La couleuvre

image

17 mei – “Tu a bien dormi”. “Non”. “Et toi”. “Non”. Het resultaat van een avondje lachen, zingen en nieuwe ontmoetingen.  Gerard en Marie (twee nieuwe pelgrims) zijn al de deur uit. Ik ga nog even langs de supermarkt om eten. Het wandelen gaat goed. De natuur veranderd. De temperaturen worden warmer. Andere geuren. Een groot deel van de wilde planten zijn niet meer te zien. Andere zijn in de plaats gekomen. De geurende kamperfoelie.  De clematis.  De Vlier. Naaldbomen.  de Nièvre, la Creuse, le Limousin kom ik beetje per beetje dichterbij de Perigord. Fladderende vlinders,  een Icarus blauwtje die plots verschijnt uit het lange gras. Over een rivier, een brugje die zo bol is gemaakt dat mijn twee wandelstokken noodzakelijk zijn om me er overheen te komen. Een salamander is er aan het zonnebaden. Ik kijk hem zodanig aan dat ik me omdraai en in het midden van de brandnetels sta. Een portie bloedzuivering. Op een lange weg dalen mijn gedachten weg. Op twee meter voor me zie ik iets zilvergrijs, dubbel en de lengte van mijn schouders in S-vorm verdwijnen. “Aahhh”, een kreet. Ik ontwaak. Une couleuvre.

La cerise

image

14 mei – Mijn wekker,  waar, mijn wekker. Ik hoor hem…mijn lichaam reageert nog niet. Om acht uur ga ik samen met de zusters bidden. Nadien nemen we samen het ontbijt. Pas om negen uur verlaat ik het gebouw en neem ik afscheid. De platte dakpannen hebben plaats gemaakt voor de gebogen zuiderse dakpannen.
In Saint Leonard de Noblat, geniet ik van de kleine pittoreske straatjes.  Vooral van het zien dat er leven in het dorp is. De eerste bakker en fruitboer na 2 dagen wandelen. Een kleine verwennerij ” chocola et guimauve”. In een papeterie zie ik in de etalage een traditioneel Frans mes liggen ‘L’Aigiuole’ met een prachtig houten handvat.  Ik kan me niet weerhouden. Aan de kassa meld ik dat ik de houten verpakking niet wens. Ze kijken me verontwaardigd aan. “Madame l’important c’est le couteaux. Le reste c’est du poids et cela prends de la place aussi bien dans mon sac que dans mes armoirs”. De verontwaardigde blik wordt groter. Ik wandel verder.
Een fikse daling om de stad te verlaten, brug over en het bos in. Uit het bos kom ik in een klein dorpje. De schrijnwerker staat klaar om te vertrekken.   Een vrouw roept de man eventjes terug. Een teder gebaar, een kus. Een mooi tafereel “ah, c’est jolie”. “Merci” met een lange i die blijft naklinken, zegt de vrouw met een zekere fierheid. Rond 13u kom ik aan in Aureil. Kort achter de kerk staan veel wagens geparkeerd.  Zou dit op een bar of restaurant kunnen wijzen! Een klein bordje aan de façade,  niet echt duidelijk of het nog bestaand is of niet. Een dubbele deur, een gordijn en achter het gordijn vele gedekte tafels. Het is ondertussen al wel duidelijk dat ik graag lekkers ga eten. De echte Franse keuken, hier is het deze van Paulette. Om de vingers af te likken. Bij het verlaten van het restaurant wordt ik aangesproken.  “Excuses moi, je peut vous demander une question” vraagt een man. Al heel snel wordt één vraag meerdere vragen. De laatste vraag “pourqoui vous faites ce chemin”. “Bhein, monsieur, chaque pelerin a sa raison. Vous voyer, dans votre assiete il y a un gateau au fraises. Bhein, pour moi ce sera la cerise sur le gateau”. Hij kijkt me aan en knikt. Met een wederzijds warm gebaar verlaat ik het restaurant. 

Tip: Restaurant Rebeyrolles (epicerie-tabac), Aureil

Rayon de soleil

image

12 mei – “Maintenant” hoor ik roepen in de verte.  Naast mij hoor ik twee mannen schrikken. Oeps, half wakker besef ik dat ik het ben. Twee uur in de morgen. Een nachtelijke droom. Zou het binnenkort volle maan zijn!  Vroeg vertrek ik uit Bénévent l’ abbaye waar ik geslapen heb in de refuge Adodane. Voor mijn vertrek meld de eigenaar dat er een verkorte weg is van 6 km ” Il est plus court et le camino c’est qoui, ils vous emene que part des eglises!” “Bhein, c’est un pelerinage monsieur” antwoord ik verwonderd. “Vous aller rien trouver par la”. “Oh, bhein il y a toujours bien une maison”.  Zijn reacties voelen niet goed. Een zware dag met veel stijgen tot in Saint-Goussaud. Natuurlijk na een stijging komt een daling… . Langs de weg ontmoet ik Madeleine met haar hondje. “Il fait pas beau, vous n’avez pas de chance” meld ze me terwijl ze me aankijkt.  “Oh, madame il a toujours le soleil sur chemin” vertel ik haar met een glimlach. We blijven wat verder praten en voor ik in een bosje verdwijn lacht Madeleine me mooi toe en zegt “Bon chemin ma fille”. “Vous voyer madame, il y a toujours le soleil sur le camino. Votre sourire est un rayon de soleil” en ik zwaai. In Châtelus le Marcheix verblijf ik in een nette en aangename refuge van de gemeente. Ik verneem dat er iemand de pelgrims een andere weg opstuurt. Ik denk aan de reactie van deze morgen in de refuge in het voorbije dorpje. Dit wordt bevestigd door een pelgrim die niet aankwam en op dezelfde plaats heeft overnacht. Een ongepast gedrag op de pelgrims route.

Onweer

image

11 mei – Een lang ontbijt met Paulette om dan met een lichte regenbui te vertrekken. In een weide langs de weg ontmoet ik een hertje. Ik blijf stilstaan op de weg zodat het hertje niet schrikt van me. De weide is omringd met prikkeldraad.  Na een goede 5 min. weet het te ontsnappen zonder zich pijn te doen.
De dag is gevuld met afwisselende regenbuien. Op de middag ga ik binnen in een restaurant aan het begin van Chamborant. Verrukkelijk! Lang geleden dat ik zo lekker heb gegeten.  Gegratineerde aardappels,  suikerbonen en een stevig stuk vlees gebakken in een rode wijn saus. Pas veel later vertrek ik terug met de zon. De zon scheen in de verte op een huisje. De grijze wolken op de achtergrond versterken dit mooie zicht. Ik hoor gedonder. Daarom die mooie grijze wolken. Onweer! Ik stap sneller want het onweer zit kort achter me aan. Onweer schrikt me normaal niet af, de situatie was een beetje anders. Hoog plateau, geen enkel afscherming, veel bomen en velden. Donder, bliksem en in enkele minuten zag ik niets meer, een dik gordijn van hagel. Ik denk dat ik nog nooit zoveel heb gebeden. De bliksem zat kortbij. De weg draait plots naar links. De brede grijze strook verdwijnt rechts van me. Mijn gebeden werden aanhoort.  Verder een meer. Ik stop er voor de mooie reflecties op het water. Op twee meter voor me valt een stuk boomtak van tien centimeter diameter naar beneden. Welke gebeden 🙂 😉

Tip: La table de Chamborant, route de Fursac, Chamborant

La Creuse

image

10 mei – Nog even langs het gemeentehuis waar ik internet verbinding heb om mijn beelden in dropbox te plaatsen. De weg daalt onmiddellijk naar de rivier. Waw, wat een pracht en het doet me al heel snel de mindere mooie stukken van deze route vergeten. Nu begrijp ik waarom een tal van bekende kunstenaars in deze buurt verbleven. ‘La Creuse’.
In een tuin zie ik een man leunend op zijn spade. “Bonjour monsieur,  il est beau votre jardin”. “Oh merci, cela pousse lentement”, antwoord hij me met een glimlach. “Il sont belles vos salades”. “Merci madame” en hij neemt terug zijn spade in de hand. De wind is terug harder beginnen waaien. In een klein bosje hangt een houten brievenbus met een Sint Jakobsschelp.  Er achter een bank en tafel gemaakt uit een boomstam. Uitnodigend en het doet me er ook op wijzen dat eten noodzakelijk is. Wat ik soms wel vergeet door al die schoonheid rond me heen. Terwijl ik mijn brood snij hoor ik “Je peut prendre une photo”. Ik schrik. De pelgrim met de rode cape excuseert zich en verdween even snel zoals hij gekomen was.  De wind is nog altijd van de partij en doet de tarwe op een elegante manier dansen.  Ik breng mijn armen zijwaarts en voel dat mijn borstkas zich opent. Ik adem goed in en uit. Zuurstof. Wat doet dit deugd! Ik wiebel zachtjes heen en weer. De kleurrijke bloemen rond mij doen mee. De wind in mijn haren… Ik ben gelukkig.  Tranen van ontroering. Rond 16 uur kom ik aan in La Souterraine waar Max zich ontfermt over de pelgrims.  Heel snel weet hij een overnachting voor mij te regelen.  Een uur later zit ik samen met Paulette, twee zusters en nog wat mensen een rozenkrans te bidden, dit op de vooravond van moederdag.

Romaans

2 mei- Zeven uur op de baan. Met een goede stevige stap zet ik mijn dagje in. Een lichte regen. Ik geniet van de natuur die ontwaakt.  De weg is afwisselend asfalt en lange grassen. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Het regent wat harder, het hindert me niet verder te genieten. Voor de middag ontmoet ik Chantal. Ik wandel korte stukken met haar mee. Nadien neem ik terug wat voorsprong.  Ik geniet van het alleen zijn. Vooral omwille van de intense beleving. Op een weg in het bos sta ik plots stil en probeer niet meer te bewegen.  Een volwassen hert. Ze steekt de straat over. Eenmaal aan de overkant kijkt ze me aan en met een elegante sprong verdwijnt ze terug. In Saint-Parize-Le Chatel ga ik een prachtige 12°eeuwse crypte bekijken. Nadien volgt nog een prachtige Romaanse kerk. De muurschilderijen zijn kleurrijk en bijzonder. Op de middag eet ik samen met Chantal. We zien elkander pas ’s avonds terug in de kerk van Le Veurdre. Chantal gaat slapen in een chambre d’hôtes. Na aandringen heb ik een plaats kunnen vinden in het piepkleine bureau van de camping.

Cernunnos. (In de Keltische mythologie, werd Cernunnos de God van herten, symbool van het leven, de dood, heer van het bos en de aarde beschouwd.)

Engel

30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt  raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.

Martinet

29 april – Ik neem mijn linkerkous en zie dat het gaatje die ik er gisteren in had gemaakt er niet meer is. Ben ik wel wakker! Ja hoor, Rolande heeft het gaatje gestopt. Lief van haar en ik dank haar met een zoen op de wang. Nog voor ik vertrek ga ik even naar boven om te kijken dat ik niets vergeten ben. Een t-shirt en een paar kousen zijn door mij al ergens achter gebleven. Bij het binnenkomen in de slaapkamer valt het me op dat er een stok dwars op een houtenbalk zit. Ik kijk nog even goed,  ja ik zie wel goed een ‘Martinet’. De eerste keer dat ik dit voorwerp van dichtbij zag was op heel jonge leeftijd en de laatste keer toen alle lederen linten waren verwijderd.  Het doet me vreemd dit hier te zien, in de slaapkamer waar ik heb geslapen.  Ik neem het in de handen. Het ziet er als nieuw uit, onaangeroerd. Het voelt goed. Zou dit ook een afgesloten hoofdstuk zijn? De dag gaat vlotjes en met veel moed kom in aan op de camping van Premery. Een nachtje in een caravan.

Lindeboom

28 april – Na een stevig Ayurvedisch ontbijt, trotseer ik de wind en grijze wolken. Vanaf Vézelay is de natuur hier veel groener, voller. Veel meer dieren zijn er te zien. Minder koolzaad en tarwe. Er is duidelijk iets veranderd! Een hoofdstuk is afgesloten en zo voelt het ook. Net als in een theater stuk. Een rood gordijn gaat dicht een nieuwe act kan beginnen. Rond 13u kom ik aan in Corbigny. Het begint te regenen. Met een kopje thee op een terras geniet ik van de regen. Nadien ga ik langs de supermarkt om wat voorraad voor de weg. Een noodzaak want vaak zijn de dorpen leeg en is er niets te vinden. Ik loop de rijen af. Overdaad, ik kan geen keuze maken. Chocolade met noten staat wel op mijn lijstje 🙂 Wat kan dit smaken. De weg gaat verder langs mooie paden en tussen weilanden op ‘la voie Romaine’. In Chitry-les Mines neem ik wat grotere stappen na te zien dat de wind is komen opsteken. Juist gezien,  ik kan me net schuilen onder de Lindebomen net naast het monument van Jules Renard. Een schrijver die onder ander het verhaal schreef van ‘Poil et Carotte’. De zon komt terug te voorschijn en neem afscheid van de Lindebomen. Pazy, waar ik zal overnachten verwelkomt me met een laan vol jonge Lindebomen.  Ik voel me net een prinses die wordt verwelkomt. Ik bekijk elke boom één voor één, net alsof ik deze begroet. Ik voel mijn mondhoeken naar boven komen. In het gemeentehuis klop ik aan, een groep kaarters en vraag om een overnachting voor een pelgrim. Een bed bij Rolande.

Jasmine Marie Josee Debels, pelgrim, Belgium, Compostella, Santiago
Flower -Jasmine Marie Josee