Bien-Aimé

….
terwijl Joseph de eerste woorden uitspreekt tijdens de homilie, na het evangelie volgens Marcus, “. ..après le sabbat au lever du soleil…”, komt net op dit moment de ochtendzon de basiliek binnenschijnen. Tranen van vreugde rollen over mijn wangen. Mijn hart begint intenser te bonzen, voelt plots heel warm aan… . Mijn ademhaling en longen volgen de intensiteit en zorgen voor meer ruimte in de borststreek.
Plots veranderd het licht van kleur, geen warm zonlicht… een fel wit licht vult de ganse ruimte
Een diepe stilte in mij … overgave…ja, zo voelt het in volle overgave sta ik voor me te kijken. Ik voel me krachtig-vol één worden met wat is, en terzelfde tijd gedragen. ik voel dat ik niet anders kan dan te volgen waardoor ik de viering even zijn loop laat gaan…
Plots hoor ik terug de stem van Joseph, “… du tremblement de terre de leurs cœur, l’expérience qui brise tous leurs façon de pensée et d’agir, qui renversé complètement les sens des evenement passé ainsi que la perspective de l’avenir… .”., en zo voelt het… een aardbeving van mijn hart… geraakt, een diep weten, als een fundament die wakker gemaakt werd. Mijn schouders en borststreek krijgen schokken, tranen blijven vloeien en een diepe vreugde is voelbaar.

De viering gaat verder. Na de communie zingen we… ‘… Réjouis-toi et danse de joie, ton Bien-Aimé s’avance vers toi. En son amour il a donné sa vie pour toi. Tu as cherché ton Bien-Aimé, il te revêt de sa beauté. Et ton visage est rayonnant de son pardon. Dans la lumière du matin, il vient vers toi dans le jardin: Et dans sa joie ton cœur frémit d’un chant d’amour…. ‘

Met deze vreugde, deze dansende vreugde zoals het lied het zo prachtig warm verwoord staat een bijzondere nieuwe dag voor de deur.
Samen met Philippe dalen we de trappen af naar de crypte, waar hij een pelgrimszegen zal ontvangen. Ontroerd komen we terug naar boven… en wanneer Aude-Marie me aanspreekt… Vloeien vreugdevolle tranen en krijg ik er bijna geen woord uit…
Ik wist dat het goed was.

Met deze vreugdevolle herinnering, ondertussen reeds drie weken geleden, en goed geankerd in mijn hele Zijn ben ik nieuwe stappen aan het ondernemen in mijn leven, verder blijvend bouwen op de stevige fundamenten.
Een weg van Liefde buiten de grenzen van het zichtbare en in het vertrouwen van een diep weten.

Paaswake

Basilique Sainte Marie Madeleine-Vézelay

Voor mij een raam… De sterrenhemel… Een cikkeltje… De maan. In de verte een nachtuil en voor de rest een stilte… rondom en in mij. Op mijn bed een groene bedsprei. Aan de muur een ovalen klein Heilig Hart beeld in koper- die nog ingepakt zat en al een jaar met me meereist. Zo krijgt mijn kamertje een persoonlijke toets.

Mijn hart, mijn lijf…
sedert de Paaswake sta ik ieder dag op in vreugde, open ik ”s morgens mijn gordijnen en lach ik de zon tegemoet zelf al zie ik ze niet altijd en dans ik een nieuwe dag in.

Ik sluit even mijn ogen… en zie nog het gans feestgebeuren van Pasen voor me – voor de eerste maal in mijn leven besefte ik hoe bijzonder en waardevol dit Christelijk feest gebeuren was en is.
Een feest die zo Groots is, dat ik een paar dagen nodig had om het allemaal tot mij te laten komen en om het een plaats te geven.
Dankbaar dat ik hier mag zijn op la ‘Colline Eternel’ en deze bijzondere Paastijd mag vieren in de Basilique Sainte Marie Madeleine in Vézelay samen met la confraternité des frères et des sœurs de Jeruzalem.

De Paaswake…
In de’ nacht’, op Paaszondag, met een kaars in de hand wandel ik de basiliek van Maria Magdalena in. Een bijzondere ‘gedragen’ stilte vult de immense ruimte en komt als een mantel van geborgenheid en bescherming me omhullen. Het is er zo stil en vredig dat mijn adem hoorbaar is.
Ik neem plaats op de eerste rij, dicht bij het hart van de basiliek.
Op de linkerflank zie ik een reflectie van het licht van de kloostergang. Af en toe zijn bewegende schaduwen zichtbaar. Ver, dicht, naar rechts, naar links… uit sommige silhouetten kan ik zelfs de personen herkennen. De broeders en zusters maken zich klaar en komen mondjesmaat de sacrale ruimte in.
Hier en daar hoor ik zachte voetstappen… De basiliek vult zich beetje bij beetje.

Een warme stem is plots hoorbaar in de verte… gevolgd door hemelse gezangen “Le Christ ressuscité, le Christ ressuscité…. Ressuscité…. “
Ik draai me om. De viering is begonnen. De paaskaars wordt aangestoken en de Confraterniteit wandelt traag naar voor.
De kaarsen van alle aanwezigen, ontvangen één voor één het licht …. alle gezichten worden zichtbaar. Het wierookvat zwaait heen en weer, de heerlijk ruikende rook vormt een prachtig samenspel met het kaarslicht, een zachte dans ontstaat in de ruimte, een dans die komt en verdwijnt.

Hmmm, een diepe zucht van verwondering, verwondering van de grootsheid die het kleine met zich meebrengt. De dans van kaarslicht en rook.

De zusters en broeders nemen vooraan plaats. De menigte draait zich om. De Genesis wordt voorgelezen, op de achtergrond is de fijne, zachte klank van de citer hoorbaar.
….
‘Au commencement, Dieu créa le ciel et la terre… Dieu dit: “Que la lumière soit” et la lumière fut. “Dieu vit que la lumière était bonne, et Dieu sépara la lumière et les ténèbres. Dieu appela la lumière” jour” et les ténèbres “nuit”. Il y eut un soir et il y eut un matin: premier jour….. ‘

La terre, le ciel, jour, nuit… water, planten, bomen, vruchten, het fruit, zaden, licht, sterren, vogels, vissen, levende wezens, de mens, vrouw en man, vruchtbaarheid… en zo kwam men tot aan de zevende dag.

Van de Genesis naar Exodus, prophète Ezekiel, Saint Paul, Saint Marc… Gezangen vullen de ruimtes tussen de gelezen teksten. (Luister HIER voor wat sfeer)
Een trom… een prachtige hoge vrouwen stem, en met wat enige inspiratie zou ik kunnen zeggen, een stem zo rakend als een snaar van een Engel. Ander stemmen volgen. Het evenwicht van hoge stemmen en bariton zorgen voor evenwicht.
Hoe warm en waardevol is dat, beiden verenigd.
En zo voelt gans deze viering voor me, het mannelijk en het vrouwelijk, samen op weg.

Sommige teksten komen diep in mij dansen. Teksten van lang geleden en toch zo hedendaags aan de orde.
‘Alors je vous prendrai parmi les nations, je vous rassemblerai de tous les pays étrangers et je vous ramènerai vers votre sol. Je répandrai sur vous une eau pure et vous serez purifiés ;de toutes vos souillures et de toutes vos ordures je vous purifierai. Et je vous donnerai un cœur nouveau, je mettrai en vous un esprit nouveau, j’ôterai de votre chair le cœur de pierre et je vous donnerai un cœur de chair. Ez 36, 24-26

Terug naar de aarde. Naar het belang van Moeder aarde, terug naar onze roots. Naar de paar vierkante meters waar velen terug hebben leren zaaien en oogsten. Lente 2020,weet je nog!
De lucht kwam zuiver, geen bruine laag boven de horizon. De fijne, zoete geuren streelden mijn neusvleugels. De hoge temperaturen in het vroege voorjaar die ons deed stil staan hoe belangrijk water is. Water… heb je al eens stil gestaan dat telkens wanneer men een zaadje water heeft er iets nieuws kan groeien of verder groeien. Een nieuwe geboorte. Staan we daar werkelijk stil bij hoe puur water kan zijn. Wat geniet ik ervan om telkens mijn handen onder een waterstroom te brengen, het water over mijn handen zie vloeien en dit als zuiver mag ervaren.
Hoeveel zijn er niet beginnen kweken en terug gaan ploeteren in de aarde. Hoeveel mensen hebben niet beginnen beseffen dat men uit een lange periode kwam waar men de essentie van het leven naast zich hadden geplaatst en zijn gaan ruchen tegen de klok. Voor wat!
Die terug de waarde van ‘moeder’natuur hebben ingezien.
Die hebben ingezien dat men kan gaan leven met minder. Die de basisbehoeften terug konden ervaren. De eenvoud van het leven terug apprecieerde en waar ruimte terug vrij komt om werkelijk tot diep in contact te komen met ons hart.

Terwijl de viering zijn verder verloop gaat komt het daglicht stilletjes zichtbaar aan de horizon. Heel bijzonder hoe synchroon alles verloopt. Hoe de natuur, rondom de basiliek ontwaakt, de vogels zich laten horen en een roodstaartje zijn plaats zoekt in de viering, de muziek, de teksten, de woorden…

… wordt vervolgd.

Permaperegrina

Ik vul mijn dagboek aan en plaats een filmpje op het net. En bericht nog even met Sylvie van Radiocamino.

‘… Sylvie, j’espère que tu reprendra les chemin ainsi que beaucoup d’autre. La terre, le peuples à besoin des pèlerins.’
‘… C’est beau ce que tu dis “le monde a besoin de pèlerins”. J’aimerais tourner une vidéo sur ce thème. Tu peux m’en dire un peu plus ?’
‘… Plein de gents ce referme sur eux, et se sans bloquer à cause de tous les règlement. Un pèlerin bouge continuellement, pas simplement avec le corps mes tous son âme. Le pèlerin est un  exemple aujourd’hui pour montre que en vie sa liberté. Que tous suffit simplement de osé et prendre la desicion. Le pèlerin inconsiament mais dans son mouvement les gent ensemble.
Donc il vie le contraire de se que la société attend de lui. Ce n’est pas de la rebellie mais il écoute ce qui est beaucoup plus grand, bien au delà ce qui est touchable…’

Er wordt aan de deur geklopt, “Entree”, roep ik terwijl ik rechtsta en naar de deur toe wandel. Annenarie brengt mij een verse koffie, zo eentje met een laagje schuim erop. Heerlijk.

Mijn dagelijkse routine. Ik stop mijn slaapzak, donsvest, thermo slaapzak in elk zijn daarbij horend zakje. Sandalen aan, een lichte regenvest – die me vooral beschermd tegen de wind – muts, handschoenen, rugzak… Klaar is kees…
Oh, ja. Mijn wandelstokken nog.

Ik verlaat Bessy-sur-Cure richting Arcy-sur-Cure.
Op een geheven moment sta ik voor een fikse afdaling in het bos. Oeps, ik wordt gewaar dat ik wat in paniek ga. Ik blijf stilstaan en kijk wat rond me of er een andere mogelijkheid is. Neen.
“OK, Jasmine. Komaan. Hou je rustig, je kan het”, spreek ik mezelf de moed in.
“Komaan, het is jou denken die zegt dat het stijl is en stijl koppelt aan vallen. Als ik rustig en goed aftastend mijn voeten zet, dan heb ik geen reden om angstig te zijn”, verder de moed inspreken.
En ja hoor na een half kom ik beneden. Ik draai me om, “yes, I did it.”
Ik twijfel even of ik verder het bos intrek of kies voor de weg. Of ik kies voor angst of niet.
Zonder angst trek ik verder het bos in richting Vezelay.

Terwijl ik rustig verder stap denk ik terug aan het huisje die ik in de buurt van Vezelay zag. Een paar dagen geleden zag ik dat het verkocht werd. Een beetje ontgoocheld en spijtig. Ik zag het al helemaal voor me. Waar ik wat zou doen, welke materialen… mijn creativiteit was aan het bruisen.
“Jasmine,  je creativiteit stopt toch niet bij dit ene huis”, hihi, als je zolang op weg bent praat je wel eens tegen jezelf, hmm, ook als ik niet op weg ben.
Het belangrijkste is dat ik er plezier en vreugde heb aan beleefd en als ik daaraan terug denk voel ik zo terug de vreugde. En als het huisje verkocht is, dan is het omdat het zo moet zijn. Ik heb het volste vertrouwen dat de dingen zich aan mij zullen aanbieden in ‘right time, right place’.

In Tonnerre dichtbij de kerk stond een stenen bank, daarop lag een klein boekje en omdat het niet door de wind zou wegwaaien, een dikke steen erboven op. Ik liep ernaar toe. Ik voelde dat het boekje voor mij bedoeld was en nam het mee zonder enige twijfel, ‘Évangile selon Luc’.
‘Zou het me nu wel aanspreken, zou het me nu wel lukken om erin te lezen’, terwijl ik het even tussen mijn twee handen neem en daarna in mijn heuptasje steek.

Ik denk terug aan het huisje. Sluit even mijn ogen, en maak het stil binnenin. Spontaan stel ik een vraag, ‘Jezus aub, help mij inzicht te krijgen in het waarom het huisje er niet meer is. Wat is de betekenis, wat moet ik hiermee. Ik open me voor je, dank je’.
Hmm, is dit nu wat men een gebed noemt.
Ik wandel ondertussen verder. Neem de telefoon uit mijn heupzakje. Oh, ja het evangelie. Ik neem het vast en doe het lukraak open. Ik lees.

Il dit à un autre:
– Suis-moi. Mais celui-ci dit:
– Seigneur, permets-moi d’ aller d’abord ensevelir mon père. Jésus lui dit:
– Laisse les morts ensevelir leurs morts; mais toi, va annoncer le Royaume de Dieu.
Un autre encore dit:
– Je te suivrai, Seigneur; mais permets-moi de prendre d’abord congé de ceux qui sont dans ma maison. Jésus lui dit:
– Nul homme, qui après avoir mis la main à la charrue regarde en arrière, n’est propre pour le royaume de Dieu.

Après cela, le Seigneur en désigna aussi soixante-dix autres, et les envoya deux par deux devant lui dans toute ville et dans tout lieu où il devait lui-même aller. Il leur disait:
– La moisson est grande, mais il y a peu d’ouvriers ; suppliez donc le Seigneur de la moisson, affin qu’il pousse des ouvriers dans sa moisson. Allez; voici, je vous envoie comme des agneaux au milieu des loups. Ne portez ni bourse, ni sac, ni sandales; et ne saluez personne en chemin.
Mais, dans toute maison où vous entrerez, dites d’abord : Paix à cette maison ! Et s’il y a là un fils de paix, votre paix reposera sur elle, sinon elle retournera sur vous.

Euhhh… Frappant en dit na mijn delen met Sylvie en mijn vraag van daarnet.

Ik wandel verder richting Vezelay. Op een tiental kilometer vóór mijn aankomst zie ik la Colline Éternelle voor me. Mijn hart maakt een vreugdesprong. In ‘le Jarie’, vraag ik of ik gebruik mag maken van een tent om in het droge wat te kunnen uitrusten en eten. Ik krijg zelfs een fijn huisje aangeboden met een warm drankje.

De laatste kilometers… Via Asquins, de prachtige kapel van ‘La Cordelle’… een fikse stijging richting la basilique Marie Madeleine.
Tranen van vreugde.

’s Avonds deel ik nog de tekst aan Sylvie na mijn delen.

‘ … Et tu m’écris “le monde a besoin de pèlerins”‘
‘oui’
‘Tu envisages de devenir “permaperegrina” ?’
‘😊 C’est qoui’
‘Perma = tout le temps. Peregrina = pèlerine.’
‘Ah 🤣je pensé à la permaculture’
‘Il y a sûrement un lien. La permaculture vise à atteindre une société moins dépendante des systèmes industriels de production et de distribution. Et la permapèlerine, quel message veut-elle donner au monde ? Ton beau message d’hier était clair…’
‘🙏💖 Merci à toi’

Klik Hier voor bewegend beeld

Saint-Cyr-les-Colons

Ik draai het vensterluik open… Kijk in de lucht, grijs en regen. Ik maak me spullen klaar, open mijn paraplu en vertrek richting de kapper.

Een jonge dame komt naar me toe en geeft me een kapstok. Ik hang er mijn regenvest op en plaats mijn rugzak ergens onder de toonbank.
Met een hip schortje neem ik plaats in de zetel. De jonge dame deelt iets over het oortje van haar dochter
Ik weet niet waarom ik voel dat ik iets met haar mag delen. “excusés moi, j’ai un peut suivi votre partage. C’est l’oreille gauche ou droite ? elle c’est blessé ?” “Oui, elle c’est percé le tympan il y un peu plus que un an. Maintenant le tympan est déjà guéri, mes elle n’arrête pas d’aller dans son oreille. C’est son oreille gauche.” “il y a une chose qui vient à travers moi que je sens que je doit vous partager. Gauche, que veut elle pas entendre, qu’est ce que elle refoule en elle… Comment est votre contact?” “Oh, en est très relié l’un à l’autre.” ” Elle vient de perdre quelqu’un ?” ” Oui, sa grand mère. Un peut plus que un ans. Et cela fait un bon bout de temps que en va chez le docteur pour son oreille et que le problème continue” “Et comment étais le rapport entre toi et ta maman?” Oh, ma mère est en moi. “… . Ze deelt me verder het verhaal… “Cherchez un peut cette direction. Tous pourez bien s’expliquer et ne vous inquiètes pas, le problème a sont oreille pourrais bien se résoudre après.”…
Wanneer ik voor de spiegel mag plaats nemen, zeg ik “tient pourquoi je vous est partagé tous cela. Je me souvient même plus pourquoi ou comment sur quoi notre conversation a débuté.” Hmm, en ook al weet ik niet meer van het waarom, een vol vertrouwen is aanwezig in dat wat ik gedeeld heb, ok is.

In de verte zie ik de mensen in de wijngaarden hun doodhout opbranden. Hier en daar staan kacheltjes tussen de wijnranken.
Ondertussen is de regen verdwenen en geniet ik van de dans tussen de zon en de dreigende wolken.

In een volgend dorpje komt de geur van de openhaard me tegemoet, het brandend hout mengt zich met de eerste bloeiende hyacinten. Een koekoek is hoorbaar op de achtergrond. Een man ledigt zijn emmer.
De groene bladeren van de tulpen en irissen zijn al goed zichtbaar, nu nog de bloemen.

Vroeg in de namiddag stap ik het gemeentehuis binnen van Saint-Cyr-les-Colons. Ik vraag of ik me even mag warmen in hun gîte municipale. Het onthaal is zo warm hartig dat ik beslis om er te blijven overnachten. Het weinig contact die we nog hebben is zo vreugdevol.
De vrouw toont mij de gîte, legt de verwarmingen aan en kijkt of er iets is als koffie of thee. Geeft me de sleutel, en verdwijnt terug achter haar bureau.

Ik lees wat reacties op mijn pagina, speel blokfluit en geniet van een heerlijke warme douche terwijl mijn was in de wasmachine aan het draaien is… tot ik plots in het donker sta in de douche… Hmm,. Op de tast zoek ik de rest van mijn kleren, niet veel, want de rest zit in de machine. Ik kijk even op straat, alle lichten branden nog. Ohoh… bij het zoeken naar de oorzaak, constateer ik dat de wasmachine de oorzaak is. Ik probeer even het omgekeerde, zet alle verwarmingen, koelkast uit. Tevergeefs.
Mijn was zit vast.
Ik bel een nummer. Een lieve vrouw zal bellen naar de burgemeester…
In een mum van tijd staat de burgemeester, de vrouw naar wie ik belde en een vakman in het huisje.
Terwijl ik op een krukje zit, zie ik een heen en weer geloop van de wasmachine naar de electriciteit kast. “En a un problème, votre linge est bloqué à l’intérieur.” “Oh, bhein ça, hihi, heureusement que je n’avez pas mi tous dedans. J’aurai étais bien ici.”
De spanning verdwijnt in de ruimte.
Finaal breekt men de deur open. Verdwijnt de burgemeester met mijn was, komt ze even terug met ‘un pâte de canard, deux œufs frais, un bout de pain et un dessert’. Later op de avond brengt ze mijn gewassen kledij terug en droog ik ze in de droogkast.
En zo werd mijn avond gevuld met fijne mensen, werd er gelachen mits de situatie.
Hoe fijn is dat stoppen waar het goed voelt, luisteren naar wat het leven je brengt en hierin keuzes maken.
Dankjewel wasmachine, hihi, je vulde onze avond met lachen, ook al wou je langer snoepen van mijn was.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Baudoin

Baudoin

Ik hoor Armelle en Elouan lopen van hun kamer naar de badkamer, trappen naar beneden… De expresso machine.
Ontbijt en zich klaarstomen om naar school te gaan. Alles gebeurt heel gestructureerd en ik voel dat ik een tandje bij mag zetten. Oehoe, dat ben ik niet meer gewoon. Rugzak vullen, halen.
Gisteren avond kreeg ik van Elouan, nadat ze mijn bed als springplank mochten gebruiken, een hartje voor het slapen gaan.
“Je te redonne le petit cœur merci à toi. Toute la nuit le cœur m’a accompagner. ” Verlegen kijkt Elouan me aan. Nog even pauzeren voor de foto met de twee jongens. Zo een lieve kinderen.

In Bar sur seine geven de Primula kleur aan de borders, tussen de vele troep die de mens achterliet, flessen wijn, blikken, papier, plastiek.
Ik wandel tot in het centrum en geniet van de prachtige architectuur die er te zien is. Het ene steegje in, het andere uit.
Ik haal me een afhaal koffie en zoek een plaatsje in de zon.

Ik vul mijn dagboek aan, tussen de vele korte schrijfsels en woorden die ik onderweg typ om niet te vergeten. Al wandelend komt vaak mijn creativiteit los en dan is een notebook of de opname functie op de telefoon wel handig.

Bij het verlaten van de stad wandel ik naast de Seine, links en rechts een bos. In de verte zijn de eerste heuvels zichtbaar van de Champagne.
De velden worden klaargemaakt voor de bloei en krijgen hun zoveelste snoeibeurt. Sommige vertonen een grote stam aan de voet van de rank.

Een man stapt uit zijn wagen. “Bonjour monsieur c’est vignes vous appartient ?” “Oui” “Elle a quelle age. En voyons les pieds j’ai bien l’impression que ce n’est plus des jeunes.” “Oh, Non, c’est vrai. Tous ce que vous voyez ici a 35 ans”. “waw, jolie travaille.”
“Et vous que faite vous”, vraagt de man. “Je suis en route pour Vézelay ou je vais passer les fêtes de Pâques, puis je reste encore 14 jours comme hospitalièr.” “Oh, c’est quoi ?” “c’est prendre soins et acceuillire les pèlerins en route ou aux départ pour Saint-Jacques ou Assise.”
Hij leunend tegen zijn wagen, ik op mijn wandelstokken spreken we elkander aan alsof we al gans ons leven bevriend zijn.
“Je m’appelle comme votre roi… Baudoin”, zegt de man. “Vous savez comment cela s’écrit chez nous dans notre langue.. B.. O.. U.. D..”, en ik doe zo verder. “Aha, et dans votre nom en néerlandais le ‘wijn’ veut dire vin”. Hij kijkt me ongelovig aan.. “Sisi, croyez moi.”

Ik stap verder en wanneer hij langs rijd met zijn wagen opent hij zijn deur en zegt, “mes comment tu fait avec les sandales par ce temps. Et c’est chaussette à cinq doigts.” “Bhein, comme avec les bottines. Je marche”

Wat een fijne babbel hadden we en wat is het fijn om plots bewust te worden dat ik via mijn beweging hier en daar zaadjes uitzaai.

Stel je voor dat we allen enkel nog hartgedragen bewegingen maken en we bij iedere stap die we hebben gezet er zich iets kleur-fleurrijk ontvouwt en er een bloemige zoete geur zich gaat verspreiden…men in een kleurrijke wereld terechtkomt, de straten zich vullen. De vlinders fladderen, er hier en daar een bankje staat waar twee mensen de tijd en ruimte nemen voor elkander.

Wat denk je! Doen!

Zo heb ik ook mijn doosje met zaadjes van de stokrozen uitgehaald om ze langs de weg uit te strooien.

Ik kom aan in Ricey-bas op aanraden van Samuel. En ik ben blij zijn raad te hebben opgevolgd. Wat een prachtig pittoresk dorpje. Ik ga binnen bij ‘la fleuriste’ . Een vrouw die reeds een stuk van de camino wandelde. “OH, quand je vous vois j’ai tellement envie. Mes toute cette histoire de Covid m’empêche de partir.” “N’hésitez surtous pas à prendre le chemin. Si vous sentez l’appel, allez y.” Ze helpt me iemand te vinden voor een overnachting en leent me de sleutel van de kerk.

Wanneer ik terug kom na een bezoekje in de kerk, koop ik me een boeketje tulpen.
Met de tulpen in de ene hand en de paraplu in de andere kom ik aan bij mevr. en Mr Payen. Die me met een warm hart ontvangen in le Ricey – bas.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Lumière

Ik klop aan de deur van het woonhuis. Een man met baard en bril doet open, brede voorovergebogen schouders, tussen zijn armen en zijn lijf lijkt het erop alsof er een luchtbal tussen zit die verhindert om zijn lichaam te laten ontspannen. Op tafel staat koffie. Ik zet me. Recht tegenover mij een kleine tengere stille vrouw. “Bonjour… “, en om de sfeer in het huis wat de doorbreken, “… les enfants sont parti à l’école ?”, vraag ik haar. We kunnen eventjes een gesprek aangaan tot de man een vraag stelt. Haar ogen richten zich terug naar beneden.
De man praat verder en een vraag die regelmatig naar me toekomt is ‘wat mijn werk is’. En van het één komt het ander. Van vaderstaat, naar het verschil tussen België en Frankrijk (hij is nl. van Belgische afkomst), naar geschillen in burenruzies… ‘dit zou van mij niet waar zijn’, naar advocaten, in gevecht gaan met het systeem, in gevecht met wat buiten zich afspeelt en continue bij die ander zijn en wijzen, omdat men denkt de waarheid in handen te hebben, zich verbergt achter wetten en regels om ze dan te gebruiken wanneer het ons uitkomt en ze ook graag overschrijden wanneer het ons uitkomt.
Ik luister en blijf zo goed mogelijk bij mezelf om me niet hierin te laten meeslepen.

Oh, wat ken en herken ik dit… het gevecht om ‘gelijk’, zie mij… , om een positie in te nemen alsof dit bijna een noodzaak of een moeten is om in een bepaald kader te passen. Terwijl dit beeld iets is die we buiten onszelf hebben waargenomen, en we dan nog eens in gevecht gaan tegen dit beeld die buiten onszelf was (en soms nog is) en eigen hebben gemaakt daar we van niet beters wisten. Het meegaan in het verhaal om erbij te willen horen, niet afgewezen te worden, gezien te worden, erin opgegroeid zijn….

De man weet me ook te delen, dat de huidige situatie hem zwaar begint te wegen. Hij doet dit door een verhaal van een vrouw te vertellen die in zijn ogen sterk was, een ‘plantrekker’, zoals hij het verwoord. Door dit beeld te schetsen komt hij plots bij zichzelf en deelt hij, “je n’est jamais pensé que un jour ou autre la dépression viendrais si près et frapper à ma porte. Je crois que je n’en suis pas loin”. Terwijl hij dit deelt zie ik zijn lichaam zachtjes zakken, zijn stem wordt zachter… zienderogen veranderd zijn lichaam.

Is dit niet de beweging, het beeld, die velen vandaag krijgen en maken. Is dit niet eigen aan de tijd! (al altijd wel geweest, maar nu op groter vlak.)

Aan de ene kant het blijven aan de touwen trekken, in gevecht blijven gaan om niet te verliezen, om gelijk te krijgen omdat men denkt de waarheid in handen te hebben.
En aan de andere kant zich klein maken, volgzaam zijn omdat men denkt ‘ze zullen wel gelijk hebben’.
In beide gevallen zijn ze nefast voor het individu.

Zien we niet de muren rond ons in elkaar zakken, zien we niet de externe maatregelen wankelend worden, en gaat men vanuit de instantie deze gaan bestrijden door de ander extreem kort te wieken in een manipulerend en onder de noemer ‘zorg voor elkander’ reklame, dit zou ik kunnen noemen zacht-geweld, het blijft geweld.
Is dit niet een vorm van angst die zich laat tonen, waarin we in gevecht of onderdanigheid gaan om de schijn-veiligheid die ons wordt aangeboden vanuit een controlende beweging vertrokken uit angst. Is dit niet wat vandaag wereld wijd aan het gebeuren is.

Terwijl het belangrijk is net vandaag, en liever gisteren dan morgen om naar binnen te keren en vandaaruit terug naar buiten te komen. Trouw aan zichzelf en niet wat ons in het strot werd en wordt geduwd, mijn excuses voor mijn uitspraak, ik vind geen ander woord om te duiden.
Ik zou hier misschien verder kunnen op ingaan. Dit zal ik niet doen, omdat ik daar allang niet meer voor kies. Ik wil hier ook niet een waarheid verklaren, wel een delen die ‘door’ meheen komt in het Nu.

“Oh, vous savez cela fait bien longtemps que je ne crois plus dans ce mouvement de combats. J’ai vue, je vois des gents ce détruire, l’un et l’autre. Mes surtout soi même à petit feu.
Je reconnais ton histoire, car j’y suis passer par la.
Et dans le passer j’ai reçue une cage en or, le jour où j’ai ouvert la petite porte de la cage, je me suis donner la chance de trouvé l’or à l’intérieur de moi. Lumière qui est en moi, en toi en vous.
Je ne crois que dans ce chemin qui nous enmenne vers la liberté et le bonheur. Je pourrais peut-être bien appeler cela ‘Un combattons de Lumière,’ . Et où le mots combats prend toute une autre valeur.
Car combattre n’est plus nécessaire… être Lumière.

Een strakke wind… een fijne regen als een voilengordijn… mijn paraplu…
Als een schipper die zijn zeil optrekt… ‘direction bon-port, direction le soleil’.

Als een schipper die de keus maakt waar hij naartoe wenst, rekening houden met de natuurelementen en aandacht wens te geven aan de vloeiendheid des levens en niet aan wat een schip doet wankelen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Bar-le-Duc

Ik ontwaak, het is nog donker. Boven mijn hoofd allemaal lichtjes. Geen fonkelende sterren, wel van die lichtgevende sterren gekleefd op het plafond. Vier uur in de morgen. Ik trek nog even mijn donsslaapzak dicht tegen me aan. Leg mijn ene hand op mijn buik, de andere op mijn borststreek. Een zalige manier om in verbondenheid met mezelf in slaap te vallen. Ik voel me zwaar worden…

De trap kraakt, ik hoor de deur van de openhaard. Het zachte ochtendlicht komt de kamer binnen. Een nieuwe dag staat voor de deur.

Het samenZijn in alle eenvoud heeft Claudine gisterenavond veel deugd gedaan. Ik kreeg een warm nestje en brood, ik troostte haar door mijn aanwezigheid. Claudine toonde me haar grote voorraad aan zelfgemaakte gerechtjes. Ze noemde haar kelder ‘de Covid kelder’.

In mijn rugzak… compote de pomme, rillettes au deux saumon, betteraves rouges, pâte de lentilles, gelée de prunelles sauvages. Het wordt een waar festijn.

Langs de weg hoor ik iemand roepen, “Vous avez tous ce qui vous faut. De l’eau, à manger.” “Merci beaucoup. J’ai tous ce qui faut et le faites que vous me le demander vous m’apporter encore plus. C’est la joie. Merci à vous.” De jonge vrouw begint te lachen. Zalig om zien.

Wat kan het leven toch prachtig, warm zijn in al zijn eenvoud. Iedere dag geniet ik ten volle van de fauna en flora. Van de ontluikende lente, ook al is de winter ”s morgens nog sterk voelbaar. De vele warme ontmoetingen zijn hartverwarmend.

In Bar le Duc voelt het plots terug vreemd…. De mondmasker op terwijl in stad bijna niemand te zien is. In een koffie huis mag ik me wat opwarmen in een hoekje met een heerlijke kop koffie.

Ik neem de vele trappen opwaarts richting de oude stad van Bar Le Duc. Een torenklok reikt hooguit boven het kasteel of is het gezichtsbedrog.
Prachtige gebouwen in Renaissance stijl en een St. Pieterskerk in flamboyante Gothiek. Jammer, helaas dat dit prachtig patrimonium niet de voorkeur krijgt tot restauratie. Als ik mijn verbeelding de vrije loop kan gaan… Dan zie ik kleurrijke bloemen balkons, gekleurde luiken, belettering op de vensters van plaatselijke handelaars, een ober met zwarte schort en een plateau in de hand, klinkende munt….
Ik zie, ik zie verlatenheid…
In tegenstelling tot buiten de steden. .. er is leven, het leeft…

In Véel begint het te hagelen. Ik wandel richting de kerk in de hoop ze open mag zijn. Niet. Ik klop aan, aan de presbytère. Het was, nu woont er een dame. “Bonjour, connaissez-vous quelqu’un qui aurais la clé de l’église pour m’y protéger de la pluie ?”. De vrouw kijkt me aan en nodigt me uit bij haar thuis. Tot de regen over is praten we gezellig over de prachtige gerestaureerde woonst en de camino, rond een potje koffie.

”s Avonds kom ik nog net aan in Trémont sur-Saulx voor de avondklok. Een gîte wordt me aangeboden en ik wordt uitgenodigd om de avond door te brengen in familie bij een gedeelde maaltijd en we eindigen de avond met een gezelschapsspel’ Monopoly’ neen neen geen geldbriefjes. Allé, dat is toch passé… 3 jaar geleden kwam er reeds een vernieuwde versie. Eentje met een betaalsysteem. Welke transactie je ook doet alles zit in dit ene bakje. En cashgeld… drie jaar geleden wisten ze blijkbaar al dat dit zou verdwijnen.

Kijk HIER voor een kortfilmpje

Genty

De houten plankenvloer kraakt onder mijn voeten. Op twee vilten voettapijtjes schaats ik door de kamer en maak ik mijn rugzak vertrekkensklaar.
Ondertussen is Bernadette al gretig in de weer in de keuken.
Op het einde van de trap, op het eerste verdiep, bewonder ik de schijnwerkerij. Een lange houten werktafel, met een tal van blinkende houtbeitels waarvan het staal onroestbaar is en het houten handvat een blinkende patine heeft gekregen door de jaren heen. Ergens boven in een hoek, een kast met daarin de patroonheilige van de schrijnwerkers, St. Jozef. Aan zijn voeten, twee lampjes in kaarsvorm. De robuuste groene machines blinken en werden allen stofvrij gemaakt. Hier en daar hangt een catrol die vroeger het atelier via een nu geboende eiken plankenvloer verbond met het gelijksvloers.
Ik zou me zo verder kunnen verdwalen in het beschrijven van de details van dit bijzonder atelier met een diepe ziel, die vroeger een graanmolen was en beiden aktief was door wijlen grootvader en vader des huizes.
Toen ik gisteren aankwam mocht ik Nicolas bewonderen in het atelier van zijn vader. Het zonlicht deed me een voorovergebogen silhouet waarnemen, met hamer en beitel in de hand. Nicolas was net minutieus de laatste hand aan het leggen, aan de krans van een kruis vol symboliek.

Ik open de deur van de keuken. De warmte van de ruimte komt naar me toe, alsook de openblik van Bernadette. “À tu bien dormis, Jasmine ?” “Oh, que oui Bernadette, elle étais bien agréable. Merci à toi.”

Na het ontbijt vertrek ik samen vergezeld van Bernadette richting het volgend dorp – via haar tuin en aangelegde grot met een beeld meegebracht uit Lourdes in 1964 tijdens hun huwelijksreis – waarvan de naam mij ontsnapt. Daar zijn twee begraafplaatsen – een Duits en een Amerikaans- waar Bernadette met een zekere belangrijkheid over spreekt en ze me wil laten zien. Om haar te plezieren ga ik met haar mee.
“Tu vois les coques sur l’entrée ?” Ik kijk, twee bombastische arends staan te pronken op elk een enorme decadente pilaar. Een park van zo wat een 25 ha waarvan het onderhoud betaalt wordt door de Amerikaanse staat.

Ik neem afscheid van Bernadette. “Tu c’est comment je m’appelle”, wist ze me gisteren te vragen terwijl ze kookte. “Bernadette Genty”, en dit IS ze. Een lieve kranig vrouwtje van 76 jaar.

In een klein dorpje Ivoiry. Staat midden de paar huizen een ruïne van wat vroeger de St. Niklaas kerk was. Waarvan de kerktoren tot tweemaal een blikseminslag kende en de derde keer het dak met de klok werd weggenomen door een minitornade. De klok belande op de derde houten zitbank, zonder breuk.
De ongevallen zouden te wijten zijn aan de waterbron die onder de kerk loopt. Sedert dien hangt de klok zonder enig probleem vrij in de openlucht.
Tijdens een rustpauze geniet ik van de heerlijke aardappelen met witloof die ik meekreeg van Bernadette. Al zittend tegen een warme muur en uit de gure wind speel ik een deuntje op mijn blokfluit.
Voor het verder stappen krijg ik een koffie aangeboden en praat ik met een vrouw die in haar jeugd op de vloer van de kerk speelde.

Klik HIER om even mee te reizen via bewegend beeld.

La Colline Éternelle

IMG_20200827_130739-2

Al jaren hoor ik de pelgrims spreken over l’Esprit du Chemin, een eerste pelgrimsherberg komend van Vézelay richting Compostella. Benieuwd…

Een pracht van een Lindeboom staat in de tuin. Het huis ligt in een bad van rust midden de natuur in een klein dorpje, Le Chemin.
Een vrijwilliger kondigt me aan. Huberta verwelkomt me en toont me later hoe het huis eruit ziet. Hmm, een pracht van een omgeving en plaats, warme hartelijke mensen. Een plaats die haar naam werkelijk draagt. Ik geraak zelf ontroerd wanneer ik in één van de kamers ben. In eenvoud, met veel creativiteit en vooral met eerbied en zorg voor het huis werd alles gerestaureerd en dat is voelbaar en zichtbaar.
Verheugd dat ik me heb laten leiden tot hier.

Onder de Lindeboom, een lange tafel, 12 borden. Samen eten we een heerlijk avondmaal.

Het voelt wat vreemd aan… morgen eindigt mijn fysieke pelgrimstocht. Ik noem het graag ‘fysieke’ omdat pelgrimeren en wat het mij gebracht, geleerd heeft in continuïteit bij mijn leven hoort en is…
Ik sluit mijn ogen, l’esprit du Chemin neemt me mee… weg… weg… ver weg… in dromen.

Ochtend… De geur van mos komt via mijn kamervenster binnen. Het heeft geregend. Ik ga naar beneden. In de woonkamer speelt heerlijke muziek op de achtergrond ‘Hildegarde vonbingen’. Pelgrims maken zich klaar om hun weg verder te zetten naar Compostela. Ik neem mijn ontbijt terwijl Huberta me vergezeld en me laat kennismaken van het vocale collectief ‘Grainedelavoix’ die ‘La Magdalene’ zingt.

Buiten begint het ontzettend te regenen. Broodnodig. Het viel me op, hoe het groen in de natuur en het frisse gras uit de Auvergne, Le Puy dôme, la Haute Loire verdwenen is, daar was nog altijd voldoende water, terwijl hier in de Nivernais alles terug ontzettend droog is.
Hmm, zou ik nu regen hebben voor mijn laatste dag, neen hoor, net op het moment dat mijn laatste wandeldag begint komt de zon te voorschijn. De weergoden… dankjewel.

Sedert gisterenavond is er een zeker verdriet komen opdagen…en hoe dichter ik Vézelay benader hoe afwisselend mijn emoties worden… vreugde, verdriet, vreugde… Ontroering… Vreugde…
Afronden en het nieuwe verwelkomen.
Ik kan het niet zogoed plaatsen en kan het niet anders noemen dan, ‘vreugdevol rouwen’…

De laatste dagen heb ik vaak het gevoel gehad dat wat er was, ik het noch in beelden, noch in woorden kon uitdrukken. Een ‘grootsheid’ die binnenin voelbaar is als een grote kracht, onvatbaar, als een hart oneindig. Het mogen ervaren… een grootsheid waar ik me graag dienstbaar voor opstel, voor wat IS.

Ik kijk naar mijn voeten. Yes, we hebben het goed gedaan. Ettelijke kilometers hebben ze me al gedragen. Hebben mijn voeten me over bergen en rivieren gebracht. En wat is het zalig om op sandalen te wandelen en in de ochtend het water op mijn voeten te kunnen voelen. De frisheid van de ochtend.
Met een moeiteloze vloeiendheid … En nog meer dan bij mijn andere pelgrimstochten voel ik me dichter en dichter bij de aarde komen, ook in mezelf.

In de dorpen geurt het van de kamperfoelie. De stokrozen zijn aan hun einde van hun bloei gekomen. Hier en daar pluk ik wat zaadjes om straks in België uit te zaaien en kleur en fleur te brengen.
In de verte een pelgrim, we wandelen naar elkander toe. Hij op weg naar Compostella. Ik op weg naar…
Terwijl we beiden steunen op onze wandelstokken komen de vragen, vanwaar kom je, naar waar ga je… een glimlach, een goedendag, een hand die de lucht in gaat en zwaait.
In mijn rug hoor ik een gekend deuntje ‘Tous les matin nous prenons le Chemin…. Ultreeeeeia, ultreeeia..’
Ik kijk nog even om, een vreugdevolle pelgrim.

La Colline Éternelle… daar is ze… Reeds van ver zichtbaar.. Vézelay. .
De laatste vier dagen stappen, zijn niet alleen een afronden van deze weg, ook als een afronden van mijn pelgrimstocht (fysieke) die ik ooit 6 jaar geleden begonnen was. Want hier liep ik toen, op weg naar Compostella. En eigenlijk vind ik het heel bijzonder wat gebeurt.
6 jaar geleden vroeg ik om in Vézelay hospitalier te worden, dit kon echter pas nadat ik mijn weg had afgewerkt. De dag nadien beloofde ik haar om terug te komen, nadat ze zo energetisch in mijn rug trok. Maar eerst moest ik naar Compostella van de confraterniteit.
Om een of andere reden is het me nooit gelukt in de voorbije jaren. Er kwam altijd iets tussen, alles wat vastgezet werd op planning mislukte.
Tot nu…ongepland eindigt mijn tocht in Vézelay en met een week hospitalier…
Ik had het haar beloofd.

Ik kom aan op een 4 (28-08-2020)… aarde, moederaarde… In het levensjaar 7×7
7 jaren zijn afgerond waar 7 en 3 sterk aan de orde kwam…hemels…
De laatste dagen kwam 4 sterker aan de orde … ik ga binnenkort de aarde bewerken.
In 2014 (7) begon ik te wandelen… De basiliek heb ik altijd gezien in de stijgers.
Aujourd’hui elle est enfin ‘Libre’ deelde ik met iemand. En zoals de vele andere keren, weet deze plaats me te raken en rollen tranen over mijn wangen.
En voor de eerste keer valt het me op dat de plattegrond van Vézelay, een waterdruppel is.
Zoveel symboliek die voor mij heel veel betekenis heeft gekregen en mij affirmatie brengt op mijn weg.

De voorbije 7 jaren hebben me geleerd wat werkelijk liefhebben en Liefde is. Het heeft me geleerd dat angst me verhinderde om vrij te leven. Ik heb me leren losmaken van wat materie is, om in mijn eigen materie te komen, om straks in en met de materie te werken.
Het heeft me geleerd nog dieper de weg naar binnen te nemen om me vrij te maken van wat niet meer nodig is.. en wat niet van mij.
Een terug naar zichzelf, om dan pas terug naar de ander te gaan. Van het zichtbare, naar het onzichtbare.

Op de ‘weg’ la lumière Eternelle…
Elle se lève tous les jours.

Nikhil

Narthex

Chemin de lumière

Wat fijn om ergens toe te komen zonder enige notie van tijd, om dan te horen dat het zomerzonnewende is.

Ik sta in de keuken ‘St. Jacques’, een man komt binnengewandeld met de rugzak en een mooie, eenvoudige houten wandelstok. “Bonjour, je peut vous aider ? Je suis Jasmine, l’hospitaliere . Désiré vous un endroit pour dormir ?” Met een open en warme glimlach antwoord de man, “Non, merci la sœur m’a dit que je peut poser mon sac. Je vais visiter la basilique et le village.” Terwijl we aan elkander verder delen welke bijzondere plaatsen we reeds gezien hebben, wat we er hebben gevoeld en hoe de weg ontstaat,
hebben we heel snel door dat we op dezelfde golflengte zitten. Een zachte blik, fonkelende ogen, een aangename verschijning. Nikhil, een bijzondere naam. Wat fijn om iemand te ontmoeten die over dezelfde onderwerpen kan praten Maria van Magdala, Rocamadour, Yeshua, Aertsengel Michaël, en alle bijzondere plaatsen waar ik reeds was… om dan te horen dat Nikhil op dezelfde plaatsen is geweest in het zelfde jaar met een paar maand verschil, voor mij. Terwijl hij verder op de heuvel wandelt, vul ik mijn dagboek aan en verwelkom ik pelgrims.

Om 14u wandel ik richting de Basilique om naar het lumineus lichtspel te gaan kijken van de zomerzonnewende. Deze keer valt het licht niet op de taferelen aan de zijkolommen van de zijbeuken zoals tijdens de winter Solstice, wel pal in het midden op de grond van het schip, vanaf de narthex tot aan de kruising.

Ik neem plaats onder de narthex. Er is vandaag veel volk in de basiliek. In de verte zie ik Nikhil afkomen. Plots ziet hij me staan en vraagt of hij naast mij mag komen plaats nemen. “Absolument, avec plaisir”. Hij komt op mijn linkerkant staan, dit voelt fijn. Ik doe mijn schoenen uit, hij volgt. Ik sluit mijn ogen en wordt gewaar. De plaats waar ik sta voelt als een krachtige lijn recht naar beneden. Mijn voeten voelen stevig en beetje per beetje voel ik de pijn aan mijn linker voet wegebben en voelen mijn voeten bijna oneindig worden in het vertikale. Alsof geen grond aanwezig is. Terwijl we er beiden met gesloten ogen staan voel ik af en toe een verre beweging rond ons ontstaan. Mijn ogen openen. Rond ons is een onzichtbare cirkel ontstaan, een soort bubbel waar mensen bijna niet durven of dan heel voorzichtig binnen komen. Ik kijk naar links over mijn schouder, Nikhil kijkt naar rechts over zijn schouder. We glimlachen naar elkaar en zonder woorden hebben we elkander begrepen. Hier zijn geen woorden voor, het gaat boven al het vatbare.
Voor mij zie ik het licht in rechte lijn voor ons verschijnen, op 2 lichtpunten na, de 1ste en de 9de.
Beiden hebben we zin om de ganse lengte te wandelen tot aan het doksaal. Nikhil laat me voor hem starten. In een vol bewustzijn wandel ik de weg af. Licht… schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Op ieder lichtpunt hou ik halte en laat ik me onderdompelen … Een intens rustpunt.. .de schaduw, langer en ruimer… daar waar het licht de schaduw raakt zijn als momenten in het leven, die men nooit meer vergeet, nooit meer verdwijnen, gedragen door het Licht. Oneindig.

Terwijl ik onder de narthex stond intrigeerde me iets. Een beeld komt te voorschijn voor mijn netvlies, in de straalkapel heb ik een herinnering dat ik daar in 2014 het beeld van Maria van Magdala zag staan. Terwijl daar nu, Maria staat.

Aan het doksaal hangt een koord. Op de eerste trede het laatste lichtpunt. Ik maak de koord los… een man maakt een opmerking. Diep van binnen voel ik… niemand zal me weerhouden… En zo voelt voor mij deze pelgrimstocht die ik onderneem. Niemand zal me weerhouden, daar waar ik zo krachtig voel ‘Dit is mijn weg’….traag en zeker en met een vastberadenheid… Wandel ik naar daar waar ik mag Zijn. Verder naar binnen.
Ik zet mijn voet op het laatste lichtpunt, wel niet het eindpunt…

Op mijn blote voeten daal ik de paar treden naar de crypte. In de rechter flank valt me voor de eerste keer op dat er muren zijn toegevoegd. Een verborgen ruimte?

Terug buiten…
Wawww… We omarmen elkander. Wat moois wat we elkander hebben mogen geven en wat we hebben ontvangen. Nikhil… kijkt me aan en steekt zijn hand uit… hij legt een medaille in mijn hand… Maria van Magdala… “Un Bon Chemin à toi vers Maria Magdala et la féminité elle est la, elle est bien en toi”. Nihkil weet een gevoelig snaar te raken.

”s Avonds ga ik naar de Vespers en voor de eerste keer in mijn leven is het niet de habijt van de monnikkken die me spreekt. Integendeel ze is zichtbaar, niet meer dan dat. Voor de eerste keer is het de habijt van de zusters die me aanspreekt.
Groei.

Dankbaar om wat de weg en mijn dag bracht, ga ik een rustige nacht tegemoet.

Bekijk hier een kortfilm

Crypte