Jemeppe-sur-Sambre

 

dav

Jemeppe-sur-Sambre

Je ferme la porte d’entrée. La haute température et l’humidité me coupent le souffle. Direction le bois de Han-Sur-Sambre. Les nombreuses chutes de pluie des derniers jours ont complètement inondé les sentiers. Je me risque quand même. J’essaie de me frayer un passage dans cette jungle. Sur le côté, au milieu, sur le côté. Après un certain temps je me sens comme un petit enfant devant une grande flaque d’eau. Je m’amuse. J’apprécie la magnifique flore que je fixe en images sur mon téléphone. Hmm, j’apprécie beaucoup moins les nombreux moustiques. Une attaque sur mes bras et jambes. Ici mes bâtons de marche me sont très utiles. La couleur de mes chaussures est méconnaissable. Quitter le bois, le soleil et la transpiration… parfait pour les taons. J’avais oublié tous ces insectes. Eux ne m’ont pas oubliée.

Dans le ciel, des nuages sombres sont venus s’installer. Des grondements en arrière-plan. Un orage me pend au-dessus de la tête. Au loin un village. Avec une forte accélération j’essaie d’atteindre le village avant l’orage. Je cherche un abri à Fosses-La-Ville. Je me promène un instant autour de l’église. Regardant le ciel je vois que les nuages noirs disparaissent. J’ai échappée à l’orage. Une longue pause de déjeuner. Trop chaud. J’apprécie les vieux bâtiments authentiques. Une conversation avec l’aimable femme de l’office du tourisme.

Après une bonne marche, ayant défié la chaleur, j’arrive à Saint-Gérard.

Mes bas. Mes jambes. Un tas de tiques minuscules. Mon téléphone, juste trop tard pour décrocher. Etienne. Mon répondeur. J’entends: “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”. J’écoute encore une fois, mais ne comprends pas ce qu’il faisait là. Étonnée. Pas de place où dormir à Saint-Gérard. Je finis ma journée chez les Bénédictines d’Ermeton-sur-Bièrt où sœur Hildegarde me montre comment me déplacer dans le bâtiment. Le soir tombe. Le vent monte. Il se fait noir. Orage. Je m’endors avec mon journal sur le ventre. Dans cette oasis de paix.

GPX Bestand Lambusart  à/naar Fosses-la-Ville

GPX Bestand Fosses-la-Ville  à/naar Ermeton-sur-Biert

Jemeppes-sur-Sambre

Ik sluit de voordeur. De hoge temperaturen en de vochtige lucht slaan op mijn adem. Richting het bos van Hanne-Sur-Sambre. De vele regenval van de laatste periode heeft de wandelpaden volledig onder water gezet. Ik waag het erop. Zoekend probeer ik me een weg te banen door deze jungle. Opzij. Midden. Opzij. Na een tijdje voel ik me als een klein kind voor een grote plas. Ik heb plezier. Ik geniet van de prachtige flora, die ik op beeld vastleg met mijn telefoon. Hmm, de vele muggen niet meegerekend. Een aanval op mijn benen en armen. Mijn wandelstokken doen hier goed dienst. De kleur van mijn schoenen onherkenbaar. Het bos uit, de zon en het zweet… ideaal voor de dazen. Al die insecten was ik wat vergeten. Zij mij niet. In de lucht zijn donkere wolken komen opsteken. Geroffel op de achtergrond. Een onweer hangt boven mijn hoofd. In de verte een dorp. Met een fikse versnelling probeer ik het dorp te halen voor het onweer. In Fosse-la-Ville zoek ik een schuilplaats. Even wandel ik rond de kerk. Naar boven kijkend zie ik de donkere wolken verdwijnen. Ontsnapt aan het onweer. Een lange middagpauze. Te warm. Ik geniet van de oude en authentieke gebouwen. Een babbel met de vriendelijke vrouw van l’office du tourisme.

Na een stevige wandeling, de warmte trotserend kom ik aan in Saint-Gérard. Mijn kousen. Mijn benen. Minuscule teken zijn talrijk aanwezig. Mijn telefoon, net te laat om op te nemen. Etienne. Mijn antwoordapparaat. “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”, hoor ik. Ik luister nogmaals, maar begrijp niet wat hij daar deed. Verwonderd. Geen slaapplaats te vinden in Saint-Gérard. Ik eindig mijn dag bij de Bénédictines in Ermeton-sur-Bièrt, waar zuster Hildegarde me de weg wijst in het gebouw. De avond valt. De wind steekt op. Het wordt donker. Onweer. Met mijn dagboek op mijn buik val ik in slaap. In deze oase van rust.

Dans les champs

hdr

À table pour le petit déjeuner en compagnie de Linda. Linda a parcouru le chemin de Compostelle en passant par Cluny, Norte voici quelques années.

Ma journée me mène dans les champs et le long de routes campagnardes. De jeunes lapins sautillent le long du chemin. Des hirondelles rasent les champs. Les fleurs de camomille répandent un agréable parfum. Les faisans me surprennent à chaque fois qu’ils prennent leur envol hors des ruisseaux. De temps à autre j’aperçois un papillon. Ma peau est moite.

À Wagnelee une femme me crie “Vous faites le chemin?”  Je me retourne et lui réponds “Une partie madame.” “Oh, je le dis à mon mari, il sera content.” Entre temps le mari est sorti, Ghislain. Ma gourde est remplie. Un café m’est offert. Et je reprends mon chemin avec une banane en plus.

À Fleurus je regarde mon gps. En arrière-plan des chamailleries. Des mots durs. Mon attention quitte le chemin. Devant, derrière, à droite, à gauche… il se passe plein de choses autour de moi. Mon attention revient lorsqu’une voiture s’arrête à ma hauteur. Je relève la tête. Une question bien connue suit “Vous allez où?”. Une conversation, une proposition.

“Tu continues ta marche et quand tu en as fini pour aujourd’hui je viens te chercher. Un souper. Une chambre. Un petit-déjeuner et demain matin je te ramène là où je suis venu te chercher. Je n’ hésite pas. Une heure plus tard je suis à Jemeppe-sur-Sambre chez Etienne.

Etienne est fier de me montrer la carte sur laquelle tous les chemins qu’il a déjà empruntés, pour se rendre à Compostelle, sont indiqués. Comme un trophée au mur. Une proposition pour un repas du soir suit. Une pizza au village. La pizzeria est fermée. La pizza est remplacée par un sandwich garni d’une saucisse ‘Zwan’ et de choucroute au café du coin. Tout le monde regarde le football. Jamais pensé que j’acclamerai le football.

Après la première mi-temps je vais dormir. Etienne me raccompagne vers sa maison d’un mouvement entre coupé. Il quitte à nouveau la maison pour aller voir le reste du foot. Un peu plus tard j’entends klaxonner et crier….un premier but pour la Belgique. L’euphorie dans la rue me laisse m’endormir joyeuse.

GPX Bestand Houtain-le-Val  à/naar Lambusart

Langs velden

Samen met Linda aan de ontbijttafel. Linda wandelde een paar jaar terug de weg via Cluny, Norte naar Compostela. De dag gaat via velden en landelijke wegen. Jonge konijnen huppelen in de velden. Zwaluwen scheren over het land. Kamillebloemen verspreiden een aangename geur. Fazanten laten me telkens schrikken wanneer ze uit de gracht komen gevlogen. Af en toe is een vlinder te zien. Mijn huid voelt klam aan.

In Wagnelee roept een vrouw: “Vous faite le chemin?” Ik draai me om. “Une partie madame.” “Oh, je le dis à mon mari, il sera content.” Ondertussen is de man, Ghislain, buitengekomen. Mijn drinkfles wordt bijgevuld. Een koffie wordt aangeboden. Ik vertrek, een banaan rijker.

In Fleurus sta ik te kijken op mijn gps. Op de achtergrond geruzie. Harde woorden. Mijn aandacht verdwijnt van de weg. Voor, achter, rechts, links… er gebeurt van alles rond mij. Mijn aandacht komt terug wanneer een wagen stopt. Ik kijk op. Een alom bekende vraag volgt: “Vous allez où?” Een babbel, een voorstel. “Je stapt verder. Wanneer je gedaan hebt voor vandaag, pik ik je op. Een avondmaal. Een kamer. Een ontbijt en morgen voer ik je terug naar waar ik je heb opgepikt.” Ik twijfel niet. Een uur later ben ik in Jemeppe-sur-Sambre bij Etienne. Etienne toont fier zijn landkaart met alle wegen naar Compostela die hij wandelde. Net een trofee aan de muur. Een voorstel voor een avondmaal volgt, pizza in het dorp. De pizzeria is gesloten. De pizza wordt vervangen door een suikersandwich met een Zwanworst ertussen en choucroute in een plaatselijk café. Iedereen kijkt naar het voetbal. Nooit gedacht dat ik ooit nog zou supporteren voor het nationale elftal. Na de eerste helft ga ik slapen. Etienne vergezelt me, met houterige bewegingen, tot aan zijn huis. Hij verlaat terug het huis om de rest van het voetbal te bekijken. Een beetje later hoor ik getoeter, geroep… een eerste doelpunt voor België. De euforie in de straten doet me met een blijheid in slaap vallen.

Contrast

dav

Dworp. De Groene Jagerstraat. Inderdaad, ik ga op jacht naar groen. De natuur. Na drie dagen op ‘Litha Fest’ is het contrast sterk voelbaar. Van drukte naar stilte, van veel volk naar alleen zijn. Het gezang van de merels. Zuurstof. De wind. De bomen. Het ontroert me. Dankbaar dat ik kan genieten van het samenzijn, alsook van het alleen kunnen zijn.

In het bos van Soigne, een getik op de achtergrond. Ik draai me om. Een golfterrein aan mijn linkerkant. Drie mannen, netjes gekleed, hun kar voortduwend. Aan de ene kant een strak grasveld, struiken netjes gesnoeid. Bomen die er erg keurig bij staan. De andere kant varens, afgevallen takken, kleurige wilde planten, dennenappels en onder mijn voeten slijk. Twee verschillende werelden gescheiden door een prikkeldraad. Een handgebaar als teken van goedendag verbindt ons met elkaar. Eén en dezelfde wereld.

Uit het bos. In de verte een berg netjes afgelijnd met op de top iets zwarts zichtbaar. Ik probeer te achterhalen wat het mag zijn. Ik blijf mijn ogen fixeren op het topje. De Leeuw van Waterloo. Naast mij een grote linde, eronder een kapel. Aan de voet drie houten blokken, de helft opgebrand, nog warm aanvoelend. Ernaast een klein wit vel papier. Een handtekening, een uur, Justitia, prison… een datum. Zou deze brief een verband hebben met het vuur, stel ik me de vraag. Ik steek het tussen de tralies van de kapel. In de vooravond maken de grijze wolken plaats voor de zon. Vandaag is het midzomer: een moment om even naar binnen te keren en stil te staan bij wat de voorbije maanden me hebben gebracht. Ze waren niet allemaal rooskleurig. Een periode waarin ik er hard tegenaan ben gegaan. Vandaag ben ik me bewust van wat het mij allemaal heeft bijgebracht en dat het een rijker persoon van me heeft gemaakt.

Houtain-le-Val. Vierkantshoeves, een vervallen kasteel, een Sint-Jacobskerk. Ondertussen is het al na twintig uur. Ik bel bij verschillende huizen aan voor een slaapplaats. La salle communale. Noppes. Na een groot half uur zoeken, mijn laatste toevlucht, de enige brasserie. Ik stel de vraag aan een vrouw die er werkt. Natacha. Ze verzet bergen om iets voor mij te vinden. Een koffie en een overheerlijke maaltijd worden me aangeboden. Zomaar uit het niets. Het raakt me. Tweeëntwintig uur, een wagen komt aangereden. Ten huize van Linda zal ik de nacht doorbrengen. Dankbaar.

GPX Bestand Dworp naar Houtain-le-Val

Contrast

Dworp. Le chemin du chasseur vert (De groene jagerstraat). En effet, je vais à la chasse à la verdure. La nature. Après trois jours passés au ‘Litha fest’ le contraste ce fait nettement ressentir. De l’agitation au silence, de la foule à la solitude.

Le chant du merle. Oxygène. Le vent. Les arbres. Ça m’émeut. Reconnaissante de savoir apprécier la compagnie et aussi de savoir être seule.

Dans la forêt de Soignes, un tapage en arrière-plan. Je me retourne. Sur ma gauche un terrain de golf. Trois hommes bien habillés, qui poussent leurs chariots.

D’un côté une pelouse bien serrée, des buissons bien taillés. Des arbres bien positionnés. De l’autre côté des fougères, des branches tombées, des plantes sauvages colorées, des pommes de pin et sous mes pieds de la boue. Deux mondes différents séparés par un fil barbelé. Un signe de la main comme bonjour nous relie les uns aux autres. Un seul et unique monde.

Sortie du bois. Au loin, une colline soigneusement délimitée et au sommet quelque chose de noir. J’essaie de savoir ce que cela peut être. Je continue à fixer mon regard sur le sommet. Le lion de Waterloo.

Près de moi un grand tilleul, avec en dessous une chapelle. Au pied trois morceaux de bois, à moitié consumés, encore chaud au toucher. A côté un petit morceau de papier blanc. Une signature, une heure, justitia, prison, … une date. Je me demande si cette lettre a quelque chose à voir avec le feu. Je la mets entre les barreaux de la chapelle.

En début de soirée les nuages gris font place au soleil. Aujourd’hui on fête le solstice d’été:  un moment de repliement sur moi-même et de recueillement sur les choses que ces derniers mois m’ont apportées. Elles n’étaient pas toutes roses. Une période durant laquelle j’ai été à l’encontre de pas mal de choses. Aujourd’hui je me réalise tout ce qu’elle m’a apporté et qui ont fait de moi un être plus épanoui.

Houtain le Val. Une ferme en carrée, un château en ruine, une église Saint-Jacques. Entretemps il est déjà passé vingt heures. Je sonne à plusieurs portes pour trouver à me loger. La salle communale. Rien. Après une bonne demi-heure passée à chercher, mon dernier recours, l ’unique brasserie. Je pose ma question à une femme qui y travaille. Natacha. Elle remue ciel et terre pour me trouver quelque chose. Un café et un délicieux repas me sont offerts. Tout simplement sans manières. Cela me touche. Vingt-deux heures, une voiture arrive. Je vais dormir chez Linda. Reconnaissante.

Sint Jakobskerken in Wallonië

 

DSCF5982-2

Gent 11 mei 2016 – Mijn woonkamer. Mijn ogen sluiten. Ik hoor de vogels. Het geronk van een vliegtuig, op weg naar een verre bestemming. Voor mijn ogen zie ik weidse velden. Ik sta op de rand van een bos. De bladeren maken een ritselend geluid. Ik kan de geur gekoppeld aan dit beeld bovenhalen. Het voelt goed. Het voelt rustig. Het is stil geworden….

Beneden gaat een garage poort open. Ik open terug mijn ogen.

Binnenkort zet ik mijn weg verder en zal ik alle Sint Jakobskerken in België via een wandelweg met elkaar verbinden.  Als opwarmer zal ik eerst Doornik verbinden met de weg van vorige zomer.

Het 40 dagen concept wordt waarschijnlijk een 40+40 dagen 😉 . Op dezelfde manier, met 1euro per dag.

Vorige zomer ben ik erin geslaagd met 37,68 euro. Op deze wandeltocht kreeg ik ook donaties waaronder in totaal 125 euro. Dit bedrag zal ik op mijn beurt doneren. Voorlopig nog onbekend. De weg zal me daar meer duidelijkheid in brengen.

Eerst nog even wachten op mijn schoenen die in herstelling zijn en dan….

 

wat als…

keuzes

6 november 2016 – Wat als je deze tekst breder gaat bekijken!

Zijn we soms niet genoodzaakt verantwoordelijkheid te nemen net door te gaan vluchten. Is vluchten in bepaalde omstandigheden geen verantwoordelijkheid nemen!

Soms kom je in situaties terecht waar je geen uitweg meer ziet, het je allemaal teveel wordt. Dan is het beter even afstand te gaan nemen. Ik herinner me nog een zin die ik mijn vader regelmatig heb horen zeggen ‘reculer pour mieux sauter’.  Waarschijnlijk zijn er onder jullie wel die zich een situatie herinneren in een groep, waar de spanning zo hoog kwam te staan dat je lichaam of je geest op de vlucht is gegaan.

Vorige week kwam ik na de zoveelste keer in zo een situatie terecht. Om verschillende redenen en waar ik nu niet verder op in zal gaan, heb ik altijd groepen proberen te mijden.
Plots werd de spanning zo hoog dat ik het afgetrapt ben. Het was me allemaal teveel en om niet in woorden te gaan met anderen, koos ik om de benen te nemen, alleen.
Mijn lichaam schreeuwde binnenin.

Het was een zonnige zondag namiddag. Een boer liet één voor één zijn koeien uit de stal terwijl hij uit de verte naar me riep ‘Dag madam, goe weer é’. Ik stak mijn hand naar hem op terwijl mijn hoofd op en neer bewoog. ‘Ik laat ze nog even buiten voor dat de winter er is en ze in de stal zullen moeten blijven’, wist de boer me nog te vertellen. Het ritme van de koeien, de zon, de vriendelijkheid van de man, de natuur bracht me tot rust. Mijn lichaam werd terug voelbaar. Het werd tijd om mij om te draaien en terug naar de groep te gaan.

Binnen dit verhaal heb ik hier verschillende verantwoordelijkheden genomen. Ik ben uit de groep gestapt, laat ik het woord ‘vluchten’ gebruiken, uit zelfzorg en ook uit zorg voor de groep. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen terug te keren. Uit de groep stappen omdat de angst zo voelbaar is, is niet de ideale oplossing want dan stel je jezelf wel echt bloot en heb je dik de kans een lading te ontvangen waarvoor je net angst hebt. En ja hoor dit waren keuzes alleen niet of/of wel beide samen.

En wat met bekennen of liegen! Wat als je bewust bent dat wanneer iemand tegen je liegt het uit zelfzorg is. Dit kan verschillende redenen hebben. Liegen omdat er geen ‘neen’ kan uitgesproken worden, uit angst…

En natuurlijk zijn er andere oplossingen en zijn bepaalde gedragingen niet gemakkelijk aanvaardbaar. Wanneer je echter achter deze woorden een verhaal kan zien. Een verhaal die voor ieder anders is. Dan krijgen al deze woorden een andere lading. Dan wordt je niet enkel milder naar jezelf, ook naar de ander.

Ik ben mezelf!

 

Cirkel

Sint Jacobsstaf

De zilveren Sint Jacobstaf – Sint Jacobskerk Gent

Een paar jaar geleden hoorde ik bij het ontwaken: “Hoor je het?” Waarop ik vroeg: “Wat?” “De koffie roept.” Tijd om op te staan. Ontbijten. Het regent pijpenstelen. Hmm, ik overweeg om met de tram de laatste kilometers te doen. Doorweekte kleren tijdens een misviering vind ik niet fijn. Terwijl ik mijn slaapzak in de rugzak steek, zie ik het licht veranderen. Het stopt met regenen. De weergoden zijn me welgezind. Samen met Jacqueline sluiten we de deur achter ons en vertrekken richting centrum.

De Sint-Jacobskerk. Binnen hoor ik het pelgrimslied ‘Ultreïa’. Het koor. De stemmen worden opgewarmd. Straks vieren we de Heilige Jacobus. Als vrijwilliger van de vzw Jacobus cultuurkerk help ik nog een handje mee bij de voorbereiding. De klokken luiden en roepen de mensen naar de kerk. Middenin de viering vraagt pastoor-deken Flor me naar voren om te getuigen over de weg. Tijdens de getuigenis raak ik ontroerd door mijn eigen woorden. Willem zingt een eigen geschreven lied over zijn camino. We sluiten de viering met het gebed tot de Heilige Jacob. Na de viering bewonder ik de zilveren Sint-Jacobsstaf en de zopas gerestaureerde cantorstaf met een Sint-Jakobsbeeld. “Dankjewel voor je mooie getuigenis”, komt iemand me zeggen. Ervaringen worden uitgewisseld. Ondertussen komen meer mensen de kerk binnen. Ze kunnen hier genieten van rust en sereniteit tijdens de Gentse Feesten. Een plaats van samenkomen, samenzijn, gesprek, gebed, met eerbied en respect voor elkaar. Dankjewel aan de kerk en vzw Jacobus voor deze mooie viering.

Op weg naar huis. In het Patershol. De kasseikoppen. Ik besef plots dat ik net een cirkel heb gewandeld van veertig dagen lang. Veertig dagen doorheen Vlaanderen op het Jakobskerkenpad. Een weg met open, brede landschappen, goed onderhouden natuurgebieden, prachtige historische gebouwen… En vooral warme mensen met elk hun eigenheid en waarden. Ontmoetingen die me wisten te ontroeren. Een levenscirkel van ontvangen en delen. Dankjewel dat jullie hier deel van hebben uitgemaakt.

‘Heilige Jakob,

patroon van onze parochie,

gij zijt een ware volgeling van Jezus geweest

Bij u leren wij dat ook wij onderweg zijn in het leven.

Elke wandeling, elke tocht, die wij ondernemen leert ons dat wij ons kunnen bevrijden van alles wat ons bindt en vasthoudt.

Leer ons in het spoor van de vele pelgrims naar Compostela,

die in deze kerk tot u komen bidden,

de vraag stellen waar wij staan op onze levensweg.

Help ons innerlijk in beweging te blijven,

Help ons opdat de weg, die wij gaan werkelijk een weg zou worden, die naar het volle leven leidt.

Heilige Jakob, bid voor ons!’

GPX bestand Laarne naar Gent/ Laarne à Gand

Cercle

Voilà quelques années j’entendais en me réveillant: “Tu entends?” Sur quoi je demandais: “Quoi?” “Le café m’appelle.”

Il est temps de me lever. Petit-déjeuner. Il pleut des cordes. Hmm, j’envisage de faire les derniers kilomètres en tram. Avoir des vêtements trempés lors de la célébration d’une messe, ne me réjouis pas. En mettant mon sac de couchage dans mon sac à dos, je vois la lumière changer. Il arrête de pleuvoir. Les dieux de la météo sont bien disposés envers moi. Accompagnée de jacqueline on ferme la porte derrière nous et on se dirige vers le centre-ville.

L’église Saint-Jacques. À l’intérieur j’entends le chant ‘Ultreia’. Les voix s’échauffent. Tout à l’heure nous fêtons Saint-Jacques. Comme bénévole de la vzw Jacobus cultuurkerk (asbl) je participe aux préparatifs. Les cloches sonnent et invitent les gens à se rendre à l’église. Au milieu du service, le curé-doyen Flor m’invite à témoigner du chemin. Durant mon témoignage je suis émue par mes propres mots. Willem chante une de ses chansons  composées en honneur de son camino. Nous terminons la célébration par la prière à Saint-Jacques.

Après le service j’admire le bâton en argent de Saint-Jacques ainsi que le bâton du cantor, avec statuette de Saint-Jacques, récemment restauré.

Quelqu’un vient me dire, “Merci beaucoup pour ton beau témoignage.” On échange des impressions, des expériences.

Entretemps, plus de monde entre dans l’église, où ils peuvent jouir du calme et de la sérénité durant les fêtes Gantoises. Un endroit de rassemblements, de rencontres, de discussions, de prières et de respect mutuel. Un grand merci à l’église et à l’asbl Jacobus pour cette belle célébration.

Je rentre à la maison. Au Patershol. Les pavés. Je me rends tout à coup compte d’avoir marché quarante jours en formant un cercle. Quarante jours à travers la Flandre, sur le Jacobskerkenpad. Un chemin aux somptueux paysages, aux réserves naturelles très bien entretenues, aux magnifiques monuments historiques… et surtout aux gens chaleureux ayant chacun leur singularité et leurs valeurs. Des rencontres qui ont suent m’émouvoir. Un cercle de vie et de partage. Merci beaucoup d’en avoir fait partie.

‘Saint-Jacques,

patron de notre paroisse,

Tu fus un disciple de Jésus.

À vos côtés on apprend que nous aussi nous sommes en chemin dans la vie.

Chaque promenade, chaque voyage que nous entreprenons, nous apprend que nous pouvons nous libérer de tous ceux qui nous lie et nous retient. Apprends-nous dans le sillage des nombreux pèlerins de Compostelle qui viennent prier dans cette église à nous poser la question de savoir où l’on se situe sur notre chemin de vie. Aide nous à rester en mouvement intérieur. Aide nous pour que le chemin que nous parcourons, devienne un vrai chemin, qui nous mènera à la pleine vie.

Saint-Jacques prie pour nous.’

L1016618

Sint Jacobskerk-Gent

 

Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.

Vooroordelen

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacobskerk Antwerpen/église Saint-Jacques Anvers

Er waren dan geen snurkende pelgrims aanwezig, om twee uur begon de nachtelijke discomuziek van de buren. Het gebonk van de bassen was voelbaar tot in de fijnste zenuwbanen van mijn lichaam. Twee uur later werd de muziek nog luider. Geroep van mensen op café. Slapen werd onmogelijk. Er zijn grenzen, ook voor een pelgrim. Ik bel de 101. Een half uur wordt het stil en kan ik terug inslapen.

Na het ontwaken neem ik het gastenboek en schrijf ik een tekst passend bij een opmerking van een hospitaliero gisteren.

(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal.)

‘De vakantie staat voor de deur. De auto wordt ingeladen. In de koffer een dure nieuwe rugzak. Man, vrouw en kind vertrekken op reis. Het kind spelend op de achterbank. De vrouw zingt en geniet van het landschap. De man rijdt aandachtig richting het zuiden. Een knal, een duw. Het kind is niet te vinden. De vrouw ligt bewusteloos voor zich uit te staren. De man zit gekneld. Eén seconde was nodig om een leven een totale omwenteling te laten maken. Een paar jaar later vertrekt de man op weg naar Santiago, met zijn dure nieuwe rugzak van toen. Het enige dat hij nog heeft. Hij wordt pelgrim zoals u en mij. Zijn tocht duurt de tijd die hij nodig heeft.’ Het is niet omdat iemand met een nieuwe dure rugzak wandelt, dat hij rijk is. Het is niet omdat iemand met een rugzak van grootvader wandelt, dat hij arm is. Beiden kunnen een emotionele waarde hebben. Oordelen en vooroordelen zetten een dikke muur tussen  mensen.  Proficiat met jullie herberg, en ik hoop dat iedere pelgrim hier onderdak mag vinden.

Ik verlaat de pelgrimsherberg, gelegen in een gebouw van het OCMW. In de namiddag hou ik halte in Haasdonk op een terras. Ik heb er een lang gesprek met mijn buren. Het gaat over ziektes en de verschillen bij mensen. Bij het afronden vraag ik aan mijn buur wat voor werk hij heeft gedaan. ”Mevrouw, ik ben altijd landbouwer geweest. Toen mijn ouders gestorven zijn, mijn moeder was 99 jaar, heb ik alles geërfd. Ik ben 70 en heb geen kinderen. Ik heb alles verkocht. Ben twee weken geleden verhuisd. De landbouwgrond is bouwgrond geworden. Ik heb er vandaag spijt van.” De man begint te wenen. Ik adem diep in en uit. “Meneer, mag ik je wat vragen?” “Ja”, terwijl hij zijn ogen dept met zijn zakdoek. ”Mag ik je een knuffel geven?” De man antwoordt positief. Ik sta op en we geven elkaar een knuffel. Terwijl ik mijn hand nog op zijn bovenarm liggen heb, vraagt hij me: “Heb jij kinderen?” “Neen, het is omdat het zo moest zijn”, terwijl ik mijn schouders optrek en mijn armen spreid. “Hoe is je naam?” “Raf.” Ik steek mijn hand uit. We geven elkaar een hand. Hij draait zich om en ik zie hem de straat oversteken met zijn vrouw. Moe kom ik aan in Kemzeke. Ik mag overnachten bij de Chiro in hun nieuw gebouw.

GPX bestand Antwerpen naar Sint-Niklaas/Anvers à Saint-Nicolas

GPX Bestand Sint-Niklaas naar Kemzeke/ Saint-Nicolas à Kemzeke

Préjugé

Cette nuit, il n’y avait pas de pèlerins ronflants, mais à deux heures du matin la musique disco des voisins. Le martèlement des bases était palpable jusque au fin fond de mes neurones. Deux heures plus tard la musique se faisait entendre encore plus fort. Des cris des gens du café. Dormir devenait impossible. Il y a des limites, aussi pour un pèlerin. J’appelle le 101. Après une demi-heure je réussis à me rendormir, le silence est revenu.

Une fois réveillée, je prends le livre d’or et y inscris un texte qui fait allusion à une remarque faite hier par un hospitaliero.

(Basé sur une histoire vraie.)

Les vacances arrivent. L’auto a été chargée. Dans le coffre un nouveau sac à dos de très bonne qualité. Homme, femme est enfant partaient en voyage. L’enfant jouait sur la banquette arrière. La femme chante et profitait du paysage. L’homme roulait attentivement vers le sud. Un fracas, une percussion. L’enfant était introuvable. La femme était allongée sans connaissance. L’homme était coincé.  Une seconde a suffi, pour qu’une vie prenne une tout autre tournure. Quelques années plus tard l’homme part sur le chemin de Santiago, avec le sac à dos de très bonne qualité d’antan. La seule chose qui lui restait. Il devint un pèlerin comme vous et moi. Son voyage dura le temps qu’il lui fut nécessaire. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec un nouveau sac à dos de très bonne qualité, qu’il est riche. Ce n’est pas parce que quelqu’un voyage avec le vieux sac à dos de son grand-père qu’il est pauvre. Tous deux peuvent avoir une valeur émotionnelle. Le jugement et les préjugés dressent un énorme mur entre deux personnes .

Félicitations avec votre auberge et j’espère que tous les pèlerins pourront y trouver refuge. Je quitte l’hébergement pour pèlerins, situé dans un bâtiment du CPAS.

Dans l’après-midi je fais halte sur une terrasse à Haasdonk. J’ai une longue conversation avec mes voisins. Nous parlons de maladies et de différences entre les gens. En terminant la conversation je demande à mon voisin quel métier il a exercé.  “Madame, j’ai toujours été agriculteur. Quand ma mère est décédée à l’âge de 99 ans, j’ai tout hérité. J’ai 70 ans et je n’ai pas d’enfants. J’ai tout vendu. J’ai déménagé voici deux semaines. Le terrain d’agriculture est aujourd’hui devenu terrain à bâtir. Je le regrette aujourd’hui. L’homme se mets à pleurer. Je respire profondément. “Monsieur, je peux vous demander quelque chose?” “Oui”, tout en essuyant ses yeux avec un mouchoir. “Je peux vous faire un câlin?” Sa réponse est positive. Je me lève et on se fait un câlin. Ayant encore ma main sur son avant-bras, il me demande, “Tu as des enfants?” Je lui réponds en haussant les épaules et écartant les bras “Non, c’est que ça doit être ainsi.” “Quel est ton nom?” “Raf.” Je lui tends la main. On se serre la main. Il se retourne et je le vois traverser la route avec sa femme. Fatigué j’arrive à Kemzeke ou je peux passer la nuit dans les nouveau locaux du Chiro.