Venus

Limeuil – la Dordogne

 Boven de Dordogne hangt een dikke laag mist. Een façade, ‘boulangerie’…wat ooit was. Water, een appel, kastanjes, mijn ontbijt.

De weg heeft fikse stijgingen en dalingen. Ik spreek mijn reserves aan. Mijn benen voelen zwaar. Onder mijn voeten dikke losliggende
stenen in een zandbed. Met aandacht zet ik mijn voeten neer, vooral bij het dalen. Best wel vermoeiend.

Grotte Préhistorique du Sorcier

Een vrouw in een geruite schort komt in mijn richting. Een moeizame stap. Een emmer in de hand. ‘Bonjour madame, cela fais du bien d’etre dehors avec ce temps’, deel ik met de bejaarde vrouw. Ze kijkt me aan. Een open en lachend gezicht. ‘Oh, tous est detraquer la haut’, vertelt de vrouw terwijl ze met haar hoofd naar boven wijst en met een rollende rrrr . Ze glimlacht.
Wat verder stopt een wagen. Een venster gaat open. Ik herken de vrouw. ‘En vous prend avec dans la voiture, je vous est vue a Bugue.’ ‘Non, merci’. ‘Vous voulez vraiment marcher’. We zwaaien naar elkaar. De wagen rijd verder.

In het museum kocht ik een hanger van een Venusbeeld. Een beeld passend hoe ik me voel op dit moment. Vrouwelijk, zacht, rond. Waar ik mezelf een bedding kan geven en thuis komen in mijn lichaam, waar warmte voelbaar is. En terzelfde tijd voel ik dat ik een bedding wens te zijn voor anderen, in de bredere zin. Een verlangen om zorg te mogen dragen voor anderen in evenwicht met mezelf en verzorgt worden. Als een vrouw/moeder die haar armen opent en mag zeggen ‘kom’. Het beeldje beeld voor mij ook heel goed uit hoe ik deze regio aanvoel. Gedragen in een immense zachte bedding. Een plaats waar je je thuis voelt in zachtheid en veiligheid.

Les Eyzies

 

Limeuil

Lalinde

​Lalinde is de eerste kleine stad waar het nog wat levend is. Waar enkele handelaars nog kunnen blijven bestaan. Geen overdaad, net genoeg.

Een quiche voor ontbijt in een plaatselijk café.
Aan de toog, drie mannen. Alle drie een goede ronde buik, ongeschoren. De ene een berret, de andere twee mannen een pet op hun hoofd. Op de toog, rilliette, frans brood en camenbert. Tussen hen een duitse herder die wacht tot iets zou naar beneden vallen. Op de achtergrond radio Nostalgie.  Het onderwerp: jagen, wandelwegen, GR6. Allen een aangenaam accent Perigourdin. Ik geniet van hun gezelschap in stilte.

Via het kanaal naar Mauzac. Een dikke ochtendmist. Platanen en populieren. Het zicht is subliem. 

Een lange metalen wand, erboven op, prikkeldraad. Op de hoek een uitkijktoren. De gevangenis. Een vreemd gevoel. Vrijheid versus gevangen. Gevangen zijn waar! Gevangen zijn is  niet altijd achter tralies, gevangen in eigen handeling en of gedachten. Een iets is voor mij zeker, wandelen laat wanden en muren verdwijnen.

Een roodborstje zingt uit volle borst. Een fox-terriër staat te blaffen en te springen onder een boom. Zijn prooi een poes. Wat verder zijn baasje staat te roepen.
‘Vous crier après votre chien?’ ‘Oui, j’y je ne le retrouve pas il reviendra pas si je ne vais pas le cherchez.’ ‘Il est la plus loin endessus le chataigner’. De man vertekt hem halen. Ik draai me nog eens om. ‘Monsieur, il est ici’. Hij zat plots achter mijn hielen terwijl zijn baasje de andere kant op was. Blijkbaar toch wel een gehoorzame hond.

In Mauzac kan ik na de middag verder in sjort en t-shirt. De twintig graden doet deugd na de ochtendfrisheid. Een weg neemt me mee naar boven op een rots. Van hieruit heb ik een schitterend zicht op de vallei en de Dordogne. Subliem. Wat een prachtige streek. 

Van Trémola naar Limeuil via eikenbossen. Een uil, een hermeline, vogels, vlinders en wat slakken vergezellen me afwisselend richting mijn slaapplaats. Ik ben benieuwd waar ik deze avond terecht zal komen. Limeuil is een van de mooiste dorpen van Frankrijk, gelegen langs de Dordogne en stevig klimmen voor naar het centrum van het dorp te gaan. Aan de eerste deur waar ik aanklop. Geen plaats, wel ernaast in het restaurant. De vrouw voelt zich wat verveelt. Ik vind het zalig. Een warm ingericht restaurant met zicht op de vallei. In het openbaar toilet van het dorp maak ik gebruik van de lavabo om me te wassen. Terwijl ik me was sta ik te kijken hoe een spin haar prooi beet neemt. Dit was vroeger niet mogelijk geweest, met de spinnenfobie die ik had, was ik hier zelfs niet binnen kunnen komen. Het koude water heeft me deugd gedaan. Terug buiten voelt het als een zomeravond. De zon is onder, tijd voor een nachtrust.

Appel

In een dikke mist wandel ik doorheen de vallei, richting het eerste dorp Verdon. Geen bakker, geen bar. Ik begin wat honger te krijgen en mijn lichaam verliest aan kracht. Zonder ontbijt vertrekken is niet echt een aanrader. Een appelboom staat naar me te lonken op de hoek van een straat. Spijtig van de vele verloren appels op de grond. Ik pluk drie van de schoonheden. Twee voor straks en één voor nu. De eerste beet, sappig, krokant. Heerlijk. Faux, één bakker, bar gesloten. Mijn darmen beginnen te protesteren. Een appel op nuchtere maag heeft duidelijk een goede dépuratieve werking.

Langs de weg een bord ‘attention risque avalanche d’arbre’ . Hi ik zou erbij plaatsen ‘risque bombardement de chataigne’
We zijn begin oktober en ik kan nog altijd genieten van het rondwandelen in t-shirt. Rond 14uur kan ik eindelijk iets stevigs eten. Preisoep en tot mijn grootste verwondering smaakt de soep overheerlijk.
Ik blijf verder genieten van de rust in de bossen.
De omgeving heeft een fijne en zachte energie,  de Dordogne heeft iets magisch.
In een epicerie laat ik me verleiden door een Carambar, snoepgoed. Een caramel die me doet denken aan mijn kindertijd, nostalgie.
En met het deuntje  ‘Caramel a un franc…’van Renaud wandel ik verder.

Lalinde. Een plaats waar aarde en water samenkomen ‘La Dordogne’ . Een plaats waar ik mijn dag eindig in een zaaltje van de gemeente. Eerst zorg dragen voor mijn schoenen en dan opzoek naar wat ik zou kunnen eten. Voor het slapengaan komt een herinnering voor me flitsen ‘een ontmoeting. Een krachtige energie’

Lalinde

Automne

‘De pelgrim’ – Louis Rochelet

Ik verlaat Bergerac na twee dagen bij vrienden te zijn geweest. Een tekening van Louis vergezelt me verder op de weg ‘de pelgrim’. De weg gaat langzaam omhoog richting Monbazillac; van hieruit heb ik een schitterend uitzicht op Bergerac en le Périgord. Het is zonnig. De natuur is stil. Weinig tot bijna geen gemotoriseerde voertuigen. Tussen de velden van wijnranken door brengt de GR6 me van dorp tot dorp.

De natuur begint hier te veranderen van kleur.
Boeiend om te zien hoe de bomen en struiken via kleuren aantonen hoe de energie aanwezig is in de herfst. Van groen naar geel, oranje en dan rood om dan de bladeren af te geven aan de aarde. De energie gaat in beweging om richting de wortels krachtig en stevig te worden en om zich dan te kunnen ontvouwen naar de lente toe met een brede, krachtige bodem. Wat een prachtig voorbeeld van transformatie. Dalen om nadien terug te kunnen stijgen in continuïteit en evenwicht. Naar binnenkeren en integreren om pas nadien met een stevige basis naar buiten te komen. Geven en ontvangen.
Over de velden hangt een fel wit licht dat de kleuren nog meer tot hun recht laat komen. Een bijzonder lumineus licht dat vreugde brengt en dat ik niet in beeld kan brengen. Ik laat het tot mij komen.

Aangekomen in een dorp volgt een hond me op de weg. Wat een lieverd.
Ik bel aan. Een vrouw doet open en helpt me met een overnachting. Ik kom terecht in een koeiestal omgetoverd tot luxe slaapkamer en badkamer. Een zakje met avondmaal wordt voor me klaargemaakt. Een rustige avond alleen met een boekje. Deugddoend.

‘Automne il pleut des feuilles jaune,
Il pleut des feuilles rouge,
L’éte va s’endormir,
L’hiver va venir,
Sur la pointe de ses soulier gelee

Marie chatbouton

Bergerac

Een dikke laag ochtendnevel hangt boven de velden. Het is fris. De natuur tovert met kleuren en contrasten. Ik sta vol bewondering te kijken naar wat moedernatuur me dagelijks schenkt. De natuur is toch wel iets heel bijzonders. Meters spinnenwebben komen tevoorschijn. De opgedroogde maïs is als een veld vol goud. De mist danst door de struiken en bomen. Ik blijf even staan om van deze pracht te genieten. Vreugde zindert door heel mijn lichaam.

Een paar meter onder mij wandelt een vrouw, halfgebukt, in het bos. ‘Je suis curieuse, madame, c’est du buis dans votre main?’ vraag ik, verrast door de rups. ‘Non, madame, c’est une plante qui reste jolie jusqu’à Pâques,’ antwoordt ze. De vrouw probeert dichterbij te komen om de plant te tonen. ‘Attendez, madame, je viens à vous,’ zeg ik terwijl ik me een weg baant tussen de bramen. ‘Si mes enfants me voyaient ici, ils me gronderais,’ zegt ze naar mij kijkend. ‘Je crois qu’ils auraient raison. Merci et soyez prudente,’ antwoord ik terwijl ik terug omhoog naar de weg ga.

De zoete geur van de den, vrijgegeven door de zon, is prettig aanwezig.
Ik herinner me de weg hier nog goed. Drie jaar geleden was dit een deel van mijn route naar Compostella. Een slang, een boom, een halte, een bar (gelukkig nu open), en nog veel meer. Ongelooflijk hoeveel onze hersenen kunnen onthouden.

Ik stuur een bericht naar Anne-So dat ik vanavond in Bergerac aankom.
Voor ik verder ga, zoek ik kastanjes; die neem ik mee als geschenk voor Louis en Octave.

Eglise Saint-Jacques Bergerac

Een gedichtje van Louis:

‘La sorcière Augustine prépare
dans sont grand chaudron.
Une patte à bonbon.
Elle y mais des aubergines,
du poivre, des cornichon,
quatre mandarine,
trois beau potiron,
des fleures d’aubepine,
deux limaçon.
Les cousines de la sorciere Augustine adore les bonbon ratatouille a la sauce citrouille.

Hospitalier

Périgeux

‘Aller bonne vendage’, hoor ik aan de bar een man roepen terwijl hij zijn hand opsteekt. Het accent van het zuiden is nu duidelijker te horen.

Ik ga de GR 654 volgen om Périgueux en Bergerac te verbinden, maar eerst wens ik een brief te posten… rondsnuffelen op de lokale markt en dan richting de kathedraal gaan.

Langs de weg staat een grote paddestoel. Een boleet, die ik niet ken. Ik vraag, naar een man op de fiets: ‘Pardon monsieur, kent u een beetje de champignons?’ ‘Waarom, heeft u er één gevonden? Ik ken er een beetje’, antwoordt de man terwijl hij naar de paddestoel kijkt. ‘Oh, dat is een Bolet de Satan, zo noemde ik ze toen ik klein was. Indigest, maar niet dodelijk’, voegt hij er snel aan toe.

Vlinders fladderen om me heen, terwijl kikkers kwaken zoals een lach. Onder mijn voeten liggen bolsters en kastanjes, die in de winkel voor €8/kg worden verkocht. Dat is duur, vooral omdat er zoveel op de grond liggen te rotten.
Een buizerd cirkelt boven me. Ik open mijn armen, kijk hem aan en beweeg mee op zijn ritme.
Dit geeft me ruimte en ontspanning. Ik realiseer me dat mijn ervaring in de pelgrimsherberg stressvol was. Terwijl ik draai, voel ik meer ontspanning in mijn lijf, vooral in mijn ruggengraat.
Tijdens het wandelen let ik op mijn rug en zeg steeds tegen mezelf: ‘zakken Jasmine, zakken’. De pijn in mijn rug verdwijnt. Het wordt duidelijk waarom dat me zo raakte.
Er is soms zoveel structuur dat er geen ruimte is voor verbinding en menselijk contact. Mensen zijn zo met hun hoofd bezig dat er geen vrijheid binnen de structuur is. Het zachte contact ontbreekt. Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik in een vergelijkbaar patroon kan vervallen als het druk om me heen is. Dankjewel Hospitalier.

Pelgrimsherberg

Vijf uur. De wekker. Veel te vroeg. Ik pak mijn spullen in. Een half uur later sta ik midden een dorp. Verschillende dierengeluiden zijn hoorbaar waaronder de haan en een uil, de anderen zijn mij onbekend.

Op een bank, onder een boom en in het licht van de straatlantaarn wacht ik de dageraad af.
Zeven uur de klokken luiden en weergalmen in het dal. Het is bijna een verplicht ontwaken voor de inwoners. 
Hier en daar openen luiken en komen er gele vierkante lichtpunten zichtbaar.
Af en toe bewegen bladeren naast mijn voeten…insecten en slakken zijn al goed aktief.
Een windstoot. Het wordt fris. Bijna acht uur. Ik doe mijn rugzak op. Het is veilig. Tijd om te stappen.
Ik schrik door drie honden die onverwachts me achterna lopen, met hun amper 30cm hoog ben ik toch heel voorzichtig. Het zou niet de eerste keer zijn dat er ene probeert mijn kuiten beet te nemen. Eentje loopt al blaffend een eind achter me mee.

Priorij van Merlande
Abdij Chancelade

Ik verlaat vandaag de GR 36 voor de GR 654, die zal me brengen van Perigeux naar Bergerac.
Langs de weg kom ik een paar historische gebouwen tegen: de priorij van Merlande, de abdij van Chancelade.
In Chancelade maak ik gebruik van de openbare toiletten. Zoiets met een gat in de grond, een reservoirbak aan de muur en een piepklein vertrek. Doet me plots denken aan mijn schrik die ik als kind had voor zo een wc en dan heb ik het vooral over de spoelbak. Dit gaat zo overdonderend luid. Blijkbaar is het nog niet volledig weg en nog altijd voelbaar in mijn lijf. Met een deur op een kier gebruik ik het toilet. Pas wanneer ik buiten dit kleine vertrek ben – die benauwend aanvoelt- doe ik mijn broek dicht daar waar ik de nodige ruimte en adem kan terug vinden.

De pelgrimsgite van Perigeux. Een telefoonnummer. Ik probeer tweemaal te bellen geen reactie. Ik ga naar het centrum Saint-Martin waar ik supergoed ontvangen wordt. Terwijl ik er wacht voor de gite krijgt mijn kledij na acht dagen eindelijk terug eens een wasbeurt. Zalig! Na vier uur wachten probeer ik nog eens de pelgrimsherberg. Een man opent. Een onaangename ontvangst omdat ik niet vooraf heb gebeld om te reserveren. Een van mijn intenties op de weg is in het nu te leven. Vertrouwen en geloven in de weg dat alles wel zijn reden heeft, zoals ook deze ontvangst een reden zal hebben. Hierin kan in dan een keuze maken om te blijven of niet. Mijn keuze is blijven.

Om even de negatieve energie van de man van me af te wimpelen ga ik naar stad. Een bezoek aan de kloostergangen van de kathedraal en een terras met heerlijke koffie. ’s Avonds keer ik terug. Twee pelgrims uit nederland vergezellen me. Aan tafel. De sfeer is er te snijden. Ook dit hoort bij de weg. Ik probeer er in evenwicht te blijven instaan. Het lukt me behoorlijk goed. Wel niet eenvoudig. Het belangrijkste voor mij is wat het met me doet en waarom het me raakt. Dit is mijn deel en wil ik graag naar kijken.Na de afwas ga ik hopelijk een rustige nacht tegemoet. Met mijn oordopjes in, dommel ik diep in.

 

Brantôme

bas reliëf/Abdij Brantôme
Abdij Brantôme

Brantôme is een kleine, prachtige stad omringd door water en natuur. Ik bezocht de indrukwekkende abdij na het zien van een bas-reliëf in het toeristenbureau die me aan trok en ik ben blij met mijn keuze. De abdij in een troglodyte heeft een goed bewaard bas-reliëf en tentoonstellingen over kunstenaar Fernand Desmoulin, die een gewaardeerd kunstenaar, talentvol tekenaar en perfecte etser was. Hij was ook bekend als ‘mediamiek’ tekenaar. Spiritisme, Art Nouveau en symboliek komen allemaal samen bij deze kunstenaar. Boeiend!

Fernand Desmoulin

Bij het buitenkomen spreken toeristen me aan met een accent uit Québec. Ze kijken verbaasd als ik vertel waar ik heen ga. Wat voor mij normaal is, lijkt voor hen ongelooflijk. Het is fijn om gewoon te zijn en mensen gelukkig te zien. Zo simpel.

In het bos ontmoet ik een Nederlands stel. Ze zijn onder de indruk van de mooie paddenstoelen die hier groeien, en dat is begrijpelijk. Af en toe maak ik een foto. Via Facebook vraag ik advies aan Juliette, die me al nuttige tips heeft gegeven. Bijvoorbeeld dat niet alle boleten eetbaar zijn en dat je ze soms moet opensnijden voor zekerheid. Ook krijg ik nuttige informatie van anderen op mijn pagina. Hoewel niet alle paddenstoelen eetbaar zijn, zijn er zeker mooie exemplaren te vinden.

Dordogne

De plankenvloer kraakt. Juliette is wakker. Aan de ontbijttafel praten we over ouders en kinderen. We bespreken hoe kinderen zich voelen en hoe ouders soms vragen van kinderen ontwijken of niet eerlijk antwoorden omdat ze het zelf niet weten. Dit kan kinderen angstig maken en leiden tot een eigen wereld van onwetendheid. Vertel de kinderen geen leugens en reflecteer je eigen angsten niet op hen. Wees eerlijk. Het is geen ramp om iets niet te weten.

Na de lekkere maaltijd met truffels en verse groenten uit de tuin, proef ik deze morgen Juliette haar heerlijke perencompote. Ik krijg een spoedcursus over paddenstoelen. Ik waardeer Juliette haar wijsheid en kennis. Ik vertrek met een flesje Calendula-olie voor mijn insectenbeten en verse appelen.

Ik verlaat de Charente en kom in de Dordogne. Een 90-jarige vrouw die ik op straat ontmoet, vertelt over haar dorp. ‘Ik hoorde de kinderen. Er was leven in het dorp. Er was een bakker, een kruidenier, een slager, een café en een school. Als we water nodig hadden, gingen we naar de pomp in het dorp,’ zegt ze terwijl ze naar de pomp wijst. Ik kan het me bijna voorstellen en hoor de geluiden in mijn hoofd.

De eerste kastelen van de Dordogne zijn in zicht. Sommige zijn privé, andere zijn hotels. Ik wandel in een bos waar de buxus verdwenen is en vreemde vormen heeft gekregen.

Saint-Pardoux

Van het Argentijnse plateau naar Saint-Pardoux met zijn eenvoudige romaanse kerk. Sarcofagen en grotten. Ik eet mijn lunch met heerlijke tomaten van Hannah en sappige appels van Juliette. Naar Mareuil voor een koffie bij een Belgische dame uit Eeklo. Ik blijf verder wandelen terwijl de zon achter de wolken verdwijnt. Rode kleigrond en af en toe rotsachtig. Campanula en orchideeën. Ik sluit de dag af in een gezin met drie kinderen, waarvan de jongste 5 maanden is.

Hannah et Juliette

Het is donker. Een metalen bord schommelt heen en weer. Gedroogde bladeren vallen op de grond. De kerkklok slaat zeven uur. Onder mijn voeten ligt een houten vloer.

Terwijl ik mijn rugzak vul, maakt de koffiemachine geluid. Een half uur later stap ik voorzichtig het leegstaande huis uit. De eigenaar is onlangs naar een rusthuis gegaan.

Met de zon op mijn gezicht ga ik de natuur in. Asters, anemonen en rozen kleuren de tuinen, terwijl klavers en scabiosa de grasbermen vullen. De tramontana-wind doet veel vruchten en bladeren van koers veranderen, zelfs in mijn hoofd. Kastanjes, noten en eikels vallen om me heen. De wind waait stevig door de takken, en de geluiden zijn verwarrend. Zijn het dieren of vallende takken en bolsters die punten scoren door andere vruchten mee te nemen? Ik kan het niet meer uit elkaar houden.

De appel- en vijgenbomen ruiken heerlijk. Soms neem ik een vrucht uit de zovele vruchten die straks verloren gaan. Rond de middag vraag ik een vrouw of ik op haar trap mag zitten om te eten. ‘Oh, je kunt hier ook zitten,’ zegt ze en wijst naar haar tafel onder een afdak. ‘Dat komt goed uit, ik ga ook eten.’ Haar naam is Hannah, een vriendelijke en aandachtige vrouw. We delen kaas en ik proef haar lekkere tomaatjes. We praten over huizen, werk en de weg. Bij het afscheid krijg ik haar telefoonnummer voor als ik geen plek om te overnachten vind. Met zwarte chocola-karamel vertrek ik weer. Het duurt even voor ik mijn ritme terugvind.

In Edon, een mooi dorpje, stop ik voor een pauze. De dorpen hebben echt vooruitgang geboekt met openbare toiletten. Het is een luxe op de weg.
Mijn gedachten zijn ver weg en ik droom van verse lakens op een bed in plaats van in mijn slaapzak te slapen. Twee minuten later zie ik een vrouw, Juliette, in haar tuin. ‘Vous aller loin comme ça?’ ‘Non, bientôt je m’arrête.’ ‘As-tu quelque chose pour dormir ce soir?’ ‘Non, je frappe à la porte. Je ne sais jamais où je termine la journée.’ ‘Vous voulez dormir ici. Je vous invite,’ vraagt ze me met een open blik. ‘Bien, oui, pourquoi pas. Avec plaisir.’ Nog geen twee minuten later maken we samen een bed op met verse lakens.