Meloenfeest

Abdij van Ligugé

Tien uur de klokken luiden van de kerk van Ligugé. Zowat een vijventwintig mannen in donkerblauw-zwart gewaad wandelen per twee en na elkaar in stilte naar de kerk. Ik verlaat de kamer en trek de wijde wereld in. Rondom rond hoor ik geweer schoten. Honden die blaffen en een getoeter. Oeps, dit was me ontsnapt. De jacht. Ik blijf rustig verder stappen zonder me echt zorgen te maken. Ondertussen maak ik gebruik van FB voor een vraag in verband met het jachtseizoen. Zoveel jaren geleden kon een pelgrim dit niet voorstellen. De dorpen zijn stil, geen kat te bespeuren.

Vroeg in de namiddag zie ik plots veel wagens. Een feest, een braderie, een rommelmarkt…het meloenfeest. Ik laat me verleiden door een Mirabelle taart. Mensen staan me met grote ogen aan te kijken. Een grote rugzak en wandelstokken zijn waarschijnlijk niet de courante outfit voor op een feest. In een zaal een tentoonstelling. Op een tafel staan prachtig gedraaide houten voorwerpen. Ernaast een briefje met een naam en tourneur amateur. ‘Pardon monsieur, c’est vous le tourneur?’ ‘Oui.’ Een tengere man, kleine van gestalte, getekend door de tijd. ‘Pourqoui vous avez marque tourneur amateur, votre travaille est d’une qualité profesionelle.’ Wat beschaamd kijkt hij me aan. Een glimlach is ergens te zien in een verborgen hoekje. Zijn vrouw dankt me. Met de geur van het hout verlaat ik de zaal. Buiten zijn kinderen aan het spelen aan een kraam om eendjes en gekleurde ballen te vangen. Ik geniet van de vreugde van de kinderen. Bij het kiezen van hun beloning valt me iets op. Het kraam is verdeeld in twee. Rechts allemaal donkere kleuren en geweren, links roos en princessen. De kinderen kunnen enkel kiezen volgens geslacht. Een kinderkraam die is blijven stilstaan in de jaren stilletjes en vastgeroest in ideeën.

Een lange muur van droog hout. In de boomgaarden zie ik hier en daar geel verschijnen. Zou dit het begin zijn van de herfst die zich aankondigt. Het voelt wat bizar terwijl de krekels nog in volle glorie hun gezang laten horen. Een hert die een elegante sprong maakt over een heg. Een vos die me met grote ogen verwonderd aankijkt en verdwijnt tussen de lage braambessen struiken. Mijn hartje lacht en maakt een sprongetje en de kleine prins…

De wind blaast mijn haren naar achter en streelt mijn oren. Hier en daar een druppel regen. Ik laat mijn huid ervan genieten zonder ik me ga opsluiten in een of andere beschermkledingstuk. Met de vele trappen stijgen kom ik aan in Lusignan. Un refuge pelerin. Ik twijfel. Bel aan. De moeheid laat me in de twijfel. Er vloeit iets niet. Ik loop een uur rond op zoek naar een overnachting.  Tot ik het opgeef…een vrouw staat ontspannen aan haar deur. Een uitnodigende blik. Bij Isabelle en haar zoon Paul.

ALS

8 september 2016 – Tongeren

Eind 2012 hoorde ik voor de eerste keer het woord ‘Amyotrofe Laterale Sclerose’ of ALS  (een neuro-musculaire aandoening zonder enige kans op genezing). Ik leerde toen Alain en Katrien kennen. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, pas veel later werd de diagnose ALS vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt…In 2012 richtte Alain samen met zijn vrouw Katrien de vzw ‘Een Hart voor ALS’ op.

Ik begon aan een fotoreportage rond het leven met ALS. (Binnenkort zullen deze beelden op een afzonderlijke pagina te zien zijn op deze blog.)
Na de reportage wou ik een fotoboek maken om het nog breder kenbaar te maken aan het publiek. Om de één of andere reden vloeide het niet, tot een paar weken geleden tijdens mijn tocht, ‘Oh, maar waarom geen boek voor ALS ipv over ALS. Een boek over deze pelgrimstocht in België die alle Sint-Jakobskerken met elkaar verbind’, het werd me duidelijk. Het voelde aan als juist, in tijd en ruimte klopte het gewoon.

En ja hoor als bevestiging lag een veer van de buizerd voor mijn voeten. De creativiteit begon te bruisen. Het ene idee na het andere rond de vormgeving, wie en hoe kwam me binnen.
Alain voor jou en de vele andere zal dit boek er komen. En ik hoop dat dit een steentje zal bijdragen aan het verder onderzoek rond deze ziekte. Dank je wel voor je doorzetting en kracht, een voorbeeld voor velen.

Een jaar na Alain leerde ik Magda kennen. Haar dochters namen contact met me met de vraag of ik hun mama in beeld wou nemen. De ziekte nam een te snelle impact op haar en hun leven. Magda was ALS patiënt sedert 2009, pas een jaar later werd de diagnose vastgesteld.
Ik herinner me nog altijd de eerste ontmoeting. Magda kon me de hand niet meer schudden,  maar haar glimlach betekende veel meer dan een omarming. Hoewel we elkander niet veel hebben gezien, waren de ontmoetingen heel intens en waardevol.

Twee spelden hebben deze tocht meegereist op mijn hoed, deze van ‘een Hart voor ALS’ en deze van jou Magda. Een zonne-bloem vergezelde me op deze weg. Heel diep van binnen was er voor mij iets niet afgerond. Het werd me duidelijk.

Magda dit boek is voor jou, een fijne reis verder. Het gaat je goed. Magda verliet ons op 31 juli 2014.
Vandaag aangekomen in Tongeren is deze weg afgerond. Negentwintig Sint Jacobs de Meerdere en drie Sint Jacobs de Mindere kerken over gans België werden met elkander verbonden. Een pelgrimsweg in dit prachtig land met zoveel verscheidenheid en gelijkenissen.
Het begin van iets nieuws.

Binnenkort lezen jullie hier meer over het boek.

Tot dan , Jasmine

Pol et Sabine

wp-image-13716702jpg.jpg

Huit heures. Je tire les manches de mon t-shirt sur mes mains. Il fait frais. Un rideau de brouillard pend au-dessus des champs. Deux cerfs s’enfuient hors du champ. Ils s’arrêtent un peu plus loin, me regardent, brament et repartent. Des vaches viennent vers moi avec un certain enthousiasme. J’entends encore un autre bruit. À peu près un mètre au-dessus du sol je cherche d’où vient le bruit. Je ne vois rien, jusqu’à l’instant où je vois une queue qui bouge. Un renard avec une grosse et longue queue, rampe par terre. Quel bel animal. Son cri ressemble à des pleurs. Encore un peu plus loin, le craquement de vieilles branches. Je continue de marcher avec précaution. À quelques mètres de moi des sangliers. La mère se retourne soudainement. Elle m’a vue. Mon cœur palpite, que faire maintenant? Pas de panique, me dis-je pour me convaincre. Elle se dirige vers ses petits et les pousse dans le bois. Une école de sangliers. Apparemment c’est aussi la rentrée des classes pour eux. Un soupir de soulagement. C’est quand même un peu effrayant quand un si grand animal est dans les parages.

À La Vilette  je rencontre Jacques sur un chemin étroit, entre les près. Je lui dis, “Vous avez de belles vaches.” Il me sourit. Des vaches rousses, peau douce, un froufrou devant les yeux. Sur l’arrière-plan une vue panoramique des environs. Un bois. Sur ma gauche les tons bleuâtres et froids du matin, du brouillard. L’aurore polaire. Des couleurs pures, dont les peintres seraient jaloux. Sur ma droite, des tons jaunâtres et chauds, le sud, les couleurs du midi. Cette vue me procure une drôle de sensation. Ma peau est fraiche à ma gauche et chaude du côté droit, où est-ce que cela se passe entre mes deux oreilles. Des avions de chasse viennent troubler la paix qui règne.

Après la Lys, l’Escaut, la Lesse, la Semois et l’Ourthe voici maintenant l’Amblève. Au loin les pointes des arbres présentent déjà des colorations. Les couleurs d’automne s’annoncent. Perché sur le Mont Saint-Jacques, une récente et nouvelle église Saint-Jacques. “La précédente fut détruite durant l’offensive des Ardennes. Située à une place stratégique, sur la droite les Allemands et sur la gauches les Américains”, me raconte le propriétaire de la ‘Ferme Bodsan’. Un endroit où les pèlerins sont plus que bienvenus. D’ici, en traversant les bois, il aurait encore quarante kilomètres jusqu’à Harzé. Je descends dans le bois, un cours d’eau. L’eau est rougeâtre. Dans le bois de Harzé je trouve un crâne. Il est presque intact. Des petites dents pointues. Sans doute un renard. Oh, un bois de cerf serait aussi bienvenu. Je lâche l’idée. Dans le bois le sentier n’est pas entretenu. Des herbes hautes. Une tique. Une piqure. Une rencontre avec un cerf.

Rahier. Mon compteur kilométrique indique vingt-quatre. Il est temps de m’arrêter. “Vous pouvez dormir dans la grange et on vous demande votre carte d’identité pour la nuit”,  me dit la femme. C’est la première fois qu’on me demande cela. Mais je peux comprendre, bien que si on serait vraiment relié cela ne serait pas nécessaire. “Si jamais je ne trouve pas autre chose je reviens madame, merci d’avance!” La deuxième porte, un antiquaire, du doigt il me montre un auvent qui se situe près de l’école. La troisième porte, une femme ouvre, un regard doux et ouvert. Un oui. “Entrez, vous tombez bien, on allait juste se mettre à table. Je mets un couvert de plus.” Je fais tout de suite connaissance avec la famille et goûte les boulettes liégeoises, la salade fraiche et les pommes allumettes. Ce sont de très fines frites qui sont très croustillantes. Ceci me rappelle ma jeunesse. J’étais à Lourdes avec mes parents et mes frères. Nous cherchions un restaurant. Mon père était fâché parce que sur tous les menus il était marqué frites et rien d’autre. Jusqu’à ce qu’il lisse ‘pomme allumette’. Lorsque l’assiette fut mise à table… des frites. J’étais super contente, mon père l’était moins. Et bien qu’au moment même mon père ne savait pas en rire, aujourd’hui je trouve cette anecdote hilarante lorsque j’y repense.

Une promenade du soir en compagnie de Pol et Sabine, jusqu’à l’église Saint-Paul. Pol m’offre une visite guidée personnelle. Une église datant de1632, récemment rénovée. À l’entrée on y trouve encore des cordes pour faire sonner les cloches. La restauration du cuivre fut faite à Brugge. Une église particulièrement belle, avec une énergie douce et une acoustique formidable. J’y chante ‘Uniao’, un chant appris lors d’un travail spirituel. Une merveilleuse et chaleureuse soirée. Une belle rencontre. Un jour de rentrée des classes que je n’oublierais pas si vite.

GPX Bestand Bra – Saint Jacques

Pol et Sabine

Acht uur. Ik trek de mouwen van mijn T-shirt over mijn handen. Het is fris. Een laag mist hangt over de velden. Twee reeën rennen weg. Ze houden even verder halt, kijken me aan, blaffen en vertrekken weer. Koeien komen enthousiast naar me toe. Een ander geluid is nog hoorbaar. Op ongeveer één meter boven de grond ben ik op zoek van waar dat zou komen. Niets te zien, tot ik een staart zie bewegen. Een vos met een dikke lange staart, sluipend over de grond. Wat een prachtig dier. Zijn roep klinkt precies alsof hij weent. Nog wat verder gekraak van oude takken. Voorzichtig stap ik verder. Op een paar meter voor me everzwijnen. De moeder draait zich plots om. Ze heeft me gezien. Mijn hart bonst, wat nu? ‘No panic’, mezelf overtuigend. Ze gaat naar haar kleintjes en duwt ze het bos in. Een school everzwijnen, blijkbaar is het voor hen ook één september. Een zucht van opluchting. Het is toch wel even schrikken wanneer er zo een groot dier in de buurt is.

In La Vilette ontmoet ik Jacques op een smalle weg tussen weilanden. “Vous avez de belles vaches”, weet ik hem te vertellen. Hij glimlacht. Roestbruine koeien, zachte vacht, een froufrou voor hun ogen. Op de achtergrond een wijds uitzicht op de omgeving. Een bos. Links, blauwe koele tinten van de ochtend, mistig. Het noorderlicht. Pure kleuren waar een kunstschilder jaloers op zou zijn. Rechts, gele warme tinten, het zuiden, de kleuren van de middag. Een vreemde gewaarwording dit fenomeen. Links voelt het fris op mijn huid, rechts warm of zit dat tussen mijn oren. Straaljagers komen de rust verstoren. Na de Leie, de Schelde, de Lesse, de Semois en de Ourthe, is het nu de beurt aan de Amblève. In de verte vertonen de toppen van de bossen al verkleuring. De herfst is op komst.

Op de Mont Saint-Jacques, staat een jeugdige nieuwe Sint-Jacobskerk. “La précédente fut détruite durant l’offensive des Ardennes. Située à une place stratégique, sur la droite les Allemands et sur la gauches les Américains”, vertelt de eigenaar van la ‘Ferme Bodson’, een plaats waar pelgrims meer dan welkom zijn. Van hieruit zou het, door de bossen, nog veertig kilometer zijn naar Harzé. Afdalend het bos in, een riviertje. Het water kleurt rood. In het bos vind ik een schedel. Bijna intact. Kleine hoekige tandjes. Vermoedelijk een vosje. Oh, een gewei van een hert zou ook wel tof zijn. Ik laat de gedachte los. Het pad is niet onderhouden. Lange grassen. Een teek. Een beet. Een ontmoeting met een hert.

Rahier. Op mijn kilometerteller: vierentwintig. Tijd om te stoppen. “Vous pouvez dormir dans la grange et on vous demande votre carte d’identité pour la nuit”, zegt de vrouw. De eerste keer dat dit wordt gevraagd. Ik kan het ook wel volgen, hoewel, wanneer er echt verbinding zou zijn, is dit overbodig. “Si jamais je ne trouve pas autre chose je reviens madame, merci d’avance!” De tweede deur, een antiquair, hij wijst met zijn vinger naar een afdakje naast de school. De derde deur, een vrouw, een open zachte blik. Een ja. “Entrez, vous tombez bien, on allait juste se mettre à table. Je mets un couvert de plus.” Ik maak onmiddellijk kennis met het gezin en proef de lekkere Luikse bouletten, frisse salade en ‘les pommes allumettes’, hele fijne en croustillante frieten. Het doet me denken aan mijn jeugd. Ik was in Lourdes met mijn ouders en broers. We zochten een restaurant. Mijn vader was kwaad omdat er overal op het menu ‘frieten’ stond en niets anders. Tot hij las ‘pomme allumette’. Het bord kwam voor onze neus, frieten. Ik was superblij, mijn vader minder. Hoewel mijn vader er toen niet mee kon lachen, vind ik het vandaag hilarisch wanneer ik eraan terug denk.

Een avondwandeling met Pol en Sabine tot aan de kerk Saint-Paul. Ik krijg er van Pol een persoonlijke rondleiding. Een kerk gebouwd in 1632, pas gerestaureerd. Aan de ingang

 

Bra

wp-image-829883583jpg.jpg

Du pain frais, de la confiture maison à la rhubarbe au gingembre et à la cannelle. Le petit-déjeuner. Nous parlons de religions, de croyances, d’autres cultures et de bien d’autres choses encore. Des sujets pas évidents, quand l’une est croyante et l’autre athée. Chacune avec nos propres idées, visions, et sentiments. Ensemble dans le respect mutuel de l’autre et sans vouloir changer quoi que ce soit. ‘Être’ ensemble. Il est agréable de voir que les yeux continuent de scintiller même si les façons de voir divergent. En harmonie.

Il est clair que j’aime la compagnie. Il est presque dix heures quand je quitte la maison. On s’embrasse et je pars en passant par la place de l’église d’Erezée direction Vaux-Chavanne. Il fait chaud. Je marche en alternance dans des bois et sur des chaussées. Mes pieds commencent à faire mal, à cause de la marche sur sols endurcis. Des taches rouges, qui démangent, apparaissent sur mes tibias. J’ai bu trop peu les deux derniers jours…

Mon corps se sent lourd. Au-dessus de ma tête des fils électriques est des hirondelles qui ont la bougeotte et qui s’amusent. Elles sont très nombreuses ces jouettes. Elles passent sans cesse d’un fil à l’autre.

À Manhay je trouve enfin un café. Je me réjouis à l’idée d’un bon café. Je mets mon nez au-dessus de la tasse de café et étends mes jambes. Un homme entre. Je rêve, ou est-ce bien lui? “Marc!” L’homme se retourne, en effet c’est bien Marc, nous avons un ami commun, Ronny. Ronny est l’auteur du merveilleux livre ‘Robin & Rudjard’, un conte pour adultes qui traite d’un petit garçon et d’un renard. Je vous le recommande. Après une heure mon corps se sent beaucoup mieux et pleine d’énergie je continue ma route. De l’église Saint-Jacques le mineur de Vaux-Chavanne vers l’église de Notre-Dame de l’Assomption de Bra.

Noël Fernand y est mon guide. Noël a restauré l’horloge datant du quinzième siècle se trouvant dans la tour du huitième siècle, et qui n’avait plus fonctionnée pendant cent ans. Une horloge à une aiguille. Des chiffres Romains et un mécanisme spécial. Il est fier de me montrer son travail. En face de l’église le presbytère. J’y ai installé un lit. Un peu plus tard Noël m’apporte un repas du soir et un petit-déjeuner sur un plateau. Curieuse comme je suis, je me promène dans la demeure. Une magnifique maison, avec des planchers en bois ayant des fentes d’un demi centimètre par lesquelles je vois le rez-de-chaussée. Un lavabo qui fuite. Je vais me rafraichir dans la cuisine avant de me coucher. Dans la salle à manger, à l’aide de la lumière de bougies, je lis mon journal. Les flammes des bougies donnent vie à deux figures bizarres se trouvant sur la cheminée. Ma tête tombe de temps à autre vers l’avant. Il est temps d’aller me coucher.

GPX Bestanden Amonines – Bra

Vers brood, zelfgemaakte rabarberconfituur met gember en kaneel. Het ontbijt. We hebben het over religies, geloof, andere culturen en nog zoveel meer. Geen evidente onderwerpen wanneer de ene persoon gelovig is en de ander een atheïst. Elk met onze eigen visie, ideeën, gevoelens. Met elkaar, in respect voor het ‘anders’ zijn, zonder elkaar te willen veranderen. Samen ‘zijn’. Fijn om te mogen ervaren en te zien dat ogen blijven sprankelen, ook al is de visie zo verschillend. In harmonie met elkaar.

Het is duidelijk dat ik hou van compagnie. Het is bijna tien uur wanneer ik het huis verlaat. We geven elkaar een zoen en ik vertrek via het kerkplein van Erezée richting Vaux-Chavanne. Het is warm. Afwisselend wandel ik in bossen en op harde wegen. Mijn voeten beginnen pijn te doen, het gevolg van de harde ondergrond. Rode jeukende vlekken komen te voorschijn op mijn scheenbenen. De laatste twee dagen heb ik ook te weinig gedronken. Foei! Mijn lichaam voelt zwaar. Boven mij elektriciteitsdraden en niet stilzittende zwaluwen. Het krioelt van deze plezante, speelse vogels. Voortdurend vliegen ze van de ene draad naar de andere.

In Manhay vind ik eindelijk een café. Oh, wat zal een heerlijk potje koffie me deugd doen. Ik hou mijn neus boven het welriekende goedje en strek mijn benen uit. Een man komt binnen. Hein, droom ik nu? Zie ik juist? “Marc!” De man draait zich om, inderdaad, het is Marc. Samen hebben we een gemeenschappelijke vriend, Ronny. Ronny schreef het schitterend boek ‘Robin & Rudjard’, een volwassen sprookje over een jongen en een vos. Een aanrader. Na een uur voelt mijn lichaam totaal anders en met volle energie zet ik mijn weg verder. Van de Sint-Jacobs de mindere kerk in Vaux-Chavanne naar l’église de Notre-Dame de l’Assomption de Bra. Ik krijg er een rondleiding van Noël Fernand. Noël restaureerde het vijftiende-eeuws uurwerk van de versterkte kerktoren uit de achtste eeuw, nadat het uurwerk honderd jaar niet had gewerkt. Een uurwerk met één wijzer, Romeinse cijfers en een bijzonder mechanisme. Met fierheid toont hij zijn werk.

Recht tegenover de kerk, de pastorie. Ik heb er een bed geïnstalleerd. Wat later brengt Noël me een avondmaal en ontbijt op een plateau. Nieuwsgierig als ik ben wandel ik doorheen het huis. Een prachtig gebouw met een houten plankenvloer met spleten waardoor ik het gelijkvloers zie. Een lekkende wastafel. In de keuken fris ik me wat op voor het slapengaan. Bij kaarslicht lees ik in de eetkamer in mijn dagboek. De vlammen van de kaars brengen de twee bizarre figuren aan de schouwmantel tot leven. Mijn hoofd valt af en toe met een korte beweging, tijd om te gaan slapen.

 

Zwembroekje-Maillot de bain

wp-image-1014753798jpg.jpg

Une forêt de conifères. Un cours d’eau. Le cri de la buse. Un jeu d’ombre entre les arbres. Des feuilles qui dansent. Un doux lit de mousse. Accroupie et immobile je filme une plume blanche. J’entends des pas. Prudemment et en essayant de ne pas faire de bruit, je me retourne.

“Bonjour”, me dit une voix ferme. Un doux visage me regarde. L’homme au maillot de bain rencontré hier en cour de route. Je suis confuse. Comment est-ce possible. Plus tard je regarde mon film. En effet le même homme. En pensée j’essaie de le situer, un berger, un pèlerin, un… un être humain.

Une ampoule sur mon talon demande mon attention. Mes chaussettes sont usées jusqu’au fil. Elles ont pris soins de mes pieds pendant plus de trois mille kilomètres. Le temps est venu d’en mettre des nouvelles.

Treize heures. Devant moi le mémorial Mardasson. Un endroit de commémoration  important, avec une crypte décorée par Ferdinand Léger, un des plus grands peintres français du vingtième siècle. Avec trente-cinq degrés à l’extérieur je recherche la fraicheur au ‘Bastogne War Museum’, un mémorial de la deuxième guerre mondiale vu à travers la Bataille des Ardennes.

Une heure plus tard, direction Bastogne. À part mon ravitaillement, et la visite du musée, il n’y a pas grand-chose à faire, à l’exception des magasins.

Grace à Sylvie, je m’endors en admirant le ciel étoilé sous la grande coupole du petit séminaire, de l’ancienne abbaye.

GPX Bestanden Villers-La-Bonne-Eau – Bourcy

Zwembroekje

Een naaldbos. Een riviertje. Het gekrijs van de buizerd. Een schaduwspel tussen de bomen. Dansende bladeren. Een zacht bed van mos. Gehurkt en niet bewegend maak ik een filmpje van een witte pluim. Ik hoor stappen. Voorzichtig en zo stil mogelijk kijk ik op. “Bonjour”, hoor ik met een al meer zelfverzekerde stem. Een zacht gelaat kijkt me aan. De man met het zwembroekje die ik gisteren op de weg heb ontmoet. Ik raak in de war. Euh, hoe is dit mogelijk? Later bekijk ik mijn filmpje. Inderdaad dezelfde man. Mijn denken probeert het in vakjes te plaatsen: een herder, een pelgrim, een …. een mens.

Een blaas op mijn hiel vraagt mijn aandacht. Mijn kousen zijn versleten tot op de draad. Meer dan drieduizend kilometer hebben ze goed zorg gedragen voor mijn voeten. Tijd voor andere. Dertien uur. Vóór mij het Mémorial du Mardasson. Een belangrijke gedenkplaats met een crypte versierd door Ferdinand Léger, één van de belangrijkste Franse schilders van de twintigste eeuw. Bij vijfendertig graden zoek ik de koelte op van het ‘Bastogne War Museum’, een herdenkingscentrum gewijd aan de Tweede Wereldoorlog, met als focus de Slag om de Ardennen.

Na veertien uur, richting Bastogne. Behalve winkels om proviand te zoeken en een museum valt hier verder niets te beleven. Onder een grote koepel, in het kleine seminarie, in de vroegere abdij, val ik in slaap met zicht op de sterrenhemel. Bedankt Sylvie.

 

 

Bureau de police -Politiebureau

dav

Huit heures. Je quitte l’abbaye direction Bouillon. Un homme vient à ma rencontre. On se croise. Un sentiment étrange. Je me retourne et continue ma marche en reculant. Il ne sait pas quelle attitude prendre et continue son chemin direction le terrain de campement ou des enfants vont arriver demain. Je m’arrête. Il marche dans le fossé. Dix minutes plus tard il revient dans ma direction et monte dans le bois une fois arrivé à ma hauteur. Je fais comme si j’étais occupée avec mon portable. Il se cache dans le bois avec sa veste rouge assez voyante. Je sens que je dois agir et me demande si je me tourne vers les responsables du campement.  Pour ne pas semer la panique je choisis de me tourner vers la police. J’appelle l’homme et lui demande si il veut bien descendre. Une poignée de main, une conversation, son nom, une explication incohérente s’en suit. Suspect. Le bureau de police. J’explique la situation. “Oh, je crois que je sais de qui il s’agit”, me dit l’agent. “Il n’est pas bien dans sa tête”, me dit-il encore. Je pense en moi-même: cet homme sait très bien ce qu’il fait…

De retour vers le centre. Un café. Une conversation avec le boulanger sur les choses de tous les jours. “Des gens comme vous il devrait en avoir plus”, me dit-il en ouvrant sa caisse et il me rembourse mon café. Je reçois une tarte à la rhubarbe fraichement cuite, pour en cours de route. Contrôler mes e-mails, question d’avoir un peu des nouvelles …

Un e-mail venant de la formation que je suis. Je ne comprends pas tout de suite de quoi il s’agit et ferme l’e-mail. Mon gps ne fonctionne pas. Je demande la route à un homme. Ayant confiance en l’autre, en moi-même et en la nature je continue mon chemin. À la découverte. Cela me mène ou je peux être. Connectivité.

Entre parenthèses le bulletin météo: Dehors de temps à autre de la pluie, humidité, fraicheur. A l’intérieur il fait chaud et le soleil brille. Je remarque que je ne m’impose pas ou presque pas d’obligations, pas de charges sur mes épaules. Une paix s’est installée. Le soir, j’ai moins besoin de conter une histoire, il y a plus de place pour la rencontre dans l’instant présent.

La marche continue le long de la Semois. Vue du haut d’un rocher c’est comme si la rivière se déplace comme un serpent à travers la nature. De l’autre côté je vois un chemin. Le chemin que j’emprunterais tout à l’heure. Cela me parait si loin. Un instant je perds courage. Un pont, celui-ci pourrait bien être une alternative pour le chemin sinueux. D’un pas ferme et conscient je continue ma route. Dans ma tête, le mail de ce matin me revient de temps à autre à l’esprit. Perspectives, repos, le silence. Une halte. J’écoute la nature et ce qu’elle m’apporte. L’autre côté. Oh, l’endroit où je me trouvais tout à l’heure et où les choses étaient difficiles. Cela me paraissait si loin et maintenant j’y suis. À peine cinq minutes. Je ris à l’idée que ma pensée a réussi à me démoraliser un court instant. Cet égarement était apparemment  nécessaire pour devenir plus consciente. Que le chemin soit long ou court, quel chemin je prends ou quel chemin se présente, quels changements cela implique, quelle qu’ils soient. Où je suis, où je vais, le chemin est toujours tout droit. Je suis convaincue que ce qui est, est bon, et je vois un changement comme une chance offerte de découvrir du nouveau, de m’épanouir et d’arriver finalement où je dois être. Pas par volonté, mais à partir d’un sentiment, faisant confiance au flux de la vie.

Cunjon, j’arrive fatiguée. La première place où dormir qui se présente est l’église. Pas de doute. Je vais quelque peu à la découverte du village. Il y a peu de vie. Retour à l’église. Sur les bancs, des livres pour la messe de mariage de demain. En arrière-plan j’entends des cris, un but pour la Belgique. Je dépose mon matelas sur le bois où les gens s’agenouillent. Sous le banc, trop de grosses toiles d’araignées. Je déplace mon matelas devant l’autel ou je m’endors.

GPX Bestand Dohan – Chiny

Politiebureau

Acht uur, ik verlaat de abdij, richting Bouillon. Een man komt me tegemoet. We kruisen elkaar. Een vreemd gevoel. Ik draai me om en wandel in een achterwaartse beweging verder. Hij weet zich geen houding te geven en wandelt richting een kamp waar morgen kinderen aankomen. Ik blijf staan. Hij wandelt de gracht in. Tien minuten nadien komt hij terug in mijn richting gewandeld en gaat voor mij omhoog, het bos in. Ik doe alsof ik met mijn gsm bezig ben. Met zijn opvallende rode trainingsvest verstopt hij zich in het bos. Ik voel dat ik hier iets mee moet doen en twijfel of ik naar de kampleiders ga. Om geen onrust te zaaien, kies ik voor het politiebureau. Ik roep de man en vraag of hij naar beneden wil komen. Een hand, een babbel, zijn naam, een ongeloofwaardige uitleg. Verdacht. Het politiebureau. Ik leg de situatie uit. “Oh, je crois que je sais de qui il s’agit”, antwoordt de agent. “Il n’est pas bien dans sa tête”, volgt er nog. Ik denk bij mezelf: deze man weet heel goed waar hij mee bezig is…

Terug naar het centrum. Een koffie. Een gesprek met de bakker over dagdagelijks dingen. “Des gens comme vous il devrait en avoir plus”, terwijl hij zijn kassa opent en me de koffie terugbetaalt. Een vers rabarbergebakje krijg ik mee voor onderweg. Mijn e-mail even checken, kwestie van toch een beetje het thuisfront te volgen. Een e-mail over de opleiding die ik volg. Ik kan het niet onmiddellijk plaatsen en sluit af. Mijn gps doet het niet. Ik vraag een man de weg. Met het vertrouwen in de ander, mezelf en de natuur stap ik verder. Op ontdekking. Het brengt me waar ik mag zijn. Verbondenheid. Even tussen haakjes, het weerbulletin: Buiten, af en toe een bui, vochtig, fris. Binnen is het warm en schijnt de zon. Het valt me op dat er weinig tot geen ‘moeten’ is dat ik mezelf opleg en op mijn schouders meedraag. Een rust heeft zich geïnstalleerd. Ook ‘s avonds heb ik minder nood om in verhaal te gaan. Er is meer samenzijn in het moment.

De tocht gaat verder langs de Semois. Vanop een rots is het alsof de rivier zich als een slang doorheen het landschap voortbeweegt. Aan de overkant zie ik een weg. De weg die ik straks zal bewandelen. Het lijkt zo veraf. Eventjes zakt de moed mij in de schoenen. Een brug, dat zou nog wel eens iets zijn in plaats van de kronkelende weg. Met een stevige en bewuste stap ga ik verder. In mijn gedachten komt af en toe de e-mail van deze morgen terug. Vergezichten, rust, stilte. Een halte. Ik luister naar wat de natuur me brengt. De overkant. Oh, dit is waar ik daarnet naar stond te kijken en het moeilijk had. Het leek zo ver weg en zie, hier ben ik al. Amper vijf minuten. Ik begin te lachen omdat mijn denken me in een fractie van een seconde even een downgevoel gaf. Deze kronkeling was blijkbaar noodzakelijk om terug iets bewuster te worden. Of de weg nu kort of lang is, welke weg ik neem of zich aanbiedt, welke verandering het met zich meebrengt, wat het ook moge zijn. Waar ik sta, waar ik naartoe ga, de weg is altijd rechtdoor. Ik vertrouw dat wat er is, dat het juist is, en zie een verandering eerder als een kans om andere dingen te ontdekken, te groeien om uiteindelijk toch naar het eindpunt te gaan. Niet vanuit een wil, wel vanuit een voelen, een vertrouwen in de flow van het leven.

Cunjon, moe kom ik aan. Het eerste dat zich aandient voor de nacht is de kerk. Geen twijfel. Ik verken een beetje het dorp. Weinig leven te bespeuren. Terug naar de kerk. Op de banken liggen boekjes voor de huwelijksmis van morgen. Op de achtergrond hoor ik geroep, een doelpunt voor België. Mijn matras leg ik op het hout, waar mensen neerknielen. Onder de bank, te dikke spinnenwebben. Ik verplaats mijn matras voor het altaar. Aan het altaar val ik in slaap.

Los Arcos

image

11 juni – 5:45 een onrustige nacht. Een forse man sliep boven me. Telkens wanneer hij bewoog wiebelde het bed zo dat ik mee bewoog. Laat ik nog maar zwijgen over het geronk 🙂  . Mijn nachtrust is voorbij, in bed blijven had geen zin meer ik zou toch maar onrustig geworden zijn. Overmorgen volle maan, zou dit de oorzaak kunnen zijn. Nog voor alle mensen wakker worden neem ik mijn ontbijt. Ik ben vroeg de deur uit. Een kleine omweg naar de post voor een mooi meisje die wacht op de post van haar marraine.  Het ochtendlicht is prachtig. De zon ontwaakt achter de bergen en schijnt op de graanvelden, op de achtergrond een donkere lucht. Het weerbericht kondigt regen aan. Ik hou van deze dreigende lucht. De kleuren krijgen dan extra pit. Ik blijf dezelfde energie aanhouden zoals de voorbije dagen. Een vlotte wandel. In Irache staat een monasterium, jammer niet te bezoeken vroeg in de morgen.  Aan de overkant een fontein van de wijnboer. De ene kraan wijn de ander water. De pelgrims schuiven aan. Met de geur heb ik voldoende. Aan mijn rechterkant een prachtige vallei.  De weg gaat doorheen graan, asperge velden en fruitboomgaarden. In de verte een rode bus met een rood-witte nummerplaat. Een Belgische bus. De mensen uit deze bus wandelen kleine stukjes van de camino. Ik steek de groep voorbij.  Kort erna begint de groep te zingen. Ik stop en laat deze zang op mij afkomen. Mijn ogen sluiten zich. Beetje voor de middag wandel ik Los Arcos binnen waar de Belgische vereniging een auberge heeft. Om 14 u ga ik samen met Jenny naar de Santa Maria kerk.  Wat een rijkdom, wat een schoonheid. ’s Avonds laat ik me verwennen met een zalige voet, been, schouder massage gegeven door Carlos. Een bijzondere man. Deze massage kan ik iedereen aanraden voor wie overnacht in Isaac Santiago. Sluit je ogen en geniet van zijn kunnen en zijn.