Voorbij het woord

Na een goede poetsbeurt in het appartement ga ik tot bij Youssef om hem te bedanken. “Wacht niet zo snel zet je rugzak neer. Niet zo gehaast doen”, zegt hij. “Vanaf nu, ben ik je baas niet meer en jij niet meer mijn klant. Gedaan met business. Nu veranderd onze relatie. Nu behoor je tot mijn familie.”, terwijl hij me aankijkt. Brrr, dit voelt vanbinnen opdringerig en niet zo fijn.
“Kom ik zal je even mijn tuin tonen. En ik zal om een herinnering aan jou te hebben de Yasmeen plant aankopen en in mijn tuin planten. Zo zal ik altijd aan je denken “, deelt hij. Zijn manier om mij te benaderen is duidelijk veranderd daar waar hij in een week mijn privacy respecteerde, wordt ik gewaar dat hij nu wat teveel in mijn veld komt, ook al is dit waarschijnlijk niet slecht bedoeld. Mannen benaderen hier namelijk de vrouwen op een totaal andere manier.

In de tuin aangekomen toont hij me wat planten en bomen. “Dit is een bananenboom, dit is een mangoboom, een dadelboom en hier staat een citroen.”, het is precies alsof hij zijn tuin aan het voorstellen is aan zijn toekomstige. Ik wijs met mijn vinger naar een plant “en dit is hashish”, zeg ik en voel ik de deugniet in mij. Hij lacht.
“Ik moet nu gaan ik heb afgesproken met mijn nieuwe verhuurder.” Ik neem mijn rugzak en vertrek. “Niet vergeten he, kom wanneer je wilt. Dit is je familie nu”, roept hij nog terwijl hij in de deuropening staat.

Een paar straten verder even naar rechts, naar links, nogmaals naar links. In een doodlopend straatje en aan de border van een zijarm van de Nijl komt plots iemand uit zijn huis. De jonge man die ik heb ontmoet bij het aankomen in Luxor met zijn verterende glimlach. “Hey”, zeg ik verwonderd. “Hey”, zegt hij terug. “Och, jij bent mijn buurman” “It’s destiny”, zegt hij met zijn brede mooie glimlach.

Mijn nieuw verblijfje is een huisje voor mij alleen. Geen eigenaar in hetzelfde huis. Een eigen tuin, een buitenkeuken. Benieuwd wat deze plaats me zal brengen vooral na mijn buurman te hebben gezien.
Om het compleet naar mijn zin te maken en mij een thuis gevoel te geven geef ik het een poetsbeurt. Wanneer ik een zeteltje ophef zie ik plots een scorpioen bewegen. Oooh. No panic. Ik ga naar de keuken om een glas en zet het omgekeerd erop. “Sorry makker, maar ik neem liever geen risico”,zeg ik tegen de schorpioen.

Tijd om mijn koelkast te vullen. Op nog geen kilometer van het huisje is er een heerlijke fruit-groenteboer. Gourgetten, ajuinen, aubergines, tomaten, meloen, druiven, avocado, appels, pruimen…. Voor nog geen drie euro kom ik buiten met mijn aankopen. Rechtover stap ik een klein kruidenierswinkel binnen om sesampasta en koffie en een paar doosjes tonijn.

Terug aan de hoek van het doodlopend staartje zie ik de buurman buiten komen. Hij kijkt me aan. Lacht en zijn hoofd gaat zo een beetje opzij alsof een puber die zich niet weet hoe gedragen. Zijn lichaamstaal spreekt boekdelen. Hmm, zou het de volgende man zijn die de richting van een liefdesverklaring neemt.
“Hoe noem je eigenlijk?” “Samir, en jij?” “Anna, Jasmine”. Bijzonder telkens wanneer ik ‘anna’ zeg, wat betekent ‘mijn naam is’ heb ik het gevoel dat ik al voor de eerste keer mijn naam hoor om de tweede te versterken. “Weet je dat ik je dagen heb gezocht”, deelt Samir terwijl ik hem wat dichter voel komen.
‘Hmm, Jasmine. Je had het goed gevoeld een verliefde buurman. Dit wordt een boeiende week.’, zeg ik tegen mezelf.

De buurt net aan de Nijl op de West Bank is gekend om hun zogezegde ‘prostitutie’. Dit wordt vooral zo gedeeld door Westerse mensen, vanuit de plaatselijke bevolking is het me onbekend. Eigenlijk vraag ik mij af vanwaar dit woord afkomstig is, in welke periode het werd gecreëerd en door wie het werd gecreëerd want is het niet zo dat één woord door de jaren heen een andere lading kan krijgen door eigen ervaring en daardoor er een gewicht in het woord kwam en komt. Het is niet onmogelijk wanneer een persoon een vertaling doet of laat doen dat zijn of haar eigen emotie en ervaring erin mee heeft gespeeld, laat ik dan nog zwijgen over de opgelegde dwingende vertalingen vanuit macht, dus waarom zou, door de jaren heen dit woord naar inhoud niet getransformeerd kunnen geweest zijn. Ik steek er mijn hand voor in het vuur.

Dan denk ik even aan de honderd jarige dame Annick de Souzenelle die vanuit een diep aanvoelen en noodzaak is beginnen het Hebreeuws te leren en de Bijbelse teksten vanuit het Hebreeuws is beginnen te vertalen in het Frans. De vertaling schept een totaal nieuw en ander beeld op wat ons soms werd, wordt voorgeschoteld. Zij leverd een prachtig levenswerk. Een aanrader om haar te volgen voor wie het Frans voldoende meester is. Wanneer je zoekt op haar naam vind je tal van video’s met interessante gesprekken. Dit even terzijde.

En dan is er de taal opzich. Want als men de taal niet ten volle in de diepte kent of begrijpt kunnen bepaalde woorden compleet uit de context gehaald worden omdat men de taal niet meester is. Dit mag ikzelf heel vaak ervaren in mijn Franse taal, ook al ben ik opgevoed in het Frans omdat mijn papa een Fransman is. Toch ben ik het Frans niet meester en valt het me op dat ik een gemis voel in deze voor mij, poëtische taal. Ik kan ze heel goed begrijpen, maar mijn vocabulaire is beperkt om deze zelf te kunnen gebruiken in haar volledige schoonheid. Dit creëerde vaak misverstanden tussen mijn vader en ik en wanneer geduld afwezig was en/of een tekort aan openheid kon dit soms, vaak vonken geven.

Zo werd me hier gezegd dat het woord, uitgesproken ‘sjarmoesja’, allé, zo heb ik het toch begrepen wanneer ik het woord hoorde vanuit een Nederlands sprekende persoon met een Vlaamse achtergrond, ‘hoer’ zou betekenen.
Met dit zo uitgesproken woord en letterlijk zo neergeschreven kom ik niet zo ver want mijn taal en de uitspraak van sommige letters komt totaal niet overeen met wat hier gebruikt wordt in het Arabisch en dan is er nog een onderscheid tussen de Arabische taal en de Egyptische taal. Iedereen begrijpt het Egyptisch Arabisch, maar niet iedereen zou het Marokkaans Arabisch of het Tunesisch Arabisch begrijpen. En dan is er ook nog het verschil tussen de straattaal, de geschoolden en ongeschoolde, tussen de taal in een dorp in de woestijn en de stad…. Zonder oordeel naar geschoolden en ongeschoolden, naar stad en wonen in de natuur of op een eiland. Wat wel vaak en helaas wordt gedaan en wat ik betreur. Het kan wel een barrière zijn in elkander te benaderen en opzich is deze barrière ook te doorbreken wanneer men zich opent naar de ander en in verbinding gaat.

Ik vraag hier in het hostel in Caïro, want terwijl ik die tekst schrijf en vervolledig uit mijn dagboek ben ik al een paar weken verder. De gebeurtenissen in Luxor wou ik ten volle lichamelijk en geestelijk beleven want ik werd gewaar dat het iets raakte vanuit andere regionen en ik volledig aanwezig wou zijn in de beleving, in de gewaarwordingen. In het balans vinden tussen het lichamelijk en het geestelijk. Tussen het al of niet voelen wat Samir met zijn Zijn me bracht op mijn weg en het beheersen van gewaarwordingen. (ik verdiep me graag hieromtrent in een volgende post)

De jonge voorname vrouw, Habiba genaamd, die me hierbij helpt bij de vertaling kent de Engelse taal niet. Het gebeurt via een vertaal app. Ik vraag haar of ze het woord kent.
Ze steekt haar schouders op en haar hoofd beweegt van rechts naar links. De neen is duidelijk. Ik denk ‘ok het woord bestaat niet’ . Ik bouwde op in mijn verbinding en communicatie met haar. “Hoe zeg je hoer in het Arabisch?”, een totaal ander woord is hoorbaar die ze zonder enig probleem uit spreekt.
Ik zoek verder en speel met de letters tot ik bij ‘Sharmuta’ terecht kom. De betekenis in de straattaal, alsook in de Hebreeuwse straattaal betekent slet, hoer.
Bij het verder zoeken kan het ook als een compliment zijn want het betekent ‘schoonheid’ . Interessant niet!
Ik ga terug met dit woord naar Habiba. Het word me duidelijk dat ze dit woord niet kan uitspreken. Wat het voor haar betekent blijft me onbekend. Maar hoe ze ermee omgaat had voor mij meer waarde dan de inhoud zelf. Namelijk er geen voeding aan te geven.

Voor mezelf en al van heel kleinsaf voel ik dat ik voorbij de woorden wens te gaan. Het willen blijven weten van het ongekende achter het woord. Dit heeft me altijd zo geboeid en maakt mijn leven zo rijkvol.
Het bracht en brengt me de mogelijkheid voorbij het woord en het gewicht die het draagt te gaan kijken. Het leerde me onderscheid te maken wat van mij was en wat van de ander. Het opent voor mij telkens een nieuwe wereld. Een wereld waar het puur en zuiver is. Een wereld waar Licht en Liefde aanwezig is. De enige wereld waar ik naartoe wens te leven ook al probeert men soms mij te raken met uitspraken zoals ‘dat ik nog geloof in roze wolkjes, niet met mijn voeten op de grond sta.’ Mijn geloof gegroeid vanuit eigen ervaring, vanuit vertrouwen, vanuit mijn liefde en hieruit de keuze maak hoe ik in dit leven wens te staan, zal niemand mij nog dwarsbomen.

Kom Ombo

Chapel of the Hearing ear

Vandaag vertrek ik terug noordwaarts na een dagje terug reizen van Abu naar Aswan.
Met een chauffeur van Indrive waag ik me doorheen het land van ‘Aladin en Jasmine’ richting Kom Ombo. Zo voelt het wat… liefde voor het land.
De taxichauffeur heeft een veilig en vlot rijgedrag waardoor ik me zo op mijn gemak voel dat af en toe mijn ogen zich sluiten. Rechts van mij zijn af en toe kleine lemen dorpen te zien met hun plaatselijke markten, waar groenten en fruit onder vervallen stalletjes worden verkocht tussen kleurrijke plastieken voorwerpen van goedkope minderwaardige kwaliteit.

De chauffeur vertelt me dat hij nog nooit naar Kom ombo is geweest, terwijl hij amper op 45km daar vandaan woont. Dit doet me denken aan mijn jeugd toen ik de verhalen hoorde van mijn grootouders toen ze klein waren. Ze hadden toen nog nooit de zee gezien. Dit is zo een honderd jaar geleden. We zijn anno 2023.

De vele dikke vluchtheuvels vertragen het verkeer nabij de dorpen en zijn ook vaak aanwezig om de lange trajecten te doorbreken. Men kan ze onmogelijk uit de weg gaan of je ligt wat verder omgekeerd op de baan. Met alle gevolgen van dien zowel voor de wagen, jezelf en de ander.
Daar waar ik nu al ben geweest staan er weinig tot geen verkeerslichten en als die er staan dan functioneren ze niet.
Zebrapaden werden hier lang geleden op de grond geschilderd en zijn ondertussen door de jaren uitgeveegd.
Hier in Egypte hebben ze dat ook niet nodig. Auto’s rijden soms zelfs zonder lichten. De automobilisten, voetgangers
bewegen zich met elkaar. Soms kan ik een eindje blijven staan op de hoek van de straat en het gedrag observeren tussen hen en ik heb hier niet de indruk dat er opmerkingen worden gegeven naar het gedrag van anderen op de weg. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid aanwezig. Tolerantie en geduld is noodzakelijk en heb je dit niet dan leef je hier continue op de toppen van je tenen.
Een bejaarde vrouw steekt haar hand uit, traag en uitkijkend steekt ze over, en de automobilisten stoppen voor haar.
Als ik al iemand hoor klagen dan ben ik het wel zelf. Daar waar ik mijn geduld verlies omwille van het teveel aan prikkels en vermoeidheid. Word ik me bewust hoe geconditioneerd ik hierin was. In onze cultuur zijn zoveel regels en wetten om de mens in een bepaalde richting te laten bewegen omdat men het idee heeft zo vrij en veilig te kunnen bewegen. Hier dien ik deze conditionering opzij te plaatsen omdat het hier anders werkt, zoniet blijf je lang staan daar waar je over wil steken. Graag zeg ik ook vaarwel in wat die conditionering mij heeft aangeleerd, namelijk de angst om omver gereden te worden. Ik herinner me goed dat die angst me in kwaadheid bracht die ik kon uiten naar mijn tegenligger of naar diegene die net naast me raasde waar ik de wind in mijn broekspijpen gewaar werd. Het uiten was niet zozeer naar de persoon zelf, wel naar de agressieve handeling die ik gewaar werd in mijn lijf en die op zijn beurt agressiviteit bij mij opwekte. Het werkte als een razendsnelle ontlaadklep. Waarom omdat ik niet in eigen lijf aanwezig was of er werd uitgehaald omdat angst me niet toelaat om in eigen center te vertoeven.
Vanuit die angst kan een mens zich superieur of sterk gaan voelen door zich te verbergen achter de wet en de regels. De regels ‘ik heb voorrang’ , het ‘ik heb het recht’ , de wettekst zegt, jij niet ikke wel…. blabla…bla.
Een conditionering die ervoor zorgt dat de mens zichzelf niet meer in vraag stelt als men niet bewust in het leven staat. Een conditionering die er geplaatst is ‘ voor nep veiligheid, nep vrijheid. Want zo gebruiken we onze eigen antennes niet meer en leren we zo niet in eigen kracht te leren gaan staan. Wel de wet van de sterkste creëert. Voor mij is er een verschil tussen sterk en kracht. Een conditionering die gevolgen heeft op de samenleving want naar mijn gevoel duwt het de mens een groot deel weg van het samenleven naar afstand met elkaar.
Dan denk ik aan de extra straatverlichting die men plaats rond de scholen, de zebrapaden die extra worden verlicht met ledlampen. De zoveel overloaded verkeersborden langs de straat dat als men er eentje veranderd het men gewoon niet meer ziet.
Dienen we extra straatverlichting toe te passen of is er eerder een tekort aan licht in onze bovenkamer en opening in ons hart!

Na de Kom Ombo tempel met zijn – bas reliëf waar de dagen, maanden en oogsttijd geschreven staat. Bas reliefs die verwijzen naar de hun specifieke theologie die werd opgebouwd door nauw in contact te zijn met het universum en plaatselijke gewoontes. Deze cultische liturgieën, hun geheimen zijn verloren gegaan na het doden van de vele monniken die er leefden – verlaat ik deze plaats richting het station van Kom Ombo.

De jonge tuktuk chauffeur zegt plotseling “Mooie ogen madam”. De gekende wederkerig zinnen in het Engels die vele jonge chauffeurs hier gebruiken om contact te leggen met de vrouwelijke passagier. Aan de tuktuk tel ik wel 4 à 6 achteruitkijkspiegels die hij één voor één juist zet om me kunnen zien.
Aan de snelheid dat hij auto’s voorbij steekt of dwars rijd zou hij de prijs kunnen halen voor de meest behendige chauffeur zonder iemand te raken en een bonus binnenhalen om vrouwen te versieren.

In het station in Kom Ombo. Neem ik plaats naast een vrouw nadat ik zit te wachten voor de trein naar Luxor, waar ikzelf niet zeker ben of die er komt. Ze probeert contact met me te nemen. Niet evident wanneer zij geen Engels praat en ik de Egyptische taal niet ken, gelukkig is de verbinding er wel en is de communicatie herleid tot lichaamsgebaren. We delen een delen en ze trakteert me op een zoetigheid.
Ik begrijp dat ze aanraad om de lokale trein te nemen naar Aswan om dan terug van daaruit terug over Kom Ombo te rijden naar Luxor. Zo gezegd zo gedaan. Op het laatste moment volg ik mijn instinct en spring ik op dezelfde trein met haar naar Aswan.
Op de trein zie ik haar hand stilletjes in slow motion naar beneden dalen. Ze valt in slaap.
Het valt me op dat de lokale trein waar ik opzit in 2de klasse netjes en ruim is, het tegenovergestelde van 1ste klasse – VIP trein, zogezegd aangeraden voor de toeristen, die donker, vuil, niet onderhouden is met kapotte zetels.

In Aswan stap ik onmiddellijk naar het guichet en koop ik er een ticket voor Luxor. “Welke”, vraagt de man aan het guichet “1ste klasse-Vip het is beter voor je”. “Neen, dankjewel. Ik heb net de ervaring dat dit geen realiteit is. Ik kom net uit een nette 2de klasse trein. Graag de eerst volgende.” ” Je hebt de keuze uit de Spaanse, de VIP of de Russische” ” Graag de eerste trein die langs komt meneer”. De mannen aan het guichet moeten de toeristen aanmoedigen om de 1ste klas – VIP te gebruiken, de reden het prijskaartje.
(VIP 465 EGP of 20 euro = 660 EGP dus je betaald teveel wanneer je in euro betaald wat overeen komt met een maaltijd of 1 nacht slapen in hostel. De Spaanse/ Russische trein betaal je 330 EGP of 15 euro voor hetzelfde traject en tijd)
De eerstvolgende is een Russische die ik blijkbaar met nog andere toeristen neem. Een nette, ruime, goed onderhouden trein met airco en vaste zittingen. Zalig.

Rechtover mij ontmoet ik een Vlaming. Hij is zo blij dat hij na maanden rondreizen in verschillende landen eindelijk eens Vlaams, Nederlands kan praten. Zo blij dat hij van geen ophouden weet en zo de tijd voorbij vliegt wanneer we aankomen in Luxor. En ik, ik genoot van zijn vreugde.

Klik HIER voor meer afbeeldingen

Philae

Santuarium Isis tempel

Vijf uur in de morgen, mijn wekker begint te trillen. Mijn nachtje was kort. Sedert ik in Aswan ben slaap ik hoogstens een paar uur per nacht en zelfs overdag is slapen niet mogelijk.
Ik sluit stilletjes de voordeur en vertrek in de nog stille straten richting Philae. Een uurtje stappen op asfalt tot ik aan de Ticket office kom. Een man op de motor komt afgereden, ” ik ga die richting uit. Ga je mee?” “Neen, dankjewel. Ik heb mijn wandeling nodig”. Geen haar op mijn hoofd die denkt om achteraan op een motor te gaan zitten, zonder helm en zonder verzekering.

Aan de ticketoffice, net aan het water probeer ik een kapitein te vinden. De overzet naar de tempel kost officieel 250 EGP. Er wordt mij gevraagd hoelang ik er wens te blijven. “Ik denk vermoedelijk een drie uur, maar dat weet ik niet. Zeker geen uur dat is tekort voor me.” De prijzen gaan omhoog omdat ik zogezegd dan privé afhuur. Ik weiger en blijf bij de officiële prijs. Je kan me er brengen. Ik betaal je 125 EGP en ik kom terug met iemand anders of met je en betaal de rest 125 EGP. Ik kan ook opstappen met iemand anders op de boot, dan ben je toch winner. En wat uren betreft voor mij geen zorg ik zie wel wanneer je komt. Ik heb tijd.”, het lukt me niet. Ze weigeren. Geen enkele schipper wil me er brengen. Vreemd eigenlijk. Zogezegd doen ze heen over en weer varen tussenin. Hmm, ik ben niet van gisteren.
Ik doe een poging om mee te gaan met toeristen. Ze verwijzen me telkens door naar hun gids. Amai, ik had al lang zelf ja gezegd tegen een toerist. Uiteindelijk lukt het met om op het eiland te komen. Varend naar het eiland zie ik plots de eerste kapitein die weigerde met een lege boot terug komen. Sloebers. Maar niet met mij.

Aangekomen op het eiland probeer ik tussen de groepen traag van de ene plaats naar de andere te stappen. Er is ook zoveel te zien dat het een zonde zou zijn hier door te hollen en het voelt er zalig aan.
De tempel dateert van de derde eeuw voor Christus waar de Godin Isis werd vereerd, de universele moeder één van de belangrijkste godinnen in het antieke Egypte. Vrouw van Osiris, moeder van Horus. De tempel was één van de laatste plaatsen, tot de vierde eeuw na Christus,
waar men haar nog vereerde. Keizer Théodose was bezorgd om deze verering en besloot de tempel te sluiten. Nadien werd de tempel getransformeerd in een kerk door de Copten. De Philae tempel werd verplaats zo een 100m verder van het eiland Philae naar het eiland d’Agilka wegens meerdere malen te zijn overstroomd. Acht jaar is noodzakelijk geweest om dit werk te verwezenlijken (1972-1980). De Unesco heeft de tempel dan ook met heel veel zorg terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht. En daar ben ik heel blij mee samen met hoogstwaarschijnlijk nog vele anderen.

Via een lang terras wandel ik naar een immense poort. Links de Pharao met al zijn geweld en het doden van gevangenen en rechts. Isis, Horus en Hathor schitterend gesculpteerd. Helaas, is er op verschillende plaatsen te zien hoe Copten beelden van hoofden hebben vernietigd.

Nog voor de ingang van de tempel bewonder ik rechts de Mammisi. Een tempel opgedragen aan de geboorte van Horus, waar je de verschillende fases van een geboorte kan waarnemen.

Wanneer ik verder wandel naar het sanctuarium wordt ik aangetrokken op mijn rechtkant door een zwart gat, een opening in de muur. Via een open vlakte, weg van de mensen stap ik een kleine donkere ruimte in. Ik wordt iets heel krachtig gewaar waarbij ik bijna aan de grond wordt genageld en terzelfde tijd alsof mijn lichaam tegen iets aan het verweren is. Ik kan het vergelijken als die keer dat ik aan skydiven deed en mijn lichaam verplicht een houding moest aannemen of ik werd weg geblazen tegen de wand.
Een tempelwachter komt binnen en ik zie hem rechtsomkeer maken. Ik blijf een eindje in de ruimte staan tot ik gewaar wordt dat ik terug zachtjes in beweging kan. Ik kijk achter mij in de ruimte. Een lege volle ruimte. Vroeger waren zo een gewaarwordingen als speciaal, soms met weerstand, angst omdat ik mezelf er niet kon in verplaatsen, het was te veel. . Vandaag zijn ze vanzelfsprekendheid. Ze zijn er, mogen er zijn, ik kan ze beleven en maken deel uit van mijn weg, van mijn leven. Ik beleef ze en laat ze los.

Aangekomen in het santuarium staat in het midden een grote granieten blok. Ik ga ervoor staan, leg er mijn handen op en blijf zo een eindje staan met mijn ogen dicht. Ik hoor van alles en nog wat bewegen rond me, mensen komen en gaan. Ik blijf…. staan. Rechts van de blok is een reliëf te zien van Isis die de borst heeft aan Horus. Het bijzondere hier is de gestalte van Horus, bijna als jong volwassen. Het hoofd van Isis is door de jaren heen uitgehold door de vele verering.

Wanneer ik in de tempel van Hathor ben sta ik in een portaal, rechts voor mij staat een blanke vrouw te kijken naar de bas-reliëf. Ik zie een Egyptische man die stilletjes achter haar aankomt en haar doet schrikken. “Boeh, ik heb je eindelijk gehad” zegt hij tegen de vrouw. Ik zie dat ze er geen aandacht aan wil geven. Hij komt dichter bij haar en duwt haar in het nauw. Als een kind zie ik hem plots weglopen. Ik stap naar de vrouw toe. “Mevrouw, kent u die man?” “Ja, het is onze gids” “Benaderd hij jullie altijd zo?” “Ja, het is niet de eerste keer.” “Jullie gaan dit toch niet zo laten. Ik hoop dat jullie dit toch zullen melden aan het toeristisch bureau. Want zijn gedrag was ongepast en grens overschrijdend.” De vrouw spreekt in het Frans een andere vrouw aan die er ondertussen bijgekomen is. “Ik ben blij mevrouw dat u als externe het ook heeft opgemerkt.” “Ja, dat was duidelijk”. En zo denken sommigen toeristen dat wanneer je via een toeristen bureau met gids werkt je veilig bent. Helaas. En laten we ook eerlijk zijn. Omgekeerd bestaat ook, blanke vrouwen die letterlijk gaan aankloppen op de deur van de gids met de vraag om een nachtje samen te zijn. En dit gebeurt hier overal. Westbank Luxor, op de cruiseschippen…Jongeren van in de twintig die zich aanbieden…. Cliché, maar een realiteit. Soms zou ik een zwarte niet ziende bril willen op hebben. Pfff.

Voor ik het eiland verlaat ga ik nog eens binnen in de tempel van Isis. En één iets is zeker, Keizer Theodose heeft ooit de verering voor Isis gestopt, wat hij nooit gedacht heeft, is dat niemand haar kracht ooit zal kunnen wegnemen.

Een kapitein brengt mij terug naar het vaste land en na een uurtje sta ik terug voor mijn verblijf. Op de stoep zit een jonge vrouw. We nemen contact met elkander, stellen ons voor, vragen van waar we afkomstig zijn en wat ons in Egypte brengt. Ik deel over mijn pelgrimstocht en Maria Magdalena. Caroline deelt dat ze hier met een groep is ook in verband met Maria Magdalena. Ik deel haar wat Egypte met me doet en mijn behoefte. Een wagen komt voor de deur. Ze komen haar oppikken. “Ga even gaan zoeken op Anaïs Theyskens. Je zal zien. Ze zal je waarschijnlijk wel aanspreken. Een vrouw met beide voeten op de grond.”. “Zal ik doen. Dank je wel”. En ik zie Caroline vertrekken. Right time, right moment. ’s Avonds zoek ik op en ja hoor. Ik voel onmiddellijk een klik. Ik laat alles even zakken en zie wat de nacht me zal brengen.

Klik HIER voor nog meer beelden

Solitair

Estaing

Brrr. wat voelt het fris aan deze morgen. De mist hangt over ‘Le Lot’ waardoor de omgeving er zo verschillend uitziet dan gisterenavond bij aankomst in Espalion.
Me goed induffelen, handschoenen aan, wintervest aan en ik trek de deur achter me dicht samen met Willy.

In Bessuéjouls laat ik even mijn vogel (drone) in de lucht, boven de kerk Saint Pierre terwijl Willy zijn weg verder zet. Ik kom hem later wel weer tegen.
De kerk in roze zandsteen, werd herbouwd in de zestiende eeuw, maar heeft zijn romaanse deel onder de klokkentoren intact gehouden. Via een smalle trap geraak ik in de bovenste kapel die gewijd is aan de aertsengel Michaël.
Ik blijf een eindje in deze prachtige ruimte.

Wanneer ik terug buiten kom is de mist wat meer opgetrokken. De zon en de mist. Twee prachtige natuur elementen die spelend elkander aanvullen. Soms kan het in ons leven op eenzelfde manier gebeuren. Soms kan het heel mistig zijn en kan het lang blijven hangen. Dan is geduld een deugdzaam iets. In vertrouwen in het leven staan kan echt wonderen doen, dan komt het licht aan de horizon soms sneller tevoorschijn dan men verwacht.

Mijn weg brengt mijn verder in de hoogte op een plateau. Waar ik geniet van de verre landschappen en de wolken die tussen de valleien blijven hangen.
Een hartsvriendin komt even aankloppen via messenger en stuurt me ook een uitnodiging voor de vrouwendag om te verbinden. Het woord eenzaamheid komt aan de orde.

Na de boodschap blijf ik mijn weg volgen en komt het volgende binnen nadat iemand anders het eerder had over het woord solitair. Of het alleen onderweg zijn, ik deel het graag verder met haar.
‘Lieve vriendin, Ik deel graag het volgende die door meheen komt. In het verleden werden woorden gecreëerd en gaf men er een betekenis aan waardoor woorden een bepaalde lading krijgen die bij de ene angst kan opwekken bij de ander niet. Dan denk ik aan het woord ‘solitair’ wat we in wezen allen zijn. We bestaan nl op onszelf. Dit dienen we eerst te doen in het leven. We komen als ‘uniek’ op de wereld, we worden getransformeerd, geconditioneerd… Om nadien al die pelletjes van opvoeding of wat dan ook te fine tunen om terug ons uniek zijn te vinden. Velen koppelen het woord solitair aan la solitude… Wat absoluut niet is, car dans la solitude en trouve la vrai richesse de l’amour profond pour soi avec l’Esprit Universelle, je t’embrasse et que l’amour de la solitude viennent frapper à ta porte, je t’aime cher Amie. ‘

De aarde kleurt rood onder mijn voeten. Een schaapherder komt uit een wei gewandeld en roept me “Allez ga maar, het is langs ginder” “Ga jij naar rechts of naar links”, roep ik terug. “Geen zorg”, roept hij me terug. De herder was zo gefixeerd om zijn kudde in goede banen te leiden. Voor mij was mijn vraag om fotografische reden zodat ik hem niet stoorde. Zo mooi om dit tafereel op beeld te kunnen brengen.

Een man loopt voor me. Ik zie hem zoeken terwijl zijn hond aan de andere kant snuffelt. “Zoekt u iets?”, vraag ik de man. “Neen, ik zag net une Bécasse un oiseau migrateur”,zegt hij met verwonderde ogen. Une bécasse is een vogel die in onze taal heet een ‘houtsnippen’ een vogel kenmerkend om zijn lange snavel. Vóór een Romaans brugje in een idyllisch dorpje net voor Estaing staat een kasteel. Aan een trap vol mos hangt een scheef bordje ‘kapel’. Voorzichtig om het uitglijden te vermijden stap ik de kapel, die in een toren te zien is van het kasteel, binnen. Een kapel genaamd naar de aertsengel Michael.
In Estaing klop ik aan een deur van een bar. Ik hou er een lange pauze en geraak aan de babbel met de eigenaars en hun familie die aan tafel een maaltijd nemen. Ik wordt uitgenodigd om mee aan te schuiven voor de dessert tafel. Oeps daar gaat mijn voornemen om zorgvuldig mijn voedingintolerantie te volgen. Une tarte aux myrtilles, heerlijk.
In Estaing staat een grote pelgrimsherberg leeg die eigendom is van het dioscesaan. Eventjes droom ik weg en zie ik er mezelf geïnstalleerd om pelgrims te ontvangen. Hmm, van stilte naar drukte. Neenneen Jasmine dit is je weg niet, niet meer, nu toch niet. Mijn weg is onderweg zijn. Daar geniet ik zo van, daar ontvang ik zoveel, daar voel ik me goed.

De merel zingt zijn avondlied. Ik stap goed verder in het laatste intensieve stuk van de dag. Het gaat op en neer, het is pittig.
Ik probeer nog een tandje bij te steken om de mensen niet in ongerustheid te brengen waar ik door Willy reeds ben aangekondigd en probeer ten laatste tegen 19 uur aan te komen.
Met een mengeling van roos, oranje okkergele gloed in de lucht bij het vallen van de dag kom ik moe en voldaan en met een grote glimlach aan bij Mimi.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor meer beelden

Saint Alban-sur-Limagnole

“Goedemorgen. ,” “Goedemorgen, heb je goed geslapen?”, vraagt Marc. “Alvast veel beter dan de vorige nacht, dankjewel. Marc, ik zag je slaapzakken hangen boven in de kamer. Hoe onderhoud jij ze?” en deel het verhaal van mijn slaapzak. “Ja dat ken ik, mijn zoon heeft dat ook ooit eens gedaan. Ik wil je niet ontmoedigen, maar dat kan je nooit meer goed krijgen. Ik was ze nooit”, deelt hij me met opgetrokken ogen.
In de loop van de dag bel ik de winkel waar deze werd aangeschaft. Eenzelfde antwoord. Zuttt! Het is wat het is.

De weg begint deze morgen in klimmende richting met een dikke pak sneeuw. Ik stijg richting de 1300m.
De sneeuw is best te doen zonder sneeuwraketten. De natuur is zo bewonderensmooi dat ik soms vergeet te stappen. Met volle teugen geniet ik van het landschap en de stilte die de sneeuw met zich meebrengt. Een stilte en leegte in al zijn vol-heid. Ontroering, tranen van vreugde

Bij het stijgen komt mijn grootmoeder even in mijn gedachten. Ik krijg een binnenpretje. Mijn grootmoeder vond dat ik als puber benen had als bonenstaken, wat wil zeggen, rechte benen zonder enige vorm. Ook al was ik er even ingestapt in de niet zo fijne opmerking, begreep ik vanwaar deze kwam en verzachte haar opmerking.
Mijn grootmoeder had benen die dubbel waren in omtrek dan mijn benen, kloek gevormd ver van mannequin vorm of wat zij mooi vonden. Hoe haar benen waren in evenwicht met de rest van haar lichaam. Haar harde bolster kon ze zo moeilijk doorbreken, gelukkig kon ik erdoor zien.

Terwijl ik even stil sta om beelden in de lucht te nemen voel ik iets over mijn been wandelen. Een insect zit gevangen. Ik probeer snel mijn broek uit te trekken. Te laat. Nog vóór ik deze kan bevrijden werd ik geprikt. Een pijnlijke beet van een daas. Daar sta ik dan midden een veldweg met rugzak en broek af en een pincet in de hand om te verwijderen wat ze in mijn dij achterliet.

De schoonheid van het sneeuwlandschap die ik hier mag waarnemen en beleven, heelt de sneeuwstorm die ik vorig jaar aan de lijve heb ondervonden op de Primitivo.
In een plaatselijke bar geraak ik aan de babbel met de vrouw des huizes. Een man komt binnen en zijn eigen gemaakte pâte. “Goedendag, wij hebben elkander gisteren ontmoet. Ach, als ik wist dat je zo een heerlijke pâte had in huis dan was ik aan je deur komen aankloppen”, zeg ik al lachend. We geraken aan de babbel en als hij hoort vanwaar ik kom begint hij alle discotheken op te sommen die in de buurt lagen van mijn ouderlijk huis. De wereld is klein.

Op het hoogste punt ‘Le Sauvage’ komt een bejaarde man gestaag aangewandeld. Aan zijn voeten is Tosky, de hond van de chef-kok. De man weet me te vertellen dat de hond meewandelt met de pelgrims en zijn baasje hem soms moet ver halen. soms moet zijn baasje hem halen. “Je hebt geluk met het weer. Vorige week was er regen en was het stappen in een dikke mist”, deelt de man goed ingeduffeld in zijn winterkledij terwijl ik in sjort naast hem sta.
Na onze korte babbel zorg ik ervoor dat de hond niet met me meewandelt.

Aan de kapel van St. Rochus wijst een man me de weg en deelt een tip voor een overnachting in het dorp waar ik zal stoppen. Om geen koud te vatten stap ik verder. Achttien uur. ‘OK, Jasmine je hebt nog een half uur de tijd voor het volledig donker wordt. Net op tijd haal ik het dorp Saint Alban-sur-Limagnole. Hélène helpt me een overnachtingsplaats te vinden na heen en weer te wandelen en te bellen. Finaal eindig ik bij Monsieur coco die me in zijn gîte ontvangt.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Rocco’s poot

Samen met soeur Ezechiël, rijden we van La Ferté-Imbault naar Tours van waaruit ik mondjesmaat terug keer richting België.

Langs de weg wenst Ezechiël te stoppen in een kerk voor de Vespers (avondgebed). Ik zoek op de kaart en zie er 2. “Laten we de dichtste nemen” , zegt Ezechiël. Ik vergroot de kaart en zeg ” Het kan niet beter, de kerk is genaamd naar Maria Magdalena.” “Ah, voilà. Blijkbaar moeten we daar zijn!”, reageren we in koor.

Aankomend in Tour overnacht ik bij vrienden van Ezechiël. Er wordt gevraagd naar mijn ervaring op de weg. En in een gesprek met als thema gebed, naar de kerk gaan en het ontvangen van het sacrament, zie ik verwonderde gezichten wanneer ik hen deel dat voor mij het gebed bestaat uit dankbaarheid bij het zien van een nieuwe dag, iedere stap die ik op moeder aarde zet. En dat het sacrament, voor mij in mezelf aanwezig is, nl. mijn hart.
De non- verbale en verbale reacties vallen me op, bij de vraag: “Stel je voor dat er morgen geen sacrament is, niet te vinden of je bent verplicht je een heel lange tijd op te sluiten voor je veiligheid en je het sacrament niet kan ontvangen?” “Ah, neen, dit heb ik nodig. Ik kan me ook geen leven zonder voorstellen…”, krijg ik als antwoord. Het voelt voor mij bijna als een afhankelijkheid van iets buiten zichzelf.

Het duurt bijna tot de middag voor ik gewaar wordt dat mijn lichaam zich in beweging brengt. Ik breng een bezoek aan de kathedraal van Tours. Prachtige glasramen zijn er te zien, het is voor mij ook het enige wat me kan bekoren in de kathedraal.

Op een wandelbrug zet Ik de Kleine Prins neer voor een foto bij een straat graffiti. “Ohh, il est beau ton petit bonhomme”, roept een langs rijdende fietser.

Ik wandel de weg langs de rivier de Loire en geniet van de reflecties op het water, de beginnende veranderde kleuren in de natuur. Hier en daar kan ik nog bewoonde troglodyte (huizen in de rots) woningen waarnemen. Zij zullen alvast geen last hebben van de veranderde energie prijzen, want in zo een woning blijven de temperaturen in een constante van zo een 17 graden.
Ik heb het gevoel dat mijn wandelweg in een snelheid om was vandaag, nog voor ik het wel besef kom ik aan in Montlouis-sur-Loire waar een dame van 82 jaar me vriendelijk verwelkomt in het zaaltje van de parochie.
Ik blaas er mijn matrasje op die ik neerleg op een vasttapijt. Vind er wat kaarsjes, een lampje, mijn aquarelle doos, een boekje… Een gezellig nestje.

Na een goede nachtrust en een stevige koffie verlaat ik het dorp. Een aangename zachte najaarszon is aanwezig. En tegen de middag loop ik nog steeds in sjort en t-shirt. Zalig.
Af en toe sta ik stil en geniet ik van de rijke natuur. Ik open mijn armen wijd open, adem diep in, sluit mijn ogen en wordt de fijne windbries en warmte van de zon gewaar op mijn huid. Met een diepe inademing dank ik voor al dit schoon die mij, ons geschonken wordt.

In de namiddag nader ik Ambroise met zijn groot, eerder immens kasteel waarvan je de reflectie ziet in het water.

Voor mij, een man en vrouw wandelen arm in arm. Ze vertragen. Onverwachts is plots een sheet hoorbaar, amai en geen kleintje… Hmm, ik voel mijn oogleden open trekken en mijn mondhoeken opwaarts. Ik steek hen voorbij en zeg met humor :”Eh bien, c’est ce qu’ils appellent vraiment prendre de l’air.”

Ik twijfel even of ik in Amboise blijf of verder wandel. Ik slenter wat door de straatjes naast het kasteel en al heel snel wordt ik gewaar dat ik niet in de massa wens te blijven. Bij het oversteken van de brug naar de andere kant van de oever, zie en hoor ik een koppel mij uitlachen omdat ik met wandelstokken wandel. Ik laat het bij hen en kan me voorstellen dat voor mensen die van de wereld weinig afweten, of het gezichtsveld niet veel verbreden dat dit een beeld is die wat vreemd aanvoelt. Een reactie die meer over hen verteld, dan over mij.
Verheugd verlaat ik Amboise.

In Pocé-sur-Cisse eindigt mijn dag. Op een hoek van de straat sta ik even stil, laat ik de omgeving op me afkomen. Recht voor mij een groot peperkoekenhuisje. Ik wandel even naar rechts, naar links, blijf staan en steek nadien de straat over om aan het hekken van het huis te bellen. Drie kleine bellen hangen aan het hekken. Zo een bellen zoals aan de hals van de geiten of schapen. Aan de derde bel… opent een deur. Christine komt buiten.

Bij Christine, Pierre, Léa en Rocco de bijzondere poes.

Bij het klaar maken van de maaltijd vraagt Christine me “Mag ik je een vraag stellen, voel je vrij om erop antwoorden. Waarom koos je ons huis?” “Ik laat me leiden en vertrouw mijn intuïtie.” “Is het dit wat men la divinité noemt ?” “Dit zou men zo kunnen noemen”,deel ik Christine.

Na een gezellige hartelijke avond krijg ik een bijzondere unieke stempel in mijn credential. De poot van Rocco.

In de nacht wordt ik wakker. Kijk ik op mijn telefoon naar het uur 00:31

In dankbaarheid na deze mooie dag en avond, dommel ik verder in.

Hier een kortfilmpjeEn nog eentje

Hier wat beeldenEn nog…

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Puerta de Tierra

rb. Sint-Jacobskerk Almeria, lo. Rioja met zicht op de droge rivierbedding

Almeria. Samen met Chris, een Belgische pelgrim ontvangen we een pelgrimszegen
in het Monasterio de la Purísima Concepción. Het kerkje is gespaard gebleven tijdens de oorlog, daar er geen beelden te vinden waren in de kerk. De inwoners hadden alles verstopt en zo ontsnapte het aan het vuur. We nemen afscheid van Nelly en José.

Op een terrasje wat verder op de Camino neem ik samen met Chris een ontbijt. Café con leche e un bocadillo calido Con tomate, aceite de Oliva, y jamón. Bij betalen schrik ik van de lage prijs op mijn kassa ticket.

Het duurt een paar kilometers voor ik de urbanisatie uit ben van Almeria. In een kerkje in een volgend dorp stap ik naar het wijwatervat… just…. droog.
Het wijwatervat heeft plaats gemaakt voor een ontsmettingsdispenser die er net naast hangt. Besluiteloos sta ik ernaar te kijken en laat dit beeld bij me binnenkomen.
Waar is in godsnaam de bewustwording gebleven! Wanneer zullen mensen wakker worden en niet meer handelen louter vanuit hun bovenkamer en blind vertrouwen in autoriteit en iets buiten zichzelf gaan zoeken.
Wanneer zal de mens opstaan en zijn innerlijke brain gebruiken, contact maken met de buik, daar waar in elk mens zijn/haar kracht is. Niet voor niets dat de darmen gelijken op onze hersenen.
Wanneer zal men deze samen gaan verbinden met het hart. Is het niet wondermooi hoe we zijn gecreëerd.
Niet enkel via onze oren kunnen we horen, laten we leren luisteren naar onze innerlijke stem, onze intuïtie.
Verbind je met je Zelf! Wordt gewaar.

Via een droge rivierbedding ‘Rio Andarax’ wandel ik richting Rioja.
Al heel snel gooi ik mijn wollen kousen uit – waar ik me gevangen in voelde – en kan ik hierdoor de vrijheid in mijn lijf gewaarworden. De wind blaast een lichte bries op mijn voeten, terwijl de zon al hoog staat, voelbaar op mijn hoofdhuid.

Wat bevreemdend wandel ik door de rivierbedding en het dorre landschap. De overgang van België, vliegen over de Franse Pyreneeën – daar waar de assen van mijn grootvader uitgestrooid liggen – voelde als een poort waar ik door mocht.

Terwijl ik aan het wandelen ben, wordt ik verandering in mijn bewustwording gewaar. Het kenbaar gevoel van thuiskomen.
Het gedumpte afval in de natuur doet me aan een flitssnelheid terugbrengen in het horizontale. Gelukkige kan ik even snel mijn lichaam terug gewaarworden in een groter geheel.

De weg gaat rustig verder…aan een huis, een bordje ‘Puertas de tierra’, met er boven een ’11’.

Aangekomen in Rioja stap ik naar de Albergues Municipales waar Nelly me een code gaf om er te kunnen overnachten. Na een tappa – een klein gerechtje op een dessert bord, ideaal voor mij buikje -, een avondwandeling bij volle maan.

La Couvertoirade

Tréves

Danny en Jean-Michel staan in de deuropening van l’ancien presbytère. We zwaaien naar elkaar. Aan de fontein vul ik mijn fles met bronwater. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat er hier in het dal zo een rustig en mooi gelegen dorpje was.
Ik verlaat Trèves via ‘Le Pont Neuf’ en een smal dichtbegroeid pad.
Na de Causses de Méjean, Causses Noir… hup, pour les Causses du Larzac. En wie zegt Causses, zegt stijgen en dalen.
Een zoveelste stevig klim om dan straks wat in de hoogte plat te wandelen.
De ene kalkgrond, de andere wat meer klei… Hier en daar is de grond wat rood gekleurd en wanneer ik naar de kleur van mijn benen kijk is de camouflage ten top.

De temperaturen blijven hoog, en wie zegt hoge temperaturen in het Zuiden… daar zingen de Cycaden tot zelfs soms oorverdovend wanneer je er tussen staat.
In de verte zie ik Nant. Tijd voor een middagpauze. Wat zeg ik middagpauze, het is reeds 14u.
Geen enkel plaatselijk winkel is open. Ik voel me zwak worden, is het de warmte, heb ik honger… een mengeling van beiden. Ik ga op een terras zitten en bestel me een maaltijd om terug op krachten te komen.
Pff, ik ben echt teneergeslagen van de warmte. Zelfs dat ik er bijna geen woord uitkrijg. Ik rust wat uit op de terras met mijn boekje in de hand.
Ik hoor de stemmen op de achtergrond verdwijnen, ik voel mijn hart in slaapmodus gaan. Mijn ogen sluiten.

Pas in de vroege avond beslis ik om verder te stappen. Het is bijna 18u. ‘Jasmine, is dit wel verstandig. Zou je niet beter stoppen met die warmte…’ Ik twijfel en ga langs de camping. Ik vraag om een bed te gebruiken die rond het zwembad staat om te slapen. Wegens de Covid kan dit niet. ‘les gents utilisé leur essui bain.’ ‘J’ utiliserais mon sac de couchage. Helaas. Ik vraag de prijs van een bungalow voor 1 nacht. 80 euro, oeps die de prijs voor één nachtje camping. Op de website staat 35 euro per nacht.

Het is duidelijk dat ik hier niet hoef te zijn. . Komaan Jasmine, het lukt je wel. De volgende kilometers richting ‘La Couvertoirade’. Hoewel de zon minder hoog staat, de temperatuur is niet gedaald. Vier uur later kom ik aan in het Tempeliers dorp met zijn kasteel, gebouwd door de orde van de Tempeliers ergens in de 12°eeuw. Het is er stil wanneer ik aankom. Een herder haalt zijn schapen binnen. Ik geniet van de rust die hier is. Ik steek het dorpje door… op een deur staat geschreven ‘Gîte de la Cité’, Ik ga binnen, een kamer om te delen met Roxane, een bed… Rust.

Trèves naar La Couvertoirade

La Couvertoirade

Avallon

img_20200104_1217038988677250333617155.jpg

Ondertussen is het hier een komen en gaan. Mensen komen bezoek brengen aan familie en vrienden, vergaderingen gaan door in Centre Madeleine…
In la salle St. Jacques leer ik een man kennen. Hij komt hier voor drie dagen uitblazen en antwoorden zoeken. Zijn lichaam, energie voelt onrustig. We geraken al heel snel in gesprek. Een niet weten, dilemma draait in zijn lijf en vooral hoofd over wat hem te doen staat in een levenssituatie. (ik ga niet verder in detail omdat het niet ter sprake doet).
Ik voel sterk dat hij op mij komt leunen en antwoorden bij me komt zoeken. Ik probeer goed bij mezelf te blijven om me niet te laten meeslepen in het verhaal waarin ik kan zien, voelen wat gaande is. Ik laat het bij hem. Mijn taak is niet om hem een antwoord te geven, om hem uit zijn lijden te halen, ook al zou ik hem daar misschien wel willen bij helpen om pijn weg te nemen. Dit zou eerder iets vertellen over mijn eigen pijn die nog aanwezig zou kunnen zijn in mezelf. Men kan de pijn van een ander niet wegnemen, omdat het zijn of haar pijn is. Iets dat we allen wel kennen en kunnen herkennen.
Het enige wat ik voel en wat ik kan doen is me blijven openstellen en luisteren naar hem. In het gesprek zegt hij plots, “dit le moi, tu connais la réponse. Je le vois.” “Non, je ne peut te donner une réponse. Ce n’est pas à moi de le faire”, hoor ik mezelf zeggen. In volle expansie met zijn lijf komt hij wat dichter, als een man die op instorten staat maar tegen zichzelf aan het vechten is. Ik neem wat stappen achteruit. Hij vertelt verder…. Ik eindig het gesprek met, “Tu sait… même si je saurait la réponse je ne peut te la donner. Car si je le ferais ce serait une conversation du mental au mental. La réponse que tu veut ne viendra pas de la. Cela ne t’apprendra rien car tu ne l’auras pas ressenti. La réponse viendra a toi, pas en la cherchant, mais tu la recevra à un moment inattendu”. De man wordt stil, kijkt me aan. Zijn energie wordt zachter. Zonder woorden hadden we elkander begrepen.

Op de middag ga ik naar de viering. Tijdens een… ik vermoed een homélie, hoor ik in een paar woorden wat ik deze morgen deelde aan de man.
Na de viering zoek ik het op in de bijbel… ik vind het niet terug. En eigenlijk doet het er niet toe. Wel fijn dat bevestigingen dichter en dichter komen en ik me hierin gesteund voel.

Ik ga even om de hoek, naar de winkel van de zusters om een boodschap. Een zuster spreekt me aan en deelt, “oh,… À partir d’un certain âge c’est difficile de rentré. En la essayé mais le moule est fait…”. Hmm, ik begrijp eerst niet waarover ze het heeft, ik had hieromtrent ook geen vraag of raad gevraagd. Ik luister verder naar haar delen omdat ik voel dat er een energie aanwezig is waarin we naar elkander toe worden gehaald en wat de zuster deelt met mij te maken heeft. “Allez a La Pierre-qui-Vire, la il y a quelqu’un qui te donnera une réponse qu’elle direction à prendre. Bon ils y a un peut des fous là bas. Mes ’t inquiètes pas.” “Euhh, ma sœur je savez pas que cela exister”, deel ik haar, voelend dat het haar humor was die ze boven haalde. Ik zet ern paar stappen richting de deur, kom terug op mijn stappen… “Ma sœur… Euh… La Pierre-qui…”. “La Pierre-qui-Viré, oui en a viré Marie ils reste que Viré”, antwoord ze met ‘Hi’. Een bijzondere zus.

Terug in centre Madeleine bekijk ik even de grote landkaart die aan de muur hangt waarop vele Jacobswegen uitgetekend zijn. Ik stip Vézelay aan, zoek naar Bugarach (hier later meer over) en Sainte Beaume. Een nieuwe tocht… Ik neem wat afstand van de kaart… een L vorm.

Op de middag ga ik iets kleins eten met Marie-France en Martine. Aan een tafeltje zitten twee dames, een onbekende en één van de dames die me sprak over Sainte Beaume. We wensen elkander gelukkig Nieuwjaar.
De andere dame staat op en komt Martine aanspreken… Sainte Beaume… zelf ga ik achteruit en neem wat afstand om niet te horen. Wanneer het gesprek afgelopen is schuif ik terug aan. We hebben een fijn moment samen.
In de namiddag gaat Martine naar Avallon. Ik wordt uitgenodigd en ga erop in. Avallon een naam die ik al vaak heb gehoord…

img_20200108_1842207842845736545638454.jpg

Abbatiale Avallon

Een uur later zijn we in Avallon. Ik herinner me dat ik vorige jaar tijdens mijn 8 maanden pelgrimstocht hier iets over zag verschijnen op FB. Ik zoek even op en lees… hmm, het eerste wat ik lees gaat over een interpretatie, persoonlijke invullingen over Vézelay, de Basiliek en over een zuster met een stofzuiger… Hmm, een verdraaid beeld wordt weergegeven van de realiteit… Ik lees verder over Avallon…het is dus wel hier, Avallon in Frankrijk. Ik zoek de kerk op, die een abbatial is. Het timpaan van de abbatial trekt mijn aandacht. Rijkelijk versierd met beeldhouwwerk. De rechtopstaande pilaren staan vol met florale afbeeldingen. Ik stap de kerk binnen. Een zwaarte is hier voelbaar, het is er somber en vochtig, de vele glasramen tonen de rijkdom van toen. Een eenvoudig beeld van de Aertsengel Michael is te zien in de rechterflank. In het midden een enorme metalen rooster ook in florale vormen. Daaronder de crypte die voor het publiek niet toegankelijk is waarin de schedel van Lazarus zou liggen. (Op het einde van de tiende eeuw zouden de relieken zijn overgebracht door Hendrik I van Bourgondië, maar ook in Marseille houdt men vol dat ze in het bezit zijn van het hoofd van de heilige. Lazarus is de patroon van de lepralijders – Bron:Wikipedia)
Patroon van de lepralijders, dan is dit niet vreemd dat ik hier een zekere zwaarte mocht gewaarworden, wanneer een gids me verteld dat l’abbatiale vooral in de geschiedenis gevuld werd met leprozen omdat de omringende buurten en kerken ook al vol lagen, tot in Vézelay tien kilometer verderop (bron: gids Vézelay)
Ik verlaat de kerk en wandel terug richting de markt. Een warme chocomelk met Martine en dan terug naar… huis….

In de wagen deelt Martine me wat de vrouw aan haar vertelde deze middag. “La dame me parlez d’un arbre en forme de L, une grotte…”….

OK, j’ai compris, affirmation reçue….Een pelgrimstocht krijgt vorm. Hi, ik voel vreugde binnenin.

img_20200103_1124156210346054571553369.jpg

Hoogaltaar – abbatiale Avallon