Mille grazie à tuti

Ik wil graag iedereen bedanken die het mij mogelijk hebben gemaakt, geholpen, gesteund, in woorden, in daden, in kleine gebaren, in het nabijzijn of verweg, … Ieder individu, ieder wezen… Aan de mensen die mijn hart hebben weten te raken in alle opzichten.
De niet te vergeten organisaties met zijn vele vrijwilligers die ervoor zorgen dat wegen uitgestippeld worden, het uitzoeken van de treffelijke accomodaties en die zich blijvend inzetten met enthousiasme om het de pelgrim mogelijk te maken te pelgrimeren zonder teveel zorgen. Grote Routepaden in België, Grande Randonnée, via Francigena in Frankrijk, de Via Francigena, Via Francigena del Sud, Via Mikael, de Jacobus vereniging in Italië. MILLE GRAZIE À TUTI

Ijzerkotmolen

 

img_20180402_2334324633764917636080375.jpg

Munte

Na vier dagen kamperen in eigen huis, een overnachting in een voor mij gekend bed bij vrienden.

Het is fris buiten, mijn muts en handschoenen zijn niet overbodig. Via gekende dorpen zet ik mijn tweede dag in. Het gevoel van volledig weg zijn, is er nog niet ten volle.

Langs de wegen staan vol ontluikende bomen. Lente is op komst. De eerste lente bloeiers zijn aanwezig. Forsythia en krokussen kleuren de bermen geel.

Af en toe wandelen ik langs een frisse zoete geur. De Skimmia. Ik blijf voor de plant staan en laat me bedwelmen door zijn overheerlijke geur.

Van landskouter naar Munte. Op een grote baan, mij niet onbekend, kies ik om rechts af te slaan en een goeie dag te gaan zeggen aan de kleine Lena en haar mama en papa. Een deugddoende pauze.

Altijd wel fijn om je laten te verrassen door de weg, een voordeel van niets vast te zetten en te genieten van wat op je afkomt. Zo kom ik aan in Dikkelvenne en bel ik op het onverwachts aan bij Marleen. De tijd van een koffie, een babbel en hup…

De GR 122 neemt me mee via landelijke wegen richting de Vlaamse ardennen. Naar de avond toe stop ik in een ijzerkotmolen om iets te eten. De tijd is hier stil blijven staan. Een openhaard verwarmt de ruimte en is meer dan welkom. Als ik mijn maaltijd wens te betalen krijg ik te horen ‘met plezier geschonken door het huis, neem ons mee in gebed naar Compostella’. Dit is altijd even wennen wanneer een maaltijd zomaar wordt aangeboden, en toch o zo dankbaar en kan ik het met open armen ontvangen.

Na een half uur stap ik nog verder langs de Zwalm. De avond is in aantocht, tijd om een overnachting te zoeken. Na drie maal aankloppen wordt ik met open armen ontvangen bij Els, Piet en Amber. Rocky een herdershond laat me zonder enig probleem toe in het huis en ontwijkt niet van mijn zijde. Een grote levende knuffel. In de zetel val ik diep inslaap op weg naar…dromenland.

 

img_20180403_0452093274727127599005053.jpg

Zwalm

Pelgrimszegen

img_20180403_0504148995738626880282414.jpg

Jeannette

1 april 2018.

Een bezoek aan mijn bovenbuur vrouw Jeannette. Een bijna 90 jarige (14 april) en in superform voor haar leeftijd. Het daglicht schijnt op haar rechterkant. Haar ogen glinsteren, ‘oh, ik gau nu min cremekarre nie mej hoaren’ (ze bedoelt het geluid van haar deurbel). We krijgen beiden de slappelach. ‘Wa go ik joan missen’… Het raakt me en voor de eerste keer laat ik dit woord toe. Ik vond dit altijd vervelend wanneer me iemand dit me zei, ik duwde dit af. Afhankelijkheid, afscheid… koppelde ik hieraan. Het komt binnen en voor de eerste keer voelt het goed en juist in mijn beleving en kan ik het toelaten. Iemand betekenen voor iemand en vice versa…

Bij een andere buurvrouw Francine. Hebben we een fijn en boeiend gesprek rond geloof en wat het voor elk van ons betekent. Een half uur later zet ik mijn voeten op de Gentse kasseien en de naam van het appartement ‘Esperanza’ verdwijnt om de hoek.

De klokken van de Sint-Baafskathedraal beginnen te luiden voor de paasviering. Vrienden zijn aanwezig. Hartverwarmend. Ook mijn ‘zus’ is er (dochter van mijn moeder haar tweede man), deze winter mama geworden van de kleine Lena. Op het einde van de viering vraagt bisschop Luc Van Looy me naar voor in de overvolle kathedraal voor de pelgrimszegen. ‘Er is hier een hij of is het een zij die naar Compostella vertrekt’… Ik vond dit gepast hij of zij… Noch het een noch het ander, ze voelt het voor mij. Met een rustige en stevige stap komt Mgr Van Looy voor me staan. Mijn ademhaling wordt dieper. Een diep verbonden contact… Zijn handen rusten elk op een schouder. We kijken elkaar aan… Ik sluit mijn ogen… Ik voel een hand op mijn hoofd. Het voelt stevig, beschermend… De zegen… We delen nog wat woorden… In schoonheid en verbonden geraakt…

Na de viering neem ik afscheid van mensen die me genegen zijn. Innige knuffels worden gedeeld. Een kruisje op mijn voorhoofd, een kaartje, een klein geschenk… Een foto. We verlaten samen de kathedraal via de middenbeuk. Nog even een goede dag aan monseigneur. Een stevige hand… ‘Je eindigt je weg terug langs hier’ vraagt de bisschop. ‘Absoluut’, antwoord ik terug.

Een zwaai langs hier, langs daar. Mensen komen me een goede weg wensen. Mensen die geraakt zijn door mijn vertrek. Dankjewel aan jullie die aanwezig waren. Het voelde zo goed. Nogmaals een dikke knuf.

Samen met vier stappers Lut, Koen, Els en Franky zet ik mijn eerste stappen richting Assisi. Een bijzondere ervaring om samen met anderen te stappen. Ideeën, vraag en antwoord worden gewisseld. Via de Schelde verlaten we Gent richting Melle. Aan het station in Gontrode nemen we afscheid. Een groepsfoto en ik zet mijn weg verder door het bos op weg naar vrienden voor mijn eerste overnachting.

img_20180401_2230004013564038682935226.jpg

Kunstenaar en bijenhouder Jef Wynants

Veer – Plume

 

sdr

Dans tous les coins de la pièce des toiles d’araignées. Au-dessus de ma tête de longs rubans, dans lesquelles les cheveux restent collés lorsqu’on les approche. Ils sont couverts de mouches. Il n’y pas encore longtemps, et avec tous le respect due au personnes qui y habitent, je ne serais pas rentrée dans cette pièce. Je n’aurais pas su y dormir, par peur. Simplement à cause de l’inconnu. Maintenant je suis ici, installée à une table en compagnie de deux jeunes qui savant ce qu’ils veulent. Détendue, je profite du petit-déjeuner qu’on partage. Que cela fait du bien de jeter un regard en arrière de temps à autre et de constater mon évolution.

Des cheminées sort encore toujours de la fumée blanchâtre. Les gens allument leurs feux de bois. Dix-sept degrés dehors et des maisons difficiles à chauffer. J’entends de la musique dans l’église de Cunjon. Je prends place dans le portail. À gauche l’orgue, des voix, un espace clos. Sur ma droite, la nature, les oiseaux, un espace libre. M’appuyant sur mes bâtons de marche je laisse les deux venir à moi.

Un peu plus tard dans le bois. Le bruit de coups de feu, ils se succèdent très rapidement.

Des chiens. On chasse au mois de juillet? Je me fais des soucis. Qu’est-ce qui me ferais le plus peur, un fusil ou un sanglier? L’odeur pénétrante du Phallus Impudicus flotte dans l’air. Je vous épargne le nom populaire de ce dernier. Il me serait inapproprié de le citer ici. Ils poussent en masse entre les aiguilles des arbres se trouvant sur le sol.

De temps à autre je caresse la plume de la buse. La pluie, le vent, une poussée contre mon sac à dos, les branches… la plume à défier tout cela. Voici quelques jours elle était complétement mouillée, elle était dans un piteux état. Et voilà que, elle est à nouveau sur mon chapeau, comme si elle venait de quitter la buse. Sa couleur et sa forme sont revenues. Chaque barbe est à nouveau à sa place dans le magnifique ensemble. Ressort. Peut-être que c’est cette caractéristique qui me relie à la buse. Mon propre ressort.

GPX Bestand Chiny – Tintigny

Veer

In alle hoeken van de ruimte, spinnenwebben. Boven mijn hoofd van die lange linten die, als je er tegenaan loopt, in je haren kleven. Ze zien zwart van de vliegen. Nog niet zolang geleden, en met respect voor wie er woont, zou ik deze ruimtes niet hebben kunnen binnentreden. En er ook niet kunnen slapen, uit angst. Gewoon omwille van het onbekende. Nu zit ik hier met twee jongeren aan tafel die weten wat ze willen. Ontspannen geniet ik van een ontbijt samen met hen. Wat voelt het goed om eens achteruit te kijken in de tijd en mijn groei te kunnen zien en voelen. Uit de schoorstenen komt nog altijd witte rook. Mensen steken hun haard aan. Zeventien graden buiten, en huizen die niet kunnen opwarmen.

Ik hoor muziek in de kerk van Cunjon. Ik ga in het portaal staan. Links het orgel, stemmen, een gesloten ruimte. Rechts, de natuur, de vogels, openheid. Leunend op mijn wandelstokken laat ik beiden op me afkomen.

Wat later in het bos. Het geluid van geweerschoten, ze volgen heel snel op elkaar. Honden. Is er nu jacht in juli? Ik maak me zorgen. Wat zou me nu het meest bang maken, een geweer of een everzwijn? Een overweldigende geur van de Phallus impudicus zweeft hier door het bos. De volkse naam van deze paddenstoel laat ik in het midden. Het zou hier wat ongepast zijn. In massa groeien ze hier tussen de afgevallen naalden van de bomen.

Af en toe streel ik over de veer van de buizerd. Regen, wind, een duw tegen mijn rugzak, de takken… de veer heeft het allemaal getrotseerd. Een paar dagen geleden was ze volledig nat, ze zag er niet uit. En zie, ze steekt terug op mijn hoed alsof de veer net de buizerd heeft verlaten. De kleur en de vorm zijn teruggekomen. Elk afzonderlijk baardje hangt terug als een prachtig geheel aan elkaar. Veerkracht. Misschien is het dit wel dat me zo nauw verbindt met de buizerd. Mijn eigen veerkracht.

 

Monceau-en-Ardenne

 

dav

Monceau-en-Ardenne

Pendant que je laisse la tente sécher au soleil, je vais me chauffer près du chauffage au bloc sanitaire. Il fait froid et humide pour la période de l’année. Une fois mes vêtements réchauffés et la tente ‘flipflop’ repliée, je quitte le camping. J’emprunte le sentier de la GR et en suite des chemins de campagne. Village après village. Direction Monceau-en-Ardenne. À hauteur de plusieurs maisons, des bacs en bois. ‘Nourriture à partager. Incroyables comestibles’.

Mon canif. Quelques feuilles de salade fraiche, un peu de persil. Des légumes pour ce midi. Des villages apparaissent derrière un tournant ou une montée. Des panaches de fumée blanche s’échappent des cheminées

Monceau-en-Ardenne, une église Saint-Jacques, une porte close. La voisine, Jeannine, me montre comment me rendre chez Chantal, ’la sacristine’. Un café m’est offert, ma gourde remplie d’eau. Une conversation ayant comme sujet les faces cachées d’une maison nouvellement achetée. Jeannine me raconte que, dans cette région, beaucoup de maisons n’ont pas d’électricité et d’eau courante. Je vais à la recherche de Chantal. Derrière moi, haut dans le ciel, j’entends deux buses. D’un mouvement fluide, et en planant elles forment des cercles et montent. Je continue ma marche et sens que je m’éloigne du village. Doute, suis-je bien sur le bon chemin? Je demande. “Vous êtes trop loin”, me dit quelqu’un du voisinage en me montrant du doigt la bonne direction. Demi-tour. Arrivée chez Chantal, personne à la maison. Un voisin m’adresse la parole “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village” en effet après cinq minutes je me trouve déjà dans sa voiture, elle avait été prévenue que quelqu’un la cherchait. Chantal, une femme active, me raconte en quelques mots l’histoire de l’église Saint-Jacques, sa vie de grand-mère et sa vie dans la commune. En dix minutes de temps c’est comme-ci elle m’avait raconté toute sa vie. L’église Saint-Jacques est petite et charmante. Cette église vient juste d’être reconnue comme étant sur le chemin de Compostelle. Deux statues de Saint-Jacques, dont l’une date de l’an 1600, la statue fut déterrée dans le jardin du curé. Après une visite à l’église Chantal m’emmène chez un homme. Son nom m’échappe. Au-dessus de sa maison les deux buses auxquelles je n’ai plus prêtée attention. Il me remet une copie du tampon de Saint-Jacques. Le tampon dont on se sert pour poinçonner le credential. Entretemps le soleil apparait. Ces rayons font du bien à ma peau. Je continue jusqu’à Oizy. À la ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ se trouve un vieux tilleul. Tu peux t’y rendre les yeux fermés, car à partir d’une certaine distance, l’odeur est grandiose. Sa circonférence est énorme.

Plus loin une halte dans un B&B ‘La chasse aux trésors’. Une conversation agréable dans un cadre enchanteur. La femme hospitalière m’offre un morceau de pudding et un chocotoff pour la route. Mon enfant intérieur est content lorsqu’il arrive en marchant à visualiser le chocotoff comme par magie. Un cerf est dérangé durant son bain de soleil et s’éloigne en sautillant.

Le soir je rencontre François. Un contact facile. Sa maison, une vieille grange. Une grande partie de l’intérieur est construit avec du matériel de récupération. Chaque recoin m’étonne et me fait sourire. Muni de dextérité, et de créativité pouvoir construire son propre nid, j’en rêve. Chaque fois ajouter un nouveau morceau pour créer l’harmonie. C’est ce que je ressens dans cette maison et chez cet homme en harmonie avec lui-même et son environnement. Même si ce n’est pas dans les normes de la société et des revues. Tout est parfaitement fini. Je pourrais dire la perfection dans l’imperfection, divin. À la lumière d’une bougie, un thé, un feu ouvert, la journée se termine par une conversation intense et captivante sur ce que la vie peut impliquer et sa richesse.

GPX bestand Vencimont – Bellefontaine

GPX bestand Bellefontaine – Corbion

Monceau-en-Ardenne

Terwijl ik de tent laat drogen in de zon, ga ik me opwarmen in het sanitaire blok. Het is koud en vochtig voor de tijd van het jaar. Nadat mijn kleren opgewarmd zijn en de ‘flipfloptent’ opgevouwen is, verlaat ik de camping. Van het GR-pad via landelijke wegen. Dorp na dorp. Richting Monceau-en-Ardenne. Aan verschillende huizen staan houten bakken: ‘Nourriture a partager. Incroyables comestibles’. Mijn zakmes. Een paar verse blaadjes sla, wat peterselie. Groenten voor deze middag.

Dorpen verrijzen na een bocht of helling. Uit de schoorstenen komen witte rookpluimen. Monceau-en-Ardenne, een Sint-Jacobskerk, een gesloten deur. De buurvrouw, Jeannine wijst me de weg naar Chantal, ‘la sacristine’. Een koffie wordt aangeboden, mijn fles bijgevuld met water. Een babbel over de verborgen kantjes van een pas aangekocht huis. Jeannine weet me te vertellen dat vele huizen geen stromend water en elektriciteit hebben in deze regio. Ik ga Chantal opzoeken. Achter mij hoor ik hoog in de lucht twee buizerds. In een vloeiende beweging en al zwevend draaien ze in cirkels naar omhoog. Ik wandel verder en voel dat ik afwijk van het dorp. Twijfel, ben ik wel juist? Ik vraag even na. “Vous êtes trop loin”, vertelt een buurtbewoner en wijst met zijn vinger in de juiste richting. Terug. Aangekomen bij Chantal, niemand thuis. Een buurman spreekt me aan: “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village.” Inderdaad, na vijf minuten zit ik al in haar auto, ze werd al op de hoogte gebracht dat er iemand naar haar op zoek was. Chantal, een actieve vrouw, vertelt me in het kort wat over de Sint-Jacobskerk, haar leven als grootmoeder en haar leven in het dorp. In tien minuten is het alsof ik haar hele leven heb gehoord. De Sint-Jacobskerk is klein en charmant. Deze kerk is pas erkend als kerk op de weg naar Compostela. Twee beelden van de Heilige Jacobus, waarvan eentje uit het jaar 1600, opgegraven in de tuin van de priester. Na het kerkbezoek neemt Chantal me mee naar een man. Zijn naam ontsnapt me. Boven zijn huis zijn de twee buizerds aan wie ik geen aandacht heb gegeven. Ik krijg van hem een replica van de Sint-Jacobstempel. De stempel die men gebruikt in de credential.

Ondertussen is de zon van de partij. Haar stralen doen me deugd op de huid. Verder naar Oizy. Aan de kapel ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ staat een oude linde. Je kan er vanaf meters afstand met je ogen dicht naartoe stappen, de geur is overweldigend. De stamdikte is enorm. Verder een halte in een B&B ‘La chasse aux trésors’. Een gezellige babbel in een prachtige omgeving. De gastvrije vrouw schenkt me broodpudding en een Chocotoff voor onderweg. Het kind in mij is tevreden wanneer ik al wandelend het beeld van de Chocotoff voor mijn ogen kan toveren. Een ree wordt gestoord bij het zonnebaden en huppelt weg.

‘s Avonds ontmoet ik François. Een vlot contact. Zijn huis, een oude schuur. Een groot deel van het interieur is opgebouwd uit recuperatiemateriaal. Ieder plekje brengt verwondering en een glimlach op mijn gezicht. Met wat handigheid en creativiteit een eigen plek kunnen maken, daar droom ik van. Telkens een nieuw stuk in het creëren van harmonie. Zo voelt de woonst en deze persoon, harmonieus met zichzelf en zijn omgeving. En ook al is het niet binnen de normen van de maatschappij of de boekjes, alles is perfect afgewerkt. Ik zou kunnen zeggen de perfectie binnen de imperfectie, zalig.

Bij kaarslicht met een thee voor de open haard eindigt de dag met een intens, boeiend gesprek over wat het leven met zich kan meebrengen in haar ‘rijkheid’ (rijkdom voelt voor mij hier niet juist).

 

Wallonië

 

img_20160614_225114.jpg

Aujourd’hui commence mon parcours qui reliera les églises Saint-Jacques de Wallonie avec celles des Flandres. Pas de description du chemin. À la rencontre d’une nouvelle aventure. C’était un peu chercher pour savoir comment relier le triangle Aalbeke – Tournai (Doornik) – Renaix (Ronse). Des livres, des cartes topographiques… un puzzle complexe (un exploit). ‘Oh Jasmine! Et un gps’, me dit une petite voix intérieure.

Le premier pas était fait vers l’achat d’un gps de randonnée. Quelle facilité. Ne pas lire de carte, marcher en toute liberté.

Les longs mois sombres durant lesquelles je suis restée inactive, se font sentir physiquement.  Mon bassin et ma colonne vertébrale inférieure me lâchent. Je marche très attentivement.

Il est midi, je me trouve quelque part en plein milieu des champs aux environs de Dottignies (Dottenijs).

La première coquille, au-dessus est écrit: ‘Bienvenue en Wallonie’. Cela s’entend et ce ressent, lorsque je rencontre les premières personnes. ‘Bonjourrr’ , avec un r qui roule. Des petits villages pittoresques. Bien que j’ai connue ces villages dans mon enfance, je ne les ai jamais trouvés pittoresques dans ce temps-là. Près de Herseaux, à hauteur d’un rond-point nouvellement agencé, se trouve un centre floral. Je cherche la GR. Gauche, droite, retour sur mes pas… je ne la trouve nulle part. Le gps me dirige à travers le centre floral. Le magasin a été construit en plein sur le sentier de la GR. Et hup, disparu le sentier GR… hmmm et maintenant? Inconnu, de toutes les personnes auxquelles je m’adresse.

Je demande conseil à un couple. Je leur demande: “Vous connaissez un peu les environs?” “Oh tu participes à l’émission de télévision, tu sais bien celle… heu… juste après le journal…”, me demande la femme. Je lui réponds par un sourire.

Je parcours le parking longeant le bâtiment, débris, hautes herbes… trouvé! Je traverse la rue très fréquentée. Evregnies, le village des sabots, direction Pecq. Je loge chez mon frère cadet et ma filleule Liudmila.

Un peu de cuisine. Un peu d’aide avec les devoirs. Arithmétique, pas mon fort et certainement pas quand il y a des traits entre les chiffres. J’apprends. Temps d’aller dormir. D’abord encore se blottir l’une contre l’autre. Un selfie, une photo que tu fais de toi-même. On est comme deux ados. Mon cœur est content.

On éteint la lumière. Bonne nuit.

GPX Bestand Rollegem à Mont-de-l’Enclus

Wallonië

Vandaag begin ik aan de tocht waar de Jakobskerken van Wallonië verbonden zullen worden met die van Vlaanderen. Geen uitgestippelde weg. Een nieuw avontuur tegemoet. Het was even puzzelen hoe ik het driehoekje Aalbeke – Doornik (Tournai) – Ronse (Renaix) zou verbinden. Boeken, topografische kaarten… een huzarenstukje. ‘Oh, Jasmine! En een gps’, zei een klein stemmetje. En zo kwam de eerste stap naar een wandel-gps. Wat een gemak. Geen kaart lezen, vrij wandelen.

De lange, luie donkere maanden zijn voelbaar in mijn lijf. Mijn bekken en de lage rugwervels laten het afweten. Iedere stap zet ik bewust neer. Het is middag, ergens te midden de velden in de buurt van Dottenijs (Dottignies). De eerste schelp, daarboven staat ‘Bienvenu en Wallonie’. Dat is hoor- en voelbaar wanneer ik de eerste mensen ontmoet. “Bonjourrrr”, met een r die blijft aanslepen. Kleine pittoreske dorpen. Hoewel ik die dorpjes ken vanuit mijn jeugd, pittoresk heb ik ze toen nooit ervaren. Ter hoogte van een nieuw aangelegd rondpunt bij een bloemencentrum in de buurt van Herseaux zoek ik het GR-pad. Links, rechts, terug… nergens te vinden. De gps stuurt mij dwars doorheen het bloemencentrum. Het centrum bouwde pal op het GR-pad. Ribedebie, verdwenen is het GR-pad… Hmm, en nu? Onbekend voor al wie ik aanspreek.

Ik vraag raad aan een koppel: “Kennen jullie hier een beetje de buurt?”, vraag ik hen. “Oh, doe jij mee aan dat tv programma, je weet wel op den… huh, net achter het nieuws…”, vraagt de vrouw me. Ik antwoord met een glimlach. Ik loop de parking af langs het gebouw. Puinhoop, lange grassen… gevonden! De drukke straat over. Het klompendorp Evregnies, richting Pecq. Mijn slaapplaats ten huize van mijn jongste broer en metekind Liudmila.

Potje koken. Hulp bij de leerstof. Rekenen, oeps, niet mijn sterkste kant en zeker niet wanneer er strepen tussen getallen staan. Ik leer bij. Tijd voor het slapengaan. Nog eerst even dicht bij elkaar. Een selfie, zo een beeld dat je neemt van jezelf. We zijn net twee pubers. Mijn hart is blij. Het licht gaat uit. Slaapwel.

 

Antwerpen

 

Zicht op Antwerpen vanuit de haven

Met de klank van een doedelzak mag ik deze morgen ontwaken bij Hugo en Rosine. Na het ontbijt brengt Hugo me terug naar Kapellen. Een bezoek aan één van de achttien Sint-Jacobskerken in Vlaanderen. Vooraan staat een vrouw de bloemen te schikken voor de vieringen deze week. “We zijn allemaal vrijwilligers die werken in de kerk”, vertelt Annie me. “Mag ik een foto van je nemen, Annie?” “Ja hoor”, en Annie neemt een fiere houding aan bij het altaar. Na het bezoek aan de kerk neem ik afscheid van Hugo en zet ik verder koers richting Antwerpen.

Na de prachtige natuurgebieden van gisteren waag ik me via het stedelijk gebied naar het centrum. De wagengeluiden zijn terug aanwezig, vanaf de haven zijn ze gelukkig wat minder. De dokken,  hangar 27 en het MAS weet ik te appreciëren. Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. In de verte een boot uitvaart. Het geeft een bijzonder gevoel, te weten dat je via deze brede wateren verbonden bent met de grote zeeën. Na de wandeling heb ik niet veel zin om de stad te trotseren. Ik ga onmiddellijk richting de toeristische dienst, waar ik de sleutel kan krijgen voor de pelgrimsherberg. Een kwartier nadien ontmoet ik er Luk, de hospitaliero (iemand die pelgrims opvangt). Ik deel het waarom van deze tocht. Na het delen wordt mij een bedrag gevraagd. Ik betaal, de moed om een andere overnachtingsplaats te zoeken heb ik niet meer. Zut, na zesendertig dagen wandelen en als lid van de Compostelavereniging is dit mijn eerste betalende overnachting. Dankzij Hugo, die me deze morgen ontwaakte met de doedelzak, is deze verzorgde herberg ontstaan. Ik mag hopen dat andere gemeenten op de Compostelaweg dit voorbeeld mogen volgen.

Philip, een vriend komt me ’s avonds bezoeken en trakteert me op restaurant. Een goed stevig stuk vlees om terug op kracht te komen. Ene gaan drinken in de catacomben van ‘De Pelgrom’. Een cappuccino. Dank je Philip, het was een fijn weerzien. Een reactie van mijn overleden grootmoeder komt terug in mijn geheugen. Ik hoor het haar nog zeggen alsof het gisteren was, toen ik haar vertelde dat een vreemde man me getrakteerd had op de luchthaven in Thailand: ‘Jah, en wat heb je daarvoor moeten doen dat een man je gratis trakteert?’ Ik laat in het midden wat ze bedoelde. Eén ding is zeker: ze wist niet wie haar kleindochter was. Tja, gelukkig dat ik haar graag zag.

GPX bestand Kapellen naar/à Antwerpen

Anvers

Je me réveille ce matin, au son de la cornemuse, chez Hugo et Rosine. Après le petit-déjeuner Hugo me ramène à Kapellen. Une visite à une des dix-huit églises Saint-Jacques de Flandre. Devant, une femme range les fleurs pour la célébration de cette semaine. “Nous sommes tous des volontaires travaillant dans l’église”, me raconte Annie. “Puis-je te prendre en photo, Annie?” “Oui, bien sûr” et Annie prend une attitude fière devant l’autel. Après la visite de l’église je prends congé d’Hugo et continue mon chemin direction Anvers (Antwerpen).

Après les magnifiques réserves naturelles d’hier je m’engage dans la zone urbaine et me dirige vers le centre. Le bruit des véhicules est à nouveau présent, à partir du port heureusement un peu moins. J’apprécie les quais en passant par le hangar 27 et le MAS (‘Museum aan de stroom’ à Anvers). La pluie et le soleil en alternance. Au loin un bateau en partance. Savoir que par ces eaux larges je suis reliée aux grands océans me donne une sensation spéciale. Après la promenade je n’ai pas envie de défier la ville. Je me rends directement à l’office de tourisme ou l’on peut me remettre la clé de l’auberge des pèlerins.

Un quart d’heure plus tard je rencontre Luk qui y est hospitaliero (personne accueillant les pèlerins). Je partage le pourquoi de ce trajet. Après le partage il me demande une somme d’argent. Je paye, car je ne me sens pas le courage de chercher un autre logement. Zut, après trente-sept jours de marche et en étant membre de l’association de Compostelle ceci  est ma première nuitée payante.

C’est grâce à Hugo, qui ce matin m’a réveillée au son de la cornemuse, que cette auberge bien tenue est née. J’ose espérer que d’autres communes sur le chemin de Compostelle suivront cet exemple.

Philip, un ami, vient me rendre visite dans la soirée et me paix un restaurant. Un bon morceau de viande pour reprendre force. Aller boire un verre dans les catacombes du ‘De Pelgrom’. Un cappuccino. Merci, Philip, se furent d’agréables retrouvailles. Une réaction de ma défunte grand-mère me revient. Je l’entends encore le dire comme si c’était hier, lorsque je lui ai raconté qu’un étranger m’avait payé un repas à l’aéroport en Thaïlande: “Et qu’est-ce que tu as du faire pour qu’un homme te régale gratuitement?”. Je laisse ce qu’elle voulait dire, pour ce que c’est! Une chose est sure elle ne connaissait pas sa petite fille. Heureusement que je l’aimais bien.