De Postbode

 

Jasmine Debels (2 van 10)

Goed geslapen en uitgeslapen ben ik voor mijn wekker op. De ochtendgebeden. Ontbijt en dan samen met de zusters naar de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren voor de eucharistieviering. Het evangelie volgens Matteüs is heel toepasselijk. “Jezus zei tot de apostelen, “Als jij in een stad of in een dorp komt, onderzoek dan wie waard is je te ontvangen en verblijf daar tot jij terug vertrekt. Wanneer je dat huis binnentreedt, breng het je vredegroet; en wanneer het die waard is mag je vrede over dat huis komen, maar wanneer het die niet waard is, dan keert je vrede tot je terug. Als men je ergens niet ontvangt en niet naar je woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van je voeten…“ (voor interpretatie vatbaar). Een zuster en ik kijken elkaar aan. We glimlachen naar elkaar. Na de dienst zegt ze: “Jij hebt het stof van je schoenen niet moeten afschudden.”

Na de eucharistieviering keer ik samen met de zusters terug naar het klooster. Boterhammen smeren, koffie drinken. Zuster Rita komt me een geschenk brengen. Een boek over het 150-jarig bestaan van de Grauwzusters. “Zuster, dankjewel. Ik neem het met plezier aan. Voor het gewicht zal ik het hier laten liggen en in het najaar kom ik bij jullie op bezoek. Ik zou het dan ook fijn vinden dat jullie allen jullie naam erin schrijven.” “We kunnen het ook opsturen.” “Neeneen zuster, ik kom er met plezier om.”  Ik word uitgenodigd voor de zevenjaarlijkse Kroningsfeesten in 2016. Een Mariaverering. “Ik kom met plezier, zusters, en vier dit graag samen met jullie allen.” Ik verlaat laat in de morgen het klooster. Ik geef aan allen een kus. “Dankjewel voor je vriendschap”, roept zuster Lucia nog, terwijl ik in de deuropening sta.

Naar de basiliek om een pelgrimsstempel. Lang geleden dat ik nog zoveel mensen op een ochtend in de week in de kerk samen heb gezien. Terug op de weg. Ik hoor iemand fluiten. De postbode. “Dat is een vrolijke postbode”, roep ik terwijl hij verder fietst. “Moet wel hé!”, roept hij al lachend terug. “Dat is plezant hé!”, roep ik terug. Ilyas, de postbode. “Een naam afkomstig uit Pakistan,” weet hij me met fierheid te vertellen. ”Mijn ouders waren ooit in Pakistan. Hadden er geldproblemen. Een Pakistani hielp hen. Hij heette Ilyas.” Ilyas trapt al fluitend verder op de ronde van zijn vader.

Na een bocht, een rozenhaag. Een verrassende geur. In Alden Biesen vraag ik info in het toeristisch bureau. Fonny doet verschillende telefoons om een overnachting te vinden. Tevergeefs. Ik krijg zijn telefoonnummer voor het geval ik geen overnachting zou vinden. Ik besef plots dat de dag aan mij voorbij is gegaan, alsof die er niet is geweest. Een groot deel van wat ik gezien heb ontsnapt me. Niet getreurd. De gevoelens ben ik niet verloren. Een glimlach en een goed gevoel komen naar boven. Dit zegt vandaag voor mij veel meer dan woorden. Deze avond luister ik naar de 30.000ste ‘Last Post’. Niet in Ieper deze keer, wel in Bilzen aan de brandweerkazerne, waar ik in een vergaderruimte zal overnachten.

GPX Bestanden Tongeren naar Munsterbilzen/ Tongres à Munsterbilzen

le facteur

Ayant bien dormi et étant bien éveillée, je suis debout avant que mon réveil ne sonne. Les prières du matin. Petit déjeuner, puis me rendre en compagnie des sœurs à la Basilique Notre-Dame de Tongres, pour la messe. L’évangile selon Mattheus est de mise. “Jésus dit aux apôtres, ‘si vous logez dans une ville ou un village, recherchez qui est digne de vous recevoir et restez alors là jusqu’à votre départ. Quand vous entrez dans une demeure apportez lui votre salutation de paix, et si elle en est digne alors votre paix peu y être rependue, si elle n’en est point digne votre paix vous sera rendue. Si quelque part on ne vous reçoit pas et que l’on n’écoute pas votre parole, quittez alors cette demeure, cette ville et enlevez la poussière de vos pieds…’ “(ouvert à l’interprétation).

Mon regard croise celui d’une sœur. On se souri. Après le service elle me dit, “Tu n’as pas du ôter la poussière de tes pieds’.

Après la messe je rentre au couvent avec les sœurs. Préparer des tartines, boire du café. Sœur Rita m’apporte un cadeau. Un livre sur la fête d’anniversaire des ‘Grauwzusters’. “Merci beaucoup ma sœur, je l’accepte volontiers. À cause du poids je vais le laisser ici et viendrais le chercher et vous rendre visite cet automne. Cela me ferais plaisir que vous y inscriviez toutes vôtre nom.” “Nous pouvons aussi l’envoyer.” “Non, non ma sœur je viens le chercher avec plaisir.” Je suis invitée à la fête du couronnement ayant lieu tous les sept ans. Une célébration de Marie. “Je viens avec plaisir ma sœur pour fêter cela avec vous toutes.” Je quitte le couvent tard dans la matinée. J’embrasse chacune d’entre elles. “Merci pour ton amitié”, me dit encore sœur Lucia lorsque je me trouve déjà dans le portail.

Vers la basilique pour mon poinçon de pèlerin. Voilà déjà bien longtemps que je n’ai vue tant de monde dans l’église un matin de semaine.

De retour en chemin. J’entends quelqu’un siffler. Le facteur. “Ça est un facteur de bonne humeur”, lui dis-je alors qu’il continue de pédaler. “Ça doit bien hé!”, me répond-il en souriant. “C’est amusant, hein”, lui dis-je à mon tour. Ilyas, le facteur. “Un nom venant du Pakistan”, me dit-il avec fierté. “Mes parents étaient autrefois au Pakistan. Ils avaient des problèmes financiers. Un Pakistanais les a aidés. Il s’appelait Ilyas.”  Ilyas continue de pédaler en sifflant pour continuer la tournée de son père.

Derrière un tournant, une haie de roses. Une odeur surprenante. À Alden-Biesen, je demande des renseignements au bureau du tourisme. Fonny passe plusieurs coups de téléphone à la recherche d’un hébergement pour la nuit. En vain. Il me donne son numéro de téléphone au cas où je ne trouverais pas ou loger. Je me rends soudainement compte que la journée c’est passée sens que je m’en aperçoive. Une bonne partie de ce que j’ai vue m’échappe. Pas de soucis. Les impressions ne sont pas perdues. Un sourire et un bien-être m’envahissent. Cela signifie pour moi aujourd’hui beaucoup plus que des mots. Ce soir j’écoute le 30000-ième ‘Last Post’ pas à Ypres (Ieper); cette fois, à Bilzen à hauteur de la caserne des pompiers où je vais passer la nuit dans une salle de réunion.

 

Tour de france

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

De tour

Eens uitslapen doet deugd, vooral wanneer je als pelgrim niet vroeg in bed kan. In gezelschap van Sonia en Ben vertrek ik voor de volgende helft van mijn veertigdagentocht. Wat ben ik dankbaar voor wat al geweest is op deze weg en de vele onverwachte ontmoetingen. Waarschijnlijk heb ik het al gezegd, ik kan het echter niet genoeg zeggen: dankjewel. Ben heeft mijn kaart in de hand terwijl we stappen. Fijn om even niet te moeten kijken en gewoon te volgen. Aan een brug neem ik afscheid van hen.

In Goetsenhoven, even het dorp voorbij zie ik in de verte allemaal gele vlaggen mooi op een lijn. Dichterbij veel bierkratten, een aanhangwagen, muziek. “Dag, wat is hier te doen?”, vraag ik aan een man. “De ‘Tour de France’ komt hier langs.” “Oh, vandaar al die vlaggen.” Ik blijf er staan tot de karavaan voorbij is. Er wordt met vanalles en nog wat gegooid en ze vliegen hier aan een hoge snelheid voorbij. Mensen doen soms toch wel zotte dingen om prullaria op te rapen. In plaats van de holle weg te nemen via de GR kies ik voor de hoofdweg die autovrij is gemaakt voor de gelegenheid. Aan het park van Hélécine (Heylissem) wacht ik de Tour af. Ze razen zo snel voorbij dat ik zelfs niet zie wie het mag zijn. Eenmaal ze voorbij zijn, wordt de straat net een mierennest en in een paar minuten is iedereen verdwenen. 

In de verte zie ik een fietser een vliegende afdaling nemen tot aan het park. Een onverwachte ontmoeting met een vriendin, Neleke. Samen wandelen we verder op het GR-pad dat door het park loopt. Een brugje waar we over moeten staat open. Noodgedwongen nemen we een andere weg om finaal bijna terug bij het beginpunt te komen. In het centrum van Hélécine nemen we een rustpauze op een terrasje. In de late namiddag neemt Neleke de trein terug. In haar tas mijn kleurpotloden en schetsboek, en zo is mijn rugzak één kilo lichter. Het was een fijn weerzien. Later volgen nog sms’en om elkaar te danken. Ik heb nog een lang stuk te gaan richting Attenhoven. Ondanks de moeheid blijf ik doorzetten. Ik neem af en toe een korte rustpauze. De eerste ontmoeting in Attenhoven verwijst me door naar Michel, die pelgrims zou opvangen. Ik krijg Michel aan de telefoon. ”Het zal niet lukken deze avond. Het is best dat je op voorhand belt”, zegt Michel. “Het is niet erg. Het is juist mijn bedoeling niet te reserveren.” In het centrum vraag ik het aan twee vrouwen op straat. De volgende, “Meneer woont u hier?” vraag ik. ”Neen, maar die meneer wel.” Ik loop naar de poort. “Mevrouw, meneer…” de volgende uren zit ik met Sigrid en Daniël en hun kinderen, en Linda en haar dochter aan tafel. Wat een fijn gevoel om zo onmiddellijk te worden opgenomen in een familiegebeuren. We eindigen de avond bij het vuurtje.

Tour de France

Pouvoir faire la grasse matinée fait du bien quand on ne sait pas se coucher tôt en étant pèlerin. En compagnie de Sonia et de Ben je pars pour la deuxième partie de mes quarante jours de marche. Que je suis reconnaissante pour les choses déjà survenues en cours de route et pour les rencontres insolites! Sans doute l’ai-je déjà dit, mais je ne peux assez le répéter ‘merci beaucoup’. Ben tient ma carte en main, durant notre marche. C’est agréable de ne pas devoir regarder et de simplement pouvoir suivre. À hauteur d’un pont nous nous séparons.

À Gossoncourt (Goetsenhoven), peu après la sortie du village, je vois au loin des drapeaux jaunes joliment alignés. De plus près, des bacs de bière, une remorque, de la musique. “Bonjour, que ce passe-t-il ici”, question que je pose à un homme. “Le ‘Tour de France’ passe par ici.”  “Oh, de là tous ses drapeaux.” Je reste jusqu’après le passage de la caravane. Elle passe à grande vitesse en jetant plein de choses. Les gens font parfois des choses insensées pour ramasser l’une ou l’autre babiole.

Au lieu de prendre le chemin creux indiqué par la GR, je choisis la route principale, libre de voitures pour le ‘Tour de France’. À hauteur du parc d’Hélécine (Neerheylissem), j’attends la course. Elle passe à une telle vitesse que je ne peux même pas reconnaitre qui que ce soit. À peine est-elle passée que la rue se transforme en un nid de fourmis. En quelques minutes tout le monde a disparu.

Au loin je vois arriver un cycliste qui prend la descente vers le parc à grande vitesse. Une rencontre inattendue, Neleke, une amie. Ensemble nous continuons la GR qui passe par le parc. Un pont que nous devons traverser est ouvert. Nous sommes obligées de prendre un autre chemin pour finalement nous retrouver à peu près au point de départ. Au centre du village d’Hélécine nous prenons un peu de repos sur une terrasse. En fin d’après-midi Neleke prend le train pour rentrer. Dans son sac, mes crayons de couleur et mon cahier à croquis, et mon sac pèse un kilo en moins. C’était d’agréables retrouvailles. Plus tard nous échangeons encore quelques textos pour se remercier mutuellement. J’ai encore un bon bout de marche devant moi jusqu’à Attenhove. Malgré la fatigue, je continue. Je prends de temps à autre une courte pause. La première rencontre à Attenhove me dirige vers Michel qui recueillerai des pèlerins. J’ai Michel au bout du fil. “Pour ce soir cela n’ira pas. Il vaut mieux téléphoner à l’avance”, me dit-il. “Pas grave. Je ne tiens justement pas à réserver à l’avance.” Dans le centre je m’adresse à deux femmes dans la rue. Au suivant je demande “Monsieur habitez-vous ici?” “Non, mais se monsieur-là oui.” Je me dirige vers le portail. “Madame, monsieur”…. Et les prochaines heures je les passe à table en compagnie de Sigrid et Daniël et de leurs enfants, Linda et sa fille. Quel agréable sensation, être inclus dans un évènement familiale. Nous terminons la soirée près du feu.

 

 

Zoniënwoud

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Zoniënwoud

Ik ga naar de koelkast. Op het beleg een leuke verrassing van de studenten, een dessertkoek. Ik maak mijn picknick klaar. Check mijn rugzak. Niets vergeten! Ik trek de voordeur achter mij dicht terwijl de studenten nog slapen.

In Watermaal-Bosvoorde wandel ik door een mooie kleurrijke wijk. Wanneer ik hierdoor wandel heb ik niet de indruk in België te zijn. Alle raamwerk en deuren zijn in het geel geschilderd. Een prachtige buurt. Rond de middag kom ik aan in het Rood-Klooster, aan het begin van het Zoniënwoud. Een bank in de schaduw. Een vrouw, op wachtend… op een man. Te laat! Een fietser komt aangereden. In een mum van tijd haalt hij zijn picknick uit, eet het op en zit zo weer op zijn fiets. De vrouw vraagt me of ik al lang op weg ben, en zegt: “Ik ben hier om een ommekeer te maken in mijn leven. Ik wacht mijn ex-lief op. Hij blijft me telkens terug opbellen”. “Blijkbaar is het voor hem niet duidelijk dat het over is”, gaat ze verder. Waarop ik antwoord, “En was het duidelijk?” We wisselen nog wat woorden en de vrouw nodigt me uit voor een overnachting. Ik bedank vriendelijk. Vijftien minuten nadien komt de man aan. Ik blaas mijn slaapmat op, trek mijn schoenen uit en ga languit liggen, genietend van de schaduw en de rust op deze rustige serene plaats. Vijftien uur! De rust is over, vliegtuigen beginnen te landen. Op een paar honderd meter naast me, de vrouw, hand in hand met de man.

Ik wandel het grote Zoniënwoud verder in. Hoge stoere beukenbomen. Witte vlinders fladderen net boven de varens. De warmte heeft ook het bos bereikt. Mijn drinkwater geraakt op. Dorstig. Door het arboretum. Na drie uur wandelen kom ik eindelijk het Zoniënwoud uit. Vreemd, een verademing, een andere wereld. Een gevoel alsof ik uren opgesloten ben geweest of zal ik het dagen noemen. Een mirage!? Vermoeid, emotioneel, ontroerd. Een traan. Een kreet. Neen, het is echt. Ik ben wel degelijk aan de andere kant van het woud, weg van Brussel.

Duisburg. Op een bank in de tuin, Alida en Roger. “We hebben kamers genoeg”, zegt Alida. Een opluchting! Een ijsje wordt me aangeboden en we zitten nog uren te babbelen op de bank in de tuin. Oef, het vele geluid van de motoren, de uitlaatgassen, de drukte en de vele impressies, weg zijn ze! Roger en Alida vertellen over hun vier kinderen en elf kleinkinderen. Ik luister aandachtig naar hun boeiende en rijke verhalen van vroeger. Roger toont me zijn serre. Met grote fierheid legt hij uit welke soort druiven hij heeft. Zijn moestuin staat er picobello bij. Een komkommer wordt geplukt voor morgen bij de picknick. Het fruit is om confituur van te maken. Een verfrissende douche. Alle kleren in de wasmachine. Ik val in slaap in een zacht bed, een veilige en warme thuis.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel / Tervuren à Bruxelles

Forêt de Soignes

Je vais vers le frigo. Sur la charcuterie, une agréable surprise déposée par les étudiantes. Une viennoiserie. Je prépare mon pique-nique. Contrôle de mon sac à dos. Rien oublié. Je tire la porte derrière moi tandis que les étudiantes dorment encore.

À Watermael-Boitsfort (Watermaal-Bosvoorde), je traverse un quartier rempli de couleurs. Me promenant ici, je n’ai pas l’impression d’être en Belgique. Toutes les portes et les fenêtres sont en peinture jaune. Un voisinage très agréable. Vers midi j’arrive au Rouge-Cloître (Rood-Klooster), en début de la forêt de Soignes (Zoniënwoud). Un banc à l’ombre. Une femme, en attente…d’un homme. Trop tard. Un cycliste arrive. En un rien de temps, il sort son pique-nique, le mange et remonte sur son vélo. Elle me demande si je suis en route depuis longtemps. “Je suis ici pour changer ma vie. J’attends mon ancien petit ami. Il continue à me téléphoner”, me raconte-t-elle. “Apparemment ce n’est pas clair pour lui que c’est fini”, continue-t-elle. Sur quoi je lui réponds, “Et c’était clair?!” Nous échangeons encore quelques mots et la femme m’invite pour la nuit. Je la remercie gentiment. Un quart d’heure plus tard l’homme arrive.

Je sors ma natte, enlève mes chaussures et m’étend de tout mon long. Je profite bien de l’ombre et du repos à cet endroit calme et serein.

Quinze heures. Fini le repos, des avions commencent à atterrir. À une centaine de mètres de moi la femme main dans la main avec l’homme.

Je continue ma balade, m’enfonçant plus profondément dans la longue forêt de Soignes. Des hêtres forts et hauts. Des papillons blancs volent juste au-dessus des fougères. La chaleur a aussi atteint la forêt. L’eau buvable s’épuise. Assoiffée.

Traversée de l’arboretum. Après trois heures de marche je quitte enfin la forêt de Soignes. Étrange, une bouffée d’air, un autre monde. L’impression d’avoir été enfermée durant des heures ou dirais-je des jours. Un mirage!?

Fatiguée, émotionnelle, émue. Une larme. Un cri. Non, c’est bien vrai. Je suis bien de l’autre côté de la forêt, sortie de Bruxelles.

Duisburg. Sur un banc dans le jardin, Alida et Roger. “Nous avons assez de chambres”, me dit Alida. Un soulagement! Une glace m’est présentée et nous restons encore des heures à parler sur un banc.

Ouf! Le bruit de moteurs, les gaz d’échappement, l’agitation et les nombreuses impressions. Elles sont parties.

Roger et Alida me parlent de leurs quatre enfants et onze petits-enfants. Je prête une oreille attentive à leurs captivantes et riches histoires d’antan. Roger me montre ses serres. Avec beaucoup de fierté, il m’explique les sortes de raisins qu’il a. Son potager est parfaitement entretenu. Un concombre est cueilli pour le pique-nique de demain. Les fruits sont quant à eux pour les confitures.

Une douche rafraichissante. Tous les vêtements dans la machine à laver. Je m’endors dans un lit douillet, dans une maison sûre et chaleureuse.

 

Brussel

Jasmine Debels (1 van 1)

Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk

Ola wandelt mee tot in het centrum van Brussel. Via het GR-pad ontdek ik de hoofdstad langs minder drukke wegen. We praten nog wat bij over het gesprek van gisteravond. In het park van Vorst denk ik plots in één of ander park te zijn ergens ver weg van hier. Felgroene dikke parkieten. Een massa. De twee uur naar het centrum gaan snel voorbij. De Grote Markt van Brussel staat vol tribunes. Tien uur, ik zoek schaduw. Mijn dagboek. Engels, Duits, Zweeds, Japans, Chinees, Portugees…de talen die te horen zijn rondom mij. Mijn lichaam voelt zwaar en moe.

Ik ga wat verder. Van de Grote Markt naar het Koningsplein. In de kerk Sint-Jacobs-Op-De-Koudenberg volg ik de eucharistieviering mee. Ik weet de frisheid van de kerk te appreciëren. Voor mij staat het beeld van Jacobus. Het behoort tot de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Een gepolychromeerd beeld uit 1888 door Ch.Vleminckx. In het Warandepark staat het vol kraampjes met als thema de Middeleeuwen. Zelfs Merlijn en zijn buizerd ‘Gipsy’ zijn er. Aurélie, een jonge vrouw zit naast de buizerd, ze draagt zorg voor Gipsy terwijl Merlijn eventjes verdwijnt. Ik vertel haar mijn ervaring en het contact met het dier sedert de camino. “Vous voulez la caresser?”, vraagt ze, terwijl ze me met een zachte blik aankijkt. “Non merci, pas pour le moment.” Zonder veel woorden blijf ik hier wat staan en zie ik hoe zacht deze vrouw omgaat met wat er allemaal rond de buizerd gaande is. Kracht en zachtheid verenigd. Kinderen staan vol verbazing te kijken. Plots heb ik contact met de buizerd. Het oogcontact is niet te onderbreken. Doordringend. Alles rond mij wordt stil. Ik hoor enkel nog mijn ademhaling en zie enkel nog de ogen van de buizerd. Terug! Ik streel de buizerd. ” Elle vous a vue”, zegt Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyait a travers les yeux de Gipsy”, weet ik te vertellen. Waw, sterke gewaarwordingen. We wisselen elkaars gegevens uit.

Veertien uur, nog een stukje verder. Van het Warandepark naar het Flageyplein. Rust aan een vijver. De Abdij Ter Kameren. Ik bel aan. Een broeder doet open. Een grote forse man met een baard en een zachte stem, in een witte pij. “Vous venez d’où”, vraagt hij me. Ik leg in het kort uit wat mijn weg is. We hebben het over de Abdij van Leffe en père Bruno. “Nous venons de la bas. Allé, bonne route.” “Merci, bonne soirée”, en ik vertrek met het adres van de zusters in Saint-Gilles. Het Ter Kamerenbos. Een diepe zucht. Terug frisheid, de geur van een bos. Even weg van de drukte van de stad en het geluid van de wagens.

Uit het bos. Elsene. Bij een traiteur vraag ik of ze me kunnen helpen aan een overnachting. “Vous voulez mon numéro de téléphone”, vraagt een studente me. “Pardon?” Even wordt de vraag herhaald. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusqu’à dix-neuf heures.” Ik kijk op mijn uurwerk.  “Bhein super, je vous attends ici!” De eigenaar van de zaak wijst me een bank verderop in de straat. De klok van de kerk luidt negentien uur. Een paar minuten nadien komt de studente naar buiten, Sarah. Een overnachting op een studentenkot. Lang geleden. Julie is ook aanwezig. Allebei hebben ze tweede zit. Ik proef de verrukkelijke maaltijd van Sarah. Nadien help ik even in de keuken. Voor het slapengaan zit ik met Sarah, Julie en nog drie andere studenten op hun terras. Op tafel drank, tabak en een doorzichtig zakje. Ik ga vroeg slapen.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel/ Tervuren à Bruxelles

Bruxelles

Ola m’accompagne jusqu’au centre de Bruxelles. Suivant le sentier des grandes randonnées, je découvre Bruxelles en parcourant des routes moins fréquentées. Nous continuons encore un peu de la conversation d’hier soir. Dans le parc de Forest, je me crois soudainement dans un parc quelque part loin d’ici. De grosses perruches aux couleurs vives. En masse. Les deux heures qui me séparent du centre passent très vite. La Grand-Place de Bruxelles est remplie de tribunes. Dix heures. Je cherche l’ombre. Mon journal. Anglais, Allemand, Suédois, Japonais, Chinois, Portugais ….les langues que j’entends autour de moi. Mon corps est lourd et fatigué.

Je fais encore un bout de chemin. De la Grand-Place à la Place Royale. Dans l’église Saint-Jacques-sur-Coudenberg, je suis la messe. J’apprécie la fraicheur de l’église. Devant moi la statue de Saint-Jacques. Elle fait partie des plus belles que j’ai vue jusqu’alors.

Une statue polychrome de 1888 par Ch.Vleminckx.

Dans le Parc de Bruxelles (Warandepark) il y a plein d’étals ayant pour thème le Moyen Âge. Même Merlin et sa buse ‘Gipsy’ sont présents. Aurélie, une jeune femme est assisse près de la buse, elle prend soin de l’oiseau pendant que Merlin disparait pour quelques instants. Je lui raconte mes expériences et contacts avec l’animal durant mon Camino. “Vous voulez la caresser?”, me demande-t-elle avec un doux regard. “Non, merci pas pour le moment.” Sans trop de paroles, je reste sur place et observe la façon dont la femme traite toutes les choses qui se passent aux alentours de la buse. Force et douceur réunies. Des enfants regardent avec étonnement. Soudain, je prends contact avec l’oiseau. Le contact visuel n’est pas à interrompre. Perçant. Tout, autour de moi, devient silence. J’entends juste encore ma respiration et je vois uniquement  les yeux de la buse.

Retour! Je caresse la buse. “Elle vous a vue”, dit Aurélie. “Oui, c’est comme si je me voyais à travers les yeux de Gipsy”, lui dis-je. Waw, sensation forte. Nous échangeons nos coordonnées.

Quatorze heures, encore un bout de chemin. Du Parc de Bruxelles à la Place Flagey. Repos près d’un étang. L’abbaye de la Cambre (Abdij ter Kameren), je sonne. Un frère vient ouvrir. Un homme grand, fort, barbu, à la voix douce en habit blanc. “Vous venez d’où”, demande-t-il. Je lui explique brièvement quel est mon chemin. Nous parlons de l’abbaye Notre-Dame de Leffe et de père Bruno. “Nous venons de là-bas. Allez bonne route.” “Merci, bonne soirée”, et je m’en vais avec l’adresse des sœurs à Saint Gilles. Le Bois de la Cambre. Un profond soupir. À nouveau de la fraicheur, le parfum frais d’un bois. Echapper quelque temps, à la tension de la ville et aux bruits des voitures.

Sortie du bois. Ixelles (Elsene). Chez un traiteur je demande s’ils peuvent m’aider pour un logis pour la nuit. “Voulez-vous mon numéro de téléphone”, me demande une étudiante. “Pardon!” La question est répétée. “Oh, c’est sympa. Vous travaillez jusque quelle heure?” “Jusque dix-neuf heures.” Je regarde ma montre. “Super, je vous attend ici!” Le propriétaire de magasin m’indique un banc un peu plus bas dans la rue. La cloche de l’église sonne dix-neuf heures. Quelques minutes plus tard l’étudiante sort, Sarah. Passer la nuit dans une chambre d’étudiant. Voilà longtemps. Julie est aussi présente. Toutes les deux ont un rattrapage. Je goute au délicieux repas de Sarah. Puis j’aide un peu en cuisine. Avant d’aller dormir je reste avec Sarah, Julie et trois autres étudiantes sur leur terrasse. Sur la table, des boissons, du tabac et un sachet transparent. Je me couche tôt.

 

 

Drogenbos

image

Dworp

Midden in de nacht word ik wakker. Een vliegtuig, en nog één en nog éen. Een megaspot die pal in mijn ogen schijnt. In een mum van tijd zit ik recht. Een verloren gelopen poes. Een ezel in de verte. Ik dommel terug in. Vijf uur in de morgen. De kerselaar. Op het gras tal van kersen. Zonde. Ik vul een zakje van de mooie kersen die nog aan de boom hangen. Mijn ontbijt.

Een smalle dichtbegroeide wandelweg. Ok, waar zijn die spinnenwebben! Met mijn wandelstokken al zwierend vooruit wandel ik erdoor. Hoe noemt dit nu weer? Ah, ja, multifunctionele wandelstokken! Langs de weg de ‘Herisemmolen’, een papiermolen. Iedereen slaapt nog. In de wei koeien, ezels en twee paarden. Een zwart paard met een witte streep in het midden van zijn hoofd. Zijn hoofd knikt op en neer. Alsof hij me roept. Vanop een afstand kijk ik hem aan. Ik ga dichterbij. Het paard is wat ongedurig. Een half uur later staan we zij aan zij en laat hij me toe hem te strelen. Ze worden allebei rustig. Wat een fijn contact.

Na het Begijnenbos heb ik een mooi zicht op Brussel, het Atomium en de Koekelberg.

Links, ergens diep in het groen zie ik een beweging. Een schril geluid. Moeder egel en een kleintje. Mooi om te zien hoe ze het kleintje helpt de natuur te trotseren. Met haar snuit duwt ze in de poep van de kleine. Ik zet mijn hoed op, wrijf me in tegen de zon en eet mijn laatste reep zwarte chocolade op. Gelukkig dat ik deze nog had. In Beersel zoek ik naar de sporthal.

Aan de deur een papier ‘gesloten van één juli tot eenendertig juli’. Een stadswerker. Ik waag mijn kans en vraag of ik er een douche kan nemen. “Neen, dat zal niet gaan. Het is gesloten en binnen tien minuten zijn we terug weg”, weet een stadswerker me te vertellen. “Een sporthal gesloten tijdens de vakantie!”, zeg ik verwonderd. Ik maak gebruik van het toilet voor mensen met een beperking. Een lavabo. Foert, tien minuten of niet, ik ga uit de kleren en kan me net op tijd verfrissen. Ik ga terug naar het ‘Samba’ café, waar ik binnenstapte toen  ik Beersel binnenkwam. Ik blijf er een eind verpozen en heb contact met Johan en Stephan. Wanneer ik wil opstappen en mijn drankje wil betalen, blijkt alles al afgerekend. Dank je heren.

In Drogenbos heb ik de kans om de Sint-Niklaaskerk te bezoeken terwijl ze in restauratie is. De glazeniers plaatsen voorzetglas om de gerestaureerde glasramen te beschermen. Ondertussen is het brandglas in restauratie in Ingelmunster. Franky, één van de glazeniers is vandaag net veertig jaar in dienst. Veertig jaar in hetzelfde bedrijf. Amai, doe dit vandaag maar eens na. Na Drogenbos neem ik de beslissing verder te wandelen richting centrum Brussel. Ik volg mijn plannetje. Pff, vermoeiend. Naar rechts, naar links. De zoveelste straat… Ik bel een vriendin op die in Brussel woont. Niet thuis, aan het genieten van andere warme oorden. Op een kruispunt, een vrouw. Ik vraag of ze me kan helpen bij een overnachting. “Euh, oui ok”, krijg ik als antwoord. Ze heet Ola. We gaan eerst haar zoontje Hubert ophalen in de crèche. Een frisse douche. Daarna naar de winkel met haar vriend. Samen koken. En een lange babbel tot middernacht. 

Drogenbos

Je me réveille au milieu de la nuit. Un avion, encore un, puis un autre. La lumière d’un spot m’éclate aux yeux. En un éclair de temps je suis debout. Un chat égaré. Un âne au loin. Je me rendors. Cinq heures du matin. Le cerisier. Sur l’herbe plein de cerises. Dommage. Je remplis un sac avec les belles cerises qui pendent encore à l’arbre. Mon petit déjeuner.

Un sentier étroit et recouvert de verdure. D’accord, où sont les toiles d’araignée? Mes bâtons de marche à bout de bras, je me fraye un chemin. Comment s’appelle cela? Ah oui, ‘des bâtons multifonctionnels’!  Sur le chemin, le ‘Herisemmolen’, un moulin à papier. Tout le monde dort encore. Dans le prés, des vaches, des ânes et deux chevaux. Un cheval noir avec un trait blanc sur le milieu de sa tête. Sa tête hoche de haut en bas. Comme s’il m’appelle. Je le regarde à distance. Je m’approche. Le cheval est quelque peu agité. Une demi-heure plus tard on est côte à côte et il me permet de le caresser. Il se calme. Quel contact agréable.

Passé le Bois du Béguinage (Begijnenbos) j’ai une belle vue sur Bruxelles, l’Atomium et Koekelberg. Quelque part sur ma gauche, dans la profonde verdure, j’aperçois du mouvement. Un cri aigu. Maman hérisson et son petit. Beau à voir, comment elle aide le petit à affronter la nature. Avec son museau elle pousse le derrière du petit.

Je mets mon chapeau, m’enduis pour me protéger du soleil et mange mon dernier bâton de chocolat noir. Heureuse d’encore avoir cela. À Beersel je cherche la salle des sports.

À la porte une pancarte ‘fermé du 1 au 31 juillet’. Un ouvrier de la ville. Je tente ma chance et lui demande si je peux prendre une douche. “Non, ça n’ira pas. C’est fermé et dans dix minutes on est repartis”, me répond-il. “Une salle de sports fermée pendant les vacances!”, lui dis-je toute étonnée. Je me sers des toilettes pour personnes handicapées. Un lavabo. Zut, dix minutes ou pas, je me déshabille et parviens juste-à-temps à me rafraîchir. Je retourne au café ‘Samba’ où j’étais passée en entrant Beersel. J’y reste un bout de temps et entre en contact avec Johan et Stephan. Au moment de partir je veux payer ma consommation. Tout a déjà été réglé. Merci messieurs.

À Drogenbos, j’ai la possibilité de visiter l’église Saint-Nicolas, qui est en restauration. Les vitriers placent des vitres claires en fenêtres supplémentaires de façon à pouvoir protéger les vitraux restaurés, lors de la repose. Ces vitraux sont en restauration à Ingelmunster. Franky, un des vitriers à aujourd’hui 40 ans de services. Quarante ans dans la même entreprise. Performance difficile à égaler de nos jours.

Après Drogenbos je prends la décision de marcher direction centre de Bruxelles. Je suis mon plan. Pff, fatiguant. Vers la droite. Vers la gauche. La x-ième rue… J’appelle une amie qui habite Bruxelles. Pas de réponse. Elle est en villégiature. À un carrefour, une femme. Je lui demande si elle peut m’aider pour une nuitée. “Euh, oui, OK”, me répond-elle. Elle s’appelle Ola.

Nous passons d’abord, chercher son petit garçon Hubert, à la crèche. Une douche rafraichissante. Puis au magasin avec son ami Mathias. Cuisiner ensemble. Puis une longue conversation jusqu’à minuit.

 

 

Dworp

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Na twee keer wakker te zijn geworden door de vochtigheid, sta ik om half zeven op. Twee uur later stap ik door het Pajottenland. Kraaien en eksters zitten in het veld met hun bek open, dorstig weer. In een straat rond een kerkplein ontmoet ik de Chiro van Pepingen. Wel tientallen grote houten opslagbakken staan gevuld met allerlei spullen voor het kamp. Koelkasten worden met krimpfolie ingepakt. De Chirolokalen worden opgekuist. Straks komt een vrachtwagen alles oppikken om morgen te vertrekken naar Munsterbilzen. Nog even een groepsfoto en iedereen gaat terug aan de slag. Zij verder de opkuis, ik mijn pad.

Na het agglomeratiebord van Halle wandel ik langs een smal grindpad. De ene kapel na de ander. Een paardenwei. “Een wandelaar!”, roept een man, terwijl hij me tegemoet komt. “Goeiedag.” Ik glimlach terug. “Zin om iets te drinken?” “Oh! Een fris watertje zou me wel goed doen. Dank je”, antwoord ik, terwijl ik hem volg. In zijn tuin staan we even te praten over vrijwilligerswerk. Met een handvol versgeplukte kersen zeggen we elkaar goedendag.

In Halle ga ik de basiliek binnen. Herinneringen komen boven. Een paar jaren geleden stond ik hier voor een concert ‘Ode aan de Moeder’. Waw, wat een verschil na de restauraties die toen gaande waren. Terug naar buiten. De warmte overvalt me, alsof ik tegen een muur aanloop. Het is me duidelijk dat onmiddellijk verder stappen er niet in zit. Door een gebrek aan banken op de markt ga ik op de trappen van het gemeentehuis zitten. Picknicktijd. De laatste boterhammen van de zusters van Ninove smaken me goed. Ik kijk in mijn geldbeugel en tel. Om de hoek van de markt ga ik op een terras zitten. Schoenen uit. Benen insmeren. Een frisdrank met veel ijs. Mijn hoofd gaat neerwaarts, mijn ogen sluiten. Ik val in slaap. Pas na zeventien uur ga ik verder op stap. Via de winkelstraat verlaat ik het centrum van Halle. Over het kanaal Brussel-Charleroi. Een herkenningspunt. Een paar maanden geleden reed ik hier met de fiets richting Vézelay. Te weten dat ik hier maar op drie uren fietsen ben van thuis, geeft me een vreemd gevoel.

‘s Avonds kom ik aan in Dworp waar ik tevergeefs zoek naar een overnachtingplaats. Sedert ik in de buurt van Brabant ben gekomen is me duidelijk geworden dat deze regio minder open is. Zelfs bij een goedendag op straat. Ik klop aan bij de priester. ‘Geen plaats’ weet hij me te vertellen, terwijl hij naast een leeg dorpzaaltje staat. Een laatste huis. Ik beland er in de tuin. Twintig uur. Toch wel een vreemde situatie. Ik lig in de tuin en de eigenaar zit in een zetel voor de tv. Geen communicatie. Geen enkel contact. Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik leg me op mijn matje. Mijn armen onder mijn hoofd. Een blauwe lucht. De zon gaat onder. Ik kijk over een dal. Achter mij een bos. Ik kijk naar de honderden insecten die in de treurwilg vliegen. Langzaam sluiten mijn ogen.

GPX Dworp naar Houtain le Val

Dworp

Après m’être réveillée 2 fois à cause de l’humidité, je me lève à 6h30. Deux heures plus tard je marche à travers le ‘Pajottenland’. Les corbeaux et les pies sont dans les champs becs ouverts. Du temps qui donne soif.

Dans une petite rue autour de l’église je rencontre le Patro de Pepingen…

Des dizaines de grands bacs d’emmagasinage en bois sont remplis de divers objets pour le campement. Des frigos sont emballés dans du cellophane. Les locaux sont nettoyés. Tout à l’heure un camion viendra tout charger pour partir demain à Munsterbilzen. Encore une photo de groupe et puis retour au boulot. Ils continuent leur nettoyage et moi mon chemin.

Passé le panneau d’agglomération de Halle la promenade continue le long d’un sentier en gravier. Les chapelles se succèdent. Un pré, des chevaux.

“Un promeneur!”, crie un homme venant à ma rencontre. “Bonjour”, lui dis-je en souriant. “Envie de boire quelque chose?” “Oh! Une eau fraiche me ferait du bien, merci”, lui répondis-je tout en le suivant. Dans son jardin on parle un peu de volontariat. Une main remplie de cerises fraîchement cueillies, on se dit au revoir.

À Halle, je rentre dans la basilique. Des souvenirs me reviennent. Voici quelques années j’étais ici pour un concert ‘Ode à la Mère’. Wow, quelle différence, la restauration maintenant  terminée.

De retour à l’extérieur. La chaleur vient à ma rencontre, c’est comme ci je me heurtais à un mur. Je me rends compte que continuer mon chemin n’est pas à l’ordre du moment. Les bancs manquants sur la place, je vais m’asseoir sur les marches de la maison communale. Le pique-nique. Je savoure les dernières tartines des sœurs de Ninove, regarde dans ma bourse, compte… Derrière le coin du marché je m’installe en terrasse. J’ôte mes chaussures. J’enduis mes jambes.

Une boisson non alcoolisée avec beaucoup de glaçons. Ma tête se penche, mes yeux se ferment. Je m’endors. Il est passé 17 heures quand je reprends la route. Je quitte le centre de Halle par la rue commerciale. Je passe le canal Bruxelles-Charleroi. Un point de repère. Voici quelques mois je passais ici en vélo me dirigeant vers Vézelay. Savoir, que seulement 3 heures de bicyclette, me séparent de ma maison, me procure une sensation bizarre.

Le soir j’arrive à Dworp où je cherche vainement un endroit où loger. Depuis que je suis arrivée dans le Brabant, je me rends compte que les gens sont moins hospitaliers, même pour un bonjour dans la rue.

Je frappe à la porte du curé. Il me dit ne pas avoir de place, tout en se trouvant près d’une salle de fête vide. Une dernière maison. J’atterrie dans le jardin. Vingt heures. Drôle de situation. Je suis dans le jardin et le propriétaire dans son fauteuil devant la télé. Pas de communication. Aucun contact. Je ne me laisse pas troubler pour autant. Je m’installe sur mon matelas. Les bras sous la tête. Un ciel bleu. Le soleil se couche. Le regard sur la vallée. Derrière moi un bois. Je regarde les centaines d’insectes volants sous le saule pleureur. Mes yeux se ferment lentement.

 

Stiltepad

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Muur van Geraardsbergen

Vroeg in de morgen. Ik neus nog wat rond op de rommelmarkt van Geraardsbergen. Een meisje legt haar speelgoed op de grond, netjes op een rij. Een halssnoer komt tevoorschijn. Met haar fijne handen maakt ze er een hartvorm mee. Eronder een dvd van Bambi.

Een klim. De Muur van Geraardsbergen. De Ronde van Vlaanderen, dan wel te voet. Boven, een kapel, Onze-Lieve-Vrouw-van-Oudeberg. Ik ga binnen. Een viering zal beginnen. Vier meisjes wandelen de heuvel op. “Kijk, de Eiffeltoren.” Ze kijken naar elkaar. “Maar neen, dat is de Eiffeltoren niet. De Eiffeltoren heeft een punt naar boven”, zegt een ander meisje, terwijl ze met haar handen een driehoek vormt. Vingers naar boven tegen elkaar en duimen horizontaal. Een meisje staat sprakeloos te kijken naar de toren. Ik draai mijn hoofd naar rechts. Een watertoren. De vorm, als een vliegende schotel. De mensen die de heuvel trotseren zijn piekfijn uitgedost. De parfumgeuren strelen langs mijn neus.

De zon is verborgen achter een wolkensluier. In een bos hoor ik in de verte het geluid van een ree. Een eekhoorn. Spelend van links naar rechts. Roestkleur. Af en toe stopt hij, kijkt me aan. Uit het bos, een camping. Een pauze. Ik ga zitten voor de kantine. De gesprekken, de woorden die ik hoor…laat ik meezweven met een licht briesje. Weg! Na een lang stukje natuur op het ‘Stiltepad’, stap ik binnen in de kerk van Zandbergen. Net zoals de Sint-Bartholomeuskerk in Geraardsbergen is deze kerk van een grote schoonheid. Ik voel me wat weemoedig. Een traan, ze mag er zijn. Een terras in de schaduw. Rust. Naast me een jonge vrouw. Pas afgestudeerd. Rood-witte linten, klevers, een gouden plaatje met een gaatje. Ze maakt medailles voor de loopwedstrijd van volgende vrijdag.

Langs de Dender geniet ik van de stilte. Af en toe een fietser. Eenden, verschillende vogels, grasvlooien, dazen… Ter hoogte van Pollare, een grote tent. Veel volk. Barbecue. De geur komt naar me toe. Verleidelijk! Een ontmoeting hier, een ontmoeting daar. Neen, ik geef er niet aan toe. De laatste kilometers. Een moedereend en haar zes kleintjes steken de Dender over van de ene oever naar de andere, moeder op kop. Eenmaal aan de overkant, kleintjes terug voorop. Ik haal diep adem. Ze zijn veilig aangekomen. Zucht! Honger. Ik haal een mattentaart boven die ik kreeg in Zandbergen. Ik laat de Dender achter me en kom aan in Ninove. Naar de abdijkerk. Via de dekenij word ik naar de Zusters der Heilige Harten doorverwezen. ‘Bel aub en kom binnen’ staat er op de deur. Ik herken dit plots. Een paar jaar geleden heb ik hier beelden genomen met collega’s fotografen. Een zuster doet open en neemt me mee via de garage naar de keuken, waar ik samen met hen een avondmaal deel. We hebben veel plezier. Wat voelt het goed om zoveel vreugde te mogen zien en het samen te mogen beleven. In mijn kloosterkamertje. Stilte, mijmeren, vreugde. Dank je voor deze mooie dag en avond.

GPX Bestanden Geraardsbergen/Grammont naar Ninove

Le sentier du silence

Tôt le matin. Je fouine encore un peu sur le marché aux puces de Grammont. Une fille, aligne ses jouets sur le sol. Un collier apparait. De ses mains fines elle en fait une forme de cœur. En dessous le dvd de Bambi.

Une montée. Le Mur de Grammont. Le Tour des Flandres, mais à pieds. Au sommet une chapelle, Notre-Dame de Oudenberg. J’entre. Une célébration s’annonce. Quatre filles montent la colline. “Regarde, la tour Eiffel.” Elles se regardent. “Mais non cela n’est pas la tour Eiffel. La pointe de la tour Eiffel est dirigée vers le ciel”, dit une autre fille en formant un triangle de ses mains. Les doigts l’un contre l’autre vers le haut et les pouces à l’horizontale. Une fille reste muette en regardant la tour. Je tourne la tête vers la droite. Un château d’eau. La forme, celle d’un ovni.

Les gens qui montent la colline sont très bien habillés. Les odeurs des parfums, viennent me caresser les narines.

Le soleil est caché derrière les nuages. Dans un bois, j’entends au loin le son d’un cerf. Un écureuil. Il joue de gauche à droite…Couleur de rouille. De temps à autre il s’arrête, me regarde.

En dehors du bois, un camping. Une pause. Je m’assieds devant la cantine. Les conversations, les mots je les laisse flotter dans l’air. Partis!

Après un long parcours dans la nature sur le sentier du silence, j’entre dans l’église de Zandbergen. Elle est, comme l’église de Saint-Bartholomée à Grammont, d’une grande beauté. Je me sens quelque peu mélancolique. Une larme, elle peut être.

Une terrasse à l’ombre. Repos.

À mes côtés une jeune femme. Juste graduée. Des rubans rouges et blancs, des autocollants, des plaques dorées trouées. Elle fait des médailles pour la course à pieds de vendredi prochain. Le long de la ‘Dender’ je profite du silence. De temps à autre un cycliste. Des canards, divers oiseaux, des puces, des taons. À hauteur de Pollare. Une grande tente. Beaucoup de monde. Barbecue. L’odeur vient à ma rencontre. Tentant. Une rencontre par ici, une rencontre par là. Non je ne cède pas. Derniers kilomètres.

Une mère canne et ses six cannetons traversent la ‘Dender’ d’une rive à l’autre, la mère en tête. Une fois la berge atteinte les petits en tête. Je respire profondément. Ils sont sains et saufs. Soupir!

Faim. Je sors une tarte au maton reçue à Zandbergen. Je laisse la ’Dender’ derrière moi et arrive à Ninove. Direction l’église de l’abbaye. Le doyenné m’envoie chez les Sœurs du Sacré Cœur. Je me trouve devant la porte: ‘Sonnez et entrez svp’ y est écrit. Soudainement je reconnais cet écriteau. Il y a quelques années j’ai pris des images ici avec des collègues photographes. Une sœur vient à ma rencontre et me conduit en passant par le garage à la cuisine où je vais partager leur repas. Je prends place à table. Nous avons beaucoup de plaisir. Cela fait du bien de voir et de sentir tant de joie.

Dans ma petite chambre du monastère. Silence, rêvasserie, joie.

Merci pour cette belle journée et soirée.

 

Geraardsbergen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Everbeek

Een zoen aan Kian. Een high five aan Logan en Tristan. “Dankjewel voor jullie gastvrijheid. Ik heb genoten van zoveel moois te mogen zien”, zeg ik tegen Ingeborg. “Dankjewel, het doet plezier”, antwoordt Ingeborg. 

De weg gaat naar beneden in tegenstelling tot gisterenmorgen. In een tarweveld ontmoet ik Maarten en Jonas, die de andere richting uitgaan. “Hallo, waar gaan jullie naartoe?” “Naar ‘de Fiertel’, een jeugdherberg ”, weten ze me te vertellen. “En jij?” “Ik wandel richting Brussel.” We delen met elkaar waarom we aan het wandelen zijn, wensen elkaar succes en gaan elk onze eigen weg. Wanneer ik aankom aan de kerk van Zarlardinge, is er een begrafenis. Agnes, een pianiste. Ik blijf buiten wachten en luister naar de klassieke muziek. De kist wordt naar buiten gedragen. Een prachtige, eenvoudige, kunstig versierde kist. Bovenop een boeketje veldbloemen. De rouwstoet vertrekt te voet naar Agnes haar laatste rustplaats. Op kop een blaasorkest.

Ik ga op een terras zitten van een café. Ik krijg compagnie. De onderwerpen: drugs, vrouwen, alcohol… . “Allé, lees ne keer het laatste stukske voor uit je dagboek”, krijg ik te horen. Ik kijk de man in de ogen. Zowel een verbale als non-verbale ‘neen’ volgt. Met mijn pen in de hand verdwaal ik in mijn schriftje. Ik neem nog even een foto binnen. Er wordt me een vraag gesteld. Mijn antwoord krijgt bijna geen kans te bestaan. “Naar waar gaat u nu?” “Tot in Geraardsbergen.” “Succes, ik ben benieuwd hoe het zal zijn om daar een overnachting te vinden.” Een stilte volgt… ”Want met zo een bekrompen mentaliteit. Misschien wel bij de vreemdelingen”, krijg ik te horen. Met deze woorden in mijn hoofd en een niet goed voelen verlaat ik Zarlardinge via het kerkhof. Het graf van Agnes. Haar foto op een kruis versierd met partituren. Met muziek heeft ze geleefd, met muziek is ze heengegaan. De woorden van daarnet komen terug aan de oppervlakte. Ik wandel verkeerd. Ik probeer terug in mijn eigen kracht te staan. De woorden alsook de vooroordelen die ik te horen kreeg verdwijnen. 

Op de markt van Geraardsbergen vind ik vlot een slaapplaats. De dekenij. De deken wijst me de weg in het huis en vertrekt naar zijn afspraak. Ik doe mijn was en leg deze plat op het gras om te drogen. De deken komt later terug. “Hier, de sleutel voor wanneer je je was binnen zou halen. Zodat de deur niet achter je dichtslaat”, meldt hij me terwijl ik een glimp mag opvangen van plezier. Oeps, ik voel binnenin een zekere beschaamdheid en doe alsof ik het niet zag. Hmm, ik kan me wel inbeelden dat dit een grappig zicht is, mijn onderbroeken en bh te drogen in de tuin van de dekenij. Met zicht op de kerktoren val ik in slaap.

GPX Bestanden Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/Grammont

Grammont

Une bise à Kian, un ‘high five’ à Logan et Tristan. “Merci beaucoup pour votre hospitalité. C’est avec grand plaisir que j’ai vu tant de belles choses”, dis-je à Ingeborg.

“Merci beaucoup, cela fait plaisir”, me répond Ingeborg.

Le chemin descend, le contraire de hier matin. Dans un champ de blé je rencontre Maarten et Jonas, qui se dirigent dans l’autre sens. “Bonjour, ou allez-vous?” “À ‘de Fiertel’, une auberge de jeunesse”, me répondent-ils. “Et toi?”  “Je marche direction Bruxelles.” Nous partageons la raison de notre cheminement. On se souhaite mutuellement bien du succès et continuons chacun notre chemin.

Lorsque j’arrive à l’église de Zarlardinge, un enterrement à lieu. Agnès une pianiste. J’attends à l’extérieur en écoutant la musique classique. Le cercueil sort de l’église, porté par 6 personnes. Un magnifique cercueil, simple et décoré artistiquement. Dessus, un bouquet champêtre. Le cortège se dirige vers la dernière demeure d’Agnès. En tête, une fanfare.

Je vais m’asseoir à la terrasse d’un café. On vient me tenir compagnie. Les sujets de conversation: la drogue, les femmes et l’alcool… “Allé, lis-nous le dernier fragment de ton journal”, me dit l’un d’entre eux. Je regarde l’homme, droit dans les yeux. Un ‘non’ aussi bien verbal que non verbal s’en suit. Ma plume à la main, je me perds dans mon cahier. Je prends encore une photo à l’intérieur. Une question m’est posée. Ma réponse n’est d’aucune importance.

“Vous allez où maintenant?” “Jusqu’à Grammont (Geraardsbergen).” “Bonne chance, je suis curieux de savoir comment cela ira pour trouver un logis là-bas.” Un silence suit… “Avec leur esprit borné. Peut-être bien chez les étrangers”, me dit-il.

Avec ces mots en tête et un certain malaise, je quitte Zarlardinge en passant par le cimetière. La tombe d’Agnès, sa photo, sur une croix garnie de partitions. Elle a vécu avec la musique et elle est partie avec la musique. Les mots de tout à l’heure me reviennent à l’esprit. Je vais dans la mauvaise direction. J’essaie de me recentrer. Les mots ainsi que les préjugés disparaissent.

Sur le marché de Grammont je trouve facilement un logis. Le doyenné. Le doyen me familiarise avec la maison et part à son rendez-vous. Je fais ma lessive et la mets à sécher sur le gazon.

Le doyen revient un peu plus tard. “Voici la clé pour quand tu rentreras ton linge. Au cas où la porte se ferme derrière toi”, me dit-il et je remarque dans son regard un certain plaisir. Oups, je ressens une certaine gêne et fait semblant de n’avoir rien vue. Heum, je peux m’imaginer le spectacle drôle que cela est, mes petites culottes et mon soutien-gorge séchant dans le jardin du doyenné.

Je m’endors avec vue sur le clocher.

 

Picknick

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak

De ontbijttafel. Een telefoon rinkelt. Myriam neemt op. Haar zoon, Pierre, om te melden dat hij goed aangekomen is op zijn werk. Myriam geeft de telefoon aan me door, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “A vous aussi Pierre. Merci. Au revoir.” Een half uur later. Vertrekkensklaar neem ik afscheid van Myriam.

De weg gaat bergopwaarts. Prachtige vergezichten! Een eenmanspad, schouderbreedte. Drie honden, Mechelaars, getraind om aan te vallen. Hun muil op een halve meter van mijn schouder. Een man brengt de honden tot rust. Ik voelde me toch niet op mijn gemak om hierdoor te wandelen. Het weer is aan het veranderen. Zou er onweer op komst zijn? Ik stap het Muziekbos binnen. Een sms van Jacqueline: “Ik ben al aan het genieten van de vogelliedjes in het Brakelbos”.  Ik stap van het ene bos het andere in. Naar beneden, naar boven. De Vlaamse Ardennen. Mijn huid is net een spiegel, de zon reflecteert op mijn zweet. Nog een sms. Jacqueline komt me tegemoet. We wandelen samen en genieten van een fris drankje op een terras. Babbelen wat bij en na een tijd zitten we samen in een open koffer een lekkere picknick te eten die Jacqueline heeft klaargemaakt. Met een volle maag wandelen we nog even samen en nemen daarna afscheid. 

Ik wandel nog een laatste bos in. Het Livierenbos. Een forse klim. Vier huizen. Het vijfde huis. Een man op een grasmaaier. Een vrouw en een jongen in de moestuin. Sla, aardappelen, aardbeien…  Alles vers van de tuin. ’s Avonds zit ik met hen aan de tafel. Ivan en Ingeborg en hun drie knappe, bijzondere kinderen. Kian, Logan en Tristan. Voor het slapengaan geef ik de kinderen nog een high five.

Gpx Bestand Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/ Grammont

Le pique-nique

Le petit déjeuner. Un téléphone sonne. Myriam décroche. Son fils Pierre, pour dire qu’il est bien arrivé à son travail.

Myriam me passe le téléphone, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “À vous aussi Pierre. Merci, au revoir.”

Une demi-heure plus tard, prête à partir, je prends congé de Myriam.

Le chemin monte. Les perspectives sont magnifiques!

Un sentier de la largeur d’un homme. Trois chiens, Bergers malinois, entrainés pour attaquer. Leurs gueules à cinquante centimètres de mon épaule. Un homme calme les chiens. Je ne me sentais quand même pas à l’aise pour traverser ce passage.

Le temps change. Un orage se prépare-t-il?

J’entre dans le bois ‘Muziekbos’. Un message, Jacqueline: “Je profite déjà du chant des oiseaux dans le bois ‘Brakelbos’ “. Je marche d’un bois à l’autre. Ça monte, ça descend, les Ardennes Flamandes.

Ma peau ressemble à un miroir, le soleil brille sur ma transpiration. Encore un message. Jacqueline vient à ma rencontre. Nous marchons ensemble et nous régalons d’une boisson fraiche en terrasse. On bavarde et peu après on se retrouve dans un coffre de voiture ouvert, mangeant un pique-nique préparé par Jacqueline. L’estomac plein nous marchons encore un peu ensemble et prenons congé un peu plus tard.

J’entre encore dans un dernier bois. Le ‘Livierenbos’. Une rude montée. Quatre maisons. La cinquième maison, un homme sur un motoculteur. Une femme et un garçon dans le potager. De la salade, des pommes de terres, des fraises…. Tout cela venant du jardin. Le soir je suis assise à table en leur compagnie. Ivan et Ingeborg avec leurs trois enfants, beaux et particuliers. Kian, Logan et Tristan. Avant d’aller dormir on échangent un high-five.

Kluisbergen

Jasmine Debels (1 van 1)-4

Vlas – Lin

Aan de kerk van Avelgem wrijf ik mijn voeten in met Traumeel, in de hoop dat de lichte achillespijn die ik voel mag verdwijnen. Nog even tot bij Lucas om hem te danken voor zijn hulp. Aan een Scheldearm ontmoet ik een klas dat op fietstocht is. Einde examens voor sommigen. Net voor Kluisbergen ontmoet ik Jean-Pierre, hij fietst doorheen België, zijn startpunt was Luxemburg. Geboeid luister ik naar zijn fietsverhalen uit India en Nepal. Het is warm. Ik wandel verder langs een vierkantshoeve uit het jaar 1818, langs vlasvelden. 

Een lindeboom. Ik sta even stil, sluit mijn ogen en laat de geur van de linde tot mij komen. Zalig! Een verwilderd stukje natuur, waarin ik de keuze moet maken tussen traag en aangevallen worden door muggen of snel en de brandnetels trotseren. Ik kies het laatste. Op bepaalde plaatsen ben ik in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen of Wallonië. Zelf een straat die links de Kattestraat heet en rechts Chemin de la valleè. Mijn gevoel zegt alles is één, geen grens. Mijn denken, alsof het gesplitst is. Wat een absurde situatie.

Mijn kuiten worden flink op de proef gesteld. Op een helling aan een weide staat Karin, een goedlachse en spontane vrouw. Wat hoger haar dochter, even goedlachs en open. Een korte babbel, een uitnodiging voor een overnachting. De frisheid van het bos op de Kluisberg is welgekomen. In de verte het geluid van hout dat gekapt wordt, houthakkers. De varens staan mooi gegroepeerd. Het bladerdek van de krachtige bomen geven me schaduw. In café d’Oude Hoeve, een halte. Mijn voeten zijn gezwollen en doen pijn. Joëlle, de eigenares, ook een pelgrim die naar Compostela is geweest, is verheugd te horen dat haar café op de weg ligt die de Jacobskerken met elkaar verbindt. We blijven praten en ervaringen uitwisselen. Tijd om verder te wandelen, anders sta ik hier deze avond nog. Ik wandel nog een beetje, geniet verder van de natuur en de omgeving. In Ronse (Renaix) klop ik aan de eerste deur. Myriam, 76 jaar. Zonder enige twijfel krijg ik een volwaardige ja om er te overnachten. Later op de avond ontmoet ik ook haar zoon Pierre.

GPX bestand Kluisbergen/ Mont de l’Enclus  naar Ronse/Renaix

Mont-de-l’Enclus

Arrivée à l’église d’Avelgem, j’enduis mes pieds de Traumeel en espérant que le léger mal au talon d’Achille disparaîtra.

Je me rends encore un instant chez Lucas pour le remercier de son aide. À hauteur d’un bras de l’Escaut je rencontre une classe en balade en vélo. Fin des examens pour certains. Juste avant d’arriver au Mont-de-l’Enclus (Kluisbergen) je parle avec Jean-Pierre. Il traverse la Belgique en bicyclette à partir du Luxembourg. J’écoute avec passion ses récits de parcours en vélo à travers l’Inde et le Népal.

Il fait chaud. Je continue mon chemin longeant une belle ferme datant de 1818, je traverse la campagne, longeant des champs de lin.

Un tilleul. Je m’arrête, ferme les yeux et m’imprègne de son odeur. Un délice. Un morceau de nature inculte, ou je dois faire un choix entre la lenteur et me faire piquer par les moustiques ou la vitesse et traverser les orties. Je choisi la dernière option. À certaines places je me trouve en Flandre-Orientale, Flandre-Occidentale ou Wallonie. Il y a même une rue s’appelant à gauche rue des chats (Kattestraat) et à droite Chemin de la vallée. Mon sentiment me dit que le tout ne fait qu’un, il n’y a pas de frontières. Mon esprit, semble être en désaccord. Je n’essaie pas de comprendre.

Mes mollets sont mis à rude épreuve. Dans une montée, le long d’un champ, je rencontre Karin, une femme souriante et spontanée. Un peu plus en hauteur, sa fille, aussi souriante et accueillante. Quelques instants de conversation, une invitation pour à passer la nuit. La fraîcheur du Kluisbergen est la bienvenue. Au loin le bruit du bois que l’on abat, des bucherons. Les fougères sont joliment groupées. Le feuillage des grands arbres me donne de l’ombre. Au café ’D’Oude Hoeve’, une halte. Mes pieds me font mal et sont gonflés. Joëlle, la propriétaire, elle aussi un pèlerin du chemin de Compostelle, est enchantée d’apprendre que son café se trouve sur le chemin reliant toutes les églises Saint-Jacques de Belgique. On continue de parler et d’échanger des expériences. Il est temps de continuer mon chemin si je ne veux pas être encore ici ce soir. Je promène encore un peu et apprécie la nature et des alentours. À Renaix (Ronse) je frappe à une première porte. Myriam 76 ans. Sans aucune hésitation, je reçois un grand ‘oui’ pour un hébergement. Plus tard dans la soirée j’ai l’occasion de rencontrer son fils, Pierre.