Nacht

Mijn laatste kilometers richting het diepste punt op de kaart van deze weg, Rocamadour. 

De weg neemt me onmiddellijk mee diep in het bos. Ik sta stil, sluit mijn ogen en laat een windbries over mij huid glijden. Mijn voeten geankerd op de grond. Mijn armen open zodat mijn hart ruimte krijgt. Vol adem. Ik voel me dieper in mijn lijf glijden. Ik voel me ruim en vrij.
Het is rustig, sereen…

Een geweerschot. Mijn ogen openen. Ik wandel verder. Verschillende tinten groen vergezeld met wat blauw in de diepte. Warmere kleuren zoals geel, oranje, rood, bordeau…omcirkelen het groen. Een spin hangt tenmidden haar web. Ik buig me eronder door om haar kunstwerk niet te schenden.
Na weken te hebben gestapt in L’Aquitaine stap ik een nieuwe regio binnen, les Midi-Pyrenees. De Dordogne en de Lot vloeien in elkaar over. 

Aan de ingang van Souillac recht tegenover een supermarkt, ‘les Halles’ een plaats waar streekproducten worden verkocht. Waar de voeding duizend maal meer smaak en kracht. Met plezier steun ik de plaatselijke handenarbeid.
In Souillac stap ik de kerk binnen van de abdij Sainte-Marie. Een schitterend beeld van de profeet Isaïe 900 jaar geleden gesculpteerd in steen.
Op een terras eet ik met veel plezier en met volle smaak de heerlijke tomaatjes en een stukje pizza van Martine. Een dame die gisterenavond haar deur opende. Met broekspijpen verdwijnen in mijn rugzak. Een terras midden een pleintje in de zon.

Sint-Jacob, Souillac

Abdijkerk Sainte-Marie de Souillac

Ruwe witte stenen, rechts een diepte. Links een helling met lage eikenbomen, heide. Salamanders en hagedissen schuilen zich onder de gedroogde bladeren. Even langs de autoweg die ik zelf niet storend vind. Kleine dorpen verwelkomen me met de geur van bloemen, lavendel. Een eekhoorn zoekt zijn wintervoorraad terwijl een man in zijn zwembad duikt.
Een Milan Royal zweeft hoog in de lucht.

La Dordogne

Lacave

La source de Font del Truffe

Stilletjes aan daalt de zon en zal ze verdwijnen achter de rotswanden. Mijn laatste halte in Lacave. Nog vol energie stap ik verder en geniet ik van de avondzon. Het landschap is als vuur die zal worden geblust door de nacht. Het voelt zo goed en zo vertrouwt dat het zoeken naar een nachtplaats mij is ontsnapt. Via La source de Font del Truffe, richting een boerderij waar forellen worden gekweekt. Misschien mijn nachtplaats.
Na veel kloppen op de deur bij de boerderij stap ik verder. Nog zes kilometer te gaan op een weg die me onbekend is. Het is donker. Geen maan om me wat licht te geven. Een zaklamp. Enkel op 1m voor me zie ik de weg. De witte stenen maken het me wat gemakkelijker. Van 70cm breed tot 2m en terug versmallen. Ik besef dat naast me een afgrond is en dat één verkeerde stap naar rechts me een paar meter naar beneden kan brengen. Af en toe stop ik. Het licht gaat uit. Ik laat me onderdompelen in de nachtsfeer. Enkel de silhouet van de bergflank is zichtbaar. Hier en daar een boompje in de verte. Sterren zijn massaal aanwezig. Het melkwegstelsel. De roep van de uil die weergalmt in de canyon. Nooit gedacht dat ik dit zou aandurven, alleen in het donker in de natuur. Angst heeft plaats gemaakt voor kracht en zelfvertrouwen. Een nieuwe overwinning waarvan ik honderd procent heb van genoten. Me laten leiden in volle vertrouwen in wat is en wat zich aanbied.

Om 21u45 kom ik eindelijk aan in Rocamadoor en wandel ik nog via de pelgrimstrap naar boven richting een herberg voor pelgrims.

Rocamadour

Basilique de Rocamadour

Limeuil

Lalinde

Lalinde is de eerste kleine stad waar het nog wat levend is. Waar enkele handelaars nog kunnen blijven bestaan. Geen overdaad, net genoeg.

Een quiche voor ontbijt in een plaatselijk café.
Aan de toog, drie mannen. Alle drie een goede ronde buik, ongeschoren. De ene een berret, de andere twee mannen een pet op hun hoofd. Op de toog, rilliette, frans brood en camenbert. Tussen hen een duitse herder die wacht tot iets zou naar beneden vallen. Op de achtergrond radio Nostalgie.  Het onderwerp: jagen, wandelwegen, GR6. Allen een aangenaam accent Perigourdin. Ik geniet van hun gezelschap in stilte.

Via het kanaal naar Mauzac. Een dikke ochtendmist. Platanen en populieren. Het zicht is subliem. 

Een lange metalen wand, erboven op, prikkeldraad. Op de hoek een uitkijktoren. De gevangenis. Een vreemd gevoel. Vrijheid versus gevangen. Gevangen zijn waar! Gevangen zijn is  niet altijd achter tralies, gevangen in eigen handeling en of gedachten. Een iets is voor mij zeker, wandelen laat wanden en muren verdwijnen.

Een roodborstje zingt uit volle borst. Een fox-terriër staat te blaffen en te springen onder een boom. Zijn prooi een poes. Wat verder zijn baasje staat te roepen.
‘Vous crier après votre chien?’ ‘Oui, j’y je ne le retrouve pas il reviendra pas si je ne vais pas le cherchez.’ ‘Il est la plus loin endessus le chataigner’. De man vertekt hem halen. Ik draai me nog eens om. ‘Monsieur, il est ici’. Hij zat plots achter mijn hielen terwijl zijn baasje de andere kant op was. Blijkbaar toch wel een gehoorzame hond.

Mauzac

Trémolat

In Mauzac kan ik na de middag verder in sjort en t-shirt. De twintig graden doet deugd na de ochtendfrisheid. Een weg neemt me mee naar boven op een rots. Van hieruit heb ik een schitterend zicht op de vallei en de Dordogne. Subliem. Wat een prachtige streek. 

Van Trémola naar Limeuil via eikenbossen. Een uil, een hermeline, vogels, vlinders en wat slakken vergezellen me afwisselend richting mijn slaapplaats. Ik ben benieuwd waar ik deze avond terecht zal komen. Limeuil is een van de mooiste dorpen van Frankrijk, gelegen langs de Dordogne en stevig klimmen voor naar het centrum van het dorp te gaan. Aan de eerste deur waar ik aanklop. Geen plaats, wel ernaast in het restaurant. De vrouw voelt zich wat verveelt. Ik vind het zalig. Een warm ingericht restaurant met zicht op de vallei. In het openbaar toilet van het dorp maak ik gebruik van de lavabo om me te wassen. Terwijl ik me was sta ik te kijken hoe een spin haar prooi beet neemt. Dit was vroeger niet mogelijk geweest, met de spinnenfobie die ik had, was ik hier zelfs niet binnen kunnen komen. Het koude water heeft me deugd gedaan. Terug buiten voelt het als een zomeravond. De zon is onder, tijd voor een nachtrust.

Festival

​Plots is het alsof ik in een andere wereld ben. Een bizar geluid vult de kamer. Geen vogels, geen krakende takken of vallende noten…neen een wekker met vreemd geluid. jump uit het bed. Ploeft mijn hand op de wekker en verdwijnt onder mijn hoofdkussen. Hopelijk is Siméon niet wakker. Een ontbijt in rust met Anne en Benoit. Bij het verlaten wandelt Benoit mee met Simeon op de arm. Hij doemelt langzaam in.

Het begint te regenen. Fijne motregen, nét voldoende om geen regenjas uit te halen. In le Café association de Léguillac-de-Cercles  wordt ik uitgenodigd aan tafel tussen alle andere aanwezigen: zangers, muzikanten, goochelaars, vrijwilligers… Een festival. Ik geniet van een clown optreden en vooral van de kinderen die lachen. In gezelligheid en in de warmte van het festival blijf ik er tot 17 uur.

Terug tijd om in beweging te komen richting Brantome, regen of niet. De miezerige regen brengt een mysterieuze sfeer mee over het landschap. De vele contrasten doen diepte vermoeden. Mijn benen nemen me mee door een wijd landschap en door bossen. Ik blijf maar stappen, het doet zo een deugd en werkt  bevrijdend op het lichaam, geest en ziel. The mind is ontspannen. Het wordt donker, donkerder, zwart…met een hoofdlamp – die niet genoeg verlicht-blijf ik verder stappen. Ik heb geen keuze. Mijn oren staan op scherp. Geluiden komen dubbel zo dik aan wanneer de natuur de nacht in gaat. Op een bepaald moment heb ik net de tijd om mijn voeten niet te plaatsen voor de  twee vuursalamanders. Nog een laatste weg naar beneden voor ik in Brantone ben. Een opluchting wanneer ik aankom.

Vuursalamander

Dordogne

De plankenvloer kraakt. Juliette, is wakker. Aan de ontbijt tafel hebben we een gesprek over ouders en kinderen. Over opvoeden en hoe kinderen er zich bij voelen. Over hoe we soms als ouder de vragen van kinderen omzeilen of bewust niet het juiste antwoord geven omdat volwassenen niet weten hoe ermee om te gaan. Voor kinderen kunnen dit fikse gevolgen hebben, kan er angst ontstaan en kan het zelf zover gaan dat men in onwetendheid blijft door een eigen wereld te creëren. Hou de kinderen geen leugens voor, reflecteer je eigen angsten niet naar hen. Wees eerlijk. 

Na de heerlijk maaltijd gisteren met truffels, de eerlijke groenten uit eigen tuin, mag ik deze morgen proeven van Juliette haar overheerlijke peren compote. Verrukkelijk. Ik krijg een spoedcursus paddestoelen. Wat hou ik van Juliette haar wijsheid en kennis. Ik verlaat haar huis met een flesje Calendula getrokken in olie om mijn vele insectenbeten te temperen. En vers geplukte appelen.

la rochebeaucourt

La Rochebeaucourt

Ik verlaat de Charente en stap de Dordogne in. Een 90 jarige vrouw die ik ontmoet op straat verteld over hoe haar dorp is geweest. ‘J’entendais les enfants. Il y avais de la vie dans le village. Des boulangerie, epicerie, boucher, un bar, une école. Et quand en avais besoin de l’eau c’etais a la pompe dans le village’, verteld ze terwijl ze naar de pomp wijst. Ik kom het me bijna levend inbeelden en kon mezelfs de geluiden erbij halen.

De eerste kastelen van de Dordogne zijn te zien. De ene zijn privé eigendommen, andere zijn hotels. Ik wandel in een bos waar de buxes verdwenen zijn en grillige vormen hebben aangenomen.

Saint-Pardoux

Saint-Pardoux

Van le plateau Argentine naar Saint-Pardoux met haar eenvoudige romaanse kerk. Haar sarcofagen en troglodyten. Waar ik mijn middagmaal eet met de overheerlijke tomaten van Hannah en de sappige appels van Juliette. Naar Mareuil, waar ik een koffie drink bij een belgische dame uit Eeklo. Ik blijf nog verder wandelen. De zon verdwijnt achter de wolken. Onder mijn voeten rode kleigrond en af en toe rotsachtig. Campanula en orchideeën. Ik eindig mijn dag in een gezin met drie kinderen, waarvan de jongste 5 maand is. 

Het altaar

Odéna maakt me duidelijk dat de weg die ik neem niet de juiste en een te lange weg is naar Perigeux. De GR 36 neemt me mee rond Angouleme en zou niet de kortste zijn. Ik kan haar volgen en begrijp waarom me dit wordt gemeld. Wanneer ik op de weg ben heeft ‘tijd en afstand’ geen belang voor mij.  In volle vertrouwen volg ik de weg, stap voor stap genietend van wat rond en in mij in beweging is, zonder me zorgen te maken voor morgen en wat komt.

Langs de velden werden electriciteitsdraden gespannen op een 60cm van de grond, om de velden te beschermen voor everzwijnen. Op andere plaatsen worden de draden gebruikt om ze samen te houden voor de jacht. Draden of niet, de sloebers hebben gevonden hoe ze te omzeilen. Waar ik wandel zijn immense graszoden omver geploeterd. Daar waar proteinen te vinden zijn. Uren stap ik verder, wetend dat ze ergens rond mij aanwezig zijn.

Bladeren dwarrelen heen en weer. Mijn broekzakken vul ik met kastanjes en noten. Appelbomen dragen heerlijk vruchten. Als ik deze avond zou kunnen koken dan zou ik al heel snel weten wat. De bladeren van de pisenlis eventjes in de pan. Appeltjes en noten wat laten roosteren. Een heerlijk slaatje.

De laatste drie dagen is het minder eenvoudig om een overnachtingsplaats te vinden. Mensen zijn achterdochtig en openen niet zo snel hun deuren. Blijkbaar een gekend gegeven onder de mensen. Later komt de bevestiging van les Charentais zelf. Na vier deuren ontvang ik de dikke sleutel van de kerk. Een kerk die niet meer in gebruik is. Ik slaap er op de enige tafel die er is. Hoog, droog, en beschermd. Het altaar. 

Le pardon

‘Merci beaucoup pour le delicieux souper’, zeg ik tegen de man van de epicerie terwijl ik een bord en broodmand terug breng. We praten over de weg en reizen. Sedert de camino heb ik een andere kijk op reizen en kan ik tenvolle genieten van wat dichtbij is. Er is hier zoveel te zien, te bewonderen, te ervaren.

Karmelieten klooster – La Rochefoucauld

La Rochefoucauld. Een terras, koffie en mijn dagboek. Ik kijk wat rond en kan me zo voor de geest houden hoe boeiend en bloeiend deze stad is geweest.

Het vroegere Carmelietenklooster waar nu het rode kruis en de toeristische dienst is gevestigd trekt me aan. Kloostergangen en abdijen hebben me altijd al geboeid. Wat voelt het hier goed. Pas twee uur later verlaat ik La Rochefoucould via het kasteel.

In de verte een dreigende lucht. Kleurrijke bloemen kleuren de voorgrond. Een romaanse kerk. Ik ga binnen en ga rechtstreeks voor het altaar staan, plaats mijn wandelstokken voor mij. Eén been achteruit en buig door het voorste been. Alles gebeurd vanuit een vanzelfsprekendheid, alsof ik dit al altijd zou gedaan hebben. En toch is het niet zo. Ik begrijp het niet. Wat gebeurt er, gaat er door me heen. In mijn rug voel ik alsof er iemand mij duwt, dieper. Ik geef weerstand, het lukt me niet. .. Ik kan het niet houden en geef eraan toe. Op mijn knieën, dieper en dieper, voorovergebogen, plat op de grond. Mijn hoofd op de grond. Ik begin te wenen…pardon…roep ik uit…pardon…snikkend…

Ik laat los…zucht. De kerk verlatend denk ik aan het ‘onze vader’ en wat al een paar maanden af en toe terug aan het licht komt ‘Le pardon’. Het wordt me duidelijk ‘pardonne-nous nos offenses, comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés’ . De andere vergeven is mij niet vreemd, maar mezelf vergeven! Van wat, weet ik niet, wat ik wel weet is dat het juist voelt. Het voelt bevrijdend. Een zachtheid komt over me heen. En wat voelt het goed.

Angèle

In mijn handen, een hoofd. Iemand is gevallen. Ik bied hulp. Een rolstoel. Een luide kreet. Een café. Gezang… 

Ik voel een hand op mijn arm. Een aanwezigheid. Ik wordt gewekt midden een droom.

Chemonet

Met mijn fietslicht aan – die vastzit op mijn  wandelstok – verlaat ik het huis van het gastgezin. Zeven uur in de morgen. Het is donker. Het duurt even voor mijn ogen zich hebben aangepast in de duisternis. Ik geniet van wat zich rond mij afspeelt. Het ochtendgezang van de vele vogels. Mist die boven de velden zweeft. Het is zelf zo stil dat je de waterdruppels hoort een weg zoeken van het ene blad naar het andere.
De GR 36 slingert langs de Charente. Een brug hier en daar.

Het is stil in de dorpen. Verheugd ontmoet ik al heel snel de eerste bar-tabac waar ik een koffie kan drinken. Deze plaatsen, die ik weet te appreciëren op de weg, worden schaars. Ook de bakkerijen. Met de komst van de grote winkelketens, de vele taksen en nog zoveel meer, is het voor de kleinhandelaar niet evident om te overleven.

In de verte, windmolens, een dreigende lucht. Een regenboog. De aarde kleurt donkerrood-bruin. De wind voelt warm. Mijn regenvest en trui zitten nog heel diep weg in de rugzak. 

‘Bonjour madame, pouvez vous me dire si dans le village ils y a un point repos. Bar-tabac, boulangerie’, vraag ik laat in de namiddag aan een vrouw die uit het gemeentehuis wandelt. ‘Oh, ma petite dame. Oh non, tous ca a disparue. Vous voulez quoi?’ en ik word uitgenodigd op de koffie. Terwijl de koffie zijn eerste aroma verspreid, praat ik met de vrouw over het leven in de dorpen. We praten met elkaar alsof we elkander niet vreemd zijn. Bij het afscheid nemen zeg ik tegen de vrouw: ‘j’ai oublier votre nom madame et je ne sais pas pourqoui mes j’ai envie de vous appeler Angèle.’ ‘Ah, c’était le nom de ma maman. Moi, c’est Eliane.’ We groeten elkander, ik draai me nog even om en zwaai.

De natuur doet me zo goed dat ik blijf doorstappen. Boordevol energie. Net voor het donker worden hou ik een halte in een gite voor speleologen.

Meloenfeest

Abdij van Ligugé

Tien uur de klokken luiden van de kerk van Ligugé. Zowat een vijventwintig mannen in donkerblauw-zwart gewaad wandelen per twee en na elkaar in stilte naar de kerk. Ik verlaat de kamer en trek de wijde wereld in. Rondom rond hoor ik geweer schoten. Honden die blaffen en een getoeter. Oeps, dit was me ontsnapt. De jacht. Ik blijf rustig verder stappen zonder me echt zorgen te maken. Ondertussen maak ik gebruik van FB voor een vraag in verband met het jachtseizoen. Zoveel jaren geleden kon een pelgrim dit niet voorstellen. De dorpen zijn stil, geen kat te bespeuren.

Vroeg in de namiddag zie ik plots veel wagens. Een feest, een braderie, een rommelmarkt…het meloenfeest. Ik laat me verleiden door een Mirabelle taart. Mensen staan me met grote ogen aan te kijken. Een grote rugzak en wandelstokken zijn waarschijnlijk niet de courante outfit voor op een feest. In een zaal een tentoonstelling. Op een tafel staan prachtig gedraaide houten voorwerpen. Ernaast een briefje met een naam en tourneur amateur. ‘Pardon monsieur, c’est vous le tourneur?’ ‘Oui.’ Een tengere man, kleine van gestalte, getekend door de tijd. ‘Pourqoui vous avez marque tourneur amateur, votre travaille est d’une qualité profesionelle.’ Wat beschaamd kijkt hij me aan. Een glimlach is ergens te zien in een verborgen hoekje. Zijn vrouw dankt me. Met de geur van het hout verlaat ik de zaal. Buiten zijn kinderen aan het spelen aan een kraam om eendjes en gekleurde ballen te vangen. Ik geniet van de vreugde van de kinderen. Bij het kiezen van hun beloning valt me iets op. Het kraam is verdeeld in twee. Rechts allemaal donkere kleuren en geweren, links roos en princessen. De kinderen kunnen enkel kiezen volgens geslacht. Een kinderkraam die is blijven stilstaan in de jaren stilletjes en vastgeroest in ideeën.

Een lange muur van droog hout. In de boomgaarden zie ik hier en daar geel verschijnen. Zou dit het begin zijn van de herfst die zich aankondigt. Het voelt wat bizar terwijl de krekels nog in volle glorie hun gezang laten horen. Een hert die een elegante sprong maakt over een heg. Een vos die me met grote ogen verwonderd aankijkt en verdwijnt tussen de lage braambessen struiken. Mijn hartje lacht en maakt een sprongetje en de kleine prins…

De wind blaast mijn haren naar achter en streelt mijn oren. Hier en daar een druppel regen. Ik laat mijn huid ervan genieten zonder ik me ga opsluiten in een of andere beschermkledingstuk. Met de vele trappen stijgen kom ik aan in Lusignan. Un refuge pelerin. Ik twijfel. Bel aan. De moeheid laat me in de twijfel. Er vloeit iets niet. Ik loop een uur rond op zoek naar een overnachting.  Tot ik het opgeef…een vrouw staat ontspannen aan haar deur. Een uitnodigende blik. Bij Isabelle en haar zoon Paul.

Poitiers

De koekoek. De ochtendzon komt de vergaderruimte verwarmen. Ik strek me uit, een nieuwe dag staat voor de deur. Nieuwe ontmoetingen met de ander, met mezelf.

Voor de eerste keer ontmoet ik twee pelgrims. Ik wandel eventjes met hun mee en al snel wordt het me duidelijk dat onze wegen snel zullen scheiden. Het geklaag over herbergen en de vele ‘moeten’ staan in sterk contrast met mijn ervaringen en ingesteldheid op mijn weg. Nederigheid.

Kathedraal Poitiers

Jezus in Gethsémani

Tot mijn grootste verwondering zijn de voorsteden van Poitiers heel aangenaam. Het vele groen is uitnodigend. Een babbel hier een babbel daar. Joggers, fietsers…
Ik negeer de borden van de GR en camino en wandel richting centrum. Verrassend. Een groot gebouw, de kathedraal. Een groen, blauwe verweerde deur nodigt me uit naar binnen te gaan. Ik bewonder de muurschilderijen van de heilige familie en Jezus in Gethsémani. Op een wand een ingekerfd labyrinth.
Verder naar het centrum, een veel kleinere kerk in een gele steen met zijn kleine bogen en houten verweerde deuren vallen me op. Terwijl menigte de braderie van het eerste weekend van september aflopen, zoek ik de rust op in l’église Notre-Dame la Grande. Bij het naar binnengaan word ik op de adem gegrepen. Het is alsof ik in een moederschoot terecht ben gekomen, zo voelt het. Donker, warm en de kleuren in de kerk, het gezang van de soprane versterken het geheel.

Eglise Notre Dame la Grande

Op een terras geniet ik van het zien van de vele mensen die voorbij komen. Een vrouw kijkt mijn rugzak aan. ‘Vous allez a Saint-Jacques?’ Dit was de eerste vraag van de vele andere. Zonder enige weerstand beantwoord ik de vragen. Een vloeiendheid en spontaniteit installeerd zich tussen ons. ‘Je peut vous poser une question?’, vraag ik na een eindje terug. ‘Oui.’ ‘Vous travailler dans une école, vous êtes instit?’ Een ja kwam en bracht bevestiging op het waarom van de vele vragen die ik mocht ontvangen. We blijven zowat bijna twee uur samen gedachten uitwisselen over het thema ‘liefde’. Ik denk dat als ik nog iets zou gaan studeren dat ik me aan een cursus filosofie waag. In het gesprek werden me plots dingen duidelijk over wat ik de voorbije dagen met me meedroeg. Soms kan men zodanig iets willen zoeken dat men het net niet vind. Ik kan het vergelijken met de momenten dat ik mijn bril zoek en hij gewoon op mijn neus staat. Tot ik er niet meer naar opzoek ga, en dan, eureka. Wel door het ‘willen’ te lossen, door het niet blijven vasthouden komt het antwoord soms uit het niets. Dit is ook wat liefde voor me is geweest in het nabij zijn met anderen, ook met mezelf, willen vasthouden. Liefde kan men niet vasthouden. Vasthouden uit angst te verliezen, angst voor het gemis die zich zou kunnen installeren bij het verlies, om de pijn. Er komen hoge verwachtingen, verlangens…. Net door het vasthouden gaat men iets verliezen en kan pijn voelbaar zijn. Door liefde in zijn pure vorm te laten zijn, kan het voelbaar breder gedragen  worden. Kan openheid aanwezig blijven voor vernieuwing, verandering en blijft de fijne energie leven doorheen wat is en komt. Liefde in relatie met al wat is.

Ik hoor mezelf zeggen, alle Jasmine, dat wist je toch al. Ja natuurlijk, alleen tussen het weten en voelen is er een groot verschil. Jaren kan men iets weten, daarom is het nog niet geïntegreerd.

Wat ik schrijf is misschien niet juist of klopt het voor de één niet, maar mischien wel voor de ander. Wat vandaag is,  is juist voor me in het nu, morgen kan het misschien terug anders zijn.  Ik vraag me eigenlijk af, bestaat de waarheid. Ik heb het idee van niet, ook waarheid is veranderlijk.

Ik neem afscheid van Flaurence en wandel nog een prachtig stukje natuur tot in Ligugé bij de monniken. 

La providence

‘Bonjour, bon chemin’, roept een vrouw me toe. Wat verder stapt ze van de fiets. ‘Heureusement que il fait moin chaud’, weet ze me verder te vertellen. ‘Oh, oui la fraicheur du matin fait du bien’, antwoord ik terug terwijl ik de straat oversteek. ‘Vous voulez des tomates pour la route?’ ‘Oh, bhein, je dirais pas non’. Een paar dagen terug vroeg mijn lichaam om water, om me te laten dobberen. ’s Avonds had ik een zwembad waar ik mijn lichaam kon laten drijven onder de sterrenhemel. Gisteren kwam in me op dat muziek en dans me goed zou doen. ’s Avonds mocht ik meegenieten van zwierende muziek en dans. Daarnet kwam bij me op dat ik groenten mis op de weg…en zie. ‘La providence’ Met een doos vol verse tomaten en wat peterselie neem ik afscheid van Annick.

Regen is op komst. Naast le vieux Poitiers een lange romeinse weg. Ik voel een beklemming boven mijn borstkas. Ik maak de riemen van mijn rugzak wat losser. Mijn lichaam schreeuwt binnenin en vraagt om een luide hoge kreet te kunnen uiten. Het lukt me niet. Een belemmering, angst. Angst om mezelf te verliezen, om gehoord te worden. En zo kom ik terug bij het gebied boven mijn keel. Een donkere dringende lucht, een weg, twee bomen. Ik hoop dat wat aanwezig is, tijdens deze tocht leven mag krijgen. Dat mijn kracht, vertrouwen en hoop in wat is en mag zijn me zal helpen vrijuit in liefde te mogen zijn.

Onder de paraplu sta ik aan het openlucht museum van la bataille de Poitiers. Een interessante geschiedenis over kelten, barbaren,  het geloof. Een tekst neemt mee in het verhaal, een beschrijving van in een heilig schrift waar letterlijk onder een vers geschreven staat: wie ten strijde vertrekt zal een grotere pardon ontvangen en verdient een grotere plaats in de hemel. Ik voel kwaadheid naar boven komen. Ik denk dat geen enkel mens die het hart op de juiste plaats heeft, die geweldloos door het leven is gegaan en gaat, ooit gemeld heeft te doden om de hemel te verdienen. Een mooi voorbeeld hoe machthebbers de bevolking in zijn greep heeft gehad en de bevolking manipuleert. En vandaag zijn er nog altijd die zich laten manipuleren. Goed en kwaad kan men vandaag zelf niet meer uit de geschriften halen. Het wordt tijd dat een herziening komt. Pijn is binnenin voelbaar aanwezig. Ik hoop dat er ooit een dag zal zijn waar de mens hier neen zal kunnen en durven tegen zeggen en waar we allen schouder aan schouder zullen kunnen staan in vrede zonder angst van machthebbers. 

Om de hoek in een bos. Een gegrom. ‘Mambo?’
Een vrouw volgt. Ze steekt haar hand op, een brede glimlach volgt. Soms zijn er van die contacten waar je voelt alsof je elkander al langer kent. We blijven zo een kwartier staan babbelen over de weg. ‘Il parait que il y a beaucoup de monde sur ‘la frances. C’est juste?’ ‘Oh vous savez si ont donne de l’atention au point noir en va le reçevoir. Et de meme si en voit le point blanc. En reçois ce que en veut voir’. ‘Oh, merci cela vient au bon moment. Demain c’est le bapteme de mon filleuil’. ‘Un jour je ferais le chemin et peut-etre plus vite que je le crois’, vertelt de vrouw me. De babbel is zo aangenaam dat het aanvoelt afsof we nog uren zouden kunnen babbelen. We nemen afscheid. ‘Comment tu t’apelle’, vraag ik. ‘Lucie’, terwijl ze zich nog omdraait en we naar elkander zwaaien.
Dit gesprek deed iets met me, alsof er antwoorden komen op de vragen waar ik me zo heb vastgehouden over het woord ‘liefde’. Alsof er op bepaalde plaatsen in mijn lijf openingen, doorstromingen komen. Ik laat het leven en in volle vertrouwen zal het me de komende dagen wel duidelijker worden.

Het laatste stuk van de dag brengt me over een lange weg tussen velden. Op en neer. Een weg die mijlen lang uitziet. Mijn voeten beginnen wat spanningen te voelen. In de verte een kerktoren. Dit zou wel mijn eindpunt kunnen zijn. Een weg die me doet denken aan la Meseta in Spanje op de Frances.