De bank

image

De trein, afgeschaft.
Een bank aan het station. De zon. Een helder blauwe hemel. Mensen komen en gaan.

Een man. Alleen. Oordopjes in de oren, een zonnehoed. Zit te praten.  Af en toe gaan zijn handen mee in beweging.  Zou hij aan het telefoneren zijn!
Verderop een meisje. Een klein zwart bakje in de handen, zwarte oordopjes. Zit af en toe met de handen in haar haren, om nadien haar hoofd te ondersteunen.  Wachtend… Vervelend…onrustig. ..?
Voor me een vrouw, kort geknipt, rode bril. Haar rug toekerend naar haar buurvrouw. Ogen dicht richting de zon.
Naast me een groep daklozen,  verbale communicatie. Een fles wodka,  blikjes bier.

Ikzelf,  papier en pen.
De pijn in mijn lichaam brengt me even terug in de tijd.

Begin 2014. Een vreemd lichaam werd ontdekt in één van mijn organen. Een parasiet. Een beestje die zomaar eventjes 3 grote eieren (cyste) is komen neerleggen. Eén in de linker long, twee in de lever. Vanwaar ze komen is niet te achterhalen en van weinig belang.

Mijn bedenking. Wat ligt erop mijn lever die ik niet gezegd kan krijgen. Met deze zin en een flinke dosis medicatie stapte ik de Camino.  (Voor alle duidelijkheid dit was niet de reden waarom ik de camino ben gaan wandelen).

De bedoeling van de medicatie was het inkrimpen en afsterven van de cyste. Alleen besliste het beestje er anders over.  Het groeide van twee centimeter binnen drie maand.  Al snel werd het me duidelijk dat een operatieve ingreep zich liet opdringen.

Terwijl ik dit neerpen ben ik herstellende van de long operatie.  Met groot succes werd de cyste verwijderd zonder aan het gezond weefsel te moeten komen. Op-ge-lucht.

De operatie verliep naar mijn weten en gevoel naadloos. (Zonder mijn rits mee te rekenen die mijn lichaam rijker is geworden).

Een ingrijpende gebeurtenis met veel beketenis voor me.
Zijn die cysten er gekomen om mij een les te leren?  Neen! Het zou straffend zijn indien ik een ja zou antwoorden.  (Hoe snel hebben we niet de neiging onszelf te straffen, in een negatief licht te plaatsen). Ze waren er gewoon en al heel lang
De tijd was rijp, rijp om te verdwijnen.
Rijp om eindelijk te uit-en .

Ik sta stil bij de beperking die mijn lichaam mij aangeeft.  De beperking wordt een tool. Een tool dat ik in zachtheid gebruik en anders te doen dan wat ik al altijd gewoon ben geweest uit overleving.

De pijn brengt me in kramp. Ik span me op als afscherming om geen pijn te moeten voelen waardoor ik afstand neem van mijn voelen. Ik sta in hardheid. Net door dit systeem toe te passen die al jaren in mijn lichaam gekend is weiger ik mezelf tot leven.
Dit is nou juist wat ik niet meer wil,  het niet mogen zijn.

Samen met de pijn ga ik in ontspanning staan. Ik accepteer.  De pijn vervaagd. Plaats voor zachtheid.  Hoe verder ik hier ga in staan hoe meer ik besef dat afscherming overbodig wordt.  Mijn zelfvertrouwen groeit. Angst voor pijn verdwijnt. Ik kom in mijn eigen kracht te staan.

Ik sluit mijn ogen en ga naar binnen. Ik beweeg. Kleine bewegingen. Ze voelen zelfzeker en krachtig.  Wat voelt het fijn! De rijkdom van mijn lichamelijke beperking.

In kleine zachte krachtige bewegingen blijf ik bij mezelf.  In plaats van grote sterke harde bewegingen waar ik mezelf verlies.

Mijn lichaam roept inwendig naar uiting. Met een zekere vanzelfsprekendheid opent mijn klankkast zich. Geluiden komen van diep uit de buik en vibreren zo een weg naar buiten. Dankzij de vibratie kan ik eindelijk -uitspuwen. Mijn longen krijgen ruimte. Het geloof in mezelf blijft groeien.

En het niet gezegd krijgen is alvast verdwenen met de cyst 🙂

De bank. Het zit goed.  Mijn onderrug in de opening van de bank. Mijn rug volgt de golving van de bank. Mijn borstkas krijgt een lichte strekking. Een boog. Ruimte.
Ik sluit mijn ogen.

Ik adem! Ik leef!

Voeten

image

30 oktober – Dinsdagmorgen.  Het licht komt op. Het wolkendek maakt zachtjes aan plaats voor een heldere hemel.  De  zonnestralen komen tevoorschijn.
Mijn wekker laat mijn favoriet geluidje horen,  zingende vogels. Het zachtjes ontwaakt mijn lichaam.  Ik kom uit bed. Mijn voeten maken contact met de grond.
Een paar maanden geleden sprong ik nog het bed uit. Vandaag meld mijn lichaam het rustiger aan te doen.  Mijn benen en bekken zoeken naar verbinding tussen boven en onderlichaam.  Stramheid. 
Mijn voeten zoeken aarding. Het  gezwollen gevoel aan de voorkant van mijn voet is wat minder in vergelijking met kort na de camino. Mijn longen.
In de welving, holte van de voet voelt het niet goed. Het doet pijn. Niet vreemd, de ruimte van lever en darmen. Gisteren heb ik mijn voeten laten behandelen,  verzorgen, masseren.
Voetreflexologie.

Terwijl mijn voeten onder zachte handen werden genomen, kon ik zo gaan reizen in mijn lichaam. Op ontdekking. Lichaamsdelen werden geprikkeld.  Beelden.  Kleuren.  Alles had voor mij een duidelijk verband met elkaar.  De ervaringen van op de camino kregen nogmaals een bevestiging.
De kleuren die ik heb toegelaten.  De nieuwe kleuren die mijn aandacht krijgen en waar ik me goed bij voel. Kleuren die in verband staan met ruimtes in het lichaam. De chakra’s. 
Organen die protesteren,  organen die ruimte krijgen.
Een bijzondere ervaring.  Vandaag zie en voel ik mijn voeten op een heel andere manier. Ze zijn een spiegel geworden van mijn lichaam.  (Wat ze eigenlijk al waren.)
Een lichaam die zoekt naar stevige aarding en ruimtes die zoeken naar verbinding. Een verbinding die niet zonder pijn aan mij voorbij gaat. Niet enkel fysiek ook een niet te plaatsen pijn. Ik geef de tijd, de tijd.
En mijn voeten vandaag krijgen voor mij een veel diepere betekenis. Niet zomaar iets die me van punt A naar B brengt.  Wel iets die dagelijks mijn gewicht draagt en het allesomvattend zonder ik erbij stilsta. Die dagelijks in contact komt met de harde grond. Een klein deel van het lichaam met een weerspiegeling van gans het lichaam.
Dit iets zijn mijn voeten en vanaf vandaag gaan ze bewust met mijn verder op reis.

De trein.  Een venster. Een stralende zon boven de velden. Warm geel. Mijn voeten liggen te rusten.

Huiswaarts

image

10 juli – Na twee dagen rust neem ik vandaag de bus terug richting België. Ik neem een stevig ontbijt want ik heb geen flauw idee hoe de terugreis zal gebeuren.  Nog een laatste café con leche in Santiago. Een gesprek met Spaanse pelgrims waarbij ik nogmaals ‘Bravo, congratulation’ mag horen. Ik heb de indruk dat ik nu toch wel iets mis of ben ik me er niet bewust van van wat ik heb verwezenlijkt!
Om elf uur neem ik de rugzak. Wat voelt dit goed deze terug op mijn rug te voelen,  alsof ik terug één geheel ben geworden. Een busrit van vierentwintig uren lang tot in België wacht op me.
Vierentwintig uren?! Zo snel!
Wat zijn de bussen luxueus geworden, lederen zetels met enorm veel ruimte.  Mijn benen lang uitgestrekt en met zeker nog een twintig centimeter vrij voor de knieën geniet ik van de tocht en de vele mooie vergezichten.
Vijf uur later rijden we doorheen de Meseta.  De graanvelden zijn afgemaaid en hebben plaats gemaakt voor de zonnebloem velden. Ik zie ze nog voor mijn ogen, dansend in het ochtendlicht.
Achter mij mag ik om de zoveel tijd een sprekende klok en kilometer teller horen, gevolgd door een zucht. *zucht*
Ik lees verder mijn boek terwijl ik een nieuwe poging doe om in het nu te blijven. Net voor Burgos verander ik van bus. Plots ben ik de enige pelgrim op een niet volle bus. Net vertrokken zie ik een hert in het afgemaaid veld. Ik heb zin om het uit te schreeuwen.  Iedereen keek voor zich en was druk bezig met het enig bezit dat ze bij zich hadden.
Ik strek mijn benen,  een lichte druk op de kuiten is voelbaar.
Een disco muziek vult de ruimte. Een beetje later een aktie film. De nacht gaat in, gelukkig heb ik mijn oordoppen mee.

Fisterra

image

7 juli – Wat heb ik zin gehad onderweg om te kunnen baden in water. Hier sta ik dan voor deze  blauwe oneindige vlakte, de zee. Rust.
Ik daal wat rotsen af op zoek naar een afgeschermd plaatsje waar ik mijn ritueel kan laten gebeuren.
Ik doe mijn schoenen uit, mijn voeten genieten van het lichte windbriesje.
In een klein nisje in de rots plaats ik mijn Sint Jakobsschelp met een  vuursteentje voor de Salie en Sandelwood. Een kaarsje. Een klein stukje stof van mijn t-shirt, sjort, schoenveters.
Ik steek het vuurtje aan en begin te zingen. Ik haal het geheime briefje uit de omslag van Apolline en laat het in het niets verdwijnen. Ik voel een traan langs mijn wang. Water, vuur, lucht, aarde verenigd.
Ik kijk naar de zee…oneindig, mysterieus.
Dit is wat voor mij de weg is.
Lieve kleine meid, voor je.
Ik zie je graag. 

image

Santiago

image

6 juli – Vijf uur, na een goede nachtrust vraagt mijn lichaam naar beweging.  Met mijn hoofdzaklamp pak ik alles in een bepaalde volgorde en voorzichtig in om zo weinig mogelijk anderen niet te wekken en niets te vergeten. Ik kijk door het raam. Het is nog donker en het begint te regenen. Ik dank de vriendelijke hospitaliero voor zijn warme ontvangst. Met gregoriaans muziek, gietende regen en in het donker wandel ik doorheen een eucalyptusbos. Hop naar Santiago.  Verschillende pelgrims steek ik voorbij. “Coucou les amours, bien dormis? ” zeg ik tegen Yves en Marie-Helene terwijl ik hen voorbij steek. “Oh, oui Jasmine”. “Je vous vois a la kathedrale.  J’y vais il y a quelle que chose qiu me pouse dans le dos”. “Tu nous tiens une place”! “Bien sur!” , roep ik nog even na. Wat verder de drie dames die ik een paar dagen geleden heb ontmoet. Een van hen, 71 jaar zie ik schuin en moeizaam lopen. Ik wandel naast haar, leg mijn handen op haar schouders en geef haar een zoen.  “Oh, Jasmine”. Ik wandel verder,  draai me om en roep “Allez les filles”. Vol energie en na drie uur wandel ik Santiago binnen. Tien uur, een zondag morgen het is rustig. Het hartje en de kathedraal laten nog even op zich wachten.  Met de Bolero van Maurice Ravel en na 2537 loop ik de Sint Jacobs poort onderdoor. Sommigen noemen haar ‘la porte Française’ of ‘la porte du pardon’. Het grote plein, de kathedraal…
Ik breng mijn hand voor de mond, ik begin te huilen.  Ik draai rond. Mijn zakdoek ‘één uit de duizend’ droogt mijn tranen. Tranen van …zonder woorden. Een pelgrim komt naar me toe en geeft me een knuffel “Congratulation”! Een andere pelgrim “Mes félicitations”. Ik wens hen beiden hetzelfde, ik denk uit een vorm van beleefdheid en omdat ik hoor dat iedereen dit aan elkaar toewenst. Congratulation voelt wat vreemd,  voor mij is deze Camino de Santiago gewoon een weg die op mijn pad is gekomen,  een weg die me geroepen heeft op het juiste moment.  Een dankbare weg. De  andere pelgrims die ik heb ontmoet geef ik een stevige knuffel zonder woorden.  Dit voelt voor mij juist.  Van het begin tot het einde heb ik weinig woorden gebruikt op de weg, ben ik diep van binnen gaan kijken en daar zijn weinig woorden voor nodig.
Ook deze aankomst is niet in woorden uit te drukken.  Waarom gaat een mens wenen,  waarom gaat een mens lachen. Ver moet men niet altijd zoeken, het hoort bij het leven. Het brengt je tot leven.

De ene pelgrim komt na de andere aan op het plein.  Om twaalf uur ga ik naar de pelgrimsmis. Nadien haal ik mijn Compostela en krijg ik mijn laatste stempel om de credential af te sluiten. ’s Avonds maak ik nog een avondwandeling doorheen het centrum. Er wordt gevierd, gedronken,  gegeten en plots verandert de pelgrimstocht in één groot feest. Ik laat de drukte voor de anderen en in alle rust drink ik  op een terras een café con leche om deze dag met mijn dagboek te vieren. Geniet ik van de vele mensen te zien lachen en plezier maken. 
Om 23 uur ga ik slapen.  Nog tot diep in de nacht hoor ik feestvierders.  Mijn wandelweg is hier afgerond.  Morgen ga ik naar Fisterra om deze Camino af te sluiten met een ritueel die ik aan twee kleine meiden heb beloofd. 

image

Verbondenheid

image

5 juli – Ik neem mijn schoenveters uit mijn bergschoenen en zonder enige twijfel laat ik me schoenen achter in de albergue. Het juiste moment.  Het zal mijn rugzak alvast wat lichter maken, het was tijd om ze los te laten. Nog even een koffie en me inpakken tegen de regen. Bij het ontbijt, in de bar zie ik Yves en Marie-Helene, twee mooie lieve mensen. Later op de morgen zie ik ze terug en blijven we samen wandelen. Mooie gesprekken volgen uit deze mooie ontmoeting. Ze weten me te ontroeren en behoren tot de weinige mensen waar ik heel snel mijn emotie kan laten zien. Tijdens één van de pauzes deel ik met hen een beeld die ik een paar jaar geleden heb mogen zien. Een prachtig beeld van een mooie vrouw die ik vandaag nog altijd in mijn hart mag meedragen. De tranen komen in mijn ogen en ik kan plots niet meer verder praten.  Ik laat ze vloeien, de tranen van ontroering en vreugde. Beiden nemen ze een hand vast,  we kijken elkander aan met tranen in de ogen. “Elle etais belle”, kan ik er nog even aan toevoegen. Ik neem een zakdoek die ik meebracht van thuis normaal waren deze voor andere bedoeld ‘een harten-zakdoek’. “Jasmine, tu est une belle femme, une femme pure. Tu a tellement de belle chose ent toi et a mentrer au autre”. Het raakt me. De voorlaatste dag in de regen en ook dit is mooi. Ik krijg het gevoel dat het pelgrimeren van richting is veranderd,  van binnen naar buitenuit. De ene na de andere pelgrim ontmoet ik terug. Pelgrims waar ik geen woorden mee heb gedeeld en toch is er een verbondenheid. De verbondenheid op de weg, met de weg. De kracht van iets te delen zonder woorden en er ook in stilte te kunnen zijn.

Siska

image

4 juli – Midden in de nacht wakker gemaakt worden is even schrikken wanneer je ten midden een droom bent. “Jasmine,  mag ik naast jou komen liggen.  Er gebeuren hier rara dingen. Ik hoor zo een rare dingen en ik heb schrik”. Hmm, ook in mijn droom gebeuren er rare dingen over de Camino.  Siska komt in het bed naast mij liggen.  Ik kan moeilijk terug in slaap vallen. Om zes uur laten we de vreemde herberg achter ons. Zo stap ik de ganse dag met Siska en wisselen we verschillende ideeën over soorten therapieën.  Ik droom eventjes weg verlangend naar de start van een nieuwe opleiding. De drukte op de weg haalt me terug. De weg triggert me voortdurend niet in het nu te blijven. Niet gemakkelijk wanneer je weet dat Santiago nabij is. Sedert Saria is het drukker geworden door de laatste 100km, wat belangrijk is voor de Compostela te ontvangen. Schoolkinderen zijn er voor een schoolopdracht of op schoolreis. Amerikanen komen ‘The Way’ opsnuiven gekleed in hun mooiste tennis outfit. Plotseling wandel je achter een wandelende radio. De stopplaatsen zijn belange zo rustig niet meer. De vogels laten zich niet imponeren door de nieuwe geluiden en blijven uit volle borst zingen. De weg veranderd.  Ik blijf wandelen op hetzelfde ritme en blijf verder genieten van de weg op mijn manier. Om zestien uur zit ik met mijn voeten in het koude water aan een riviertje.  De drieëndertig kilometer is zichtbaar. Het voelde vandaag voor mij net alsof het pelgrimeren achter de rug is.