Tour de france

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

De tour

Eens uitslapen doet deugd, vooral wanneer je als pelgrim niet vroeg in bed kan. In gezelschap van Sonia en Ben vertrek ik voor de volgende helft van mijn veertigdagentocht. Wat ben ik dankbaar voor wat al geweest is op deze weg en de vele onverwachte ontmoetingen. Waarschijnlijk heb ik het al gezegd, ik kan het echter niet genoeg zeggen: dankjewel. Ben heeft mijn kaart in de hand terwijl we stappen. Fijn om even niet te moeten kijken en gewoon te volgen. Aan een brug neem ik afscheid van hen.

In Goetsenhoven, even het dorp voorbij zie ik in de verte allemaal gele vlaggen mooi op een lijn. Dichterbij veel bierkratten, een aanhangwagen, muziek. “Dag, wat is hier te doen?”, vraag ik aan een man. “De ‘Tour de France’ komt hier langs.” “Oh, vandaar al die vlaggen.” Ik blijf er staan tot de karavaan voorbij is. Er wordt met vanalles en nog wat gegooid en ze vliegen hier aan een hoge snelheid voorbij. Mensen doen soms toch wel zotte dingen om prullaria op te rapen. In plaats van de holle weg te nemen via de GR kies ik voor de hoofdweg die autovrij is gemaakt voor de gelegenheid. Aan het park van Hélécine (Heylissem) wacht ik de Tour af. Ze razen zo snel voorbij dat ik zelfs niet zie wie het mag zijn. Eenmaal ze voorbij zijn, wordt de straat net een mierennest en in een paar minuten is iedereen verdwenen. 

In de verte zie ik een fietser een vliegende afdaling nemen tot aan het park. Een onverwachte ontmoeting met een vriendin, Neleke. Samen wandelen we verder op het GR-pad dat door het park loopt. Een brugje waar we over moeten staat open. Noodgedwongen nemen we een andere weg om finaal bijna terug bij het beginpunt te komen. In het centrum van Hélécine nemen we een rustpauze op een terrasje. In de late namiddag neemt Neleke de trein terug. In haar tas mijn kleurpotloden en schetsboek, en zo is mijn rugzak één kilo lichter. Het was een fijn weerzien. Later volgen nog sms’en om elkaar te danken. Ik heb nog een lang stuk te gaan richting Attenhoven. Ondanks de moeheid blijf ik doorzetten. Ik neem af en toe een korte rustpauze. De eerste ontmoeting in Attenhoven verwijst me door naar Michel, die pelgrims zou opvangen. Ik krijg Michel aan de telefoon. ”Het zal niet lukken deze avond. Het is best dat je op voorhand belt”, zegt Michel. “Het is niet erg. Het is juist mijn bedoeling niet te reserveren.” In het centrum vraag ik het aan twee vrouwen op straat. De volgende, “Meneer woont u hier?” vraag ik. ”Neen, maar die meneer wel.” Ik loop naar de poort. “Mevrouw, meneer…” de volgende uren zit ik met Sigrid en Daniël en hun kinderen, en Linda en haar dochter aan tafel. Wat een fijn gevoel om zo onmiddellijk te worden opgenomen in een familiegebeuren. We eindigen de avond bij het vuurtje.

Tour de France

Pouvoir faire la grasse matinée fait du bien quand on ne sait pas se coucher tôt en étant pèlerin. En compagnie de Sonia et de Ben je pars pour la deuxième partie de mes quarante jours de marche. Que je suis reconnaissante pour les choses déjà survenues en cours de route et pour les rencontres insolites! Sans doute l’ai-je déjà dit, mais je ne peux assez le répéter ‘merci beaucoup’. Ben tient ma carte en main, durant notre marche. C’est agréable de ne pas devoir regarder et de simplement pouvoir suivre. À hauteur d’un pont nous nous séparons.

À Gossoncourt (Goetsenhoven), peu après la sortie du village, je vois au loin des drapeaux jaunes joliment alignés. De plus près, des bacs de bière, une remorque, de la musique. “Bonjour, que ce passe-t-il ici”, question que je pose à un homme. “Le ‘Tour de France’ passe par ici.”  “Oh, de là tous ses drapeaux.” Je reste jusqu’après le passage de la caravane. Elle passe à grande vitesse en jetant plein de choses. Les gens font parfois des choses insensées pour ramasser l’une ou l’autre babiole.

Au lieu de prendre le chemin creux indiqué par la GR, je choisis la route principale, libre de voitures pour le ‘Tour de France’. À hauteur du parc d’Hélécine (Neerheylissem), j’attends la course. Elle passe à une telle vitesse que je ne peux même pas reconnaitre qui que ce soit. À peine est-elle passée que la rue se transforme en un nid de fourmis. En quelques minutes tout le monde a disparu.

Au loin je vois arriver un cycliste qui prend la descente vers le parc à grande vitesse. Une rencontre inattendue, Neleke, une amie. Ensemble nous continuons la GR qui passe par le parc. Un pont que nous devons traverser est ouvert. Nous sommes obligées de prendre un autre chemin pour finalement nous retrouver à peu près au point de départ. Au centre du village d’Hélécine nous prenons un peu de repos sur une terrasse. En fin d’après-midi Neleke prend le train pour rentrer. Dans son sac, mes crayons de couleur et mon cahier à croquis, et mon sac pèse un kilo en moins. C’était d’agréables retrouvailles. Plus tard nous échangeons encore quelques textos pour se remercier mutuellement. J’ai encore un bon bout de marche devant moi jusqu’à Attenhove. Malgré la fatigue, je continue. Je prends de temps à autre une courte pause. La première rencontre à Attenhove me dirige vers Michel qui recueillerai des pèlerins. J’ai Michel au bout du fil. “Pour ce soir cela n’ira pas. Il vaut mieux téléphoner à l’avance”, me dit-il. “Pas grave. Je ne tiens justement pas à réserver à l’avance.” Dans le centre je m’adresse à deux femmes dans la rue. Au suivant je demande “Monsieur habitez-vous ici?” “Non, mais se monsieur-là oui.” Je me dirige vers le portail. “Madame, monsieur”…. Et les prochaines heures je les passe à table en compagnie de Sigrid et Daniël et de leurs enfants, Linda et sa fille. Quel agréable sensation, être inclus dans un évènement familiale. Nous terminons la soirée près du feu.

 

 

Brabants Amazone woud

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Met een interessante bundel over Janusz Korczak verlaat ik het huis van Carolien. Een knuffel en hop, een nieuwe dag. Terug via de Abdij van ’t Park de velden in. Om de zoveel minuten vliegen er mountainbikers langs me heen. De één kondigt aan, de ander niet. Op een afgestorven boom, twee pijlen. Vézelay zoveel kilometers, Compostela zoveel. Erboven een schelp. Een aangenaam gevoel en herinneringen komen terug. Een beetje verder wandelt een man over een veld van chrysanten. Op zijn rug een soort reservoir met spuit. Ik vraag of ik een beeld van hem mag nemen. Ik ga wat dichterbij om te zien wat hij doet. Via de spuit komen er mestkorrels aan de voet van de plant te liggen. “Mooie planten en een mooi werk. Zoveel voorbereiding en dit ook op zondag. Ik hoop dat mensen daar mogen bij stilstaan op één november.” Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. “Merci, spijtig genoeg zijn er niet zoveel mensen als u. Weinig mensen die hier passeren die een goedendag zeggen. Ze wandelen gewoon voorbij”, deelt Kris me mee. Met een wederzijds respect zeggen we elkaar goedendag.

Het weer is aan het veranderen. Op een splitsing van een straat en een aardeweg zit een vrouw met haar zoontje op het terras van hun huis. Gita en Tristan. Ik vraag of het mogelijk is om mijn drinkbus bij te vullen. Ik blijf er een half uurtje rusten voor ik het natuurgebied in trek. Het pad is zo dicht begroeid dat ik blij ben mijn wandelstokken bij te hebben. Ik waag me in een Brabants Amazonewoud. Het begint stevig te waaien. De lucht voelt vochtig. De brandnetels staan 1m50 hoog, door de krachtige wind komen ze mijn huid strelen. Gedonder op de achtergrond. Ongedierte rond mijn oren. Het geritsel van het hoge rietgras. Op een open plaats bescherm ik preventief mijn rugzak. Voor mij het geluid van een buizerd. Een paar seconden laat valt een tak midden op de weg. Goed kijkend waar ik mijn voeten plaats, ga ik verder op dit pad tussen de vallende takken.  Het onweer komt dichterbij.

Ik moet dringend naar het kleinste vertrek in de grote natuur. Foert, in de hoop dat er niemand in de buurt is en de muggen en dazen mij welgezind zijn, waag ik het erop. Op drie kilometer voor Hoegaarden begint het te regenen. Ik ontsnap aan een grote regenbui. Boven op een heuvel en na een holle weg, de Marollenkapel. In de verte de kerk van Hoegaarden en zicht op Tienen met een dubbele regenboog. Op de markt van Hoegaarden, geniet ik van een koffie in het authentiek interieur van ’Den Venetiaen’. ’s Avonds een fijn samenzijn in aanwezigheid van Sonia en Ben. Samen met Sonia beluister ik een diep ingetogen muziekstukje dat Ben heeft gecomponeerd en afspeelt op zijn bijzondere mandoline. Altijd wel verrassend, talenten van anderen te mogen zien en horen. Rond één uur ’s nachts  ronden we deze rustige en boeiende avond af.

Une forêt amazonienne au Brabant

Avec une liasse intéressante sur Janusz Korczak, je quitte la maison de Carolien. Une embrassade et voilà, je pars à la rencontre d’une nouvelle journée. À nouveau par l’Abbaye du Parc pour rejoindre les champs. Toutes les quelques minutes des vtt me dépassent à toute vitesse. L’un s’annonce, l’autre pas. Sur un arbre mort deux flèches. Vézelay autant de kilomètres, Compostelle autant. Au-dessus un coquillage. Un sentiment agréable et des souvenirs me reviennent. Un peu plus loin un homme se promène dans un champ de chrysanthèmes. Sur son dos un pulvérisateur. Je lui demande si je peux le prendre en image. Je me rapproche pour voir ce qu’il fait. De la lance sortent des granulés d’engrais qui tombent au pied de la plante. “Belles plantes et beau travail. Tant de préparations et cela aussi le dimanche. J’espère que les gens y penseront le premier novembre.” Un sourire apparait sur son visage. “Merci, malheureusement il n’y a pas beaucoup de gens comme vous. Peu de personnes qui passent par ici disent bonjour. Elles passent tout simplement”, me dit Kris. Avec un respect mutuel on se souhaite une bonne journée.

Le temps change. À une intersection, entre une rue et un chemin de terre, une femme est assise en terrasse avec son petit garçon. Gita et Tristan. Je demande s’il y a possibilité de remplir ma gourde. Je reste me reposer une demi-heure avant de rentrer dans la réserve naturelle.

Le sentier est tellement envahi que je suis bien contente d’avoir mes bâtons de marche. Je m’aventure dans une forêt amazonienne du Brabant. Le vent se lève. L’air est humide. Les orties sont hautes d’un mètre cinquante, et avec la force du vent elles viennent caresser ma peau. De l’orage au loin. Des bestioles volent autour de ma tête. Le bruissement des roseaux. Dans un espace ouvert, je protège préventivement mon sac à dos. Devant moi le cri d’une buse. Quelques instants plus tard une branche tombe au milieu du chemin. Regardant bien ou je mets les pieds, je continue mon chemin entre les branches tombantes. L’orage approche.

Je dois d’urgence faire un petit besoin dans la grande nature. Zut, espérant qu’il n’y a personne dans les environs et que les moustiques et les taons me laisseront tranquille, je prends le risque.

À trois kilomètres de Hoegaarden il se met à pleuvoir. J’échappe à une grosse averse.

En haut de la colline et après un chemin creux, la chapelle des Marolles. Au loin l’église de Hoegaarden et une vue sur Tirlemont (Tienen) accompagnée d’un double arc en ciel. Sur le marché de Hoegaarden, j’apprécie un café dans l’intérieur authentique du ‘Venetiaen’.

Le soir un agréable moment en compagnie de Sonia et Ben. Avec Sonia j’écoute un morceau de musique tamisée, composé par Ben et joué sur une mandoline particulière. Toujours un peu surprenant, de découvrir le talent d’autrui. Vers une heure du matin nous terminons cette soirée paisible et captivante.

 

Leuven

image

Sint-Jacobskerk Leuven/église Saint-Jacques Louvain

De koffie staat klaar. Glutenvrij brood. Roger bakt een eitje voor mij, terwijl Alida mijn kleren opvouwt. Een gezellige babbel aan het ontbijt. Voor mijn vertrek nog even de familiebeelden bekijken.

Vijftien minuten later wandel ik door open vlaktes en velden. Geen schaduw te bespeuren. In de verte het geluid van de wagens op de autosnelweg. Af en toe nog een opstijgend vliegtuig. Mijn voeten zwellen en ik voel een druk tegen de schoenwand. Het zweet staat op mijn huid. Negen uur in de morgen. In de verte een groep stilstaande fietsers. Eén fietser roept: ” Een voetganger. Plaats makeeennn!”. De groep opent zich en ze beginnen te applaudisseren. “Ga jij naar Compostela?”, vraagt iemand me. “Die heb ik vorig jaar gedaan, nu ben ik op stap op het Jacobskerkenpad.” “Amai zeg.” De courante vragen volgen al heel snel. Ze noteren vijfentwintig juli in hun agenda. De aankomst om elf uur aan het Sint-Jacobs in Gent. Dat zou wel straf zijn, mensen uit Leuven, kortstondig gekruist op de weg, opnieuw te mogen zien in Gent. Met een portie extra kersen stap ik verder richting Leuven. “Nog veel succes hé”, hoor ik nog op de achtergrond. Zonder stoppen wandel ik door naar Leuven. Een supermarkt. De koelkast. Ik zie dat mensen mij aankijken. Het is ook geen alledaags beeld, een rugzak van zeventig liter op de rug, wandelstokken, hoofddeksel, verbrande benen, natte kleren. Met een nectarine en een avocado ga ik naar buiten. Niet ver hier vandaan, de botanische tuin. Een rustpauze in deze prachtige, rustige en schaduwrijke omgeving. Donkere wolken. Een druppel hier, een druppel daar… pff! Een fikse afkoeling is nog niet voor vandaag. De Sint-Jacobskerk is bouwvallig geworden, het plein errond evenzeer. Het is al laat in de namiddag. Ik doorkruis Leuven, een stad waar ik geen voeling mee heb. Onaangename geuren verspreiden zich door de aanhoudende warmte. Ik hoop mijn dag te mogen eindigen in de Abdij van ’t Park. Daar aangekomen ga ik naar de kerk. Ik heb net de vespers gemist. Een broeder komt naar me toe. “We gaan sluiten, ja, moest er niet zoveel gestolen worden zou dit niet moeten gebeuren.” “Goedendag, oh dat is spijtig”, antwoord ik. “Je mag vlug eens kijken als je dat wil.” Ik voel zijn haast. “Neen, dankjewel, zoiets doe ik graag met tijd en in rust.” Ik vraag hem of er plaats is voor een overnachting. Neen. Ik wandel terug naar een zaaltje aan het begin van de abdij om te kijken of daar een mogelijkheid is. Ik kom terecht op een privéfeest van Dirk De Schutter die zijn pensioen viert. Vriendelijk word ik uitgenodigd ook iets mee te eten. De verandering in weersomstandigheden doet me twijfelen om buiten te slapen. 

Nog laat op de avond stap ik verder, al een deeltje op de weg van morgen. Op een t-kruispunt zie ik rechts een jonge vrouw komen aangewandeld. Spontaan draai ik mij naar haar. “Mevrouw mag ik u wat vragen?” “Ja.” “Ik ben een pelgrim en ben opzoek naar een overnachting voor deze nacht. Kunt u me helpen?” “Ja.” En zo wandel ik met Carolien richting haar huis. 

GPX Leuven – Tervuren/ Louvain – Tervuren

Louvain

Le café est prêt. Du pain sans gluten. Roger me cuit un œuf pendant qu’Alida plie mon linge. Une agréable conversation au petit déjeuner. Avant mon départ quelques instants pour regarder les photos de famille.

Après quinze minutes je me promène à travers plaines et champs. Pas d’ombre en vue. Au loin le bruit de voitures sur l’autoroute. De temps à autre encore un avion qui décolle. Mes pieds se gonflent et je sens une pression sur les côtés de mes chaussures. La sueur est sur ma peau. Neuf heures du matin. Au loin un groupe de cyclistes à l’arrêt. L’un d’entre eux crie “Un piéton, faire place.” Le groupe s’entrouvre et ils commencent à applaudir. “Tu vas à Compostelle?”, demande l’un d’entre eux. “Ca j’ai fait l’année passée, maintenant je suis en route sur le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique.” “Eh bien dit!” Les questions courantes suivent rapidement. Ils notent le 25 juillet dans leur agenda. L’arrivée à 11 heures à l’église Saint-Jacques à Gand (Gent). Ce serait fort, revoir à Gand des gens de Louvain (Leuven) rencontrés brièvement sur la route. Avec une portion de cerises supplémentaire, je continue ma route direction Louvain. “Bonne chance”, me disent-ils encore. Sans m’arrêter je marche jusqu’à Louvain…Un supermarché. Le frigidaire. Je vois le regard des gens. Ce n’est pas une vue courante, un sac à dos de 70 litres, des bâtons de marche, un chapeau, des jambes brulées par le soleil, des vêtements mouillés. Je sors avec une nectarine et un avocat. Pas loin d’ici, un jardin botanique. Une pause dans ce cadre magnifique, calme et ombragé. Des nuages sombres. Une goutte par ci, une goutte par-là…Bof! Un bon rafraichissement  n’est pas encore pour aujourd’hui. L’église Saint-Jacques est délabrée, la pleine aux alentours également. Il est déjà tard dans l’après-midi. Je traverse Louvain. Une ville avec laquelle je n’ai pas d’affinité. Des odeurs désagréables se rependent à cause de la chaleur persistante. J’espère pouvoir terminer ma journée dans ‘l’Abbaye du Parc’. Arrivée là je me rends à l’église. J’arrive juste trop tard pour les vêpres. Un frère vient à ma rencontre. “Nous allons fermer, oui, s’il n’y avait pas tant de vols, on ne serait pas obligé de le faire.” “Bonjour, oh c’est regrettable.” “Tu peux jeter un coup d’œil en vitesse si tu le désires.” Je sens son empressement. “Non, merci, j’aime prendre mon temps et être au calme pour cela.” Je lui demande s’il y a de la place pour une nuitée. Non. Je retourne vers une salle à l’entrée de l’abbaye pour voir s’il y a la une possibilité. J’arrive à la fête privé de Dirk De Schutter, qui prend sa retraite. Gentiment je suis invitée à manger. Le changement des conditions atmosphériques me fait hésiter à dormir dehors.

Encore tard dans la soirée je continue ma marche, faisant déjà un bout du chemin de demain.

À un croisement, une jeune femme arrive sur ma droite.

Spontanément je me tourne vers elle. “Madame puis-je vous demander quelque chose.” “Oui.” “Je suis un pèlerin et cherche une place pour dormir cette nuit. Pouvez-vous m’aider?” “Oui”, et c’est comme ça que je marche en compagnie de Carolien, vers sa maison.

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.

 

Picknick

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak

De ontbijttafel. Een telefoon rinkelt. Myriam neemt op. Haar zoon, Pierre, om te melden dat hij goed aangekomen is op zijn werk. Myriam geeft de telefoon aan me door, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “A vous aussi Pierre. Merci. Au revoir.” Een half uur later. Vertrekkensklaar neem ik afscheid van Myriam.

De weg gaat bergopwaarts. Prachtige vergezichten! Een eenmanspad, schouderbreedte. Drie honden, Mechelaars, getraind om aan te vallen. Hun muil op een halve meter van mijn schouder. Een man brengt de honden tot rust. Ik voelde me toch niet op mijn gemak om hierdoor te wandelen. Het weer is aan het veranderen. Zou er onweer op komst zijn? Ik stap het Muziekbos binnen. Een sms van Jacqueline: “Ik ben al aan het genieten van de vogelliedjes in het Brakelbos”.  Ik stap van het ene bos het andere in. Naar beneden, naar boven. De Vlaamse Ardennen. Mijn huid is net een spiegel, de zon reflecteert op mijn zweet. Nog een sms. Jacqueline komt me tegemoet. We wandelen samen en genieten van een fris drankje op een terras. Babbelen wat bij en na een tijd zitten we samen in een open koffer een lekkere picknick te eten die Jacqueline heeft klaargemaakt. Met een volle maag wandelen we nog even samen en nemen daarna afscheid. 

Ik wandel nog een laatste bos in. Het Livierenbos. Een forse klim. Vier huizen. Het vijfde huis. Een man op een grasmaaier. Een vrouw en een jongen in de moestuin. Sla, aardappelen, aardbeien…  Alles vers van de tuin. ’s Avonds zit ik met hen aan de tafel. Ivan en Ingeborg en hun drie knappe, bijzondere kinderen. Kian, Logan en Tristan. Voor het slapengaan geef ik de kinderen nog een high five.

Gpx Bestand Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/ Grammont

Le pique-nique

Le petit déjeuner. Un téléphone sonne. Myriam décroche. Son fils Pierre, pour dire qu’il est bien arrivé à son travail.

Myriam me passe le téléphone, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “À vous aussi Pierre. Merci, au revoir.”

Une demi-heure plus tard, prête à partir, je prends congé de Myriam.

Le chemin monte. Les perspectives sont magnifiques!

Un sentier de la largeur d’un homme. Trois chiens, Bergers malinois, entrainés pour attaquer. Leurs gueules à cinquante centimètres de mon épaule. Un homme calme les chiens. Je ne me sentais quand même pas à l’aise pour traverser ce passage.

Le temps change. Un orage se prépare-t-il?

J’entre dans le bois ‘Muziekbos’. Un message, Jacqueline: “Je profite déjà du chant des oiseaux dans le bois ‘Brakelbos’ “. Je marche d’un bois à l’autre. Ça monte, ça descend, les Ardennes Flamandes.

Ma peau ressemble à un miroir, le soleil brille sur ma transpiration. Encore un message. Jacqueline vient à ma rencontre. Nous marchons ensemble et nous régalons d’une boisson fraiche en terrasse. On bavarde et peu après on se retrouve dans un coffre de voiture ouvert, mangeant un pique-nique préparé par Jacqueline. L’estomac plein nous marchons encore un peu ensemble et prenons congé un peu plus tard.

J’entre encore dans un dernier bois. Le ‘Livierenbos’. Une rude montée. Quatre maisons. La cinquième maison, un homme sur un motoculteur. Une femme et un garçon dans le potager. De la salade, des pommes de terres, des fraises…. Tout cela venant du jardin. Le soir je suis assise à table en leur compagnie. Ivan et Ingeborg avec leurs trois enfants, beaux et particuliers. Kian, Logan et Tristan. Avant d’aller dormir on échangent un high-five.

Kluisbergen

Jasmine Debels (1 van 1)-4

Vlas – Lin

Aan de kerk van Avelgem wrijf ik mijn voeten in met Traumeel, in de hoop dat de lichte achillespijn die ik voel mag verdwijnen. Nog even tot bij Lucas om hem te danken voor zijn hulp. Aan een Scheldearm ontmoet ik een klas dat op fietstocht is. Einde examens voor sommigen. Net voor Kluisbergen ontmoet ik Jean-Pierre, hij fietst doorheen België, zijn startpunt was Luxemburg. Geboeid luister ik naar zijn fietsverhalen uit India en Nepal. Het is warm. Ik wandel verder langs een vierkantshoeve uit het jaar 1818, langs vlasvelden. 

Een lindeboom. Ik sta even stil, sluit mijn ogen en laat de geur van de linde tot mij komen. Zalig! Een verwilderd stukje natuur, waarin ik de keuze moet maken tussen traag en aangevallen worden door muggen of snel en de brandnetels trotseren. Ik kies het laatste. Op bepaalde plaatsen ben ik in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen of Wallonië. Zelf een straat die links de Kattestraat heet en rechts Chemin de la valleè. Mijn gevoel zegt alles is één, geen grens. Mijn denken, alsof het gesplitst is. Wat een absurde situatie.

Mijn kuiten worden flink op de proef gesteld. Op een helling aan een weide staat Karin, een goedlachse en spontane vrouw. Wat hoger haar dochter, even goedlachs en open. Een korte babbel, een uitnodiging voor een overnachting. De frisheid van het bos op de Kluisberg is welgekomen. In de verte het geluid van hout dat gekapt wordt, houthakkers. De varens staan mooi gegroepeerd. Het bladerdek van de krachtige bomen geven me schaduw. In café d’Oude Hoeve, een halte. Mijn voeten zijn gezwollen en doen pijn. Joëlle, de eigenares, ook een pelgrim die naar Compostela is geweest, is verheugd te horen dat haar café op de weg ligt die de Jacobskerken met elkaar verbindt. We blijven praten en ervaringen uitwisselen. Tijd om verder te wandelen, anders sta ik hier deze avond nog. Ik wandel nog een beetje, geniet verder van de natuur en de omgeving. In Ronse (Renaix) klop ik aan de eerste deur. Myriam, 76 jaar. Zonder enige twijfel krijg ik een volwaardige ja om er te overnachten. Later op de avond ontmoet ik ook haar zoon Pierre.

GPX bestand Kluisbergen/ Mont de l’Enclus  naar Ronse/Renaix

Mont-de-l’Enclus

Arrivée à l’église d’Avelgem, j’enduis mes pieds de Traumeel en espérant que le léger mal au talon d’Achille disparaîtra.

Je me rends encore un instant chez Lucas pour le remercier de son aide. À hauteur d’un bras de l’Escaut je rencontre une classe en balade en vélo. Fin des examens pour certains. Juste avant d’arriver au Mont-de-l’Enclus (Kluisbergen) je parle avec Jean-Pierre. Il traverse la Belgique en bicyclette à partir du Luxembourg. J’écoute avec passion ses récits de parcours en vélo à travers l’Inde et le Népal.

Il fait chaud. Je continue mon chemin longeant une belle ferme datant de 1818, je traverse la campagne, longeant des champs de lin.

Un tilleul. Je m’arrête, ferme les yeux et m’imprègne de son odeur. Un délice. Un morceau de nature inculte, ou je dois faire un choix entre la lenteur et me faire piquer par les moustiques ou la vitesse et traverser les orties. Je choisi la dernière option. À certaines places je me trouve en Flandre-Orientale, Flandre-Occidentale ou Wallonie. Il y a même une rue s’appelant à gauche rue des chats (Kattestraat) et à droite Chemin de la vallée. Mon sentiment me dit que le tout ne fait qu’un, il n’y a pas de frontières. Mon esprit, semble être en désaccord. Je n’essaie pas de comprendre.

Mes mollets sont mis à rude épreuve. Dans une montée, le long d’un champ, je rencontre Karin, une femme souriante et spontanée. Un peu plus en hauteur, sa fille, aussi souriante et accueillante. Quelques instants de conversation, une invitation pour à passer la nuit. La fraîcheur du Kluisbergen est la bienvenue. Au loin le bruit du bois que l’on abat, des bucherons. Les fougères sont joliment groupées. Le feuillage des grands arbres me donne de l’ombre. Au café ’D’Oude Hoeve’, une halte. Mes pieds me font mal et sont gonflés. Joëlle, la propriétaire, elle aussi un pèlerin du chemin de Compostelle, est enchantée d’apprendre que son café se trouve sur le chemin reliant toutes les églises Saint-Jacques de Belgique. On continue de parler et d’échanger des expériences. Il est temps de continuer mon chemin si je ne veux pas être encore ici ce soir. Je promène encore un peu et apprécie la nature et des alentours. À Renaix (Ronse) je frappe à une première porte. Myriam 76 ans. Sans aucune hésitation, je reçois un grand ‘oui’ pour un hébergement. Plus tard dans la soirée j’ai l’occasion de rencontrer son fils, Pierre.

Bewust wording

Aalbeke

Aalbeke

Terwijl de zon al van de partij is, zingen de vogels in volle glorie. Ik geniet van een verse smoothie als ontbijt. Mijn lichaam heeft nog niet veel zin om in beweging te komen. En toch! Toch kijk ik ernaar uit om terug op ontdekking te mogen. Al heel snel is me duidelijk dat de vlakte plaats heeft gemaakt voor stijgen en dalen. Ik blijf verwonderd van zoveel schoonheid zo dicht bij huis. Ik wandel een heel eind op een hoogte, waardoor ik rondom oneindig ver kan zien.

Rollegem. Bellegem en zijn mooie kerk. Na het Orveytbos en het kanaal Kortrijk-Bossuit, wandel ik naast een oude spoorwegbedding in een dichtbegroeid bos. Ik heb daar altijd een onaangenaam gevoel bij. Weten dat er maar twee uitgangen zijn, voor en achter en dan nog eens constant spinnenwebben trotseren. Arghhh, dit is me nu eventjes teveel. Eenmaal eruit brengt een lang smal pad me tot in Avelgem. Ik kom uit aan het station om dan via een lange winkelstraat tot aan de kerk te wandelen. Het valt me op dat er nog weinig winkels open zijn. Het ziet er een verlaten straat uit, die wellicht ooit een bloeiende winkelstraat was. Ik dacht dat dit enkel in Frankrijk gebeurde!

In de kerk van Avelgem, mijn eindpunt voor vandaag en startpunt voor morgen, vind ik een grote flyer van alle openkerkenmonumenten. Weinig Sint-Jacobskerken. Eén iets valt me op: de Sint-Jacobskerk in Doornik (Tournai). Een kerk die niet opgenomen is in de lijst van de achttien kerken op het Jacobskerkenpad. Is dit over het hoofd gezien? Of…

Bij de dekenij, niemand. Spikerelle, het cultureel centrum van Avelgem. Een jongen verwelkomt me, Lucas. Eén telefoon en Lucas regelt een overnachting voor me in zijn ouderlijk huis. De ontmoeting is kort en krachtig. Lucas vertrekt naar zijn liefje, Lore, die vandaag jarig is, en morgen is het zijn beurt.

Met een glas witte wijn op het terras met Rita, de mama van Lucas, eindig ik deze mooie zomerdag.

GPX Bestanden Geluwe – Rollegem

GPX Bestanden Rollegem- Kluisbergen

Prise de conscience.

Le soleil étant déjà levé, les oiseaux chantent de tout cœur. Je me régale d’un smoothie frais, au petit déjeuner. Mon corps n’a pas encore vraiment envie de bouger. Et pourtant je me réjouis de reprendre le chemin de la découverte. Très vite je m’aperçois que le terrain plat fait place à des montées et des descentes. Je reste étonnée par tant de beauté si près de chez moi. Je marche tout un temps en hauteur, ce qui me permet de voir au loin.

Rollegem, Bellegem et sa belle église. Après le bois d’Orvey, le canal Courtrai (Kortrijk) – Bossuit. Je promène dans le bois en longeant une ancienne voie ferré. Le bois est dense. Cela me procure toujours une sensation quelque peu désagréable. Savoir qu’il n’y a que deux issues, l’une devant et l’autre derrière moi et devoir continuellement affronter les toiles d’araignées. Arghhh….c’en est trop. Une fois sortie, un long chemin étroit me mène à Avelgem. J’arrive à hauteur de la gare pour continuer mon chemin vers l’église par une longue rue commerçante. Je remarque qu’il y a peu de magasins ouverts. La rue, autrefois prospère, a l’air aujourd’hui abandonnée. Je croyais que cela été seulement le cas en France!

À l’église d’Avelgem, terminus pour aujourd’hui et point de départ de demain, je trouve une brochure de renseignements sur les monuments religieux ouverts au public. Peu d’églises Saint-Jacques. Une chose me surprend. L’église Saint-Jacques de Tournai (Doornik). Une église qui n’est pas mentionnée dans la liste des dix-huit églises reprises dans la description du ‘Jacobskerkenpad’. S’agit t’il d’une négligence ou…..

A la maison du doyen, personne. Spikerelle (Centre Culturel). Un garçon m’accueille, Lucas. Un coup de fil et Lucas me règle une nuitée dans sa maison familiale. La rencontre est courte et intense. Lucas part retrouver sa petite amie Lore, qui fête son anniversaire aujourd’hui et demain on fêtera le sien.

Avant d’aller me coucher je termine cette belle journée ensoleillée en terrasse avec un verre de vin blanc en compagnie de Rita, la maman de Lucas.

Verwennerij

Aalbeke

Aalbeke

Met een stevige stap, een diepe in- en uitademing verlaat ik mijn geboortestad.

Adem! Ruimte! Zucht!

Op automatische piloot wandel ik langs de Leie. Ontspanning. Ik kan ontsnappen aan de laatste regenbuien. Via Rekkem richting Aalbeke, waar ik blijf plakken in een bekend stekje, een warm nest. Het huis van Rita. Een babbel. Mijn kleurpotloden, een tekening.

Terwijl ik dit schrijf, lig ik te genieten en te relaxen in een bad met zout uit de Dode Zee. Als dat geen verwennestje is. Mijn lichaam en geest krijgen de nodige zorg. Muziek van vreemde oorden op de achtergrond. Mijn ogen sluiten. In de verte hoor ik de vogels, een koekoek.

Een week met zoveel moois is voorbij. Nagenietend en dankbaar om wat is geweest.

GPX Bestand Geluwe – Rollegem

Dorloter

Je quitte ma ville natale d’un pas ferme et en respirant profondément.

De l’air! De l’espace! Un soupir!

Je marche le long de la Lys (Leie) sur pilote automatique. Détente. Je réussi à échapper aux dernières averses. Par Rekkem, direction Aalbeke ou je m’attarde dans un endroit bien connu, un nid douillet. La maison de Rita. Une conversation. Mes crayons de couleurs, un dessin.

J’écris ceci en jouissant et en me relaxant dans un bain au sel de la mer morte. Si cela, n’est pas un nid câlin… Mon corps et mon esprit reçoivent les soins nécessaires. Musique de lieux lointains sur l’arrière-plan. Mes yeux se ferment. Au loin le chant des oiseaux, un coucou.

Une semaine vient de passer avec tant de belles choses.

Erna en Dario

Dario en Erna

Dario en Erna

Deze nacht vond ik onderdak bij Erna en Dario. Twee hartelijke mensen die elkaar hebben mogen terug vinden na een lange tijd, die veel hoogtes en laagtes kennen en die vandaag geconfronteerd worden met de onrechtvaardigheid van het systeem. Aan de muur vijf foto’s. Drie honden, één poes en hun huwelijksfoto. Binnen hun mogelijkheden hebben ze hun deur voor mij geopend en me onderdak gegeven. Voor ik hen verlaat, schenk ik hen de vier euro die ik kreeg in Lichtervelde, het weinige financiële dat ik op zak heb. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen van wie ik het heb gekregen mij hierin kunnen volgen. Ik verlaat het huis. “Draag goed zorg voor elkander”, terwijl ik naar hen zwaai. Ze steken hun hand op en wandelen samen terug naar binnen. Verderop wandel ik langs de Sint-Jacobskerk van Ieper.

Ik trotseer de regen en trek me terug onder mijn regenkap. Een stilte komt over me heen. In het domein de ‘Palingbeek’ probeer ik recht te blijven staan. De ’keikoppen’ die glad zijn geworden door de regen vragen mijn volle aandacht. Op het einde van het domein voel ik de spanning, die er gekomen is door de inspanning om niet te vallen, uit mijn lichaam verdwijnen. Rond dertien uur neem ik een pauze in de kerk van Houthem. De enige plaats op de weg waar ik droog kan schuilen. Mijn natte kleren gaan uit. Ik krijg het een beetje koud, na wat eten voel ik de energie terugkomen.

Graan-, maïs-, aardappelen-, en de frêle uitziende vlasvelden. De smalle wegen zijn bezaaid met talrijke kamillebloemen, die telkens een geur vrijlaten wanneer ik tegen hen aanloop. De eglantierrozen verliezen door de wind hun hartvormige bloemblaadjes, die neerdwarrelen op de weg. Doorweekt kom ik aan in het huis in Menen waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Aan de voordeur mijn metekind. In een haastje kunnen we elkander zien. In de wagen zit mijn broer op haar te wachten.

GPX Bestand Diksmuide naar Geluwe

GPX Bestand Geluwe naar Rollegem

Erna en Dario

Cette nuit j’ai logé chez Erna et Dario. Deux personnes chaleureuses qui se sont retrouvés après de nombreuses années. Ils connurent bien des hauts et des bas et aujourd’hui ils sont confrontés à l’injustice du système. Au mur cinq photos. Trois chiens, un chat et leur photo de mariage. Selon leurs moyens ils m’ont ouvert leur porte et donné un abri. Avant de les quitter je leur remets les quatre euros qui m’ont été offert à Lichtervelde, le peu que j’ai sur moi. Je suis persuadée que les personnes qui me les ont offerts comprennent mon attitude. Je quitte la maison. ”Prenez bien soins l’un de l’autre”, leur dis-je en les saluant. Ils me font signe de la main et rentrent ensemble.

En passant par l’église Saint-Jacques d’Ypres, je quitte la ville en empruntant les remparts. Je défie la pluie en me retirant sous mon capuchon. Un silence m’enrobe. Au domaine du ‘Palingbeek’ j’essaie de me tenir droite. Les pavées, rendues glissantes par la pluie, exigent toute mon attention. Arrivée à la fin du domaine je sens disparaitre la tension corporelle, qui c’était installée avec les efforts fait pour ne pas tomber. Vers treize heures je prends une pause dans l’église de Houthem. La seule place sur le chemin ou je peux m’abriter. J’ôte mes vêtements mouillés. J’attrape froid. Après avoir mangé je sens l’énergie revenir.

Des champs de blés, de mais, de pommes de terre, et de lin. Les chemins étroits sont parsemés de fleurs de camomille, qui exhalent leur parfum à chaque touché. Le vent éparpille sur le chemin, les feuilles en forme de cœur des églantines. J’arrive, toute trempée, à la maison ou j’ai passé vingt années de ma jeunesse, Menin. Sur le pas de la porte ma filleule. Une rencontre furtive. Dans la voiture mon frère l’attend.

Raftje

Raf

Half acht, het ochtendgebed. De klank van de gezongen gebeden is zo mooi dat mijn eigen stem niet vrij komt. In stilte geniet ik mee. Aan het ontbijt een onverwachte fijne ontmoeting, Hilde, een vriendin. Rond tien uur ben ik in Torhout. Het marktplein wordt omgebouwd voor het vertrek van de ‘Nacht van West-Vlaanderen’. Aan de apotheek, een groep mannen allemaal rond de leeftijd van tachtig jaar. Ik stap naar hen toe. De één al wat plezanter dan de ander. Eén springt er werkelijk uit, een echte stand-up comedian. Ik vraag zijn naam. “Aerts Raphaël, voor de vrienden, Raphaël. Moar min vrouwke noemt me Raftje”, antwoordt hij me met pretoogjes. Of hij werkelijk Aards-Raphaël heet, laat ik in het midden. Deze naam draagt hij goed. “Tis goe, meug ik Raftje zeggen”, zeg ik met een knipoog terug. “Das goe moa nie zeggen aan min vrouwtje hé!” En zo blijven de gesprekken een uur duren en hebben we samen veel plezier. Ik neem een beeld van hen en een van Raftje. “En woa goa je doar mee doen”, vraagt een andere man. Met mijn hand naast mijn mond ga ik richting het oor van Raftje en fluister “tis voor op mijn nachttafel”, zodat de anderen het ook kunnen horen. “Jaja, we zin bekend van ‘Iedereen beroemd’ enne van …”, zegt één van de mannen met grote fierheid. En zo verlaat ik al zwaaiend deze hechte mannengroep op de markt van Torhout.

Na Torhout, naar de Sint-Jacobskerk van Lichtervelde en Gits. Langs open velden en weiden kom ik aan in Kortemark. Een wagen vertraagt. Een korte kennismaking en een onverwachte uitnodiging voor een overnachting. Twijfel. Ik blijf nog even doorstappen. In het centrum van Kortemark ga ik op zoek naar het adres van de onverwachte uitnodiging. Bij Annemie en Erik. Een bad, een heerlijke maaltijd, een wasmachine en een goede nachtrust staan op me te wachten.

GPX Bestand Groenhove – Kortemark

Raf

Sept heure et demie, la prière du matin. Le son des chants religieux est si beau que ma voie en reste muette. Je me réjouis en silence. Au petit déjeuner une rencontre inattendue et bien agréable; Hilde, une amie.

Aux environs de dix heures j’arrive à Torhout. La place est transformée pour le départ de la ‘Nuit des Flandres’. A hauteur de la pharmacie, un groupe d’hommes, tous octogénaires, les uns plus rigolos que les autres. Je m’en approche. L’un d’eux se distingue vraiment, un vrai humoriste. Je lui demande son nom. “Aerts Raphaël, Raphaël pour les amis. Mais ma femme m’appelle Raftje”, me dit-il avec un regard coquin. Je laisse, la question de savoir si Aerts Raphaël est son vrais nom, de côté. Il porte bien son nom. Je lui demande avec un clin d’œil, “je peux t’appeler Raftje.” “Bien sûr, mais ne dit rien à ma femme, hein!” La conversation continue sur le même ton durant près d’une heure et nous avons bien du plaisir ensemble. Je prends une photo du groupe et une de Raftje. “Et qu’es ce que tu vas en faire”, me demande l’un d’entre eux. En mettant ma main devant ma bouche, je souffle dans l’oreille de Raftje de façon à ce que les autres puisent l’entendre, “C’est pour sur ma table de chevet”. “Oui, oui nous sommes célèbres, tu sais, nous passons dans l’émission ‘Iedereen beroemd’ et de… “, dit l’un d’entre eux avec une certaine fierté. C’est comme cela que je quitte, avec un signe de la main, ce groupe d’hommes au marché de Torhout.

Après Torhout, les églises Saint-Jacques de Lichtervelde et de Gits. Longeant des plaines et des prés, j’arrive à Kortemark. Une voiture ralentit. Une brève entrevue et une invitation inopinée pour passer la nuit. Hésitation. Je continue encore un peu à marcher. Au centre de Kortemark je vais à la recherche de l’adresse reçue de façon inattendue. Chez Annemie et Erik. Un bain, un repas délicieux, un lave-linge et un bon sommeil m’attendent.