Rocroi

Ham-s-Meuse

Ham-s-Meuse

9 april 2015 – Na een gezellige ontbijt samen met Michèle en Gerard verlaat ik Chooz in een dikke mist. De natuur ontwaakt heel langzaam en de mist trekt stilletjes weg. Na Fumay verlaat ik de Meuse richting Rocroi. Een hevige klim. Het water maakt plaats voor de bossen. Ik hoor Michèle nog zeggen ‘Rocroi of Charleville, maakt geen verschil. Voor beiden moet je een plateau over’. Ik sus mezelf door te zeggen dat dit een goede voorbereiding is voor de eventuele Pyreneeën.  Een hevige klim. Het is fysiek zwaar en met zachtheid probeer ik mezelf deze zware etappes door te brengen. Rond 18u30 kom ik aan in Signy l’Abbaye waar ik nog een onderdak aangeboden krijg bij Mevr. Agnes.

La Meuse

La Meuse

Rosière

Rosière

8  april 2015 – Aan de ontbijt tafel. Een telefoon rinkelt. Père Bruno kijkt af en toe in het rond met zijn hoofd gericht naar het plafond. Zijn handen zijn opzoek. De telefoon. Tevergeefs, onder zijn kleed is het moeilijk te vinden. Na een stevige babbel met een leerkracht die in de abdij komt herbronnen zet ik mijn weg verder richting de Franse grens. Ik voel dat ik me wat meer kan ontspannen.  Langs de Maas staat een vrouw ‘Rosière’ genaamd brood te geven aan de eenden en vissen. Haar accent verraad haar herkomst. (Ze draait haar r zoals ik deze gebruik in de franse taal rrrrr…). Voor Givet verlaat ik de Maas  voor een fietspad tussen hagen. Zonder ik het weet ben ik de grens overgereden. In de zon geniet ik van een picknick en een rustpauze in Givet. Met een leeg hoofd rij ik verlangend verder de laatste kilometers tot in Chooz waar Michèle en Gerard me opwachten. Een warme thuis met lieve mensen waar ik vorig jaar onderdak heb gevonden na een zware dag stappen.

Freÿr

Freÿr

le poème Marie-Hélène

20140611_073320_1_1_1-2J’ai marché sur les chemins

Dans le pas des anciens

J’ai respiré de doux parfums

Ma main dans ta main

Sur ma route, j’ai rencontré

Des frères, des sœurs, des exilés

Qui comme nous avaient choisi

De faire un break dans leur vie…

Ils venaient de toute le pays

la Chine, la Suisse et l’Italie

la Belgique, les Etats Unis

Nous étions tous hors du nid…

Au petit matin la lumière

Venait nous réchauffer le cœur

Je disais souvent des prières

Devant ce tableau enchanteur …

Mon sac à dos pesait bien lourd

Et j’étais parfois fatiguée

Car nous marchions huit heures par jour

Par tous le temps, vers les sommets

Après la France traversée

l’Espagne nous a ouvert les bras

Avec les monts des Pyrénées

Nous avons tous uni nos voix

les belles églises et leur mystère

jalonnaient nos longues journées

Et c’est à l’abri des fougères

Que nous parlions sans nous gêner

Certains racontaient les galères

moment douloureux du passé

Alors enfin c’était la bière

Qui venait nous réconforter

En arrivant à Santiago

la terre promise, l’eldorado

Ce fut le soleil après la pluie

Comme une cerise sur un gâteau

Marie-Hélène (sept. 2014)

Une amie de cœur

Mijn ‘Valentijn’.

Een zaterdag ergens in de jaren ’80. Een gewonnen prijs voor de mooiste clown tijdens een carnaval feest.  Een dag uitstap naar de Zoo van Antwerpen, een boottocht op de Schelde.
Mijn eerste reis. Ik glunderde.

‘ Wachtend op de bus. Ik kijk rondom mij. Ken ik iemand!  Bij wie zal ik op de bus zitten, spannend en voel me onzeker.
Het is tijd. Opstappen.
Naast mij zit een jongen. Wat verlegen spreken we elkander aan. Het voelt aangenaam.  Op de bus is het rumoerig. Naast me is het stil, af en toe kijken we elkander aan zonder enig woord.

Antwerpen,  de Zoo.
Wat een verrassing, ik voel mijn ogen openen van verwondering. Ik voel spanning van nieuwsgierigheid wat ik allemaal zal zien.
Mijn ‘buurjongen’ van op de bus komt naast me. Neemt mijn hand. Geen woord. Een glimlach. Onze ogen hebben contact. Een diepe zucht. Ik voel me veilig. Ik voel iets, iets vreemd,  iets groots. Mijn Hart bonst. Volle adem. Ik voel me vol, stevig en vreugdevol.

We laten elkander niet meer los. De ganse dag zijn we onafscheidelijk.

Op de grond voor onze voeten,  een ring. Namen gegrift. Een trouwring. Voor eeuwig aan elkander verbonden.
Ik hoor mijn eigen stem en deze van mijn ‘buurjongen’. We roepen beiden ons geluk uit. “Ik hou van je! We blijven voor altijd bij elkaar!” We trouwen. Een kus op de wang. Onze handen nog steviger in elkander.

We verlaten de Zoo voor een boottocht op de Schelde. Het water, de stilte. Alsof we alleen zijn. Onze Cocon. Enkel oog en oor voor elkander, voor ons. En ook al zeggen we bijna geen woord, toch klinkt het vol.

We keren terug naar huis.
Op de bus is het stiller geworden. Mijn Harteklop nog even intens.
Aangekomen.  Iedereen holt naar buiten, de mama’s en/of de papa’s staan te wachten.
Mijn ‘buurjongen’ neemt zijn rugzak en rent weg. Het gaat razendsnel. Ik zie hem buiten. Zijn moeder.
Mijn hoofd en hand tegen het raam. Ik zie…ik zie een rug.

Met een vreemd gevoel stap ik af van de bus. Mijn moeder. We stappen weg.

Thuis kijk ik naar mijn vinger. De trouwring. Verdwenen, verloren.  Hij was veel te groot.
Een leegte aan mijn vinger alsof niets is bestaan.
Droom ik, was dit nu echt, was dit een sprookje!
Alleen, alleen met mijn bonzend Hart val ik in slaap. Ons geheim. ‘

Ja, het is reëel,  het is mijn echt-sprookje. Vandaag voor de eerste keer in woorden.  De ‘buurjongen’ noem ik vandaag, mijn ‘Valentijn’.

Mijn ‘Valentijn’ leerde me voelen, voelen hoe mijn Hart bonst.
Vandaag voel ik me vol, vol adem, stevig, vreugdevol.
Mijn Hart bonst.
Vandaag geen geheim meer, het mag ‘zijn’.

Mijn Hart bonst.

Dank je wel mijn ‘Valentijn’.
Dank je wel Hart van mij.

Fonkel-ster

Boven mijn potje overheerlijk ruikende koffie, een wolkje van warmte die dansend heen en weer beweegt.
Een bordje koekjes.
Ik schuif mijn benen languit alsof ik ga zetelen in eigen lichaam.

Recht over mij, mijn pa en zijn vriendin.

Een delicaat onderwerp wordt aangekaart. Als volwassenen wisselen we onze mening… Ik zie vragende blikken. Een zekere onwennigheid is te zien in de lichaamstalen.
Ik voel onzekerheid.

Er wordt me een vraag gesteld.
“Mag ik eerlijk zijn, mag ik antwoorden vanuit wat het voor mij betekent, wat ik voel.”
Ik krijg een ja. Ik hoor eindelijk na zoveel jaren een JA.
Het maakt iets in me wakker.

Iets nieuws. De blijheid van eindelijk ‘ik mag praten’.

En toch klopt de ‘ja’ niet met wat ik zie. De lichaamstaal.
Een ‘ja’ kent verschillende talen.
Ik hoor de ja, ik zie hem niet.
Mijn blijheid.

Ik vertel wat ik voel en wat het voor mij betekent.
Ik zie. Ik zie iets bekend.
Plots voel ik van binnen een gekende gewaarwording opkomen.
Een gewaarwording die heel lang al aanwezig is in mijn lichaam.
Ik voel onzekerheid en heel snel ga ik meer dan dertig jaar terug in de tijd.
Het zwijgen wordt me opgelegd.
Ik beeld me zaken in…krijg ik te horen.

Ontgoocheling. Onmacht. Pijn. Verdriet.
Kwaadheid neemt de plaats in, mijn stem weergalmt in de ruimte.
Een oud patroon van overleving.
De sfeer wordt grimmig. Een kwetsuur is geopent.
De kwetsuur van, geen recht op bestaan, te zijn wie ik ben.
‘Zijn’!
En plots…plots.

Iets nieuws, Kracht.
De kracht die me moed geeft om voor mezelf op te komen.

Kort en krachtig vertel ik wat het voor mij betekent.
Via uitbeelden probeer ik iets mee te delen.
Het wordt stiller aan de andere kant.

Met tranen in de ogen verontschuldig ik me voor de manier waarop ik het heb gemeld. Want dit, dit is een oud bekend patroon.
In stilte stapt mij vader op. Ik zie plots een totaal ander vader. Een vader met zijn pijn, zijn verdriet.
Herkenbaar.

Iets nieuws, een patroon werd door beiden doorbroken.

Ik barst uit in tranen. Opluchting van het gezegd krijgen. Een angst die verdwenen is.
Zoveel keer heb ik iets willen duidelijk maken. Zoveel keer is het niet overgekomen.
De tijd was niet rijp. Nu wel!

Ondertussen tikt de klok.
Ik kom te laat op een voordracht. Ik verwittig telefonisch. Het is ok. Geen ongerustheid, geen opgejaagdheid. De rust en kracht blijft aanwezig.
Het is ok. Het is wat het is.

Het station. Een perron. Mijn broer, zijn vrouw, hun kind. Een fijn weerzien.
De trein. We nemen afscheid. De trein rijdt langzaam weg.

Ik draai me om. Een andere trein. Ik stap op en rij de andere richting uit.
Deze richting voelt voor me goed.
Een uurtje later kom ik dankzij de hulp van FB en van een vriendin vroeger dan verwacht aan op voordracht van ‘Fonkelster’.
Oef. Ik ben er.


Ik lig in bed en denk nog even terug aan de voorbije dag.
Ik val in slaap.

Wakker. Ik kijk naar buiten. Een ster, links van mijn raam. Ik val terug in slaap.

Terug wakker. Ik kijk naar buiten. Een ster, midden van mijn raam. Valt terug in slaap.

Nogmaals wakker. Ik kijk naar buiten. Een ster, rechts van mijn raam. Straks verdwijnt ze om de hoek. Ik kijk haar nog even na. Ze schitterd. Ik glimlach. Ik kom thuis. Ja, ik mag er zijn.

Ja ik mag ‘zijn’.

Fonkel-ster.

Huid

De Spiegel. Mijn lichaam. Een traan rolt over mijn wang. Ik voel van binnen iets veranderen. Alsof er bij iedere traan iets nieuws komt. De tranen blijven vloeien. Een mengeling van diep intens verdriet en tezelfdertijd  van opluchting.

Ik zie me staan, er is oogcontact. Het is dubbel. Alsof er ook een afstand is tussen ik en ik. Toch voel ik mezelf, intens voelen. Ik kan het niet uitleggen. Ingewikkeld. Verwarrend.  Ik kan het geen plaats geven. Het is vluchtig. In die vluchtigheid weet ik dat daar het antwoord ligt. Welk antwoord? Ik ben nieuwsgierig. Het is niet voor vandaag. Morgen misschien!

Iedere dag sta ik een lange tijd voor de spiegel. De eerste keer is ’s morgens voor het ontwaken. Ik sta te kijken of er evolutie is. Alsof er plots een bloemenveld op mijn huid te zien zou zijn. Met mijn vingertoppen en wat Traumeel wrijf ik langzaam over de wonden om mijn onderhuidse pijn te verzachten. Een uurtje nadien sta ik nogmaals voor die zelfde spiegel om mij klaar te maken voor de dag die komt. Deze keer wrijven mijn vingertoppen olie op mijn littekens, een mengeling van Helycrysum, Rosa Damascus, Rozemarijn. Heel voorzichtig breng ik een druppel op de top van mijn vinger en wrijf ik het met zachtheid op de wond alsof het breekbaar is, bijna de broosheid van Kristal. Mijn vingers wrijven langzaam en met veel zorg in cirkelvormige bewegingen.

Hoewel ik voordien ook met zorg omging met mijn lichaam, is het alsof de zorg nu van een totaal andere orde is. Veel dieper, intenser en met veel meer liefde en zachtheid voor mezelf. Een dieper contact. Ik besef dat ik nog nooit op zo een manier omgegaan ben met mijn lichaam. Mijn huid, mijn lichaam is iets kostbaar geworden.

Ik kijk de wond aan die links mijn lichaam in twee verdeeld. Er net boven mijn borst. De vorm, de huid, alsof het er anders uitziet, alsof het nieuw is. Alsof dit deel van mijn lichaam me plots toebehoort. Het is van mij.

Mijn ogen richten zich naar boven. Ik zie rood, rood van mijn ingehouden verdriet en tranen. Het is bijna middernacht. De muren hebben oren. Een traan.

De bank

image

De trein, afgeschaft.
Een bank aan het station. De zon. Een helder blauwe hemel. Mensen komen en gaan.

Een man. Alleen. Oordopjes in de oren, een zonnehoed. Zit te praten.  Af en toe gaan zijn handen mee in beweging.  Zou hij aan het telefoneren zijn!
Verderop een meisje. Een klein zwart bakje in de handen, zwarte oordopjes. Zit af en toe met de handen in haar haren, om nadien haar hoofd te ondersteunen.  Wachtend… Vervelend…onrustig. ..?
Voor me een vrouw, kort geknipt, rode bril. Haar rug toekerend naar haar buurvrouw. Ogen dicht richting de zon.
Naast me een groep daklozen,  verbale communicatie. Een fles wodka,  blikjes bier.

Ikzelf,  papier en pen.
De pijn in mijn lichaam brengt me even terug in de tijd.

Begin 2014. Een vreemd lichaam werd ontdekt in één van mijn organen. Een parasiet. Een beestje die zomaar eventjes 3 grote eieren (cyste) is komen neerleggen. Eén in de linker long, twee in de lever. Vanwaar ze komen is niet te achterhalen en van weinig belang.

Mijn bedenking. Wat ligt erop mijn lever die ik niet gezegd kan krijgen. Met deze zin en een flinke dosis medicatie stapte ik de Camino.  (Voor alle duidelijkheid dit was niet de reden waarom ik de camino ben gaan wandelen).

De bedoeling van de medicatie was het inkrimpen en afsterven van de cyste. Alleen besliste het beestje er anders over.  Het groeide van twee centimeter binnen drie maand.  Al snel werd het me duidelijk dat een operatieve ingreep zich liet opdringen.

Terwijl ik dit neerpen ben ik herstellende van de long operatie.  Met groot succes werd de cyste verwijderd zonder aan het gezond weefsel te moeten komen. Op-ge-lucht.

De operatie verliep naar mijn weten en gevoel naadloos. (Zonder mijn rits mee te rekenen die mijn lichaam rijker is geworden).

Een ingrijpende gebeurtenis met veel beketenis voor me.
Zijn die cysten er gekomen om mij een les te leren?  Neen! Het zou straffend zijn indien ik een ja zou antwoorden.  (Hoe snel hebben we niet de neiging onszelf te straffen, in een negatief licht te plaatsen). Ze waren er gewoon en al heel lang
De tijd was rijp, rijp om te verdwijnen.
Rijp om eindelijk te uit-en .

Ik sta stil bij de beperking die mijn lichaam mij aangeeft.  De beperking wordt een tool. Een tool dat ik in zachtheid gebruik en anders te doen dan wat ik al altijd gewoon ben geweest uit overleving.

De pijn brengt me in kramp. Ik span me op als afscherming om geen pijn te moeten voelen waardoor ik afstand neem van mijn voelen. Ik sta in hardheid. Net door dit systeem toe te passen die al jaren in mijn lichaam gekend is weiger ik mezelf tot leven.
Dit is nou juist wat ik niet meer wil,  het niet mogen zijn.

Samen met de pijn ga ik in ontspanning staan. Ik accepteer.  De pijn vervaagd. Plaats voor zachtheid.  Hoe verder ik hier ga in staan hoe meer ik besef dat afscherming overbodig wordt.  Mijn zelfvertrouwen groeit. Angst voor pijn verdwijnt. Ik kom in mijn eigen kracht te staan.

Ik sluit mijn ogen en ga naar binnen. Ik beweeg. Kleine bewegingen. Ze voelen zelfzeker en krachtig.  Wat voelt het fijn! De rijkdom van mijn lichamelijke beperking.

In kleine zachte krachtige bewegingen blijf ik bij mezelf.  In plaats van grote sterke harde bewegingen waar ik mezelf verlies.

Mijn lichaam roept inwendig naar uiting. Met een zekere vanzelfsprekendheid opent mijn klankkast zich. Geluiden komen van diep uit de buik en vibreren zo een weg naar buiten. Dankzij de vibratie kan ik eindelijk -uitspuwen. Mijn longen krijgen ruimte. Het geloof in mezelf blijft groeien.

En het niet gezegd krijgen is alvast verdwenen met de cyst 🙂

De bank. Het zit goed.  Mijn onderrug in de opening van de bank. Mijn rug volgt de golving van de bank. Mijn borstkas krijgt een lichte strekking. Een boog. Ruimte.
Ik sluit mijn ogen.

Ik adem! Ik leef!

Voeten

image

30 oktober – Dinsdagmorgen. Het licht komt op. Het wolkendek maakt zachtjes aan plaats voor een heldere hemel. De zonnestralen komen tevoorschijn.
Mijn wekker laat mijn favoriet geluidje horen, zingende vogels. Zachtjes ontwaakt mijn lichaam. Ik kom uit bed. Mijn voeten maken contact met de grond.
Een paar maanden geleden sprong ik nog het bed uit. Vandaag meld mijn lichaam het rustiger aan te doen. Mijn benen en bekken zoeken naar verbinding tussen boven en onderlichaam. Stramheid.
Mijn voeten zoeken aarding. Het gezwollen gevoel aan de voorkant van mijn voet is wat minder in vergelijking met kort na de camino. Mijn longen.
In de welving, holte van de voet voelt het niet goed. Het doet pijn. Niet vreemd, de ruimte van lever en darmen. Gisteren heb ik mijn voeten laten behandelen, verzorgen, masseren.
Voetreflexologie.

Terwijl mijn voeten onder zachte handen werden genomen, kon ik zo gaan reizen in mijn lichaam. Op ontdekking. Lichaamsdelen werden geprikkeld. Beelden. Kleuren. Alles had voor mij een duidelijk verband met elkaar. De ervaringen van op de camino kregen nogmaals een bevestiging.
De kleuren die ik heb toegelaten. De nieuwe kleuren die mijn aandacht krijgen en waar ik me goed bij voel. Kleuren die in verband staan met ruimtes in het lichaam. De chakra’s.
Organen die protesteren, organen die ruimte krijgen.
Een bijzondere ervaring. Vandaag zie en voel ik mijn voeten op een heel andere manier. Ze zijn een spiegel geworden van mijn lichaam. (Wat ze eigenlijk al waren.)
Een lichaam die zoekt naar stevige aarding en ruimtes die zoeken naar verbinding. Een verbinding die niet zonder pijn aan mij voorbij gaat. Niet enkel fysiek ook een niet te plaatsen pijn. Ik geef de tijd, de tijd.
En mijn voeten vandaag krijgen voor mij een veel diepere betekenis. Niet zomaar iets die me van punt A naar B brengt. Wel iets die dagelijks mijn gewicht draagt en het allesomvattend zonder ik erbij stilsta. Die dagelijks in contact komt met de harde grond. Een klein deel van het lichaam met een weerspiegeling van gans het lichaam.
Dit iets zijn mijn voeten en vanaf vandaag gaan ze bewust met mijn verder op reis.

De trein. Een venster. Een stralende zon boven de velden. Warm geel. Mijn voeten liggen te rusten.

Een kier

9/09 Op mijn rechterkant een klein altaar. Moeder & kind, Maria. Een boeddha beeldje. Een vaas met bloem. Een paternoster van mijn grootmoeder,  een kaars. Een kaartje met een lachende vrouw, Magda. Heengegaan en blijvend in gedachten. Een vrouw die me op korte tijd veel heeft bijgebracht en dit zonder woorden. Het kaarslicht laat dit tafereel in het groot op de muur zien, schaduw.
Dansende schaduw!
De schaduw neemt me mee naar een gesprek eerder op de dag.
“Is het de Camino die je zo filosofisch heeft gemaakt”. “Vreemd u bent de tweede persoon die het woord filosofisch gebruikt in een paar dagen tijd”, stel ik luidop vast. “Oh ja, ik gebruik filosofisch in plaats van spiritueel omdat niet iedereen positief reageert op het woord ‘spiritueel'”.
Hmmm. Vreemd hoe mensen snel een woord nodig hebben als houvast of iemand in een leefwereld te kunnen klasseren. 
Vóór de Camino kreeg ik vaak het woord ‘analytisch’ te horen. Erna filosoof en/of hoe moet ik het noemen spirituoloog 😉 . 
Waarschijnlijk ben ik van alles een beetje, alleen niet sedert de Camino, wel al sedert heel jong, tot zover ik me kan herinneren. Euhh, hoeveel is dat weer? ‘Denkt na’ Ah ja, 43 jaren! Is het dan de Camino die me zo gemaakt heeft! Neen. De Camino heeft me geholpen een deur terug te openen die al heel lang op een kier stond.  De deur terug naar mezelf. Als klein meisje was ik vaak in gedachten verweg. Stond ik te kijken naar de grote (lees in centimeter) mensen en had ik een eigen mening. Aan het dromen, dagdromen, nachtdromen. In de kast, onder de dekens, op de schoolbanken, in de hoek. Verweg naar een leefwereld waar ik mezelf kon zijn waar ik mocht ‘zijn’. Een kier geopend na dertig jaar hard werken. Met deze zin wil ik graag alle mensen die op mijn weg zijn gekomen danken. Sommigen zullen nog een eind meereizen, anderen hebben mijn pad verlaten. Danken om wat jullie bewust,  onbewust me hebben doen inzien en voelen. Ook mezelf vergeet ik niet te danken om te blijven geloven in mezelf. Me-zelf, je-zelf.

Enne wat de volgende benamingen mogen zijn op mijn weg. Ik ben gewoon mezelf zonder taboe.

De schaduw is verdwenen,  de kaars dooft uit.  Ik doe het licht uit. Tijd om te gaan slapen.

Jasmine, 
Ze lacht.
Zo goed als voortdurend.

Ze zegt wat ze denkt en weet het
antwoord  te relativeren.

Ze kijkt
naar mensen,

Enigszins zoekend
en wacht…

Marianne, Prinsenhof 2014
http://www.hetgentseschrijverscollectief.be

Beperking

image

7/09 Met mijn armen onder mijn hoofd, languit in mijn bed geniet ik van de dageraad. Een laagje mist hangt boven de daken van Gent en kondigen een mooie zonnige dag aan.
Een uurtje later sta ik met een vriendin op de rommelmarkt. Rommel voor de ene een verwondering voor de ander.

Een boek. Op de cover een vrouw getekend door de tijd, ‘soeur Emanuelle’. Haar glimlach, glinsterende ogen deden me het boek aankopen.

Een klein handgeschreven schriftje. Zwart met een etiket uit grootmoeders tijd.  Sierlijke kalligrafische letters. De woorden Marie… Er naast glasplaatjes met prachtige kinderlijke tekeningen.  Dia’s die werden gebruikt voor de Godsdienst les.
Verleidelijk!  Mijn gevoel.
Mijn verstand neemt de bovenhand, neen, ik laat het liggen.
Een neen kunnen zeggen tegen materie die mijn Hart beet had. Wat ben ik fier op mezelf. Een glimlach volgt en voel vreugde. Klinkt waarschijnlijk in vele oren vreemd, een glimlach en een vreugde gevoel omwille van het niet kunnen aankopen wegens financiële beperking.
De neen gaf me de kans te zien dat het geluk niet in deze prachtige materie zelf lag. Wel in het besef dat een beperking een verrijking kan zijn. Het besef dat mijn ogen, mijn handen, mijn denken, mijn voelen… het gebeuren er rond mijn Hart opende om te kunnen voelen dat het Goddelijke of laat ik het voor sommigen een ‘zalig-bevrijdend-schoonheidsgevoel’ noemen, mijn diepste-zelf. Ik denk dat dit het meest Goddelijke 🙂 is wat ik ooit heb gevoeld. Gewoon puur jezelf kunnen zijn! Zalig toch mensen gewoon jezelf kunnen zijn!