Maurice & Jeanne

Prèsbytere de la Chatres

Saint Jeanvrin

Maurice (89) et Jeanne (82)- Jeanne:’Ont va pas vous oublier, quelle belle rencontre’…’On va pas aller avec vous, vous aller trop vite’. ‘Vous etes dans mon coeur’, antwoord ik terwijl ik me omdraai.
Les Archers – pottenbakkersdorp

école buissonnière

Ik open de deur. De zon schijnt op de kerktoren. Bij de bakker ruikt het lekker naar koffie. Met een boek en een pot koffie aan mijn rechterkant, en wat brood, begin ik mijn dag.

Na het borstelen, de afwas en opruimen, verlaat ik met veel zorg de gite. Op tafel laat ik een pot kweeperen stroop met een briefje voor de hospitalière.
De kleine gite in Cluis is een fijne rustplek. Net als bij veel pelgrimsherbergen is het belangrijk om met zorg om te gaan met de ruimtes en spullen en er dankbaar voor te zijn.

De weg vandaag gaat over veel harde wegen. Het is warm, bijna 20° voor begin november. Wat een geluk, nog maar vijf dagen regen sinds 16 augustus. Een groot deel van de ochtend zing ik langs de weg.

In Neuvy Saint Sepulcre trakteer ik mezelf op een etentje en bezoek ik de basiliek met het altaar in een rond gebouw.
De namiddag breng ik door op velden en graswegen, af en toe praat ik met de koeien, zelfs de stier komt erbij. Het is mooi om te zien hoe een moeder koe voor haar kalf zorgt.
Vlinders fladderen om me heen en de natuur is nog groen. Herten kijken me aan terwijl de avondzon ondergaat. Vroeg in de avond kom ik aan in la Châtre.
Ik breng de avond door in de cinema in een mooie zaal om de film ‘l’école buissonnière’ te bekijken, over natuur, liefde, verbinding en delen.

Basiliek Neuvy Saint Selpulcre

Herdenking

Hup, richting Gargilesse verder langs het water en via de GR 654.

Fietsers komen mijn kant op. Wow, ze rijden snel en dat met een afgrond naast hen. Ik zou dat niet durven.
Op een grote rots boven het water, dat wel zeventig meter diep is, geniet ik van het mooie uitzicht. Mijn telefoon gaat. Mijn mama, we hebben een fijn gesprek.

Ik geniet van de rust en stilte van het water. De warme kleuren van de bomen weerspiegelen in het water. Die reflecties trekken steeds mijn aandacht.

Terwijl ik een helling afwandel, fietsen twee jongens omhoog. Ze zien er moe uit, ik maak ruimte voor hen. ‘Dank je!’, zegt één van de jongens. ‘Zorg goed voor jezelf’, antwoord ik.
Een eindje verder haalt een oude vrouw haar hout binnen. Achter haar staat een man in een geruit hemd met klompen. Hij kapt het hout.

Gargilesse

Romaanse kerk en zijn prachtige fresco’s in de Crypte
Fresco – crypte

Aangekomen in Gargilesse hoop ik op een warm plekje met koffie en iets lekkers, helaas lukt het niet want het is een feestdag. Oeps, verder maar op een lege maag.

Met de zon achter me, de vele kraanvogels in de lucht,de kraaien en merels die weg vliegen, terwijl de roodborstjes en pimpelmeesjes vrolijk zingen, denk ik even aan mijn dierbaren die zijn overleden.
Aan mijn meme (moederszijde) die op haar sterfbed lag, die één oog opende toen ik binnenkwam in haar kamer en monpelde : ‘ik ben nog niet dood ze’, in het West Vlaams. Achter haar strenge uiterlijk en hardheid was ze zo fragiel.
Pepe die soms zo jaloers kon zijn en had veel praten, maar had zo een klein hartje. Pepe l’eau (had een huisje aan het water) waar ik niet durfde te bewegen omdat hij altijd op me lette, maar hij was ook zacht van binnen. En mémé l’eau, die weigerde haar dochters te zien, ze was zo rancuneus maar diep van binnen had ze pijn. Ik ben blij dat ik verder kon kijken dan wat buiten zichtbaar was. Ik hield van hen, met hun imperfecties.
Met een open hart komen er mooie herinneringen naar boven die me vreugde geven op mijn pad. Hartverwarmend.

Aan mijn doopmeter die me met weinig woorden kon begrijpen en mijn steun was.

Dampierre

Voor de tweede keer zag ik vandaag een uil wegvliegen. Ik wist niet dat ze zo groot waren. Ze zijn zo stil, zwevend over de velden. Een wezel komt mijn kant op.
Het is bijna avond en ik nader mijn voorlaatste dorp voor Cluis. De geur van soep komt naar me toe. Hmm, ik sluit even mijn ogen. Een witte rookpluim stijgt boven een kookpot uit…
De avond valt. Terwijl de zon aan mijn rechterkant ondergaat in een warme gloed, staat de maan links helder aan de hemel. Het is bijna volle maan.

Tip: op de weg naar Compostela neem vanaf Gargilesse de GR654 tot in Crozant ipv de pelgrimsweg

Crozant

Ruïne de Crozant

Het venster is wazig. Er zitten dauwdruppels op. Ik ga even naar buiten. Brrr… er ligt vorst op de planten. Ik warm mijn eten van gisteren op. Ondertussen ruim ik de gite op en maak mijn rugzak klaar. Na het ontbijt ga ik naar het gemeentehuis om de sleutel terug te geven en te betalen. Een koffie in de bar en dan ben ik klaar voor vertrek.

In plaats van de Compostella route kies ik voor de GR 654. De weg daalt naar de rivier, of het nu la Creuse of l’Indre is, ik weet het niet want is er wel een grenslijn in het water. Vandaag verlaat ik het departement la Creuse voor l’Indre via de brug van Crozant. Soms begrijp ik de departementen niet goed. Een prachtig stuk GR route, van Crozant naar Cuzion wandel ik door de bossen en langs het water bij le lac d’Éguzon en zijn stuwdam.

Het is fijn om andere paden te kiezen dan de bekende Compostella-routes. Dit is beter voor je voeten, zo trotseren ze minder asfaltwegen, en de natuur geeft me meer energie. Het is minder vermoeiend, of beter gezegd, een gezondere vermoeidheid.

Een pelgrimstocht. Het gaat niet om het aantal kilometers, de snelheid of het einddoel. Voor mij draait het om de intentie bij elke stap en ontmoeting met mezelf en anderen. Het is rust vinden in het verleden om balans te hebben in het heden, zodat ik me geen zorgen hoef te maken over morgen.

Je wandelt de weg op je eigen manier, rekening houdend met je noden en met respect voor jezelf. Je doet het vooral voor jezelf, en daarna pas voor anderen. Altijd dezelfde paden wandelen zorgt ervoor dat je steeds dezelfde ervaringen hebt. Het doorbreken van deze routine en nieuwe horizonnen verkennen voelt goed. Het is vernieuwend en verrijkend. Angsten verdwijnen, zodat je weer kunt groeien. Die eerste camino was nodig om vandaag te begrijpen wat belangrijk is. Stel jezelf open op een manier die je respecteert binnen je grenzen. Zet stappen naar anderen met de ogen van een kind open en nieuwsgierig.

Net voor Cuzion loop ik een lange weg door het bos. De laatste stappen voor vandaag.
Voor mij mijn schaduw die me de weg wijst. Boven mij honderden kraanvogels (Les Grus).
Aan de horizon staat een heldere volle maan omringd door het diepe blauw van het blauwe uurtje.

Valkuil

Een doosje tonijn, twee appels en pompoenjam… een pakketje van Paulette. De zon schijnt. Met een extra trui, handschoenen en goed ingeduffeld vertrek ik voor een nieuwe dag.

Even terug in de tijd.
Twee dagen geleden, na een wandeling van Bourganeuf naar Chatelus, kwam ik vroeg aan. Ik had geen zin om in dit dorp te blijven, omdat er geen plek was om anderen te ontmoeten. Ik herinnerde me dat Bénévent daar betere mogelijkheden voor had. Maar ik twijfelde of ik moest gaan of niet. Uit ervaring weet ik dat twijfelen niet helpt, dus luisterde ik naar mijn gevoel en koos ervoor om te gaan. Ik had behoefte aan contact met mensen.

De weg was echter nog lang en ik was moe om verder te lopen. Bij de eerste duim kreeg ik al een lift. Een fijne babbel tijdens de rit… de mensen brachten me 20 km verder naar Bénévent, de laatste etappe van ‘la voie de Rocamadour’.

In de vooravond had ik een leuk gesprek met een vrouw over symboliek en ervaringen tijdens de reis. Nadien had ik een overnachting bij Dominique de Gent, met zijn bijzondere achternaam, en samen met zijn dochter en kleinkinderen keken we ’s avonds naar Josephine Ange Gardien. Ik was blij dat ik naar mijn intuïtie had geluisterd.

Het vertrek in Bénevent was regenachtig en koud. Niet plezant. Gisteren kwam ik vermoeid aan in La Souteraine na 10 km stappen en 10 km in autostop.

Vandaag realiseerde ik me waarom ik gisteren zo moe was. Ik viel in de valkuil van niet in het nu te zijn, met gedachten over mijn volgende pelgrimstocht, de keuze om te liften om tijdsdruk te vermijden, en mijn verantwoordelijkheden voor mijn metekind. Ook de weersomstandigheden hebben mijn fysieke toestand beïnvloed. Dit zorgde voor spanning in mijn lijf, wat leidde tot pijn in mijn onderrug en verminderde kracht in mijn onderbenen, wat uitputtend was.

Iedere stap zette ik vandaag bewust neer. Voel ik spanning, dan blijf ik even staan en neem ik de tijd om in mijn lichaam te komen voordat ik verder ga. Al zingend loop ik door de velden, improviserend met klanken. Mijn mond beweegt in alle richtingen, zelf in de dorpen, en dan zing ik ‘bonjour’ als ik iemand ontmoet. Dit is bevrijdend en ik voel mijn lichaam ontspannen, mijn humeur is vrolijk.
Het is oké dat dagen zoals gisteren bestaan, want ook een baaldag heeft zijn waarde, ook al is het niet leuk. Het wegduwen van deze gevoelens heeft geen zin. Sterker voordoen dan ik ben, werkt alleen maar tegen me. Dit was ooit onderdeel van mijn overleven.
Het onder ogen zien van mijn gevoelens is waardevol. Wanneer ik me bewust ben van wat er gebeurt, kan transformatie plaatsvinden. Het is een proces waarin laag voor laag wordt onthuld, in een vloeiende beweging zonder druk. Daarvoor ben ik dankbaar voor mijn weg, mijn inzichten en mijn kracht. Dankbaar dat ik vandaag trouw kan blijven aan mezelf en voor wat er is en hoe het mag ontstaan.

Aangekomen in Crozant krijg ik hulp bij het vinden van de sleutel voor de gite. Ik ontvang ook gratis toegang tot het interactief centrum om kunstenaars en impressionisme te leren kennen. De zin om terug te tekenen groeit. De kleine prins kijkt mee.

Rond mij staan vier bedden in een slaapzaal. Terwijl ik schrijf, voel ik de warmte van een elektrisch vuurtje op mijn rug. Lange neonlampen maken deze ruimte onaangenaam. Buiten waait de wind af en toe tegen de deuren. Het portaal van de kerk is verlicht, zichtbaar vanuit mijn bed. Mijn ogen willen rusten.

Pelgrimsgite-Crozant

Groep

Stilletjes vul ik mijn rugzak. Ik verlaat het huis terwijl iedereen nog slaapt. De bakker. Buiten aan de deur staat een man in bruin-zwart pak. ‘Vous etes le boulanger’, vraag ik aan de bakker . ‘Oui’. ‘Bravo, votre pain est délicieux’, vertel ik hem terwijl ik de bakker aankijk.

Van de bakker naar de bar om er mijn ontbijt te eten bij een warme koffie.

Via landelijke wegen verlaat ik Bourganeuf. In de verte hoor ik geweerschoten. Geblaf. Jagers.

In de verte twee wandelaars. Wandelstokken, een kleine rugzak. Pelgrims. Terwijl de man beelden neemt van de natuur, praat ik wat met de dame.

Geronk. Motorgeluid. Onmogelijk te achterhalen vanwaar het geluid komt. Plots scheren ze in een hoge snelheid langs mijn rechterkant. Heel onvoorzichtig en zelfs gevaarlijk om op zo’n snelheid in een bos en op een wandelweg te razen zonder rekening te houden met anderen. De natuur wordt vernield.
Ik ben wel blij om tot de vaststelling te komen dat, ook al is de beweging en het geluid voor mij geweldig, ik bij mezelf kan blijven. Terwijl ik vroeger zou gevloekt hebben en me kwaad gemaakt zou hebben. Het tegengestelde is aanwezig. Ik voel twee bewegingen in mijn lijf. Een stroom in mijn rug die een dalende beweging maakt, een stroom vooraan, in de breedte, die ruimte brengt.

Mijn gedachten dwalen even af naar wat de weg me gebracht heeft en wat het me brengt. Ik voel dat het wat met me doet en word wat weemoedig. Ik laat het gebeuren. Dingen worden me duidelijk. Eigenlijk een beetje verwonderd over mezelf, verwonderd omdat ik me eerder als een solitair persoon beschouw en niet in een groep. Ik voel dat de tijd is gekomen, dat de tijd rijp is om naar buiten te komen met het pelgrimeren, wat het pelgrimeren met zich meebrengt. Tijd om de beweging naar buiten te laten gaan in plaats van alleen op stap te gaan. In verbinding te gaan, niet enkel achter een scherm, wel mij te richten naar groepen, in groepen te gaan staan. Ik laat het gevoel en wat er voelbaar aan het gebeuren is, zijn weg vinden en zoeken. Wordt vervolgd…

Zelfzorg

Eymoutiers. Een vrouw komt aangelopen in lange fluweelachtige kleren in paars getint. Rond haar hals een Tau-kruis. ‘Vous allez où?’, vraagt ze me. De grote rugzak, wandelstokken en de schelp hebben haar aandacht getrokken. Een pelgrim. Ze nodigt me uit bij haar thuis en ga er met plezier op in.

Terwijl Muriel verder haar namiddagplanning invult, ga ik met mijn vuile kleren naar een wasserette. Niet zomaar een wasserette, maar een plaats waar mensen met mentale en lichamelijke beperkingen actief kunnen zijn binnen de maatschappij. Met plezier steun ik deze vereniging.
Ik blijf hangen aan een etalage. Schoonheidsinstituut. Hmm, verleidelijk. Een deugddoende gezichtsverzorging. Met een fris gevoel in mijn gezicht ga ik terug naar Muriel.

Op mijn voeten een vlooi. Oeps…en nog één en nog één. Om het ergste te vermijden en een goede nachtrust te kunnen nemen, verlaat ik het huis met een wat vervelend gevoel, maar met het vertrouwen dat het goed komt.
Ik bel haar. Antwoordapparaat. ’s Avonds spreek ik af met Muriël in een kunstcafé. En praten we over de weg.
Ik ben blij dat ik in deze situatie voor mezelf ben opgekomen. Ik heb gedacht aan zelfzorg en ik heb zonder vrees de situatie kunnen uitleggen. Zonder spanning. De fijne avond en het dankbare woord van Muriel voor mijn eerlijkheid. Deze interactie samen zorgde voor een warme en gezellige avond.

Eymoutiers

De volgende dag. Het voelt wat vreemd aan om te zien dat van de ene plaats – met soms slechts 20 km verschil – de bossen nog groen staan. Terwijl aan de andere kant l’été indien al goed aan de gang is. Zelfs paardebloemen staan hier nog volop in bloei. Maïs is weer zichtbaar en ver van rijp. De tuinen kleuren zich met najaarsbloemen.
De campanula probeert overeind te blijven en trotseert de ochtenddauw.

Achtermij in de lucht een grote dikke wolk. Brand in la Haute-Vienne. Regelmatig kijk ik achteruit om te zien dat de brand op afstand blijft. Na uren is de wolk de horizon gaan vullen met een bruine laag in de lucht.

Langs de weg vele kruisen in verschillende vormen en verschillend versierd.

Af en toe houd ik halt bij dieren, zijn het geen koeien dan sta ik te praten met schapen.
Onder een boom. Armen gespreid, gezicht naar boven gericht. Ik draai rond. De wind, gedoopt door vallende bladeren. Hoog in de lucht de roep van de buizerd.

Tonoo

Slapen in een yurt, dit is ontwaken in balans. Mijn eerste nacht sedert lang dat ik aan één stuk sliep. Boven mijn hoofd een tweehonderdjarige eik die zichtbaar is door het dakraam of Tonoo. Geen muren in steen, enkel een natuurlijke zachtewand in wol en katoen.

Ik neem afscheid van Jérome, Jean-Michel en Gandalf de hond.

In Treignac haal ik mijn voorraad voeding, chocolade voor bij een dipmoment. Kwestie van deze snoepgewoonte niet te verliezen. 🙂
Een kerkhof. Geen muur, een zeldzaamheid. Hier kan dood en leven gewoon naast elkaar staan. Fijn om te zien. Grafzerken worden ontdaan van mos. Bloemen worden neergezet. Het doet me herinneren dat we bijna 1 november zijn. De dorpen en steden zien er vaak verlaten uit. Leegstaande huizen. Huizen met een ziel. Huizen die aantonen dat het hier ooit een drukke stad is geweest, waar leven voelbaar was.

De geur van dennen die zich mengt met de geur van bramen. Een heerlijk natuurlijk parfum. De hoge dennenbossen vind ik fijn om in te wandelen. Ze voelen naar energie totaal anders aan dan loofbomen. Mijn voorkeur gaat naar een dennenbos. Het voelt energieker en het idee dat verbinding hier veel gemakkelijker kan. Een fijne stroom is vaak voelbaar in mijn lijf, een stroom die subtiel aanwezig mag zijn zonder dat er een plaats is waar het heviger is dan een ander. Dit is nieuw voor mij en aangenaam om gewaar te worden.

Op een paar dagen heb ik drie departementen doorgewandeld. Corrèze, Haute-Vienne en nu la Creuse verder richting Bénévent-l’Abbaye.

Een kraan die kraait. De zon zorgt ervoor dat er terug vierentwintig graden is. De geur van koeienmest. Stromend water. Poezen hier en daar. De geur van hooi. Een venster opent zich, een man ‘parla’ terwijl hij me de weg wijst. De spinnenwebben zijn talrijk aanwezig. Afvegen is geen oplossing, ik kan ze enkel verwijderen als ik ze vastneem. Taai zeg.

Yurt

Geen direct zonlicht te zien. Mist. In een bar neem ik mijn ontbijt. Een koffie. Zalig om tijd en ruimte te nemen ’s morgens om in alle rust een nieuwe dag in te zetten. Klaar om dan energiek te kunnen stappen.

In de verte een buizerd en een kraai. Ik observeer. De kraai valt de buizerd aan. Op en neer, heen en terug. Knap om te zien hoe de buizerd niet in de aanval gaat, hoe hij in de lucht telkens weet op het nippertje te ontsnappen. Hoe hij in soepelheid weet te ontwijken en bij zichzelf weet te blijven. Dieren kunnen ons toch zoveel bijbrengen.
De natuur blijft me verwonderen.

Chaumeuil. Voor mij een lange tafel, de openhaard. Een vader tussen een meisje van 2 en eentje van 8 jaar. Het kleinste, haar gezichtje is één schilderspalet van choco en griesmeel. In haar handen maakt ze bolletjes om ze dan overal rond te wrijven. De vader, in zijn linkerhand zijn vork, rechts zijn draagbare smartphone. Een film.

Een romaanse kerk die de naam draagt van Jacobus. Klein en met prachtige beelden.

Chaumeuil

Een rood-warm zacht tapijt onder mijn voeten. Rechts loofbomen bijna volledig kaal. Hun stam bekleed, met mos. Ik sta even stil. Water… beneden. Links hoge naaldbomen. Ik voel de frisheid van de herfst op mijn wangen. Tastbaar koud, binnen warm. Een lichte bries.

In Veix blijf ik overnachten. De bediende van het gemeentehuis helpt me zoeken naar een slaapplaats. Terwijl ik wacht, schrijf ik mijn dagboek in het bureau van de burgemeester, met zicht op de maan.
Na een gezellige avond met twee charmante mannen eindig ik mijn avond in een yurt onder een tweehonderdjarige eikenboom van ferme des Borderies.

Pépinot

Ik daal de trap af. Klop even aan. De livingdeur. Een gedekte ontbijt tafel. Daglicht. Pépinot, een border collie. Wim en Greet. Een kus, een intense knuffel. Goedemorgen. Ik krijg kippevel. Wat een verwelkoming. Na het ontbijt maak ik me klaar voor een nieuwe dag. Mijn drinkfles wordt gevuld. Een vers gezond broodje steekt in mijn rugzak. Afscheid, geen vaarwel. Tijmen, Wim en Pépinot staan klaar om me te vergezellen een eindje op de weg. Wat aangenaam om zo de dag in te zetten. 

Tijmen – achtergrond dorp Bar
Pépinot
Wim en Tijmen

Pépinot loopt ons voor. Knap om te zien hoe hij gaat zitten voordat een wagen voorbij rijdt. Het zien van de hond en de zoveel andere langs de weg geven me terug zin om er zelf eentje te adopteren.

Wat hoger op een heuvel toont Wim een uitkijkpunt vanwaar we komen. Vader en zoon, naast elkaar. Verbonden. Samen één. Weinig woorden, begrijpend. Een beeld die me doet denken aan ‘la gloire de mon père’ en le ‘chateau de ma mère’.

Corrèze

Corrèze. Een halte. Ik blijf wat moe rond lopen. Zou dit nu aan de weersomstandigheden zijn die op mij moraal inwerkt. Een zon weet ik alvast meer te appreciëren dan een grijze dag. In Mérignac l’église ben ik net op tijd binnen in de kerk om een hevige plensbui te vermijden. Een preekstoel trekt mijn aandacht. Fijne taferelen  werden uitgehouwen in het hout.

In Sint-Augustin hou ik het voor bekeken. Een vrouw helpt me om een overnachtingsplaats te vinden. De plaatselijke voetbal vestiaire. Maar voor het slapen gaan wordt ik uitgenodigd voor een warme maaltijd.