Shalom

De voorbije dagen kwamen gebeurtenissen, als wolken aan mij voorbij.
Een vrouw, een vriendin, Mireille die ik 15 jaar geleden voor de eerste keer ontmoette tijdens een dansjaar. Het contact was kort, een jaartje als ik me goed herinner. Diep vanbinnen heb ik altijd geweten dat onze wegen terug samen zouden komen en er was een vol vertrouwen en vreugde hierin. Zo gebeurde het, 13 jaar later kruisten onze wegen terug. Zomer 2019. De tijp was rijp om een stukje samen op pad te gaan. Er was geen pelgrimstocht op verplaatsing, wel ééntje heel dichtbij huis waarin Yeshua en Maria Magdalena een grote rol hebben gespeeld in deze periode.
Het was een kortdurige hevige liefdesrelatie op horizontale lijn, een onvoorwaardelijke langdurige op vertikale lijn.
Bijzondere mooie hartverwarmende momenten hebben we gedeeld, ook moeilijke en harde momenten, beiden hebben ons de kans gegeven in groei.

Ik voelde een paar dagen geleden – terwijl ik de schoonheid van de natuur rond mij zag. Het laagje ‘goudengloed’ die over de graanvelden te zien was – een sterke stuwing om iets met haar te delen, en zo gebeurde het. Via messenger stuurde ik een bericht. “… Ik wens mij te verontschuldigen voor de momenten waarin ik je heb beperkt om je te laten Zijn wie je bent, jou heb beperkt in het niet kunnen Zijn door omstandigheden bij mij… . Mireille, sta, ga je bent het zo waard, veel liefs.”

Vreugde was voelbaar om dit te kunnen delen. Ik zet even mijn oortjes terug op en duw terug op play naar een tekst die ik aan het luisteren was. De tekst kwam niet…
In synchroniciteit kwam… ‘Shalom’ van Shimshai.
Vreugde groeide en ik begon mee te neuriën op het muziek.

Een fietsende dame komt me tegemoet. “Vous allez à Compostelle ?”, vraagt ze me. “Oui”. “Oh, j’éspere un jour pouvoir le faire.” we delen wat verder over de weg.
“Je vous est peut être ralenti…” “Ah non pas du tous, merci de vous êtes arrêter.” Bon Chemin”, roept de vrouw terwijl ze weg rijdt. “A bientôt sur le chemin.”

Na een overnachting in le Châtelet op weg naar Chateaumillant wandel ik door het pottenbakkers dorp ‘Les Archers en bezoek er het klein pottenbakkers museum. Het aangename dorp heeft me altijd weten te bekoren.

In de namiddag voel ik een stuwende kracht, alsof iemand mij duwt. De volgende zin komt door meheen,” Ik wil nog maar één iets dienen, geen enkele macht buiten mezelf, wel de kracht van liefde in mezelf.”
Terzelfde tijd voel ik een behoefte iets uit te roepen, het ligt op mijn tong, het is me onbekend… alsof ik uiting wens te geven aan een vreemde taal. Onbekend in het Nu…. mijn hoofd neemt de overhand, waardoor de woorden niet naar buiten kunnen komen.
Ik laat toe wat gebeurd en omarm het.
Ik stap verder en focus me op mijn ademhaling. Ik open mijn armen zodat mijn borstkast wat meer ruimte krijgt binnenin en roep ‘ik ontvang je’.

Na een weldoende dag kom ik aan in Chateaumeillant waar ik deel neem aan een huwelijk in de prachtige kerk St. Genes een oude abbatial, waar een beeld mijn aandacht vraagt, St. Solange.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Klik HIER voor een kortfilmpje

Les roses de Solange

Het laatste stuk op de GR41 gaat via de abdij van Noirlac, niet ver van Saint-Amand Montrond. Een prachtige abdij in een grote eenvoud. Wanneer ik in de gangen wandel, in de tuin vol rozen, boven op dakhoogte. De ruimte, de eenvoud, de stilte mogen gewaarworden. Wat voel ik me er goed.
Ik stap verder tot aan Bouzais waar ik een dag rust neem. Zorg draag voor mijn voeten en even mijn rugzak opzij zet.

In Loye-sur-Arnon herken ik het dorpje, waar ik zeven jaar geleden zo blij was om een bio winkel te zien op de weg. Ik ga naar het kerkje…het beeld St. Solange is er terug, ik word gewaar dat er zich iets wenst te tonen. Ik laat los.
Ik stap richting de plaats waar ik zal overnachten in een caravan. Bij Justine en Alex die een grote boerderij hebben. Justine komt aan de deur. We stellen ons voor. En plots wordt het duidelijk dat ik bij de persoon terecht gekomen ben, die zeven jaar geleden in de Bio winkel was
Justine nodigt me uit bij haar thuis.
Ik stap de keuken binnen. Een prachtige boerderij gerestaureerd volgens de regels van de kunst… De man des huizes heeft werkelijk ‘gouden’ handen.
Op een kastje staat een heel klein kadertje met een foto van een bejaarde vrouw. Haar glimlach trekt mijn aandacht.

In het gesprek, in het delen over de buurt en langs waar mijn weg is gegaan zegt Justine “je suis de ce village, mes parents habite juste avant le pont” wanneer ik spreek over Bigny. “Oh, le chemin sort sur la route juste à cette endroit. J’ai même étais attiré par des roses roze d’une beauté. Et même la maison me parler”, en ik toon haar op de kaart, waar het is. “Bhein la maison appartient à cette dame, ma voisine, notre petite Solange”, terwijl Justine verwijst naar het klein kadertje op de kast. “Oh”, hmm. OK, er is duidelijk iets die aan het licht wenst te komen.

Ik geniet ten volle van de boerderij. Het ziet eruit als in een sprookje van Hans Christian Andersen. Witte ganzen wandelen wiebelend over het pacht. Een kalkoen loopt achterna. Een haan laat zijn gekraai horen over diversen hoeken. Is hij niet in de geitenstal, dan kraait hij ergens op de omheining van het prachtig roze varken met haar lange wimpers. ‘Trompette’ de bordercollie gaat af en toe spelen met de ganzen. Hier en daar een lieve poes. 50 geiten en alles wat niet zichtbaar is.
Terwijl Justine hooi geeft aan de geiten, ga ik het hoge gras afmaaien. Met een koptelefoon op mijn hoofd, een grasmaaier hangend aan een harnas, zwier ik van rechts naar links.
Zelf een deugddoende verfrissende onweerswolk houd me niet tegen.
”s avonds zit ik met 4 jongeren rond de tafel en het raakt me, het is zo hartverwarmend om te zien hoe ze op een liefdevolle zachte manier omgaan met elkander. Hoe ze met zoveel liefde spreken over hun job bio-boeren, Bio voeding. Het raakt me om te zien hoe zij terug de weg nemen van de natuur, daar waar velen er zover van verwijderd zijn. Hoe ze bewust in het leven staan… En als ik dit zie wordt mijn hoop en geloof naar een positieve toekomst alsmaar groter.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Jafar

Baugy. Ik trek de deur van de herberg achter me dicht. Met de sleutel in de hand wandel ik richting ‘la Mairie’, het gemeentehuis. Een halte in het kerkje ‘St. Martin’, één van de weinige kerkjes waar een volledig glasraam in het koor gewijd is aan Maria Magdalena.

Op het terras van de bar zit een man – terug getrokken in zichzelf – een limonade te drinken. Ik haal de chocolade reep uit mijn rugzak die ik gisteren kocht in een plaatselijk chocolade fabriekje. Ik stap naar de man… “Bonjour monsieur, je peut vous faire plaisir avec un morceau de chocolat ?” De man kijkt op. “Oh, bhein c’est gentil. Ah, merci beaucoup.” Ik zie de man zijn gezicht opklaren. “Oh, c’est une exception aujourd’hui de voir un geste comme vous avez fait.” Ik luister verder naar zijn delen. “Vous vous appelée comment ?” “Jafar.” “Enchanté Jafar, ravie de faire votre connaissance.” De man begint plots veel te vertellen en begint zijn ongenoegen op een zachte manier te delen over andere…. “Tu c’est defois il y a vraiment des con, et la je suis raciste envers eux.”… Ik laat hem uitspreken. “Jafar, je peut te partagé quelque chose sur se que tu vient de me partagé ?” “Oui, biensûr.” “Ce que je vais te partagé n’a rien d’une jugement sur ton partage mes vois le comme une ouverture vers…Tu sait ce que on voit chez l’autre en le voit par nos propre yeux, ce que il y a on nous. Si non on ne peut pas le reconnaître. Et quand on dit a l’autre raciste cela veut déjà dire que c’est quelque chose qui t’appartient.” ” Ah, je l’ai j’amais vu comme cela. Les conversations avec toi son bien intéressante.” Het gesprek blijft vloeiend.” Ce que on seme on le récolte”, voegt Jafar er aan toe. “Hmm, dit is afhankelijk van hoe die zin uitgesproken wordt. Met welke intentie. Wanneer het met de gedachte is zoals men vaak aan karma denkt, dat je ervan overtuigd bent en soms wenst dat de ander iets slecht zal overkomen omwille van zijn of haar gedrag dat niet in ons eigen leefwereld past. Dan is men zelf al een zaadje aan het zaaien in de negativiteit en zou het wel een boomerang effect kunnen hebben”, deel ik hem verder in de Franse taal.
“oui, c’est vrai. Écoute je suis n’avrais mes je doit te laisser. Le garagiste m’attend. Merci à toi, j’ai étais bien ravie de faire ta connaissance Jasmine.” “Merci Jafar et c’est réciproque. Et n’oublie pas Jafar sème ce qui vient d’être semer.”

Een lange weg op een drukke niet veilige asfalt baan brengt me tot in Saint Solange.

In Villabon hou ik een halte aan de kerk om te kijken naar de zoneclips. Langs de weg op veel plaatsen hangen truitjes in plastiek te wapperen in de wind. De rode bolletjes trui doet me vermoeden dat de ‘Tour de France’ hier voorbij zal komen. En ja, begin juli zal het stille dorp in een massa evenement omgetoverd worden. De temperaturen zijn fors gestegen en dit in combinatie met het asfalt, werkt dit heel vermoeiend en nefast voor de benen en voeten. Voldaan en vermoeid kom ik aan in Saint Solange.

De bank

image

De trein, afgeschaft.
Een bank aan het station. De zon. Een helder blauwe hemel. Mensen komen en gaan.

Een man. Alleen. Oordopjes in de oren, een zonnehoed. Zit te praten.  Af en toe gaan zijn handen mee in beweging.  Zou hij aan het telefoneren zijn!
Verderop een meisje. Een klein zwart bakje in de handen, zwarte oordopjes. Zit af en toe met de handen in haar haren, om nadien haar hoofd te ondersteunen.  Wachtend… Vervelend…onrustig. ..?
Voor me een vrouw, kort geknipt, rode bril. Haar rug toekerend naar haar buurvrouw. Ogen dicht richting de zon.
Naast me een groep daklozen,  verbale communicatie. Een fles wodka,  blikjes bier.

Ikzelf,  papier en pen.
De pijn in mijn lichaam brengt me even terug in de tijd.

Begin 2014. Een vreemd lichaam werd ontdekt in één van mijn organen. Een parasiet. Een beestje die zomaar eventjes 3 grote eieren (cyste) is komen neerleggen. Eén in de linker long, twee in de lever. Vanwaar ze komen is niet te achterhalen en van weinig belang.

Mijn bedenking. Wat ligt erop mijn lever die ik niet gezegd kan krijgen. Met deze zin en een flinke dosis medicatie stapte ik de Camino.  (Voor alle duidelijkheid dit was niet de reden waarom ik de camino ben gaan wandelen).

De bedoeling van de medicatie was het inkrimpen en afsterven van de cyste. Alleen besliste het beestje er anders over.  Het groeide van twee centimeter binnen drie maand.  Al snel werd het me duidelijk dat een operatieve ingreep zich liet opdringen.

Terwijl ik dit neerpen ben ik herstellende van de long operatie.  Met groot succes werd de cyste verwijderd zonder aan het gezond weefsel te moeten komen. Op-ge-lucht.

De operatie verliep naar mijn weten en gevoel naadloos. (Zonder mijn rits mee te rekenen die mijn lichaam rijker is geworden).

Een ingrijpende gebeurtenis met veel beketenis voor me.
Zijn die cysten er gekomen om mij een les te leren?  Neen! Het zou straffend zijn indien ik een ja zou antwoorden.  (Hoe snel hebben we niet de neiging onszelf te straffen, in een negatief licht te plaatsen). Ze waren er gewoon en al heel lang
De tijd was rijp, rijp om te verdwijnen.
Rijp om eindelijk te uit-en .

Ik sta stil bij de beperking die mijn lichaam mij aangeeft.  De beperking wordt een tool. Een tool dat ik in zachtheid gebruik en anders te doen dan wat ik al altijd gewoon ben geweest uit overleving.

De pijn brengt me in kramp. Ik span me op als afscherming om geen pijn te moeten voelen waardoor ik afstand neem van mijn voelen. Ik sta in hardheid. Net door dit systeem toe te passen die al jaren in mijn lichaam gekend is weiger ik mezelf tot leven.
Dit is nou juist wat ik niet meer wil,  het niet mogen zijn.

Samen met de pijn ga ik in ontspanning staan. Ik accepteer.  De pijn vervaagd. Plaats voor zachtheid.  Hoe verder ik hier ga in staan hoe meer ik besef dat afscherming overbodig wordt.  Mijn zelfvertrouwen groeit. Angst voor pijn verdwijnt. Ik kom in mijn eigen kracht te staan.

Ik sluit mijn ogen en ga naar binnen. Ik beweeg. Kleine bewegingen. Ze voelen zelfzeker en krachtig.  Wat voelt het fijn! De rijkdom van mijn lichamelijke beperking.

In kleine zachte krachtige bewegingen blijf ik bij mezelf.  In plaats van grote sterke harde bewegingen waar ik mezelf verlies.

Mijn lichaam roept inwendig naar uiting. Met een zekere vanzelfsprekendheid opent mijn klankkast zich. Geluiden komen van diep uit de buik en vibreren zo een weg naar buiten. Dankzij de vibratie kan ik eindelijk -uitspuwen. Mijn longen krijgen ruimte. Het geloof in mezelf blijft groeien.

En het niet gezegd krijgen is alvast verdwenen met de cyst 🙂

De bank. Het zit goed.  Mijn onderrug in de opening van de bank. Mijn rug volgt de golving van de bank. Mijn borstkas krijgt een lichte strekking. Een boog. Ruimte.
Ik sluit mijn ogen.

Ik adem! Ik leef!

Voeten

image

30 oktober – Dinsdagmorgen.  Het licht komt op. Het wolkendek maakt zachtjes aan plaats voor een heldere hemel.  De  zonnestralen komen tevoorschijn.
Mijn wekker laat mijn favoriet geluidje horen,  zingende vogels. Het zachtjes ontwaakt mijn lichaam.  Ik kom uit bed. Mijn voeten maken contact met de grond.
Een paar maanden geleden sprong ik nog het bed uit. Vandaag meld mijn lichaam het rustiger aan te doen.  Mijn benen en bekken zoeken naar verbinding tussen boven en onderlichaam.  Stramheid. 
Mijn voeten zoeken aarding. Het  gezwollen gevoel aan de voorkant van mijn voet is wat minder in vergelijking met kort na de camino. Mijn longen.
In de welving, holte van de voet voelt het niet goed. Het doet pijn. Niet vreemd, de ruimte van lever en darmen. Gisteren heb ik mijn voeten laten behandelen,  verzorgen, masseren.
Voetreflexologie.

Terwijl mijn voeten onder zachte handen werden genomen, kon ik zo gaan reizen in mijn lichaam. Op ontdekking. Lichaamsdelen werden geprikkeld.  Beelden.  Kleuren.  Alles had voor mij een duidelijk verband met elkaar.  De ervaringen van op de camino kregen nogmaals een bevestiging.
De kleuren die ik heb toegelaten.  De nieuwe kleuren die mijn aandacht krijgen en waar ik me goed bij voel. Kleuren die in verband staan met ruimtes in het lichaam. De chakra’s. 
Organen die protesteren,  organen die ruimte krijgen.
Een bijzondere ervaring.  Vandaag zie en voel ik mijn voeten op een heel andere manier. Ze zijn een spiegel geworden van mijn lichaam.  (Wat ze eigenlijk al waren.)
Een lichaam die zoekt naar stevige aarding en ruimtes die zoeken naar verbinding. Een verbinding die niet zonder pijn aan mij voorbij gaat. Niet enkel fysiek ook een niet te plaatsen pijn. Ik geef de tijd, de tijd.
En mijn voeten vandaag krijgen voor mij een veel diepere betekenis. Niet zomaar iets die me van punt A naar B brengt.  Wel iets die dagelijks mijn gewicht draagt en het allesomvattend zonder ik erbij stilsta. Die dagelijks in contact komt met de harde grond. Een klein deel van het lichaam met een weerspiegeling van gans het lichaam.
Dit iets zijn mijn voeten en vanaf vandaag gaan ze bewust met mijn verder op reis.

De trein.  Een venster. Een stralende zon boven de velden. Warm geel. Mijn voeten liggen te rusten.

Huiswaarts

image

10 juli – Na twee dagen rust neem ik vandaag de bus terug richting België. Ik neem een stevig ontbijt want ik heb geen flauw idee hoe de terugreis zal gebeuren.  Nog een laatste café con leche in Santiago. Een gesprek met Spaanse pelgrims waarbij ik nogmaals ‘Bravo, congratulation’ mag horen. Ik heb de indruk dat ik nu toch wel iets mis of ben ik me er niet bewust van van wat ik heb verwezenlijkt!
Om elf uur neem ik de rugzak. Wat voelt dit goed deze terug op mijn rug te voelen,  alsof ik terug één geheel ben geworden. Een busrit van vierentwintig uren lang tot in België wacht op me.
Vierentwintig uren?! Zo snel!
Wat zijn de bussen luxueus geworden, lederen zetels met enorm veel ruimte.  Mijn benen lang uitgestrekt en met zeker nog een twintig centimeter vrij voor de knieën geniet ik van de tocht en de vele mooie vergezichten.
Vijf uur later rijden we doorheen de Meseta.  De graanvelden zijn afgemaaid en hebben plaats gemaakt voor de zonnebloem velden. Ik zie ze nog voor mijn ogen, dansend in het ochtendlicht.
Achter mij mag ik om de zoveel tijd een sprekende klok en kilometer teller horen, gevolgd door een zucht. *zucht*
Ik lees verder mijn boek terwijl ik een nieuwe poging doe om in het nu te blijven. Net voor Burgos verander ik van bus. Plots ben ik de enige pelgrim op een niet volle bus. Net vertrokken zie ik een hert in het afgemaaid veld. Ik heb zin om het uit te schreeuwen.  Iedereen keek voor zich en was druk bezig met het enig bezit dat ze bij zich hadden.
Ik strek mijn benen,  een lichte druk op de kuiten is voelbaar.
Een disco muziek vult de ruimte. Een beetje later een aktie film. De nacht gaat in, gelukkig heb ik mijn oordoppen mee.

Fisterra

image

7 juli – Wat heb ik zin gehad onderweg om te kunnen baden in water. Hier sta ik dan voor deze  blauwe oneindige vlakte, de zee. Rust.
Ik daal wat rotsen af op zoek naar een afgeschermd plaatsje waar ik mijn ritueel kan laten gebeuren.
Ik doe mijn schoenen uit, mijn voeten genieten van het lichte windbriesje.
In een klein nisje in de rots plaats ik mijn Sint Jakobsschelp met een  vuursteentje voor de Salie en Sandelwood. Een kaarsje. Een klein stukje stof van mijn t-shirt, sjort, schoenveters.
Ik steek het vuurtje aan en begin te zingen. Ik haal het geheime briefje uit de omslag van Apolline en laat het in het niets verdwijnen. Ik voel een traan langs mijn wang. Water, vuur, lucht, aarde verenigd.
Ik kijk naar de zee…oneindig, mysterieus.
Dit is wat voor mij de weg is.
Lieve kleine meid, voor je.
Ik zie je graag. 

image

Santiago

image

6 juli – Vijf uur, na een goede nachtrust vraagt mijn lichaam naar beweging.  Met mijn hoofdzaklamp pak ik alles in een bepaalde volgorde en voorzichtig in om zo weinig mogelijk anderen niet te wekken en niets te vergeten. Ik kijk door het raam. Het is nog donker en het begint te regenen. Ik dank de vriendelijke hospitaliero voor zijn warme ontvangst. Met gregoriaans muziek, gietende regen en in het donker wandel ik doorheen een eucalyptusbos. Hop naar Santiago.  Verschillende pelgrims steek ik voorbij. “Coucou les amours, bien dormis? ” zeg ik tegen Yves en Marie-Helene terwijl ik hen voorbij steek. “Oh, oui Jasmine”. “Je vous vois a la kathedrale.  J’y vais il y a quelle que chose qiu me pouse dans le dos”. “Tu nous tiens une place”! “Bien sur!” , roep ik nog even na. Wat verder de drie dames die ik een paar dagen geleden heb ontmoet. Een van hen, 71 jaar zie ik schuin en moeizaam lopen. Ik wandel naast haar, leg mijn handen op haar schouders en geef haar een zoen.  “Oh, Jasmine”. Ik wandel verder,  draai me om en roep “Allez les filles”. Vol energie en na drie uur wandel ik Santiago binnen. Tien uur, een zondag morgen het is rustig. Het hartje en de kathedraal laten nog even op zich wachten.  Met de Bolero van Maurice Ravel en na 2537 loop ik de Sint Jacobs poort onderdoor. Sommigen noemen haar ‘la porte Française’ of ‘la porte du pardon’. Het grote plein, de kathedraal…
Ik breng mijn hand voor de mond, ik begin te huilen.  Ik draai rond. Mijn zakdoek ‘één uit de duizend’ droogt mijn tranen. Tranen van …zonder woorden. Een pelgrim komt naar me toe en geeft me een knuffel “Congratulation”! Een andere pelgrim “Mes félicitations”. Ik wens hen beiden hetzelfde, ik denk uit een vorm van beleefdheid en omdat ik hoor dat iedereen dit aan elkaar toewenst. Congratulation voelt wat vreemd,  voor mij is deze Camino de Santiago gewoon een weg die op mijn pad is gekomen,  een weg die me geroepen heeft op het juiste moment.  Een dankbare weg. De  andere pelgrims die ik heb ontmoet geef ik een stevige knuffel zonder woorden.  Dit voelt voor mij juist.  Van het begin tot het einde heb ik weinig woorden gebruikt op de weg, ben ik diep van binnen gaan kijken en daar zijn weinig woorden voor nodig.
Ook deze aankomst is niet in woorden uit te drukken.  Waarom gaat een mens wenen,  waarom gaat een mens lachen. Ver moet men niet altijd zoeken, het hoort bij het leven. Het brengt je tot leven.

De ene pelgrim komt na de andere aan op het plein.  Om twaalf uur ga ik naar de pelgrimsmis. Nadien haal ik mijn Compostela en krijg ik mijn laatste stempel om de credential af te sluiten. ’s Avonds maak ik nog een avondwandeling doorheen het centrum. Er wordt gevierd, gedronken,  gegeten en plots verandert de pelgrimstocht in één groot feest. Ik laat de drukte voor de anderen en in alle rust drink ik  op een terras een café con leche om deze dag met mijn dagboek te vieren. Geniet ik van de vele mensen te zien lachen en plezier maken. 
Om 23 uur ga ik slapen.  Nog tot diep in de nacht hoor ik feestvierders.  Mijn wandelweg is hier afgerond.  Morgen ga ik naar Fisterra om deze Camino af te sluiten met een ritueel die ik aan twee kleine meiden heb beloofd. 

image

Verbondenheid

image

5 juli – Ik neem mijn schoenveters uit mijn bergschoenen en zonder enige twijfel laat ik me schoenen achter in de albergue. Het juiste moment.  Het zal mijn rugzak alvast wat lichter maken, het was tijd om ze los te laten. Nog even een koffie en me inpakken tegen de regen. Bij het ontbijt, in de bar zie ik Yves en Marie-Helene, twee mooie lieve mensen. Later op de morgen zie ik ze terug en blijven we samen wandelen. Mooie gesprekken volgen uit deze mooie ontmoeting. Ze weten me te ontroeren en behoren tot de weinige mensen waar ik heel snel mijn emotie kan laten zien. Tijdens één van de pauzes deel ik met hen een beeld die ik een paar jaar geleden heb mogen zien. Een prachtig beeld van een mooie vrouw die ik vandaag nog altijd in mijn hart mag meedragen. De tranen komen in mijn ogen en ik kan plots niet meer verder praten.  Ik laat ze vloeien, de tranen van ontroering en vreugde. Beiden nemen ze een hand vast,  we kijken elkander aan met tranen in de ogen. “Elle etais belle”, kan ik er nog even aan toevoegen. Ik neem een zakdoek die ik meebracht van thuis normaal waren deze voor andere bedoeld ‘een harten-zakdoek’. “Jasmine, tu est une belle femme, une femme pure. Tu a tellement de belle chose ent toi et a mentrer au autre”. Het raakt me. De voorlaatste dag in de regen en ook dit is mooi. Ik krijg het gevoel dat het pelgrimeren van richting is veranderd,  van binnen naar buitenuit. De ene na de andere pelgrim ontmoet ik terug. Pelgrims waar ik geen woorden mee heb gedeeld en toch is er een verbondenheid. De verbondenheid op de weg, met de weg. De kracht van iets te delen zonder woorden en er ook in stilte te kunnen zijn.

Siska

image

4 juli – Midden in de nacht wakker gemaakt worden is even schrikken wanneer je ten midden een droom bent. “Jasmine,  mag ik naast jou komen liggen.  Er gebeuren hier rara dingen. Ik hoor zo een rare dingen en ik heb schrik”. Hmm, ook in mijn droom gebeuren er rare dingen over de Camino.  Siska komt in het bed naast mij liggen.  Ik kan moeilijk terug in slaap vallen. Om zes uur laten we de vreemde herberg achter ons. Zo stap ik de ganse dag met Siska en wisselen we verschillende ideeën over soorten therapieën.  Ik droom eventjes weg verlangend naar de start van een nieuwe opleiding. De drukte op de weg haalt me terug. De weg triggert me voortdurend niet in het nu te blijven. Niet gemakkelijk wanneer je weet dat Santiago nabij is. Sedert Saria is het drukker geworden door de laatste 100km, wat belangrijk is voor de Compostela te ontvangen. Schoolkinderen zijn er voor een schoolopdracht of op schoolreis. Amerikanen komen ‘The Way’ opsnuiven gekleed in hun mooiste tennis outfit. Plotseling wandel je achter een wandelende radio. De stopplaatsen zijn belange zo rustig niet meer. De vogels laten zich niet imponeren door de nieuwe geluiden en blijven uit volle borst zingen. De weg veranderd.  Ik blijf wandelen op hetzelfde ritme en blijf verder genieten van de weg op mijn manier. Om zestien uur zit ik met mijn voeten in het koude water aan een riviertje.  De drieëndertig kilometer is zichtbaar. Het voelde vandaag voor mij net alsof het pelgrimeren achter de rug is.