5 juni – Zestig dagen om volledig Frankrijk te doorkruisen. Zestig dagen, op een paar dagen na bijna de ganse tocht alleen. Hup naar Saint Jean Pied de Port. Sedert gisteren zijn de pyreneeën duidelijk zichtbaar. Het is warm. De gieren vliegen in grote groepen van 20 naast de weg. Af en toe is er een roofvogel te zien. Mijn voeten beginnen te knellen in mijn schoenen. Ik maak ze wat los en drink een fikse slok water. De bergen geven me een portie energie waardoor ik vergeet te pauzeren. 14 uur zie ik Saint Jean Pied de Port. Eerst een klim en dan een lichte daling om via de poort van Saint Jacques de stad binnen te wandelen. Mijn lichaam voel ik inwendig snikken. Ik geef mijn emotie de vrije gang. Met mijn wandelstokken onder ene arm en een zakdoek in de hand wandel ik verder tot het bureau voor pelgrims. Vier hospitalier wachten op de vele pelgrims die vandaag zullen toekomen. De credential wordt afgestempeld, overnachting regelen en wat info voor de volgende dag. Na een goede douche, opmaak van het bed, mijn kleren een goede wasbeurt geven, ga ik langs bij de post. Nog 2500gr stuur ik terug naar België en als aangename verrassing ligt er lieve post voor me klaar die me aan het lachen brengt. Ik ga wat eten halen, vul mijn dagboek wat aan en ga dan slapen. Een fikse tocht wacht op me.
Tagarchief: Compostela
Belle histoire

4 juni – De maan, de sterren, het geluid van het water. Af en toe hoorde ik de otters die op een paar meters voor me aan het eten waren. Dit was een aangename verrassing. In het midden van de nacht verdween de maan en de sterren. Ik voelde wat druppels op mijn slaapzak. De rest van de nacht bracht ik door onder een party tent. Om zes uur vertrek ik. De regen en de modderige wegen geven extra pit aan de weg. Mijn wandelstokken compenseren de sleitage van mijn schoenen. Op bepaalde plaatsen is mijn profiel volledig weg. Een wit bloemblaadje van de eglantier op de weg. Een vorm van een hartje. Als ik verder kijk valt het me op hoeveel hartjes er aanwezig zijn in de natuur. Het blaadje van de overwoekerende Convolvulvus, de klimop. Gewoon zomaar, zo dichtbij. Overal. Gewoon zien. Het dringt tot me door vanwaar mijn kracht kwam doorheen de voorbije jaren. Het blijven zien en voelen heeft me gebracht waarik vandaag ben. Eventjes op mijn weg, Laurent, hij zou vandaag heel graag tot in Saint Jean Pied de Port wandelen en hoopt er terug een pelgrim te zien die hij eerder had ontmoet. Zijn ogen fonkelen terwijl hij het vertelt. Zou er een ‘Belle histoire’ ontstaan. Ik hoop dat hij er geraakt. Na een middag maal in Saint Paulin wandel ik vol energie richting Ostabat. Een heuse stijging tussenin met bovenaan een prachtig zicht op de pyreneeën. Immens en krachtig. Op een uur van Ostabat, een kapel ‘Saint-Nicolas d’Haranbeltz’. Prachtig! Wat me opvalt is het plafond. De schepper in het midden, ernaast de zon en de maan. In het Baskenland staan ze heel dicht bij de natuur. Hun symbool, het Baskenkruis zijn de vier elementen: water, lucht, vuur, aarde.
Het veulen
3 juni – 21 uur aan de oever van de rivier. Het water is glas helder en heeft een stevige stroom. Twee ‘Vlaamse gaaien’ of moet ik ze ‘Béarnaise gaaien’ noemen, vliegen van de ene naar de andere kant van de rivier. Het was een dag met veel hellingen. De ene wat heviger dan de ander. De bossen zijn vochtig en op vele plaatsen is er modder. Verder in een dorp komt een auto aangereden met zijn muziek hardop. Ik werd uit de rust gehaald. Ik draai me nog even om, om te kijken naar de wagen. Op een voorgevel lees ik plots ‘Boulangerie’. Ik keer terug op mijn stappen. “Monsieur sans votre musique je n’aurai j’amais vu la boulangerie”. Met een mooie glimlach kijkt hij me aan en vraagt me of ik naar Santiago ga. Wanneer ik het dorp uit wandel, komt dezelfde wagen aangereden. Met een grote glimlach steken we onze handen op naar elkaar. Ik zal nooit meer chagrijnig zijn wanneer ik zo een wagen hoor aanrijden 😉 . Na een hevige helling in het bos steek ik een straat over om te dalen. In de verte zie ik de pyreneeën. Ik knipper even met de ogen of ik goed zie, het klopt. Ik voel de nood om dit te delen en denk aan mijn ouders. Ik draai me om. Een paard en een spelend veulen. Mijn tranen vloeien. Ik sms naar mijn ouders. Op de weg een slang, une couleuvre. Ok, wat heb je me te melden. Ze ligt breed op de weg, kort na een bocht. “Ik heb het begrepen. Ik ga aan de andere kant van de weg wandelen”, spreek ik haar toe. Ik geef een tik met mijn stok op de grond zodat ze achteruit zou gaan en verdwijnen in de berm. Net op tijd, een wagen komt aangereden. Ze verdwijnt in de berm. 16 uur de kerk van Sauveterre. Een ontmoeting met Pierrette. Een open gesprek ontstaat. We krijgen beiden tranen in onze ogen, we weten niet waarom. Er was iets, iets bijzonders mooi. Aangekomen aan de plaats waar ik nu ben, zag ik haar aan de toren aan de overkant van de rivier. We zwaaiden naar elkaar. Bij ieder stap die ze nam, zwaaide ze tot ze me niet meer zag. Een eend komt aangevlogen en land in het water voor mij. Ik zink weg in gedachten. Ik ga slapen. Het was een ontroerende, emotionele mooie dag.
Alcool de Melisse
2 juni – De laatste dag door de Landes. De verandering is heel goed zichtbaar en voelbaar. Weg vlakke wegen. Ik voel me soms net op een roetsjbaan. Boven mij de buizerd. Wat ben ik blij hem terug te mogen zien. Sedert het begin van de Landes wat hij er niet meer. Ik vermoed dat de reden waarschijnlijk de veranderingen is van Fauna & Flora. Bamboebossen overwoekeren andere soorten bossen. De Chevrefeuille is op veel plaatsen te zien. Met zijn overweldigende geur is hij zeker welkom. Op de middag wandel ik les Pyrenees Atlantique binnen. De laatste regio voor de Spaanse grens. Een lichte hoofdpijn komt terug opdagen samen met een lichte pijn in de leverstreek. Ik was deze eventjes vergeten. Ik probeer stil te staan wat de oorzaak zou kunnen zijn. De zon, niet genoeg drinken, de anti parasieten, vermoeidheid of een teveel van die lekkere Chocolatines. Of zou het de roetsjbaan zijn van een weg die op en neer gaat. Dan ben ik hoogstwaarschijnlijk niet wagenziek maar stapziek 🙂 . Straks alcool de Melisse halen bij de apotheek. Eerst nog even genieten van de geur van de Jasminoides die me verwelkomt in Orthez.

Jarig

31 mei – Naast mijn bed staan twee omslagen die ik hebben ontvangen zes dagen geleden in Bergerac. Ik doe ze open. Wat zijn ze mooi. Zowel de teksten als het beelden op de kaart. Eentje ervan, een spelend meisje met haar pop. Dank je wel lieve meid, kus 🙂 . Jarig op de camino! Wat fijn deze verjaardag op deze weg mogen vieren. Mijn ontbijt, een aardbeien gebakje. Kort na de middag zit ik al te genieten van ‘une menthe a l’eau’ op een terras in de zon. Voor mij de Notre Dame in Saint Sever. Ik probeer wat terug in mijn eigen kracht te komen na de drukte en ongeduld van pelgrims bij het toekomen in de refuge. De weg stelt me vandaag op de proef heb ik de indruk of is dit als voorbereiding voor de komende drukte in Spanje.
Een koppel van in de refuge komt me tegemoet. “Vous buvez une menthe a l’eau le jour de votre anniversaire”? “Oui”, antwoord ik met een glimlach. “Mais alors vous n’êtes pas une vrai Belge”! Ik laat deze reactie voor wat ze is. Gelukkig kan ik zien waarom en vanwaar zo iets komt. Tweede uitdaging van de dag 😉 Het begint te regenen. Ik ga wat boodschappen doen en daarna rustig wandelen door de stad. Voor het slapen gaan bekijk ik nog eens al de boodschappen die ik mocht ontvangen. Met de mooie beelden, de zingende vogels, de prachtige natuur en de zovele wensen laat ik me zachtjes indommelen.
Le Gitan

30 mei – ‘ClicClac merci Kodak’, een reklame op de muur. De snapshots van toen. Dit doet me denken dat ik er goed aan doe de mijne op te laden. Naar het gemeentehuis vragen of ik hun wifi mag gebruiken. Neen is het antwoord. Jammer en helaas. Na de stad ben ik al heel snel terug in open landschappen. Den, sparren, heide, zand. Het zand is gemakkelijk wandelbaar dankzij de vochtigheid. Ik ontmoet een man met een plastiekzak. ” Bonjour monsieur, que cherchez vous”? “Des Girolles” met de ssss die blijft naslepen. Het Frans zingend accent is in aantocht, een accent die ik heel snel over neem. In het dorp Bostens een mooi klein kerkje en er net naast een pelgrims refuge naar mijn hart. De authenticiteit is er gebleven, zoals in grootmoeders tijd. Het begint te regenen. Bewust doe ik geen regenvest aan. Het is er te warm voor. De regendruppels maken me zelf niet nat. Op acht kilometer van Mont de Marsan ontmoet ik een man op de fiets en zijn drie honden. Tot het einde fiets hij met me mee. Un Gitan. Op zijn tempo wandel ik verder. We praten over alles en nog wat…zijn hondjed volgen rustig mee. Hij wijst me de weg tot aan de refuge.
Hemel
29 mei – Net voor het verlaten van de refuge in Captieux reinig ik het sanitair. Jack zal vegen en dweilen. Ook dit hoort bij de weg. Zorg dragen voor wat ons wordt aangeboden. Met veel moed vertrek ik voor de volgende 33 km. De bossen in en zoals gisteren één rechte lijn. De natuur is stil. De ochtend is nog voelbaar. Ik sta stil. Geen vogel, geen krekel… Het ene geluid die ik hoor zijn mijn voeten op de grond en het geknars van een metalen draad (gekregen op de eerste camino dag) waar mijn drinkfles aanhangt.
Binnen de eentonigheid van het landschap is er veel verscheidenheid. De vele naaldbomen naast elkaar zijn op zich elk uniek. De varens brengen een andere groen tint in het geheel. De ochtendzon zet de kleuren nog eens extra in het licht.
De rechte weg brengt me heel ver weg. Ik dwaal in herinneringen uit mijn kindertijd alsof het gisteren was: liggen voor de openhaard, de krulspelden in mijn haren, zitten op de schouders, spelen in de sneeuw op een tv scherm… Mijn hart opent zich, ik voel de vreugde. Zoals Stef Bos in één van zijn liedjes zingt, het is hoe je de hemel bekijkt…of zoiets. Het eerst volgende dorp is pas na 20 km. Er is niemand te bespeuren. Een briesje komt mijn huid strelen. Kleine heide planten met roos kleurige bloemen staan langs de weg. De muggen zorgen ervoor dat de haltes heel kort worden. De plas pauzes stel ik dan ook zoveel mogelijk uit. Op het muziek van Noa veranderen mijn wandelstokken in trommelstokken of dirigent stokken. Met pijn in mijn voeten kom ik aan in Roquefort. Voor het slapen gaan krijgen ze een zoutbad en een massage met lavendel olie.

Universele liefde
28 mei – Ik verlaat Bazas. Wat verder op de weg ontmoet ik drie fietsers aan een trap in het bos. “Attention une pelerine sur le chemin” wordt er geroepen. “Bonjour”. “Vous avez commencer ou, Vézelay”? “Non, la Belgique”. “O-la” roept er iemand met een verwonderde blik. “Et vous aller jusque au bout”! “Oui”, antwoord ik met zelfzekerheid. “Et bhein, bravo” roepen ze in koor. “Bonne route”. We verlaten elkander en ik hoor nog de ene tegen de ander zeggen ” Bonne route, elle est a pieds la pelerine”. “Bon chemin”! Al een paar stappen verder roep ik “Merci”. De weg gaat door bossen en zoals vele inwoners me hadden gemeld. Een platte lange weg. Een rechte lange lijn doorheen naaldbossen. Twintig kilometer lang, een typisch beeld voor les Landes. Eventjes uit een bos. Een boerderij op mijn rechterkant. Een schuur, een traktor, loslopende kippen, een hond, een poes, hooi, een man met een spade in de handen. Aan het huis bloembakken met rode geraniums. Ik steek mijn hand op als teken van een goede dag. Hij kijkt me aan, steekt op zijn beurt zijn hand in de lucht en zwaait heen en weer. Het zachte gebaar, ontroerd me. Bij dit contact van enkel een paar seconden besef ik dat iedere passant op mijn weg een plaats in mijn verhaal krijgt. Een verhaal die meegaat op weg naar Santiago. Zou dit universele liefde kunnen zijn wat ik voel?
La Réole

27 mei – Ik wandel nog even door de historische stad van La Réole. Over de brug ben ik na een klein half uurtje wandelen terug in de natuur, tussen hoge aangelegde populieren bossen. De wijnvelden zijn plots verdwenen en hebben plaats gemaakt voor de maïsvelden. Wat geniet ik van de zon. Kilometers verderop een dorpje met een Saint Antoine kerk. Ik ga binnen. Ik draai me om, in het tegenlicht zie ik de vorm van een persoon, Patrick. Naast de kerk is er een pelgrimstafel en stoelen. Samen delen we deze rustige plaats. Via een mooi gerestaureerd brugje vertrekken we terug en delen we verder de weg. We geraken even de weg kwijt. Het laatste stuk is een geploeter doorheen de modder en via korte en hevige stijgingen. Op een half uur van Bazas stapt Patrick verder naar de office du tourisme voor de sleutel van de refuge. In Bazas zie ik een koppel de straat oversteken “Pardon madame, c’est le chemin pour le centre ville”? “Oui, oui et ent vous attend et il y a de la place”, weten beiden mij te vertellen. Op de markt aangekomen, een terras, een stoel ‘et oui il y a de la place’ aan de tafel van Patrick. Ik plof me neer.
Bergerac
