28 mei – Ik verlaat Bazas. Wat verder op de weg ontmoet ik drie fietsers aan een trap in het bos. “Attention une pelerine sur le chemin” wordt er geroepen. “Bonjour”. “Vous avez commencer ou, Vézelay”? “Non, la Belgique”. “O-la” roept er iemand met een verwonderde blik. “Et vous aller jusque au bout”! “Oui”, antwoord ik met zelfzekerheid. “Et bhein, bravo” roepen ze in koor. “Bonne route”. We verlaten elkander en ik hoor nog de ene tegen de ander zeggen ” Bonne route, elle est a pieds la pelerine”. “Bon chemin”! Al een paar stappen verder roep ik “Merci”. De weg gaat door bossen en zoals vele inwoners me hadden gemeld. Een platte lange weg. Een rechte lange lijn doorheen naaldbossen. Twintig kilometer lang, een typisch beeld voor les Landes. Eventjes uit een bos. Een boerderij op mijn rechterkant. Een schuur, een traktor, loslopende kippen, een hond, een poes, hooi, een man met een spade in de handen. Aan het huis bloembakken met rode geraniums. Ik steek mijn hand op als teken van een goede dag. Hij kijkt me aan, steekt op zijn beurt zijn hand in de lucht en zwaait heen en weer. Het zachte gebaar, ontroerd me. Bij dit contact van enkel een paar seconden besef ik dat iedere passant op mijn weg een plaats in mijn verhaal krijgt. Een verhaal die meegaat op weg naar Santiago. Zou dit universele liefde kunnen zijn wat ik voel?
Tagarchief: pelerin
La Réole

27 mei – Ik wandel nog even door de historische stad van La Réole. Over de brug ben ik na een klein half uurtje wandelen terug in de natuur, tussen hoge aangelegde populieren bossen. De wijnvelden zijn plots verdwenen en hebben plaats gemaakt voor de maïsvelden. Wat geniet ik van de zon. Kilometers verderop een dorpje met een Saint Antoine kerk. Ik ga binnen. Ik draai me om, in het tegenlicht zie ik de vorm van een persoon, Patrick. Naast de kerk is er een pelgrimstafel en stoelen. Samen delen we deze rustige plaats. Via een mooi gerestaureerd brugje vertrekken we terug en delen we verder de weg. We geraken even de weg kwijt. Het laatste stuk is een geploeter doorheen de modder en via korte en hevige stijgingen. Op een half uur van Bazas stapt Patrick verder naar de office du tourisme voor de sleutel van de refuge. In Bazas zie ik een koppel de straat oversteken “Pardon madame, c’est le chemin pour le centre ville”? “Oui, oui et ent vous attend et il y a de la place”, weten beiden mij te vertellen. Op de markt aangekomen, een terras, een stoel ‘et oui il y a de la place’ aan de tafel van Patrick. Ik plof me neer.
Nini
9 mei – Na een gezellige avond bij Nadine en Bernard geniet ik nog van een ontbijt samen. Bernard brengt me nadien terug naar Cuzion waar gisteren mijn dag eindigde. Een smal pad neemt me mee doorheen een bos, een sterke afdaling richting la Creuse. Een prachtig stuk natuur. Op een geheven moment besef ik dat ik een pijl van de weg heb gemist. De lange weg brengt me omhoog op een plateau. De wind is er sterk en krachtig. Af en toe komt de zon een goeie dag zeggen. Kort na de middag kom ik aan in Crozant. Na een afdaling kom ik langs de ruïnes van het kasteel. Het is hier zo rustig en sereen dat ik beslis om hier mijn nacht door te brengen in de refuge. Een oude kantine. Ik breng mijn gerief in de kantine en ga wat kuieren in het dorp. Eén bakkerij, 2 kruidenierswinkel en een gerenommeerd restaurant. In het eerste winkeltje ga ik binnen. Een hoogbejaard vrouwtje Nini la Berthonière zit op haar stoeltje ten midden haar etenswaren. Ik koop er wat drank en groenten en meld haar dat ik binnen een uurtje terug kom om haar gezelschap te houden. “Ah, c’est bien ma fille. C’est gentil”. Een uur later was ik er terug. Nini wist niet meer wie ik was.
De zegening

26 april – Om 08:00 ga ik naar Sainte Marie-Madeleine voor een viering samen met de broeders en zusters van de Fraternités Monastiques de Jérusalem. Een moment waar de aanwezige pelgrims een zegening ontvangen. De vieringen zijn een oase van vrede en rust. In alle eenvoud en schoonheid laat ik deze viering tot mij komen. Op het einde van de viering worden alle pelgrims naar voor geroepen om de zegening te ontvangen. Ingetogen en zelfverzekerd ga ik naar voor. Ik ontvang het gebed van de zegening en van Sainte Marie-Madeleine. Ik draai me om. Een broeder maakt me attent dat ik verder naar voor mag tot aan het altaar. Rechts van me de broeders, links de zusters. De pelgrims bleven achter me staan. Naast me begon de zang. Plots bevind ik me in een vol en intens klankbad. Gedragen door de aanwezige energie, wordt de beleving zo intens dat de ene traan na de andere zijn weg naar vrijheid zoekt. Voor mij Maria in een zacht noorderlijk licht. Boven mij komt de zon via een glasraam schijnen op het altaar. Als een engel die neerdaalt. Wat velen niet kunnen vatten of afwijzen, mag ik met eigen ogen dit gebeuren waarnemen en met gans mijn lichaam gewaarworden. Na de pelgrimszegen draai ik me om en stel me de vraag of de andere pelgrims hebben gezien wat ik zag. Twee pelgrims kijken me vragend aan… ik had het begrepen, ook zij hebben hetzelfde ervaren… De andere vier pelgrims hebben niets gezien of gewaar geworden. We pakken elkander vast en geven een stevige knuffel zonder woorden. We wisten het! Ik blijf nog een dagje op deze heuvel om alles nog wat dieper tot mij te laten komen.
Na de viering wandel ik het dorp naar beneden, post wacht op me. Ik kijk ernaar uit. Met vreugde doe ik mijn omslagen open.
Ik zit nu in de keuken van Centre de Sainte Madeleine in ‘la salle Saint Jacques’. Het regent, een roze roos aan het venster in volle bloei.

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay
Hebben

24 april – Vanuit Cravant is er onmiddellijk een stevige klim doorheen het bos. De smalle weg voelt voor mij wat beangstigend aan. De dichte begroeiing rondom en boven mij geven mij een beklemmend gevoel. Rechts, noch links is een uitweg. Spinnenwebben komen op me kleven. Kleven hmmm. Ik hou niet van iets die kleeft. Ik sluit even mijn ogen en adem diep in en uit. Ik ontwar mij uit dit kluwen en kom na één uur uit het op een open veld. Wat verder kom ik terug Kees en zijn vrouw tegen. De drukte van het kontakt stelt me ook hier op de proef. Niet eenvoudig! Het lukt wel. De bosanemonen hebben plaats gemaakt voor de Orchideeën, Viola Odorata en de Epimedium. Het onderwerp materie is aan de orde. “Ik heb nog geen tv gemist” hoor ik plots. “Wat we hier voor ons hebben is veel mooier dan de beeldbuis” voeg ik eraan toe. We staan voor een veld van Maagdenpalm. “Meer moet dit niet zijn”meld ik terwijl ik het veld aankijk. Waarop Kees antwoord “Dit zouden we moeten kunnen meenemen in onze tuin”. Ik sta verbaast te kijken. “Hebben, waarom willen hebben. We hebben twee ogen. Kijk en laat deze schoonheid tot je binnenkomen. Neem het in je hart. Dit is toch veel meer dan willen hebben”, deel ik mee.
We blijven wandelen tot 14u30. Tot in een dorpje waar ik om drinkwater vraag. De mensen vragen ons tot waar we nog wandelen. “Saint Moré”. “Saint Moré, mes vous avez déja passer”. Ik begrijp er niets meer van. Ik probeer ook niet verder te begrijpen. We zijn in Le Jarrie. Mijn namiddag en avond zijn verder gevuld met het helpen van jongeren en het zien van kinderen die stage circus artiest volgen. Ik kreeg een nacht aangeboden in een jongeren centrum. ’s Avonds mag ik met hen aan tafel en bekijk ik nog een optreden van hen.
Een fossiel

Bernouil
22 april – Een onrustige nacht. 08:00 terug op weg. Ik geniet van de verschillende geuren die extra tot hun recht komen na de regenbui van gisteren. ‘Le Canal de Haute Seine’ maakt plaats voor ‘Le Canal de Bourgogne’. Ik wandel een klein charmant dorpje binnen. Voor mij op de weg vele steentjes. Met 10 kg op de rug buig ik me voorover voor een steentje. Waarom dit ene steentje weet ik niet! Ik neem het in de hand. Een fossiel. Ik bekijk het, nog eens en nog eens. Het is niet zomaar een fossiel. Het is er eentje in de vorm van een Sint-Jakobsschelp. Gevonden op enkele voetstappen van de kerk Saint-Jacques-le-Majeur in Bernouil. Een bijzondere kerk gebouwd tussen 1634 en 1643 in de vorm van een klavertje vier. In de straat van St. Jacques. Voor mij een pelgrim. Het kleine puntje in de verte wordt alsmaar groter. Na een eindje wandelen we naast elkaar. Rob is zijn naam. Mijn dag eindigt in Chablis. Waar ik heel snel plaats neem op een terras, schoenen uit, iets fris. Oef…. ’s Avonds overnacht ik in een gebouw die vroeger dienst deed als seminarie, school. Vandaag worden er pelgrims opgevangen. De tijd bleef er stilstaan. Ook voor de bedden 😉 Ik voel me net op internaat.

Refuge Pelerin-Chablis
Geschreven brieven

21 april – Ik hoor de plankenvloer boven me kraken. De luiken gaan open. Het huis wordt stilletjes aan wakker. Ik doe de luiken van mijn kamer open. Regendruppels staan op de bladeren van de rozen. Een ontbijt. 09:00 klaar voor vertrek. Afscheid. Het is grijs buiten, mijn eerste regendruppels sedert mijn vertrek. De grond is nog niet genoeg nat omdat de boeren tevreden zouden kunnen zijn. Al meer dan een maand heeft het niet geregend. In een regenplas zie ik af en toe licht schijnen. Ik kijk naar boven, ja hoor daar is de zon met een subtiel lichtpunt. De ganse tijd blijft ze zo aanwezig. Net genoeg om alles wat kleur heeft te laten stralen. Ik kijk haar aan en glimlach. Ik ontmoet terug een pelgrim. Deze keer uit België. We wandelen twee uurtjes samen en nadien scheiden onze wegen terug. Ik denk nog eventjes terug aan wat de man vertelde. ” ik schrijf iedere avond een brief aan mijn vrouw en om de drie dagen doe ik ze op de post”.Mooi he! Geschreven brieven.
Paaszondag

20 april – 07:00 ik ontwaak. Ik doe de deur open van het pelgrims lokaal. De maan is nog van de partij. De zon schijnt al. Een half uur later verlaat ik deze plaats. Het dorp slaapt nog. Niemand te zien. Wat velden en terug het bos in. De vogels zingen uit volle borst. Een openlucht concert. Zalig! Net het bos uit hoor ik in de verte klokken luiden. Ik hoop nog een deel van de viering aanwezig te mogen zijn. Ja hoor een half uur later wandel ik de eenvoudige kerk van Eaux-Puiseaux binnen. Een fijn gevoel.
Na de viering spreken mensen me aan met grote verwondering, waaronder Jocelyne. Een bijzonder contact. Openhartig, vreugdevol…een vanzelfsprekend contact. Het maakt me vrolijk. Met stevige en vreugdevolle stappen ga ik verder. Auto’s rijden traag voorbij. Sommigen zwaaien, anderen roepen vanuit het venster “Bon chemin, bonne Pâques”. Een beetje verderop komt Jocelyne me te voet tegemoet. “Cela vous dit de dejeuner avec nous”, vraagt Jocelyne. Met open armen aanvaard ik deze uitnodiging. Nog een paar familieleden zijn aanwezig, alsook een klein meisje, Auxanne. Samen met Jocelyne verstoppen we voor Auxanne chocolade eitjes. Zit ik een half uur later met hen aan tafel en mag ik een verrukkelijke kip van de boerderij proeven. Wandelen in de tuin. Een middagdutje in het gras. ’s Avonds de openhaard mogen aansteken en samen picknicken rond het vuur. Een dag vol warmte, gelukzalige momenten, liefde. Ik eindig de dag in een zalig bed onder een zacht donsdeken.
Sommeval

Sainte-Madeleine in Troyes
19 april 2014 – De stad ontwaakt. Verse boter croissants en een kopje koffie in een bar. Naast mij twee dames. Onderwerp het huwelijksfeest. Het voelt vreemd aan, net alsof het gebeuren rondom mij uit een totaal andere wereld komt. Ik geniet van de straatbeelden op de plaatselijke markt. Voor ik de stad verlaat nog eventjes naar la Saint Madeleine. “Elle est adorable”zei iemand tegen me. Dit kan ik alleen maar bevestigen. Mijn lievelingsstraatje, Ruelle des Chats. Vanuit Troyes neem ik ‘la voie Vertes des Viennes’, de naam van een klein riviertje die er is. Tal van eenden zijn aanwezig. Ze doen me denken aan de eenden op de kermis, die een rondje zwemmen en hun kontje die zorgen voor evenwicht.
De blauwe lucht veranderd in hoge wolken en in de verte zie ik deze vervagen in éénzelfde tint, grijs. De zwaluwen vliegen aan een snelheid net boven de koolzaad bloemen, net alsof ze dansen. Ze kondigen regen aan.
Ik hoor de eerste krekels op mijn weg (glimlach) dit geluid doet me denken aan het Zuiden.
Wat verder het 9 km lange bos van Laines-aux Bois. Ik vraag nog even aan 2 fietsende heren een bevestiging voor de weg. Plots valt een van beiden op de grond. Hij kijkt me aan met een glimlach en bloost. Ik had nooit gedacht dat er ooit iemand voor me zou gaan knielen 🙂 (jaja wielrenners hij had clickpedalen, sstttt niet vertellen 😉 ). Hi, het was net alsof we alle drie pretoogjes hadden om het gebeuren. “Allé, a toute l’heure peut etre” roept één van beide mannen me nog na.
Na het lange bos verheug ik me bij het zien van de eerste huizen van Sommeval. Aan de ingang van het dorp een logeerplaats voor pelgrims. Keukentje, toilet, warmwater en een verwarming. Alles wat een pelgrim nodig heeft. Ik had me net gewassen en net op tijd een pull aan. Een wagen stopt. De deur gaat in één ruk open. De burgemeester. ” Vous avez tous ce que vous voulez” vraagt hij me. Een uur later komt hij terug met paté, hesp, brood, taart, chocolade koek, chocolade, fles fruitsap.

Laines-Aux-Bois
La magie

Les Grèves
17 april 2014 – Een nieuwe dag ontwaakt. De zon laat zich heel subtiel door de bladeren zien. De ochtendfrisheid is goed voelbaar op mijn huid. De vogels zingen uit volle borst. Een lange laan, een grastapijt.
Nadien volgen uren wandelen langs ‘le canal de la Haute Seine’. Eén rechte lijn. Je kan er bijna met je ogen dicht op stappen. Mijn lichaam neemt éénzelfde kadans. Benen, armen, één vloeiende beweging. De zon staat ondertussen al hoog. Mijn hoofd komt mooi rechtop. Ik ga vooruit zonder bijna te voelen dat ik een voet op de grond plaats. Ik bel de priester van Payns, verantwoordelijk voor de pelgrims. “Allo, presbytère de Payns” antwoord een man met een vreemd accent. “Bonjour mon père, je suis un pelerin pour Compostelle….”. Mijn zin nog niet volledig af krijg ik volgend antwoord ” Ecoute je n’ai pas le temps de m’occupé des pelerin dans la semaine Sainte”. Euhhhhh “Au revoir monsieur, bien aimable, merci”. Hooo.
In de verte langs het kanaal zie ik een bejaard koppel hand in hand wandelen. Haar rokje wiebelt heen en weer op het ritme van haar heupen. Hij een wandelstok in de rechterhand. Eventjes staan ze stil. Ze legt haar hoofd op zijn borstkas. Hij geeft haar een zoen. Op de voorgrond een wezel die naar me komt toegelopen. Bruusk stopt de wezel voor me, alsof hij beseft dat hij er niet alleen is. De wezel keert terug op zijn passen. Hou eventjes halt, kijkt me aan om dan verder te verdwijnen in het lange gras. Ondertussen sta ik naast het koppeltje. “C’etais jolie a voir votre amour l’un pour l’autre”. “C’est la magie du Canal”, antwoord de man met een glimlach.

Clesles