Opkuisen

Zeven uur in de morgen. De gsm, een bericht ‘…. een goeie en vlotte verhuis….’ mijn liefje.

Vandaag staat het ledigen van het pastorijhuis op het programma. Het is nu reeds 5 jaar dat ik telkens bij verhuis me meer en meer vrij maak van materie, een beweging die me deugd doet en me al veel vrijheid bracht.

Deze keer bracht het verwijderen van materie zaken aan het licht waarvan ik allang de inhoud was vergeten. Er was niets meer die het andere kon verbergen. Nu is het me duidelijk waarom ik deze weg te nemen had, waarom ik me mocht losmaken van de materie die de mens creëerd om in de materie te komen, die mijn lijfje is… ziel, geest en lichaam. Waar alles zich kan verbinden en verenigen. Om de geheimen, verdoken pijnen en nog andere ballast aan het licht te brengen en te healen.

Een metalen kist met slot, reisde al jaren met me mee. Ik stak ze in een bananendoos wachtend op de verhuis.
Recent stond ik recht voor mijn liefje. Een metalen plaat was voelbaar in de buik en voelde als onbeweeglijk en onvrij aan. Terzelfde tijd trok ook iets in de buik. Een onaangenaam gevoel. Na een nachtje slapen ontwaakte ik met een zin die weerklonk in mijn gedachten… ‘ik zal op je blijven wachten’… Een belofte die ik ooit had gedaan aan mijn eerste partner. Dit sloeg letterlijk in mijn buik en werd me bewust welke impact deze woorden hebben gehad.
Ik haalde de kist uit de doos en besloot om ”s avonds een ritueel te doen om me hier vrij van te maken.
Ik opende de kist en haalde er een plastieken uurwerkje uit waarop geschreven stond’ don’t say no’, deze zin typeerde werkelijk hoe de relatie was. Eén voor één verbrande ik de brieven en foto’s, een uur was nodig voor alles opgebrand was. Het voelde bevrijdend. De druk in de buik verdween. De koorden werden doorgeknipt. De belofte, de herinneringen stonden werkelijk in de weg voor een nieuwe relatie.
En liefde steek je niet in een metalen kist en zeker niet achter slot en grendel. In vuur opgegaan.

Dankbaar dat het aan de oppervlakte kwam. Dankbaar om de spiegel die ik mocht ontvangen van mijn geliefde. Dankbaar om het gebeuren… niets is zomaar.

Na een metalen kist kwam een heel oude vintage foto aan het licht. Zo een zwart-wit beeld, opgekleefd op gekarteld karton. Deze stond al een eind op de grond naast de zetel. Telkens kwam het beeld in mijn vizier, ik gaf er geen aandacht aan.
Het waarom van het beeld werd me duidelijk tijdens een gesprek. “Ik vind het vreemd, wanneer ik naar mensen kijk lachen ze spontaan. Terwijl ik binnenin het idee heb dat er een heel diepe duistere put aanwezig is.” Later in het gesprek beschrijf ik hoe mijn grootvader was de laatste jaren naar me toe, wie mijn doopmeter was. De link tussen beiden en wat was toen ze afscheid namen van de wereld en de gevolgen naar me toe. Toen ik sprak over de man op het beeld en het weinige wat ik ervan af wist… ‘zelfmoord in een beerput’… Er kwam aan een snelheid iets aan de oppervlakte liggen. De inhoud laat ik in het midden en doet ook niet meer ter zake. Al mijn voelsprieten, tot de kleinste uithoekjes van mijn lijf konden het licht zien. Nu kon ik tal van zaken begrijpen. Toen ik ”s avonds thuis was zocht ik de foto die ik ondertussen ook al in een bananendoos stak. Ik keek ernaar en plaatste hem op een bankje in de hoogte. Vanuit de diepte naar het licht. Ze waren eindelijk terug verenigd na vele jaren. Nu begreep ik waarom het beeld daar stond. Het sprak naar me, het kwam echter niet echt binnen. Ik wens de geliefden een warm weerzien en eeuwige verbondenheid.

Alle, hup… Doorbreken, opkuisen, healing…

Oude dia’s komen voorbij… Ik kijk ernaar. Mijn kindertijd. Spontaan neem ik ze één voor één vast om te zien welke ik zou bewaren. Hmm… Klopt dit wat ik hier doe, is dit nog passend bij me vandaag. Ik duw een dia uit zijn raampje met de duim. Hoe meer ik het doe, hoe meer ik ook kijk naar het verleden….Ik voel me misselijk worden, warm. Een drukkende driehoek op mijn schouders is voelbaar. Opkuisennn, loslaten wat niet van mij is.
Oude lagen van niet afgewerkte stukjes komen aan de oppervlakte…. Zoveel touwtjes om door te snijden. Ik neem de talrijke dia’s het weegt, letterlijk en figuurlijk.
Mijn leven hoort niet meer binnen een kadertje. Vrijheid.

Wat ben ik ontzettend dankbaar voor mijn kracht, mijn blijvend vertrouwen en geloven. Mijn eerlijkheid, de weg van puurheid te hebben gekozen, al wordt dit niet altijd geaprecieerd. Mij niet te laten intimideren door wat men mij soms meedeeld, al was en is het niet altijd evident.
Om al jaren blijvend een diepe vreugde te voelen bij het horen van klein stemmetje… ‘Geduld er komt een dag dat jullie terug samenZijn.’

En ja… Het is…
Dankbaar om wie je bent. Ik heb je lief.

Na een lange dag sleuren en opkuisen. Sluit ik de rolpoort van mijn stapelplaats. In de verte… De kerstboom… Neen, niet Jeruzalem is mijn eindpunt. Kerst met mijn geliefde mogen vieren…De geboorte samen mogen vieren, het Leven, de Liefde.

Spiritueel werk

 

De wastrommels draaien op volle toeren. Door het ritmische geluid van de trommels, zak ik in gedachten terug naar weken geleden…

“Oh, hey Jantje”, roep ik een passerende fietser toe. De fiets stopt bruusk. Een grote glimlach, een stevige knuffel. We delen in het kort met wat we bezig zijn en wat er komt. Op het moment van afscheid.. “t’ is morgen een werk, ‘Mestre Ireneu”.
“OH, daar heb ik nu eens zin in, dansen en zingen.” We spreken af voor de volgende dag. Terwijl ik verder stap richting huiswaarts komt door me heen’ Oh ja, de vreugde die voelbaar aanwezig is… verder delen. Dit zie ik zitten.

Zo gezegd, zo gedaan. De dag nadien pikt Jantje me op en rijden we richting een spiritueel werk van uren zingen en dansen. In de auto deel ik mijn ervaring van de laatste pelgrimstocht en door te delen komen er nieuwe zaken aan het licht ivm de start van de komende tocht.
Oa. Een spontane keuze gemaakt om te vertrekken vanuit Vézelay. Als ik aan Vézelay denk dan komt bij me op ‘Maria Magdalena en Jérusalem ‘. Waarom Jérusalem , omdat daar de confraternité des frères et des sœurs de Jérusalem is. Ook in de Mont Saint Michel zijn ze aanwezig, daar waar ik vorig jaar mijn spirituele tocht eindigde. En zie, bijna klaar om te vertrekken naar Jérusalem. Hmm… Drie.
Een data van vertrek had ik niet echt voor ogen. De prijs van het treinticket naar Vezelay was bepalend. Vijf juli.. Voelt goed en ruim de tijd om aan te komen in La Verna (Italië) waar ik uitgenodigd ben om te spreken tijdens een conferentie rond de weg van fra Franciscus, Aertsengel Michaël.
6.07.2019 start de nieuwe pelgrimstocht… Hmm.. Zeven. Oh, daar gaan we weer. Zalig…

Het spiritueel werk was echter zittend ipv dansend. Niet echt waar mijn lijfje naar verlangde. Niet erg. Voor mij een tafel in stervorm. Een jonge man viel me op. Kort geknipt haar, gekleed in hoogblauwe tinten. Op zijn borstkas… een speld… blinkend… een ster.

Het wordt stil… Ik concentreer me en neem de weg naar binnen. De zang begint en neemt me al heel snel mee, ver weg. .. Tijd is verdwenen… Ik voel mijn lijf tegenwerken op wat zich aanbied… Angst?!!
In het hier en nu probeer ik op mijn stoel te blijven zitten… ‘een rechte houding en blijven zingen, een rechte houding en blijven zingen Jasmine’, fluister ik me zelf toe. De energie is te krachtig en neemt de overhand op mijn lijf. De enige keus die ik heb is om in overgave te gaan, niet evident. Tijdens de concentratie (meditatie) probeer ik van mijn stoel naar een matje te stappen. De oorden waarin ik ben beland zijn me niet onbekend. Ik vertoef in drie dimensies verweven in elkaar. Eenmaal plat op de mat blijven er nog twee over, de mat en onder de aarde. Een plaats waar ik uren in vertoef. De aarde is vrij luchtig, licht en fris. Daar tussen krioelt het van dikke, korte witte wormen. De oppervlakte van wormen is golvend of zijn het larven.
Mijn handen reiken uit naar een grote leegte, een oneindigheid, ze smeken om vastgegrepen te worden. En zo gaat dit uren aan een stuk door.
Mijn lijf gaat in verkramping… de angst, weerstand.
Leven tussen hemel en aarde.

Terwijl ik dit nu neerschrijf word ik me bewust wat de boodschap is van het gebeuren. Het ene niet kunnen lossen en het andere nog niet kunnen toelaten.
Aarden, herboren worden, aannemen, overgave, ontvangen.

Wanneer het spiritueel werk voorbij is. Vertel ik aan Jantje… “Jan de jongen die daar zit aan tafel, deze plaats staat op hem geschreven”. De man met hoogblauwe tinten. “Michaël, bedoel je!”… “en de man waar hij nu mee praat, noemt Michael. En je weet die jongen daar, je kent hem, ken je zijn naam?” “och, ik dacht dat dit zo iets tibétains was.” “Zijn echte naam is Michel”. “Is het waar! Dat meen je niet!”.

“Zeg Jan, dit klopt gewoon helemaal Jan. Wanneer ik het beeld van de Aertsengel voor mij zie, passen ze gewoon volledig in het plaatje.” Michaël bovenaan, Michel onderaan en Michael is gewoon het evenwicht tussen beiden. Waw, bijzonder. “… Hmmm drie.
De weg bereid zich voor….

Een nieuw levensjaar

 

8.00 ik lig nog in bed… traagjes ontwaken… Ik lees de al zoveel talrijke verjaardagswensen op messenger. Een sms bericht… en op de second na mijn telefoon rinkelt. En het telefoontje kwam op de juiste timing. Het bed uit, oef… weerstand was wat aanwezig om straks de arts te bellen.

Voilà… Ik ben op… Goed wakker. Dankjewel R.
Ondertussen blijven de berichten binnenstromen…amai… 🙏
Al 2 dagen kende ik het resultaat van de Mri Meningoom, oef dankbaar dat het geen parasiet was. Nog even wachten wat moet gebeuren. Geduld dus 🙂. Ik heb vertrouwen en blijf in het goede geloven.

Plots rinkelt een bel… die ik niet ken… euh… vanwaar komt dit… even weet ik niet welke knoppen ik moet aanvinken. Oh… een videochat… Hmmm… Euh…. W8 effen… Euh… OK… Tis goe… Jah, ik moest toch even snel mijn bovenkamer laten ontwaken. Want een videochat terwijl je in huis aan het rondlopen in négligé en kleren passend, zou men al snel eens vergeten hoe men eruit ziet 😲😂

Een videochat, toch wel iets bijzonders, en hoewel ik toch wel – denk ik – mee ben met de technologie, gebruik ik dit weinig tot niet.
Ik ga zitten over de rand van het bad… aan de andere kant een bijzonder iemand die de laatste weken, maanden een bijzondere plaats mijn leven heeft gekregen. Een contact die me heel kostbaar is en veel bij me teweegbrengt. Om te koesteren. Een open, zacht, vreugdevol gezicht… een boeketje bloemen wordt tevoorschijn getoverd…boterbloempjes en één klaproos…in eenvoud en puurheid… Symbolisch veel betekend. Mijn lijf is gevuld met vreugde… er wordt gelachen, gedeeld, stiltes vullen mijn lijf… Hmmm

Ik wandel de stad in. Even naar de apotheek om raad. ringring… Nog een bijzonder iemand…mijn metekind… Hartverwarmend… Ik trakteer mezelf op een brunch… wanneer ik over straat wandel zie ik lachende gezichten, mensen met tedere gebaren… Wachtend op mijn maaltijd spelen kinderen om meheen. liefde, vreugde, Liefde, dankbaarheid is aanwezig en voelbaar.
Er daalt iets in en komt zo duidelijk aan het licht.
Al jaren ben ik me bewust dat ik een fijne gewaarwording heb en heel gemakkelijk kan zaken in mijn buurt waarnemen die niet deugen. Alleen besef ik dat dit me energetisch niet altijd ten goede komt. Door al die lachende, zachte, tedere gebaren te zien….heb ik het voornemen voor de rest die ik hier op moeder aarde mag verblijven om me enkel nog te focussen op Liefde. En als ik dan toch nog iets zou waarnemen die ten koste kan zijn voor een ander… wel dan stuur ik het zaadje van Liefde rechtstreeks naar de bron waar het niet deugende kan ontstaan.
En wachten tot… neen
Iedere morgen zal ik een Liefdeszaadje de dag insturen.
Met dit voornemen wordt ik me bewust dat ik hiermee ook een belangrijke lijn doorknip, doorheen generaties.

De rest van mijn dag wordt gekleurd met warmte, liefde, kostbare ontmoetingen, belangrijke en vreugdevolle beslissingen… een boeketje boerenjasmijn…
Dankbaarheid vult mijn lichaam, geest en ziel.
Met een stromende levendige tedere levensenergie stap ik in zachtheid de nacht in.

Dankjewel voor jullie verbondenheid.

img_20190601_0850375399912201533358986.jpg

Vrijheidsboom

 

Maandagmorgen… Hmmm heerlijk ontwaken met de zon. Ik maak me klaar voor een afspraak bij de arts.

Aangekomen geef ik mijn medisch verslag af en vraag om een afspraak Mri.
De arts begint te spreken over de kiesten die vijf jaar geleden in mijn lijf aanwezig waren. “Dokter naar mijn weten vertoeven deze enkel in de buik. Geen herinnering dat dit in de hersenen kan aanwezig zijn.” “Ik weet het niet Jasmine. Wat jij hebt voorhad was een zeldzaamheid en onbekend voor ons.”
Ik voel vanalles in mijn lijf veranderen. Het zonder vrees en paniek, het vertrouwen en geloof – want een meningoom opzich is niet iets waarover paniek of angst moet zijn – neemt een andere wending aan.
Een gewaarwording aan mijn neusvleugels… trekt mijn energie weg. Twee bewegingen zijn voelbaar, een neerwaartse waarbij ik het gevoel heb dat de grond van onder mijn voeten wegzakt. Een andere gewaarwording die me in weerstand steekt en verhinderd om in elkaar te stuiken.
“Dokter wat je me meedeelt brengt me totaal iets anders. En hoewel ik geen vrees had ben ik nu wel geschrokken. Ik had de link niet gelegd.”

We bellen onmiddellijk naar de Prof. die me opvolgd wat de parasieten betreft om duidelijkheid te weten.
‘Het is niet uitgesloten’ hoor ik zeggen. Er kan dus een verband zijn.
Mijn lijf heeft zin om te schreeuwen.

Veertien dagen staan me voor de boeg in afwachting van een onderzoek. “Je mag me dan opbellen op 31 mei voor de resultaten”, deelt de dokter me verder mee. “Allé, benieuwd wat mijn verjaardagscadeau zal brengen.” “Oeie…” Ik deel de arts mee dat ik eind juni op weg ga. “Ah en naar waar ga je?” “Jeruzalem… en met of zonder… ik vertrek.” “Je hebt al getoond dat je het aankan Jasmine. We gaan ervoor hé. We zorgen ervoor dat wat moet gebeuren of niet, gepland kan worden”. Voilà, daar hou ik van… we gaan ervoor.

Ik kom buiten en voel me stil worden. Dit kan ik nu even niet alleen dragen en bel een vriendin op.
Aan mijn voeten een dappere klaproos die het leven tegemoet kwam ten midden de stenen.

In mijn gedachten zie ik beelden terug die ik zaterdagavond zag tijdens een drumcirkel. Vuur…dans… twee personage. Een klein gestalte met pekzwart lang haar en een bleek lang harige dierenhuid als kledingstuk. Nadien zelfde klederdracht maar dan met een breed hoofd zonder haren, wel een groot gewei.
Ik voel de kracht van toen terug opkomen. De voelbare herinnering van mijn handen in de zachte aarde, waar ik doorheen de avond zo een behoefte naar had en op het einde mocht uitstrooien.
Mijn lijf roept naar de aarde, als een diep verlangen om deze op mijn naakte huid te mogen voelen.

Onder de ‘vrijheidsboom’ van Laarne, een Plataan….wachtend op de bus, wordt de zon gefilterd…

 

Bewustwording

img_20190507_1202063693541360447696601.jpg

Mijn ogen openen zich… pfff… mijn hoofdpijn is niet over. Ik vraag Jeannette of ze naar de internationale misviering wenst te gaan. “ohh, ja, geerne”. “Jeannette ik zal vragen aan iemand of je mee kan met hen, zelf zal ik niet gaan. Mijn hoofdpijn is niet over en zou willen naar de arts gaan”.
Tijdens de maaltijd regel ik de begeleiding, de sleutel van de kamer en vertrek richting spoed.
In het dorp stop ik nog eerst aan het bureau van een Compostella vereniging voor een credential.

In spoed wordt ik vlot opgevolgd. Binnen de twee uur krijg ik een paar onderzoeken. Van bloedonderzoek, oogtesten, een schitterende hartslag. Een lieve man komt me halen voor een CT-scan. Ik vraag hem om de contrastvloeistof niet te snel toe te dienen. Lief antwoord hij me, “désolé mes pour le scan de la tête ce n’est pas possible, les veines doivent ce ouvrir au maximum d’un coup”. Ik haal mijn schouders op en glimlach hem vriendelijk terug. Ook dit onderzoek verloopt vlot. Na de CT-scan vertelt de man dat hij het contrastvloeistof minder hard heeft ingespoten. De man is minder tot niet spraakzaam en neemt oogcontact op een andere manier wanneer hij me terug naar de wachtbox brengt. Al heel snel zie ik terug de arts met de resultaten. Hij heeft me wat uitleg. Waar ik nadien wat verduidelijking vraag. Een meningoom is zichtbaar tegen het hersenvlies. Na een duidelijke tekening begrijp ik wat hij meedeelt, hij stelt me ook gerust dat ik me geen zorgen hoef te maken. Met de vlotte hulp van Mutas, de internationale verzekering verlaat ik het ziekenhuis na een ontstekingsremmer en pijnstiller.

img_20190506_2259268571821500380868036.jpg

Ik wandel terug naar het hotel met een tussenstop in de basiliek. Een maaltijd staat me op te wachten. Medereizigers vragen me hoe het met me gaat. Ik voel me gedragen. In de namiddag ga ik met Jeannette alleen op stap. Jeannette wenst afscheid te gaan nemen van de grot.

Nadien gaan we naar de laatste film over het leven van Bernadette Soubirou. In haar levensverhaal, in hoe ze zich verwoordde en met de situatie Bernadette moest omgaan herken ik me.
Na de film tijd voor een afscheid aperitief, een telefoontje naar een pelgrim in nood, een bericht naar een vriendin ‘… Het is wat het en weet alles heeft zijn reden. Ik voel me er niet slechter bij… Ik kwam door mijn gedachten heen ‘alle, het laatste loodje om mijn hersenen te zuiveren 😉.’
Een bericht van mijn nicht… ‘Ct scan genomen en gezien dat er een melanoom is’. ‘Zeker dat het een melanoom is? Dit is normaal een huidletsel’
‘Haha een meningoom 😜. Die heeft me blijkbaar al te pakken 😂’
Gelukkig heb ik nog humor, vreugde zullen ze mij alvast niet wegnemen.

Deze morgen moesten we er vroeg uit. Een telefoonwekker rinkelt door de kamer. Ik wordt wakker met een zin ‘Leef, zoals het de laatste dag is.’. Deze blijft door meheen komen. Wanneer Jeannette klaar is leg ik haar uit hoe ze al naar de ontbijttafel kan. ‘Verdiep nr 1, 2x rechts’.
Alleen in de kamer, vloeien de tranen… Ik word me nu pas bewust van wat ik te horen kreeg. Ik laat vloeien, het werkt bevrijdend. Bewust dat daar iets zit die uiteindelijk daar niet hoort te zitten en er allang zat. De tijd was rijp. Nieuwe lessen staan me voor de boeg. In vertrouwen en in hoop zet ik mijn dag verder in.

 

Gavernie

img_20190508_2121387142586189584900839.jpg

Na de drukte rond de ontbijt tafel verlaten Jeannette en ik het hotel voor de ochtend viering.
De spanning die voelbaar kan zijn in mijn lijf tijdens een viering is nog altijd aanwezig. Om deze te doorbreken sta ik op en deel ik de zang boekjes uit.
Na de viering gaan we richting de kruistocht. De zon weerkaatst op de vele mozaïeken van de basiliek. Een geel gloed vult de omgeving.
We komen voorbij de grot van Massabielle en steken de rivier Le Gave de Pau over.
De stroom van de rivier doet me goed en brengt rust met zich mee.

Aan de kaarskappellen steken we een grote kaars aan met onze intenties. Jeannette stapt de rolstoel uit. Ze is geraakt bij het zien van de vele kaarsen en de herkomst van wie ze heeft geplaatst. “Hooohhh”. Ik volg haar op afstand.

Om wat te bekomen van de vele indrukken en gewaarwordingen nemen we plaats aan de rivier. Zacht ziet de rivier eruit, de vele intenties die hier worden neergezet vloeien met haar mee. Nadat ik de rolstoel stevig heb vastzet, streel ik over het water. Mijn lijf ontwaakt. Ik schep water op met mijn handen en giet deze zonder woorden in beiden handen van Jeannette.
“Dit geloof kunnen ze min nie meer afpakken, geen enkele duivel”, zegt Jeannette me plots uit het niets. We kijken elkander aan en beginnen te lachen.
“Das hier beter dan aan de zee”, vertelt ze verder.

Op de kruisweg hoor ik Jeannette aan iedere halte spreken. Wanneer ik zie en hoor wat het ‘geloof’ deze vrouw al gebracht heeft. Welke levenskracht ze hierin heeft uitgehaald. Haar levensverhaal. In het diepste van mezelf hoop ik dat mensen nog heel lang mogen blijven geloven.
“Moeder Maria ge gi ook joan kind verloren, ik weet wel hoe da voelt”, spreekt ze het beeld toe.

In de namiddag gaan we met de bus naar Gavarnie. Op de bus krijg ik terug pijnscheuten in de rechterflank. In Gavernie wenst Jeannette te stappen naar de kerk. “Dit is voor mij OK, weet dat ik ook de rolstoel meeneem”. “Moja, laten we ons toan op de terrasse zitte en een koffiedrinken”. Ze cijfert haar weg om mij geen last te zijn. Dit is lief van haar en terzelfde tijd voel ik hoe ik hier last van heb, hoe Jeannette onbewust hierdoor te dicht in mijn veld komt door haar weg te cijferen. Ik deel met haar dat ik op tijd zal aangeven wanneer het voor mij niet kan. Af en toe is een duw in de rug nodig en terzelfde tijd voel ik hoe ik mezelf ook moet afbakenen om niet in haar terrein mee te draaien, dit uit zich meestal wanneer ze me vraagt uit minderwaardigheid om een tussen persoon te zijn tussen haar en een derde. Evenwicht.. evenwicht.

De weg naar Notre Dame de bon port gaat in stijgende lijn. Het duurt even voor Jeannette me vraagt om te gaan zitten. Oefff… De weg gaat verder achterste voor… Ik trek haar mee naar boven. Eenmaal boven aan de deur van de kerk hou ik eerst rust. Ik laat de groep eerst binnengaan en wanneer ik zie dat Jeannette werkelijk is aangekomen is het onze beurt om in het bijzonder 12 eeuws kerkje binnen te gaan, gelegen op de weg van Compostella richting de Norte.

img_20190508_2116332141167632635649803.jpg

Tijdens het avondmaal krijg ik een plotse onverdraaglijk hoofdpijn. Om 20 uur duik ik onder de lakens en geef ik mezelf Reiki. Met mijn handen op mijn hoofd val ik in slaap. Ik ontwaak voor de eerste maal om middernacht. De hoofdpijn blijft aanwezig. Ik trek mijn broek aan en ga naar de nacht waker vragend om een pijnstiller. Deze kan hij me niet aanbieden, een weldoende warme thee wel, met deze ga ik terug naar boven en val terug in slaap tot de ochtend.

 

 

Lourdes

img_20190506_2046344156121437475771438.jpg

 

 

Door de snellere mobiliteit van de groep, de vermoeidheid van Jeannette, eigen zelfzorg, vraag ik een rolstoel voor Jeannette.
“Hohhhh” hoor ik Jeannette zeggen terwijl ze met haar hand voor haar mond ga.

Een eerste kennismaking met het heiligdom. Op mijn linkerkant het plein, de basiliek die staat te glinsteren in de zon. Rechts van me een groot beeld. Een vrouw met blauw kleed, wit gewaad, op haar hoofd een gouden kroon. ‘De vrouwe, onze lieve vrouwke, ons moederke’, zoals Jeannette het zo mooi kan vertellen.

Terwijl ik haar de tijd en ruimte geef om te zien en alles in zich op te nemen, word ik plots een hevige stekende pijn gewaar, als een mes die ze me van voor tot achter in mijn rechter zijflank steken. Dit gebeurt zo driemaal achtereen.
“Jasmine, kunnen we tot aan de grotte goan asjeblieft”, hoor ik Jeannette vragen. “Ja hoor, we zijn vertrokken”, terwijl ik haar rolstoel voortduw.

“Ik weet niet of ik min goan keun in oude wei”, deelt ze me mee. “Dat hoeft niet Jeannette, laat maar stromen wat er komt en is. Het is OK.”, zeg ik haar dicht bij haar oor.
Aan de grot aangekomen zie ik haar borstkast schokken maken en fijne geluiden bij het inademen. Een traan vloeit over mijn wang.
Ze legt haar hand op de rots, ” OH, Bernadetje , ik kzin hier weere. Zo blij dak er weere ben”. Ik volg de koorden tot aan de banken waar we plaats nemen. Mensen komen en gaan. Ontelbare handen hebben deze rots al aangeraakt waar Bernadette Soubirou verschijningen zag van een vrouw in wit gewaad met gele bloemen op haar voeten en in haar handen een rozenkrans.

 

 

We keren terug naar de ingang.
“Jasmine, da is hier tastbor he, da keun ze toch nie zeggen da da folklore is”, deelt Jeannette me mee.

Na het middagmaal keren we terug voor een groepsfoto op het grote plein.
Terug aangekomen tussen het grote Mariabeeld en het plein, wachtend op de fotograaf, voel ik terug scherpe steken in mijn zij. ”s Avonds herhaald zich dat terug op dezelfde plaats van het domein wanneer ik eraan kom na de kaarsprocessie.

 

img_20190508_213257_2914777134069515628000.jpg

En route…

img_20190505_222619938530398664760258.jpg

In de verte draait een bus de brusselsesteenweg op….een reisbus.
Samen met Jeannette (91 jarige vriendin) gaan we er even op uit naar Lourdes. Regelmatig sprak ze me over een reis naar Lourdes samen met haar dochter, die op vroege leeftijd is overleden. Ik hoorde hoe belangrijk dit voor haar was.
Spontaan stelde ik haar voor om nog eens te gaan. Een pelgrimstocht op een andere manier.

Op de leeftijd van Jeannette is dit geen evidentie om zo een reis te ondernemen. Talrijke obstakels – voor mij kleine, voor Jeannette grote – komen ons tegemoet.
De verminderde kracht in haar knieën en lichaam de te hoge treden van de bus zorgen ervoor dat het ‘klimmen’ moeizaam gaat.
21 en 22, onze zitplaatsen. Ik sta verstelt te kijken naar de evolutie van het interieur in de bus. Geen groot verschil met het interieur in een vliegtuig. Toch wel… mijn zetel schuift naar rechts. .. ruimte. Een groot, afgerond, futuristisch ogend raam. Een blijvend oneindig zicht op de snelweg en natuur. De bomen schitteren in hun lentefris jasje. De lucht kleurt donkergrijs. Dunne witte wolken zweven over het landschap en kleuren soms zilvergrijs dankzij de zon.

Ik sluit even mijn dagboek… mijn ogenleden krijgen het moeilijk… slaaptekort.

Parijs… Mastodonten van betonblokken. Het weinig groen vergaat in het niets. Mijn maag begint te protesteren, mijn lichaam voelt zich misselijk bij dit zien. Ik sluit mijn ogen en focus me op een punt op mijn lichaam, mijn bovenlip. Ik voel mijn ademhaling en in een flits haal ik mijn denken uit het beeld die ik net zag. Mijn geest, mijn ziel, mijn voertuig het lichaam, mijn dierbaar Zijn, mijn heilige ruimte.
De laatste weken, dagen voel ik mijn lijf terug vrij worden. De levensenergie is terug voelbaar aanwezig en waar ze langs stroomt zijn het net zaadjes die openspringen na een tijd van productie in stilte en geslotenheid. Het ene zaadje knalt het andere open…een continuïteit van vreugde en verlangen is aanwezig.

We razen het Franse land dieper in richting de Pyreneeën. Ik geniet van de wijdsheid van dit land en telkens wanneer ik er ben voel ik mijn roots diep in mijn aderen vloeien.

 

Conduis-moi, douce Lumière

 

Conduis-moi, douce Lumière,

au milieu des ténèbres:

Je t’en prie, conduis-moi.

La nuit est sombre,

et je suis loin de la maison:

je t’en prie, conduis moi.

Veille sur mon chemin.

Je ne demande pas

à voir le but lointain:

un seul pas me suffit.

J’étais autre jadis,

et je ne priais pas

pour que tu me conduises.

J’aimais choisir et voir ma route.

Maintenant,

je t’en prie, conduis-moi.

J’aimais le jour brillant et,

malgré mes frayeurs,

l’orgueil me gouvernait.

Oublie les jours passés.

Ta puissance

pendant si longtemps m’a béni

que, j’en suis assuré,

elle me conduira

par landes et marais,

montagnes et torrents,

jusqu’au retour du jour.

Et demain souriront

les visages des anges

depuis longtemps aimés,

et que je ne vois plus.

~John Henry Newman

 

Dienstbaarheid

img_20181213_1853575567102310799678446.jpg

Op tafel een heerlijk geurende tas koffie. Een kopij van een kaart de ik deze week trok ‘de otter’, die staat voor vrouwelijke kracht. Een andere van de opgestegen Meesters ‘Groene Man’, trek je eens terug in de natuur. Een blokfluit, chants de Taizé. Een bloem.
De zon komt schijnen op een 16°eeuwse vijzel. Terwijl ik er naar kijk komen beelden voor mijn ogen en geuren onder mijn neus. Groene planten, een eenvoudige natuurlijke keuken gemaakt in hout en hardsteen. Geen hedendaagse voorwerpen. Ik zie mezelf in een totaal andere tenue, ruim, natuurlijke degelijke stoffen, sober. Een zachtheid, sereniteit, kracht en warmte hangt over me heen…

De laatste maand was niet zo fijn. Het was bijna iedere dag trekken aan mijn kar om buiten te komen in een jungle van prikkels. Ik begon mijn kracht te verliezen, de verbondenheid met mezelf, de verbondenheid met het universele en het goddelijke. Momenten van een diep verdriet die plots over me heen kwam en niet weten van waaruit, ik liet toe. De muren van mijn kamer die begonnen te bewegen, momenten van angst waar ik dacht, ik bel iemand op om te vragen dat ze mij ”s anderendaags contacteren om te weten of ik er nog ben. Herkenbaar van toen ik kind was, wel fier dat ik er vandaag mee om kan. En hoe verder ik kwam en naar mijn lichaam keek hoe zwakker mijn buik werd. Mijn organen werden pijnlijk. Een stuit die zijn stevigheid was verloren en pijn gaf bij het wandelen. Wat darmproblemen.
Een manuele therapeut stond me bij en we zochten samen naar de oorzaak.
Onderzoeken op lever en bloed zijn achter de rug en gelukkig met een schitterend resultaat. Een darmonderzoek staat nog voor de deur. Drie dagen tijd om volledig te kunnen ‘lossen’.
Ik ben me bewust dat dit er niet zomaar was en is. De reden waarom ik dit neerschrijf is niet om medelijden of in een slachtofferschap terecht te komen, wel om te delen dat lichaam, geest en ziel één Zijn. Dat een ziek zijn of voelen niet afzonderlijk te bekijken is als iets extern die zich plots inplant en los staat van het individu. Wel dat ziek zijn veel breder te bekijken is.

Gelukkig heb ik de moed en het vertrouwen om in deze onaangename fase te staan. Prettig is wat anders en ik geef toe mijn geduld werd en wordt op de proef gesteld.
Terzelfde tijd werd deze periode gevuld met dienstbaar te mogen zijn. Een dienstbaarheid die anders aanvoelde, ze was volwassen geworden. Waarom noem ik het ‘volwassen’ . Omdat de dienstbaarheid er niet meer was vanuit een afhankelijkheid, een eigen nood, een opvulling van een tekort.
Wel een dienstbaarheid die terug in zijn puurheid mocht bestaan, dezelfde dienstbaarheid die ik al had als kleine ukkupuk.
In zachtheid en Liefde mogen nabij zijn met respect voor de persoon en wat was, in verbondenheid .
En dit kunnen en mogen kan enkel gebeuren wanneer beide partijen bereid zijn om stappen naar elkander te zetten.
Zich durven openen in kwetsbaarheid, het durven vertrouwen in de ander doorheen de eigen kwetsuren. En dit is zowel vanuit de gever als ontvanger. Een waardevolle verbondenheid die de mens doet groeien naar elkaar, waar voor mij geen verschil en ook geen versmelting voelbaar is tussen twee mensen. Wel een hartelijke verbondenheid waar elk individu op zichzelf mag bestaan verbonden in eenheid.
Een wisselwerking die ik mag meedragen in mijn hart en waar ik jullie, ja jij, zo dankbaar om ben. Dankbaar, om te hebben mogen delen in je kwetsbaarheid, om het vertrouwen die je in mij schonk, om je te openen. Het bracht ons dichter bij elkaar als mens, een bijzondere plaats hebben jullie in mijn hart. Dankjewel.

Door deze voorbije periode, waar ik aan de ene kant heb leren grenzen en begrenzen. De dienstbaarheid. Het proberen te leven in de drukte van stad. In liefde blijven staan in de nabijheid van agressie. Het durven zelf hulp vragen om dingen waar ik mijn energie in verlies. Het kunnen ontvangen van hulp bij het op punt zetten van de pelgrimstocht ‘De buizerd’. Mijn lichaams signalen. Het verlies van energie. Twijfel. Het leren omgaan met de negatieve reacties, jaloezie, afwijzing ontstaan na een voordracht over de pelgrimstocht. Een ongezond lichaam. Te wonen in een huis waar macht aanwezig is en terzelfde tijd niets of niemand bestaat. Het evenwicht zoeken tussen trouw te blijven aan mezelf en de ander nabij zijn. Het is een waardevolle periode.
Elk moment, altijd. Ook al is het niet altijd bewust aanwezig.

Dit alles heeft me geholpen bij het stellen van een keuze. Een knoop wens ik door te hakken. De knoop van ‘waar ga ik leven en op welke manier’ . Het is me nog allemaal niet tastbaar en toch heb ik het idee en gevoel dat het ergens al vast ligt en de weg open is. Eén iets is wel tastbaar en dat is leven in en met de natuur en in dienstbaarheid daar waar ik in balans kan Zijn.
Ik ben me bewust dat deze moet gebeuren want hier, in stad, verlies Ik mezelf, lukt het me niet om te aarden. En mij opsluiten in een ruimte om tot rust te komen en te aarden. Neen, dit is voor mij niet weggelegd en voelt zo contradictorisch aan, aan wat moeder natuur me schenkt.
Een grote angst en verdriet is hierbij voelbaar aanwezig. Ik vertrouw en wens ervoor te gaan. In vertrouwen op wat komt.