Elf

img_20181209_1607453676104375197276.jpg

Donderdag. Tijd. Vast gezette tijd die zoveel levens bepalen. Ik ben nu reeds een paar dagen terug in Gent.
Ook hier probeer ik verder in het Nu te staan midden de agenda’s, verwachtingen en vragen. Meerdere uitnodigingen kwamen naar me toe voor overnachting. Uiteindelijk kwam ik voor een paar dagen terecht in een warm nest bij Rosane en Hubert midden de stad. Aan de andere mensen hartelijk dank voor jullie uitnodiging.

Een coaching ‘Grenzen trekken met de deuren open’ wordt me vrij aangeboden. Zonder twijfel ga ik erop in.
Een vraag in verband met een woning kwam tijdens mijn pelgrimstocht naar me toe, in resonantie van tijd. Reeds twee dagen mag ik hier al onderdak in vinden en is dit voor de komende winter mijn nieuwe woonst.
Een pastorij woning… een droom wordt realiteit… en niet zomaar één. Ter hoogte van mijn slaapkamer staat een groot beeld van ‘Jacobus’.
Wanneer ik voor de deur sta valt het huisnummer me op. 11. Mijn aankomst datum in de Mont Saint Michel was een 11….

 

Een bezoek aan mijn stapelplaats, waar al mijn spullen gestockeerd staan, een scherpe geur komt me tegemoet. Kleine zwarte korreltjes liggen overal in het rond. Een muis. Oeps. Werk aan de winkel. Doos per doos wordt nagekeken.
Overal zijn sporen zichtbaar.
Van kleine urine vlekjes tot uitgebeten stukjes papier in mijn boeken. Zelfs de buizerd vinden ze goede leesvoer. Plots zie ik een muis piepstil en traag een deken opkruipen. Een zak vol schoendozen. Eén voor één doe ik ze open. In één van mijn schoenen liggen witte stukjes roze en wit papier.
Ik schud aan een schoen en sta plots verwonderd te kijken naar twee bewegende roze langwerpige worstjes. Twee boorlingen.
In een andere doos zie ik een lang donkergrijs iets… het trilt. De start van moeder muis. Ik probeer haar terug te brengen tot bij haar kleintjes, tevergeefs. Ze rent de lange gang weg, weg is ze. Ik laat de schoendoos met de boorlingen in de gang staan in de hoop ze hen vind.

Ik breng de eerste verhuisdozen naar huis en pak uit. Mijn matras ligt voorlopig nog op de grond. Een klein altaartje krijgt zijn plaats. De eerste boeken voor de pelgrims bib.

In de namiddag komen plots de muren op me af. Ik open alle gordijnen en ramen.
Een intense gewaarwording, druk is voelbaar op mijn bovenlijf. De vloeiende beweging in de ademhaling is niet meer. Mijn longen en buik staan niet meer in verbinding. Mijn keel, alsof iemand krachtig tegen mijn strot duwt.
Ik zet alle deuren open. Licht en ruimte creëeren.
“Hey Jasmine, en wat met je beweging”, zegt mijn innerlijke stem.
Ik verlaat de woonst en ga wandelen. Ik geef aandacht aan mijn ademhaling waardoor ik al snel voel dat mijn energie zich kan verspreiden en dalen en ik terug mijn eigen ruimte vind. Mijn lichaam voel, uit mijn denken daar waar mijn onrust zat. Ruimte, beweging, ik ontspan.

 

 

Poggio Bustone

En op en neer, en op en neer… De ene afdaling en stijging na de andere doorheen een groen dichtbegroeide natuur. Mijn ontmoetingen… een paar honden… Zelf eentje als zijn baasje niet terug was gevonden… waren we waarschijnlijk nu samen. Aan een bar zie ik een hond lopen. Ze komt naar me toe, totaal niet vreemd en weet heel goed de tekens te begrijpen. Op een bepaald moment glipt ze de bar binnen, ik doe alsof ik het niet gezien heb. Onweer, donderslag buiten. Ze heeft schrik. Ik zet me bij haar op de grond… wat schuchter… Na een tijd komt ze bij me. Ze duwt met haar kopje tegen mijn hand, ze vraagt om gestreeld te worden.

Een half uur later mag ze terug naar huis. Wat een lieverd. Na het onweer wandel ik verder richting Poggio Bustone, het convento. Waar Franciscus heeft geleefd. Een behoorlijk pittige en zalige dag om het laatste stuk te wandelen van de via ‘Con I Ali Ai Piedi’. Als ik even achteruit kijk was het geen eenvoudige weg. Een weg waar volharding, kracht, geduld nodig was. Hoe dichter naar Poggio Bustone hoe meer signalisatie er te zien was. Van het ruwe Gargano naar het zachte Lazio. Een weg waar toch enige ervaring noodzakelijk is.

Uit het bos zie ik in de hoogte het dorp en nog wat verderop naar rechts het Convento. De laatste stevige klim van de dag.

Aangekomen… stap ik de kerk binnen… Een kerk die de naam draagt van de Heilige Jacobus. Franciscus en Jacobus samen. In de kerk is een jongeren groep aanwezig… Ik zet me bij… Plots zonder enige aanwijzing begin ik te wenen… Een rust komt over mijn lichaam… Telkens wanneer ik dit heb op deze tocht is het alsof er telkens iets in mij een stap vooruit maakt en ik duidelijke antwoorden krijg. Alsof ik telkens een mantel aflaat en naakter maar rijker wordt. Een bijzondere plaats… Na de mis bezoek ik het sanctuary en vroeger klooster. Het is hier even vredig en met dezelfde energie als in de Abbazia di San Magno. Trappen naar beneden, kom ik in de ruimte waar Franciscus samen met zijn broeders heeft gebeden. Wat verder een kapel gewijd aan aertsengel Michael.

Voor het slapen gaan geniet ik van de rust en stilte in de natuur. Het is er zo stil dat je aan de andere kant de wilde dieren hoor roepen in het bos. Een halve maan is al van de partij… het wordt vroeg donker… Ik voel mijn lijf zwaar worden.. Tijd om te gaan slapen.

Media

Met wat aanpassingen in de tekst. Dat de Gentse in Gent woont en niet in Heusden. Laten we zeggen dat toeval niet toevallig was en is 😉 . Dat ik geen fotografe ben, wel vrijwillig in de Jacobusgent Cultuurkerk. Ik schreef het boek omdat het zo in me opkwam en de rest vloeide er zo uit 🙂 . Allé, kzin nie moeilijk ze, maar just is just 😀 . Dankjewel aan Steven voor de foto (een beeld genomen tijdens de Gentse feesten in een gehuurd pak. Hoewel dat ik me heel goed voelde in die pij) Aan Rudy voor het interview. Dank om dit project in de kijker te plaatsen.

20170731-NB-016-GE-002-REG_20170730213628 kopie

Boekvoorstelling

Op 29 april 2017 was er de boekvoorstelling van ‘ Als de buizerd me de weg wijst’. Het eerste boek over een pelgrimstocht in België. Een weg verbonden met de wegen naar Compostela. Meer dan 1000km in verbondenheid met de natuur en de mens.

29 april 2017-16-45-XT012693-2

Copyright Franky

Het was een spetterende start van het boek.

Hieronder kan je een beeldverslag zien genomen door Franky.

Ik wens dan ook nog mijn dank betuigen aan allen die aanwezig waren tijdens op boekvoorstelling in levende lijve en gedachten. Aan Jacobus Gent – Cultuurkerk voor de schitterende locatie. Sophie Cocquyt voor de intro. Brandhout voor de vreugdevolle noten en ambiance. Claudine Verspecht om een ‘Hart voor ALS’ voor te stellen. Jacqueline voor het voorlezen. Wagenschot voor de heerlijke soep. Rita Lernout voor de hulp. Franky voor de prachtige beelden van het evenement. Alle Angels die er geweest zijn, zijn en nog zullen komen. Het was een groot succes. Hartelijk Jasmine waren met veel En het eerste boek werd officieel overhandigd aan mijn metekind Liudmila Debels.

Waar gaat de opbrengst naartoe (per boek)

groenhove

Waarvoor zal de crowdfunding gebruikt worden

Het is vandaag niet eenvoudig om een boek te publiceren. Om dit project te verwezenlijken hebben we een kostprijs van € 7171,7 nodig.

De inzameling zal me helpen het boek te verwezenlijken, de kosten van de drukker en de promotie te betalen.

Waar gaat de opbrengst naartoe

Per boek:

– € 10 per boek gaat naar ‘een Hart voor ALS fonds’
– € 4 naar vzw Jacobus
– € 1 naar Vipassana centrum
– €5 om het boek te laten drukken

Wat is ALS

Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS) is een aandoening van de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg en de hersenstam. Wanneer motorische neuronen afsterven ten gevolge van ALS
verliezen de hersenen het vermogen om de spierbewegingen aan te sturen. Dit leidt tot progressieve krachtvermindering in de ledematen, sliklast, spraakstoornissen en ademhalingsproblemen. De ziekte is meestal snel progressief en fataal. ALS patiënten overlijden meestal ten gevolge van ademhalingsinsufficiëntie. De gemiddelde ziekteduur is ongeveer drie tot vijf jaar. In sommige landen noemt men ALS ook wel MND: motor (beweging) neuron (zenuwcellen) disease (ziekte). In Amerika is de aandoening ook als de “Lou Gehrig disease” gekend, naar de legendarische baseballspeler die in 1941aan deze ziekte bezweek.

magda

Wat is ‘Het Hart voor ALS fonds’

Alain Verspecht richtte samen met zijn vrouw Katrien Asselbergh in 2012 de vzw Een hart voor ALS® op. De missie is duidelijk van bij aanvang: het werven van fondsen ter ondersteuning & bevordering van wetenschappelijk onderzoek naar Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS).
Om de verzamelde fondsen optimaal in te zetten voor wetenschappelijk onderzoek, werd begin 2013 besloten een fonds op te richten in de schoot van de KU Leuven en het Leuvens Universiteitsfonds (LUF).
Het fonds – dat dezelfde naam draagt als de vzw – werd opgericht samen met o.a. prof. dr. Wim Robberecht, vice-rector en diensthoofd neurologie aan de KU Leuven. Wim Robberecht is een wereldwijd gerenommeerd en gerespecteerd neuroloog met een uitgebreide staat van dienst op het vlak van wetenschappelijk onderzoek naar ALS.

Het is belangrijk voor alle ALS patiënten van vandaag en deze van morgen dat het wetenschappelijk onderzoek naar deze tot nog toe ongeneeslijke ziekte mag blijven bestaan. Daarom is sensibiliseren noodzakelijk. Het bestaan van deze genadeloze ziekte is in een tijd van welvaart en voorspoed eigenlijk bijna onvoorstelbaar. En toch…

Wie is de vzw Jacobus

wpid-20150725_121840_1_20150726200717693.jpg

De Sint-Jacobskerk in Gent is een unieke kerk. Ze is centraal gelegen – dichtbij de Vrijdagsmarkt en de wekelijkse rommelmarkt – in het kloppend hart van de Gentse Feesten. Een 10 eeuwen oude ontmoetingsplek voor zowel buurtbewoners als internationale passanten op bedevaartroute naar Santiago de Compostella.

Afgelopen tijd was de kerk enkel toegankelijk voor de pastorale activiteiten. De toegankelijkheid voor niet liturgisch gebonden bezoekers was dus zeer beperkt. Dankzij dynamische buurtbewoners kwam een nieuw initiatief voor de dag: een cultuurkerk met aandacht voor multidisciplinaire activiteiten in een socio-culturele context.
Dankzij dit initiatief kan de kerk terug een ontmoetingsplaats worden, met accent op kunst en cultuur. De overheersende mystiek en religiositeit van de ruimte blijven hierin steeds aanwezig.

De kerk wil (opnieuw) een plek worden waar mensen zich spontaan verenigen. Het religieuze, sacrale wordt aangevuld met het culturele, verbindende. Een open ontmoetingsplek voor buren, stadsgenoten, toeristen en pelgrims.

Het gebouw biedt de perfecte mogelijkheid voor een brede waaier aan multidisciplinaire activiteiten: niet-versterkte hedendaagse muziek, klassieke muziek met een hoek af, film- en video-projecties met live muzikale begeleiding, tentoonstellingen, lezingen en boekvoorstellingen.

Wat is Vipassana

Vipassana, wat betekent de dingen zien zoals ze echt zijn, is één van India’s oudste meditatietechnieken. Het werd meer dan 2500 jaar geleden in India onderwezen als een remedie tegen universele problemen. Het is in feite de kunst van het leven.

Deze Vipassana meditatietechniek wordt onderwezen in een tiendaagse residentiële cursus. Tijdens deze cursus leren de studenten de basis van deze techniek en oefenen ze voldoende om daadwerkelijke resultaten te behalen.
wp-image-1561371684jpg.jpgVolgens de traditie van Vipassana in zijn zuivere vorm worden cursussen (logement, eten…) uitsluitend gefinancierd door vrijwillige bijdragen. Donaties worden alleen geaccepteerd van oud-studenten, dit wil zeggen van diegenen die een cursus met een assistent leraren van S.N. Goenka hebben voltooid. Zo wordt de financiering van de cursussen enkel gedragen door hen die zelf het nut van deze meditatie hebben ondervonden en met de wens om anderen te helpen. Vanuit deze wens, kan men dan naar draagkracht een donatie geven. Binnen deze tradities is dit de enige financieringsbron voor cursussen over de hele wereld. Er is geen rijke stichting of individu die de cursussen sponsort. Noch de leraren, noch de organisatoren ontvangen enige vorm van betaling voor hun werk. Op deze manier verspreidt Vipassana zich met een zuivere doelstelling, zonder ook maar een spoor van commercieel belang.
In België worden de cursussen gegeven in het Vipassana Meditatie Centrum – Dhamma Pajjota in Dilsen-Stokkem en op verschillende locaties wereldwijd.

Als student voelde ik me na zoveel jaren eindelijk thuiskomen in mijn eigen lichaam, geest en ziel. Het waarom en waarvoor ik leef kreeg een bevestiging toen ik het woord ‘Dhamma’ hoorde. Dhamma betekent dat je al het goede dat je verworven hebt met anderen deelt. Met deze zuivere intentie help ik dan ook graag verder aan de opbouw en het bestaan van deze cursussen.

Dankbaarheid/Reconnaissance

wp-image-1681052830jpg.jpg

Le soleil levant brille dans la salle du petit déjeuner. Une nappe blanche, une table dressée. Des conversations ayant comme sujet la croyance et le pardon. Nous pouvons chacune nous y trouver.

Neuf heures trente, je quitte le monastère des Bénédictines par le RAVel et je me dirige vers Tongres (Tongeren).

Les jardins naturels ouverts et spontanés font place à des parcelles de terrain délimités et aménagés. Les pierres rudes et irrégulières typiques des façades Ardennaises ont disparues, les briques rouges sont partout. Les bâtiments, un mélange de styles.

Je marche d’un village à l’autre. En ville les gens me regardent, les plumes attachées aux bâtons de marche, les intriguent. Parfois j’ai l’impression d’être E.T. dans mon propre pays. Dans une zone industrielle je passe une fabrique de chocolat. L’eau me vient à la bouche et je me demande s’il n’y aurait pas un magasin d’usine… hmm, hmm, non.

Le long du chemin je trouve le crâne d’un faucon. Il disparait dans mon sac pour y rejoindre mes autres trouvailles.

À l’entrée d’un village, un magasin. Oh, le magasin de chocolat donc j’avais rêvé tout à l’heure. Il fait trop chaud dehors, je recherche la fraicheur du magasin. Délicieux chocolat à s’en lécher les doigts. Une pause.

La compagnie de bus change de ’TEC’ en ‘De Lijn’. La frontière est visible, le panneau communal  indique ‘Limburg’ (Limbourg). Je quitte la Wallonie.

Wallonie, Flandres peu importe. Sous mes pieds le même sol. Celui de la Belgique. Je regarde mon gps est suis surprise de voir que Tongres est si prêt. Que cela a été vite. Je repense au chemin et suis émotionnée, tous ces gens ouverts, sympathiques et accueillants que j’ai rencontré en cours de route. Les nombreuses portes qui se sont ouvertes. L’aide que j’ai pu recevoir. Les moments de plaisir, d’émotions, de partages intenses. La non-évidence à laisser rentrer une étrangère dans sa maison. Car c’est ce que nous étions l’un pour l’autre.

Bien que, l’étions-nous vraiment?

Les derniers kilomètres sont durs à porter. Une dernière ligne droite qui monte vers le marché de Tongres. Une porte que je reconnais, celle des ‘Grauwzusters’.

Et la buse….elle est tangiblement présente.

GPX Bestand Luik – Hozémont

GPX Bestand Hozémont – Ligney

Dankbaarheid

De ochtendzon schijnt in de ontbijtruimte. Een wit tafellaken, een gedekte tafel. Gesprekken over geloof en vergeven. We kunnen elkaar vinden. Halftien, ik verlaat het benedictijnenklooster via de RAVeL richting Tongeren. De open, natuurlijke tuinen hebben plaatst gemaakt voor afgebakende, aangelegde tuinen. De typische onregelmatige, ruwe gevelstenen van de Ardennen zijn verdwenen, rode baksteen is alom aanwezig. De gebouwen, een mengeling van stijlen. Ik wandel van het ene dorp naar het andere. In de stad kijken mensen mij aan, de veren op mijn wandelstokken trekken hun aandacht. Ik heb soms het idee E.T. in eigen land te zijn. Langs een industriezone, een chocoladefabriek. Het water komt me in de mond en ik denk bij mezelf: ‘Zou hier geen fabriekswinkel zijn?’ Hmm, neen.

Langs de weg vind ik een schedel van een valkje. Het gaat bij mijn andere vondsten in de rugzak. Bij het binnenstappen van een dorp, een winkel. Oh, de chocoladewinkel waarop ik daarnet hoopte. Het is me even te warm buiten en ik zoek de koelte van de winkel op. Overheerlijke chocolade, om de vingers van af te likken. Een pauze. De busmaatschappij verandert van ‘TEC’ in ‘De Lijn’. De grens is zichtbaar, een bord ‘Limburg’. Ik verlaat Wallonië.

Wallonië, Vlaanderen, wat doet het er toe? Onder mijn voeten dezelfde grond. België. Ik bekijk mijn gps en ben verbaasd dat Tongeren al zo dicht bij is. Amai, dat is snel gegaan. Ik denk terug aan de weg en raak ontroerd door de vele open, vriendelijke, uitnodigende mensen die ik heb ontmoet op deze weg. De vele deuren die zich voor mij hebben geopend. De hulp die ik heb mogen ontvangen. De momenten van lachende, ontroerende mensen. Intens delen met elkaar. De niet zo vanzelfsprekendheid om een vreemde in huis te nemen. Want dat waren we voor elkaar. Alhoewel, waren we dat echt? De laatste kilometers wegen zwaar. Een laatste rechte lijn naar boven richting de markt van Tongeren. Een gekende deur, bij ‘De Grauwzusters’.

En de buizerd… die is voelbaar aanwezig.

 

Een aanrijding -Une collision

wp-image-243901069jpg.jpg

Le chemin descend entre le château et l’église Saint-Jacques de Harzé. Sur un appui de fenêtre un paquet dans une enveloppe en plastique. Un livre. ‘Je suis un livre aban – Donné… Attrapez-moi, lisez-moi et relâchez-moi dans la nature….et rejoignez-nous sur le groupe Facebook ‘Classeurs de livre’’. Un livre de Stephen King, Le Fléau 2. Quelle bonne idée. Je remets le livre sur l’appui de fenêtre.

Par le sentier de la GR je rejoins la nature et le calme. Le feuillage s’épaissie. Les fleurs jaunes du millepertuis poussent au bord de la route. Une moto me dépasse. Un nuage de poussière. Je me retourne juste à temps. Un peu plus loin un quad après l’autre. Un boucan infernal. La boue éclabousse aux alentours. Comme dans un rêve où on se retrouve au milieu d’un champ avec le danger qui vient de tous les côtés, et où fuir est impossible. Je me sens un peu comme cela. Le long d’un sentier étroit et à hauteur d’un tournant, il y en a trois qui viennent dans ma direction. Le premier ralenti. “Bonjour monsieur, que se passe-t-il, je ne comprends pas?” “C’est pour la bonne cause, pour le cancer. Vous connaissez?”, me dit-il en souriant. Un sourire que je trouve sarcastique. “Cela m’échappe monsieur, et la nature et la sécurité des promeneurs? Vous êtes le premier à ralentir, le reste fonce droit devant.” Il fait signe de la main, rit et continue sa route. Je me colle à la berge du chemin. Je n’arrive pas à mettre mes pieds en sécurité. Le quad suivant démarre plein gaz sur la pente raide du chemin étroit. Quelques secondes. L’impression que soudain le temps n’existe plus. Je pousse un cri. Je jette mes bâtons de marche contre le véhicule en espérant que le chauffeur va m’entendre. Le quatre-roues s’arrête. “Dégagez madame”, me crie-il. “Bhein j’aimerais bien, mais comment faire, votre roue est sur mon pied.” Je sens un étirement et une torsion dans mon pied et ma jambe. Il jure, descend et pousse, avec violence et force, son engin en arrière. J’ai juste le temps de prendre une image de mon pied sous sa roue. L’homme continue sa route. Sa plaque d’immatriculation. Je ressens de la colère dans tout mon corps. Impuissance.

Je cherche le sens, la symbolique, ce qui se cache derrière, ce qui est/était présent en moi, pourquoi ceci m’arrive. Très vite une réponse vient.

Contacter les services d’urgence n’est pas évident. Il n’y a pas de bureau de police en ville. Un policier, present sur un événement, m’emmène au poste de secours. Finalement je m’en tire avec un peu de peur et une torsion qui me fait légèrement mal. Contente de la réponse reçue au sujet de l’incident.

Je continue de marcher jusqu’au coucher du soleil. Trouver un endroit où dormir est difficile.

Au moment où je pense abandonner, j’essaie encore une porte. Un doux regard ouvert, un sourire. ‘Yes’, pensais-je en moi-même. Ceci est bon et juste. Mon intuition est bonne. Chez Karine et Luc. Comme à beaucoup d’endroits, l’accueil est chaleureux. La chambre est une découverte, elle est remplie de jouets d’antan. Un berceau rouge âgée de plus de cinquante ans se tient dans le coin de la chambre. Le berceau de Luk quand il était petit. Je me mets sur le lit et la détente s’installe dans tout mon corps. Ouf la tension de la journée peut s’évacuer.

GPX Bestand Chevron – bois Renard

Een aanrijding

De weg daalt af tussen het kasteel en de Sint-Jacobskerk van Harzé. Op een vensterbank een pakje in een plastieken omslag. Een boek. ‘Je suis un livre aban – Donné… Attrapez-moi, lisez-moi et relâchez-moi dans la nature… et rejoignez-nous sur groupe Facebook ‘Classeurs des livres “. Een boek van Stephen King, Le Fléau 2. Wat een fijn idee. Ik plaats het terug op de vensterbank.

Via een GR-pad stap ik de natuur en de rust in. Het bladerdek wordt dikker. De gele bloemen van de millepertuis in de berm. Een motor komt me voorbij gereden. Een stofwolk. Ik draai me net op tijd om. Wat later de ene quad na de andere. Een hels lawaai. Modder spat in het rond. Net een droom, waar je ergens middenin een veld staat en er van alle richtingen gevaar op je afkomt en vluchten onmogelijk is. Zo voel ik me. Op een smal pad en net aan een bocht, komen er drie op me afgereden. De eerste vertraagt. “Bonjour monsieur, que se passe-t-il, je ne comprends pas?” “C’est pour une bonne cause, pour le cancer. Vous connaissez?”, hoor ik met een glimlach. Een glimlach die ik sarcastisch interpreteer. “Cela m’échappe monsieur, et la nature et la sécurité des promeneurs? Vous êtes le premier à ralentir, le reste fonce droit devant.” Hij steekt zijn hand op, lacht en rijdt verder. Ik kleef me tegen de wand van de weg. Mijn voeten kan ik niet in veiligheid brengen. De quad na hem start met volle gas op de stijgende smalle weg. Een paar seconden. Het idee dat plots de tijd niet meer bestaat. Ik laat een kreet. Mijn wandelstok zwier ik tegen de quad in de hoop dat de chauffeur me zal horen. De vierwieler komt tot stilstand. “Dégagez madame”, brult de man. “Bhein, j’aimerais bien, mais comment faire, votre roue est sur mon pied.” Ik voel een rekking en torsie in voet en been. Hij vloekt, stapt af en duwt met volle geweld zijn toestel achteruit. Ik heb nog net de tijd een beeld te nemen van mijn voet onder zijn wiel. De man rijdt verder. Zijn nummerplaat. Boosheid is voelbaar in mijn hele lijf. Onmacht! Ik zoek de betekenis, de symboliek, wat hier achter schuilt, wat er bij me aanwezig is/was, waarom het me overkomt. Al heel snel komt er een antwoord.

Het zoeken naar hulpdiensten is hier niet evident. Een politiebureau is in de stad niet aanwezig. Een agent, aanwezig op een evenement, neemt me mee naar ‘le poste de secours’. Uiteindelijk kom ik er enkel met de schrik van af, een torsie en lichte pijn. En blijheid voor het antwoord op de gebeurtenis. Tot zonsondergang wandel ik verder. Het vinden van een slaapplaats gaat moeizaam. Op het moment dat ik het bijna opgeef, probeer ik nog één deur. Een zachte open blik, een glimlach. ‘Yes’, zeg ik in mezelf. Dit voelt goed en zit juist. Mijn voelen klopt. Bij Karine en Luc. Zoals op vele plaatsen volgt een hartelijk ontvangst. De kamer is een ware ontdekking van speelgoed uit de tijd van toen. Een rode wieg van meer dan vijftig jaar oud vult een hoek van de kamer. De wieg van Luk toen hij klein was. Ik leg me op bed, ontspanning installeert zich over mijn hele lichaam. Oef, de spanning van de dag mag wegvloeien.

Vipassana

wp-image-1561371684jpg.jpg

 

Hier sta ik dan, in de tuin waar ik vorig jaar met volle overtuiging in wandelde. Het Vipassana meditatiecentrum. Het is half vijf, een open hemel. De sterren schitteren aan de hemel. Een vallende ster. Stilte. Een aangename temperatuur. Een eerste meditatie wacht. Met ongeveer 140 mensen zijn we voor tien dagen de ‘Nobele Stilte’ ingestapt. De stilte van lichaam, geest en woord. Niets om te schrijven, geen telefoon, geen internet. Niets van materie waar je een houvast aan hebt. Tien dagen niets anders dan mediteren.

De eerste dag leer ik de meditatietechniek ‘Anapana’. Focussen is de boodschap. Nog negen dagen te gaan. Mijn gedachten reizen van her naar der. Vragen komen bij me op. De leraar. Het lukt me niet om bij de leraar te geraken omwille van eigen twijfel en de beurtlijst. Angst is voelbaar. Er is nog meer, maar wat? Wandelend in de natuur wordt het me duidelijk. De vragen zijn ontstaan vanuit een oud patroon. Als kleuter had ik het idee dat mijn stil zijn me onzichtbaar maakte, omdat ik het gevoel had niet gezien te worden. Transformatie. Opluchting. De angst voel ik zo verdwijnen. Ik ontvang de antwoorden op mijn vragen. Vertrouwen, Jasmine, gewoon vertrouwen in jezelf. Een fijn gevoel fladdert door mijn lichaam. Vreugde. De behoefte om het te delen is groot. Het eurekagevoel, je weet wel, zo een gevoel waar je een gat van in de lucht zou springen. Het kan niet, ‘Nobele Stilte’. Dankzij de stilte word ik me bewust dat de vreugde niet noodzakelijk naar buiten hoeft gebracht te worden in woorden, ook al is de wens om het te delen groot. De wens gehoord, gezien, begrepen te worden, erbij te willen horen… terug een oud patroon. Door de vreugde tijd en ruimte te geven om mijn lichaam te voeden, ze te laten groeien, zonder er zelf een richting aan te willen geven, geef ik mezelf het geschenk om het leven door mijn hele lichaam te mogen voelen zinderen. De vreugde wordt intenser, warmer. Ik voel de energie van de vreugde stralen, zowel binnenin als naar buiten en deze vorm voelt veel krachtiger, voller… juist. Ik blijf hierdoor bij mezelf en in verbinding. Gewoon stralen! Liefde, Leven is voelbaar. Het is alsof mijn hersenen vanuit een souplesse reageren, de ene wijsheid na de andere.

Het woord ‘meditatie’ en het ervaringsgevoel – of laat ik het gewaarwording noemen – komen aan de oppervlakte. Een gewaarwording die ik moeilijk in woorden kan omschrijven, omdat ik er meer en meer van overtuigd ben dat geen enkel verstandelijk begrip deze gewaarwording kan uitleggen. De momenten dat ik wel een poging deed, zag ik dat mensen me niet konden begrijpen. Dan kreeg ik te horen dat het niet ok was. Mensen die niet wisten hoe ermee om te gaan uit onwetendheid, uit eigen angst, die me waarschuwden voor psychosen, hallucinaties om het maar uit te drukken in maatschappelijk verstaanbare taal. Ik begon te twijfelen aan mezelf, vertrouwde mezelf niet meer. Ik geloofde de grote mensen, hoewel ik vaak voelde dat het niet juist was. Wie was ik als kleine ukkepuk om de volwassenen tegen te spreken en niet te geloven. Het werd me ook duidelijk gemaakt. Er installeerde zich angst. Angst voor mijn eigen gewaarwordingen. Daardoor voelden de gewaarwordingen intenser aan, de beelden werden in omvang groter, dit uitte zich in nachtelijke dromen, ’nachtmerries’ volgens het woordenboek. Ik bleef draaien in een gevoelsmatige wereld waarin ik geen antwoorden kreeg, volgzaam naar de grotere mensen, blindelings vertrouwen. De angst werd alsmaar groter en mijn lichaam voelde alsmaar kleiner. Ik groeide op naar een volwassen vrouw en werd me er bewust van dat ik een groot deel van mijn leven op deze wereld stond alsof mijn hoofd en lichaam gesplitst waren. Terwijl diep vanbinnen het vlammetje aanwezig is gebleven en ik wist dat mijn gewaarwordingen ok waren en nog altijd zijn. Blijkbaar was afscherming noodzakelijk.

Diep binnenin was liefde, is liefde, is Leven. Het Leven waar ik naar op zoek ben geweest als klein kind. Ik kroop in de kast en zocht de warmte op van de schouwpijp. Mijn vingers in de oren om mijn aandacht naar binnen te keren. Luisterend naar mijn adem, voelde ik mijn lichaam. Diep vanbinnen was de enige plaats waar ik me thuis voelde, waar Leven voelbaar was en is. Bij de aanvang van de meditatie, de uitleg en het gewaarworden, voel ik een ‘thuiskomen’. Het is me niet onbekend. Vandaag, de angst voorbij, werd het me in een paar seconden duidelijk. Van zelfvertrouwen naar vreugde, naar liefde, naar het voelen wat ‘Leven’ is.

En zo blijft de tiendaagse Vipassanaweek doorgaan. Het ene inzicht na het andere. Een hernia die me belemmert om een comfortabele houding aan te nemen, verdwijnt. Een lichaam dat op de vierde dag bij het aanleren van de Vipassanatechniek volledig in verkramping gaat wanneer ik te horen krijg ‘niet meer bewegen’. Opnieuw een oud patroon. Een uitbarsting. Ontlading. Een nieuw inzicht. Vreugde… De pijn van de hernia die verdwijnt. Een lichaam dat jeugdig en soepel aanvoelt. Af en toe een lachbui om kleinigheden: een stukje appel dat wegglipt in het bord van iemand anders, iemand die schrikt omdat een ander niest in de stille ruimte, een magneet die op een geschreven letter hangt terwijl we wachten om bij de leraar te gaan ‘eeting the teacher’ in plaats van ‘meeting the teacher’… Een regel doorbroken, waar ik om kan lachen om wat het me brengt. Vreugde, een zuivere geest, genieten van een krekel, een salamander, een bloem, de sterren, de dingen des levens. Zuiverheid, puurheid, volheid, wijsheid…en Liefde. En de Liefde die is in elk van ons. Dat ieder van jullie deze terug mag ontmoeten. Dat wens ik jullie allen.

Vipassana

Me voici à nouveau dans le jardin où, l’année dernière, j’entrais avec conviction. Le centre de méditation Vipassana.

Il est quatre heures trente, le ciel est ouvert. Les étoiles scintillent au firmament. Une étoile filante. Silence. Une température agréable. Une première méditation m’attend. Nous sommes à peu près cent quarante personnes à être entrés dans une période de dix jours de ‘silence noble’. Le silence du corps, de l’esprit et du verbe. Rien pour écrire, pas de téléphone, pas d’internet. Pas de matériel auquel on est attaché. Dix jours, ne rien faire que méditer.

Le premier jour j’apprends la technique de méditation ‘Annapana’. Le mot d’ordre est ‘focus’. Encore neuf jours à venir. Mon esprit vagabonde par-ci, par-là. Des questions me viennent à l’esprit. Le prof. Je ne parviens pas à rencontrer le prof à cause de mes doutes et du tour de rôle. Je sens la peur. Il y a encore plus, mais quoi ! En me promenant dans la nature, les choses me deviennent claires. Les questions ont vu le jour à partir d’un vieux modèle. Comme petite fille je croyais que rester tranquille me rendait invisible, car j’avais l’impression de ne pas être vue.

Transformation. Soulagement. Je sens la peur disparaitre. Je reçois la réponse à mes questions. Confiance Jasmine, simplement avoir confiance en toi. Une agréable sensation traverse mon corps. Joie. Le besoin de partager cette joie est grand. Le sentiment d’Eureka, tu sais bien, cette sensation qui te fait sauter en l’air. Ce n’est pas possible, le ‘noble silence’. Grace au silence je me rends compte que la joie ne doit pas nécessairement être partagée avec des mots, même si le besoin de partage est grand, le désir d’être entendue, vue, comprise, le désir de faire partie de… à nouveau un vieux modèle.

Laissant à la joie le temps et l’espace pour nourrir mon corps, la laissant grandir, sans vouloir la diriger, je m’offre le cadeau de pouvoir sentir la vie couler dans mes veines et remplir mon corps. La joie devient plus intense, plus chaleureuse. Je sens l’énergie de la joie rayonner, aussi bien à l’intérieur qu’à l’extérieur et cette forme est plus forte, pleine…..juste. Comme cela je reste encrée en moi et reliée. Simplement rayonner! Amour, la vie est tangible. C’est comme si mon cerveau réagit avec souplesse, une chose après l’autre.

Le mot ‘méditation’ et le sentiment de l’expérience – ou est-ce que je l’appelle ‘perception’ -font surface. Une sensation d’expérience très difficile à définir avec des mots, parce que je suis de plus en plus convaincue qu’aucune compréhension intellectuelle ne peut l’expliquer. Lorsque j’essayais de le faire je voyais que les gens ne me comprenaient pas. Puis j’entendais que cela n’était pas ok. Des gens qui ne savaient pas comment gérer cela, par ignorance ou par peur. Ils me mettaient en garde contre les psychoses, les hallucinations pour l’expliquer dans un langage social compréhensible. Je commençais à douter de moi, je n’avais plus confiance en moi. Je croyais les grandes personnes, bien que je sentais souvent que cela n’était pas juste. Qui étais-je, moi, ce petit bout de gosse pour contredire les adultes et pour ne pas les croire. On me le faisait comprendre. Une peur s’installait, peur de mes propres perceptions. C’est la raison pour laquelle les perceptions se faisaient plus intenses, les images plus grandes, et cela s’exprimait en rêves la nuit, ‘cauchemars’ selon le dictionnaire. Je continuais à tourner en rond dans un monde émotionnel dans lequel je ne recevais pas de réponses des grandes personnes, et dans lequel j’avais aveuglement confiance. La peur devenait de plus en plus grande et mon corps de plus en plus petit. Je devenais une femme adulte et prenais conscience d’être une grande partie de ma vie en ce monde avec la sensation que ma tête et mon corps étaient séparé l’un de l’autre. Pendant ce temps au fin fond de moi la petite flamme brulait toujours et je savais que mes perceptions étaient justes et qu’elles le sont encore. Apparemment, le blindage était nécessaire.   

Tout au fond de moi il y avait l’amour, il y a l’amour, il y a la Vie. La Vie que j’ai recherché quand j’étais une petite fille. J’allais dans le placard et j’y cherchais la chaleur de la cheminée. Mes doigts dans mes oreilles pour me barrer du monde extérieur. J’écoutais ma respiration, je sentais mon corps. Tout au fond de moi se trouvait la seule place où je me sentais bien, où je sentais la vie et où aujourd’hui encore je sens la vie. Au commencement de la méditation, l’explication et l’exercice me laissent  ressentir comme un retour aux sources. Ceci ne m’est pas inconnu.

Aujourd’hui, passée la peur, j’ai compris bien des choses en quelques secondes: la confiance en soi, la joie, l’amour, sentir ce qu’est la vie.

C’est ainsi que se déroulent les dix jours de Vipassana. D’une vision à la l’autre.

Une hernie qui m’empêchait de m’asseoir confortablement, disparait durant le quatrième jour. Mon corps se contracte complétement lorsque en apprenant une des techniques du vipassana, j’entends les mots ‘ne bougez plus’ (à nouveau un ancien comportement). Une explosion. Une décharge. Une nouvelle vision, un nouvel aperçu. De la joie… le mal que la hernie me procurait, disparait. Un corps qui se sent plus jeune et plus souple. De temps à autre un éclat de rire pour une banalité; un morceau de pomme qui s’échappe et atterrit dans l’assiette à côté, quelqu’un qui sursaute lors d’un éternuement dans l’espace ’silence’… euh où en suis-je… un aimant qui recouvre une lettre sur la pancarte dans la salle d’attente ‘eeting the teacher’ au lieu de ‘meeting the teacher’… j’ai rompue une règle, et cela me fait rire … pour le fait en soi mais surtout pour ce que cela m’a apporté. De la joie, un esprit pur, profitez de voir une sauterelle, une salamandre, une fleur, les étoiles, les choses de la vie. Pureté, plénitude, sagesse … et Amour.

Et l’Amour est en chacun de nous, que chacun d’entre vous puisse à nouveau le rencontrer (le redécouvrir). Je vous le souhaite.

Jemeppe-sur-Sambre

 

dav

Jemeppe-sur-Sambre

Je ferme la porte d’entrée. La haute température et l’humidité me coupent le souffle. Direction le bois de Han-Sur-Sambre. Les nombreuses chutes de pluie des derniers jours ont complètement inondé les sentiers. Je me risque quand même. J’essaie de me frayer un passage dans cette jungle. Sur le côté, au milieu, sur le côté. Après un certain temps je me sens comme un petit enfant devant une grande flaque d’eau. Je m’amuse. J’apprécie la magnifique flore que je fixe en images sur mon téléphone. Hmm, j’apprécie beaucoup moins les nombreux moustiques. Une attaque sur mes bras et jambes. Ici mes bâtons de marche me sont très utiles. La couleur de mes chaussures est méconnaissable. Quitter le bois, le soleil et la transpiration… parfait pour les taons. J’avais oublié tous ces insectes. Eux ne m’ont pas oubliée.

Dans le ciel, des nuages sombres sont venus s’installer. Des grondements en arrière-plan. Un orage me pend au-dessus de la tête. Au loin un village. Avec une forte accélération j’essaie d’atteindre le village avant l’orage. Je cherche un abri à Fosses-La-Ville. Je me promène un instant autour de l’église. Regardant le ciel je vois que les nuages noirs disparaissent. J’ai échappée à l’orage. Une longue pause de déjeuner. Trop chaud. J’apprécie les vieux bâtiments authentiques. Une conversation avec l’aimable femme de l’office du tourisme.

Après une bonne marche, ayant défié la chaleur, j’arrive à Saint-Gérard.

Mes bas. Mes jambes. Un tas de tiques minuscules. Mon téléphone, juste trop tard pour décrocher. Etienne. Mon répondeur. J’entends: “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”. J’écoute encore une fois, mais ne comprends pas ce qu’il faisait là. Étonnée. Pas de place où dormir à Saint-Gérard. Je finis ma journée chez les Bénédictines d’Ermeton-sur-Bièrt où sœur Hildegarde me montre comment me déplacer dans le bâtiment. Le soir tombe. Le vent monte. Il se fait noir. Orage. Je m’endors avec mon journal sur le ventre. Dans cette oasis de paix.

GPX Bestand Lambusart  à/naar Fosses-la-Ville

GPX Bestand Fosses-la-Ville  à/naar Ermeton-sur-Biert

Jemeppes-sur-Sambre

Ik sluit de voordeur. De hoge temperaturen en de vochtige lucht slaan op mijn adem. Richting het bos van Hanne-Sur-Sambre. De vele regenval van de laatste periode heeft de wandelpaden volledig onder water gezet. Ik waag het erop. Zoekend probeer ik me een weg te banen door deze jungle. Opzij. Midden. Opzij. Na een tijdje voel ik me als een klein kind voor een grote plas. Ik heb plezier. Ik geniet van de prachtige flora, die ik op beeld vastleg met mijn telefoon. Hmm, de vele muggen niet meegerekend. Een aanval op mijn benen en armen. Mijn wandelstokken doen hier goed dienst. De kleur van mijn schoenen onherkenbaar. Het bos uit, de zon en het zweet… ideaal voor de dazen. Al die insecten was ik wat vergeten. Zij mij niet. In de lucht zijn donkere wolken komen opsteken. Geroffel op de achtergrond. Een onweer hangt boven mijn hoofd. In de verte een dorp. Met een fikse versnelling probeer ik het dorp te halen voor het onweer. In Fosse-la-Ville zoek ik een schuilplaats. Even wandel ik rond de kerk. Naar boven kijkend zie ik de donkere wolken verdwijnen. Ontsnapt aan het onweer. Een lange middagpauze. Te warm. Ik geniet van de oude en authentieke gebouwen. Een babbel met de vriendelijke vrouw van l’office du tourisme.

Na een stevige wandeling, de warmte trotserend kom ik aan in Saint-Gérard. Mijn kousen. Mijn benen. Minuscule teken zijn talrijk aanwezig. Mijn telefoon, net te laat om op te nemen. Etienne. Mijn antwoordapparaat. “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”, hoor ik. Ik luister nogmaals, maar begrijp niet wat hij daar deed. Verwonderd. Geen slaapplaats te vinden in Saint-Gérard. Ik eindig mijn dag bij de Bénédictines in Ermeton-sur-Bièrt, waar zuster Hildegarde me de weg wijst in het gebouw. De avond valt. De wind steekt op. Het wordt donker. Onweer. Met mijn dagboek op mijn buik val ik in slaap. In deze oase van rust.

Dans les champs

hdr

À table pour le petit déjeuner en compagnie de Linda. Linda a parcouru le chemin de Compostelle en passant par Cluny, Norte voici quelques années.

Ma journée me mène dans les champs et le long de routes campagnardes. De jeunes lapins sautillent le long du chemin. Des hirondelles rasent les champs. Les fleurs de camomille répandent un agréable parfum. Les faisans me surprennent à chaque fois qu’ils prennent leur envol hors des ruisseaux. De temps à autre j’aperçois un papillon. Ma peau est moite.

À Wagnelee une femme me crie “Vous faites le chemin?”  Je me retourne et lui réponds “Une partie madame.” “Oh, je le dis à mon mari, il sera content.” Entre temps le mari est sorti, Ghislain. Ma gourde est remplie. Un café m’est offert. Et je reprends mon chemin avec une banane en plus.

À Fleurus je regarde mon gps. En arrière-plan des chamailleries. Des mots durs. Mon attention quitte le chemin. Devant, derrière, à droite, à gauche… il se passe plein de choses autour de moi. Mon attention revient lorsqu’une voiture s’arrête à ma hauteur. Je relève la tête. Une question bien connue suit “Vous allez où?”. Une conversation, une proposition.

“Tu continues ta marche et quand tu en as fini pour aujourd’hui je viens te chercher. Un souper. Une chambre. Un petit-déjeuner et demain matin je te ramène là où je suis venu te chercher. Je n’ hésite pas. Une heure plus tard je suis à Jemeppe-sur-Sambre chez Etienne.

Etienne est fier de me montrer la carte sur laquelle tous les chemins qu’il a déjà empruntés, pour se rendre à Compostelle, sont indiqués. Comme un trophée au mur. Une proposition pour un repas du soir suit. Une pizza au village. La pizzeria est fermée. La pizza est remplacée par un sandwich garni d’une saucisse ‘Zwan’ et de choucroute au café du coin. Tout le monde regarde le football. Jamais pensé que j’acclamerai le football.

Après la première mi-temps je vais dormir. Etienne me raccompagne vers sa maison d’un mouvement entre coupé. Il quitte à nouveau la maison pour aller voir le reste du foot. Un peu plus tard j’entends klaxonner et crier….un premier but pour la Belgique. L’euphorie dans la rue me laisse m’endormir joyeuse.

GPX Bestand Houtain-le-Val  à/naar Lambusart

Langs velden

Samen met Linda aan de ontbijttafel. Linda wandelde een paar jaar terug de weg via Cluny, Norte naar Compostela. De dag gaat via velden en landelijke wegen. Jonge konijnen huppelen in de velden. Zwaluwen scheren over het land. Kamillebloemen verspreiden een aangename geur. Fazanten laten me telkens schrikken wanneer ze uit de gracht komen gevlogen. Af en toe is een vlinder te zien. Mijn huid voelt klam aan.

In Wagnelee roept een vrouw: “Vous faite le chemin?” Ik draai me om. “Une partie madame.” “Oh, je le dis à mon mari, il sera content.” Ondertussen is de man, Ghislain, buitengekomen. Mijn drinkfles wordt bijgevuld. Een koffie wordt aangeboden. Ik vertrek, een banaan rijker.

In Fleurus sta ik te kijken op mijn gps. Op de achtergrond geruzie. Harde woorden. Mijn aandacht verdwijnt van de weg. Voor, achter, rechts, links… er gebeurt van alles rond mij. Mijn aandacht komt terug wanneer een wagen stopt. Ik kijk op. Een alom bekende vraag volgt: “Vous allez où?” Een babbel, een voorstel. “Je stapt verder. Wanneer je gedaan hebt voor vandaag, pik ik je op. Een avondmaal. Een kamer. Een ontbijt en morgen voer ik je terug naar waar ik je heb opgepikt.” Ik twijfel niet. Een uur later ben ik in Jemeppe-sur-Sambre bij Etienne. Etienne toont fier zijn landkaart met alle wegen naar Compostela die hij wandelde. Net een trofee aan de muur. Een voorstel voor een avondmaal volgt, pizza in het dorp. De pizzeria is gesloten. De pizza wordt vervangen door een suikersandwich met een Zwanworst ertussen en choucroute in een plaatselijk café. Iedereen kijkt naar het voetbal. Nooit gedacht dat ik ooit nog zou supporteren voor het nationale elftal. Na de eerste helft ga ik slapen. Etienne vergezelt me, met houterige bewegingen, tot aan zijn huis. Hij verlaat terug het huis om de rest van het voetbal te bekijken. Een beetje later hoor ik getoeter, geroep… een eerste doelpunt voor België. De euforie in de straten doet me met een blijheid in slaap vallen.