
Bergerac


21 mei – Met droge kleren verlaat ik het hotel waar ik van een goede nachtrust heb mogen genieten. Af en toe laat de zon zich zien. Haar warmte is voelbaar op de huid. Na een waterpartij zie ik een pijl om
links af te slaan. Ik twijfel. Ik neem een weg op een pas afgemaaid graspad. Ik zet een stap en nog voor ik mijn voet neerplaats schreeuw ik een vloekwoord uit. (Sorry St. Jacques). Nog 10 cm lager en ik plaatste mijn voet neer op een slang. Ik schrok van haar, zij van mij. Terughaalt een slang mij uit een ‘dwalende gedachte’. Ik denk terug aan mijn twijfel en keer terug op mijn stappen. ‘Just’ de pijl werd te vroeg geplaatst. Nog voor Bergerac kom ik langs twee mooie, pittoreske dorpjes. Ik hou halte. Eén dorpje heeft een kippenkwekerij. De kippen lopen er vrij rond in het dorp tussen de huizen, in de tuinen en bossen. De regen van gisteren heeft de weg modderig gemaakt. De grond blijft aan mijn voeten kleven. Wanneer ik Bergerac binnenkom, loop ik ongeveer bijna twee kilometer doorheen een mooi aangelegd park. Grijze wolken, ze worden donkerder. Ik zie twee lagen wolken naar elkaar toegaan en besef dat ik nog weinig tijd heb om mijn regenvest aan te trekken. Net de rugzak op en het begint goed te onweren. Mijn inschatting was juist. Het enige wat ik kon doen, is in de struiken in achterwaartse beweging verdwijnen. Daar sta ik dan voorovergebogen, leunend op mijn wandelstokken met mijn poep in de struiken. Zelfs deze houding beschermt me niet van de hevige regen. Een uur later kom ik aan bij Anne-Sophie en Thierry. Aan de deur hangt ‘bienvenue Jasmine’. Ik word verwent met een warm bad en lekkernij.
19 mei – Richting Périgueux. Mijn weg gaat door bossen, het gaat vlot. Om 13 uur kom ik al aan in de voorstad van Périgueux. Het is heel warm. Voor ik de stad binnen ga probeer ik nog een sportwinkel te vinden. Een nieuwe broek is echt noodzakelijk geworden, zonder centuur hangt deze gewoon op mijn kuiten 🙂 .
De winkel is aan een gans andere kant van de stad. Ik overweeg autostop. Een dame stopt en zet me af aan de winkel. “Fait tes courses, ne court pas je t’attend et puis je te conduit a la Cathedral”. Ik laat een diepe zucht van opluchting. In een mum van tijd ben ik terug buiten met een nieuwe broek aan mijn poep en een lichter e slaapzak. Naar de kathedraal. Buitenuit ziet ze er heel imposant uit. Binnenin heb ik geen enkele voeling met haar. Koud, afstandelijk, hard. Wanneer ik door de straten wandel valt het me op dat ik een ander gevoel heb in tegenstelling tot vroeger. Waar ik vroeger voortdurend met mijn camera zou rondgelopen hebben, zegt me vandaag niets meer. Een fijne evolutie waar ik van geniet.
Ik kom vroeg aan in de refuge. Een heel lieve hospitaliere ontvangt me. Samen met zeven andere zal ik hier verblijven. Na een verfrissende douche, de post om mijn rugzak zo een 2500 gram lichter te maken. Eten voor deze avond. Een potje koffie met een boekje in het zonnetje op een terras.
Het afsluiten van de avond vind ik niet zo fijn. Pelgrims die niet komen opdagen zoals afgesproken, die geen sleutel hebben om binnen te kunnen. Waardoor anderen niet kunnen gaan slapen. Die bij het binnenkomen heel luidruchtig zijn en een onaangenaam geurtje van alcohol met zich meedragen. Al heel snel zie je de verschillende beweegredenen van pelgrims op de weg.


18 mei – De ochtendzon, de vogels komen me een goede morgen zeggen. Ik strek me uit. Het is nog rustig in de Chambre d’hôtes bij Jos en Jeannine. Een nachtje in een kamer alleen doet me goed om te recupereren. Een korte dag van 19 km zal me ook goed doen. Ik vertrek al zingen en neuriën. ‘Ultreïa’. Ondertussen is Nick een dagje voor. En zo gaat dit op de Camino. Pelgrims komen en gaan je ontmoet ze op verschillende plaatsen en met sommige deel je een stukje van de weg tot je ze niet meer ziet. Op 4 km voor Sorges zie ik in een tuin een zwembad. Met het warme weer zou ik geen neen zeggen tegen een duik. Bestaat dit ‘watertanden’ voor een zwembad 😉 ? Ik zie zelf de mensen niet die ernaast zitten tot ik hoor roepen “hè, les ch’ti c’est ici”. Gerard en Marie zitten op het terras samen met de mensen die er wonen. Ik vergezel hen aan de aperitief tafel. Ik hou het sober. Twee uur later verlaten we deze plaats om een uur later terug uitgenodigd te worden, deze keer voor de koffie. Allemaal heel aangename ontmoetingen vol vreugde. In Sorges ben ik plots met zes pelgrims, oeps dit is veel wanneer je uit de rust van de natuur komt.
‘Tous les matins nous prenons le chemin,
Tous les matins nous allons plus loin.
Jour après jour, la route nous appelle,
C’est la voix de Compostelle.
Ultreïa! Ultreïa! Et suseia Deus adjuva nos!
Chemin de terre et chemin de Foi,
Voie millénaire de l’Europe,
La voie lactée de Charlemagne,
C’est le chemin de tous les jacquets.
Ultreïa! Ultreïa! Et suseia Deus adjuva nos!
Et tout là-bas au bout du continent,
Messire Jacques nous attend,
Depuis toujours son sourire fixe,
Le soleil qui meurt au Finistère.
Ultreïa! Ultreïa! Et suseia Deus adjuva nos!
(Parole et musique Jean-Claude Benazet)

17 mei – “Tu a bien dormi”. “Non”. “Et toi”. “Non”. Het resultaat van een avondje lachen, zingen en nieuwe ontmoetingen. Gerard en Marie (twee nieuwe pelgrims) zijn al de deur uit. Ik ga nog even langs de supermarkt om eten. Het wandelen gaat goed. De natuur veranderd. De temperaturen worden warmer. Andere geuren. Een groot deel van de wilde planten zijn niet meer te zien. Andere zijn in de plaats gekomen. De geurende kamperfoelie. De clematis. De Vlier. Naaldbomen. de Nièvre, la Creuse, le Limousin kom ik beetje per beetje dichterbij de Perigord. Fladderende vlinders, een Icarus blauwtje die plots verschijnt uit het lange gras. Over een rivier, een brugje die zo bol is gemaakt dat mijn twee wandelstokken noodzakelijk zijn om me er overheen te komen. Een salamander is er aan het zonnebaden. Ik kijk hem zodanig aan dat ik me omdraai en in het midden van de brandnetels sta. Een portie bloedzuivering. Op een lange weg dalen mijn gedachten weg. Op twee meter voor me zie ik iets zilvergrijs, dubbel en de lengte van mijn schouders in S-vorm verdwijnen. “Aahhh”, een kreet. Ik ontwaak. Une couleuvre.

14 mei – Mijn wekker, waar, mijn wekker. Ik hoor hem…mijn lichaam reageert nog niet. Om acht uur ga ik samen met de zusters bidden. Nadien nemen we samen het ontbijt. Pas om negen uur verlaat ik het gebouw en neem ik afscheid. De platte dakpannen hebben plaats gemaakt voor de gebogen zuiderse dakpannen.
In Saint Leonard de Noblat, geniet ik van de kleine pittoreske straatjes. Vooral van het zien dat er leven in het dorp is. De eerste bakker en fruitboer na 2 dagen wandelen. Een kleine verwennerij ” chocola et guimauve”. In een papeterie zie ik in de etalage een traditioneel Frans mes liggen ‘L’Aigiuole’ met een prachtig houten handvat. Ik kan me niet weerhouden. Aan de kassa meld ik dat ik de houten verpakking niet wens. Ze kijken me verontwaardigd aan. “Madame l’important c’est le couteaux. Le reste c’est du poids et cela prends de la place aussi bien dans mon sac que dans mes armoirs”. De verontwaardigde blik wordt groter. Ik wandel verder.
Een fikse daling om de stad te verlaten, brug over en het bos in. Uit het bos kom ik in een klein dorpje. De schrijnwerker staat klaar om te vertrekken. Een vrouw roept de man eventjes terug. Een teder gebaar, een kus. Een mooi tafereel “ah, c’est jolie”. “Merci” met een lange i die blijft naklinken, zegt de vrouw met een zekere fierheid. Rond 13u kom ik aan in Aureil. Kort achter de kerk staan veel wagens geparkeerd. Zou dit op een bar of restaurant kunnen wijzen! Een klein bordje aan de façade, niet echt duidelijk of het nog bestaand is of niet. Een dubbele deur, een gordijn en achter het gordijn vele gedekte tafels. Het is ondertussen al wel duidelijk dat ik graag lekkers ga eten. De echte Franse keuken, hier is het deze van Paulette. Om de vingers af te likken. Bij het verlaten van het restaurant wordt ik aangesproken. “Excuses moi, je peut vous demander une question” vraagt een man. Al heel snel wordt één vraag meerdere vragen. De laatste vraag “pourqoui vous faites ce chemin”. “Bhein, monsieur, chaque pelerin a sa raison. Vous voyer, dans votre assiete il y a un gateau au fraises. Bhein, pour moi ce sera la cerise sur le gateau”. Hij kijkt me aan en knikt. Met een wederzijds warm gebaar verlaat ik het restaurant.
Tip: Restaurant Rebeyrolles (epicerie-tabac), Aureil

12 mei – “Maintenant” hoor ik roepen in de verte. Naast mij hoor ik twee mannen schrikken. Oeps, half wakker besef ik dat ik het ben. Twee uur in de morgen. Een nachtelijke droom. Zou het binnenkort volle maan zijn! Vroeg vertrek ik uit Bénévent l’ abbaye waar ik geslapen heb in de refuge Adodane. Voor mijn vertrek meld de eigenaar dat er een verkorte weg is van 6 km ” Il est plus court et le camino c’est qoui, ils vous emene que part des eglises!” “Bhein, c’est un pelerinage monsieur” antwoord ik verwonderd. “Vous aller rien trouver par la”. “Oh, bhein il y a toujours bien une maison”. Zijn reacties voelen niet goed. Een zware dag met veel stijgen tot in Saint-Goussaud. Natuurlijk na een stijging komt een daling… . Langs de weg ontmoet ik Madeleine met haar hondje. “Il fait pas beau, vous n’avez pas de chance” meld ze me terwijl ze me aankijkt. “Oh, madame il a toujours le soleil sur chemin” vertel ik haar met een glimlach. We blijven wat verder praten en voor ik in een bosje verdwijn lacht Madeleine me mooi toe en zegt “Bon chemin ma fille”. “Vous voyer madame, il y a toujours le soleil sur le camino. Votre sourire est un rayon de soleil” en ik zwaai. In Châtelus le Marcheix verblijf ik in een nette en aangename refuge van de gemeente. Ik verneem dat er iemand de pelgrims een andere weg opstuurt. Ik denk aan de reactie van deze morgen in de refuge in het voorbije dorpje. Dit wordt bevestigd door een pelgrim die niet aankwam en op dezelfde plaats heeft overnacht. Een ongepast gedrag op de pelgrims route.

11 mei – Een lang ontbijt met Paulette om dan met een lichte regenbui te vertrekken. In een weide langs de weg ontmoet ik een hertje. Ik blijf stilstaan op de weg zodat het hertje niet schrikt van me. De weide is omringd met prikkeldraad. Na een goede 5 min. weet het te ontsnappen zonder zich pijn te doen.
De dag is gevuld met afwisselende regenbuien. Op de middag ga ik binnen in een restaurant aan het begin van Chamborant. Verrukkelijk! Lang geleden dat ik zo lekker heb gegeten. Gegratineerde aardappels, suikerbonen en een stevig stuk vlees gebakken in een rode wijn saus. Pas veel later vertrek ik terug met de zon. De zon scheen in de verte op een huisje. De grijze wolken op de achtergrond versterken dit mooie zicht. Ik hoor gedonder. Daarom die mooie grijze wolken. Onweer! Ik stap sneller want het onweer zit kort achter me aan. Onweer schrikt me normaal niet af, de situatie was een beetje anders. Hoog plateau, geen enkel afscherming, veel bomen en velden. Donder, bliksem en in enkele minuten zag ik niets meer, een dik gordijn van hagel. Ik denk dat ik nog nooit zoveel heb gebeden. De bliksem zat kortbij. De weg draait plots naar links. De brede grijze strook verdwijnt rechts van me. Mijn gebeden werden aanhoort. Verder een meer. Ik stop er voor de mooie reflecties op het water. Op twee meter voor me valt een stuk boomtak van tien centimeter diameter naar beneden. Welke gebeden 🙂 😉
Tip: La table de Chamborant, route de Fursac, Chamborant

10 mei – Nog even langs het gemeentehuis waar ik internet verbinding heb om mijn beelden in dropbox te plaatsen. De weg daalt onmiddellijk naar de rivier. Waw, wat een pracht en het doet me al heel snel de mindere mooie stukken van deze route vergeten. Nu begrijp ik waarom een tal van bekende kunstenaars in deze buurt verbleven. ‘La Creuse’.
In een tuin zie ik een man leunend op zijn spade. “Bonjour monsieur, il est beau votre jardin”. “Oh merci, cela pousse lentement”, antwoord hij me met een glimlach. “Il sont belles vos salades”. “Merci madame” en hij neemt terug zijn spade in de hand. De wind is terug harder beginnen waaien. In een klein bosje hangt een houten brievenbus met een Sint Jakobsschelp. Er achter een bank en tafel gemaakt uit een boomstam. Uitnodigend en het doet me er ook op wijzen dat eten noodzakelijk is. Wat ik soms wel vergeet door al die schoonheid rond me heen. Terwijl ik mijn brood snij hoor ik “Je peut prendre une photo”. Ik schrik. De pelgrim met de rode cape excuseert zich en verdween even snel zoals hij gekomen was. De wind is nog altijd van de partij en doet de tarwe op een elegante manier dansen. Ik breng mijn armen zijwaarts en voel dat mijn borstkas zich opent. Ik adem goed in en uit. Zuurstof. Wat doet dit deugd! Ik wiebel zachtjes heen en weer. De kleurrijke bloemen rond mij doen mee. De wind in mijn haren… Ik ben gelukkig. Tranen van ontroering. Rond 16 uur kom ik aan in La Souterraine waar Max zich ontfermt over de pelgrims. Heel snel weet hij een overnachting voor mij te regelen. Een uur later zit ik samen met Paulette, twee zusters en nog wat mensen een rozenkrans te bidden, dit op de vooravond van moederdag.
9 mei – Na een gezellige avond bij Nadine en Bernard geniet ik nog van een ontbijt samen. Bernard brengt me nadien terug naar Cuzion waar gisteren mijn dag eindigde. Een smal pad neemt me mee doorheen een bos, een sterke afdaling richting la Creuse. Een prachtig stuk natuur. Op een geheven moment besef ik dat ik een pijl van de weg heb gemist. De lange weg brengt me omhoog op een plateau. De wind is er sterk en krachtig. Af en toe komt de zon een goeie dag zeggen. Kort na de middag kom ik aan in Crozant. Na een afdaling kom ik langs de ruïnes van het kasteel. Het is hier zo rustig en sereen dat ik beslis om hier mijn nacht door te brengen in de refuge. Een oude kantine. Ik breng mijn gerief in de kantine en ga wat kuieren in het dorp. Eén bakkerij, 2 kruidenierswinkel en een gerenommeerd restaurant. In het eerste winkeltje ga ik binnen. Een hoogbejaard vrouwtje Nini la Berthonière zit op haar stoeltje ten midden haar etenswaren. Ik koop er wat drank en groenten en meld haar dat ik binnen een uurtje terug kom om haar gezelschap te houden. “Ah, c’est bien ma fille. C’est gentil”. Een uur later was ik er terug. Nini wist niet meer wie ik was.