Sainte Colombe

Texte Français 👇

In een klein dorp met misschien honderd inwoners houd ik halt bij een verlaten caféterras.
Ik bel aan. Niemand thuis.
Terwijl ik zit te eten, stopt er een wagen. Een forse dame, kort geknipt en zwart gekleed, stapt uit.
“Dag mevrouw, is dit terras van u? Ik nam er plaats om even uit te rusten. Is dat oké voor u?”
“Ah ja hoor, eet smakelijk.”

De dame vraagt me waar ik heen ga, en we raken aan de praat.
“Zin in een koffie?” vraagt ze.
“Oh, met veel plezier, graag!”
En zo zitten we samen te praten bij een pot koffie over het leven.

Ze vertelt over haar verleden, over hoe lang haar ouders het café openhielden in dit kleine, aangename dorp.
“En hoe doe je dat onderweg, met overnachting en eten? Het moet toch niet gemakkelijk zijn, tegenwoordig. Mensen doen niet snel hun deur meer open.”
“Oh, dat valt best mee. Kijk hoe u me net een koffie aanbood.”
“Ah ja, dat is waar.” Ik zie haar nadenken.

De wegen zijn rustig, met weinig tot geen verkeer.
De natuur, mezelf in beweging, geen getoeter, geen luidruchtige wagens of rijdende discotheken, geen ongeduldige automobilisten… afstand van een gestresseerde wereld.

Meer en meer wordt onechtheid zichtbaar. Veel wordt doorzichtig, alsof er een dikke laag lijm aan het loskomen is — een lijm die alles bij elkaar hield.

Zonder enige moeite — op een paar protesterende organen na — kom ik snel weer in balans.
Het voelt alsof ik uit een artificiële bubbel ben gestapt en terechtgekomen ben in een wereld die zuiver en echt aanvoelt.
Die bubbel voelt steeds compacter en voller aan, alsof hij elk moment uit elkaar kan barsten.

Ondertussen heb ik al een paar overnachtingen achter de rug.
In een dorp kwam ik, tot mijn grote verbazing, terecht in een pelgrimsgîte op de route van de Via Francigena. Aan de muur hing een blauwe schelp met ‘Bienvenue’, het symbool van Saintes Maries de la Mer — een hart, een kruis, een anker.

En in dat dorp leefde ooit een bijzondere man: Benoît Joseph Labre, de ‘vagebond van God’. Hij werd nergens toegelaten, maar wijdde zijn leven aan gebed, meditatie en het geven van geestelijke raad aan mensen onderweg. Zeven jaar pelgrimeerde hij.

Een andere avond kwam ik laat aan op een plein.
Een man kwam aangelopen met twee ongeduldige border collies aan de lijn.
“Dag meneer, kunt u me alstublieft helpen?” vroeg ik.
De man kwam dichterbij. “Ik zoek een plek waar ik mijn matras kan leggen, of waar ik mijn tent mag opzetten in een tuin.”
De man dacht na, nam zijn telefoon en belde iemand — zijn vrouw.
Ik hoorde wat twijfel aan de andere kant. Al lachend zei ik: “Ik ben een lieve dame en mijn naam is Jasmine.”
Lachend stak hij zijn telefoon naar mij uit en zei: “Kom maar mee.”
Ik vertelde dat ik had gehoord dat er geen pastorie meer is, en dat ik te laat was bij het gemeentehuis.
“Dat komt goed uit, wij wonen in de pastorie.”

Ik bracht er een fijne avond door in een gezin, na eerst nog een Zoomvergadering te hebben gevolgd. De hedendaagse pelgrim: onderweg vergaderen.
De dochter des huizes heette Roos.

Een andere avond mocht ik mijn tent opzetten in een tuin, bij Ginette.
Terwijl zij met haar familie binnen was, maakte ik gebruik van de garage om me op te frissen, wat te eten en een online samenkomst bij te wonen.
De avond eindigde met een heerlijk kopje thee en een warmwaterkruik die Ginette voor me had klaargezet, voor op mijn buik.
Ze deelde haar verdriet om het verlies van haar man. Aandachtig luisterde ik naar haar verhaal.

In een kerk, ergens in een klein dorp, stapte ik naar binnen.
Ik werd als het ware naar één plek geduwd. Daar stond ik — voeten als genageld aan de grond, ingetogen, hoofd lichtjes gebogen, handen tegen elkaar — tussen drie beelden: Thérèse van Lisieux, de heilige Antonius (de favoriet van mijn vader) en voor mij: Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.
Ook al begrijpt mijn hoofd het niet altijd, mijn hart weet.

Langs de weg worden de signalen opnieuw duidelijk en helder.
Achtereenvolgens zie ik de volgende boodschappen verschijnen, op slechts enkele meters van elkaar:
un Autel, le Nouveau Monde, en Sainte Colombe.

De weg gaat vlot tussen de regendruppels door, een helling op om me daarna te laten uitbollen naar beneden — pittig zijn de hellingen hier.
Ik geniet van het onderweg zijn.

Honfleur

Dans un petit village d’à peine cent habitants, je fais halte à la terrasse d’un café fermé.
Je sonne. Personne ne répond.
Alors que je suis en train de manger, une voiture s’arrête.
Une femme corpulente, aux cheveux courts, habillée de noir, descend.
« Bonjour Madame, cette terrasse vous appartient ? Je m’y suis assise un instant pour me reposer. Est-ce que cela vous va ? »
« Ah, oui, bien sûr. Bon appétit. »

Elle me demande où je vais, et nous commençons à parler.
« Envie d’un café ? » me demande-t-elle.
« Oh, avec grand plaisir, merci ! »
Et nous voilà en train de discuter autour d’un pot de café, de la vie.

Elle me parle de son passé, de combien de temps ses parents ont tenu le café dans ce petit village agréable.
« Et comment faites-vous pour manger et dormir en chemin ? Ce ne doit pas être facile, de nos jours. Les gens n’ouvrent plus facilement leur porte. »
« Oh, cela se passe plutôt bien. Regardez comme vous m’avez offert un café. »
« Ah, oui, c’est vrai. » Je la vois réfléchir.

Les routes sont calmes, presque sans voitures.
La nature, mon corps en mouvement, pas de klaxons, pas de voitures bruyantes, de discothèques roulantes, pas d’automobilistes impatients… une prise de distance avec un monde stressé.

De plus en plus, l’inauthenticité devient visible. Beaucoup de choses deviennent transparentes, comme si une couche épaisse de colle se décollait — cette colle qui tenait tout ensemble.

Sans difficulté — sauf quelques organes qui protestent — je retrouve rapidement mon équilibre.
C’est comme si j’étais sortie d’une bulle, un monde artificielle pour entrer dans un monde qui semble pur, vrai.
Cette bulle paraît de plus en plus compacte, de plus en plus pleine, prête à éclater à tout moment.

Entre-temps, j’ai déjà vécu quelques nuits sur ma route.
Dans un village, à ma grande surprise, je suis tombée sur un gîte de pèlerins sur la voie de la Via Francigena.
Accrochée au mur, une coquille bleue avec l’inscription « Bienvenue », le symbole des Saintes-Maries-de-la-Mer — un cœur, une croix, une ancre.

Et dans ce village vivait autrefois un homme particulier : Benoît Joseph Labre, appelé « le vagabond de Dieu ».
Il n’était accepté nulle part, mais il a consacré sa vie à la prière, à la méditation et aux conseils spirituels pour les gens en chemin. Il a marché pendant sept ans.

Un autre soir, j’arrive tard sur une place.
Un homme s’approche avec deux border collies impatients en laisse.
« Bonjour Monsieur, pourriez-vous m’aider, s’il vous plaît ? »
L’homme s’approche.
« Je cherche un endroit où poser mon matelas, ou un jardin pour y planter ma tente. »
Il réfléchit, prend son téléphone et appelle quelqu’un — sa femme.
J’entends un peu d’hésitation de l’autre côté. En riant, je lui dis : « Je suis une dame gentille, je m’appelle Jasmine. »
Il rit à son tour et me tend le téléphone. « Venez avec moi », dit-il.
Je lui explique que j’ai entendu dire qu’il n’y avait plus de presbytère, et que j’étais arrivée trop tard à la mairie.
« Ça tombe bien, nous habitons dans le presbytère. »

J’ai passé une agréable soirée dans cette famille, après avoir suivi une réunion sur Zoom.
La pèlerine d’aujourd’hui : en réunion sur la route.
Leur fille s’appelait Rose.

Un autre soir, j’ai pu planter ma tente dans un jardin, chez Ginette.
Tandis qu’elle était à l’intérieur avec sa famille, j’ai utilisé le garage pour me rafraîchir, manger un peu, et participer à une réunion en ligne.
La soirée s’est terminée avec une bonne tisane que Ginette m’avait préparée, accompagnée d’une bouillotte chaude pour mon ventre.
Elle m’a confié sa peine suite à la perte de son mari.
Je l’ai écoutée avec attention.

Dans une église, quelque part dans un petit village, je suis entrée.
Je me suis sentie poussée vers un seul endroit.
Là, debout, les pieds cloués au sol, recueillie, la tête légèrement inclinée, les mains jointes, entre trois statues : Thérèse de Lisieux, saint Antoine (le préféré de mon père), et devant moi, Notre-Dame de Lourdes.
Même si ma tête ne comprend pas toujours, mon cœur sait.

En bord de route, les signes reviennent, clairs et nets.
J’ai vu successivement les messages suivants : un Autel, le Nouveau Monde, et Sainte Colombe, à quelques mètres les uns des autres.

Le chemin continue, entre les gouttes de pluie. Une montée, puis je me laisse descendre — car les pentes ici sont rudes.
Je savoure le fait d’être en chemin.

Notre Dame de Victoire

Na het telefoontje met de arts voelde ik onrechtvaardigheid. En wanneer er onrecht is, voel ik de krijger in mij wakker worden. Krachtige energieën draaiden afwisselend in mijn lijf. De ene vanuit richting de aarde, de ander van boven uit.
Mijn stem blokkeerde bij de lage energie, bij de hoge energie het gevoel van flauw vallen. Een voortdurend jojo effect.
Deze beweging deed me terug reflecteren in het verleden. Angst.

Hmm, terwijl ik dit nu neerschrijf. Kan ik linken leggen wat daar gebeurde. De krijger is dit stuk van mezelf die zich onterecht aangevallen voelde in haar jeugd en die de bovenhand probeerde te nemen op de angst. De krijger is dit deel van me die vele jaren in overleving leefde en haar hart beschermde, tot ik in 2018 besloot om nooit meer mijn hart te sluiten voor angst. Want angst is het tegenovergestelde van Liefde. Nu begrijp ik ook dieper de nummer 11 die al een paar maand op mijn pad is gekomen.

Dit oude stuk ligt flinterdun aan de oppervlakte. Gans mijn lijf schreeuwt om hiervan bevrijd te worden. Het onderwerp vader, patriarch, hiérarchie, het instituut, machtsmisbruik ligt voor mijn voeten. Klaar om het in handen te nemen en te verwerken.
Hoe? Heel eenvoudig in Liefde.

Ik kreeg recent een opmerking ” Waarom ga je dan nog naar je vader.?
Heel eenvoudig zonder mijn vader was ik er niet, het is een mens, en iemand die zelf pijn heeft.
En ook al had ik een opflakkering van angst en zit daaronder nog wat verdriet en pijn, deze is vandaag van een andere orde. Ze is zachter geworden, draagbaar, ook al komt er plots een opwelling uit het niets (dit was trouwens een eeuwigheid geleden) ik durf te zeggen de pijn is liefde geworden.

De weg die ik reeds deed heeft me geleerd zorg te dragen voor mezelf, mijn grenzen te trekken en hier ben ik mijn vader dankbaar voor. Hij is de spiegel in dit verhaal. Zonder hij zich daarvan bewust is leerde hij mij door zijn daden dat begrenzen noodzakelijk was.
En dat alleen, heb ik in eigen handen, begrenzen. Ik neem mijn souvereniteit in handen, ik wens mijn naam met eer te dragen Jasmine Marie Josée Debels en wens wat niet van mij is, bij hen te laten.

Tor in Glastonbury

Tussen Glastonbury en Parijs ga ik terug op bezoek bij mijn vader. Zijn tweede OP is achter de rug. De helse pijn is verdwenen en zijn gezicht is wat opgelucht. Het klagen en zagen laat ik opzij en kan ik plaatsen en is ook niet onterecht. Ik hoor het en probeer daar niet veel aandacht aan te besteden om hem mee te nemen in de richting van een genezende revalidatie, zodat hij zoveel als wat nu mogelijk is, zijn zelfstandigheid kan terug winnen om op eigen benen te staan, zowel letterlijk en figuurlijk. Hij verloor echter veel van zijn kracht, de angst van die helse pijn is nog te lezen bij iedere oefening of beweging, de snelheid van de verzorging zorgt ervoor dat hij zich niet gehoord voelt. Psychisch heeft hij een fikse deuk gehad.
Ik sta hem hierin bij en kijk samen met hem naar die angst tijdens het bewegen van zijn been. Wat de verpleging niet doet of weinig belang aan hecht, neem ik over. Luisteren, nabij zijn en kleine spulletjes die voor hem in het Nu veel betekenis hebben en er voor zorgen dat het aanwezig is.
Een plastuit dichtbij zetten zodat hij nog het gevoel kan hebben hier zelfstandig in te zijn. Een nepkaarsje. Een glaswater zetten. Zijn voeten masseren. Zijn tincturen. Een rugkrabber. Een schriftje en balpen zodat alles wat bij hem opkomt kan noteren. Allemaal kleine dingen die voor hem zijn waardegevoel kan terug brengen. Hij deelt het verdriet over zijn hond die plots ziek was de dag vóór zijn hart operatie en die in stilte is heengegaan. Niets is zomaar.
“Papa, ik ben even terug weg voor 3 dagen. Je hoeft je geen zorgen te maken. Alles is geregeld, kledij is voldoende op voorraad en ben bereikbaar via telefoon.” Hij was nieuwsgierig naar mijn reis in Glastonbury en vroeg me om een oliesel te creëren voor hem.

Ik vertrok richting Parijs waar ik na een nachtje meditatie in de Sacré Cœur, werd meegenomen doorheen Parijs door Rachida. Ik ontmoette haar voor de eerste keer op de pelgrimsweg van de aertsengel Michael, één van de 7 wegen van de Notre Dame. Er was onmiddelijk een connectie, een diep weten en verbondenheid. Ik liet me leiden en kwam van de ene krachtplaats in de andere. Ik kreeg voortdurend boodschappen en antwoorden, van wat ik reeds heb verwezenlijkt, wat mijn weg in het Nu is en wat me te doen staat.
Op plaatsen waar er een boodschap was begon mijn hart te bonzen, tranen van vreugde rolden over mijn wangen.

Ik stapte binnen in de Notre Dame de Victoire. Net als ter hoogte van het beeld Notre Dame de la Mer in de Sacré Cœur, zonder te weten dat het beeld deze naam droeg en ik verwonderd was een vis op de grond te hebben gezien, waar ik in mezelf zij ‘wat doet een vis hier op de grond terwijl we op een heuvel staan’ begint mijn hart hevig te bonzen.
Ik bleef aandachtig bij het signaal die mijn lichaam me bracht zonder te willen invullen met mijn hoofd.
Met behulp van mijn ademhaling, een krachtige tool, die waar we ook gaan, we altijd bij ons hebben om het balans te houden tussen de energieën die in en rond onszelf draaien.
In wijzerzin stapte ik naar de kapel van Thérèse de Lisieux. Ik nam een beeld van de tekst présent op het altaar. Wanneer ik deze bekeek zag ik een kleine blauwe plek op de foto die mijn aandacht trok. Ik zag Notre Dame de Terre in het vet en Mère du Ciel.
Bij het nemen van een beeld van de kapel zag ik in de rechter beneden hoek iets die mijn aandacht trok. Een roofvogel, de arend. Een roofvogel, de imposante arend waar ik me al sedert mijn kindertijd sterk verbonden mee voel.
Ik stapte richting de volgende kapel. Van links beneden ging mijn blik rechts opwaarts mee in de richting van de blik van de arend mijn ogen rusten op een pen en een boek. Ik ontving een duidelijk boodschap ‘tu doit écrire (je moet schrijven)’.
Eventjes had ik een flits van mijn denken ‘ik moet, ik moet niets’ hmm, mijn beetje rebels zijn liet zich even horen. Mijn ervaring op de weg heeft me geleerd dat men niets kan weigeren aan de duidelijke boodschappen die ik ontvang, ik zou me enkel brutaliteit aan doen. De boodschappen zijn trouwens zo gelijnd, zuiver en puur dat er geen twijfel mogelijk is. Dit is trouwens voor mij de enige stem, waar ik weet dat je niets kan ontzeggen en waaraan ik aan gehoorzaam.
In de volgende kapel stond ik voor het beeld van l’enfant Jesus. ‘Ton enfance seras guéri’. Ik nam een diepe zucht, mijn ogen werden nat. In de vierde kapel zag ik de Pieta ‘tu est consolé’… en onmiddellijk zag ik het beeld van Bernadette de Lourdes. ‘Wie is zij weer’, stelde ik me de vraag en zag de gebedsnoer in haar handen. Notre Dame de Lourdes, het beeld die ik vond in de schuur verborgen in een kist onder een dikke laag vuil in Watou.
De ene boodschap n’a de andere bracht me vreugde en voelde helend aan

La Sainte Baume

Chapelle Saint Pilon

Gisteren kwam ik aan in La Sainte Baume. Na een nacht doorbrengen in de tent bij 15 graden en dit midden oktober. En deze morgen te zijn ontwaakt door de trompetten van de scouts, klom ik deze morgen naar het sanctuarium van Mariemagdalena op de feestdag van Thérèse d’Avila, bij Nieuwe maan en zonne eclips.
Ik herinner me nog zo goed dat ik hier drie jaren geleden ook stond. Alleen kon ik de grot niet in wegens instortingsgevaar en het was verboden in het bos te wandelen wegens brandgevaar. De tijd was er toen blijkbaar niet rijp voor.

Ik wandel langzaam op mijn sandalen naar boven. Mensen kijken mij een beetje vreemd aan hoogstwaarschijnlijk door mijn vijfvinger wollenkousen.
Veel mensen zijn vol lof over deze plaats. Ik blijf dicht bij mezelf en maak het stil van binnen.
Ik vind het altijd wel wat een beetje een trigger wanneer je op zo een plaats komt. Is het waw door de opluchting van de fysieke inspanning en de ontlading bij het zien van het super vergezicht, zelfs de Alpen en zijn sneeuwtoppen zijn zichtbaar, of is er werkelijk iets aanwezig of…
Ik blijf trouw aan mezelf.
Ik stap de grot binnen. Volg een misviering en blijf lang aanwezig nadien. Ik ga op verschillende plaatsen zitten en voel dat ik dieper en dieper in mezelf kom.

Ik verander nog eens van plaats en ga op een bankje zitten voor de relikwie. Ik kijk naar een vrouw die komt aangewandeld en zie haar vreugde. Ze haalt rozenblaadjes uit en strooit ze voor de relikwie. Drie andere dames vergezellen haar. Plots hoor ik een vrouw iets zeggen over pelgrimeren naar Compostella. “Zeker doen”, fluister ik zachtjes. De vrouw van de rozenblaadjes komt naast me zitten. Ik verneem dat haar zoon in Gent woont. “Heb jij al gepelgrimeerd?” “Ja, negen jaren en ik ben hier om die negen jaren te vieren en af te sluiten. Het werd voor mij duidelijk dat een nieuwe cyclus aangebroken is. Ik voel dat ik ook niet anders kan. Een huisje werd mij aangeboden en mijn bekken had er toen heftig op gereageerd dit was voor mij voldoende voor een volle ‘ja’. In acceptatie en volledig in vertrouwen, ik zie wel.”
Er worden mij vragen gesteld over de weg.” Ik kan jullie één iets delen”. Blijf trouw aan jullie zelf. Doe wat jullie innerlijk stem je zegt. Laat je niet misleiden door anderen. Plaats geen grenzen of vakjes. Volg je weg ook al is dit niet de voor de hand liggende. Ga niet mee in de massa.
Een stilte volgt. We zitten met zijn vijf samen.
Ik voel plots mijn lijf reageren. Mijn bekken. Dezelfde stroming is voelbaar als toen ik het beeld zag van het huisje. Ik begin te lachen. De vrouw op mijn linkerkant kijkt mij aan. We hebben plezier. Voilà dit gebeurde toen ik het huisje zag. Niet meer dan dat. Ik dank de vrouwen voor het SamenZijn.

Na de grot wandel ik verder tot op de top van de rots. Een hevig wind is aanwezig. Ondertussen volg ik een vergadering mee via zoom. Tal van namen en woorden worden uitgesproken. Zoveel herkenning. Ik geraak er van ontroerd in vreugde plots iemand te horen spreken alsof een spiegel mij voor gehouden wordt. Alsof allemaal puzzelstukjes in elkaar vallen.

Aangekomen helemaal boven aan de kapel van Saint Pillon blijf ik er nog een uur in meditatie kijkend naar de prachtige vergezichten met de zee aan de horizon.
Diepe zucht… het voelt goed.

Bij het naar beneden stappen ben ik me bewust dat dit moment niet eerder kon. 2020 was er toen absoluut niet rijp voor.
Als ik zie wat in die drie jaren nog geweest is, tot nu, besef ik dat ik me eerst nog moest vrij maken van sommige belemmeringen om die stroom in mijn bekken te kunnen gewaar worden.
Deze stroom is zo sprekend alsof er levend een bloeiende fluweel rode roos aanwezig is en blaadje per blaadje zich opent. Met een grote innerlijke glimlach wandel ik naar beneden.

Met dit wens ik deze cyclus, af te sluiten en wil ik jullie graag allen danken voor jullie aanwezigheid hier op deze blog.
Voor het meereizen op mijn persoonlijke weg, voor sommige met wat herkenningspunten, anderen werkte het inspirerend. Sommigen waren duidelijk aanwezig, andere ergens in stilte.
Ik hoop jullie te mogen ontmoeten ergens onderweg in reel en wie weet misschien in het kleine bijhuisje in Watou met zijn schelp boven de deur.
Ikzelf zal me verder volledig wijden aan mijn initiatie op het pad van Maria de Magdalene.


Ik heb jullie lief,
Jasmine Marie Josée Debels

Ode aan…

Eind augustus was ik in Magdala om te helpen bij de bijeenkomst van de ganse fraternitéit. Er werd mij gevraagd om te koken voor twaalf mensen met intoleranties en allergieen. Amai, wat was me dat een week. Een week waar ik geduwd werd om te gaan staan in mijn ware kracht en om mijn plaats in te nemen in evenwicht met de anderen. Een weekje waar zelfrespect, moed en volharding meer dan nodig was. Ik denk zelf dat het voor mij de eerste keer is geweest waar ik een ‘Stop’ deelde omdat zowel ik als de anderen meegesleurd zijn geweest door een snelheid in ruimte dat het voor mij niet meer haalbaar was wat de druk betreft. Samen met een vrijwilliger begrepen we niet wat er was gebeurt.
Na een volle week vroeg ik een ‘temps de parole’ met de zusters zonder dat er ergens ‘tijd’ aan vasthangde. Ik kreeg die niet om interne redenen. Dan nam ik maar het hef in handen en schreef het neer.
Niet evident wanneer het gaat om verbondenheid, communicatie en de mens. Een lange brief volgde. Tot de laatste dag twijfelde ik of ik die zou delen. Iets duwde me en kon niet anders dan te drukken op de verzend knop voorbij de angst om terug afgewezen te worden.
Al van klein kind heb ik het altijd vreemd gevonden dat mensen niet houden van samen zitten en te gaan praten, te delen. En vaak word het gelijk gesteld aan discussiëren, toch wel een groot verschil als je het me vraagt. Het ene werkt meestal verbindend het laatste drijft vaak mensen uit elkaar omdat men een gelijk wenst te halen, is er geen opening.
En vaak is angst een onderliggende reden en net door die angst geraken mensen verwijderd van elkaar tot zelfs een sluimerende stilte die definitief wordt en men zelfs niet meer weet waarom niet meer met elkander verbonden zijn.

Die week voelde als een dikke vette stuiptrekking alsof ik door iets nog moest heengaan.
Er was iets veranderd zowel rond mij als in mij. Eén van de grootste verandering is, ik werd niet afgewezen en weggeduwd integendeel het werd goed ontvangen. Wat ik van binnen gewaar ben geworden en blijvend is kan ik niet onder woorden brengen omdat het bijna voelt als iets on tastbaar en toch… Het eerste woord die bij me opkomt is ‘missie’ hoewel ik dit zelf niet graag gebruik omdat het een beetje op gelijk welke manier wordt gebruikt zonder enige stevige worteling. En misschien hoef ik totaal niet te zoeken om het in woorden te zetten, wel het gewoon beleven. Ervan genieten, erin groeien met mezelf en de anderen en het laten verder groeien naar brede, diepe wortels.

Al dit kwam me nog meer bevestiging brengen om ergens een eigen stekje te hebben.

Het voelt als het afronden van een cyclus en het begin van iets nieuws of eerder een hergeboorte. Zo was het voor mij als een vanzelfsprekendheid om mijn negen jaren pelgrimeren te danken en een ode te brengen aan het pelgrimeren op zich, aan mijn moed en volharding, aan de vrouw in mij, aan allen die ik heb ontmoet, aan de weg, mijn vertrouwen en geloof in het leven. En hoe kan het anders dan dit neer te zetten in beweging en te rijden naar La Sainte Baume naar de grot van Maria Magdalena als dankbaarheid en om haar te eren.

En mijn nieuw stekje… daar waar ik de zon zal zien opgaan en ondergaan, daar waar de zon en de maan met elkander zullen dansen, aan de grens van vaderland gegrond op moederland. Daar waar ik verder wens te groeien op Moeder Aarde.

Felouka

Ik open de deur van mijn slaapkamer.
Een zwarte poes komt voorzichtig aangewandeld. Ze ziet er wat magertjes uit. Ik wandel naar de buitenkeuken en open een blik tonijn die ze zal weten te appreciëren. .
Hier en daar zie ik rode hibiscus in volle bloei. Terwijl ik mijn koffie drink onder een afdak in riet, bewonder ik de Kolibri die fladderend de nektar uit de Hibiscus neemt. Wat een geluk om dit te kunnen waarnemen en bewonderen.

Ik haal de waterslang en laat het water lopen in de tuin , een belofte aan mijn huisbaas Mahmoud “Geen zorg, ik heb groene vingers en ik hou van tuinieren”, zei ik hem toen hij het huisje verliet. Dit kwam me goed uit want ik had geen zin om voortdurend in het oog gehouden te worden door een eigenaar die ergens om de hoek staat te loeren of mij de vraag te stellen waar ga je. De redenen kunnen verschillend zijn: Sociale controle, een gedrag vertrekkend vanuit hun opvoeding ‘de man dient de vrouw te beschermen’ en dat nemen ze werkelijk bij iedere letter als ‘waar’ wat vaak als versmachtend aanvoelt, of ze voelen zich eenzaam of een gedrag vanuit hebberigheid waaruit dan jaloersheid ontstaat wanneer je met iemand anders staat te praten. En eigenlijk wel vreemd om zo een gedrag te hebben vooral als er totaal geen sprake is van een relatie, alsof je hen al toehoort. ‘Hmm, laat ik duidelijk zijn. Ik zal niemands eigendom worden’, hoor ik mezelf zeggen.

Ik open de deur van het tuinhekken, sluit hem achter me, draai me om en zie Samir met zijn handen in zijn broekzakken, mij aankijkend met een brede glimlach, zijn hoofd wat schuin buigend naar zijn schouder en wat naar beneden gericht. Als een onwennige puber die zich niet weet hoe gedragen na iets uitgespookt te hebben. Gewoon al deze houding zien, kan ik niet anders dan te lachen.
Ik wordt gewaar dat ik verleid wordt door zijn non verbaal gedrag en dat er iets in mij zoekend is wat gaande is en hoe ik hiermee kan omgaan.
“Ik heb gisteren gans de dag aan mijn huisje gewerkt. Ik heb het een eerste witte laag verf gegeven. Kom zien!”, zegt hij zo fier als een pauw. Hij is zo fier op wat hij gedaan heeft dat ik zelf zijn fierheid tot in het diepste van mijn zijn kan voelen, als een moeder naar haar zoon. Hmm, bijzonder mooi dit gewaar te worden.
Dit heb ik nog nooit eerder zo intens gehad, denk ik dan, hoewel ik al eerder met kinderen in contact ben gekomen. Hier is echter de context anders, geen enkele ouder die rond hem aanwezig is. De gevoelens kunnen ‘vrij’ geuit en beleefd worden.
” Drinken we samen een koffie. Ik heb een er eentje voor je”. ‘Alle, waarom niet’, overtuig ik mezelf voorbij de gedachte dat ik in een vangnet terecht kom en echo’s die tussen mijn oren aanwezig zijn. Laat ik het een kans geven, zoniet snij ik me af van mijn eigen manier van Zijn.

Inderdaad wanneer ik binnen stap en zijn werk zie en hij me verteld wat hij nog van plan is, dan mag hij daar terecht fier op zijn. Een creative, man die weet van aanpakken. Een huisje in plaatselijke gebakken steen, een houtgebinte vormt zijn dak. Zijn venster openingen zijn gebouwd in een halve maan. En de frisse kleuren van wit en blauw komen de bouwaccenten accentueren. Zijn Nubiaanse roets zit er duidelijk in verweven.

Op een bank in zijn tuin, drinken we samen een koffie waarbij hij heel snel over zijn leven begint te vertellen. “Ik heb twaalf jaar op mijn felouka gewoont en heb gespaard waardoor ik dit huisje kon bouwen. Ik mis de Nijl een beetje en als ik me alleen voel dan ga ik slapen in mijn felouka daar voel ik me goed en gewiegd. De Nijl is mijn thuis, mijn boot als de schoot van mijn moeder.”
Samir is van oorsprong uit Nubia, Aswan, Upper Egypt, wat duidelijk te zien is aan zijn gezichtsbouw, de donkere huidskleur en zijn dikke kroezelig haren.
Als kind hielp hij zijn grootvader door citroenen te verkopen op de plaatselijke markt en nadien leerde zijn grootvader hem vissen. Ik kan hem me zo inbeelden als klein kind in zijn omgeving alsof ik erzelf was, vreemd.

Als jong volwassen woonde hij op zijn boot omdat hij werd weggeduwd van huis omwille dat zijn familie hem richting een traditioneel huwelijk duwde, die hij niet kon volbrengen.
“Hoe kan ik trouwen met een vrouw die ik niet ken, met een vrouw die veel jonger is, niet geschoold en besneden. Ik wil mijn vrouw ook leren kennen en niet enkel een vrouw om kinderen te baren.
En niet alleen dit, ik voel me niet klaar om vader te worden, hoe kan ik vader zijn zonder hen een stevige basis te geven.
Hoe kan ik dan trouwen en kinderen hebben. Terwijl ik mezelf nog niet volwassen voel?!” Ik schrik wanneer ik te horen krijg dat ook hier jongere vrouwen worden besneden. Samir ziet het aan mijn blik.” Ja, ik begrijp niet waarom ze dit doen, dit houd geen enkele steek. Dit heeft zelfs niet met het geloof te maken. “” Ik begrijp je heel goed Samir wat betreft trouwen en kinderen grootbrengen. De besnijdenis gaat werkelijk mijn petje te boven en is voor mij onaanvaardbaar. Ik heb ooit hierover een fotoreportage willen maken in Guinee Conakry. Echter de periode die ik erheen wou werd een massamoord gepleegd in het voetbalstadion, dit was in 2009 en heb ik de reportage niet kunnen doen. Het onderwerp was toen te gevaarlijk om aan te werken. Dan heb ik een fotoboek gemaakt ten voordele van weeskinderen waarvan de ouders aids hadden. “

Het eerste huisje die hij bouwde, op dezelfde plaats, werd vernield door de staat. Hij bouwde namelijk zijn nestje zonder te weten dat hij een vergunning moest aanvragen. En zo kwam ooit een kraan langs vernielde wat hij had opgebouwd, behalve één kamer en een toilet mocht blijven staan. Hij maakte geen tweemaal dezelfde fout.

Na de gezellig babbel verlaat ik zijn thuis en tuin met banenbomen. Ik word gewaar dat hij me probeert te overhalen om nog wat langer te blijven. Ik voel me wat onwennig en wordt duidelijk gewaar dat ik mijn grenzen dien neer te zetten. Met een verlegen glimlach en wat ontgoocheld aanvaard hij het. We zeggen elkander “tot later”.

Babylon

Plots kom ik op een tekst over Babylon, de Openbaring van Johannes.
Oef, amai, de woorden die hier te lezen zijn en op regelmaat terug komen: hoererij, haar, hoer, haar zonden, bloedschuld,
Zinnen als: ‘de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’,
‘Hij heeft de grote hoer geoordeeld’ , ‘verdorven met haar hoererij’, ‘Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit’, ‘met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij’. ‘Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde.

Wanneer ik die tekst plat lees kan ik niet anders dan denken dat ‘de vrouw’ in een slecht daglicht staat. Toch! Dit kan nu toch niet anders gelezen worden, denk ik dan. En wanneer men weet dat dit in de geschriften staat dan kan je daar toch niet als mens onverschillig over zijn.
En natuurlijk als gevolg vloeit daar een oordeel uit. Niet abnormaal dat de mens hier kwaad kan op worden en de rug toekeert naar het geloof.

Maar wat als het woord nu verkeerd zou vertaald geweest zijn in oorsprong. En waarom koos men voor haar en niet hij! Dan brengt me dit bv. naar vandaag en hoe we de aarde noemen, Moeder aarde, is het niet!

Laat ik nu de tijd nemen en met een open hart waar oordeel of vooroordeel geen plaats kent om de tekst bij mij te laten binnenkomen.
Wanneer ik dit doe voel ik, dat dit voor mij niet om de vrouw, niet over een persoon gaat, eerder om een ‘gedrag’ die gesteld wordt. Om gedragingen die Liefde stuk maakt en kiest voor macht. Waren andere woorden dan niet mogelijk!? En is dit ook niet hedendaags!? Hier onder de noemer van iemand ‘liefde’ is men uit op macht.

Maar stel je nu eens voor, alle mensen die deze tekst plat lezen en hebben gelezen. En één van hen gaat op deze manier het woord doorgeven of verkondigen. Wanneer het zijn doel verliest en uit de context wordt gehaald dan is helemaal om zeep. En kan er veel kwaad gedaan worden. Terwijl de inhoud van die tekst net het omgekeerde wenst te tonen.
Wat ook is, zolang de mens de weg niet naar binnen neemt en kiest voor het zuivere zal de tekst over Babylon een gewicht blijven in zichzelf.
En misschien is dit schrijven er ook eentje van, want als ik me niet goed zou uitdrukken voor sommigen of dat het anders over komt of geïnterpreteerd wordt bij de ander dan wat ik bedoelde.
Het kan zijn dat ik me dan op glad ijs bevind, wel dan zal ik leren mij verder bewegen tot ik recht kan staan op het ijs.

Ik denk even terug aan de vele bas-reliefs in de tombes, in de crypte van Dendera, aan het Mystieke, de verborgen medische kennis, aan de alchemie.
En wat als toen in die tijd, en laat ik even fantaseren en gebruik maken van hedendaagse voorbeelden die ik waarneem en hoor. Ik kan me voorstellen dat toen in die tijd, als ik de prachtig beelden zag van de mensen, hun lichaam, de rijkdom…. dat jaloezie toen ook al bestond. En dat die jaloezie deels oorzaak was van de vele onnodige slachtoffers die afgebeeld staan op de muren van de tempels.
En ik spreek van over 3000 jaren vóór Christus.
Waar twee mannen vechten om een vrouw, er één geen gelijk haalt of zich afgewezen voelt en hierdoor razend werd en onterecht kwaad over de vrouw uitsprak. Of er was, een vrouw die een mystiek leven leidde en die de alchemie begreep van het lichaam en de levensenergie. Een vrouw die mensen in hun kracht bracht en waardoor velen haar wilden bezitten omdat men eerder uit was op macht dan in eigen kracht.
Is het dan de vrouw die in haar kracht staat die iets verkeerd doet of eerder de persoon die bezitterig is en het buiten zichzelf zoekt.
Ik kan me voorstellen wat dit kan teweeg gebracht hebben.
Dit doet me denken aan de taferelen, de personages die vernietigd werden door de Copten (=Egypte) omdat het niet meer zichtbaar mocht zijn. De prachtige beelden van Isis en Horus, van Hathor in de tempels of in de Mammisi, het geboortehuis , de Tempel van Isis in Aswan, alle Godinnen, de borsten, de geslachtsdelen werden verwijderd.
Dan komt er in mij op “maar jullie hebben niets begrepen van wat God van jullie verwacht.”

Hmm, amai een ganse boterham vloeit er uit mijn pen en dit uit dat ene woord ‘prostitutie’. Een woord die zo vaak uit de mond komt wanneer men kwaad is op een vrouw. Ik heb het zelf vaak mogen horen. Waarom omdat men niet kreeg wat men wou, omdat ik in mijn kracht bleef staan en dat had niets te maken met sexualitéit. Dit kreeg ik vooral te horen van de mannen. En dan die ene keer dat ik het verhaal deed aan mijn grootmoeder van een man die me trakteerde met een maaltijd op de luchthaven omdat ik geen geld meer had. Ik kon tussen de lijnen lezen wat ze bedoelde wanneer ze zij, “wat heb je daarvoor moeten doen!?”, haar blik sprak boekdelen. Terwijl ik daar stond met fierheid omdat ik geen angst had, omdat ik in de goedheid van die man geloofde, omdat ik mijn plan kon trekken. Ik voelde me met de grond gelijkgemaakt.
En dan de zovele keren dat ik heb mogen horen” je hebt het zelf uitgelokt”, terwijl er in mijn gedrag niets aanstootgevend was, ik geloofde in de goedheid van de mens, ik had de persoon lief, ik was soms naïf. Telkens in een fractie van een seconde kon gans mijn zijn goed aanvoelen dat iets niet OK was. En hier kwam de uitspraak van een vrouw. Zo zie je ook dat we niet te hoeven generaliseren en altijd alles in de schoenen van de mannen hoeven te duwen.

Wat hebben we met deze oude geschriften de wereld toch in gestuurd, die voor velen niet toegankelijk zijn!?
En eigenlijk doet dit er niet meer toe, wel wat kunnen we er vandaag meedoen.
Herstellen kunnen we niet, wel anders doen in het NU. Aan ons de keuze.
Vooruit!
En ons de vraag stellen in welke realiteit wens ik te leven, want die is belangrijk, en met deze wens ik hand in hand te stappen. Ikzelf neem geen blad voor de mond wanneer ik voel of zie dat er iets onrechtvaardig gebeurt.

Ik wandel door de zanderige wegen en onder de blakende zon. Mannen komen aangelopen, “Madame felouk”, “taxi”, “hey”, “psst”, “why you not smile”, “you want a helicopter”, “beautiful hair”, “Goodmorning”, “nice color”, “nice t-shirt”, “I now you”, “welcome”, “I have see you on the boat”, “hi, I have see you. I’m a friend of”, “hey, it’s close”…. en zomaar verder. Vindingrijkheid zijn ze om je te benaderen. En eenmaal je er aan toegeeft ben je verloren. Onuitputtend zijn ze.
Dan komt het voor mij goed uit om op mijn eigen eilandje zijn, waar ik kan uitblazen.
Ik moet nog denken aan één van mijn zusters uit Magdala die zei, ” jou zullen ze niet veel lastig vallen met je kort geknipt kopje”. Hihi, kort kopje of niet.
Lang gekleed, of kort. Een doek op de schouders of op het hoofd. Het maakt geen verschil, ik ben een blanke vrouw en die wordt hier geassocieerd met rijk. Is gelijk aan een ticket richting Europa, want wanneer je als Egyptenaar niet voldoende op je rekening hebt dan verlaat je gewoon het land niet. Zo wordt ik vaak op een subtiele intimiderend manier benadert.
Dit is soms heel vermoeiend, maar ik wens er leren mee om te gaan. No stress, geduld en vooral bij mezelf zo goed als mogelijk blijven.
En ondanks de vele vermoeiende benaderingen voel ik me hier veiliger dan in sommige buurten in de hoofd- grootsteden in Europa.

Voorbij het woord

Na een goede poetsbeurt in het appartement ga ik tot bij Youssef om hem te bedanken. “Wacht niet zo snel zet je rugzak neer. Niet zo gehaast doen”, zegt hij. “Vanaf nu, ben ik je baas niet meer en jij niet meer mijn klant. Gedaan met business. Nu veranderd onze relatie. Nu behoor je tot mijn familie.”, terwijl hij me aankijkt. Brrr, dit voelt vanbinnen opdringerig en niet zo fijn.
“Kom ik zal je even mijn tuin tonen. En ik zal om een herinnering aan jou te hebben de Yasmeen plant aankopen en in mijn tuin planten. Zo zal ik altijd aan je denken “, deelt hij. Zijn manier om mij te benaderen is duidelijk veranderd daar waar hij in een week mijn privacy respecteerde, wordt ik gewaar dat hij nu wat teveel in mijn veld komt, ook al is dit waarschijnlijk niet slecht bedoeld. Mannen benaderen hier namelijk de vrouwen op een totaal andere manier.

In de tuin aangekomen toont hij me wat planten en bomen. “Dit is een bananenboom, dit is een mangoboom, een dadelboom en hier staat een citroen.”, het is precies alsof hij zijn tuin aan het voorstellen is aan zijn toekomstige. Ik wijs met mijn vinger naar een plant “en dit is hashish”, zeg ik en voel ik de deugniet in mij. Hij lacht.
“Ik moet nu gaan ik heb afgesproken met mijn nieuwe verhuurder.” Ik neem mijn rugzak en vertrek. “Niet vergeten he, kom wanneer je wilt. Dit is je familie nu”, roept hij nog terwijl hij in de deuropening staat.

Een paar straten verder even naar rechts, naar links, nogmaals naar links. In een doodlopend straatje en aan de border van een zijarm van de Nijl komt plots iemand uit zijn huis. De jonge man die ik heb ontmoet bij het aankomen in Luxor met zijn verterende glimlach. “Hey”, zeg ik verwonderd. “Hey”, zegt hij terug. “Och, jij bent mijn buurman” “It’s destiny”, zegt hij met zijn brede mooie glimlach.

Mijn nieuw verblijfje is een huisje voor mij alleen. Geen eigenaar in hetzelfde huis. Een eigen tuin, een buitenkeuken. Benieuwd wat deze plaats me zal brengen vooral na mijn buurman te hebben gezien.
Om het compleet naar mijn zin te maken en mij een thuis gevoel te geven geef ik het een poetsbeurt. Wanneer ik een zeteltje ophef zie ik plots een scorpioen bewegen. Oooh. No panic. Ik ga naar de keuken om een glas en zet het omgekeerd erop. “Sorry makker, maar ik neem liever geen risico”,zeg ik tegen de schorpioen.

Tijd om mijn koelkast te vullen. Op nog geen kilometer van het huisje is er een heerlijke fruit-groenteboer. Gourgetten, ajuinen, aubergines, tomaten, meloen, druiven, avocado, appels, pruimen…. Voor nog geen drie euro kom ik buiten met mijn aankopen. Rechtover stap ik een klein kruidenierswinkel binnen om sesampasta en koffie en een paar doosjes tonijn.

Terug aan de hoek van het doodlopend staartje zie ik de buurman buiten komen. Hij kijkt me aan. Lacht en zijn hoofd gaat zo een beetje opzij alsof een puber die zich niet weet hoe gedragen. Zijn lichaamstaal spreekt boekdelen. Hmm, zou het de volgende man zijn die de richting van een liefdesverklaring neemt.
“Hoe noem je eigenlijk?” “Samir, en jij?” “Anna, Jasmine”. Bijzonder telkens wanneer ik ‘anna’ zeg, wat betekent ‘mijn naam is’ heb ik het gevoel dat ik al voor de eerste keer mijn naam hoor om de tweede te versterken. “Weet je dat ik je dagen heb gezocht”, deelt Samir terwijl ik hem wat dichter voel komen.
‘Hmm, Jasmine. Je had het goed gevoeld een verliefde buurman. Dit wordt een boeiende week.’, zeg ik tegen mezelf.

De buurt net aan de Nijl op de West Bank is gekend om hun zogezegde ‘prostitutie’. Dit wordt vooral zo gedeeld door Westerse mensen, vanuit de plaatselijke bevolking is het me onbekend. Eigenlijk vraag ik mij af vanwaar dit woord afkomstig is, in welke periode het werd gecreëerd en door wie het werd gecreëerd want is het niet zo dat één woord door de jaren heen een andere lading kan krijgen door eigen ervaring en daardoor er een gewicht in het woord kwam en komt. Het is niet onmogelijk wanneer een persoon een vertaling doet of laat doen dat zijn of haar eigen emotie en ervaring erin mee heeft gespeeld, laat ik dan nog zwijgen over de opgelegde dwingende vertalingen vanuit macht, dus waarom zou, door de jaren heen dit woord naar inhoud niet getransformeerd kunnen geweest zijn. Ik steek er mijn hand voor in het vuur.

Dan denk ik even aan de honderd jarige dame Annick de Souzenelle die vanuit een diep aanvoelen en noodzaak is beginnen het Hebreeuws te leren en de Bijbelse teksten vanuit het Hebreeuws is beginnen te vertalen in het Frans. De vertaling schept een totaal nieuw en ander beeld op wat ons soms werd, wordt voorgeschoteld. Zij leverd een prachtig levenswerk. Een aanrader om haar te volgen voor wie het Frans voldoende meester is. Wanneer je zoekt op haar naam vind je tal van video’s met interessante gesprekken. Dit even terzijde.

En dan is er de taal opzich. Want als men de taal niet ten volle in de diepte kent of begrijpt kunnen bepaalde woorden compleet uit de context gehaald worden omdat men de taal niet meester is. Dit mag ikzelf heel vaak ervaren in mijn Franse taal, ook al ben ik opgevoed in het Frans omdat mijn papa een Fransman is. Toch ben ik het Frans niet meester en valt het me op dat ik een gemis voel in deze voor mij, poëtische taal. Ik kan ze heel goed begrijpen, maar mijn vocabulaire is beperkt om deze zelf te kunnen gebruiken in haar volledige schoonheid. Dit creëerde vaak misverstanden tussen mijn vader en ik en wanneer geduld afwezig was en/of een tekort aan openheid kon dit soms, vaak vonken geven.

Zo werd me hier gezegd dat het woord, uitgesproken ‘sjarmoesja’, allé, zo heb ik het toch begrepen wanneer ik het woord hoorde vanuit een Nederlands sprekende persoon met een Vlaamse achtergrond, ‘hoer’ zou betekenen.
Met dit zo uitgesproken woord en letterlijk zo neergeschreven kom ik niet zo ver want mijn taal en de uitspraak van sommige letters komt totaal niet overeen met wat hier gebruikt wordt in het Arabisch en dan is er nog een onderscheid tussen de Arabische taal en de Egyptische taal. Iedereen begrijpt het Egyptisch Arabisch, maar niet iedereen zou het Marokkaans Arabisch of het Tunesisch Arabisch begrijpen. En dan is er ook nog het verschil tussen de straattaal, de geschoolden en ongeschoolde, tussen de taal in een dorp in de woestijn en de stad…. Zonder oordeel naar geschoolden en ongeschoolden, naar stad en wonen in de natuur of op een eiland. Wat wel vaak en helaas wordt gedaan en wat ik betreur. Het kan wel een barrière zijn in elkander te benaderen en opzich is deze barrière ook te doorbreken wanneer men zich opent naar de ander en in verbinding gaat.

Ik vraag hier in het hostel in Caïro, want terwijl ik die tekst schrijf en vervolledig uit mijn dagboek ben ik al een paar weken verder. De gebeurtenissen in Luxor wou ik ten volle lichamelijk en geestelijk beleven want ik werd gewaar dat het iets raakte vanuit andere regionen en ik volledig aanwezig wou zijn in de beleving, in de gewaarwordingen. In het balans vinden tussen het lichamelijk en het geestelijk. Tussen het al of niet voelen wat Samir met zijn Zijn me bracht op mijn weg en het beheersen van gewaarwordingen. (ik verdiep me graag hieromtrent in een volgende post)

De jonge voorname vrouw, Habiba genaamd, die me hierbij helpt bij de vertaling kent de Engelse taal niet. Het gebeurt via een vertaal app. Ik vraag haar of ze het woord kent.
Ze steekt haar schouders op en haar hoofd beweegt van rechts naar links. De neen is duidelijk. Ik denk ‘ok het woord bestaat niet’ . Ik bouwde op in mijn verbinding en communicatie met haar. “Hoe zeg je hoer in het Arabisch?”, een totaal ander woord is hoorbaar die ze zonder enig probleem uit spreekt.
Ik zoek verder en speel met de letters tot ik bij ‘Sharmuta’ terecht kom. De betekenis in de straattaal, alsook in de Hebreeuwse straattaal betekent slet, hoer.
Bij het verder zoeken kan het ook als een compliment zijn want het betekent ‘schoonheid’ . Interessant niet!
Ik ga terug met dit woord naar Habiba. Het word me duidelijk dat ze dit woord niet kan uitspreken. Wat het voor haar betekent blijft me onbekend. Maar hoe ze ermee omgaat had voor mij meer waarde dan de inhoud zelf. Namelijk er geen voeding aan te geven.

Voor mezelf en al van heel kleinsaf voel ik dat ik voorbij de woorden wens te gaan. Het willen blijven weten van het ongekende achter het woord. Dit heeft me altijd zo geboeid en maakt mijn leven zo rijkvol.
Het bracht en brengt me de mogelijkheid voorbij het woord en het gewicht die het draagt te gaan kijken. Het leerde me onderscheid te maken wat van mij was en wat van de ander. Het opent voor mij telkens een nieuwe wereld. Een wereld waar het puur en zuiver is. Een wereld waar Licht en Liefde aanwezig is. De enige wereld waar ik naartoe wens te leven ook al probeert men soms mij te raken met uitspraken zoals ‘dat ik nog geloof in roze wolkjes, niet met mijn voeten op de grond sta.’ Mijn geloof gegroeid vanuit eigen ervaring, vanuit vertrouwen, vanuit mijn liefde en hieruit de keuze maak hoe ik in dit leven wens te staan, zal niemand mij nog dwarsbomen.

Huwelijk

Luxor, back in Luxor na een paar weken, of waren het eerder dagen, in het Zuiden. Haha, tijd…
Ik zit hier op een blanco veld te kijken.
En misschien is dit wel het beste hoe ik Egypte kan omschrijven in wat het me brengt, wat het mij laat Zien, wat de gewaarwordingen mij brengen en nog zoveel meer… naar een wit veld.
Een wit veld die zich vult met dankbaarheid en vreugde.

‘Hmm, waar begin ik nu’, gaat door meheen. ‘Hoe begin ik eraan. En wat met het onderwerp. Euh, neen eerder een hoofdpersonage’ Samir’. Drie weken was hij… overal. Overal kwam ik hem wel ergens tegen met zijn verterende blik of hoorde ik hem roepen vanuit zijn tuin ‘Yasmeen’. Er aan ontsnappen was onmogelijk, wat rust krijgen ook niet, maar wat er zeker was, was de vreugde en onze lachmomenten samen. Wie was hij eigenlijk. Waar kwam hij vandaan.
‘A scriber’, zij iemand me. Hij heeft ooit voor jou gewerkt, je stond boven hem. Hij moest zaken opschrijven voor je. Alleen nu is het jij die gaat beslissen en is het niet meer hem die je iets zal opleggen hoorde ik een Egyptische vrouw zeggen in de laatste dagen dat ik in Luxor was. We waren beiden vreemd voor elkaar. Ze had niets gehoord van de situatie met hem. Ze zag ons amper 5 min. staan terwijl ze in de winkel was. Vreemd, maar OK. Want wat zij me vertelde kon ik in zekere zin volgen, vooral de zin ‘alleen nu is het jij die gaat beslissen.’

Even terug naar mijn aankomst in Luxor. Ik stap van de ferry en wandel richting mijn nieuwe verblijfplaats ‘Adam en Eva’ house. Een appartement, ik kijk ernaar uit. Terug mijn eigen potje koken, eigen ritme volgen, ongestoord kunnen blijven slapen zonder dat er ergens een deur toeslaat. Gewoon mijn ding kunnen doen.
Een jonge man, met donkere huidskleur, krullend zwarte haren en een mooie glimlach komt naar me toe gewandeld. “Feloeka”, zegt hij. “Ik kan je brengen waar je wilt” ” La, Choukran”, antwoord ik terug en wordt gewaar dat er iets is, ik geef er geen aandacht aan en stap verder. Aangekomen bij ‘Adam en Eva’ wordt ik hartelijk verwelkomt door de eigenaar Youssef. Een week verblijf ik in dit appartement rustig gelegen op de Westbank van Luxor met zicht op de Oostbank.
Youssef nodigt me op een avond uit naar een huwelijksfeest van iemand in zijn familie. En als ik spreek van familie dat kan hier soms wel heel breed gaan. Die trouwt met de zus van de neef en die met de broer van de nicht om dan te trouwen met een nonkel of met de dochter van een tante…. Enfin, ja je begrijpt het, het zit hier niet altijd eenvoudig in elkaar en zeker in de traditionele huwelijken.
In mijn witte linnen hemd en broek vertrek ik samen met Youssef en zijn zoon naar het huwelijk. In mijn rechter hand een geschenk voor de gehuwden, een kitcherige doos met veel tierlantijntjes en een Koran erin. Hmm, dit was niet zo evident om te kiezen wanneer men de traditie hier niet kent. En bloemen zijn hier schaars en leven maar één dag.

Het koppel komt de trappen naar boven en ze worden verwelkomt in een grote kantine van het sportcomplex. Vooraan staat een podium met een zetel. De zaal is verlicht met fluoriserende fushia neon lichten. Ze beginnen te dansen, de vrouwen aan de ene kant, de mannen aan de andere kant. Vanuit de verte kijk ik naar het gebeuren. Ik zie het plezier van de mensen op de dansvloer, behalve bij de bruid. Weinig tot geen mimiek is zichtbaar. ‘Zou dit wel kunnen onderdeel zijn van hun traditie’, gaat er door mijn hoofd ‘of is ze zo gekleed dat ze bijna niet kan bewegen en haar witte schmink er niet af mag:. Rarara. Wanneer ze zit is er een zekere onrust zichtbaar in haar handen en het voelt alsof ze niet volledig aanwezig is in het gebeuren. Wanneer Youssef me nadien deelt, dat het meisje nog jong is, en maagd en de jongen al meerdere relatie heeft gekend en zogezegd al weet van aanpakken met meisjes. Een zelfverzekerde redenering naar mijn gedacht, begrijp ik vanwaar de spanning zou kunnen komen.

Ik geniet van het aanwezig zijn en andere vreugdevolle mensen te zien en vooral vrouwen te zien lachen. Want om eerlijk te zijn lachende, vreugdevolle vrouwen op straat is hier weinig te bespeuren of misschien is dit ook traditie.
Kinderen zitten mij aan te staren, hebben binnenpretjes, proberen de één of de andere te duwen om naar mij te komen. Ze kunnen blijkbaar geen weg met hun zelf.
Ondertussen hoor ik mijn maag wat knorren en krijg ik wat honger. Ik vond het maar verstandig om niet te eten voor ik naar het huwelijk kwam of dit werkelijk een goed was!

De bruidegom begint te dansen met zijn vader. Dit gebeurt nadat elk een soort sabel in de hand hebben gekregen waarbij ze vloeiende zwaaiende bewegingen in een cirkel beginnen te maken. Na de afronding van deze dans loopt de camera man met een fel licht en zijn camera naar de ingang. Een ronde taart wordt voortgeduwd op een kar richting het koppel.
Och, daar zal mijn buikje blij mee zijn.
Het ganse trouw gebeuren is mee te volgen op tv schermen.
Het gebak wordt gesneden. De vrouw neemt een stukje op haar vork en steekt het in de mond van haar man en vice versa. En dan nemen ze beiden een stukje en geven ze het op hetzelfde moment aan elkaar. Dit gebeurt ook met een glas frisdrank.
En de taart hmmm. die verdwijnt in de coulissen, mijn buikje had het mis. Na de taart is het de beurt aan de juwelen. Armbanden, ringen werden op een plateau vol snoep naar het koppel gebracht.
Nadien is het de beurt aan de foto’s samen met alle genodigden. Ik wordt naar voor geduwd om ook op het beeld te staan. Niet echt mijn ding, ik geef eraan toe en ik wordt naast haar geplaatst. Een onwennigheid is zowel voelbaar in mezelf als zichtbaar bij haar.

Wanneer dit afgelopen is verlaat iedereen op een wat chaotische manier samen de zaal en vertrekt iedereen richting zijn huis. De tijd is gekomen dat het koppel tien dagen in eigen appartement zal vertoeven waarbij ze zullen worden gevoed door derden.
Het appartement staat ondertussen volledig klaar ingericht door alle familieleden en genodigden. Zelfs de kinderkamer staat volledig klaar met twee bedden vol versiering van Mickey en Minie Mouse. Amai de sociale druk op het koppel.

Bij het naar huis gaan kom ik gelukkig nog een eettent tegen waar ik iets kan eten, waardoor mijn maagje rustig de nachtrust in kan.
Blij dat ik horizontaal mag liggen. En hoewel zo een feesten niet echt mijn ding is, want ik hou liever van vieren op een eenvoudige manier en in een intiemere kring, ben ik een ervaring rijker.

Kom Ombo

Chapel of the Hearing ear

Vandaag vertrek ik terug noordwaarts na een dagje terug reizen van Abu naar Aswan.
Met een chauffeur van Indrive waag ik me doorheen het land van ‘Aladin en Jasmine’ richting Kom Ombo. Zo voelt het wat… liefde voor het land.
De taxichauffeur heeft een veilig en vlot rijgedrag waardoor ik me zo op mijn gemak voel dat af en toe mijn ogen zich sluiten. Rechts van mij zijn af en toe kleine lemen dorpen te zien met hun plaatselijke markten, waar groenten en fruit onder vervallen stalletjes worden verkocht tussen kleurrijke plastieken voorwerpen van goedkope minderwaardige kwaliteit.

De chauffeur vertelt me dat hij nog nooit naar Kom ombo is geweest, terwijl hij amper op 45km daar vandaan woont. Dit doet me denken aan mijn jeugd toen ik de verhalen hoorde van mijn grootouders toen ze klein waren. Ze hadden toen nog nooit de zee gezien. Dit is zo een honderd jaar geleden. We zijn anno 2023.

De vele dikke vluchtheuvels vertragen het verkeer nabij de dorpen en zijn ook vaak aanwezig om de lange trajecten te doorbreken. Men kan ze onmogelijk uit de weg gaan of je ligt wat verder omgekeerd op de baan. Met alle gevolgen van dien zowel voor de wagen, jezelf en de ander.
Daar waar ik nu al ben geweest staan er weinig tot geen verkeerslichten en als die er staan dan functioneren ze niet.
Zebrapaden werden hier lang geleden op de grond geschilderd en zijn ondertussen door de jaren uitgeveegd.
Hier in Egypte hebben ze dat ook niet nodig. Auto’s rijden soms zelfs zonder lichten. De automobilisten, voetgangers
bewegen zich met elkaar. Soms kan ik een eindje blijven staan op de hoek van de straat en het gedrag observeren tussen hen en ik heb hier niet de indruk dat er opmerkingen worden gegeven naar het gedrag van anderen op de weg. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid aanwezig. Tolerantie en geduld is noodzakelijk en heb je dit niet dan leef je hier continue op de toppen van je tenen.
Een bejaarde vrouw steekt haar hand uit, traag en uitkijkend steekt ze over, en de automobilisten stoppen voor haar.
Als ik al iemand hoor klagen dan ben ik het wel zelf. Daar waar ik mijn geduld verlies omwille van het teveel aan prikkels en vermoeidheid. Word ik me bewust hoe geconditioneerd ik hierin was. In onze cultuur zijn zoveel regels en wetten om de mens in een bepaalde richting te laten bewegen omdat men het idee heeft zo vrij en veilig te kunnen bewegen. Hier dien ik deze conditionering opzij te plaatsen omdat het hier anders werkt, zoniet blijf je lang staan daar waar je over wil steken. Graag zeg ik ook vaarwel in wat die conditionering mij heeft aangeleerd, namelijk de angst om omver gereden te worden. Ik herinner me goed dat die angst me in kwaadheid bracht die ik kon uiten naar mijn tegenligger of naar diegene die net naast me raasde waar ik de wind in mijn broekspijpen gewaar werd. Het uiten was niet zozeer naar de persoon zelf, wel naar de agressieve handeling die ik gewaar werd in mijn lijf en die op zijn beurt agressiviteit bij mij opwekte. Het werkte als een razendsnelle ontlaadklep. Waarom omdat ik niet in eigen lijf aanwezig was of er werd uitgehaald omdat angst me niet toelaat om in eigen center te vertoeven.
Vanuit die angst kan een mens zich superieur of sterk gaan voelen door zich te verbergen achter de wet en de regels. De regels ‘ik heb voorrang’ , het ‘ik heb het recht’ , de wettekst zegt, jij niet ikke wel…. blabla…bla.
Een conditionering die ervoor zorgt dat de mens zichzelf niet meer in vraag stelt als men niet bewust in het leven staat. Een conditionering die er geplaatst is ‘ voor nep veiligheid, nep vrijheid. Want zo gebruiken we onze eigen antennes niet meer en leren we zo niet in eigen kracht te leren gaan staan. Wel de wet van de sterkste creëert. Voor mij is er een verschil tussen sterk en kracht. Een conditionering die gevolgen heeft op de samenleving want naar mijn gevoel duwt het de mens een groot deel weg van het samenleven naar afstand met elkaar.
Dan denk ik aan de extra straatverlichting die men plaats rond de scholen, de zebrapaden die extra worden verlicht met ledlampen. De zoveel overloaded verkeersborden langs de straat dat als men er eentje veranderd het men gewoon niet meer ziet.
Dienen we extra straatverlichting toe te passen of is er eerder een tekort aan licht in onze bovenkamer en opening in ons hart!

Na de Kom Ombo tempel met zijn – bas reliëf waar de dagen, maanden en oogsttijd geschreven staat. Bas reliefs die verwijzen naar de hun specifieke theologie die werd opgebouwd door nauw in contact te zijn met het universum en plaatselijke gewoontes. Deze cultische liturgieën, hun geheimen zijn verloren gegaan na het doden van de vele monniken die er leefden – verlaat ik deze plaats richting het station van Kom Ombo.

De jonge tuktuk chauffeur zegt plotseling “Mooie ogen madam”. De gekende wederkerig zinnen in het Engels die vele jonge chauffeurs hier gebruiken om contact te leggen met de vrouwelijke passagier. Aan de tuktuk tel ik wel 4 à 6 achteruitkijkspiegels die hij één voor één juist zet om me kunnen zien.
Aan de snelheid dat hij auto’s voorbij steekt of dwars rijd zou hij de prijs kunnen halen voor de meest behendige chauffeur zonder iemand te raken en een bonus binnenhalen om vrouwen te versieren.

In het station in Kom Ombo. Neem ik plaats naast een vrouw nadat ik zit te wachten voor de trein naar Luxor, waar ikzelf niet zeker ben of die er komt. Ze probeert contact met me te nemen. Niet evident wanneer zij geen Engels praat en ik de Egyptische taal niet ken, gelukkig is de verbinding er wel en is de communicatie herleid tot lichaamsgebaren. We delen een delen en ze trakteert me op een zoetigheid.
Ik begrijp dat ze aanraad om de lokale trein te nemen naar Aswan om dan terug van daaruit terug over Kom Ombo te rijden naar Luxor. Zo gezegd zo gedaan. Op het laatste moment volg ik mijn instinct en spring ik op dezelfde trein met haar naar Aswan.
Op de trein zie ik haar hand stilletjes in slow motion naar beneden dalen. Ze valt in slaap.
Het valt me op dat de lokale trein waar ik opzit in 2de klasse netjes en ruim is, het tegenovergestelde van 1ste klasse – VIP trein, zogezegd aangeraden voor de toeristen, die donker, vuil, niet onderhouden is met kapotte zetels.

In Aswan stap ik onmiddellijk naar het guichet en koop ik er een ticket voor Luxor. “Welke”, vraagt de man aan het guichet “1ste klasse-Vip het is beter voor je”. “Neen, dankjewel. Ik heb net de ervaring dat dit geen realiteit is. Ik kom net uit een nette 2de klasse trein. Graag de eerst volgende.” ” Je hebt de keuze uit de Spaanse, de VIP of de Russische” ” Graag de eerste trein die langs komt meneer”. De mannen aan het guichet moeten de toeristen aanmoedigen om de 1ste klas – VIP te gebruiken, de reden het prijskaartje.
(VIP 465 EGP of 20 euro = 660 EGP dus je betaald teveel wanneer je in euro betaald wat overeen komt met een maaltijd of 1 nacht slapen in hostel. De Spaanse/ Russische trein betaal je 330 EGP of 15 euro voor hetzelfde traject en tijd)
De eerstvolgende is een Russische die ik blijkbaar met nog andere toeristen neem. Een nette, ruime, goed onderhouden trein met airco en vaste zittingen. Zalig.

Rechtover mij ontmoet ik een Vlaming. Hij is zo blij dat hij na maanden rondreizen in verschillende landen eindelijk eens Vlaams, Nederlands kan praten. Zo blij dat hij van geen ophouden weet en zo de tijd voorbij vliegt wanneer we aankomen in Luxor. En ik, ik genoot van zijn vreugde.

Klik HIER voor meer afbeeldingen

Al Eén

Ferry Aswan East to West

Met mijn rugzak op de rug neem ik de boot van Elephantine naar de Westbank. Om dan straks de bus te nemen naar het Zuiden, Abu Simbel aan de grens met Soedan.
Ik stap in en ga vooraan zitten naast een jonge vrouw, trouwens de enige plaats voor vrouwen, achterin is voor de mannen. Een gesluierde vrouw komt erbij. Ik maak plaats maar ze weigert en gaat rechtover mij zitten in de blakende zon. De jonge vrouw maakt teken aan haar en vraagt om haar plaats in te nemen. Ze blijft weigeren.
Ik zie dat er iets gezegd wordt waarbij de gesluierde vrouw naar me kijkt. Nieuwsgierig naar de situatie probeer ik in communicatie te komen met de jonge vrouw.

“Wat is de reden dat die vrouw niet naast mij wenst te zitten is het omdat ik blank ben?”, vraag ik haar uit nieuwsgierigheid. Ik zie dat ze zich niet weet hoe gedragen. Ik laat het stil. Plots zie ik dat ze aan het typen is op haar telefoon. Ze steekt die uit waarop in het Engels, in een vertaal app. staat geschreven ‘Ik kan hier niet spreken’. Ik knik. ‘Wat is hier gaande!’, stel ik me de vraag.
Wanneer we uitstappen wacht het meisje op me door trager te stappen. En vraagt me de vraag opnieuw te stellen. Het antwoord is me ontsnapt, wat ik me wel herinner dat het antwoord de vraag omzeilde. Niet erg ik werd gewaar dat ze niet op mijn vraag kon beantwoorden. We zeggen elkander een goede dag en gaan elk onze weg op.

Met de locale bus richting het busstation. Ik maak een teken met de hand in de richting die wens te nemen. Na een paar busjes heb ik de juiste beet. Ik haal 2,50 EGP uit mijn zak, tik op mijn voorganger die het op zijn beurt doorgeeft aan de chauffeur. Ik vind het zalig reizen in zo een locale bus, de mensen laten me met rust en ik kan in stilte mijn verplaatsing doen zonder gedoe.
( 2,50 EGP =0,075 Euro, 20 liter benzine kost hier 200 EGP)

Op weg met de bus naar abu Simbel. Een bus hoofdzakelijk gevuld met mannen, drie buitenlanders en twee vrouwen elk met hun kind.
Kort na Asouan is er een korte halte. Twee mannen in burger met wapen om de middel stappen op en controleren mijn paspoort en deze van de andere buitenlanders.
Naast mij zit een man in bruin tuniek zijn verzen uit de Koran op te zeggen. Ikzelf lees een brochure over ‘Jezus de profeet. De moslim heeft Jezus lief’ waar ik heel goed het delen kan volgen over hoe de islam Jezus ziet. Op één zin na helemaal op het einde waar er wordt geschreven wanneer je de Islam volgt hoef je je Christen zijn niet op te geven. Dan gaat erdoor me heen waarom zou ik me dan moeten bekeren en zelf wanneer ik hier schrijf bekeren is dit zelf niet kloppend want ik voel mij noch bij de één, noch bij de ander. Ik ben een vrij mens met diepe waarden die de weg van puurheid heeft gekozen, waar ik mijn eigen ‘kroon’ wens te dragen in een hartgedragen beweging.
Ik ben geboren in contreien waar Christelijke tradities aanwezig zijn waar ik me nauw verbonden mee voel, wat niet wil zeggen dat ik iets anders uitsluit. Ja, ik geloof, ik geloof in de weg die ik heb gewandeld en verder bewandel. Ik geloof in het allesomvattend, het niet tastbare, het Al Eén zonder deze in een vorm te brengen. Ik geloof in het Hart in elk van ons zonder grenzen.
Waarom zou ikzelf dan muren moeten oprichten, terwijl het zo belangrijk is deze te laten verdwijnen. Waarom zou ik mezelf in een ‘kamp’ moeten gaan plaatsen. Waarom zou ik mij bij één of andere instantie moeten voegen, welk deze ook moge zijn. Integendeel ik zie en voel enorm vele beperkingen hierin met zijn vele regels, als wetten.

Uitspraken die ik zo vaak heb gehoord zials ‘Je moet je zo gedragen anders ben je geen goed Christen, je mag dit niet zeggen want dit is slecht, je mag dit niet denken en vooral niet uitspreken of…’
Al deze beperkingen komen hier gewoon allen nog meer aan de oppervlakte, aan het licht, hoe beperkt de mens kan worden in zijn ‘zijn’ en dat is niet anders bij ons. We werden en sommige nog vandaag klein gehouden in het systeem. Wanneer je je hier niet bewust van bent, je verwijderd bent van je eigen kern, het oppervlakkig opneemt zonder vragen stellen en gewoon alles als echt aanneemt, je angst hebt om er niet meer bij te horen ben je een prooi en plaats je jezelf in een kooi. En dat is bij alle instanties niet anders.

Wat verder liggen er een paar mannen te slapen. Ik voel lichtjes mijn lijf zwaarder worden op het ritme en balans van de bus. Mijn ogen vechten nog wat tegen de vaak. Buiten is er een grote zandbak te zien. Ik hoor het zo uit de kindermond komen. Kilometers rijden we langs de woestijn een weg die ik gelukkig niet te voet heb gedaan en blij dat mijn lichaam daar een stokje in het wiel gestoken heeft. Het ene wat er zichtbaar is zijn électrische palen parallel aan de weg en lange sproeiers die over de gewassen hangen. Velden van graan, nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn hier. Geen enkel dorp te bespeuren, geen mens te zien.

In Abu aangekomen rust ik uit in een comfortabele kamer voor ik morgen naar de Abu Simbel tempel ga. Om één of andere reden kon ik niet zo goed slapen in Aswan. Geen enkele nacht was aan één stuk door.

Op tv zie ik een klassieke concert met een sopraan met een prachtige stem. Het valt me op dat bij de muzikanten geen enkele vrouw te bespeuren is in het concert.