurlijk licht kies en toon hem hierbij twee beelden waarbij zij het zelf kunnen waarnemen.

Deze tempel werd in de eeuw na Christus bekeerd tot een monasterium of Saint Isidorus the Martyr. Vanwaar de naam in het Egyptisch Arabisch ‘Deir el-Médina wat letterlijk betekent’ Monasterium van de stad’.

De Hathor tempel weet me onmiddellijk te raken op een zachte manier. Vreugde is voelbaar in gans mijn lijf. Niet een vreugde die even er is en volatile is zoals ik vroeger kon hebben bij het zien van een zonsondergang of het zien van iets nieuws en waarbij je dan zo snel mogelijk dit wenst te delen met anderen. Wel een vreugde die ieder kleinste hoekje van mijn lijf laat ontwaken en vibreert door gans mijn lijf om zich dan te installeren in een zachte bedding.
Met volle aandacht bekijk ik ieder detail terwijl twee wachters buiten zitten te praten. Ik wordt zo opgeslorpt door de taferelen dat ik me bijna levend het tafereel kan inbeelden. Wat een zalige zachte kracht is hier aanwezig.

Onder de blakende zon wandel ik verder naar de Vallei van de Nobles waar ik nog verschillende tombes ga bekijken. Ik wordt aangevallen door piepkleine vliegjes die het leuk vinden om pijnlijke prikken te geven en al heel snel jeukende ontstekingen achter te laten op de huid. Later op de dag verneem ik dat deze mini vliegjes aanwezig zijn wegens het afmaaien van het graan.

Wanneer ik thuis kom loopt een meisje me achterna. Ik begrijp eruit dat ze me komt halen om samen naar de familie te gaan. “mag ik tien minuten”, terwijl ik met mijn hand, alsof ik een sproeier vast neem, om nadien met open hand een cirkel voor mijn aanzicht maak met ogen gesloten. Als teken dat ik me wens te wassen.

Tien minuten later sta ik beneden en wandel ik met Fatma naar de ouders van Ahmed. Op het einde van een zandweg staan vijf koeien aan een koord vastgebonden. Twee mannen en een bejaarde vrouw zitten op een stenen zitbank tegen de gevel van een aarden huis. Kinderen komen naar me toe en één voor één wordt ik aan de familie voorgesteld. De grootmoeder en haar twee zonen maken me teken dat ik tussen hen mag zitten.
Een man in lange joggings broek komt gebukt uit de velden aangewandeld met een groot pak Luzerne op zijn schouder en legt het neer in een kleine ruimte. Wanneer hij zich omdraait zie ik dat het mijn huisbaas is in een lange onderbroek. Hij wast zijn handen, verfrist zijn gezicht en trekt zijn galabia, een lang hemd tot op zijn voeten, over zijn hoofd. Hij stelt me verder voor aan alle aanwezigen en neemt me mee naar binnen door een donkere gang kom ik in een grote ruimte terecht. Hun woonkamer. In de ruimte staan twee houten banken en ligt er om de grond een groot tapijt met daarop een grote open gesneden plastieken geweven zak. Zo eentje waar men graan in bewaard. Ik krijg een glas frisdrank in een plastieken glas. Een grote metalen schaal van wel bijna twee meter diameter wordt door jonge vrouwen in de ruimte binnen gedragen en neergezet op het tapijt. Ik wordt uitgenodigd plaats te nemen.
Met mijn stramme heupen probeer ik een comfortabele houding aan te nemen. Ik schuif een hard kussen onder mijn poep zodat ik mijn benen zijdelings langs mijn zitvlak kan brengen.
Op de grote schotel staan verschillende gerechten. Aardappelen in tomaten staan nog te pruttelen in het stenen kommetje. Ik krijg een stuk brood in de hand en vóór mij wordt een stuk gegrilde kip gelegd. Ik laat hen beginnen en zeg “Bismillah” voor ikzelf begin aan de maaltijd.
Een meisje van zeven geeft eten aan haar kleine zusje. De grootvader zit ergens in een uithoek met zijn kleinzoon Adam. Die hebben reeds gegeten. Een gewoonte in de Arabische cultuur, de oudste man in huis begint altijd vóór de anderen.
De vrouwen zitten sappig te eten en ik geniet van deze samenhorigheid en gedeelde maaltijd. Ik tel even…. met negentien zitten we in de ruimte eten.
Na de maaltijd verdwijnt alles in een snelheid van de grond. Verdwijnt bijna de helft van de aanwezigen uit de woonkamer. De grootvader maakt teken… met zijn grote handen en gestrekte vingers klopt hij op de zitbank en vraagt me om naast hem te zitten. Hij geeft me verse dadels in de hand. Amai, hmmm, wat zijn die succulent.
Wanneer ik zie dat ieder zijn gangetje ga stap ik naar buiten en zet me nog even op de bank. Ik geniet van de eenvoud die er is, van het zien, het gewaarworden, het samenZijn.
Plots komt Ahmed me halen en brengt hij me terug naar het huis.

Voor het slapengaan zet ik me nog even op het balcon en zoek op wie Hathor is.
Ik wordt afgeleid door de rust, de stilte, de sterren. En val in slaap op de slaapbank onder de sterrenhemel.

Hier wat meer beelden

Deir el-Medineh

Hathor tempel

En Valley of the Nobles

Tomb of Nahkt – Valley of the Nobles