Wallonië

Aujourd’hui commence mon parcours qui reliera les églises Saint-Jacques de Wallonie avec celles des Flandres. Pas de description du chemin. À la rencontre d’une nouvelle aventure. C’était un peu chercher pour savoir comment relier le triangle Aalbeke – Tournai (Doornik) – Renaix (Ronse). Des livres, des cartes topographiques… un puzzle complexe (un exploit). ‘Oh Jasmine! Et un gps’, me dit une petite voix intérieure.

Le premier pas était fait vers l’achat d’un gps de randonnée. Quelle facilité. Ne pas lire de carte, marcher en toute liberté.

Les longs mois sombres durant lesquelles je suis restée inactive, se font sentir physiquement.  Mon bassin et ma colonne vertébrale inférieure me lâchent. Je marche très attentivement.

Il est midi, je me trouve quelque part en plein milieu des champs aux environs de Dottignies (Dottenijs).

La première coquille, au-dessus est écrit: ‘Bienvenue en Wallonie’. Cela s’entend et ce ressent, lorsque je rencontre les premières personnes. ‘Bonjourrr’ , avec un r qui roule. Des petits villages pittoresques. Bien que j’ai connue ces villages dans mon enfance, je ne les ai jamais trouvés pittoresques dans ce temps-là. Près de Herseaux, à hauteur d’un rond-point nouvellement agencé, se trouve un centre floral. Je cherche la GR. Gauche, droite, retour sur mes pas… je ne la trouve nulle part. Le gps me dirige à travers le centre floral. Le magasin a été construit en plein sur le sentier de la GR. Et hup, disparu le sentier GR… hmmm et maintenant? Inconnu, de toutes les personnes auxquelles je m’adresse.

Je demande conseil à un couple. Je leur demande: “Vous connaissez un peu les environs?” “Oh tu participes à l’émission de télévision, tu sais bien celle… heu… juste après le journal…”, me demande la femme. Je lui réponds par un sourire.

Je parcours le parking longeant le bâtiment, débris, hautes herbes… trouvé! Je traverse la rue très fréquentée. Evregnies, le village des sabots, direction Pecq. Je loge chez mon frère cadet et ma filleule Liudmila.

Un peu de cuisine. Un peu d’aide avec les devoirs. Arithmétique, pas mon fort et certainement pas quand il y a des traits entre les chiffres. J’apprends. Temps d’aller dormir. D’abord encore se blottir l’une contre l’autre. Un selfie, une photo que tu fais de toi-même. On est comme deux ados. Mon cœur est content.

On éteint la lumière. Bonne nuit.

GPX Bestand Rollegem à Mont-de-l’Enclus

Wallonië

Vandaag begin ik aan de tocht waar de Jakobskerken van Wallonië verbonden zullen worden met die van Vlaanderen. Geen uitgestippelde weg. Een nieuw avontuur tegemoet. Het was even puzzelen hoe ik het driehoekje Aalbeke – Doornik (Tournai) – Ronse (Renaix) zou verbinden. Boeken, topografische kaarten… een huzarenstukje. ‘Oh, Jasmine! En een gps’, zei een klein stemmetje. En zo kwam de eerste stap naar een wandel-gps. Wat een gemak. Geen kaart lezen, vrij wandelen.

De lange, luie donkere maanden zijn voelbaar in mijn lijf. Mijn bekken en de lage rugwervels laten het afweten. Iedere stap zet ik bewust neer. Het is middag, ergens te midden de velden in de buurt van Dottenijs (Dottignies). De eerste schelp, daarboven staat ‘Bienvenu en Wallonie’. Dat is hoor- en voelbaar wanneer ik de eerste mensen ontmoet. “Bonjourrrr”, met een r die blijft aanslepen. Kleine pittoreske dorpen. Hoewel ik die dorpjes ken vanuit mijn jeugd, pittoresk heb ik ze toen nooit ervaren. Ter hoogte van een nieuw aangelegd rondpunt bij een bloemencentrum in de buurt van Herseaux zoek ik het GR-pad. Links, rechts, terug… nergens te vinden. De gps stuurt mij dwars doorheen het bloemencentrum. Het centrum bouwde pal op het GR-pad. Ribedebie, verdwenen is het GR-pad… Hmm, en nu? Onbekend voor al wie ik aanspreek.

Ik vraag raad aan een koppel: “Kennen jullie hier een beetje de buurt?”, vraag ik hen. “Oh, doe jij mee aan dat tv programma, je weet wel op den… huh, net achter het nieuws…”, vraagt de vrouw me. Ik antwoord met een glimlach. Ik loop de parking af langs het gebouw. Puinhoop, lange grassen… gevonden! De drukke straat over. Het klompendorp Evregnies, richting Pecq. Mijn slaapplaats ten huize van mijn jongste broer en metekind Liudmila.

Potje koken. Hulp bij de leerstof. Rekenen, oeps, niet mijn sterkste kant en zeker niet wanneer er strepen tussen getallen staan. Ik leer bij. Tijd voor het slapengaan. Nog eerst even dicht bij elkaar. Een selfie, zo een beeld dat je neemt van jezelf. We zijn net twee pubers. Mijn hart is blij. Het licht gaat uit. Slaapwel.

Sint Jakobskerken in Wallonië

 

DSCF5982-2

Gent 11 mei 2016 – Mijn woonkamer. Mijn ogen sluiten. Ik hoor de vogels. Het geronk van een vliegtuig, op weg naar een verre bestemming. Voor mijn ogen zie ik weidse velden. Ik sta op de rand van een bos. De bladeren maken een ritselend geluid. Ik kan de geur gekoppeld aan dit beeld bovenhalen. Het voelt goed. Het voelt rustig. Het is stil geworden….

Beneden gaat een garage poort open. Ik open terug mijn ogen.

Binnenkort zet ik mijn weg verder en zal ik alle Sint Jakobskerken in België via een wandelweg met elkaar verbinden.  Als opwarmer zal ik eerst Doornik verbinden met de weg van vorige zomer.

Het 40 dagen concept wordt waarschijnlijk een 40+40 dagen 😉 . Op dezelfde manier, met 1euro per dag.

Vorige zomer ben ik erin geslaagd met 37,68 euro. Op deze wandeltocht kreeg ik ook donaties waaronder in totaal 125 euro. Dit bedrag zal ik op mijn beurt doneren. Voorlopig nog onbekend. De weg zal me daar meer duidelijkheid in brengen.

Eerst nog even wachten op mijn schoenen die in herstelling zijn en dan….

 

Open en warm hart

Landskouter 25 maart – Vrienden hadden voor donderdag een reis geboekt naar Zweden voor een congres. Een reis naar een fantastisch project  – The International Youth Initiatie Program of YIP, waar één van hun dochters aan deelneemt. Door de terreuraanslag was de vriend het ‘noorden kwijt’ en bracht het hem angst, twijfel en nog vele andere gevoelens.

In die periode zou ik zorg dragen voor hun thuis. En ook al zou hun reis niet doorgaan, ik voelde dat ik naar hen toe moest. Gewoon er ‘Zijn’ en eventueel mijn hulp aan bieden. Is het enige wat ik kon doen voor hen.

Het verhaal rond dit project, de afstand tussen ouders en kind, de gevoelens en emoties die er aanwezig waren op het moment… Het was ontroerend mooi en het zou jammer zijn dat ze er niet heen konden.  Het klinkt misschien vreemd, buiten is het Lente. Het is volle maan. En met die kracht van moedernatuur en in mezelf laat ik de terreur, waar ook ter wereld, deze me niet van mijn lood slaan. Ik stelde voor om hen te voeren waar het ook moge zijn. De vriend kreeg terug moed, de angst voorbij.

Gisteren mocht ik hen brengen naar de luchthaven in Amsterdam. De radio stond aan, het nieuws. Weinig woorden tussen ons.
De grens voorbij, geen nieuws niet meer hoorbaar. We zaten met zijn drieën naast elkaar, schouder aan schouder.
Het werd stil in de wagen. Steun en kracht was voelbaar.
Op schiphol aangekomen zag ik twee lachende gezichten. Een zoen als teken van een fijne reis.

Ik wens jullie allen een open en warm hart.

Fijne paasdagen aan iedereen!

Ruimte en tijd

DSCF2327Regelmatig zie ik de volgende Quote verschijnen op Facebook.
Telkens voel ik dat dit iets met me doet.
Het voelt zo tegenstrijdig.
De gedachte alleen al, is al een vorm van wraak.

‘Ne jamais chercher la vengeance envers l’ennemi.
Le temps s’en charge.’- Auteur inconnu

Een brief

20151130175234_00001

Gent 5 februari 2016 – Een huwelijksverjaardag. Mijn moeder, haar man. Twijfel! Voelen! Ga ik of niet! Een brief naar mijn moeder. November 2015. Het neerschrijven deed me goed. Pas op de morgen van het feest heb ik beslist. Het voelde goed. Mijn plaats was aan haar zijde. De trein. Het restaurant. Dankbaarheid was zichtbaar toen ze me zag. Het verwarmde mijn hart. Ik kreeg een plaats aan tafel. Aan haar zijde! Ze zag er goed uit, ze straalde. Ze was fier ons allen samen te zien. Het was een fijne namiddag! ’s Avonds stuur ik haar nog een sms om te bedanken. Een antwoord kwam terug. Mijn hart schokte op en neer, tranen kwamen in mijn ogen te staan. Op het bericht, ‘…vergeet niet dat ik je graag zie.’

 

Een brief:

‘Dag mama,

Graag wil ik je via deze weg uitleggen wat ik voel.
Het is niet gemakkelijk, toch probeer ik.
Ik voel ook angst, angst om niet begrepen te worden in mijn goede bedoelingen. Ik ben bang dat je mijn liefde die ik sowieso voor je heb, niet kan voelen door mijn woorden.
Bang dat mijn eerlijkheid misbruikt en tegen mij zal gebruikt worden.
Ik neem het risico, de angst voorbij.
Mama,
Al 44 jaar kennen we elkander en een groot deel van deze tijd heb ik pogingen gedaan om een closer contact te hebben met jou.
De weinige momenten waar het toegelaten werd en kon, koester ik.
Als kind, als dochter, als meisje, als vrouw heb ik het gevoel dat ik weinig tot geen plaats heb in je leven.
Ik leg dit even uit met een toneelstukje zodat je mij hopelijk kan begrijpen.
De personages:
twee vrouwen (een moeder en dochter) 5 mannen (twee zonen, de vader van de moeder, twee echtgenoten)
De moeder staat in het midden. De vader (van de moeder) staat achter de moeder. De andere vier mannen staan rond de moeder.
De dochter staat ergens in het donker in een hoekje van het podium. Het licht schijnt op de moeder en haar mannen.
Het verhaal:
De moeder kijkt naar haar dochter, een klein meisje. Het klein meisje steekt haar handen/armen uit naar haar moeder. De moeder staat met haar armen naast haar en kijkt naar haar dochter. Ze verroert niet. Amper haar ogen bewegen.
De moeder kijkt terug in de richting van de mannen; haar zonen, echtgenoten, vader.
Terug kijkt ze naar haar dochter…
En zo gaat het een eindje door, afwisselend. Van de ene kant, naar de andere.
Een traan loopt over de wang van het kleine meisje. De moeder kan het niet zien, de afstand is te ver.
Uiteindelijk beslist de moeder om geen stap te zetten en blijft staan in het midden. Een voor één kijkt de moeder naar de mannen.
De tijd gaat voorbij. Jaar na jaar.
Het kleine meisje verdwijnt in het donker, in de schaduw van de mannen.
Ze gaat haar leven verder tegemoet. Wandelt over bergen, de ene al wat gemakkelijker dan de ander. Het lukt haar. Het lukt haar goed. Ze groeit tot een mooie vrouw. Een vrouw met zoveel moois, zoveel liefde om te geven.
Zie je het! Kijk eens goed!
Kijk eens diep van binnen in het hart van de jonge vrouw.
Kijk maar even goed…en nog…en nog…nog dieper…een pareltje. Een waterpareltje.
Op het waterpareltje fonkelt er een licht.
Het licht komt uit de ogen van deze jonge vrouw. Het weerkaatst.
Het pareltje, de traan die het kleine meisje meegedragen heeft in haar hart, is bewaard gebleven tot vandaag.
De jonge vrouw heeft beslist om vandaag de traan te laten groeien.
Niet tot verdriet.
Wel om leven te geven aan het hart zodat het kan blijven groeien.
Een hart die zoveel te geven heeft aan de mensen die met haar op pad willen gaan.
Mama
wat mijn beslissing ook mag zijn dit weekend.
Ik wil gaan luisteren naar wat mijn gevoelens en wat mijn hart zal komen vertellen.
En weet een iets, ook al ben ik er niet. Ik zie je graag.

Jasmine’

 

 

Fouten

L1018331

Het leven is één grote school waarin we soms fouten maken. De ene leerling al wat meer dan de ander. Aan fouten maken is niets verkeerd zolang men er iets uit leert. Laat ik ze noemen levenservaringen. Onze bibliotheken staan er vol van. Ze worden kenbaar gemaakt via romans, waargebeurde verhalen, korte fragmenten, quote… Zoveel mensen die hun eigen ervaringen met anderen willen delen, door zichzelf bloot te geven. Omdat ze ergens diep vanbinnen weten dat er ergens in deze grote school er ooit wel iemand zal zijn voor wie het verhaal een meerwaarde zal brengen.
Daarom ben ik deze blog ook gestart. Omdat er ooit wel iemand zich hierin zal herkennen.
Ik doe het graag en heb hier ergens mijn weg in gevonden. Een blijvend zoeken van vallen en opstaan.

Ik heb veel fouten gemaakt en zal er nog veel maken. Ik hoop alleen dat de fouten die ik nog zal maken, dat ik er zachter mee mag omgaan in de toekomst en dit zonder mezelf af te breken, zonder verder de vinger van ’slecht’ boven mijn hoofd te zien.
In het verleden kreeg ik het beeld voorgeschoteld dat fouten slecht waren, negatief. Ze werden met de vinger gewezen. Er werd geroepen, gebruld, gestraft, het kon soms dagen voelbaar zijn en weken aan één stuk doorgestoken worden. Zowel thuis als op school.
Wanneer ik iets creatiefs aan het maken was, waar ik zo fier op was, werd er nooit tot zelden iets positiefs over gezegd er was altijd iets fout. Dus ik maakte ervan dat mijn werk slecht was.
Neen, mijn werk was niet slecht, het was alleen niet zoals de andere het wou. (een gedachte van het heden)

Er was geen tijd, ja zelfs toen al. Dus ik maakte ervan dat ik niet welgekomen was, dat ik dacht niet graag gezien te zijn geweest. En heb ik vele nachten gehoopt te sterven en in een andere familie terecht te komen. De tijd werd verdeeld tussen het huishouden en de man des huizes, mijn vader. Hm, ik voelde me hierin tekort gedaan, ik kreeg van mijn moeder niet de nodige aandacht. En als beiden dan samen waren dan mogen kleine kinderen niet spreken wanneer grote mensen het woord hebben. Dus ik dacht als klein meisje, ‘was ik maar op de wereld gekomen als jongen, dan hadden ze me wel graag gezien.’  Ik heb mezelf rechtstaand zien plassen, ik was toen tien. Ja, ik dacht toen dat er misschien een plassertje zou groeien en dat het probleem opgelost zou zijn.  Het heeft zelfs op latere leeftijd een invloed gehad op mijn seksueel leven. 

Ik ben als enig meisje tussen twee jongens opgegroeid. Oeps, jaja, ik moest toch wel af en toe mijn eigen mannetje staan. Gelukkig zijn we eruit gekomen zonder kleerscheuren, fysisch dan toch.

Wanneer ik thuis of op school iets zag die niet juist was, negatief ten nadele voor mezelf en andere, maakte ik dit bespreekbaar al van kleinen ukkepuk. Dit was echter ongehoord om als ‘snotneus’ te durven melden dat iets niet ok was tegen een ouder, leerkracht, directie… De gevolgen laat ik in het midden.

Het klopt ik had zowat mijn ideetjes en meningen, maar daarom waren ze niet slecht of was ik slecht. En ja hoor ik heb vaak beelden waar ik woest en al wenend er op sta… Want ik begreep het niet dat ik gestraft werd op een gevoel van pijn, machteloosheid, verdriet en onrechtvaardigheid dus deed ik gewoon door. Ik begon te rebelleren. Ik wordt me nu zelfs bewust dat ik waarschijnlijk toen verder ben gaan rebelleren omdat ik als kind inzag dat rebelleren daarvoor wel tijd werd gemaakt. 

Oeps, ik ben aan het afwijken van mijn thema ‘fouten’. Of toch niet! En voor alle duidelijkheid ik zie mijn familie graag, gelijk wat er ook geweest is.

Fouten werden nooit kenbaar gemaakt. Er werd hier nooit aan toegeven. Neen, nog liever dagen en weken koppig rond lopen of blijven liegen, het negeren of in de doofpot te steken. Als kind begon ik daardoor deels sterk te twijfelen aan mezelf en begon ik mij een raar wezen te voelen. Want wat ik als niet juist zag en voelde kreeg ik onder mijn voeten en begon ik te geloven dat wat fout was, juist was. Toch wel rare kronkels dat een kind kan maken. Vandaag voelt het alsof ik plots terug moet leren stappen. Verwarrend!

Wat ik eigenlijk wou zeggen.
Is dat het belangrijk kan zijn om een fout kenbaar te maken en ervoor durven uit te komen. Kunnen leren van elkaars eigen fouten. En het heeft niets te maken met al of niet gelijk halen of hebben, daar gaat het niet om. Je helpt er op de eerste plaats jezelf mee, het kan je de kans geven te groeien en niet meer in herhaling te vallen. Het toegeven wil niet zeggen dat de andere je daardoor minder zal graag zien.
Door het te delen wordt jezelf ook alerter.
Het kan ook de andere helpen de situatie juist in te schatten zonder het een eigen verhaal gaat leiden.
En zoals al velen hebben geschreven, het is niet omdat je een fout maakt dat je gefaald hebt, integendeel. Voor gaande is het het inzien van de fout en dat is al een grote stap.

En wat ik vind is daarom niet ‘de waarheid!’, ook hier zitten er waarschijnlijk fouten waar ik verder uit zal leren. Ik lees het graag!

Speels

L1016548

Wachtebeke

Heel ver hoor ik de stem van een klein meisje, Leontien. Zachtjes ontwaak ik uit een droom. Ik zie nog een beeld voor me. Het reanimeren van een piepkleine kikker waarbij ik zijn twee armpjes op en neer bewoog. Hmm, een prins, een prinses!

Met de energie van het kind-zijn start ik deze nieuwe dag. Mijn rugzak voelt vederlicht. De speelsheid is voelbaar. Ergens langs het water in Moerbeke sta ik te praten met Danny. De gespreksonderwerpen lopen vloeiend in elkaar over. Van energie, naar Vipassana, naar Willem Vermandere, naar lichaamswerk. Leunend over een deurtje delen we onze visie, ervaringen en gevoelens. Wat verder wandel ik via een dreef en kom ik langs velden en tussen lanen populieren. Paard en koets komen in mijn richting. Een wederzijdse glimlach, een goede dag. De dazen vliegen om me heen. “Ahhrrr, laat me met rust”, roep ik hen toe. Hoe meer ik me erger, hoe vervelender ze worden. Ik zie het beeld van een paard voor me, voortdurend flapperend met de oren. De dazen komen telkens terug. Ik probeer het tegenovergestelde. Geen ergernis, geen wegjagen. Ontspanning komt. Dazen verdwijnen. Yes, het lukt!

In de vroege namiddag kom ik aan in domein Puyenbroeck. Een klimparcours. Het brengt me op een idee. Ik bel Tineke, een vriendin. Een uitgebreide picknick. Laat in de namiddag probeer ik als een aapje te blijven hangen in het klimparcours. Ik zeg wel proberen. Om achttien uur voel ik terug de kriebels om te stappen. Samen met Tineke en haar zoon Janus stap ik het domein verder in. Een uur later heb ik door dat we in een rondje aan het wandelen zijn. Met meerdere wandelen is toch anders. Janus, een natuurvriend, plukt nog wat kamillebloemen voor de thee. Mijn weg neemt een andere wending en eindigt in Heusden in plaats van Lochristi. Mijn rugzak werd vandaag gevuld met deze speelse, luchtige dag voor kinderen groot en klein.

GPX Bestand Moerbeke – Laarne 

Espiègle

Au loin, j’entends la voix d’une petite fille. Je m’éveille sortant lentement d’un rêve. Je vois encore une image devant moi. La réanimation d’une toute petite grenouille dont j’agite les deux bras…..hmm un prince, une princesse!

Avec l’énergie de l’enfance j’entame ma journée. Mon sac à dos a le poids d’une plume. L’espièglerie est tangible. Quelque part le long de l’eau à Moerbeke je parle avec Danny. Notre conversation se déroule paisiblement. D’énergie, à Vipassana puis à Willem Vermandere en passant par ELW. Accoudés à une porte nous partageons nos points de vue, nos expériences et nos sentiments. Un peu plus loin, je traverse une allée pour rejoindre plus tard les champs et une allée bordée de peupliers. Cheval et calèche viennent à ma rencontre. Un sourire réciproque et un bonjour. Les taons me volent autour des oreilles. “Aaaah, laissez-moi tranquille”, leurs criai-je. Au plus ils m’irritent, au plus ils deviennent fastidieux. Je vois l’image d’un cheval devant mes yeux, il bat continuellement des oreilles. Les taons reviennent continuellement à l’attaque. J’essaie le contraire. Pas d’irritation, pas de chasse. La détente s’installe. Les taons s’éclipsent. Yes, ça marche!

En début d’après-midi j’arrive au domaine de ‘Puyenbroeck’. Un sentier d’escalade. Cela me donne une idée. J’appelle Tineke, une amie. Un vaste pique-nique. Tard dans l’après-midi j’essaie de rester pendue comme un petit singe le long du parcours d’escalade. Je dis bien j’essaie. Vers dix-huit heures l’envie de marcher me reprend. En compagnie de Tineke et Janus j’entre plus profondément dans le domaine. Une heure après je me rends compte que nous tournons en rond. Voyager à plusieurs est quand même tout autre chose? Janus, un ami de la nature, cueille quelques fleurs de camomille pour le thé. Mon parcours prend une autre tournure et je termine ma journée à Heusden au lieu de Lochristi. Mon sac à dos était rempli d’espièglerie et de moments au cœur léger pour petits et grands.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.