Hartverwarmend

Langzaam ontwaken. Mijn dagboek wordt aangevuld. Ik lees een hoofdstuk uit het boek ‘Terres des Hommes’. Het is pas middag wanneer ik de blokhut verlaat en de trappen trotseer richting het kasteel van Château Renault. Een onaangenaam gevoel blijft onderhuids aanwezig.

Ik loop wat verloren van her naar der op zoek naar een apotheek die open is. De zon heeft haar eerste sporen nagelaten op mijn neus. Een potje koffie. ‘Oh, vous êtes bien lourd chargé’, hoor ik een man zeggen. ‘Vous allez à Compostelle?’ ‘Non monsieur, j’y suis allée il y a trois ans. Maintenant je fais un tour de France par les chemins de Saint-Jacques’, vertel ik de man terwijl ik wens af te rekenen voor de koffie. ‘Je vous l’offre, madame’. Wat onwennig dank ik hem. Pas om 14u vind ik een apotheek open. De twee dames hebben zo’n fijne energie dat het hartverwarmend is. We staan wat te praten en ik krijg wat staaltjes mee met zorgproducten. Zorg dragen voor jezelf is zo deugddoend en zo belangrijk. Iets wat we vaak vergeten in het gehaaste dagelijkse leven. ‘Je vous souhaite bonne route, madame’, roept de dame terwijl ik de ruimte verlaat. ‘Merci beaucoup, et aussi merci pour votre joie, cela fait du bien.’

In de namiddag verlaat ik de stad en voel beetje per beetje het onaangename gevoel verdwijnen, alsof het van mijn schouders glijdt. Zwaluwen zijn talrijk aanwezig. De cyclamen kondigen het najaar aan en hebben de plaats ingenomen van de bosanemonen. In een veld ontmoet ik een ree die rustig blijft eten terwijl ik erbij sta. Een man neemt een pauze op een plooistoel. De natuur doet me goed en brengt mijn lijf terug in ontspanning. Aan een watermolen vul ik mijn drinkfles. Tot de zon ondergaat wandel ik verder en klop aan ergens te midden van de velden. Een overnachting in een tuin onder de sterrenhemel.

Geen toeval

Cocquotte is gaan werken. P’tit Lou is klaar voor zijn dag werken en ‘le Petit Prince’ en Grenouille liggen nog in bed. Dit zijn de bijnamen van mijn gastgezin. Er is donder hoorbaar op de achtergrond. De lucht is dreigend. Ik heb het geluk eraan te ontsnappen.

Waar ik ook mag kijken, de hoofdkleuren zijn groen in alle soorten gradaties, met af en toe wat bruin ertussen. Groen, de kleur van het hart. Moeder Aarde in een omhulsel van groen, die vraagt om graag gezien te worden. Waar we allen samen zorg voor mogen dragen.

De woorden ‘la foi’ en ‘la providence’ komen voortdurend in mijn gedachten. Vreemd, ik ervaar ze ruimer in het Frans dan wanneer ik beiden hoor in mijn moedertaal, geloof en voorzienigheid. Ik laat beide woorden voor wat ze zijn en ben benieuwd wat ze me zullen brengen.

Kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Auw, ik struikel bijna. Aan wat was ik aan het denken… zwarte koffie. Hoog in de lucht, twee koppels buizerds. Ik stap een bosje in, het voelt vreemd, onwennig, niet aangenaam. Zelfs wat duister. Ik heb het gevoel wat alerter te moeten zijn. Op mijn pad een skelet, een ondraagbare geur. Ik probeer te achterhalen wat het is. Groot, maar het ziet er niet uit als een hert, te korte poten. Wat verder een grotwoning. Ik word er naartoe getrokken. Voorzichtig ga ik erheen. Er ligt iets in de grot. Een dood dier. Ik ben nieuwsgierig. Zijn lijf is al volledig gemummificeerd. Zijn mond staat open en de tanden zijn duidelijk zichtbaar, alsof het zich aan het beschermen was. Bij het beest ligt een bruine fles en een rood doek. Ik neem een foto en kijk ernaar om te achterhalen wat het zou zijn. En plots wordt me duidelijk dat het om een hond gaat. De link wordt gelegd naar het eerste cadaver. Ik schrik en tegelijkertijd voelt een kwaadheid bij me opkomen, wat lichtjes is uitgedrukt. Welk wezen doet nu zoiets. Geen twijfel meer aan, beiden werden om het leven gebracht.

Een spanning heeft zich geïnstalleerd op mijn kaken en mond. Ik blijf het beeld zien van het dier en besef dat ik het moet gaan uitschreeuwen voor het zich verder vastzet. Met mijn twee voeten stevig op de grond en lichtjes door de benen laat ik met gebalde vuisten een diepe kreet. Mijn borstkas gaat op en neer tot ik plots alles kan lossen. Ik begin te huilen. Een buizerd komt voor mij in de buurt vliegen. Nog nooit heb ik hem zo dicht blijven zien vliegen. De rust komt wat terug. Een vlinder brengt wat lucht, luchtigheid met zich mee. De eekhoorn brengt me weer wat naar vreugde. Pfff, wat was dit intens. Het bos uitlopen blijft een zwart paard luid hinniken. Non-stop, tot ik weg ben. Vreemd.
Door mijn hoofd gaat er van alles heen. Ik probeer mezelf te sussen, ‘oh, Jasmine dat is allemaal toeval. Wacht Jasmine… daar geloof je allang niet meer in. Een minder goede ervaring mag ook een reden hebben… een mind is toch krachtig’. Inderdaad, ook dit is geen toeval. De buizerds blijven heel dicht aanwezig, ik voel me beschermd. De spanning blijft nog wat aanwezig in mijn lijf. Moeheid heeft zich geïnstalleerd. Ik beslis in de vroege vooravond te stoppen op de camping van Chateau Renault waar ik overnacht in een blokhut.

De foto laat ik bestaan tot ik er naar kan kijken zonder dat het me raakt. Het liet me een stuk zien van mezelf die er ook mag zijn. Een stuk die het recht heeft op bestaan, want zonder dit kan ik niet naar de andere kant. Zonder dit stuk kan het ander ook niet bestaan. Niet voor niets dat yingyang in elkaar verweven is.

Een puzzelstukje komt later al snel de rest vervullen. In de voormiddag belde ik mijn vader. Daar had ik zin in. Een losse babbel na een lange tijd.

Vendome

Ik haal mijn kledij van de lijn. Hmm, nog nat. Michel brengt me naar Stef waar we een gezellige babbel hebben terwijl mijn kleren in de droogkast mogen drogen. De tijd staat stil. Fijne ontmoetingen die niet vreemd aanvoelen. Alsof we geen onbekenden voor elkaar zijn. Iets wat ik heel regelmatig ervaar.

De rustige kleine stad Vendôme is uitnodigend. Van la Chapelle Saint-Jacques – die dienstdoet als concertzaal, tentoonstellingen – naar la Trinité – een aanrader – terug richting la Chapelle op zoek naar een vrouw die me kan helpen ivm info over de kerk. Een grote houtenpoort met een bijzondere deurklopper. ‘Bonjour, je suis à la recherche de Madame…’, vraag ik aan een jonge heer die me verwelkomt. ‘C’est ma mère. Elle n’est pas à la maison. Entrez.’ Een uitnodiging volgt onmiddellijk voor het middagmaal. De openhartigheid, eenvoud en schoonheid van deze mensen raakt me. Thibault helpt me verder op weg na de verrukkelijke maaltijd in familie.

La Trinité

In het park aan het kasteel verander ik van t-shirt. Ik had nooit gedacht dat ik ooit mijn zou omkleden midden in een park. Daar was ik veel te angstig en bescheiden voor.

Een man en vrouw lezen in hun voortuin. De rust van het dorp. De vele kleurrijke bloemen. Grotwoningen. Ik keer even op mijn stappen terug. ‘Pardon, vous pourriez m’aider à un hébergement s’il vous plaît’. Het is nog vroeg in vooravond en ik krijg te horen dat ik hier mag blijven overnachten. Samen met Catherine maak ik een avondwandeling en brengen we een bezoekje aan hun grotwoningen terwijl Hervé verse komkommer gaat halen in zijn moestuin. Noisette – de huispoes – zit op de uitkijk.

Energie

‘Je vous offre un café!’ Ik kijk op. Een vrouw in een lang kleed met bloemetjes, een nachthemd en daarop een mouwloze vest. In de rechterhand een grote emmer met een deksel erop. ‘Ah, volontiers, madame. Je refuse pas,’ nog aan het ontwaken na een zalige nacht onder de blote hemel. ‘Cela va vous réchauffer.’ Een paar minuten later staat er verse koffie in een beker en een stukje koek naar me te lonken.

Door de vochtigheid is mijn slaapzak nat aan de buitenkant. Gelukkig niet binnenin, wat niet ten goede zou zijn gekomen voor mijn nachtrust. In de ochtendzon hang ik hem te drogen, terwijl ik bij de buren aan tafel een ontbijt neem.

Een lange weg in de blakende zon neemt me mee langs ‘Le Loire’.
Aan de oevers vissershuisjes, die me doen denken aan de vele series en tekenfilms van Tom Sawyer die ik zag als kind op tv. Ik kon toen altijd wegdromen na zo’n serie.

Een energie komt hevig door mijn lichaam. Ik probeer er zo puur mogelijk naar te kijken zonder me er te veel mentaal aan vast te grijpen. Niet evident. De sensaties reizen heen en weer over mijn lichaam. Een sensatie die me niet onbekend is. Ik laat het gebeuren. Vreugde en angst vergezellen elkaar. Mijn ogen komen vochtig te staan. Mijn adem helpt me de energie te kanaliseren. Borstkas en buik nemen ruimte in. Ter hoogte van mijn keel vindt de energie geen doorgang. Het is wat het is en ik probeer er niet te veel aandacht aan te schenken. Het is duidelijk dat mijn lijf er niet klaar voor is. Ik vertrouw erop dat de weg me verder duidelijkheid zal brengen. Hoewel ik diep in mij ergens wel al bewust ben waar het mij zou kunnen brengen, wacht ik geduldig af.

Op weg hou ik halt in een kleurrijke bibliotheek. Een jonge dame ontvangt me rijkelijk. Haar blonde haren worden extra geaccentueerd door het licht dat er doorheen schijnt. Net engelenhaar. Haar kleurrijke kledij maakt het plaatje af.

Vendome en haar vele eilandjes

Op de markt van Vendôme spreek ik mensen aan voor een overnachting. Al heel snel komt er hulp. La hospitalité du chemin is aanwezig. Nog tot ’s avonds laat zit ik te praten met Michel terwijl mijn kledij in de wastrommel zit. Eens uit de trommel zie ik mijn wollen t-shirt dat grote gaten vertoond. Hmm, de 40-jarige machine had geen rekening gehouden met mijn bh. Voor ik het besef is het middernacht en sluiten we de avond af met het ophangen van mijn was.

Découvrir

 

sdr

Chooz (France)

Hier soir j’ai reçu un message de ma filleule Liudmila  ‘J’ai réussi.’ Que je suis fier d’elle! Une courte promenade vers le château de Vêves, en compagnie de Brigitte. Une heure plus tard il est temps de se dire au revoir.

De Gendron je descends la colline direction la Lesse et Houyet. Au loin de la musique, longboard skaters. Chaque année, ici, la route est fermée pour cet évènement. C’est dingue la façon dont ces garçons descendent la colline à du 40 à 60 km/h sans aucune protection. Arrivés en bas, un nuage blanc de caoutchouc brulé provenant de leurs chaussures.

Houyet vers Wiemme. De gros nuages gris. Je n’y échappe pas. Sur le chemin je rencontre des personnes. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui “, me répond une femme. “Oh super, alors je suis le même chemin.” Nous bavardons encore un peu. Une bonne averse de grêles. Protéger mon sac à dos. Mon super imperméable coutant à peine huit euros, me tient bien au sec. Tonnerre, éclairs et grêles s’alternent. Les flaques d’eau sont inévitables. L’orage ne me dérange pas. Sans notion du temps je continue ma marche. Une confiance totale. Seulement deux heures plus tard que je me rends compte que je marche direction Wiemme. Pas deux km mais dix km sur place…un fou rire sans suit.

Arrivée dans la cantine je me laisse tenter par un hotdog croustillant.

Une heure plus tard mes vêtements sont secs et je reprends la route. L’orage violent suivant. Je suis mon gps et essaie de prendre le chemin le plus court. Un sentier le long d’un domaine militaire. Le tonnerre au-dessus de ma tête. J’hésite. Est-ce que je retourne sur mes pas ou bien je continue dans le bois? Il pleut des cordes. Dans le bois plus de signal gps. Par ce temps je me sens plus en sécurité ici que le long de la route où les autos foncent autour de moi. Le sentier est impraticable. A cause de la boue épaisse je sens mes chaussures glisser de mes pieds. Mes sens sont sur le qui-vive. Je continue. En communion avec la nature. Sans signalisation. Je regarde autour de moi. La sortie. Par où?

Je suis les traces d’un animal. De hautes herbes couchées. La lumière d’un terrain vague. Des herbes qui montrent la présence d’un cours d’eau. Le bruit. Tous des signaux qui m’aident à sortir d’ici. Jamais pensé que j’oserais. Entre de hautes ronces, orties et fougères. Sous mes pieds un doux tapis de mousse. Des champignons dégageant une odeur insupportable. Une plaine. Un barbelé. La route. Un panneau ‘Baronville 1 km’. Mon chemin le plus court fut le plus long. Presque deux heures pour parcourir un kilomètre.

Ça m’a apporté de la joie, de la sagesse et de la richesse. Contente d’être sortie du bois et fier d’avoir osé… eh bien quel expérience éducative. Sur la route je sors mon pouce. Givet et puis direction Chooz. Une visite chez de bons amis en France. Michèle et Gérard, rencontrés sur mon chemin de Compostelle en 2014.

GPX bestand Hastière-Par-Dela à/naar Vodelee

GPX bestand Vodelee à/naar Fagnolle

GPX bestand Fagnolle à/naar Chooz (France)

Ontdekken

Gisteravond nog een sms ontvangen van mijn metekind Liudmila. ‘Geslaagd.’ Wat ben ik fier op haar! Samen met Brigitte een korte wandeling naar het kasteel van Vêves. Een uur later, tijd voor afscheid. Vanaf Gendron wandel ik de heuvel af richting de Lesse naar Houyet. In de verte muziek, longboard skaters. Ieder jaar wordt de straat hier afgesloten voor dit evenement. Gek hoe deze jongeren aan 40 à 60 km/u de heuvel afstormen zonder extra bescherming. Beneden aangekomen, een witte wolk van verbrand rubber van hun schoenen.

Houyet naar Wiemme. Dikke grijze wolken. Ik ontsnap er niet aan. Op de weg ontmoet ik mensen. “Vous allez direction Wiemme?” “Oui”, antwoordt een vrouw. “Oh super, alors je suis le même chemin.” We praten nog wat. Een fikse hagelbui. Rugzak beschermen. Mijn superregenvest van amper acht euro weet me droog te houden. Donder, bliksem en hagel wisselen elkaar af. Plassen zijn onmogelijk te vermijden. Het onweer kan me niet deren. Zonder notie van tijd stap ik verder. Een totaal vertrouwen. Pas na twee uur word ik mij ervan bewust dat ik inderdaad naar Wiemme aan het stappen ben. Geen twee kilometer, wel tien, sur place…de slappe lach volgt. Aangekomen in de kantine laat ik me verrassen met een krokante hotdog.

Een uur later zijn mijn kleren droog en ben ik terug op weg. Een volgende hevige onweersbui. Ik volg mijn gps en probeer de kortste weg te nemen. Een pad naast een militair domein. Gedonder boven mijn hoofd. Twijfel. Keer ik nu terug of wandel ik verder het bos in? Het regent pijpenstelen. In het bos verdwijnt mijn gps-signaal. Met dit weer voel ik me hier veiliger dan op een weg waar ze langs mij heen razen met de wagen. Het pad is onmogelijk te bewandelen. In de dikke modder voel ik hoe mijn schoenen wegglippen van mijn voeten. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik ga door. Eén met de natuur. Zonder bewegwijzering. Ik kijk rond. De uitgang. Waar? Ik volg de sporen van een dier. Lange grassen die plat liggen. Het licht van open terreinen. Grassen die aantonen dat er een waterstroom is. Het geluid. Allemaal signalen die me helpen hieruit te komen. Nooit gedacht dat ik dit zou durven. Tussen hoge bramen, netels en varens. Onder mijn voeten een zacht tapijt van dik mos. Paddenstoelen die een ondraaglijke geur afscheiden. Een open veld. Een prikkeldraad. De weg. Een bord ‘Baronville 1 km’. Mijn kortste weg werd de langste. Bijna twee uur voor een kilometer… Het bracht me vreugde, wijsheid en rijkdom. Blij dat ik het bos uit ben en fier dat ik het gedurfd heb en… amai wat een leerrijke ervaring. Op de weg steek ik mijn duim uit. Givet en dan naar Chooz. Een bezoek aan goede vrienden in Frankrijk. Michèle en Gerard ontmoette ik op mijn weg in 2014 richting Santiago de Compostela.

Rosière

Rosière

8  april 2015 – Aan de ontbijt tafel. Een telefoon rinkelt. Père Bruno kijkt af en toe in het rond met zijn hoofd gericht naar het plafond. Zijn handen zijn opzoek. De telefoon. Tevergeefs, onder zijn kleed is het moeilijk te vinden. Na een stevige babbel met een leerkracht die in de abdij komt herbronnen zet ik mijn weg verder richting de Franse grens. Ik voel dat ik me wat meer kan ontspannen.  Langs de Maas staat een vrouw ‘Rosière’ genaamd brood te geven aan de eenden en vissen. Haar accent verraad haar herkomst. (Ze draait haar r zoals ik deze gebruik in de franse taal rrrrr…). Voor Givet verlaat ik de Maas  voor een fietspad tussen hagen. Zonder ik het weet ben ik de grens overgereden. In de zon geniet ik van een picknick en een rustpauze in Givet. Met een leeg hoofd rij ik verlangend verder de laatste kilometers tot in Chooz waar Michèle en Gerard me opwachten. Een warme thuis met lieve mensen waar ik vorig jaar onderdak heb gevonden na een zware dag stappen.

Freÿr

Freÿr

Magneet

image

27 april – Ik wandel la Colline Éternelle af en volg de nieuwe bewegwijzering ‘La Voie de Vézelay’, via de Lemovicencis. De bewegwijzering gebeurd op regelmatige afstanden. Sedert ik Vézelay heb verlaten is er iets die als een magneet trekt in mijn rug. Ik sta stil en probeer te voelen wat er gaande is. Ik kijk achter mij. Vézelay is steeds zichtbaar en aanwezig in de rug. Ik adem diep in en uit. Dit gebeurt zo een paar keer. Het is vervelend. Tot wanneer ik in de late namiddag het nogmaals voel trekken in de rug. Ik sta stil, adem diep in en draai me terug om. De Basilique die nog steeds zichtbaar, is blinkt in het volle zonlicht. Ik wordt me bewust van iets ‘Jij bent het, jij bent het die als een magneet in mijn rug trekt’, het is de basilique zelf die de magneet is. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik wordt ambetant. ‘Wat moet ik nu doen?’, verder luidop sprekend tussen de grasvelden. Ik stel me de vraag , moet ik nu terug gaan op mijn stappen! Ik spreek haar terug aan ‘ Je te promèt , je revient, mes maintenant je dois d’abord finir ce chemin jusque a Compostelle’, vertel ik tegen de Basilique. Het is beloofd. Hmmm, ik kijk rond mij, niemand te zien. Pas vanaf dit bewustzijn verdwijnt de magneet en komt niet meer terug. Na uren wandelen hoop ik iets tegen te komen waar ik me kan neerzetten en iets warm kan drinken. Een bos uit gewandeld sta ik voor een groot kasteel/boerderij. In de voortuin een R4, een wagen waarop vermeld staat boulangerie-patisserie. Ik kijk nog even goed rond me. Heb ik wel juist gezien! Al uren geen mensen of winkels gezien, en hier staat nu een bakker. Als ze me zouden zeggen dat ik me in een sprookje bevindt dan zou ik het nog geloven. Een aardbeien taartje…hmmm. 16uur mijn benen beginnen moe te worden. Ik stop in Neuffontaines waar ik mag logeren bij de plaatselijke pottenbakker en er een plaatsje krijg in hun atelier. Terwijl het atelier een grondige schoonmaak beurt krijgt om er mij te laten overnachten (lief hé), help ik het brandhout naar binnen te dragen. Met een heerlijke groenten maaltijd en pruimen crumbl eindigen we samen onze avond. Nog voor het slapen gaan geniet ik van een ecologisch toilet met zicht op een kapel.

De eerste stap

20130729_182219_1_20140201132439573-2

De eerste stap naar Santiago de Compostela! De lichamelijke eerste stap zou april 2014 zijn, welke dag is nog niet gekend. Eigenlijk kwam mijn eerste stap al veel langer.

Deze zomer op mijn terugweg van Portugal naar België, zag ik een buizerd vliegen hoog boven de rotsen. De buizerd daalde om te rusten op een rots. Liudmila, mijn metekind was toen aan mijn zijde. Ik wou dit delen met haar en de buizerd laten zien. Ik parkeerde de wagen langs de weg. Terwijl we stonden te wachten tot de buizerd terug zou gaan vliegen, hoorden we op de achtergrond geklater van stromend water. We draaiden ons om en zagen er een brugje. Beiden nieuwsgierig wat er aan de andere kant van het kabbelend beekje was, kwamen we op een mooie open plaats met een kapel en wat verder zag ik de schelp van Santiago de Compostela. We waren blijkbaar op één van de wegen die leiden naar Compostela. Na een korte pauze keerden we terug naar de wagen. De buizerd zat er nog altijd. Ik dacht we hebben de buizerd niet zien wegvliegen, wel hebben we een mooie plaats ontdekt. We stapten de auto terug in. Kort erna vloog de buizerd weg. Kilometers verderop zien we een andere buizerd, we volgen hem met de wagen. Een oude abdij, een Sint Jacobschelp.