9 mei – Na een gezellige avond bij Nadine en Bernard geniet ik nog van een ontbijt samen. Bernard brengt me nadien terug naar Cuzion waar gisteren mijn dag eindigde. Een smal pad neemt me mee doorheen een bos, een sterke afdaling richting la Creuse. Een prachtig stuk natuur. Op een geheven moment besef ik dat ik een pijl van de weg heb gemist. De lange weg brengt me omhoog op een plateau. De wind is er sterk en krachtig. Af en toe komt de zon een goeie dag zeggen. Kort na de middag kom ik aan in Crozant. Na een afdaling kom ik langs de ruïnes van het kasteel. Het is hier zo rustig en sereen dat ik beslis om hier mijn nacht door te brengen in de refuge. Een oude kantine. Ik breng mijn gerief in de kantine en ga wat kuieren in het dorp. Eén bakkerij, 2 kruidenierswinkel en een gerenommeerd restaurant. In het eerste winkeltje ga ik binnen. Een hoogbejaard vrouwtje Nini la Berthonière zit op haar stoeltje ten midden haar etenswaren. Ik koop er wat drank en groenten en meld haar dat ik binnen een uurtje terug kom om haar gezelschap te houden. “Ah, c’est bien ma fille. C’est gentil”. Een uur later was ik er terug. Nini wist niet meer wie ik was.
Tagarchief: Jasmine Debels
Romaans
2 mei- Zeven uur op de baan. Met een goede stevige stap zet ik mijn dagje in. Een lichte regen. Ik geniet van de natuur die ontwaakt. De weg is afwisselend asfalt en lange grassen. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Het regent wat harder, het hindert me niet verder te genieten. Voor de middag ontmoet ik Chantal. Ik wandel korte stukken met haar mee. Nadien neem ik terug wat voorsprong. Ik geniet van het alleen zijn. Vooral omwille van de intense beleving. Op een weg in het bos sta ik plots stil en probeer niet meer te bewegen. Een volwassen hert. Ze steekt de straat over. Eenmaal aan de overkant kijkt ze me aan en met een elegante sprong verdwijnt ze terug. In Saint-Parize-Le Chatel ga ik een prachtige 12°eeuwse crypte bekijken. Nadien volgt nog een prachtige Romaanse kerk. De muurschilderijen zijn kleurrijk en bijzonder. Op de middag eet ik samen met Chantal. We zien elkander pas ’s avonds terug in de kerk van Le Veurdre. Chantal gaat slapen in een chambre d’hôtes. Na aandringen heb ik een plaats kunnen vinden in het piepkleine bureau van de camping.
Cernunnos. (In de Keltische mythologie, werd Cernunnos de God van herten, symbool van het leven, de dood, heer van het bos en de aarde beschouwd.)

Engel
30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.
Martinet

29 april – Ik neem mijn linkerkous en zie dat het gaatje die ik er gisteren in had gemaakt er niet meer is. Ben ik wel wakker! Ja hoor, Rolande heeft het gaatje gestopt. Lief van haar en ik dank haar met een zoen op de wang. Nog voor ik vertrek ga ik even naar boven om te kijken dat ik niets vergeten ben. Een t-shirt en een paar kousen zijn door mij al ergens achter gebleven. Bij het binnenkomen in de slaapkamer valt het me op dat er een stok dwars op een houtenbalk zit. Ik kijk nog even goed, ja ik zie wel goed een ‘Martinet’. De eerste keer dat ik dit voorwerp van dichtbij zag was op heel jonge leeftijd en de laatste keer toen alle lederen linten waren verwijderd. Het doet me vreemd dit hier te zien, in de slaapkamer waar ik heb geslapen. Ik neem het in de handen. Het ziet er als nieuw uit, onaangeroerd. Het voelt goed. Zou dit ook een afgesloten hoofdstuk zijn? De dag gaat vlotjes en met veel moed kom in aan op de camping van Premery. Een nachtje in een caravan.
Lindeboom
28 april – Na een stevig Ayurvedisch ontbijt, trotseer ik de wind en grijze wolken. Vanaf Vézelay is de natuur hier veel groener, voller. Veel meer dieren zijn er te zien. Minder koolzaad en tarwe. Er is duidelijk iets veranderd! Een hoofdstuk is afgesloten en zo voelt het ook. Net als in een theater stuk. Een rood gordijn gaat dicht een nieuwe act kan beginnen. Rond 13u kom ik aan in Corbigny. Het begint te regenen. Met een kopje thee op een terras geniet ik van de regen. Nadien ga ik langs de supermarkt om wat voorraad voor de weg. Een noodzaak want vaak zijn de dorpen leeg en is er niets te vinden. Ik loop de rijen af. Overdaad, ik kan geen keuze maken. Chocolade met noten staat wel op mijn lijstje 🙂 Wat kan dit smaken. De weg gaat verder langs mooie paden en tussen weilanden op ‘la voie Romaine’. In Chitry-les Mines neem ik wat grotere stappen na te zien dat de wind is komen opsteken. Juist gezien, ik kan me net schuilen onder de Lindebomen net naast het monument van Jules Renard. Een schrijver die onder ander het verhaal schreef van ‘Poil et Carotte’. De zon komt terug te voorschijn en neem afscheid van de Lindebomen. Pazy, waar ik zal overnachten verwelkomt me met een laan vol jonge Lindebomen. Ik voel me net een prinses die wordt verwelkomt. Ik bekijk elke boom één voor één, net alsof ik deze begroet. Ik voel mijn mondhoeken naar boven komen. In het gemeentehuis klop ik aan, een groep kaarters en vraag om een overnachting voor een pelgrim. Een bed bij Rolande.

Magneet

27 april – Ik wandel la Colline Éternelle af en volg de nieuwe bewegwijzering ‘La Voie de Vézelay’, via de Lemovicencis. De bewegwijzering gebeurd op regelmatige afstanden. Sedert ik Vézelay heb verlaten is er iets die als een magneet trekt in mijn rug. Ik sta stil en probeer te voelen wat er gaande is. Ik kijk achter mij. Vézelay is steeds zichtbaar en aanwezig in de rug. Ik adem diep in en uit. Dit gebeurt zo een paar keer. Het is vervelend. Tot wanneer ik in de late namiddag het nogmaals voel trekken in de rug. Ik sta stil, adem diep in en draai me terug om. De Basilique die nog steeds zichtbaar, is blinkt in het volle zonlicht. Ik wordt me bewust van iets ‘Jij bent het, jij bent het die als een magneet in mijn rug trekt’, het is de basilique zelf die de magneet is. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik wordt ambetant. ‘Wat moet ik nu doen?’, verder luidop sprekend tussen de grasvelden. Ik stel me de vraag , moet ik nu terug gaan op mijn stappen! Ik spreek haar terug aan ‘ Je te promèt , je revient, mes maintenant je dois d’abord finir ce chemin jusque a Compostelle’, vertel ik tegen de Basilique. Het is beloofd. Hmmm, ik kijk rond mij, niemand te zien. Pas vanaf dit bewustzijn verdwijnt de magneet en komt niet meer terug. Na uren wandelen hoop ik iets tegen te komen waar ik me kan neerzetten en iets warm kan drinken. Een bos uit gewandeld sta ik voor een groot kasteel/boerderij. In de voortuin een R4, een wagen waarop vermeld staat boulangerie-patisserie. Ik kijk nog even goed rond me. Heb ik wel juist gezien! Al uren geen mensen of winkels gezien, en hier staat nu een bakker. Als ze me zouden zeggen dat ik me in een sprookje bevindt dan zou ik het nog geloven. Een aardbeien taartje…hmmm. 16uur mijn benen beginnen moe te worden. Ik stop in Neuffontaines waar ik mag logeren bij de plaatselijke pottenbakker en er een plaatsje krijg in hun atelier. Terwijl het atelier een grondige schoonmaak beurt krijgt om er mij te laten overnachten (lief hé), help ik het brandhout naar binnen te dragen. Met een heerlijke groenten maaltijd en pruimen crumbl eindigen we samen onze avond. Nog voor het slapen gaan geniet ik van een ecologisch toilet met zicht op een kapel.
De zegening

26 april – Om 08:00 ga ik naar Sainte Marie-Madeleine voor een viering samen met de broeders en zusters van de Fraternités Monastiques de Jérusalem. Een moment waar de aanwezige pelgrims een zegening ontvangen. De vieringen zijn een oase van vrede en rust. In alle eenvoud en schoonheid laat ik deze viering tot mij komen. Op het einde van de viering worden alle pelgrims naar voor geroepen om de zegening te ontvangen. Ingetogen en zelfverzekerd ga ik naar voor. Ik ontvang het gebed van de zegening en van Sainte Marie-Madeleine. Ik draai me om. Een broeder maakt me attent dat ik verder naar voor mag tot aan het altaar. Rechts van me de broeders, links de zusters. De pelgrims bleven achter me staan. Naast me begon de zang. Plots bevind ik me in een vol en intens klankbad. Gedragen door de aanwezige energie, wordt de beleving zo intens dat de ene traan na de andere zijn weg naar vrijheid zoekt. Voor mij Maria in een zacht noorderlijk licht. Boven mij komt de zon via een glasraam schijnen op het altaar. Als een engel die neerdaalt. Wat velen niet kunnen vatten of afwijzen, mag ik met eigen ogen dit gebeuren waarnemen en met gans mijn lichaam gewaarworden. Na de pelgrimszegen draai ik me om en stel me de vraag of de andere pelgrims hebben gezien wat ik zag. Twee pelgrims kijken me vragend aan… ik had het begrepen, ook zij hebben hetzelfde ervaren… De andere vier pelgrims hebben niets gezien of gewaar geworden. We pakken elkander vast en geven een stevige knuffel zonder woorden. We wisten het! Ik blijf nog een dagje op deze heuvel om alles nog wat dieper tot mij te laten komen.
Na de viering wandel ik het dorp naar beneden, post wacht op me. Ik kijk ernaar uit. Met vreugde doe ik mijn omslagen open.
Ik zit nu in de keuken van Centre de Sainte Madeleine in ‘la salle Saint Jacques’. Het regent, een roze roos aan het venster in volle bloei.

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay
Hebben

24 april – Vanuit Cravant is er onmiddellijk een stevige klim doorheen het bos. De smalle weg voelt voor mij wat beangstigend aan. De dichte begroeiing rondom en boven mij geven mij een beklemmend gevoel. Rechts, noch links is een uitweg. Spinnenwebben komen op me kleven. Kleven hmmm. Ik hou niet van iets die kleeft. Ik sluit even mijn ogen en adem diep in en uit. Ik ontwar mij uit dit kluwen en kom na één uur uit het op een open veld. Wat verder kom ik terug Kees en zijn vrouw tegen. De drukte van het kontakt stelt me ook hier op de proef. Niet eenvoudig! Het lukt wel. De bosanemonen hebben plaats gemaakt voor de Orchideeën, Viola Odorata en de Epimedium. Het onderwerp materie is aan de orde. “Ik heb nog geen tv gemist” hoor ik plots. “Wat we hier voor ons hebben is veel mooier dan de beeldbuis” voeg ik eraan toe. We staan voor een veld van Maagdenpalm. “Meer moet dit niet zijn”meld ik terwijl ik het veld aankijk. Waarop Kees antwoord “Dit zouden we moeten kunnen meenemen in onze tuin”. Ik sta verbaast te kijken. “Hebben, waarom willen hebben. We hebben twee ogen. Kijk en laat deze schoonheid tot je binnenkomen. Neem het in je hart. Dit is toch veel meer dan willen hebben”, deel ik mee.
We blijven wandelen tot 14u30. Tot in een dorpje waar ik om drinkwater vraag. De mensen vragen ons tot waar we nog wandelen. “Saint Moré”. “Saint Moré, mes vous avez déja passer”. Ik begrijp er niets meer van. Ik probeer ook niet verder te begrijpen. We zijn in Le Jarrie. Mijn namiddag en avond zijn verder gevuld met het helpen van jongeren en het zien van kinderen die stage circus artiest volgen. Ik kreeg een nacht aangeboden in een jongeren centrum. ’s Avonds mag ik met hen aan tafel en bekijk ik nog een optreden van hen.
Een fossiel

Bernouil
22 april – Een onrustige nacht. 08:00 terug op weg. Ik geniet van de verschillende geuren die extra tot hun recht komen na de regenbui van gisteren. ‘Le Canal de Haute Seine’ maakt plaats voor ‘Le Canal de Bourgogne’. Ik wandel een klein charmant dorpje binnen. Voor mij op de weg vele steentjes. Met 10 kg op de rug buig ik me voorover voor een steentje. Waarom dit ene steentje weet ik niet! Ik neem het in de hand. Een fossiel. Ik bekijk het, nog eens en nog eens. Het is niet zomaar een fossiel. Het is er eentje in de vorm van een Sint-Jakobsschelp. Gevonden op enkele voetstappen van de kerk Saint-Jacques-le-Majeur in Bernouil. Een bijzondere kerk gebouwd tussen 1634 en 1643 in de vorm van een klavertje vier. In de straat van St. Jacques. Voor mij een pelgrim. Het kleine puntje in de verte wordt alsmaar groter. Na een eindje wandelen we naast elkaar. Rob is zijn naam. Mijn dag eindigt in Chablis. Waar ik heel snel plaats neem op een terras, schoenen uit, iets fris. Oef…. ’s Avonds overnacht ik in een gebouw die vroeger dienst deed als seminarie, school. Vandaag worden er pelgrims opgevangen. De tijd bleef er stilstaan. Ook voor de bedden 😉 Ik voel me net op internaat.

Refuge Pelerin-Chablis
Geschreven brieven

21 april – Ik hoor de plankenvloer boven me kraken. De luiken gaan open. Het huis wordt stilletjes aan wakker. Ik doe de luiken van mijn kamer open. Regendruppels staan op de bladeren van de rozen. Een ontbijt. 09:00 klaar voor vertrek. Afscheid. Het is grijs buiten, mijn eerste regendruppels sedert mijn vertrek. De grond is nog niet genoeg nat omdat de boeren tevreden zouden kunnen zijn. Al meer dan een maand heeft het niet geregend. In een regenplas zie ik af en toe licht schijnen. Ik kijk naar boven, ja hoor daar is de zon met een subtiel lichtpunt. De ganse tijd blijft ze zo aanwezig. Net genoeg om alles wat kleur heeft te laten stralen. Ik kijk haar aan en glimlach. Ik ontmoet terug een pelgrim. Deze keer uit België. We wandelen twee uurtjes samen en nadien scheiden onze wegen terug. Ik denk nog eventjes terug aan wat de man vertelde. ” ik schrijf iedere avond een brief aan mijn vrouw en om de drie dagen doe ik ze op de post”.Mooi he! Geschreven brieven.