Regels

Ontwaken… een kop koffie op terras met Aurelie, we deelden samen een gîte. Een boekje valt uit haar rugzak op de grond… Een titel, een naam van de auteur ‘Liudmila…’. “OH, merci Aurelie. Cela me fais rappeler que je doit mettre mon téléphone sur la sonnerie.
Samen met Aurelie verlaat ik het dorp Pradelles. Een stad kan het niet meer genoemd worden, alles is er bijna dicht. De typische zuiderse galerijen, daar waar vaak kunstenaars of ‘artisan du pays’ te vinden zijn, zijn verlaten.

Op het einde van het dorp staat een vrouw met twee mannen te praten. ” A voilà des rondanneurs. Bonjour”, zegt de vrouw. “Vous les prenez pas avec vous sur le chemin.”, terwijl ze lachend kijkt naar de mannen. “Ah non merci je porte déjà ma grand mère avec moi !” We steken de hand op naar elkaar en zwaaien.

In mijn rugzak een foto, de paternoster, een kaarsje en een gedroogd roosje van de begrafenis van mijn grootmoeder….op weg naar het Zuiden.

In Langogne een eerste halte. Ik stap het toeristen bureau in. Een stempel voor mijn credential. “Vous faites quelle chemin. La Stevenson, la regordane ? “, vraagt de vrouw voor op de lijst van statistieken. “Aucun des deux, je fais le chemin de Marie de Magdala” “Ah, je connais pas.” “c’est bien possible je le crai mon même.” “Ah, vous m’avez u”.
Ik verlaat het bureau. De letter L geincrusteerd in de stenen.
Een bezoekje aan een prachtig Romaans kerkje die op een route des Templiers ligt.

In mijn rug hoor ik een sirène… De brandweer kazerne van Langogne. Het is middag. De vergezichten zijn subliem. Bossen van naaldbomen afgewisseld met velden en waar af en toe een dorpje te voorschijn komt.
De bermen zijn gekleurd in paars en gele tinten. Een huwelijk van de Centaurea en Sint Janskruid. Om de zoveel tijd staat een klein stenen bouwsel, waterputten.
Een strakke wind laat zich af en toe horen in de kruin van de naaldbomen. Hier en daar het geluid van een waterbron, omcirkeld door de geluiden van vogels en krekels.
In de verte grijze, witte wolken. Een onweer kondigt zich aan.
De zon kaatst op mijn voeten…

Een wagen raast me aan een snelheid voorbij in een doodlopend straatje. Een hond jankt… auw.
Wat verder de wagen. Ik ga kijken.
“Vous cherchez la route madame”, roept een lachende vrouw vanop haar balkon. “Non, je vient voir la voiture. C’est à vous ?” “Non à mon petit fils.” “Bhein dans la région en doit pas avoir peur de la ‘bête de Gévaudan’. Mes plus tôt de cette bête à 4 roue.”

Een rivier. Een dorpje. Een grasmachine. Een waterbron….ik geniet van het kolkend water die mijn drinkfles vult met verfrissend water rechtstreeks uit moeder aarde.

In een bos… het is er muisstil. Naaldbomen en grote rotsen. Verschillende energieën zijn er voelbaar. Harteklop… ik wacht en geef mijn lichaam de tijd om de omgeving op te nemen. Heel traag wandel ik rond. Ik neem contact met een rechtstaande kolossale rots… Het voelt zacht en gedragen.
Ik draai me om… en ga naar een platliggende rots. Mijn ademhaling versneld. De energie voelt te krachtig aan, ik kan het niet lang houden en verlaat de rots… Een diepe zucht…

”s avonds overnacht ik een dorpje met enkel 25 inwoners. Ik ben er genoodzaakt in de herberg te verblijven, in half pension. De burgemeester, eigenaar van de herberg laat wildkamperen niet toe. Jongeren vragen om er de tent op te zetten in een tuintje. Neen, is het antwoord. De mensen hebben schrik dat er een gele plek zichtbaar zou zijn in het gras… Hmm… We zijn midden de natuur… Beetje vreemd..
De extra regels van de Covid maakt het niemand gemakkelijk. Een slaapzaal van 12 kan enkel één persoon verblijven. Hebben de mensen schrik van de Covid of eerder schrik van de staat die macht uitoefend en zwaait met strenge sancties… Het laatste krijgt de bovenhand.

https://youtu.be/xeVFO1WtZcA

Marc

Gérard en Jean-Paul zijn vroeg uit de veren. Zittend in mijn slaapzak, geniet ik van het zien van de opgaande zon. Straks keer ik even terug richting de bar voor een heerlijke kop koffie om mijn dag te starten. Mijn lichaamsritme ”s morgens is wat meer te vergelijken met deze een locomotief …traag en evenwichtig volhouden in de dag.

Ik bevind me op de weg van Stevenson (Robert Louis Stevenson) een Schotse schrijver en zijn ezel Modestie, die in 1878 een voettocht ondernam van Le Monastier-sur-Gazeille naar Saint-Jean-du-Gard. Hij maakte deze reis ondermeer om een ongelukkige liefde te vergeten, maar als protestant was hij ook geïntrigeerd door de Cévennes, de streek waar zich in 1702-1704 “la guerre des Camisards” was.

In Landos, een aangenaam dorpje is er de plaatselijke wekelijkse markt. Een paar kraampjes met lokale voedingswaren. Honing, geitenkaas, fruit en gedroogde worsten. Ik spreek twee mensen aan, Marcel en Christiane. We staan er een half uur te praten over de markt, les gendarmes pendant le confinement, le village… “Vous avez tous ici les yeux éclatants à Landos ?” Twee vrolijke, hartelijke mensen.

Na een pauze op terras maak ik me klaar voor een volgende zeven kilometer. Het valt me op hoeveel wandelaars hier aanwezig zijn. De Stevenson is een veel gebruikte weg. Ik kijk nog even om, in mijn linker ooghoek zie ik een man in de rug. Mijn intuitie wordt iets gewaar.

Aan een fleur- en kleurrijk huis hou ik even halte. “Bonjour monsieur, il y a marqué ‘les écoliers’. C’était une école ?” “oui, il y a bien longtemps.” De man is een beeld aan het installeren op het poortje van het huis. “Ma femme dit que ce serait plus jolie la sur le mur.” “Bhein…”, met wat een voorzichtigheid en op deugniet wijze, “votre Dame je la donne raison…”. We praten over eetbare bloemen.. De man roept zijn vrouw door op de huisbel te duwen. Ze functioneerd niet. “Oh, Tous ce que je fabrique casse ou ne fonctionne plus.”,terwijl hij lacht. Zijn vrouw kkmt naar beneden. We blijven een tijdje praten en wisselen elkander ze naam uit.
“La croix et Rivière et ma grand-mère s’appeller Chapelle.”…

Later in de dag kruis ik wandelaars. Een paar meters nadien voel ik iemand in de rug. De jongeheer die ik in de rug zag in Landon. We beginnen te praten. Zijn ogen zijn verstopt achter zijn donker brillenglazen.
In het gesprek hoor ik het woord ‘para’. Mes alors votre Ange Gardien c’est St. Michel. De man die Marc heet krijgt kippenvel wanneer ik het hem vraag. Ik deel de bijzonderheid van onze ontmoeting. Op dezelfde manier werd ik iets gewaar en opdezelfde manier gebeurde de ontmoeting zoals met Jean-Paul op mijn vorige tocht. Ook Jean-Paul is para.

In Pradelles nodig ik hem uit op terras. Nadien bezoeken we samen het dorp en de kerk. Bij het binnenstappen in de kerk zie het eerste beeld, St. Marc. Benieuwd of Marc het zal zien. Ik wandel de kerk rond. Marc zit op een bank kijkend naar het beeld. Hij kijkt me aan en lacht. Ik lach terug. Ik kijk op en zie een glasraam waar de Aertsengel Michael staat uitgebeeld. We beginnen allebei te lachen. Uitleg was overbodig.

https://youtu.be/bb3Hin2Yz7w

Pradelles

Nachtuil

Vals-près-le-Puy

Naar de kathedraal… In een uithoekje van de kerk neem ik plaats en sluit ik mijn ogen. Iedere morgen wordt hier een misviering gegeven voor de pelgrims. Op het einde krijgen de pelgrims dan een zegen. “Vous faites le chemin. Vous allez à Compostelle? Allez y, mettez vous devant”, vraagt en zegt een vrouw in bijna porceleinen pakje. “Merci beaucoup madame. J’ai reçue ma bénédiction à Vézelay à la Basilique Marie Madeleine.” De vrouw stapt verder en komt even terug op haar passen. “Je vous prends avec dans mes prières”, voegt de vrouw eraan toe. Wat later komt een zuster naar me toe… “Allez y, allez y…”. “Merci ma sœur…” en ik herhaal wat ik tegen de vrouw zei. “Mes allez y c’est l’évêque…”. “Non, merci ma sœur”.
Ik hoor de man vertellen wat een pelgrim nodig heeft onderweg…. een bijbel, een paternoster ,…en op het einde “.. et il est indispensable, les pèlerins doivent s’aleger sur le chemin. Donc n’oublier pas de laiser la petite monnaye, cela vous évite du poids”….
Een metalen luik komt uit de grond, 2 grote metalen poorten openen zich. Een trap richting de stad wordt zichtbaar…. “Suivez la coquille”, hoor ik nog zeggen terwijl ik afdaal.
Beneden, aan een splitsing volgen twee mensen me. “Vous allez à Compostelle ?” “Oui, en suit le GR”. “” Ce n’est pas le bon GR. ” Ik keer even terug op mijn passen en toon hen de blauw-gele schelp.

Boven op een heuvel komen twee mannen mijn richting uit.
“Bonjour, vous faites le chemin de Saint-Jacques ? ” en terwijl ik de vraag stel zie ik in zijn handen de topogids van ‘le regardon’. “Non, la on terminé. Nous avons fait une boucle sur le Stevenson et le regardon. Saint-Jacques je les fait l’année passer. C’est la que on sait connue.”… des amis du Chemin.

De geur van koolzaad. Vlinders fladderen rond me heen.
‘un aire de repos pour les gents du voyage’. Allemaal witte caravans en witte wagens. Wat fijn om deze verandering te zien en dat men doorheen de jaren deze mensen een plaats heeft gegeven in de maatschappij en niet meer uitstoten worden zoals voordien.

De weg gaat vlot via open landschappen en vergezichten.
Een aangename energie komend vanuit mijn voeten stroomt zachtjes door meheen en blijft zalig hangen ter hoogte van mijn bekken… Deze energie herken ik en mag ik vaak gewaarworden op mijn weg. Fijn deze terug te ontvangen. Vrij, puur, zacht… Ik geef er aandacht aan, zonder een moeten of verplichting, zonder ze proberen vast te grijpen… zodat ze vrij kan blijven ronddraaien… Een van de fijnste en aangenaamste energieën die ik ken en die mijn lichaam voed. Ik zou het kunnen noemen, liefde bedrijven met het leven.

Op een brug hoor ik twee mannenstemmen. Jean Paul et Gérard. Jean-Paul draagt een leuk Sikkepitje met 3 pareltjes. Ik wandel wat mee met hen en we wisselen wat verhalen vanop de wandelwegen. Wat fijn om plots tussen twee mannen te wandelen, een gevoel van gedragen te worden. Ik geniet ervan.

Een broodnodige halte in een dorpje. Mijn voeten vragen rust. Ik ga aankloppen voor water…. “Vous avez pas de chapeau?” “Bhein si je l’ai enlever pour vous dire bonjour.” “Oh vous êtes mignonne.”
Ik haal een boekje uit, ‘prier 15 jours avec Etty Hullesum’… Een boekje die ik 1 jaar geleden van frère Bruno kreeg in l’abbaye de Leffe. Met de gedachten en een poging deze uit te lezen tegen ik aankwam in Dinant. Helaas.
Ik zet me op de boord van de bron en plons mijn voeten in het verfrissend water. De zon kaatst op het water reflecteert een dansend lichtspel onder mijn zonnehoed…

Een hond achter omheining kondigt aan. Zijn geblaf weergalmt in het dorp. De geur van de L’inde verwelkomt. Een man staat in zijn tuin. “Vous avez pas peur comme cela une femme toute seule sur le chemin ?” “Oh, non. C’est justement le chemin qui m’a enlever mes peur.” “Et vous allez où comme cela ?” “Bhein je cherche un endroit pour passer la nuit.” “Vous avez un matelas ?” “Non, j’ai envoyer à la maison. Je ne supporter plus le poids, qui pourtant étais léger.”

En zo beland ik in de moestuin van Pierre om onder de sterrenhemel in openlucht te slapen. Gérard en Jean-Paul hebben me vergezeld.
Ik zoek een plaatsje op het gras. Al snel vallen de twee heren in slaap en bewonder ik de wel vijf nachtuilen die kort over meheen vliegen. Wel een beetje schrikken, het is ook geen alledaags tafereel. Prachtig om te zien hoe de uil zijn kopje draait wanneer hij telkens over meheen vliegt en me aankijkt. Een hemels geschenk.

https://m.youtube.com/watch?v=boJTa3qBV7I&feature=youtu.be

Aiguilhe

Aiguilhe – Chapelle Saint Michel

Lyon, 6u30 in de morgen. Geen kat te zien.
‘Le train pour Le Puy-en-Velay entre en gare…’, zegt een stem door de luidsprekers.
Een groepje van vijf jongeren stappen mee in. Het is rustig. De trein conducteur komt me melden dat ik hem kan volgen in het volgend station. Mijn wandelstokken en rugzak deden hem vermoeden dat ik naar Le Puy-en-Velay ga.
Ik geraak ontroerd bij het zien van de landschappen. Bossen, ruines, kastelen, La Loir Sauvage… La nature dans toutes sa pureté. Een traan van vreugde rolt langs mijn wang. Mijn hart lacht. Ik dommel in.

Le Puy-en–Velay. De vele trappen opwaarts nemen me mee richting de kathedraal.
Een misviering is gaande. Hmm, na Vézelay, een hemelsbreed verschil. Klassiek, beetje autoritair en om dan niet te vergeten op het einde een grote omslag wordt in de handen geduwd.

In de ‘shop’ van de kathedraal vraag ik naar een overnachtingsplaats. In totaal zijn er nu 30 bedden beschikbaar voor pelgrims… al de rest is gesloten. Alles is bezet. Een zuster wandelt heen en weer…. Haar grijze pij is strak om haar gezicht, een paternoster hangt aan haar bruine lederen centuur. “Bonjour ma sœur avez vous la possibilité d’héberger une pèlerine svp”…. Een half uurtje later sta ik aan het vroegere Clarissen klooster… een huis, huisnr 3, chambre Clarisse.

In de namiddag ga ik naar Aiguilhe, naar de rots ‘Chapelle Saint-Michel’ gebouwd op restante van een oude vulkaan.
Na Monté San’t Angelo (Gargano, It) en Sacra di San Michèle (Turin, It) werd deze kapel gebouwd.. Nadien volgde Mont Saint-Michel…

In 2013, terug komend van vakantie met Tineke en Janus, volgde ik mijn instinct en hielden we hier een halte op de terugkeer. In deze kapel, toen verwoorde ik ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’…Nooit gedacht dat deze woorden die ik toen spontaan uitte ooit werkelijkheid zouden worden. Pas door een ontmoeting met een priester, op mijn weg in 2018 herinnerde ik me dit moment…. De start van mijn pelgrimeren

https://debelsjasmine.com/2018/06/06/fiorenzuola/

Het is er zo zalig vertoeven dat ik de tijd niet voorbij zie gaan. Een paar uur laat ik me onderdompelen door de aanwezig gedragen energie die hier heerst. Tranen vloeien zonder enige reden, een oneindige vreugde is voelbaar…
Heel blij dat de weg me hier terug naartoe nam… 7 jaren later.

Au Moulin

Saint Menehould

Ontwaken… Ik open wijds de ramen…De zon, een ree in het veld…van Chaudefontaine ga ik via de stad Sainte Menehould… Ik steek en brugje over… Op de muur in grote letters staat geschreven… Tony…
In een stadsparkje…
“Bhein, madame vous êtes bhein chargez.Voys allez ou ?”… “Vous conter arrive à quelle heures ?” “Bhein ce cera plus top dans 2 mois”. “Vous arrêter quand même ?” “Ah oui pour faire dodo.” “Bhein courage hein.” “Bonne journée à vous”. Zalig de vragen.

Bossen werden vervangen voor massa productie en voor het vee (Mais, gedroogde erwten, Luzerne..)
Een buizerd zweeft over het veld en balanceerd van links naar rechts en neemt af en toe een duik naar een prooi.

Verschillende mensen vragen me hoe ik mijn weg maak of hoe hij wordt gecreëerd. Hoe plan ik mijn overnachtingen.

Mijn pelgrimstochten ontstaan door ingevingen, het volgen van mijn instinct. Indien het mentale de overhand neemt, dan vloeit mijn weg niet.
Mijn overnachtingen worden niet op voorhand vastgelegd omdat ik nooit op voorhand weet waar ik terecht zal komen. Leven in het Nu, in evenwicht met mijn lichaam en de omgeving waar ik ben. Mijn lichaam is mijn barometer.

Zoals nu liggen bepaalde punten op de weg die van betekenis zijn van hoe mijn weg verloopt. Zoals Vézelay, voor de eerste keer geweest op mijn 1ste tocht in 2014 (België – Compostela)
Le Puy en Velay, daar waar ik ooit in 2013 ooit zei in een kapel (aertsengel Michaël) op een rots ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’. Nooit gedacht dat dit zou gebeuren.
Bugarach, die ik oorspronkelijk zou gedaan hebben in 2018. De weg wees me eerst een andere plaats aan. De tijd was niet rijp. Bugarach, waar ik vorig jaar voorstelde aan MiReille om me op die plaats te herdopen.
Sainte Beaume… L

Ik gebruik de app. Mapy.cz die me laat tonen waar wandelwegen zijn, ook handig want je kan er de hoogteverschillen zien.
”s morgens kijk ik waar ik ben. Ik typ in van punt À naar punt B. En dit kan nog veranderen volgens wat in de dag gebeurt of naar me toekomt en wat mijn lichaam vertelt.
Wat overnachting betreft. Ik klop aan en vraag onderdak, dit kan in een sportzaal zijn, kleedkamer vsn de voetbalclub, bij mensen thuis of buiten onder een onderdak… Meestal krijg ik onderdak bij mensen.

Aan de border van de velden Sint Jacobskruid, Sint janskruid, Knautia, Convolvulvus… Du blé et du blé barbu, de laatste vinden de everzwijnen blijkbaar niet zo fijn, het prikt op hun tong.

Mijn linkervoet doet wat pijn en voel dat ik er heel voorzichtig mee mag zijn. Een forse man in een 4×4 stopt… “Vous allez ou? Je vous emmené ? Je vais à Châlons.” “Oh, pourquoi pas, tient”… Op een horizontale lijn op de kaart rijden we richting Châlons. Op een splitsing waar hij naar boven gaat en ik verder richting het Zuiden mag, nemen we afscheid. “Merci beaucoup. C’était bien sympa et j’aimais pensez que j’aurais fait cela.” “Merci à toi de m’avoir tenue compagnie”, zegt de man. “Vous vous appelez comment monsieur ?” “Michel”. “Avec plaisir Michel. Au revoir”. Ik sluit de deur van de wagen. En die deze verdwijnen in de verte.
Drie wegenwerkers staan op de hoek. Een man spreekt me aan, “je vous offre un café ?” Een warme thermos, beker, oplosbare koffie…
Met een kopje warme koffie wandel ik nog een zes kilometer verder.
Mijn dag eindigt bij een graanmolen waar ik een huis wordt aangeboden met alles erop en eraan. Mijn kledij en schoenen krijgen een eerste machinebeurt.

Winterkoning

Monique

Het is grijs buiten en de regen hangt boven mijn hoofd. Hi, als mensen mij vroegen… en hoe doe je dat in de regen… heb ik altijd moeten toegeven dat regen een zeldzaamheid was op de pelgrimstochten die ik reeds wandelde.
In de toekomst zal ik dit echter niet meer kunnen zeggen, regen heb ik nu wel voldoende gehad.
Ik vertrek met 800gr minder in de rugzak. De bivizak en binnenzak zijn opgestuurd met de post richting de Pyreneeën.

Ik verlaat de GR 14 voor veldwegen. Ik ontmoet een vrouw Elaine en haar twee honden. We spreken over de natuur, dieren, wandelen. Een kort delen en ik wandel terug verder.
In de verte zie ik veel naaldbomen die er armtierig bijstaan. Vele naaldbomen hebben ze hier reeds moeten verwijderen nadat een insect die zich onder de schors zou bevinden ervoor zorgt dat ze sterven.

In een dorpje zie ik een grote winkelbus langs de weg. Yes, eten. Een bejaarde vrouw doet haar aankopen. “Bonjour mesdames. Qu’es que je suis heureuse de vous voir… Et toute cette belle nourriture… van alles en nog wat… suikergoed tot heerlijke verse groenten en fruit rechtstreeks van bij de boer.
” Vous allez ou comme ça ? “” Dans les Pyrénées Orientales. Allez retrouver une tante que j’avais perdu depuis plus que 20 ans aux moins et sur les traces de Marie Madeleine”. “Bhein didons c’est loin. Toute seule ?” “Oui”.
“Madame cela vous dit de prendre un petit dessert et de la partager avec moi. Vous avez envie ? Je prends le dessert et vous faites le café”, zeg ik terwijl de vrouw me aankijkt. “Bhein, oui. Et pourquoi pas”. Net vóór een nieuwe regenbui zit ik met Monique aan tafel. Samen een crème brûlée te eten…. we praten over kinderen, kleinkinderen – De tv staat aan – over de manifestaties… “OH, Il y a pas de guerre, je suis pas malheureux. Faut savourez la vie !”, deelt Monique verder met me.

In Ville–sur-Tourbe, ik bel aan. Er wordt gezocht naar een overnachting. Ondertussen zitten we aan tafel te praten over pelgrims, ontmoetingen en cijfers.” J’ai trouvé une personne qui veut t’héberger. Mes c’est pas dans le village. Cela vous va. Tu partira d’un autre endroit demain”, deelt Michel. “Oui, il y a pas de problème. Je me laisse guider. Et partir d’un autre endroit n’est pas un problème. Bon, il y a 6 ans j’aurai dit nom, mes si je ferai cela encore maintenant j’aurai rien compris au chemin. Donc avec plaisir j’accepte.” De fijne en gastvrije ontmoetingen. Dankbaar.

Buzancy

Buzancy, église Saint-Germain

Aertsengel Michaël, église Saint-Germain Buzancy

Onrustig geslapen en de aangename dorpsfeestzaal. Mijn benen hebben de ganse nacht blijven wandelen. Zoals beloofd aan Pauline ga ik naar heb toe om nog eens te zwaaien. Vandaag neem ik een rustdag zodat mijn voeten wat kunnen recupereren. Sedert gisteren zijn ze wat gezwollen en gespannen. Amandine stelt me voor om met haar mee te rijden tot in Buzancy. “Bhein oui pourquoi pas”. We praten nog wat bij om dan afscheid te nemen aan de kerk Saint Germain.
Met een prachtig portaal uit de 8°eeuw waar bovenaan een Merkabah te zien is.

Een vrouw spreekt me aan op straat. Plezier en vreugde. Ik draai me om ‘La Mairie’, Ik laat me leiden en ga er binnen. “Bonjourrr…?, zeg ik aan de dame die achter het bureau zit. Een spontaan contact ontstaat. De vrouw vraagt nieuwsgierig wat ik doe… en naar de rest van mijn wegen. We praten over Rocamadour, de verschillende plaatsen rond de Aertsengel Michael. De vrouw geraakt vreugdevol ontroerd. Een warm en fijn contact. Wat fijn om bewust te worden dat door de beweging die ik onderneem, door mijn Zijn, vreugde teweeg breng bij anderen. Een klein sprankeltje mag zijn in het leven van anderen. Mensen aanzet om hun eigen dromen waar te maken, en het duwtje mag zijn om de eerste stap hierin te zetten. En vice-versa door wat er ontstaat ik op mijn beurt mag ontvangen.
En te mogen weer eens gewaarworden dat niets zomaar is, en die kleine bevestiging van het leven doet deugd.

Ik kies voor de asfalt en kortste weg naar mijn eindpunt van vandaag. Na een 4 uur wandelen begint het hard te regenen, mijn voeten roepen naar rust. Ik steek mijn duim uit… een camionnette stopt… Oef, ik loop een paar meters. Een jonge kerel….We maken kennis. “Je m’appelle Jasmine et vous?” “Tony !.” “Merci, beaucoup de vous arrêter, j’avais les pieds en compotes.”, een paar minuten verder zet hij me af in Grandpré waar ik een kamer heb gereserveerd in een Chambres d’hôtes.
In mijn kamer een bad. Gevuld ga ik languit liggen, in volle overgave aan mijn lichaam laat ik me dragen door de warmte van het water…mijn lichaam wordt zwaar… Ik val in slaap.

Tillia/Linde

Église Saint-Médard Grandpré

Pauline en Augustine

Chémery-sur-Bar

Le Mont-Dieu, Chartreuse

Twee reigers vliegen voor me weg. De natuur ontwaakt. Een buizerd, een zwarte Wouw. Ik ben zo dankbaar om de buizerds, herten en andere dieren van zo dichtbij te mogen waarnemen. Dit is de eerste keer.

De geuren van de lange grassen, de Camille en wilde munt, de braamstruiken. Het geluid van de krekels en gezoem van vliegen insecten. De vogels… Ik heb de indruk een beetje in herhaling te vallen, de woorden schieten me echter tekort om er andere verwoording aan te geven aan wat de natuur me brengt.
Voor de eerste keer op pelgrimstocht voel ik een groot verlangen naar waar ik toe ga…De Catharen streek, op de voetsporen van Maria-Magdalena, het verlangen om mijn tante terug te zien en alsof onder dit alles een verborgen droom ligt die aan het ontwaken is. Ik geraak erdoor ontroerd terwijl ik het schrijf.

Het verlangen… Vaak hoor ik zeg, blijf verlangen. En hoewel het verlangen een fijn aanvoelen kan zijn, haalt het me ook uit het Nu.

Mijn lichaam is moe en ik ben aan rust toe. Mijn rugzak weegt te zwaar, ten koste van mijn fysieke kracht. Morgen zal ik even neuzen wat weg kan met de post. Ook al ben ik fysiek wat moe, ik geniet van al het moois rondom mij. All-Een zijn met de natuur.

In het bos veel uitgedroge poelen en grachten.
Naast mij wandelt er iemand mee… mijn silhouet, een stok met krul boven het hoofd. Doet me denken aan Mary Poppins. Hmm, zou ik ook de lucht ingaan indien ik mijn hielen tegen elkaar zou slaan.

Een halte aan Le Mont-Dieu, een vroeger Kathuizerklooster van de periode 1100. Een stukje stokbrood, een makreel doosje, en vers geplukte kersen gekregen van Jacques en Fabienne, weten me te smaken.

Ik wandel van het ene pitoresk dorpje naar het ander. In Oches, spreek ik Nelly en Gérard aan. Beiden zitten onder een afdak van hun hoeve kruiswoordraadsels te maken. Aan de muur, een wafelijzer, hoefijzer, een pan… en in het klein er tussen een plaats voor Mannekenpis. “Je prendre en photo le Mannekenpis ?”, vraag ik Nelly. Ze begint wat gegeneerd te lachen. “Il lui manque un morceau… le tire-bouchon”. “Ah, j’avais même pas vue” en de vrouw begint nog meer te lachen.

De laatste kilometers van de dag… Nog 2,6 km… Pfff… een fikse helling… De beloning was groot. Een heel gezellig dorpje met vriendelijke inwoners. Saint-Pierremont. Ik zet me op een bankje want mijn benen kunnen niet meer. Mijn schoenen vliegen af… naast mij een man van in de 70. We praten over het dorpsleven. Of er iets is voor ontspanning. De bar bestaat reeds 25 jaar niet meer. De man woont samen met zijn zus die 96 jaar is. Wat verder huppelen twee kleine meisjes. Wat later ga ik richting het huis van de twee meisjes Pauline en Augustine. Ik spreek de mama aan voor een eventuele in de feestzaal, haar man is de burgemeester van het dorp, wist de bejaarde man me te vertellen. De vrouw nodigt me vriendelijk uit om te relaxen in de zetel en vraagt of ze me plezier kan doen met een koffie. Ik zeg geen neen. We voelen ons al snel goed bij elkander en beginnen te spreken over energie, horoscopen, het dorp, wateraders, énergie, ondergrondse hangen,… Ik eindig de avond in familie met schatten van mensen.. Amandine, Loic, Pauline, Augustine… en wat beleven we plezier. En voor wie mijn wegen volgt… wat komt er terug…. 3, Michèle, 7….

Ik eindig mijn avond in de feestzaal waar ik mijn matras en bedje klaar maak.

‘Un village un peut bizar qui surgis de nulle part…’

In de verte Saint-Pierremont

Erdal

De Linde

Uitzicht op Sedan

Ontwaken… in het bed van Erdal… De lieve man verliet gisterenavond zijn woonst om mij deze ter beschikking te stellen. Voor hij vertrok hadden we een boeiend gesprek over het Ottomaans rijk, de Koerden, Turken, Alevieten… over zijn familie en hoe hij naar hier kwam, zijn vrouw.
Over een scheiding in het begin van de lockdown periode… en hij is niet de enige en eerste. Op 14 dagen tijd heb ik 4 mannen ontmoet die in dezelfde periode gescheiden zijn.
Wat me vooral opvalt is een terugkerend patroon in relatie tot/of geweest. .. voldoen aan de ander, door zichzelf te verloochenen om graag gezien te worden. En dan na een ontgoocheling of breuk er niet durven open over praten met naasten uit angst met de vinger gewezen te worden en uit trots. Om dan terug meer afstand te nemen van zichzelf en eigen verlangen.

FB brengt me een herinnering. Het moment waar ik in 2018 midden de Apenijen, op vaderdag mijn papa belde om zijn verjaardag, vaderdag te vieren en niet opnam. Het begon toen dikke druppels te regenen en zorgde ervoor dat dikke tranen vrij kwamen…

2 jaar later…. een paar maanden geleden net vóór de lockdown was er voor mij geen scheiding, wel terug verbinding. Ik belde mijn papa… hij nam op.
Sedertdien hebben we regelmatig contact… deze keer niet meer uit éénrichting… dit is nieuw… wel uit beiden en dit voelt zogoed en bevrijdend. Na de lockdown mocht ik mijn papa terug zien. Weliswaar in een niet zo gezonde situatie, zijn hart… Ik verbleef er drie dagen om hem te ondersteunen, helpen en om nabij te zijn. Drie dagen later kwam hij erdoor. Gelukkig.

En wat een synchroniciteit in mijn leven.
Het terug vinden van mijn tante en ons open delen. Het durven aan haar delen en voor de eerste keer, “je n’ose pas”. “Tu n’ose pas qoui ?” “Faire l’amour avec un homme”.
De man die ik een paar dagen geleden ontmoette en zijn verhaal vader/dochter relatie. Erdal die me open vraagt “Vous êtes marié… vous avez un copain… Mes alors vous êtes encore….”.waarna hij wat verwonderd kijkt en deelt hoe vrouwen hem benaderen.

En wat een groei ik binnenin mezelf mag voelen.
Patronen die verdwenen zinn en waar een enorme bevrijding in de plaats is gekomen.
Ooit zei iemand, een paar jaar geleden” maak je geen illusie dit komt nooit meer goed”. Ik zeg, “het komt altijd goed” en daarom niet zoals men verlangt of hoe het was en gelukkig ook, wel door een evenwicht te zoeken in relatie tot zichzelf in de eerste plaats en met de ander. Elkaar zichzelf laten zijn en grenzen aannemen en aangeven op het juiste moment. Durven spreken en uiten zonder in gevecht te gaan, wel vanuit Liefde. In Liefde Zijn, laat deuren open.

Een ouder en kind verlaten elkander nooit. Er blijft altijd een zekere verbinding. Het zijn de patronen die ervoor zorgen dat de verbinding niet op een gezonde manier kan verlopen en voor afstand zorgen. Afstand met jezelf, afstand met de ander. Koppigheid, rancuneus, trots…. Is dit niet spijtig.

Zo is deze weg deels ontstaan, omwille dat mijn oma weigerde terug contact te nemen met haar kind vóór ze is heen gegaan. Later hier meer over.

Ik geniet van de Open velden, De graanvelden, de natuur elementen. De geur van de bramen die vrijkomen door de zon die erop schijnt. Langs de weg talrijke wilde aardbeien. Ook al is het verleidelijk, ik laat ze staan. Omwille van de ‘vossenziekte’. Eén keer is genoeg.

In het dorp Bulson, leg ik mij op een bank midden het plein. Schoenen uit, benen in de lucht… Ik val in slaap… Een half uurtje later ontwaak ik door mijn eigen gesnurk… Oeps…
Mijn dag eindigt in Chémery-sur-Bar bij Jacques en Fabienne. Jacques heeft deels een deel van de Camino gewandeld en het spoorde hem aan om zijn huis in de toekomst te openen voor pelgrims op de weg. Ik mocht hun gastvrijheid inwijden.

Dankbaar om wat op mijn weg reeds kwam en nog zal komen.

Een halo

Chémery-sur-Bar

Sedan

Beneden hoor ik stemmen, de tv. Zaterdagochtend, tekenfilms. Dit doet me denken aan mijn jeugd en de zovele zaterdagen dat ik voor de beeldbuis zat te kijken naar hun ochtendprogramma…

Ik verlaat Corbion… richting de Franse grens. Ik voel dat de tijd er rijp voor is… het is tijd om te gaan, om mijn grote vleugels te openen. De heerlijke frisse geur na een onweer, komt me tegemoet. Een verjaardag wordt gevierd. Mijn vader.

Een bord wijst de weg naar ‘Maison de verlaine’, laat ik het noemen een ruïne.

Op een open vlakte sta ik stil…ik wordt de frisse wind gewaar die zoete natuurlijke geuren met zich meebrengt. De zon verwarmt mijn hals. Links achter hoor ik het geroep van de buizerd… Ver weg het geblaf van een hond… Vliegende insecten, vliegen rond me heen… Ik laat me onderdompelen in een bad van vogelgezang. Het hevig onweer heeft opgekuist…

“Quesque vous avez trouvez la”, vraagt een man mij op een landweg. Hij zag me voorovergebogen. “Oh je prenais une photos des Camomilles.” “Ah, il y en a la !” “Oui, mes je vous les conseille pas de les ceuillir à cette endroit. Le fermier traité son champ.

Zonder ik het doorheb heb de grens overgestoken. Zalig, geen barrière, wegenborden… Gewoon open, zonder meer. De twee landen verbonden.

De GR14 neemt me mee via bossen en landelijke wegen. En langs indrukwekkende militaire begraafplaatsen. In de verte is Sedan zichtbaar. Ik vermijd het centrum. In een kleine bar neem ik plaats en vraag of iemand mij kan helpen voor een overnachting. Al snel komt er ongepaste/misplaatste humor naar boven. Ik laat het voor wat het is en geniet van de rust… Daarna volgen er meer nieuwsgierige vragen waar ik graag op antwoord. Een aangenamere sfeer kwam al snel in het kleine café. Waar we zelf plezier beleven en een fijn delen is.

Na de pauze neem ik terug de rugzak op de rug, zet buiten een paar stappen. Mannen werken op een stelling en repareren een façade. “Bonjour connaiser vous une personne qui pourrais m’héberger pour la nuit.” De vier mannen, spreken elkander aan in een vreemde taal. “Oui, mes faudras attendre une heure.” “Pas de problème, j’attendrais au bar. Merci, beaucoup cela me fait un grand plaisir.” Ik stap terug de bar in, “Voilà, trouvé”. Straks mag ik mee met Erdal.

Sedan