Zee

img_20180913_0756378877927258187118716.jpg

Ik laat het sanctuarium achter me, een plaats waar in de jaren 1225 de pelgrims hier al langs kwamen.
Af en toe sta ik stil en neem ik de geluiden rond me gewaar. Een kniptang… ergens te midden de boomgaarden…olijven… De netten worden klaargemaakt om de olijven binnenkort op te vangen. Geklop. Een boom zaag… hout…seizoensverandering. Het ochtendlicht speelt in de bladeren en vormt en zorgt voor speelse schaduwen.

La rosée du matin… Wat klinkt dit warm in mijn oren… De haan… Een vogel zingt zijn ochtendlied… Een festijn…
Na les Cinq Terres is het behoorlijk wat rustiger en een gevoel van meer ruimte. De volgende dorpen die ik doorkruis… geen massa toerisme, die hollen tegen de tijd en souvenir winkels aflopen… Je vind er enkel het broodnodige, euh.. Foccacia… een supermarkt, bar…Gelukkig dat er meer is dan les Cinq terres. Ongerepte natuur, kobaltblauw, azuur blauwe zee.

img_20180912_0944482451675292421514396.jpg

img_20180912_1224516589550375276030918.jpg

img_20180912_2132087226075001056242716.jpg

img_20180912_2132417519237607187913636.jpg

In Levanto heb ik een fijne babbel met mensen uit Goes. Via een oude spoorweg die nu een fietspad en voetpad is geworden, ga ik eerst eens tot aan de zee.
Via een plastieken loper bereik ik het strand. Hier en daar staan er ligzetels. Ik sta voor deze immense wateroppervlakte. Ze spoelt zacht, rustig aan en af… Het is stil. Mensen liggen te dobberen. Ik zet mijn rugzak af en verlaat mijn schoenen. Een man komt aan. Ik mag mijn rugzak niet op het strand zetten… privé… En wijst me een strand een paar honderd meter verder. Ik wens gewoon even in en uit het water, meld ik hem en vraag of het water ook privé is. Het blijft een neen… Ik doe terug mijn rugzak op en ga ermee in het water staan. Ik laat de situatie wat rusten en geniet van de frisheid en stilte van het water. Ik draai me om en stap naar een koppel op het privé strand. Ik vraag hen of ze even op mijn rugzak willen passen en deze tussen hen mag plaatsen. ‘Wat is even’ vraagt de man. De tijd van gewoon in het water te gaan en deze op mijn huid te voelen. ‘Okey, maar geen drie uur’. ‘Neen, even gewoon het water op mijn huid mogen voelen’. Ze zijn akkoord. Oef…
Ik stap het water in… neen, ik duik erin… Het moment dat ik in het water terecht kom voelt aan als een bevrijding… Tranen komen in mijn ogen… Wat voelt dit goed… Water… Volle adem… Omhulling… Gedragen…
Ik dank de mensen. Spoel mijn voeten af kan er weer tegenaan.

img_20180912_213417269469108518714620.jpg
img_20180912_2133546066631763560632768.jpg
img_20180912_2134466279698655992267829.jpg

Van Levanto tot Framura wandel ik op de oude spoorweg, kilometers door tunnels. Verfrissend.
Nadien een stuk in de natuur, langs rotsen, zicht op zee… niemand te bespeuren… Mezelf en… een diepe verbondenheid. Laat in de namiddag kom ik aan in Deiva Marina, een overnachting in een kinderopvang.

img_20180913_0803325285343668239646408.jpg
img_20180913_0804118811882809747913077.jpg

img_20180913_0804251706173645392023234.jpg

 

De uil

De bel. “Entrée”, hoor ik roepen in de verte, Silvie. Een ontbijt bij de burgemeester. “Et tu retourne après chez toi en Belgique ?!”, vraagt Silvie. “je sais pas, tous dépondra de mon corps. Si je retourne, mon chemin s’arrêtera au Mont-Saint Michel”.

Een lange weg midden de velden. De zon weerkaatst op de witte steentjes. De koolzaadvelden staan in hun volle kracht. Een bad van Geel. Een mengelmoes van vogelgezang. Een koekoek. Een valk flappert voor me uit. Een bos. Links ‘le lac du der’. Het ene meertje na het ander. Een poel hier, een poel daar.
Gekwak van de kikkers. Zilverreigers. Ik sta stil en laat mij onderdompelen in de natuurgeluiden. Een blik naar rechts. Een aanwezigheid op de vlucht. Een dof en laag geluid, ver-dragend. Het geroep van de hert. De zwaarte van de poten op de aarde geven me het idee dat het niet gaat om een kleine hert. Gemist. Toch blij wetend dat hij er was.

Voor mijn voeten een lijk. Een uil. Zonder nadenken. Ik neem mijn mes en spontaan snij ik een deel van een vleugel af. Ik spoel ze onder water, aan het eind breng ik handontsmetting aan.
Verder wandelend neem ik de veer in mijn handen. Ik kijk ze aan. Ik voel dat ze stevig ligt in mijn handen. Als een magneet. Alsof we één worden. “Je t’enmene. Je vais te protégée, tu me protégera”,gaat er als een mantra door meheen.

De warmte, de veer, een vlotte stap, mijn hoed. Het is alsof ik plots mezelf in een andere gedaante voel. Een band rond mijn hoofd met een veer. Lange haren. Lange blote benen met een kort bruin leder losvalend rokje. Een aangename gewaarwording. Een oerkracht. Ik voel me net een vrouwelijke krijger die een opdracht te vervullen heeft. Hmmm, ik heb waarschijnlijk teveel van de zon gezien.

Een verloren kruis ten minden de velden. Herdenking. Een spinnenweb. Een vliegtuig. Een buizerd neemt een rechte duik naar beneden.

Een bord ‘au milieu de nulpart’, zo voel ik me, midden het niets en toch… Iets.
Ernaast een symbool met drie afzonderlijke spiralen met elkaar verbonden. Gisteren kwam ik hetzelfde symbool tegen aan een hanger van een vrouw. Het intrigeerde me. Ik zoek het op. ‘Une Triskele’

Église Saint Nicolas en pan de bois, Outines

Église l’Exaltation de la St. Croix, Bailly-le-Franc

Pieta 16de eeuws, glasraam

Aangekomen ben ik blij wat schaduw te vinden onder het portaal van de kerk. Ik spoel de uilen veren af onder stromend water van het kerkhof. En inspecteert ze op eventueel insecten. Wat is ze mooi. Een klein stukje roze huid is nog zichtbaar. Ze krijgt haar plaats op mijn hoed. Na wat rust naar het volgend dorp. Van kerkhof naar kerkhof om heerlijk fris water. Prachtige en waardevolle 16 eeuwse kerken in authentieke bouwstijl ‘à pan de bois’. Hoewel ik hier enkel op 50 km van Troyes ben en de Campaniencis route, gaat mijn voorkeur uit naar dit stuk GR654 tussen Reims en Troyes.
De laatste kerk is de Sint-Jacobskerk van Lentilles. In Lentilles ontmoet ik Mireille en André. Een gezellige avond samen.

Saint-Jacques, Lentilles

Reims

Reims me niet onbekend. De eerste keer was ik hier in 2014 op weg van Namen naar Compostella. 2015 vertrok ik met de fiets van Gent naar Vézelay. En nu terug te voet van Gent naar Assisi, Rome en Compostella en wie weet… Het fietsen was mijn ding niet vooral wanneer je het pelgrimeren in de letterlijke zin wenst te beleven.

Reims, ik geniet van de zondagse rust in de stad en de gesloten winkelstraten. Niet enkel de kathedraal is prachtig om te zien – de gesculpteerde façade aan de buitenkant en zijn glasramen binnenin oa van Chagall –
ook de prachtige Art Déco gevels oa deze van de cinéma genoemd ‘opera’.
Een overnachting en lichamelijke rust bij de zusters Clarissen is deugddoend. Les laudes, vigiles, les adorations en een misviering waar de liederen, de zang en dans me weten te raken. Twee mannen achter zingen met een warme stem mee. Ik voel me gedragen door de stemmen, voor de eerste keer door een mannenstem. Een traan rolt langzaam over mij wang.
De klederdracht van de zusters spreekt me aan. Beige, witte, crèmekleurige tinten. Een dik touw met houtenpaternoster. Eenvoud siert. Nog zesentwintig zusters samen… een zeldzaamheid geworden.

Glasramen van Marcel Chagall

Mijn voeten appreciëren de rust en vrijheid van de wandelschoenen. Ook mijn lage rug. De zware dag en vele kilometers van gisteren waren goed te voelen.

Reims heeft me het gevoel van op een nieuw punt te staan. Alsof pas hier mijn tocht begint.
Mijn schoenen staan klaar en hebben een laagje vet gekregen. Ook deze hebben aandacht nodig als je droge voeten wenst te houden. Mijn rugzak is een 800 gram lichter geworden.
De klokken luiden en roepen … Tot morgen allen.

Rondom de kathedraal

Sint-Jacob kerk – Reims

Cinéma ‘opera’

Epileren

Ontwaken onder een immense muurschilderij over piloot Jean Mermoz. Een van de eerste piloten die overzeese post bezorgde en goede vriend van Saint Antoine de éxupery. Mr. Memoz zou hier hebben gewoond. Mainbressy.

De zachte zoete ochtendgeur komt mijn neus strelen. Vogels zingen een concert. Een stralende zon. De meidoorn begint haar bloei. Een witte koe, la Charolaise staat me aan te kijken. Geen enkel wagen te bespeuren of te horen. Rust. Puur natuur. Twee ezels die de prille lente figuurlijk beleven. Een koekoek. Een specht.

De vergezichten zien er oneindig uit. De hommels zoeven van het ene bloem naar de ander. Hun pootjes vol stuifmeel. Een wei langs de weg staat vol bloeiende boterbloemen en in het bos een tapijt vol speenkruid (thx Hilde) . De klok van de kerk van Chaumont Porcien slaat 11u. De lucht is zo puur dat ik bijna het idee al zou kunnen hebben hoog in de bergen te zijn. Ik ben nog veraf. Het beloofd. Een haan kraait. Twee gevechtsvliegtuigen komen even de rust verstoren.

Alexandre en zijn koeien ‘Charolaise’

Op de markt in Chaumont Porcien een wandelkaart. Roze, groene, blauwe, volle, stippellijnen… Een lus. Een lange weg via de GR122 en een mogelijkheid tot een kortere, de andere helft van de lus. Die is voor straks eerst een klim in een bos, die deel uitmaakt van een pelgrimstocht hier in het dorp. Wat didactisch materiaal. Waarvan één een spiegel. Wanneer je ervoor staat lees je het volgende, ‘Vous aimez la solitude ?’…dat ben je uiteindelijk nooit. Ik maak terzelfde tijd gebruik van de spiegel. Een spiegel waar zelf geen bril voor nodig heb. De epileertang. Haha, stel je voor je epileren midden een bos op een pelgrimsheuvel, waarom niet. Kroatië zijn doet geen zeer. Op het bewuste kruispunt kies ik dan voor de kortste kant van de lus. Bij de eerste stappen begint een binnenpretje. De keuze typeerd nu echt wel mijn karakter. De korte weg is dus blijkbaar de pittigste. Tientallen meters in stijgende lijn. Kort en krachtig. Of mocht het lang en zacht zijn. Het laatste is idd. de weg naar waar ik evolueer. De pittige had ik even nodig om me eraan te herrinneren. Al lachend en met vreugde blijf ik met kleine stappen stijgen. Wat een cadeau dat ik mezelf heb gegeven eenmaal op de top. Prachtige vergezichten.

Het landschap is één groot veld aan schakeringen van groene tinten. Op een hoogte neem ik even een selfie film op. Hmm, dit voelt bizar en onwennig. Pauzes aannemen is niet echt mijn ding. De vergezichten zijn immens dat zelf de horizon niet te bespeuren is. Op 180° rond mij tel ik wel 150 windmolens. En in een cirkel van 360° 7 nieuwe worden er gebouwd.
Recht voor mij in de verste verte, één blinkend punt. Doet me denken aan het spel die ik speelde toen ik klein was met spiegels. Of wanneer ik iets blinkend had in de klas en ik de zon probeerde te vangen om te reflecteren op het bord. Hmm, ik durfde wel eens een beetjeveel sloeber zijn (knipoog).
Het klinkt misschien vreemd maar het is alsof het lichtpunt mij roept. Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt. Ik neem Google maps en trek een rechte lijn in de kijkrichting op de kaart. Reims. Ik kijk op. Verdwenen. Ik sta op een kruispunt van veldwegen. Door de werken is geen enkel wegteken nog te zien. Ik volg het lichtpunt.

Ik verlaat de GR122 naar de GR12 om dan uiteindelijk op de GR654 terecht te komen. De laatste is de weg die me rechtstreeks naar Spanje zou kunnen brengen. Op bepaalde plaatsen zie ik de schelp van de Campaniencis, de Pelgrimsroute die Rocroi en Vézelay met elkaar verbind en het verlengde is van de via Monastica. Vier jaar geleden wandelde ik hier tijdens mijn eerste pelgrimstocht. Sedertdien is pelgrimeren gewoon een deel van mijn leven geworden.

Plaisir d’amour

Ludmilia is vertrekkensklaar om naar school te gaan. ‘Merci, pour avoir prêter ton lit. J’ai très bien dormi’, fluister ik in haar oor. We geven elkander een zoen. Met een grote glimlach had ze gisteren haar bed aan mij afgestaan. Weigeren was geen sprake.

Ochtenddauw. De waterdruppels blinken als zilver. In de berm Primula. De dag begint goed een fikse stijging en is onmiddellijk voelbaar in mijn kuiten. Amai, wie zegt dat het noorden plat is! Het is zweten. De koeien in de wei komen naar me toe rennen. Koeien zijn heel nieuwsgierige dieren, terwijl ik met hen sta te praten proberen ze dichter te komen. Ik probeer er een te strelen, oeps dit zijn ze blijkbaar niet gewoon.

In de dorpen ruikt het naar pasafgemaaid gras. Een man komt me tegemoet. Hij duwt een overvolle kruiwagen voorruit. Hij stopt en blaast uit. ‘Pfffff, c’ est lourd’, vertelt hij me. Wanneer ik terug verder stap, hoor ik hem om de zoveel tijd zijn kruiwagen neerzetten. Hij gaat duidelijk over zijn grenzen.

Een terreinwagen steekt me voorbij. In de verte hoor ik hem plots vastzitten. Terwijl ik het pad afdaal hoor ik de ene vloeken tegen de ander. “Je vous invite à pieds cela va plus vite” , roep ik van aan de andere kant van de prikkeldraad.
“Ta de’ tuutttt’ (censuur). De la ferraille de…. ‘Tuuuuttt’,roept de jonge gast in het wildeweg.
De oudere man kijkt of hij me kan zien. ‘C’ est la ferraille ou la mains d’œuvre’, zeg ik al lachend. ‘Il vient d’ acheter la pâturage. Il la connais pas encore. ” Bhen maintenant si”, zeg ik al lachend. Terwijl de een een Traktor is gaan halen. Blijft de ander en kunnen we nog wat lachen om de situatie. Oef… want de start was anders.

Een kauw

Een wei. Een kooi. Een omheining. In de kooi iets zwart, een vogel. Ik kan niet echt uitmaken welk soort. Wat het ook moge zijn, het dier zit gevangen. Ik zoek naar een opening in de omheining. Mijn nieuwsgierigheid is groot. Ik kijk rechts en links om te zien of niemand mij gezien heeft. Ik stap naar de kooi. Een kauw in het middelste vak met twee voederbakjes. Hij dient als lokaas. Vriend, wat je hier ook doet, dit is voor mij niet oké. Ik open het deurtje zodat hij kan ontsnappen. Komaan… hop hop… Yes, eruit. Een levend wezen dient niet in een kooi te zitten en zeker niet als deze als lokmiddel voor een andere kauw moet gaan dienen. Vogelvrij, ik blij.

Een fikse noorderwind is van de partij. Tussen de percelen grond volg ik een aarden weg die me van het ene kleine dorp naar het andere brengt. Rondom wijdse zichten. De wegen zijn modderig… Het is ploeteren. De wandelstokken doen goed hun dienst. Ze zijn best handig om de diepte te meten van de plassen en voor mijn evenwicht. Na twee uur voel ik de moeheid in mijn benen. Het vraagt veel concentratie en aandacht. Aan de andere kant geniet ik er enorm van. De geschenken komen één voor één naar me toe. Van jonge herten naar een volwassener met zijn prachtig gewei. En hoewel de boswachter tussen ons beiden wandelde zonder aandacht voor het tafereel, voelde ik een enorme blijheid en verbondenheid. De buizerds vliegen in het rond. De jonge herten verplaatsen zich in groepen van 2 tot 5. Ondertussen gaat het ploeteren verder. De geuren van de natuur zijn overweldigend. Ik open mijn armen en breng deze in een grote bocht naar voren en terug naar mijn borstkas. Met een zacht en wijd gebaar doe ik dit een paar keer. Telkens haal ik diep adem en breng het maximum van de geur van de natuur naar me toe en dompel ik me onder. Een waar festijn. Zoveel schoons die ik mag ontvangen van de natuur.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in een dorpje. Een kerk, gras, ik plof me neer. Een man begint het gras om te maaien. Pff, ik ben zo moe dat ik deze hoor verdwijnen op de achtergrond. Een korte diepe slaap.

Terug fit op pad en met moed om nog wat kilometers te wandelen. Het aankloppen ’s avonds bij mensen gaat heel vlot. Aan de eerste bel heb ik vaak al geluk wanneer ik me laat leiden en vertrouw op mijn gevoel. Net zoals nu. Een gezin met 3 kinderen, een vierde is op komst voor de kerstperiode. Ik ga met Julie mee op boodschappen. Een supermarkt, het voelt vreemd. Zoveel keuze dat ik er verloren in loop. Ik neem een taart mee en betaal de helft van wat op de band ligt. En voor de kleine en grote kinderen… Een kindereitje voor als extra. Ik ben verzot op die verrassingen. Mijn klein meisje (knipoog)

Mont-blanc

Bonjour !’ De keuken ten huize Marie-christine en Xavier. Een gedekte tafel. ‘Il a encore u une bonne averse hier soir’, weet Marie-Christine me te vertellen. Mijn gedachten gaan even naar de merel van gisterenavond. Een fijn gevoel.

Xavier vergezelt me tot langs het kanaal en wensen elkander een ‘buen camino’. Binnenkort vertrekt Xavier voor de eerste maal naar Santiago. Opvallend, bijna iedere avond heb ik overnacht bij mensen die iets met de camino hebben.
De natuur ontwaakt. Een dikke mist hangt over de velden. Kilometers wandel ik langs een prachtig natuurgebied. Een grote verscheidenheid vogels, de één al wat meer gekend dan de ander. Zilver reigers vliegen voor me uit. Af en toe restanten van bunkers. Een regio die sterk werd getroffen tijdens de eerste wereldoorlog.

Een hond komt aangewandeld. Het baasje wat verderop. Ik voel me eventjes in mij oude patroon stappen… achterdochtigheid, voorzichtigheid en angst. Gelukkig, heel snel bewust. Ik hou een halt. Breng mijn stokken onder mijn arm. ‘Bonjour petit chien. Vient, vient me dire un bonjour. T’ es belle’, spreek ik de hond toe.
De vrouw, het baasje van de hond. We spreken elkaar aan. ‘Oh, elle est gentille. Elle aime bien tes bâton. Elle s’ appelle Mont-blanc’.
Een vraag. ‘Ou allez vous’? Wanneer ik in het kort de beschrijving doe… Zie ik eerst de verwondering… Nadien komt een fonkeling in haar ogen.
Het licht in de ogen van de mensen mogen zien is zo waardevol en hartverwarmend.
Net deze kortstondige ontmoeting. De medemens ontmoeten op het juiste moment in het moment heeft zoveel betekenis. Een verbinding en voorbeeld dat we elkander nodig hebben. Zonder verplichtingen, zonder zich op te dringen, zonder moeten. Gewoon eenvoudig er zijn en ‘Zijn’ in het nu.

De eerste teken.

Vroeg in de vooravond kom ik aan in Hannapes. Naar ‘la Mairie’. De burgemeester neemt me mee naar de kantine van het voetbalterrein.
Een uur later komt hij aangereden met een diepgevroren stokbrood, een doos ravioli en een doos makreel. Ondertussen heb ik de kantine wat schoongemaakt. De afwas gedaan en de voetbal kleren van de jeugd die nog in de wasmachine zat aan de lijn gehangen.
Voldaan van de prachtige dag en met een kaarslicht in een hoek, geniet ik nog van de avond.

Le Flamisch

Langzaam ontwaakt het huis ten huize Paul, Magalie en Alexan. Ondertussen hou ik mijn dagboek bij en vul ik mijn rugzak. Terwijl Paul en ik aan de ontbijt tafel zitten praten, geniet ik van de warme en prachtige stem van Magalie in de badkamer. Op een zondagsritme vertrek ik laat in de voormiddag samen met Magali en een buurvrouw. Samen op stap. Een kilometer verder scheiden onze wegen. Une embrassade. Een warme ontmoeting.

Een paar kilometers verder heb ik het geluk een groentewinkel en bakker te hebben, nog voor ik het bos van Mormal in stap. De rugzak gaat al snel een kilo meer wegen.

Madelief, witte en paarse dovebrandnetel, Muscatine staan zij aan zij langs de wegen. Vlinders fladderen heen en weer. Citroentje, Atalanta, dagpauwoog…

Een rust heerst over het bos van Mormal. De everzwijnen hebben hier deze nacht fiks wat graszoden omgedraaid. Een jong hert kan ik even spotten. In sta een lange tijd stil en luister naar de vogels rondom me heen. Het getimmer van de specht op de voorgrond. Het geluid van een vliegtuig hoog in de lucht, het deert me niet.
Mijn lichaam doet het goed. Af en toe wat kleine ongemakjes die mijn aandacht in een fractie van een seconde opeisen en waar ik heel snel hun aandacht parkeer.

Mado in de krant

In het midden het bos, een dorp. Loquignol. Een café. Op de muur buiten staat ‘le Flamisch’. Ik dacht bij mezelf een woordspeling voor de Vlaming. Hmm, ik had het duidelijk verkeerd. Dit is het plaatselijk woord dat ze geven aan de kaas ‘le Maroilles’. Een fijne babbel met Mado. De eigenares van het café. Bij het vertrekken vergezeld de vrouw me tot op de stoep. Met haar armen gekruist wenst de vrouw me een goede reis. Ze steekt haar arm op als een mama die uitzwaait op een morgen dat je naar school gaat. Een klein gebaar, zo deugddoend op de weg.

Terug het bos in. Ik ontmoet een vrouw Christine en haar hond Lola. Een lieve hond van 4 maand komend uit Spa (dierenasiel). ‘Je vous invite ?’, vraagt de vrouw me. Ik voel even wat het bij me doet. ‘Je vous remercie madame pour le proposition. Je préfère continuer. Le temps est agréable et j’ en profite encore un peut.” Bon courage ! ‘

Rond de vroege vooravond hoor ik de merel zijn gezang. Hij kondigt regen aan. Herkenbaar van lang geleden, toen zij mijn vader altijd ‘ il va pleuvoir’. Laat op de avond regent het.

Mijn kern

Hier sta ik dan … een winkelrek vol met kaarten. Tarot kaarten. Ik neem ze in mijn handen. Hmmm… twijfel. Dit voelt niet juist. Ik neem mijn tijd om verder te gaan voelen…de winkeljuffrouw laat me hierin de ruimte en gaat wat verderop staan. Neen, het klopt niet en leg ze terug.

Ik kijk wat verder in de kast en laat me leiden. Eén doos staat te lonken naar me. Op de voorkant staat Jezus. Ik neem ze vast…in beide handen. Een tinteling gaat door mijn lijf, alsof ik omringd ben door een heldere lichte mantel. Het voelt licht, ruim en als een geheel aan…geen twijfel. Herkenbaar. Met zorg neem ik ze mee.

Thuis open ik de doos en breng de kaarten tussen mijn handen. Mijn ogen sluiten ik voel mijn energie stromen. Ik maak ze eigen, ze voelen vertrouwt. Ik voel blijheid.

Ik trek de eerste kaart. … mijn hart wordt geraakt. Vreugde. Een bevestiging op wat ik de laatste maanden heb mogen ervaren, ontvangen en delen. Vandaag herinner ik me de vele keren dat ik je al heb mogen ontmoeten de laatste jaren. Ik was bang, niet bang van jou, bang voor de reactie en oordeel van anderen. En hoewel ze in mijn bovenkamer nu ook aan het protesteren zijn, om wat ik schrijf,  laat ik mijn hart de vrije ruimte en vertrouw. In volle vertrouwen en in liefde laat ik me leiden naar het diepste van mijn kern.

Doorzetter

De bus. Een schuifdeur. Vier wielen die me vijf kilometer verder zouden brengen dan de grootstad Nevers. 

Mensen stappen in. Een vrouw met kind, ik laat haar voor mij instappen. Mijn voeten, alsof ze genageld zijn aan de grond. Een weerhouden. Stap ik in of niet.Twijfel. Ik kijk voor me… naar links…voor me…naar links… ‘Jasmine niet neuten’, verteld een klein stemmetje me. Mijn denken. Mijn verleden. Ik kijk voor me…ik zie de mensen op de bus…iets weerhoud me…
Ik voel een kracht. Mijn voeten gaan van de grond. Met een overtuigende stap vertrek ik naar links…voorwaarts richting het treinstation…in mijn rug…het stemmetje…je bus gaat zo vertrekken…je faalt…doorzetter. De saboteur…

Doorzetter, voor wie… voor de te vroeg geworden volwassenen in mij.

Mijn innerlijk kind heeft verlangens en deze zal ik vandaag gaan koesteren en zorg voor dragen. Het terug tot leven brengen wat ik zolang heb verlangen en diep had begraven uit zelfbescherming om geen pijn te moeten voelen.  Vandaag ben ik me bewust dat deze verlangens kunnen ingevuld worden… dat er ruimte voor is …niet vanuit het kleine kind…wel vanuit de volwassene met het haar innerlijk kind. Een getransformeerde doorzetter met een vreugdevol hart. Een doorzetter die letterlijk en figuurlijk naar huis gaat. Thuis komen. Tijd om de luiken te openen 😉 🙂