Zee

Ik laat het sanctuarium achter me, een plaats waar in de jaren 1225 de pelgrims hier al langs kwamen.
Af en toe sta ik stil en neem ik de geluiden rond me gewaar. Een kniptang… ergens te midden de boomgaarden…olijven… De netten worden klaargemaakt om de olijven binnenkort op te vangen. Geklop. Een boom zaag… hout…seizoensverandering. Het ochtendlicht speelt in de bladeren en vormt en zorgt voor speelse schaduwen.

La rosée du matin… Wat klinkt dit warm in mijn oren… De haan… Een vogel zingt zijn ochtendlied… Een festijn…
Na les Cinq Terres is het behoorlijk wat rustiger en een gevoel van meer ruimte. De volgende dorpen die ik doorkruis… geen massa toerisme, die hollen tegen de tijd en souvenir winkels aflopen… Je vind er enkel het broodnodige, euh.. Foccacia… een supermarkt, bar…Gelukkig dat er meer is dan les Cinq terres. Ongerepte natuur, kobaltblauw, azuur blauwe zee.

In Levanto heb ik een fijne babbel met mensen uit Goes. Via een oude spoorweg die nu een fietspad en voetpad is geworden, ga ik eerst eens tot aan de zee.
Via een plastieken loper bereik ik het strand. Hier en daar staan er ligzetels. Ik sta voor deze immense wateroppervlakte. Ze spoelt zacht, rustig aan en af… Het is stil. Mensen liggen te dobberen. Ik zet mijn rugzak af en verlaat mijn schoenen. Een man komt aan. Ik mag mijn rugzak niet op het strand zetten… privé… En wijst me een strand een paar honderd meter verder. Ik wens gewoon even in en uit het water, meld ik hem en vraag of het water ook privé is. Het blijft een neen… Ik doe terug mijn rugzak op en ga ermee in het water staan. Ik laat de situatie wat rusten en geniet van de frisheid en stilte van het water. Ik draai me om en stap naar een koppel op het privé strand. Ik vraag hen of ze even op mijn rugzak willen passen en deze tussen hen mag plaatsen. ‘Wat is even’ vraagt de man. De tijd van gewoon in het water te gaan en deze op mijn huid te voelen. ‘Okey, maar geen drie uur’. ‘Neen, even gewoon het water op mijn huid mogen voelen’. Ze zijn akkoord. Oef…
Ik stap het water in… neen, ik duik erin… Het moment dat ik in het water terecht kom voelt aan als een bevrijding… Tranen komen in mijn ogen… Wat voelt dit goed… Water… Volle adem… Omhulling… Gedragen…
Ik dank de mensen. Spoel mijn voeten af kan er weer tegenaan.

Van Levanto tot Framura wandel ik op de oude spoorweg, kilometers door tunnels. Verfrissend.
Nadien een stuk in de natuur, langs rotsen, zicht op zee… niemand te bespeuren… Mezelf en… een diepe verbondenheid. Laat in de namiddag kom ik aan in Deiva Marina, een overnachting in een kinderopvang.

Regen

Aulla

Aulla, een terras, een ontbijt. Een wederzijds delen tussen pelgrims. Onderwerp dankbaarheid, leven, beleven, geloof…Het woord geloof waar velen zo een afkeer van hebben gekregen en waarin het woord onderscheid, scheiden, nuances, grijs niet meer in kan bestaan.
“J’aimerais à la fin de ma vie savoir regarder en arrière avec gratitude”, vertelt een man. “Pourquoi attendre la fin… La maintenant… La gratitude peut être la a chaque instant”, reageer ik terug.
Uit elk onaangenaam moment kan ik zien dat er iets aangenaam uitvloeit daar kan ik enkel maar dankbaar om zijn. Dertig jaar geleden was ik me daar echter niet bewust van. Toen waren de onaangename momenten langer, dan het gevoel van dankbaarheid. Hoe verder de groei hoe korter de onaangename momenten, hoe langer de dankbaarheid. Bewustzijn is hierbij een dankbaar iets.

Een blaffende hond komt naar me toe. Oh… hij gaat voor me lopen en aan iedere hoek blijft hij staan… hij toont me de weg… Plots verdwijnt hij op een terras. Ik draai me om “Grazie” roep ik hem toe. Zonder hem had ik inderdaad de smalle stijgende weg tussen het groen niet gezien.

Het begint te regenen. Mijn paraplu gaat open. Boven op een heuvel bel ik mijn vader om zijn verjaardag te vieren. Eén gerinkel, antwoordapparaat “Bonjour papa, avec une belle pluie et un magnifique soleil en Toscane je vient te souhaiter un bon anniversaire. Une bonne journée à toi, Jasmine. Ta fille”. Ook vaderdag was verbondenheid niet mogelijk en werd het een leeg contact.

De zon, de regen, veilig onder mijn paraplu. In het midden van een prachtige natuur.
Een helse regenbui breekt uit, de zon verdwijnt, een bruin water stroomt langs de weg. Deze natuur uitbarsting was voldoende om iets in mezelf teweeg te brengen. Een uitbarsting in tranen, pijn.
De woorden ‘Ou plus que tu pleur ou moins que tu pisseras’, draaien in mijn hoofd. Ik laat mijn emotie toe… De woorden verdwijnen… De pijn wordt zachter… Het huilen duurt een eindje… Ik laat toe…verlossend…Halfziend door de tranen stap ik verder.
Iets is anders geworden… De pijn is lichter geworden.. Onaangename en aangename, hand in hand… dankbaar om wat gebeurt.

De regen is wat minder geworden. In de verte op mijn linkerkant een dorp op de top van een heuvel. Het vergezicht is prachtig. Witte mist afwisselend tussen de heuvels. Een donker grijze hemel. De regen klettert terug. Krakkkk. Donder… Bliksem… Krakkkk…Een zin komt door meheen ‘Eli, Eli, lemah sabachthani’. Tranen vloeien terug.

Verbonden

Na wat asfalt stap ik terug op zachte ondergrond… Modder… een weg van amper schouderbreedte… Het druppelt… Mijn kleren zijn nat. Het voelt goed om water op mijn huid te voelen. Het kan mij niet deren….De regen doet deugd. Ik sluit mijn paraplu…woorden… zinnen… Ik hoef niets meer boven mijn hoofd om mij te beschermen. Mijn hoofd mag vrij zijn. Vrij van doornen… vrij van andermans doornen.. Gaat er door meheen.

Een vader en zoon kruisen mijn pad. Prachtig om de samenhorigheid te zien. Vader voorop… zoon achterna… Ik geniet van hen te ontmoeten, ook al zeggen we niets tegen elkander. Dankbaar dat ze er zijn, dankbaar om de pelgrim die ik mag ontmoeten en blijven ontmoeten.

Beneden aan een dorp. Een uithangbord… Michelangelo.

De regen verdwijnt. Het onweer is de andere kant op. Mijn lichaam voelt wat zwaar… ook rustig….een stilte binnenin.
’s Avonds, volg ik een misviering. De Heilige San Antonio di Padua wordt gevierd. De patroonheilige van mijn vader en de kerk waar ik een nacht zal doorbrengen.

Sarzana

Abdij

ls ik nu rechte lijn in mijn kijkrichting zou plaatsen dan ben ik in Genua. Ik zie het al voor me, de zee, wel daar verlang ik nu eens naar, mijn lichaam laten drijven, laten dragen. Maar eerst naar links dieper het land in en de komende heuvels trotseren die het binnenland en zee scheiden.

De pelgrims zijn de deur uit. Ik geniet van de stilte in het huis en van het rustig ontwaken. Ook het rustig ontwaken binnenin mezelf. Om dan vanuit deze stilte te starten… De wereld zou er nog eens anders uitzien als we dit allen zouden doen. Vanuit stilte in aktie schieten.

In de Abdij van Chiaravalle della Colombia, cisterciënzer klooster geniet ik van de grote eenvoudige abdijkerk, binnentuin, kloostergang. Vier kapellen vooraan één voor Petrus en Paulus, Benedictus, Stephanus en Maria Magdalena. In het midden werd een lang tapijt met bloemen gecreëerd, typisch voor de regio Emilia-Romagna.
Een fresco van Maria die de borst geeft in een abdij en dan zijn er landen die moeilijk doen over vrouwen die de borst geven op straat. Een pater gekleed in zijn gewaad bekijkt de rozen en speelt met zijn hond in de binnentuin. Overal waar ik kijk vind ik ergens wel een klein hoekje waar ooit wel een volledige fresco te zien was. Als iemand mij zou zeggen je mag hier verblijven, zou ik geen neen zeggen.

Ik verlaat de abdij. Een vrouw en man op de fiets stoppen voor een babbel. De vrouw nodigt me uit om bij haar te gaan logeren. Ik bedank vriendelijk, helaas ligt haar huis een totaal andere kant op.
De weg… oneindig. De zon schijnt fel. Zodra ik even stilsta komt het zweet op mijn huid. Geen plaats om ergens af te koelen in de schaduw.

Langzaam, voet voor voet de trappen op, afduwend op mijn wandelstokken kom ik aan in het centrum van Fidenza. Een frisse muntwater op een terras voor ik opzoek ga naar een overnachtingsplaats.
Rechts van mij vermoedelijk moeder en dochter, dezelfde neus en mond. Ik schat 75 en 50 jaar. Fijn uitgedost. Juwelen, gelakte vingernagels, een moderne haar coupe. Voor mij een blinde man, op zijn linker zijde een vrouw van kleingestalte een blinde stok in haar handen. Op mijn rechterkant spelende kinderen, vrouwen die elkander ontmoeten, een man leest op een bank, een andere man staat te telefoneren aan een venster van een Gotisch gebouw… In het midden een obelisk, aan de voet spelende kinderen. Een zuster stapt er naartoe en groet hen. Een vogel zingt in een boom. Plaatsen waar mensen samenkomen, geen rennende mensen zichtbaar zijn, waar mensen ontspannen, vrolijke gezichten hebben. Waar geen enkel gemotoriseerd voertuig te horen of te zien is.
Hoe dieper ik Italië in wandel, hoe meer ik denk verliefd te worden op dit land.

Fiorenzuola

Mijn rugzak voelt zwaar, mijn voeten en benen strubbelen wat tegen. Een lichte pijn is voelbaar in een voetpees. Ik breng mijn aandacht naar mijn houding… Hmm… Indeed, een rechte houding zou de pijn wel wat kunnen veranderen. Niet enkel mijn houding, ook het gewicht van mijn rugzak en de plaats waar ik hem draag hebben hun aandeel. Mijn slaapzak wordt naar België terug gestuurd. Het voordeel van een grote rugzak, je neemt mee wat je nodig hebt in het seizoen waarin je stapt en wanneer je het niet meer nodig hebt… Hups, naar huis. En dan wordt de rugzak alsmaar lichter. Straks kom ik naar België terug met een lege rugzak… Haha..

De rijstvelden zijn volledig verdwenen, graanvelden en maïsvelden zijn nu aan de orde. Bepaalde graanvelden zien er bijna geroosterd uit.
Noten, hazelnoten bomen dragen al hun vruchten. Ik probeer even een vijgenboom, nog eventjes te vroeg. De moerbeienboom daarentegen… hmmm

Wagens komen voorbijgevlogen op een weg die amper een auto breed is. Het is een opdracht om hierin in rust proberen te blijven staan….Af en toe kan het wel een andere kant opgaan,
en doet een kreet wel heel veel deugd.
Sommigen vergeten echt dat ze van een wagen een moordwapen kunnen maken, en dan spreek ik nog niet van iemand die dan nog zijn gsm zit te lezen achter het stuur.
Maar wat ik hier vooral voor mezelf belangrijk vind is omgaan met mijn eigen angsten ten opzichte van een aankomende wagen. Met mijn angst in mijn centrum gaan staan en er mijn kracht en zelfzekerheid van maken. Mijn denken zegt.. .metaal, groot, hard en snel. De gedachte en evenwicht tussen mijn eigen rust en vertrouwen op de bestuurder verandert plots de ganse situatie. En enkel enkelingen rijden nog onverantwoord, preventief sta ik dan ook gewoon in de gracht en zo kan ik verder genieten, ook al zijn ze aanwezig.
En natuurlijk voorzichtigheid is altijd aangeraden, alleen hoeft angst er niet bij.

Drie lange pauzes zijn noodzakelijk en telkens voel ik hoe goed en opbeurend ze zijn.
Een lang bocht in volle zon neemt me mee op een pad die de diepte ingaat richting een boomgaard. Ik verdwijn in een klein bosje. Een oase van frisheid, omcirkeld door bomen en aan mijn voeten, een stromend riviertje. Rotsblokken wijzen me verder de weg. Ik ga op een steen staan, sluit mijn ogen en wordt de omgeving gewaar. Zalig.
Waardevol om hier even stil te staan.
En welke boodschappen rotsblokken en water kunnen brengen.
Er zullen altijd wel ergens rotsen midden de weg liggen… je kan ernaar kijken en zien welke boodschap ze je brengen, wat je ermee kan doen, wat je eruit kan leren. Of misschien is het in evenwicht en kan je er gewoon vloeiend omheen.

In Fiorenzuola d’Arda. Een priester heet me welkom. “Vous venez de où ?”, vraagt hij. “Belgio” “À piedi !”, volgt snel. “Si” “Et pourquoi vous faite cela ?” “Bonne question mon père. Je crois que je peut dire que j’ai étais appeler au chemin”.”Vous faites déjà cela combien de fois ?” Ik leg hem in het kort welke pelgrimstochten ik achter de rug heb en het ontstaan. “C’est beaucoup !”, met wat een verwonderde stem. “C’est qui, qui vous appeler au chemin Dieux, Jezus, un Ange ?” Je sait pas mon père et je préfère ne pas donner de nom, fixé ou mettre dans une case. Je préfère garder l’ouverture” ” Vient”, hij neemt me mee naar zijn bureau. Hij wijst mij een poster aan ‘Église Saint-Michel d’Aiguilhe’ in le Puy en Velay. “Ah, oui je connais. J’y suis aller.” Hij zegt niets meer. Ik val wat uit de lucht…
Ik denk nog na over de poster… Ik probeer verbanden te leggen… Triskele… Mont-SintMichel… De basiliek in Pavia… En nu dit… Waarom toont hij me dit zonder iets verder toe te voegen en abrupt een einde aan het contact te maken… Ik ben daar inderdaad geweest een paar jaar geleden in het terugkomen van vakantie. Niet gepland en zonder twijfel hebben we daar toen een halte genomen. Het was bijzonder en werd ik sterk geraakt door wat toen was. Ik weet nog heel goed dat ik toen zei ‘ja, heel zeker ooit wandel ik deze pelgrimstocht. Dat is zeker.’

Een vrouw neemt me verder mee en toont me mijn kamer. Op weg naar de kamer leren we elkander korte woorden, zij in het Italiaans, ik in het Frans. Tilleuil-Tillio, guêpe-Api omwille van de geurende Lindebomen.
“Sei raggiante”, vertelt de vrouw terwijl ze haar hand zachtjes op mijn wang brengt.

Taratata nougabollen

Châtillon

Na bijna duizend kilometer zie ik voor de eerste keer een eekhoorn. Zo voel ik me in Italië, speels als de eekhoorn.
De geur, de gebouwen in de dorpen doen me wat denken aan deze van in Marokko in het hoge Atlas gebergte. Kippen, konijnen, koeien, geiten… ook zij krijgen hier hun plaats.
Net op het moment dat ik deze gedachte heb, zit op een hoek van de weide een jonge vrouw te telefoneren… in het Arabisch. “Salamaleikoum”,zeg ik wanneer ik voorbij wandel.

Grijze wolken komen zichtbaar. De wind komt op. Wagens komen de berg afgereden met lichten aan. Zou het…!Een paar regen druppels komen amper mijn huid verfrissen.
Een ontspannen lichaam. Ik voel me letterlijk en figuurlijk wegsmelten… weg ballast… Mijn ceintuur mag wat meer aangespannen worden. Mijn broek is te wijd geworden en draait rond mijn benen. Een eerste te grote t-shirt werd al achtergelaten.

Een man komt uit zijn huis gewandeld terwijl ik staat te praten met een poes.
Grijze dikke halflange haren, een wat rond gezicht. Een bril op een ronde neus. Een bleek hemd die half in zijn broek zit… Hij doet me denken aan Gepetto van Pinokkio.

Terwijl mijn gedachten verheugd waren en het idee hadden om af te dalen, wat logisch zou zijn wanneer je de bergen verlaat… Awel… Taratata… Nougabollen…hallococo… Minvoetn… Mamamia. .. Hup… Naar boven….
Ik heb het idee dat ik genoeg stenen gezien heb voor de rest van mijn leven..
Waarschijnlijk ben ik ooit in een vorig leven een berggeit geweest,… Ik zou het nog kunnen geloven…
Lève de Aosta vallei.

Een laatste afdaling voor vandaag richting verres is behoorlijk pittig. Mijn knieën hebben het wat te verduren. Een wat zekerder stap lost de wat de wrijvingen van de knieschijf… Aangekomen beneden… Yes, gelukt.
Hmm… En nog een klim naar de kerk. Aankloppen… “Buonasera fratello. Avete un altro letto libero per un pellegrino”,de sleutel… een huis… een keuken… Een nestje langs de weg.

Voor Ann

Verres

Châtillon

Hoog op een heuvel. Links rechts, voor mij bergen met zijn sneeuwtoppen. Achter mij een kerk. Ik neem tijd en ruimte om geluiden van wat ondermij aan het gebeuren is in me te opnemen. Kinderen op de speelplaats. Oudere traditionele huizen, recente beton gebouwen, kleine industrie gebouwen. Een supermarkt. En daar tussenin een boer wandelend door de stad met zijn koeien op weg naar of komend van zijn weide. Vroeger moesten ze waarschijnlijk gewoon de stal uitgelaten worden. Veertig bergtoppen, zijn hier zichtbaar de hoogste telt 3600 meter.
Ik sluit mijn ogen. De wind blaast in mijn haren. De zon straalt door een wolkenlaag. Vogelgezang mengt zich door elkaar. De geur van de acacia, de vlier.

Kamperfoelie , eglantier en chèvrefeuille geuren de boswegen. De klaprozen zijn talrijk aanwezig, zelfs tussen de druivenranken. Er wordt hier heel weinig tot niet gesproeid tegen het onkruid. Wat fijn om in een pure, natuurlijke omgeving te wandelen.
Wat voel ik me hier goed in Italië. De vele kleine dorpen zijn aangenaam.
De openheid van het landschap. De bergen en bergtoppen met sneeuw zijn voortdurend te zien.
Rond vier uur beslis ik nog om nog 10 km te stappen. Voor Châtillon twee mannen, een wagen, een hond en koeien op de weg.
De man maakt teken dat ik kan gaan. Ter hoogte vanwaar hij staat vraagt hij me een tal van vragen. “Vous allez ou, avec qui, comment… Moi j’habite aux château. J’ai un B&B”, verteld hij in een gebroken Frans terwijl hij naar de torens wijst.
Aangekomen in Châtillon… zie ik staan… Musée de Art… Het kasteel, de tweede is een ruïne… Jaja, ik had zo een vermoeden dat het niet pluis zat.
’s Avonds kom ik aan in het convent van de kapucijnen, twee pelgrims zijn aanwezig, een moeder met haar dochter. Een meisje van ongeveer 5 jaar. Samen doen ze de Via Francigena.

Italie

St. Oyen

Een tunnel… wat een contrast tussen Zwitserland en Italië. Ik hoor kinderen spelen, ‘leven’ is hoorbaar, gewoon natuurlijke geluiden.
De dorpen zijn uitnodigend. Zo dichtbij en zo verschillend. Elk met hun eigen cultuur, traditie, geloof. Goed dat dit er mag zijn anders zou ik de wereld maar saai vinden.
Ik had het gevoel in Zwitserland dat men zich angstig probeerde vast te houden aan… , dat er weinig ruimte was om vrij te zijn… vooral buitenshuis. Het was niet enkel mijn gevoel ook de nieuwe generatie kon dit beamen.
Ik had het gevoel niet vrij te kunnen zijn… een zekere gladgestrekenheid (ik weet niet hoe ik me anders kan uitdrukken) was voelbaar, alles leek zo op elkaar, één richting… Een land met weinig verscheidenheid op straat. Geen land waar ik me thuis zou kunnen voelen of aarden. Ik kan me ook voorstellen dat er mensen zijn die zich hier wel in kunnen goed voelen en rust vinden.
Wat ik Zwitserland dankbaar ben is dat ze door haar eigenheid me heeft doen inzien dat een gestructureerd leven niet voor mij is. Wat ik eerder van mezelf dacht dit wel nodig te hebben om te kunnen functioneren in de maatschappij. Samen met de klaprozen brachten ze me een nieuw inzicht.

Wat ben ik blij dat ik de col niet tevoet heb gedaan en mijn gevoel heb gevolgd. In de tunnel was de mist zo dik dat de bus moest stoppen. Aankomen in Italië was kouder en het regende. Van le ‘Vallei’ naar de Aosta vallei.

Het is genieten om dagelijks tussen de bloemenweiden te wandelen… de wereldtuin.
De verscheidenheid aan flora trekt zo mijn aandacht dat ik soms vergeet de weg verder te nemen, dan geraak ik zo opgeslorpt door de microwereld. Ik herinner me dat flora mijn eerste onderwerp was toen ik begon te fotograferen. Maar wat een verschil vandaag en toen. Kunnen tevreden zijn met een niet perfect beeld en daar helpt de wind me wel bij….weg van de perfectie lève mijn eigen vrijheid…
Zalig.

Het is even zoeken in Italië wat taal, accomodatie en regels betreft. Vaststellen hoe verschillend het kan zijn tussen overal openbare toiletten naar geen, tussen wagens die overal stoppen aan het zebrapad naar het negeren van zebrapad. Tussen stilte naar openlijk je mening delen…

Ik klop aan de deur van een kleuterschool. “Servezi Porvavori”, vraag ik aan de leerkracht. Ik zag even wat onwennigheid en twijfel bij haar. Uiteindelijk mocht ik gebruik maken van het toilet. De kinderen hadden elk een geruit schortje aan gekleurd in roze, lichtblauw of groen. Het deed me denken aan het kleine jongetje met zijn korte broek in ‘la vita è bella’.

De geur van mijn kleren…doen me stilstaan dat ik mag opzoek gaan naar een wasserij.

Een bar. “Vous parler français ?”, vraagt de dame van het café met haar glinsterende ogen. “Si, mais je veut bien apprendre la langue Italienne….euhhh… Mi imparare la lingua Italiana”. Een deur opent… We hebben plezier.
De uitspraak via francigeNA verandert naar via franCIgena.
Op straat, borden met overlijdensberichten zo groot als een affiche.

Kilometers daal ik af in de Aosta vallei richting Aosta. Over, op, naast een irrigatie kanaal. Een kapel ‘je te salue’ om de regio te beschermen, wandelaars en pelgrims. De kerkmuren zijn aan de buitenkant prachtig versierd met religieuze schilderkunst.

In Aosta aangekomen…een plein… Iemand loopt me achterna… Hélène… en Fabien die ik eerder ontmoette in Frankrijk. Een blij terugzien. Ik maakte me om hen wat zorgen, ze waren wel de Col over gegaan. Fabien had me een bericht gestuurd twee dagen geleden toen ze boven aangekomen waren en dat het te doen was. Dit bracht me toen in twijfel. Het eerste wat hij me meld, “tu peut être contente de ne pas l’avoir fait, il y a u des moment que j’ai vraiment u peur”, verteld hij me.
“Oui, je suis contente de ne pas l’avoir fais. Il y a trop de gents expérimenter qui m’ont prévenue”, meld ik. Ik vond het ook belangrijk om stil te staan bij mijn eigen keuzes om al of niet te gaan, ook bij de gevolgen die het kan hebben voor anderen.

Pas ’s avonds laat vind ik een overnachting. Religieuze gezangen hadden mijn aandacht getrokken.

Aosta