Pelgrimszegen

img_20180403_0504148995738626880282414.jpg

Jeannette

1 april 2018.

Een bezoek aan mijn bovenbuur vrouw Jeannette. Een bijna 90 jarige (14 april) en in superform voor haar leeftijd. Het daglicht schijnt op haar rechterkant. Haar ogen glinsteren, ‘oh, ik gau nu min cremekarre nie mej hoaren’ (ze bedoelt het geluid van haar deurbel). We krijgen beiden de slappelach. ‘Wa go ik joan missen’… Het raakt me en voor de eerste keer laat ik dit woord toe. Ik vond dit altijd vervelend wanneer me iemand dit me zei, ik duwde dit af. Afhankelijkheid, afscheid… koppelde ik hieraan. Het komt binnen en voor de eerste keer voelt het goed en juist in mijn beleving en kan ik het toelaten. Iemand betekenen voor iemand en vice versa…

Bij een andere buurvrouw Francine. Hebben we een fijn en boeiend gesprek rond geloof en wat het voor elk van ons betekent. Een half uur later zet ik mijn voeten op de Gentse kasseien en de naam van het appartement ‘Esperanza’ verdwijnt om de hoek.

De klokken van de Sint-Baafskathedraal beginnen te luiden voor de paasviering. Vrienden zijn aanwezig. Hartverwarmend. Ook mijn ‘zus’ is er (dochter van mijn moeder haar tweede man), deze winter mama geworden van de kleine Lena. Op het einde van de viering vraagt bisschop Luc Van Looy me naar voor in de overvolle kathedraal voor de pelgrimszegen. ‘Er is hier een hij of is het een zij die naar Compostella vertrekt’… Ik vond dit gepast hij of zij… Noch het een noch het ander, ze voelt het voor mij. Met een rustige en stevige stap komt Mgr Van Looy voor me staan. Mijn ademhaling wordt dieper. Een diep verbonden contact… Zijn handen rusten elk op een schouder. We kijken elkaar aan… Ik sluit mijn ogen… Ik voel een hand op mijn hoofd. Het voelt stevig, beschermend… De zegen… We delen nog wat woorden… In schoonheid en verbonden geraakt…

Na de viering neem ik afscheid van mensen die me genegen zijn. Innige knuffels worden gedeeld. Een kruisje op mijn voorhoofd, een kaartje, een klein geschenk… Een foto. We verlaten samen de kathedraal via de middenbeuk. Nog even een goede dag aan monseigneur. Een stevige hand… ‘Je eindigt je weg terug langs hier’ vraagt de bisschop. ‘Absoluut’, antwoord ik terug.

Een zwaai langs hier, langs daar. Mensen komen me een goede weg wensen. Mensen die geraakt zijn door mijn vertrek. Dankjewel aan jullie die aanwezig waren. Het voelde zo goed. Nogmaals een dikke knuf.

Samen met vier stappers Lut, Koen, Els en Franky zet ik mijn eerste stappen richting Assisi. Een bijzondere ervaring om samen met anderen te stappen. Ideeën, vraag en antwoord worden gewisseld. Via de Schelde verlaten we Gent richting Melle. Aan het station in Gontrode nemen we afscheid. Een groepsfoto en ik zet mijn weg verder door het bos op weg naar vrienden voor mijn eerste overnachting.

img_20180401_2230004013564038682935226.jpg

Kunstenaar en bijenhouder Jef Wynants

Monceau-en-Ardenne

 

dav

Monceau-en-Ardenne

Pendant que je laisse la tente sécher au soleil, je vais me chauffer près du chauffage au bloc sanitaire. Il fait froid et humide pour la période de l’année. Une fois mes vêtements réchauffés et la tente ‘flipflop’ repliée, je quitte le camping. J’emprunte le sentier de la GR et en suite des chemins de campagne. Village après village. Direction Monceau-en-Ardenne. À hauteur de plusieurs maisons, des bacs en bois. ‘Nourriture à partager. Incroyables comestibles’.

Mon canif. Quelques feuilles de salade fraiche, un peu de persil. Des légumes pour ce midi. Des villages apparaissent derrière un tournant ou une montée. Des panaches de fumée blanche s’échappent des cheminées

Monceau-en-Ardenne, une église Saint-Jacques, une porte close. La voisine, Jeannine, me montre comment me rendre chez Chantal, ’la sacristine’. Un café m’est offert, ma gourde remplie d’eau. Une conversation ayant comme sujet les faces cachées d’une maison nouvellement achetée. Jeannine me raconte que, dans cette région, beaucoup de maisons n’ont pas d’électricité et d’eau courante. Je vais à la recherche de Chantal. Derrière moi, haut dans le ciel, j’entends deux buses. D’un mouvement fluide, et en planant elles forment des cercles et montent. Je continue ma marche et sens que je m’éloigne du village. Doute, suis-je bien sur le bon chemin? Je demande. “Vous êtes trop loin”, me dit quelqu’un du voisinage en me montrant du doigt la bonne direction. Demi-tour. Arrivée chez Chantal, personne à la maison. Un voisin m’adresse la parole “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village” en effet après cinq minutes je me trouve déjà dans sa voiture, elle avait été prévenue que quelqu’un la cherchait. Chantal, une femme active, me raconte en quelques mots l’histoire de l’église Saint-Jacques, sa vie de grand-mère et sa vie dans la commune. En dix minutes de temps c’est comme-ci elle m’avait raconté toute sa vie. L’église Saint-Jacques est petite et charmante. Cette église vient juste d’être reconnue comme étant sur le chemin de Compostelle. Deux statues de Saint-Jacques, dont l’une date de l’an 1600, la statue fut déterrée dans le jardin du curé. Après une visite à l’église Chantal m’emmène chez un homme. Son nom m’échappe. Au-dessus de sa maison les deux buses auxquelles je n’ai plus prêtée attention. Il me remet une copie du tampon de Saint-Jacques. Le tampon dont on se sert pour poinçonner le credential. Entretemps le soleil apparait. Ces rayons font du bien à ma peau. Je continue jusqu’à Oizy. À la ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ se trouve un vieux tilleul. Tu peux t’y rendre les yeux fermés, car à partir d’une certaine distance, l’odeur est grandiose. Sa circonférence est énorme.

Plus loin une halte dans un B&B ‘La chasse aux trésors’. Une conversation agréable dans un cadre enchanteur. La femme hospitalière m’offre un morceau de pudding et un chocotoff pour la route. Mon enfant intérieur est content lorsqu’il arrive en marchant à visualiser le chocotoff comme par magie. Un cerf est dérangé durant son bain de soleil et s’éloigne en sautillant.

Le soir je rencontre François. Un contact facile. Sa maison, une vieille grange. Une grande partie de l’intérieur est construit avec du matériel de récupération. Chaque recoin m’étonne et me fait sourire. Muni de dextérité, et de créativité pouvoir construire son propre nid, j’en rêve. Chaque fois ajouter un nouveau morceau pour créer l’harmonie. C’est ce que je ressens dans cette maison et chez cet homme en harmonie avec lui-même et son environnement. Même si ce n’est pas dans les normes de la société et des revues. Tout est parfaitement fini. Je pourrais dire la perfection dans l’imperfection, divin. À la lumière d’une bougie, un thé, un feu ouvert, la journée se termine par une conversation intense et captivante sur ce que la vie peut impliquer et sa richesse.

GPX bestand Vencimont – Bellefontaine

GPX bestand Bellefontaine – Corbion

Monceau-en-Ardenne

Terwijl ik de tent laat drogen in de zon, ga ik me opwarmen in het sanitaire blok. Het is koud en vochtig voor de tijd van het jaar. Nadat mijn kleren opgewarmd zijn en de ‘flipfloptent’ opgevouwen is, verlaat ik de camping. Van het GR-pad via landelijke wegen. Dorp na dorp. Richting Monceau-en-Ardenne. Aan verschillende huizen staan houten bakken: ‘Nourriture a partager. Incroyables comestibles’. Mijn zakmes. Een paar verse blaadjes sla, wat peterselie. Groenten voor deze middag.

Dorpen verrijzen na een bocht of helling. Uit de schoorstenen komen witte rookpluimen. Monceau-en-Ardenne, een Sint-Jacobskerk, een gesloten deur. De buurvrouw, Jeannine wijst me de weg naar Chantal, ‘la sacristine’. Een koffie wordt aangeboden, mijn fles bijgevuld met water. Een babbel over de verborgen kantjes van een pas aangekocht huis. Jeannine weet me te vertellen dat vele huizen geen stromend water en elektriciteit hebben in deze regio. Ik ga Chantal opzoeken. Achter mij hoor ik hoog in de lucht twee buizerds. In een vloeiende beweging en al zwevend draaien ze in cirkels naar omhoog. Ik wandel verder en voel dat ik afwijk van het dorp. Twijfel, ben ik wel juist? Ik vraag even na. “Vous êtes trop loin”, vertelt een buurtbewoner en wijst met zijn vinger in de juiste richting. Terug. Aangekomen bij Chantal, niemand thuis. Een buurman spreekt me aan: “Oh, vous ne pouvez pas la manquer, elle roule toujours bien quelque part dans le village.” Inderdaad, na vijf minuten zit ik al in haar auto, ze werd al op de hoogte gebracht dat er iemand naar haar op zoek was. Chantal, een actieve vrouw, vertelt me in het kort wat over de Sint-Jacobskerk, haar leven als grootmoeder en haar leven in het dorp. In tien minuten is het alsof ik haar hele leven heb gehoord. De Sint-Jacobskerk is klein en charmant. Deze kerk is pas erkend als kerk op de weg naar Compostela. Twee beelden van de Heilige Jacobus, waarvan eentje uit het jaar 1600, opgegraven in de tuin van de priester. Na het kerkbezoek neemt Chantal me mee naar een man. Zijn naam ontsnapt me. Boven zijn huis zijn de twee buizerds aan wie ik geen aandacht heb gegeven. Ik krijg van hem een replica van de Sint-Jacobstempel. De stempel die men gebruikt in de credential.

Ondertussen is de zon van de partij. Haar stralen doen me deugd op de huid. Verder naar Oizy. Aan de kapel ‘Chapelle de Notre-Dame de Bon Secours’ staat een oude linde. Je kan er vanaf meters afstand met je ogen dicht naartoe stappen, de geur is overweldigend. De stamdikte is enorm. Verder een halte in een B&B ‘La chasse aux trésors’. Een gezellige babbel in een prachtige omgeving. De gastvrije vrouw schenkt me broodpudding en een Chocotoff voor onderweg. Het kind in mij is tevreden wanneer ik al wandelend het beeld van de Chocotoff voor mijn ogen kan toveren. Een ree wordt gestoord bij het zonnebaden en huppelt weg.

‘s Avonds ontmoet ik François. Een vlot contact. Zijn huis, een oude schuur. Een groot deel van het interieur is opgebouwd uit recuperatiemateriaal. Ieder plekje brengt verwondering en een glimlach op mijn gezicht. Met wat handigheid en creativiteit een eigen plek kunnen maken, daar droom ik van. Telkens een nieuw stuk in het creëren van harmonie. Zo voelt de woonst en deze persoon, harmonieus met zichzelf en zijn omgeving. En ook al is het niet binnen de normen van de maatschappij of de boekjes, alles is perfect afgewerkt. Ik zou kunnen zeggen de perfectie binnen de imperfectie, zalig.

Bij kaarslicht met een thee voor de open haard eindigt de dag met een intens, boeiend gesprek over wat het leven met zich kan meebrengen in haar ‘rijkheid’ (rijkdom voelt voor mij hier niet juist).

 

GR 126

 

img_20160628_204459.jpg

 

Un jour de repos en compagnie d’amis. Des conversations intenses et profondes. Respect mutuel. Ceci fait du bien.

De temps à autre je mets mon nez dans mon sasjh fraichement lavé, mon sasjh Marocain et multifonctionnel. Qui me donne chaud quand il fait froid et de la fraicheur lorsqu’il fait chaud. Qui peut servir de sac ou de chapeau. Durable.

Avec les explications de Gérard au sujet des traces d’animaux dans le bois, je pars à la découverte sur la GR126. Sangliers, cerfs, chevreuils, blaireaux.

La digitaline est omniprésente dans le bois. Les vues panoramiques me font penser au Pyrénées. Les descentes de Roncesvalles. Les pierres de O Cebreiro. Les bois de Galicie. Je traverse le bois de Langues Virées.

Pas de traces de chiens ni de chevaux qui réfèrent aux gens.

Des heures à marcher seule, appréciant tout ce qui m’entoure. Seule ou peut-être pas…, car dans le bois une forte présence est tangible. Une buse vole devant moi longeant le sentier, ses ailes élégantes grandes ouvertes. Un cerf saute en grande vitesse pour s’enfoncer plus profondément dans le bois. Au loin j’entends des sangliers. Au-dessus de ma tête une autre buse. Différentes odeurs. Le vent dans les branches. Je mène mon attention vers mon corps. Tout y semble détendu. Solidement ancrée dans le sol.

La douleur dans mon bassin et bas du dos a disparue. Les heures et les kilomètres n’ont plus d’importance.

‘La Houille’, un cour d’eau. Le coquillage de Santiago est régulièrement présent. Le soleil est haut dans le ciel.

Gédinne. Un homme se trouvant dans l’entrée de l’office du tourisme m’adresse la parole. Avant que j’ai pu poser une question toute une explication sur le pourquoi il n’y a pas de logement pout pèlerin. C’est clair! Ici je ne dois même pas poser la question. Je termine au camping ou les jeune me procurent une tente en 1 seconde.  Flipflop et hop. Mon sac à dos dedans. Mon nid est prêt.

GPX bestand Chooz à/naar Vencimont

GPX bestand Vencimont à/naar Bellefontaine

GR 126

Een dagje rust in gezelschap van vrienden. Diepe intense gesprekken. Wederzijds respect. Het was deugddoend.
Af en toe steek ik mijn neus in mijn vers gewassen sasjh,mijn multifunctionele Marokkaanse sjaal. Die geeft me warmte wanneer het koud is, koelte wanneer het warm is, kan dienst doen als tas en als hoofddeksel. Oersterk.
Met de uitleg van Gérard ivm dierensporen in het bos, ga ik op ontdekking op de GR 126. Everzwijn, hert, ree, das. De Digitalis of vingerhoedskruid is massaal aanwezig in het bos. De vergezichten doen me denken aan de Pyreneeën. De afdalingen aan Roncesvalles. De stenen aan O Cebreiro. De bossen aan Galicië. Ik doorkruis het bos van Langues Virées. Geen sporen van honden of paarden die verwijzen naar mensen. Uren alleen wandelend, genietend van alles rondom mij. Alleen en toch niet, want in het bos is een grote aanwezigheid voelbaar. Een buizerd vliegt vóór me over het pad, met zijn elegante vleugels breed open. Een ree springt aan een hoge snelheid dieper het bos in. In de verte hoor ik everzwijnen. Boven mij een andere buizerd. Verschillende geuren. De wind in de takken. Ik breng mijn aandacht naar mijn lichaam. Alles voelt ontspannen. Stevig verankerd in de grond. De pijn in mijn  bekken en onderrug is verdwenen. Uren en kilometers hebben geen belang meer.

‘La Houille’, een waterstroom. Schelp van Santiago is regelmatig te zien. De zon staat hoog aan de hemel. Gédinne. Een man die in de deur van het toeristenbureau staat, spreekt me aan. Nog voor ik een vraag kan stellen, een hele uitleg waarom er geen pelgrimsplaats is. Duidelijk! Hier hoef ik zelfs de vraag niet te stellen. Ik eindig op de camping, waar jongeren me helpen aan een secondetent. Flipflop en hop. Rugzak erin. Nestje gemaakt.

Jemeppe-sur-Sambre

 

dav

Jemeppe-sur-Sambre

Je ferme la porte d’entrée. La haute température et l’humidité me coupent le souffle. Direction le bois de Han-Sur-Sambre. Les nombreuses chutes de pluie des derniers jours ont complètement inondé les sentiers. Je me risque quand même. J’essaie de me frayer un passage dans cette jungle. Sur le côté, au milieu, sur le côté. Après un certain temps je me sens comme un petit enfant devant une grande flaque d’eau. Je m’amuse. J’apprécie la magnifique flore que je fixe en images sur mon téléphone. Hmm, j’apprécie beaucoup moins les nombreux moustiques. Une attaque sur mes bras et jambes. Ici mes bâtons de marche me sont très utiles. La couleur de mes chaussures est méconnaissable. Quitter le bois, le soleil et la transpiration… parfait pour les taons. J’avais oublié tous ces insectes. Eux ne m’ont pas oubliée.

Dans le ciel, des nuages sombres sont venus s’installer. Des grondements en arrière-plan. Un orage me pend au-dessus de la tête. Au loin un village. Avec une forte accélération j’essaie d’atteindre le village avant l’orage. Je cherche un abri à Fosses-La-Ville. Je me promène un instant autour de l’église. Regardant le ciel je vois que les nuages noirs disparaissent. J’ai échappée à l’orage. Une longue pause de déjeuner. Trop chaud. J’apprécie les vieux bâtiments authentiques. Une conversation avec l’aimable femme de l’office du tourisme.

Après une bonne marche, ayant défié la chaleur, j’arrive à Saint-Gérard.

Mes bas. Mes jambes. Un tas de tiques minuscules. Mon téléphone, juste trop tard pour décrocher. Etienne. Mon répondeur. J’entends: “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”. J’écoute encore une fois, mais ne comprends pas ce qu’il faisait là. Étonnée. Pas de place où dormir à Saint-Gérard. Je finis ma journée chez les Bénédictines d’Ermeton-sur-Bièrt où sœur Hildegarde me montre comment me déplacer dans le bâtiment. Le soir tombe. Le vent monte. Il se fait noir. Orage. Je m’endors avec mon journal sur le ventre. Dans cette oasis de paix.

GPX Bestand Lambusart  à/naar Fosses-la-Ville

GPX Bestand Fosses-la-Ville  à/naar Ermeton-sur-Biert

Jemeppes-sur-Sambre

Ik sluit de voordeur. De hoge temperaturen en de vochtige lucht slaan op mijn adem. Richting het bos van Hanne-Sur-Sambre. De vele regenval van de laatste periode heeft de wandelpaden volledig onder water gezet. Ik waag het erop. Zoekend probeer ik me een weg te banen door deze jungle. Opzij. Midden. Opzij. Na een tijdje voel ik me als een klein kind voor een grote plas. Ik heb plezier. Ik geniet van de prachtige flora, die ik op beeld vastleg met mijn telefoon. Hmm, de vele muggen niet meegerekend. Een aanval op mijn benen en armen. Mijn wandelstokken doen hier goed dienst. De kleur van mijn schoenen onherkenbaar. Het bos uit, de zon en het zweet… ideaal voor de dazen. Al die insecten was ik wat vergeten. Zij mij niet. In de lucht zijn donkere wolken komen opsteken. Geroffel op de achtergrond. Een onweer hangt boven mijn hoofd. In de verte een dorp. Met een fikse versnelling probeer ik het dorp te halen voor het onweer. In Fosse-la-Ville zoek ik een schuilplaats. Even wandel ik rond de kerk. Naar boven kijkend zie ik de donkere wolken verdwijnen. Ontsnapt aan het onweer. Een lange middagpauze. Te warm. Ik geniet van de oude en authentieke gebouwen. Een babbel met de vriendelijke vrouw van l’office du tourisme.

Na een stevige wandeling, de warmte trotserend kom ik aan in Saint-Gérard. Mijn kousen. Mijn benen. Minuscule teken zijn talrijk aanwezig. Mijn telefoon, net te laat om op te nemen. Etienne. Mijn antwoordapparaat. “Je suis à Haut-le-Wastia. Je t’ai attendu pendant deux heures. Bon bein, je rentre”, hoor ik. Ik luister nogmaals, maar begrijp niet wat hij daar deed. Verwonderd. Geen slaapplaats te vinden in Saint-Gérard. Ik eindig mijn dag bij de Bénédictines in Ermeton-sur-Bièrt, waar zuster Hildegarde me de weg wijst in het gebouw. De avond valt. De wind steekt op. Het wordt donker. Onweer. Met mijn dagboek op mijn buik val ik in slaap. In deze oase van rust.

Wallonië

 

img_20160614_225114.jpg

Aujourd’hui commence mon parcours qui reliera les églises Saint-Jacques de Wallonie avec celles des Flandres. Pas de description du chemin. À la rencontre d’une nouvelle aventure. C’était un peu chercher pour savoir comment relier le triangle Aalbeke – Tournai (Doornik) – Renaix (Ronse). Des livres, des cartes topographiques… un puzzle complexe (un exploit). ‘Oh Jasmine! Et un gps’, me dit une petite voix intérieure.

Le premier pas était fait vers l’achat d’un gps de randonnée. Quelle facilité. Ne pas lire de carte, marcher en toute liberté.

Les longs mois sombres durant lesquelles je suis restée inactive, se font sentir physiquement.  Mon bassin et ma colonne vertébrale inférieure me lâchent. Je marche très attentivement.

Il est midi, je me trouve quelque part en plein milieu des champs aux environs de Dottignies (Dottenijs).

La première coquille, au-dessus est écrit: ‘Bienvenue en Wallonie’. Cela s’entend et ce ressent, lorsque je rencontre les premières personnes. ‘Bonjourrr’ , avec un r qui roule. Des petits villages pittoresques. Bien que j’ai connue ces villages dans mon enfance, je ne les ai jamais trouvés pittoresques dans ce temps-là. Près de Herseaux, à hauteur d’un rond-point nouvellement agencé, se trouve un centre floral. Je cherche la GR. Gauche, droite, retour sur mes pas… je ne la trouve nulle part. Le gps me dirige à travers le centre floral. Le magasin a été construit en plein sur le sentier de la GR. Et hup, disparu le sentier GR… hmmm et maintenant? Inconnu, de toutes les personnes auxquelles je m’adresse.

Je demande conseil à un couple. Je leur demande: “Vous connaissez un peu les environs?” “Oh tu participes à l’émission de télévision, tu sais bien celle… heu… juste après le journal…”, me demande la femme. Je lui réponds par un sourire.

Je parcours le parking longeant le bâtiment, débris, hautes herbes… trouvé! Je traverse la rue très fréquentée. Evregnies, le village des sabots, direction Pecq. Je loge chez mon frère cadet et ma filleule Liudmila.

Un peu de cuisine. Un peu d’aide avec les devoirs. Arithmétique, pas mon fort et certainement pas quand il y a des traits entre les chiffres. J’apprends. Temps d’aller dormir. D’abord encore se blottir l’une contre l’autre. Un selfie, une photo que tu fais de toi-même. On est comme deux ados. Mon cœur est content.

On éteint la lumière. Bonne nuit.

GPX Bestand Rollegem à Mont-de-l’Enclus

Wallonië

Vandaag begin ik aan de tocht waar de Jakobskerken van Wallonië verbonden zullen worden met die van Vlaanderen. Geen uitgestippelde weg. Een nieuw avontuur tegemoet. Het was even puzzelen hoe ik het driehoekje Aalbeke – Doornik (Tournai) – Ronse (Renaix) zou verbinden. Boeken, topografische kaarten… een huzarenstukje. ‘Oh, Jasmine! En een gps’, zei een klein stemmetje. En zo kwam de eerste stap naar een wandel-gps. Wat een gemak. Geen kaart lezen, vrij wandelen.

De lange, luie donkere maanden zijn voelbaar in mijn lijf. Mijn bekken en de lage rugwervels laten het afweten. Iedere stap zet ik bewust neer. Het is middag, ergens te midden de velden in de buurt van Dottenijs (Dottignies). De eerste schelp, daarboven staat ‘Bienvenu en Wallonie’. Dat is hoor- en voelbaar wanneer ik de eerste mensen ontmoet. “Bonjourrrr”, met een r die blijft aanslepen. Kleine pittoreske dorpen. Hoewel ik die dorpjes ken vanuit mijn jeugd, pittoresk heb ik ze toen nooit ervaren. Ter hoogte van een nieuw aangelegd rondpunt bij een bloemencentrum in de buurt van Herseaux zoek ik het GR-pad. Links, rechts, terug… nergens te vinden. De gps stuurt mij dwars doorheen het bloemencentrum. Het centrum bouwde pal op het GR-pad. Ribedebie, verdwenen is het GR-pad… Hmm, en nu? Onbekend voor al wie ik aanspreek.

Ik vraag raad aan een koppel: “Kennen jullie hier een beetje de buurt?”, vraag ik hen. “Oh, doe jij mee aan dat tv programma, je weet wel op den… huh, net achter het nieuws…”, vraagt de vrouw me. Ik antwoord met een glimlach. Ik loop de parking af langs het gebouw. Puinhoop, lange grassen… gevonden! De drukke straat over. Het klompendorp Evregnies, richting Pecq. Mijn slaapplaats ten huize van mijn jongste broer en metekind Liudmila.

Potje koken. Hulp bij de leerstof. Rekenen, oeps, niet mijn sterkste kant en zeker niet wanneer er strepen tussen getallen staan. Ik leer bij. Tijd voor het slapengaan. Nog eerst even dicht bij elkaar. Een selfie, zo een beeld dat je neemt van jezelf. We zijn net twee pubers. Mijn hart is blij. Het licht gaat uit. Slaapwel.

 

Bijna

image

Een telefoon rinkelt. De slaapkamer naast me. Ik draai me nog even om. Mijn ogen open. Waar ben ik? Half wakker. Ik herken de ruimte niet. Een droom. Oh ja, ik ben in Heusden. Een korte wandeldag staat op het programma. Een ‘tikkeneitje’ bij het ontbijt, hmm. Ik geniet van de lange ochtend. Samen met Janus proberen we een uiltje te maken met elastiekjes, een echte rage. Ik herinner me de scoubidou uit mijn jeugd, waarmee ik van geen ophouden wist. In het boek ‘De vos en de haas’ help ik Janus met lezen, hij doet het prima. Kort na de middag help ik nog even in de tuin. Tuinieren is altijd al één van mijn favoriete bezigheden geweest, behalve in het najaar, dan zijn de spinnen voor mij te actief.

In de vroege avond wandel ik nog een kleine tien kilometer tot in Gentbrugge. In de Gentbrugse Meersen wandel ik langs de Schelde. In de verte zie ik de historische Gentse torens. Na veertig dagen wandelen terug zo dicht bij huis mogen zijn, het doet wel iets. Het ontroert me en maakt me ook blij. Rond negentien uur kom ik aan bij Jacqueline. Mijn voeten vinden dit niet erg, integendeel. Uitkijkend naar de volgende dag val ik in ‘Berylune’ in slaap.

GPX Bestand Laarne – Gent

Presque

Un téléphone sonne. La chambre d’à côté. Je me tourne encore une fois. Mes yeux s’ouvrent. Où suis-je? À moitié éveillée. Je ne reconnais pas l’endroit. Un rêve. Ah oui, je suis à Heusden.

Au programme une courte journée de marche.

Un œuf à la coque au petit-déjeuner hmmm. Je profite de la longue matinée. Janus et moi essayent de faire un hibou, avec une sorte d’élastiques, très en vogue.

Je me souviens des scoubidous de mon enfance et du fait que je ne pouvais pas m’arrêter. J’aide Janus à lire le livre ‘du renard et du lièvre’, il se débrouille très bien. En début d’après-midi j’aide encore un peu au jardin. Le jardinage a toujours été une de mes occupations préférées, sauf en automne, les araignées sont alors trop actives.

En début de soirée je marche une dizaine de kilomètres jusqu’a Gentbrugge en passant par les Gentbrugse Meersen où je longe l’Escaut. Au loin je vois les clochers historiques de Gand. Après quarante jours de marche être si prêt de la maison me fait quelque chose. Cela m’émeut et me rend gaie.

Vers dix-neuf heures j’arrive chez Jacqueline. Mes pieds ne le déplorent pas, au contraire. Impatiente d’être demain, je m’endors à Berylune.

Leuven

image

Sint-Jacobskerk Leuven/église Saint-Jacques Louvain

De koffie staat klaar. Glutenvrij brood. Roger bakt een eitje voor mij, terwijl Alida mijn kleren opvouwt. Een gezellige babbel aan het ontbijt. Voor mijn vertrek nog even de familiebeelden bekijken.

Vijftien minuten later wandel ik door open vlaktes en velden. Geen schaduw te bespeuren. In de verte het geluid van de wagens op de autosnelweg. Af en toe nog een opstijgend vliegtuig. Mijn voeten zwellen en ik voel een druk tegen de schoenwand. Het zweet staat op mijn huid. Negen uur in de morgen. In de verte een groep stilstaande fietsers. Eén fietser roept: ” Een voetganger. Plaats makeeennn!”. De groep opent zich en ze beginnen te applaudisseren. “Ga jij naar Compostela?”, vraagt iemand me. “Die heb ik vorig jaar gedaan, nu ben ik op stap op het Jacobskerkenpad.” “Amai zeg.” De courante vragen volgen al heel snel. Ze noteren vijfentwintig juli in hun agenda. De aankomst om elf uur aan het Sint-Jacobs in Gent. Dat zou wel straf zijn, mensen uit Leuven, kortstondig gekruist op de weg, opnieuw te mogen zien in Gent. Met een portie extra kersen stap ik verder richting Leuven. “Nog veel succes hé”, hoor ik nog op de achtergrond. Zonder stoppen wandel ik door naar Leuven. Een supermarkt. De koelkast. Ik zie dat mensen mij aankijken. Het is ook geen alledaags beeld, een rugzak van zeventig liter op de rug, wandelstokken, hoofddeksel, verbrande benen, natte kleren. Met een nectarine en een avocado ga ik naar buiten. Niet ver hier vandaan, de botanische tuin. Een rustpauze in deze prachtige, rustige en schaduwrijke omgeving. Donkere wolken. Een druppel hier, een druppel daar… pff! Een fikse afkoeling is nog niet voor vandaag. De Sint-Jacobskerk is bouwvallig geworden, het plein errond evenzeer. Het is al laat in de namiddag. Ik doorkruis Leuven, een stad waar ik geen voeling mee heb. Onaangename geuren verspreiden zich door de aanhoudende warmte. Ik hoop mijn dag te mogen eindigen in de Abdij van ’t Park. Daar aangekomen ga ik naar de kerk. Ik heb net de vespers gemist. Een broeder komt naar me toe. “We gaan sluiten, ja, moest er niet zoveel gestolen worden zou dit niet moeten gebeuren.” “Goedendag, oh dat is spijtig”, antwoord ik. “Je mag vlug eens kijken als je dat wil.” Ik voel zijn haast. “Neen, dankjewel, zoiets doe ik graag met tijd en in rust.” Ik vraag hem of er plaats is voor een overnachting. Neen. Ik wandel terug naar een zaaltje aan het begin van de abdij om te kijken of daar een mogelijkheid is. Ik kom terecht op een privéfeest van Dirk De Schutter die zijn pensioen viert. Vriendelijk word ik uitgenodigd ook iets mee te eten. De verandering in weersomstandigheden doet me twijfelen om buiten te slapen. 

Nog laat op de avond stap ik verder, al een deeltje op de weg van morgen. Op een t-kruispunt zie ik rechts een jonge vrouw komen aangewandeld. Spontaan draai ik mij naar haar. “Mevrouw mag ik u wat vragen?” “Ja.” “Ik ben een pelgrim en ben opzoek naar een overnachting voor deze nacht. Kunt u me helpen?” “Ja.” En zo wandel ik met Carolien richting haar huis. 

GPX Leuven – Tervuren/ Louvain – Tervuren

Louvain

Le café est prêt. Du pain sans gluten. Roger me cuit un œuf pendant qu’Alida plie mon linge. Une agréable conversation au petit déjeuner. Avant mon départ quelques instants pour regarder les photos de famille.

Après quinze minutes je me promène à travers plaines et champs. Pas d’ombre en vue. Au loin le bruit de voitures sur l’autoroute. De temps à autre encore un avion qui décolle. Mes pieds se gonflent et je sens une pression sur les côtés de mes chaussures. La sueur est sur ma peau. Neuf heures du matin. Au loin un groupe de cyclistes à l’arrêt. L’un d’entre eux crie “Un piéton, faire place.” Le groupe s’entrouvre et ils commencent à applaudir. “Tu vas à Compostelle?”, demande l’un d’entre eux. “Ca j’ai fait l’année passée, maintenant je suis en route sur le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique.” “Eh bien dit!” Les questions courantes suivent rapidement. Ils notent le 25 juillet dans leur agenda. L’arrivée à 11 heures à l’église Saint-Jacques à Gand (Gent). Ce serait fort, revoir à Gand des gens de Louvain (Leuven) rencontrés brièvement sur la route. Avec une portion de cerises supplémentaire, je continue ma route direction Louvain. “Bonne chance”, me disent-ils encore. Sans m’arrêter je marche jusqu’à Louvain…Un supermarché. Le frigidaire. Je vois le regard des gens. Ce n’est pas une vue courante, un sac à dos de 70 litres, des bâtons de marche, un chapeau, des jambes brulées par le soleil, des vêtements mouillés. Je sors avec une nectarine et un avocat. Pas loin d’ici, un jardin botanique. Une pause dans ce cadre magnifique, calme et ombragé. Des nuages sombres. Une goutte par ci, une goutte par-là…Bof! Un bon rafraichissement  n’est pas encore pour aujourd’hui. L’église Saint-Jacques est délabrée, la pleine aux alentours également. Il est déjà tard dans l’après-midi. Je traverse Louvain. Une ville avec laquelle je n’ai pas d’affinité. Des odeurs désagréables se rependent à cause de la chaleur persistante. J’espère pouvoir terminer ma journée dans ‘l’Abbaye du Parc’. Arrivée là je me rends à l’église. J’arrive juste trop tard pour les vêpres. Un frère vient à ma rencontre. “Nous allons fermer, oui, s’il n’y avait pas tant de vols, on ne serait pas obligé de le faire.” “Bonjour, oh c’est regrettable.” “Tu peux jeter un coup d’œil en vitesse si tu le désires.” Je sens son empressement. “Non, merci, j’aime prendre mon temps et être au calme pour cela.” Je lui demande s’il y a de la place pour une nuitée. Non. Je retourne vers une salle à l’entrée de l’abbaye pour voir s’il y a la une possibilité. J’arrive à la fête privé de Dirk De Schutter, qui prend sa retraite. Gentiment je suis invitée à manger. Le changement des conditions atmosphériques me fait hésiter à dormir dehors.

Encore tard dans la soirée je continue ma marche, faisant déjà un bout du chemin de demain.

À un croisement, une jeune femme arrive sur ma droite.

Spontanément je me tourne vers elle. “Madame puis-je vous demander quelque chose.” “Oui.” “Je suis un pèlerin et cherche une place pour dormir cette nuit. Pouvez-vous m’aider?” “Oui”, et c’est comme ça que je marche en compagnie de Carolien, vers sa maison.