Alcool de Melisse

2 juni – De laatste dag door de Landes. De verandering is heel goed zichtbaar en voelbaar. Weg vlakke wegen.  Ik voel me soms net op een roetsjbaan.  Boven mij de buizerd.  Wat ben ik blij hem terug te mogen zien. Sedert het begin van de Landes wat hij er niet meer. Ik vermoed dat de reden waarschijnlijk de veranderingen is van Fauna & Flora. Bamboebossen overwoekeren andere soorten bossen. De Chevrefeuille is op veel plaatsen te zien. Met zijn overweldigende geur is hij zeker welkom. Op de middag wandel ik les Pyrenees Atlantique binnen. De laatste regio voor de Spaanse grens. Een lichte hoofdpijn komt terug opdagen samen met een lichte pijn in de leverstreek. Ik was deze eventjes vergeten.  Ik probeer stil te staan wat de oorzaak zou kunnen zijn. De zon, niet genoeg drinken,  de anti parasieten,  vermoeidheid of een teveel van die lekkere Chocolatines. Of zou het de roetsjbaan zijn van een weg die  op en neer gaat. Dan ben ik hoogstwaarschijnlijk niet wagenziek maar stapziek 🙂  .  Straks alcool de Melisse halen bij de apotheek.  Eerst nog even genieten van de geur van de Jasminoides die me verwelkomt in Orthez.

Een kronkelig, onverhard pad door een groen bos, omringd door bomen met bladeren en mosbedekte stammen.
Een schilderachtig pad omringd door weelderig groen in de Landes

Jarig

A display case filled with colorful meringue pastries, labeled with prices and flavors such as mango, strawberry, and nougat.
A colorful display of meringue varieties in a pastry shop

31 mei – Naast mijn bed staan twee omslagen die ik hebben ontvangen zes dagen geleden in Bergerac.  Ik doe ze open.  Wat zijn ze mooi. Zowel de teksten als het beelden op de kaart. Eentje ervan, een spelend meisje met haar pop. Dank je wel lieve meid, kus 🙂 . Jarig op de camino! Wat fijn deze verjaardag op deze weg mogen vieren. Mijn ontbijt, een aardbeien gebakje. Kort na de middag zit ik al te genieten van ‘une menthe a l’eau’ op een terras in de zon. Voor mij de Notre Dame in Saint Sever.  Ik probeer wat terug in mijn eigen kracht te komen na de drukte en ongeduld van pelgrims bij het toekomen in de refuge. De weg stelt me vandaag op de proef heb ik de indruk of is dit als voorbereiding voor de komende drukte in Spanje.
Een koppel van in de refuge komt me tegemoet.  “Vous buvez une menthe a l’eau le jour de votre anniversaire”? “Oui”, antwoord ik met een glimlach. “Mais alors vous n’êtes pas une vrai Belge”! Ik laat deze reactie voor wat ze is.  Gelukkig kan ik zien waarom en vanwaar zo iets komt. Tweede uitdaging van de dag 😉 Het begint te regenen.  Ik ga wat boodschappen doen en daarna rustig wandelen door de stad.  Voor het slapen gaan bekijk ik nog eens al de boodschappen die ik mocht ontvangen.  Met de mooie beelden,  de zingende vogels, de prachtige natuur en de zovele wensen laat ik me zachtjes indommelen.

Le Gitan

image

30 mei – ‘ClicClac merci Kodak’, een reklame op de muur.  De snapshots van toen. Dit doet me denken dat ik er goed aan doe de mijne op te laden. Naar het gemeentehuis vragen of ik hun wifi mag gebruiken. Neen is het antwoord.  Jammer en helaas.  Na de stad ben ik al heel snel terug in open landschappen. Den, sparren, heide, zand. Het zand is gemakkelijk wandelbaar dankzij de vochtigheid. Ik ontmoet een man met een plastiekzak. ” Bonjour monsieur,  que cherchez vous”? “Des Girolles” met de ssss die blijft naslepen. Het Frans zingend accent is in aantocht, een accent die ik heel snel over neem. In het dorp Bostens een mooi klein kerkje en er net naast een pelgrims refuge naar mijn hart. De authenticiteit is er gebleven,  zoals in grootmoeders tijd. Het begint te regenen.  Bewust doe ik geen regenvest aan. Het is er te warm voor. De regendruppels maken me zelf niet nat. Op acht kilometer van Mont de Marsan ontmoet ik een man op de fiets en zijn drie honden. Tot het einde fiets hij met me mee. Un Gitan. Op zijn tempo wandel ik verder. We praten over alles en nog wat…zijn hondjed volgen rustig mee. Hij wijst me de weg tot aan de refuge.

Hemel

29 mei – Net voor het verlaten van de refuge in Captieux reinig ik het sanitair. Jack zal vegen en dweilen.  Ook dit hoort bij de weg. Zorg dragen voor wat ons wordt aangeboden. Met veel moed vertrek ik voor de volgende 33 km. De bossen in en zoals gisteren één rechte lijn. De natuur is stil. De ochtend is nog voelbaar.  Ik sta stil. Geen vogel, geen krekel… Het ene geluid die ik hoor zijn mijn voeten op de grond en het geknars van een metalen draad (gekregen op de eerste camino dag) waar mijn drinkfles aanhangt.
Binnen de eentonigheid van het landschap is er veel verscheidenheid.  De vele naaldbomen naast elkaar zijn op zich elk uniek. De varens brengen een andere groen tint in het geheel. De ochtendzon zet de kleuren nog eens extra in het licht.
De rechte weg brengt me heel ver weg. Ik dwaal in herinneringen uit mijn kindertijd alsof het gisteren was: liggen voor de openhaard, de krulspelden in mijn haren, zitten op de schouders, spelen in de sneeuw op een tv scherm… Mijn hart opent zich, ik voel de vreugde. Zoals Stef Bos in één van zijn liedjes zingt, het is hoe je de hemel bekijkt…of zoiets. Het eerst volgende dorp is pas na 20 km. Er is niemand te bespeuren.  Een briesje komt mijn huid strelen. Kleine heide planten met roos kleurige bloemen staan langs de weg. De muggen zorgen ervoor dat de haltes heel kort worden.  De plas pauzes stel ik dan ook zoveel mogelijk uit. Op het muziek van Noa veranderen mijn wandelstokken in trommelstokken of dirigent stokken. Met pijn in mijn voeten kom ik aan in Roquefort. Voor het slapen gaan krijgen ze een zoutbad en een massage met lavendel olie.

Een open veld met varens en een donkere lucht vol met dreigende wolken, grenzend aan een bos met naaldbomen. Les Landes -Frankrijk
Les Landes -France

Universele liefde

28 mei – Ik verlaat Bazas. Wat verder op de weg ontmoet ik drie fietsers aan een trap in het bos. “Attention une pelerine sur le chemin” wordt er geroepen.  “Bonjour”. “Vous avez commencer ou, Vézelay”? “Non, la Belgique”. “O-la” roept er iemand met een verwonderde blik. “Et vous aller jusque au bout”! “Oui”, antwoord ik met zelfzekerheid. “Et bhein, bravo” roepen ze in koor. “Bonne route”. We verlaten elkander en ik hoor nog de ene tegen de ander zeggen ” Bonne route, elle est a pieds la pelerine”. “Bon chemin”! Al een paar stappen verder roep ik “Merci”. De weg gaat door bossen en zoals vele inwoners me hadden gemeld. Een platte lange weg. Een rechte lange lijn doorheen naaldbossen.  Twintig kilometer lang, een typisch beeld voor les Landes. Eventjes uit een bos. Een boerderij op mijn rechterkant. Een schuur, een traktor,  loslopende kippen,  een hond, een poes, hooi, een man met een spade in de handen. Aan het huis bloembakken met rode geraniums. Ik steek mijn hand op als teken van een goede dag. Hij kijkt me aan, steekt op zijn beurt zijn hand in de lucht en zwaait heen en weer. Het zachte gebaar, ontroerd me. Bij dit contact van enkel een paar seconden besef ik dat iedere passant op mijn weg een plaats in mijn verhaal krijgt. Een verhaal die meegaat op weg naar Santiago.  Zou dit  universele liefde kunnen zijn wat ik voel?

La Réole

image

27 mei – Ik wandel nog even door de historische stad van La Réole. Over de brug ben ik na een klein half uurtje wandelen terug in de natuur, tussen hoge aangelegde populieren bossen. De wijnvelden zijn plots verdwenen en hebben plaats gemaakt voor de maïsvelden.  Wat geniet ik van de zon. Kilometers verderop een dorpje met een Saint Antoine kerk. Ik ga binnen. Ik draai me om, in het tegenlicht zie ik de vorm van een persoon, Patrick. Naast de kerk is er een pelgrimstafel en stoelen. Samen delen we deze  rustige plaats. Via een mooi gerestaureerd brugje vertrekken we terug en delen we verder de weg. We geraken even de weg kwijt. Het laatste stuk is een geploeter doorheen de modder en via korte en hevige stijgingen. Op een half uur van Bazas stapt Patrick verder naar de office du tourisme voor de sleutel van de refuge. In Bazas zie ik een koppel de straat oversteken “Pardon madame,  c’est le chemin pour le centre ville”? “Oui, oui et ent vous attend et il y a de la place”, weten beiden mij te vertellen.  Op de markt aangekomen, een terras,  een stoel ‘et oui il y a de la place’ aan de tafel van Patrick. Ik plof me neer.

Bienvenue

21 mei – Met droge kleren verlaat ik het hotel waar ik van een goede nachtrust heb mogen genieten. Af en toe laat de zon zich zien. Haar warmte is voelbaar op de huid. Na een waterpartij zie ik een pijl om
links af te slaan. Ik twijfel. Ik neem een weg op een pas afgemaaid graspad. Ik zet een stap en nog voor ik mijn voet neerplaats schreeuw ik een vloekwoord uit. (Sorry St. Jacques). Nog 10 cm lager en ik plaatste mijn voet neer op een slang. Ik schrok van haar, zij van mij. Terughaalt een slang mij uit een ‘dwalende gedachte’. Ik denk terug aan mijn twijfel en keer terug op mijn stappen. ‘Just’ de pijl werd te vroeg geplaatst. Nog voor Bergerac kom ik langs twee mooie, pittoreske dorpjes. Ik hou halte. Eén dorpje heeft een kippenkwekerij. De kippen lopen er vrij rond in het dorp tussen de huizen, in de tuinen en bossen. De regen van gisteren heeft de weg modderig gemaakt. De grond blijft aan mijn voeten kleven. Wanneer ik Bergerac binnenkom, loop ik ongeveer bijna twee kilometer doorheen een mooi aangelegd park. Grijze wolken, ze worden donkerder. Ik zie twee lagen wolken naar elkaar toegaan en besef dat ik nog weinig tijd heb om mijn regenvest aan te trekken. Net de rugzak op en het begint goed te onweren. Mijn inschatting was juist. Het enige wat ik kon doen, is in de struiken in achterwaartse beweging verdwijnen. Daar sta ik dan voorovergebogen, leunend op mijn wandelstokken met mijn poep in de struiken. Zelfs deze houding beschermt me niet van de hevige regen. Een uur later kom ik aan bij Anne-Sophie en Thierry. Aan de deur hangt ‘bienvenue Jasmine’. Ik word verwent met een warm bad en lekkernij.

Périgueux

19 mei – Richting Périgueux.  Mijn weg gaat door bossen, het gaat vlot. Om 13 uur kom ik al aan in de voorstad van Périgueux.  Het is heel warm. Voor ik de stad binnen ga probeer ik nog een sportwinkel  te vinden. Een nieuwe broek is echt noodzakelijk geworden, zonder centuur hangt deze gewoon op mijn kuiten 🙂 .
De winkel is aan een gans andere kant van de stad. Ik overweeg autostop. Een dame stopt en zet me af aan de winkel.  “Fait tes courses, ne court pas je t’attend et puis je te conduit a la Cathedral”. Ik laat een diepe zucht van opluchting. In een mum van tijd ben ik terug buiten met een nieuwe broek aan mijn poep en een lichter e slaapzak. Naar de kathedraal.  Buitenuit ziet ze er heel imposant uit. Binnenin heb ik geen enkele voeling met haar. Koud, afstandelijk,  hard. Wanneer ik door de straten wandel valt het me op dat ik een ander gevoel heb in tegenstelling tot vroeger. Waar ik vroeger voortdurend met mijn camera zou rondgelopen hebben, zegt me vandaag niets meer. Een fijne evolutie waar ik van geniet.
Ik kom vroeg aan in de refuge. Een heel lieve hospitaliere ontvangt me. Samen met zeven andere zal ik hier verblijven. Na een verfrissende douche, de post om mijn rugzak zo een 2500 gram lichter te maken. Eten voor deze avond.  Een potje koffie met een boekje in het zonnetje op een terras.
Het afsluiten van de avond vind ik niet zo fijn. Pelgrims die niet komen opdagen zoals afgesproken, die geen sleutel hebben om binnen te kunnen. Waardoor anderen niet kunnen gaan slapen.  Die bij het binnenkomen heel luidruchtig zijn en een onaangenaam geurtje van alcohol met zich meedragen. Al heel snel zie je de verschillende beweegredenen van pelgrims op de weg.

Uitzicht op een imposante kathedraal met een hoge toren, omgeven door historische gebouwen onder een heldere blauwe lucht met enkele wolken. Foto Jasmine Marie Josee Debels
De imposante kathedraal in Périgueux.

Ultreïa

image

18 mei – De ochtendzon, de vogels komen me een goede morgen zeggen. Ik strek me uit. Het is nog rustig in de Chambre d’hôtes bij Jos en Jeannine. Een nachtje in een kamer alleen doet me goed om te recupereren.  Een korte dag van 19 km zal me ook goed doen. Ik vertrek al zingen en neuriën. ‘Ultreïa’. Ondertussen is Nick een dagje voor. En zo gaat dit op de Camino.  Pelgrims komen en gaan je ontmoet ze op verschillende plaatsen en met sommige deel je een stukje van de weg tot je ze niet meer ziet. Op 4 km voor Sorges zie ik in een tuin een zwembad.  Met het warme weer zou ik geen neen zeggen tegen een duik. Bestaat dit ‘watertanden’ voor een zwembad 😉 ? Ik zie zelf de mensen niet die ernaast zitten tot ik hoor roepen “hè,  les ch’ti c’est ici”. Gerard en Marie zitten op het terras samen met de mensen die er wonen. Ik vergezel hen aan de aperitief tafel.  Ik hou het sober. Twee uur later verlaten we deze plaats om een uur later terug uitgenodigd te worden, deze keer voor de koffie. Allemaal heel aangename ontmoetingen vol vreugde.  In Sorges ben ik plots met zes pelgrims,  oeps dit is veel wanneer je uit de rust van de natuur komt.
‘Tous les matins nous prenons le chemin,
Tous les matins nous allons plus loin.
Jour après jour, la route nous appelle,
C’est la voix de Compostelle.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!

Chemin de terre et chemin de Foi,
Voie millénaire de l’Europe,
La voie lactée de Charlemagne,
C’est le chemin de tous les jacquets.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!

Et tout là-bas au bout du continent,
Messire Jacques nous attend,
Depuis toujours son sourire fixe,
Le soleil qui meurt au Finistère.
Ultreïa!  Ultreïa!  Et suseia Deus adjuva nos!
(Parole et musique Jean-Claude Benazet)