Hinojosa del Duque

Ik sluit de deur van het verzorgd huisje en deponeer de sleutels in de brievenbus. Ik wandel mijn eerste uurtje tot aan een volgend dorpje.
Een vrouw die samen met mij de supermercado binnenstapt, lacht me vriendelijk toe. Aan de kassa wordt het bedrag op een briefje geschreven 1,35 euro. ‘Uno trenta cinque’, deel ik terwijl ik hen aankijk met een non verbaal die vraagt ‘klopt dit’. “Cinqo”, antwoorden ze in koor.
De vrouw vraagt me nog “… Alemania”, enkel het laatste woord heb ik begrepen, “No soy de Bélgica”. “Como dé… Adios?”. Ik hou het eenvoudig, “daaag”. “Daag”, terwijl ze haar hand opsteekt. “Adios” lachend naar haar toe. Wat fijn wanneer er een wederkerige communicatie is, ook al is ze miniem, toch hebben de weinige woorden, wel de inhoud een veel groter impact dan men kan denken.

Hier en daar zijn schapen, koeien, kippen, kalkoenen, varkens, paarden, muilezels… te zien en wat voelt dit goed om in de levende wezens meer diversiteit te zien en te horen. Ook de vogels zijn talrijk aanwezig van de pimpelmees tot arend.

Het speenkruid- en Mariadistelblad groeit talrijk tussen de bemoste afgeronde immense steenmassa.
Steeneiken vullen het landschap en hun vormen prikkelen mijn creativiteit.

Ik ben wel heel benieuwd naar dit stuk grondgebied en zijn verleden. Naar zijn rituele verleden.
Beelden stromen hier zuiver en in flitssnelheid aan.flitsen

De bomen, de rotsen… ze hebben hier zoveel te vertellen. Dit gebied voelt voor mij heel beschermd aan. Op een pleintje van het dorp staat een symbool in keien in de grond verwerkt.
Het symboliseert de 4 elementen: water, aarde, vuur en lucht. Een symbool die ik ooit in Saint Jean Pied de port aanschaf in een hanger na reeds 2 maanden over Moeder Aarde mij te hebben verplaatst.

De buizerd en vooral de arend is hier talrijk aanwezig. De nasale knarsende klank van de arend is een totaal verschil dans het zachte hoge toon van de buizerd. Fijn dat ik de arend mag ontmoeten en kennen. Ook zijn vlucht is zo verschillend.
Voor mij op een draad komt een scherp geboekte vogel zitten en vliegt telkens een eindje verder weg.
Terwijl de gevleugelden me omringen begin ik een fijne hoge nasale toon te uiten. Och, bijzonder zo uit het niets spontaan en zonder enige gedachte of iemand mij wel zou kunnen horen. Ik geniet.

Mijn gedachten gaan even naar fra Francisco. En zijn Cantique des Créatures.

Wanneer ik door dit prachtig bucolisch en mysterieus landschap wandel, kan ik niet anders dan zeggen, kunnen niet het ene zonder het andere eren.

We kunnen niet enkel Vaders Hemels eren en Moeder Aarde opzij laten, negeren. Net zoals we niet enkel Moeders Aarde kunnen eren zonder Vaders Hemels.
We kunnen ook niet enkel leven in de verticaliteit en de horizontaliteit gaan ontkennen en andersom. Net zoals we in elk van ons onze beide polariteit mogen eren en we van beiden mogen houden en vooral laten leven. Ze zijn niet losmakend van elkander. Ze vormen, Zijn één Geheel.
Heb je Lief.

Onder mijn paraplu geniet ik van het landschap die verandert van tinten bij de naderende felle regen.
Wandelend tussen twee groepen schapen – achter draad- roepen de lammetjes om hulp. Moeder schaap komt aangerend en vergezeld ze weg van de omheining. Het geroep van lammetjes hebben de nieuwsgierigheid van de waakhond aangewakkerd. De ene blijft er lui bij liggen tot de ander het signaal aangeeft. De grote witte Patou probeert uit de omheining te komen. Ik wandel rustig verder. Het wordt stil. Een geblaf herbegint. Het is hem gelukt te ontsnappen en staat midden de weg mij aankijkend al blaffend. “Vale, vale…”, ik check even om te zien dat hij mij niet benadert. Neen.

Bij het aankomen kort voor Hinojosa del Duque zitten twee ooievaars. Eén, twee en na de tweede springen ze de lucht in.
Door de regen voel ik me net een ‘schaatserijder’ op de weg. Eén stap en ik schuin 2 cm vooruit. Zandgrond. Ik gebruik de zijkant of middenberm om proberen een vloeiende pas aan te houden, daar waar de wortels de grond samenhouden.

Aangekomen in de stad, ga ik de sleutel halen in het politiekantoor. Deze nacht deel ik mijn kamer met iemand van la Guardia Civil.

Alcaracejos

In de velden is paars, wit, geel te bespeuren. De witte bloemblaadjes van de Camille hangen nog naar beneden en wachten tot de zon hen ontwaakt. Mijn tenen genieten van de ochtenddauw.
In de verte hoor ik stemmen, dierengeluiden en bellen… een schapenboer.
Ik hoor ze roepen “venga, venga”, of zoiets. In deze situatie kan ik me voorstellen dat hij roept dat zijn schapen komen, ‘vient vient’.

Hier en daar zijn zwarte boomstammen te bespeuren in de verte.
Onder mijn voeten is de weg oker roestbruin gekleurd en puur natuur, deze natuurlijke bedding, zijn mijn voeten zo blij om.
Op de zijkant… Rozemarijn (Salvia rosmarinus) , Zonneroosje (Helianthemum) , kurkeik, steeneik…

Wandelend doorheen de stilte, de rust die hier over het landschap hangt… er zijn zo van die plaatsen waar ik zo zou willen blijven vertoeven omringd door al dit waardevolle essentie.

Hoge loofbomen met afpellende schors laten me vermoeden dat er een rivier is… war verder kom ik aan de Rio Guadalbarbo. Of toch voor wat ervan overblijft.

Een konijn zit me aan te kijken en rent weg…’Hmmm, voor jou ben ik geen gevaar. Straks val je nog ten prooi aan…’, gaat door mijn gedachten.
Een paar minuten later op een lange weg, die me wat doet denken aan een Afrikaanse weg, vliegen wel een tiental arenden plots boven me weg. Hun uiterste pennen gericht naar boven, laten ze zich drijven naar de horizon.

Af en toe blijf ik staan om het omgevingsgeluiden in me te laten opnemen. Een paar schitterende lichtblauw gekleurde vogels, met zwart kopje en lange staart vliegen al kabaal makend over de weg. In mijn rug het geluid van een wild-zwijn. Wat verder schapen die blèren.
In de hoogte het knarsend geluid van de arend en af en toe, een deuntje mij zo bekend ‘de buizerd’.

Op een moment zie ik iets harig, elegant springen met de kop naar beneden. Ik haal mijn camera boven en bevries. Zou het de lynx kunnen zijn ! Hi, wanneer ik zie dat het een vrolijke ‘patou’ is, schiet ik uit in een lach. Zelf hij kan elegant springen. Zalig.

Een pauze onder een olijfboom, zodat ik de lange tocht van vandaag kan wandelen. 34 km.
Verderop wandel ik door een hectaren groot afgebrand bosgebied. Zo bevreemdend. Hoe pijnlijk deze situatie eruit ziet, zo ongelofelijk bijzonder om te zien hoe veerkrachtig Moeder Aarde is bij het zien van de nieuwe scheuten aan de voet van de afgebrande stammen van de eiken.

Een Duitse herder komt vanuit het niets naar mij gelopen. Een gelebber en een duw in mijn knieholtes. Duidelijk zin in spelen. In de verte zie ik hem verder springen met zijn baasje.

Ik nader Alcaracejos. Hier en daar is een Finca zichtbaar. En… Koeien…. Geen zwarte koeien met wit stippen, wel eerder witte met zwarte stippen. Hi, een dalmatierkoe… Haha… Hmm., zou dit het gevolg zijn van teveel zo’n op mijn voeten.

De lange eentonige vier kilometer, lijken me oneindig te zijn. Aangekomen verwelkomt een vriendelijke dame me in de Albergues voor pelgrims. Ik heb deze avond het kleine knusse huis voor mij alleen.

HIER MEER BEELDEN

VillaHarta

Na een goede nachtrust, daal ik af naar de bar voor een ‘café con leche ‘. De tv staat op… een kenbaar deuntje, maar deze keer in het Spaans…’geef nu de hand aan elkander…:
Toen ik gisteren morgen aan een school voorbij kwam werden kinderen en ouders verwelkomt met het lied’ Canon’ van Pachelbel. Zalig toch!

Ik verlaat Cerro Muriano. Een groep joggers steekt me voor… en nog… en nog…
Rechts van mij zie ik andere sporters… Een militaire kazerne. Nu begrijp ik de vierkantige structuur van hoe het dorp is gecreëerd.
Het is me al snel duidelijk dat het niet enkel een kazerne is, wel een gans militair gebied.
Boven de arcade van de militaire basis ‘Todo por la patria’. Hmmm…
De roze reukerwten kleuren de border van het domein. De ooievaars hebben hun nest gemaakt op het radio station.
In de verte – toch voelt het dichtbij- een fikse knal. Woensdag is blijkbaar knaldag.
Op een moment hoor ik een geluid, alsof iemand voortdurend in eerste versnelling rijd en zich er niet bewust van is…Een tank.
Nu begrijp ik de fikse knal.

De ganse dag gaat de wandelweg parallel met een snelle autoweg en een groen zacht GR pad, waar ik af en toe kies voor de zachte bedding van deze laatste.
Léger en wagens, toch voelt deze weg goed en vredig, soms vergeet ik zelf dat er een verkeersweg is.

De Cistus is terug talrijk aanwezig. De koe bij de horens vattend, breng ik mijn neus in de Cistus en laat me bewust onderdompelen.
Maar voor ik dit doe zet ik mijn beide voeten goed op heupbreedte, ga wat door de knieën, steun mijn handen op mijn wandelstokken en adem diep in via de neus. Sluit mijn ogen. Ik laat de geur volledig tot me komen…
Het duurt niet lang voor ik me kan ontsnappen en laat toe wat komt.

Een beeld. Twee silhouetten. Het beeld wordt duidelijker. Twee personen. De ene persoon heeft lange haren, de ander half lange haren. Beiden hebben ongeveer dezelfde gestalte, ze dragen een gelijkaardig soort kledij. Een stof die rechtdoor valt vanaf de schouders zonder taille tot bijna aan de voeten. Wat vuil beige.
Beide personage leggen hun hand in elkander . Ze staan met hun rug naar elkander toegekeerd. Hun borststreek is ruim en open . Hun kin is wat naar bovengericht. Beiden hebben een vredige zachte openblik. Het is voor mij duidelijk dat het gaat om een vrouw en een man. Beiden hebben een gelijkaardige evenwichtige energie, waarbij man en vrouw zou kunnen in het niets opgaan en het geslacht geen betekenis heeft.

Aan de basis komt vanaf de grond een bleekgeel breed vol-licht die vertrekt vanaf hun voeten en aan een snelheid naar boven gaat en verkleurt naar wit. In de hoogte verfijnt het naar bijna niets en toch vol, ruim. Het voelt krachtig en vredig.

Het beeld duurt maar een paar seconden, maar was zo treffend duidelijk.
De boodschap… Dat de tijd gekomen is, niet in een cirkel te staan naar elkaar toekijkend, die als sluitend werkt, beperkt. Het was een tijd nodig. Nu, Wel de kracht van het Licht te gebruiken in onze ruggengraat, elkander steun geven zodat we stevig kunnen staan en het Hart naar buiten richten zodat het zich kan verspreiden, de wijde wereld in, gesteund door de kracht van het licht in de rug.

Wanneer ik mijn ogen open, ziet het veel ruimer uit rond mij.
De weg gaat verder… Hoog in de lucht een bijna halve maan, terwijl de zon me laat genieten van haar stralen. Een roofvogel laat zich leiden op de luchtstroom. Te groot om een buizerd te zijn, vermoedelijk een arend.

Een schaapherder komt mijn richting aangewandeld. Zijn grote herdershond komt snuffelen.
Vlinders zijn meer en meer zichtbaar. Eglantier rozen hebben hun eerste frisse groene blaadjes.
En voor ik het besef kom ik aan in Villaharta.
Aangekomen in een nette en pas nieuwe albergue, mag ik een avondje doorbrengen met twee Spaanse heren. Morgen staat me een lange dag te wachten. Welterusten iedereen.

De Cistus

Ik verlaat Córdoba richting Cerro Muriano.
Luidende klokken brengen me richting een Santa Clara convent. De prachtige handgeschilderde grondtegels hebben hun émail verloren door de jaren heen. Zusters komen één voor één de kerk binnen. Een donker bruin lang kleed, wit koord en een zwart kapje op. Nog voor de viering begint, verlaat ik de ruimte.
Langsheen de Sint-Jacobskerk, Maria-Magdalena kerk. Allen gesloten. En sedert het begin van deze tocht zijn de meeste kerken gesloten. Uitstervend of beschermend of beiden.
Het centrum verlatend valt het me op telkens te zien hoe de straten er verloederd bij liggen. Hoe muren en winkel luiken volgekladerd worden met graffiti.

De weg neemt me mee door een terug ander landschap. Rotsachtig, veel groen. De bomen met hun grillige vormen. Op de middag komt de zon tevoorschijn na een frisse ochtend.

Ik geniet na en is ook voelbaar hoe deugddoend de 2 daagse rust me bracht. In een volledig ontspanning.
Het valt me op hoe verruimend mijn zintuigen zijn.
Af en toe hou ik even een pauze om te zien rond me, te luisteren…
In de verte zijn de bellen van de schapen hoorbaar, vogels, de wind, rond zwevende vliegen, de bijen.

Een klimmende weg die ik moeiteloos bewandel, geflankeerd door Helianthenum of ook wel zonneroosje genoemd en Lavendula stoechas of vlinderlavendel.

Op een bepaald moment sta ik stil en ben ik gewaar hoe zalig het voelt om te Zijn. Om de balans gewaar te worden in mijn vertikale en horizontale as, in en rond me.
Voor me een veld met olijfbomen, niet zoals de vorige dagen waar er werd gekweekt, maar eerder een immense grote tuin in zijn volle rust en puurheid.

Twee stammen trekken mijn aandacht. Het lijkt op een dansende boom. De één armen/takken breed, de ander hoger. Alsof ze een cirkel beweging aan het maken zijn en in elkander opgaan. Een harmonieus geheel.
Ik nader de boom. De twee stammen komen uit één wortel. Ze zijn één, in harmonie. En op een of ander manier brengt deze olijfboom me naar man en vrouw. Naar de creatie van de mens… komen we niet allen uit die één en zelfde wortel. Waar we dansend in harmonie, in balans, het leven zouden kunnen dansen.

Wat geniet ik van de vergezichten. Van de Liefde te beleven met het leven.

Op een gegeven moment komt er een niet onbekende krachtige geur naar me toe. Ik probeer te achterhalen van waar het komt. De Cistus ladanifer. Hier en daar staat een bloem in bloei. Maar de geur komt vooral van de struik zelf.
De geur komt zo krachtig binnen, dat ik gewaar wordt dat het iets vrij maakt. Een emotie komt los, ik probeer in overgave te gaan. Open mijn longen, adem diep in en probeer alles rustig te laten gebeuren. Het is iets kenbaar en niet de eerste keer dat het mij overkomt. Hoe kan ik het verwoorden… iedere keer wanneer ik dit gewaar wordt, voelt het ‘te groot’ aan, alsof ik het niet aan kan of zou kunnen dragen. Het voelt als iets die geboren wil worden… en toch is er iets die me tegenhoud… Ik besef dat er een angst aanwezig is. Ik niet durf. Angst voor wat… Ik kan er niet bij.
Alsof ik binnenin een enorme behoefte heb om te gaan roepen en terzelfde tijd iets zou willen baren…
Ik ween… niet van verdriet… gewoon iets heel oud aanvoelend.
Ik draai me om en zou willen op mijn stappen terug keren, om terug naar die plaats te gaan en proberen in volledige overgave te gaan. ‘Neen, Jasmine’… het moment is er nog niet…. gaat door meheen. Welk moment. Ik stap verder en vraag hulp hierin, dat ik hierin mag vergezeld worden.

Na nog een prachtig stuk natuur, met een paar krachtplaatsen eindig ik in Cerro Muriano.

Wens

Mezquita Córdoba

Het ontwaken in een Hostal met een klas jong adolescenten, hmmm, niet zo evident om er rust te bewaren.

Ik maak me klaar om de Mezquita te gaan bezoeken. Vroeg in de morgen en voor de misdienst is er geen entrée te betalen. Best wel goed meegenomen en lief van de man aan de receptie om me hiervan op de hoogte te brengen.

De deuren gaan open. Ik herinner me dat ik hier 25 jaar geleden voor de eerste keer kwam. Mijn ogen konden het niet allemaal waarnemen, ik werd toen overdonderend. Een moskee in een kerk, een kathedraal in een moskee… zo werd het in het verleden opgebouwd. Hoe het gebeurde of hoe men eraan kwam laat ik graag ‘buiten’.
Een fascinerend gebouw. Het samenspel tussen de twee is prachtig. De architectuur, de kunst. De zovelen handenarbeid, het waren grote kunstenaars.
Ik floreer tussen de zuilen tot ik aan de kapel van het Heilig sacrament kom. Een dame is aan het poetsen. Een deur naar buiten staat open. ‘Och!’ , terug denkend aan de gebeurtenis van gisterenavond. De muur aan de Oostzijde. Ik wandel verder de muur af, na de kapel van het Sacrament. Een volgende kapel. Op het hekken staat geschreven ‘Santa Maria Magdalena y Asunción’.
Ik voel een innerlijke glimlach. In dankbaarheid.

Gisteren avond kwam ik onverwachts in een doorlopend straatje terecht ‘Banos Arabes de Cordoba’. Daar mag ik nu gaan van genieten!
Een man verwelkomt me, met een badhanddoek, badpak en teen slippers.
Op de binnenpatio een eerste bad, het zoutbad.
Ik wandel onder de eerste arcadeboog , langs een fluweel overgordijn.
Een karmozijnrode ruimte met aan beide florale Moorse stuc. Het water een koloniaal/turquoise blauw. Drie arcade bogen. Een waterspuwer. Mijn ogen dienen zich wat te wennen aan de donkere omgeving.
Ik stap het warm waterbad in en laat zachtjes mijn lichaam onderdompelen in deze voor mij niet onbekend voelende ruimte. Veruimende emoties komen los. Plots ben ik omringd met vele andere vrouwen, op mijn huid een lang tuniek in natuurkleurige stof kleeft wat op mijn huid en laat mijn lichaamssilhouet zien. Lange haren liggen wat nonchalant op mijn schouder. Ik sluit even mijn ogen, open ze opnieuw. Het beeld vervaagd.
Ik haal diep adem… Zucht.

Na een hotbad en koudbad, een zoutbad waar ik me in volle overgave in neerleg. Kijkend naar de witte wolkjes die voorbij komen, laat ik mijn lichaam langzaam drijven.
Hoewel ik niet zou willen sterven in water, uit schrik te verdrinken, maar heen gaan in een zoutwarmwater bad naakt liggend in overgave op deze manier… zou wel een wens kunnen zijn. Zou wel kunnen… neen, Een wens.

Cordoba

Santa Cruz… gisterenavond vroeg ik me af ‘wat doe ik hier?’. Een niet uitgeruste nachtrust haalde me uit bed.
De kilometers die voor mij liggen vandaag kunnen niet opgesplitst worden… geen dorpen ‘between’, geen wagens die er voorbij komen. De andere optie is een drukke snelweg om wat minder kilometers te nemen. Uiteindelijk kies ik ervoor om maximaal tijd te benutten in Córdoba en nam de hedendaagse ‘ezel’, de bus.
Vóór mijn aankomst in Córdoba vliegen wel honderden roofvogels in de lucht. Bijna ongeloofwaardig.

Twee dagen rust staan me te wachten. Het is zon-dag en dit zal ik nu eens ten volle in acht nemen.

Oranje bloesems beginnen hun eerste parfum te verspreiden in de straten van de stad. Amai, wat zal dit zijn eenmaal de witte bloemknopjes volledig zullen open springen.

De stad ontwaakt. Terwijl ik op mijn sandalen loop, zijn velen nog in wintertenue en de blikken naar mij voeten spreken soms boekdelen, ook al begrijp ik de taal niet. En mijn voeten… wat zijn ze blij de vrijheid te voelen.
Witte duiven in de parken vliegen massaal naar de voeding die voor hen wordt uitgestrooid.
Een pluizig dier, mij onbekend maakt een dutje in de ruïne van de enorme waterrad langs de Rio Guadalquivir.
De vijgen boom laat zijn nieuw kleed zien… De vruchten zullen voor de pelgrims zijn in het najaar.

Gisteren kwam een indringerige persoon via een privé bericht onder de noemer van ‘Licht en Liefde’, mij vertellen dat ik verkeerd ben, gedoctrineerd, niet bewust in het leven sta, niet in het NU leef, het Licht niet ken… en zo verder.. .. omdat ik ergens zou gereageerd hebben op een beeld van de Aertsengel Michaël.
De vrouw ging ervan uit dat ik voor de oorlog ben omdat het beeld die zijzelf toonde/ziet van de aertsengel een mes in zijn handen heeft en de duivel onder zijn voeten.
De dame sprak de ‘waarheid’, plaatste zich als bijna ‘de juiste’, noemde me ‘lieve schat’ en terzelfde tijd probeerde de dame in kwestie me voortdurend van iets te overhalen…

De situatie doet me wat denken aan – en een gelijkaardige gewaarwording als toen in Italië, toen iemand zei dat ik de duivel was.
Het voelde als iemand die me kwam uitdagen… in Liefde blijf ik staan, in Liefde zal ik blijven staan.
Best wel uitdagende tijden als je het me vraagt.

Langs één van de muren waar de Puerto de Almodovar is, staat een beeld van ‘Abu Al Walid Muhammad ibn ruchd. Averroes- filosoof, medico’ . Geboren in Córdoba 1126 overleden in Marrakech 1198. De beide steden waar ik me thuis voel.
Ik bezoek de ‘Casa Sefarad’ en zijn synagoge. Of Sepharade – Joods-Spaans.
Amai, de tijden van de Middeleeuwse Inquisitie, die officieel ontstaan is om een eenheid te creëeren. Welke eenheid?! Toch niet deze van het hart.
Catharen, de tempeliers en nog zoveel anderen werden vervolgd.
En dan was er de Moderne inquisitie genaamd, deze van Spanje. Waar het model van samenleven tussen Christenen, Musulman en joden werd weggevaagd.
Terwijl, wie je ook bent, met welke religie ook, welke strekking ook of hoe je in het leven staat gelovig, atheïst…. Het Hart is de essentie van alles en iedereen.

Ik kom aan in mijn volgende kamer ‘3’. Net naast de Mezquita. Een fijne hostal met een patio en Moorse zeliges.

Het blauwe uurtje komt eraan, tijd voor een avondwandeling.
Voor één van de poorten van de Mezquita sta ik tegen een muur geleund. Ik blijf er een eindje staan… mensen komen en gaan.
Plots hoor ik een gezang waarin het woord ‘Libertad’ komt. Niet in een Spaans deuntje maar als een Muezin die het gebed uitroept. Het voelt wat bizar aan en iets van niet in het NU.
Ik geraak niet weg van de tempel… Euh, de Mezquita. Zo voelt het. En heel bizar… Het is alsof ik in Jeruzalem zou kunnen staan…
Wat ik hier gewaar word is gelijkaardig als toen, in de Basiliek van de Aertsengel Michaël in Pavia. Een zacht ‘klimaat’, als een thuiskomen. Benieuwd wat er rond of achter deze deur-muur schuilt van deze Oostgevel.

Santa Cruz

Alcala la Réal, Alcaudete, Castro del Rio, Baena… ondertussen ben ik al een paar dagen verder.
In Baena stuur ik wat bagage op met de post. 1400 gram vertrekt richting België. Matras, bibizak en vijfvingerschoenen mogen uit mijn rugzak.

Een vreemde en voor mij een niet zuivere situatie doet zich voor bij een booking van een appartement door een pelgrim. Het adres klopte niet, de eigenaar gebruikte een naam van een hostel die hem niet toehoort… Hmm, mijn buikgevoel zij ‘hier zit iets niet pluis’. En alles moest snel gaan. Dit werd ’s avonds nog eens bevestigd door er ons op te leggen in het restaurant en bijna het dubbele te vragen van de prijs, dan wat op de kaart stond.

Hoelang ben ik nu op stap 2 weken, 3 weken…. Tijd vervaagd.
Op de tocht wordt ik enorm gewezen op zelfzorg en eigenlijk geniet ik ervan en brengt dit nog meer rust.

De tocht is niet zoals andere tochten. Geen aankloppen voor een overnachting. Geen bewoners met vragen/delen. Wel bijna ieder avond een pension. En eigenlijk doet het me veel goeds. Me-time. Zorg dragen voor mezelf na de zovele maanden zorg voor een ander.

Sedert drie dagen is de buizerd, Aertsengel Michaël iedere dag present. Gisteren mocht ik in kamer drie overnachten en vandaag kamer zeven. Benieuwd!

Na Alcaudete was er een groot meer, allé, een meer, een enorme droge vlakte waar wilde everzwijnen zich thuis voelen.

De olijf plantages zijn enorm. Momenteel is op veel plaatsen de snoei begonnen en hier en daar is de zaag hoorbaar. De meeste takken die in het midden naar omhoog groeien worden afgezaagd, zodat het zonlicht midden in de boom terecht kan.
Nadien worden deze takken verbrand of gaan ze door de hakselaar.

Een boer wandelt met zijn handen op zijn rug, van de ene boom naar de ander. Op zijn hoofd een blauwe pet met een rode en gele streep. In een zachte beweging brengt hij één hand naar de takken. Zijn bewegingen zijn zo liefdevol dat ik hem niet wens te storen met een ‘Buon dia’. Ik geniet bij het zien van zijn liefdevolle meditatieve bewegingen. Wat later kruisen terug onze wegen en roepen we elkander toe ‘buon dia’.

De eenstijlige meidoorn begint hier al aan zijn bloei. De eucalyptusbomen laten hun schors vallen, terwijl de wind muziek maakt in het bladerdek.
De opgedroogde grijszilver kleurige distels brengen een extra frisse toets in het landschap. Witte slakjes zijn zichtbaar op hun stengel.

Een andere boer probeert zijn schoenen af te kloppen aan een steen. De regen van voorbije nacht, doet de aarde aan ons voeten kleven. Op zijn gele wagen ‘La Vita e Bella’. Ik vraag of ik er een foto mag van nemen. Ik tover een blij gezicht en met fierheid stapt de man in zijn wagen.

Een kenbare overheersende geur is al twee dagen aanwezig. Zwarte olijvengeur.
Tussen de hanen die kraaien, hoor ik een radio. Een olijf- fruitboom kwekerij.
In de verte schijnt de zon op witte huizen. Santa Cruz kondigt zich aan.

Bijna slenterend kom ik aan in Santa Cruz. Een vrouw zit aan haar venster en piept achter haar bril. Ik zwaai haar toe. Oeps, de vrouw kwam snel terug in haar naaiwerk.

Na aankomst leg ik me moe en voldaan in een zalig bed. Eventjes mijmer ik en denk ik aan de zusters in Luik. Op zondag morgen keek ik altijd uit naar de Laudes. In gedachten zal ik bij hen zijn.

Espejo

Ermita Nueva

Het verlaten van Moclin was wat mysterieus. In mijn rug was de lucht zo open en vrij dat de Sierra Nevada wel heel dichtbij leek te zijn.
Voor mij een dikke laag mist bedekte de vallei. Het afdalen in de vallei was voelbaar op mijn huid. Afdalend kwam ik in een andere ‘wereld’, een wereld die plots zo dichtbij leek te zijn. Donker en licht speelt er met elkaar. Alsof entiteiten voelbaar meer aanwezig leken te zijn. Flinterdun. Ik genoot van ieder stap die ik nam en van het wondermooi toneelspel die zich rond me afspeelde.

In de verte hoor ik de ‘toeter’ van een bakker die zich aankondigt. Ik kan hem niet waarnemen. Dichtbij, helaas wandel ik niet op zijn ronde.
Een stevige klim tussen de olijfbomen doet me vaak een halte houden, tijd om het landschap op een andere manier te bewonderen. De gele bloemblaadjes van de voorjaarsbloemen kleven op en kleuren mijn tenen.

In Ermita Nueva verschiet ik van een kleine vierpoter die plots uit het niets komt. Klein en venijnig. Vaak zegt het baasje iets van. ‘… no peligroso..’. ‘Mijn voeten’, tot je je omdraait en ze vals terug in aanval gaan. De verloren gelopen honden zijn hier niet gevaarlijk, deze sluipen weg van de mens omdat ze weggejaagd worden, helaas. Zo kwam ik al menigte Podenco’s tegen, op zoek naar voeding en gekwetst aan de poten of achterdij.

Ik zie een man zich regelmatig bukken, over een voor mij bijna leeg veld. Bij het naderen zie ik de grote stevige asperges in de grond. Ik blijf even staan zeg “Ola, buen dia”, en ook al kunnen we geen lange zinnen maken… een hand in de lucht, een glimlach, zijn werk bewonderen en de boer dan veel goeds wensen, doet soms meer dan vele woorden. Alvast voor mij, deugddoend.

Een zacht looiend landschap, wisselend in een gamma van bruin, groen, grijszilver tinten.
Hier en daar een grootmoeder en haar kleinkinderen wandelend in ont-moeting naar de mannen zittend op de banken vóór een hedendaags gesloten kerkje. Een vrouw met een geruite schort, een strohoed en een wat dikkere pull, heeft plaats genomen in haar voortuin. Naast haar een rieten mand waaruit een draad wiebelend tevoorschijn komt. Onder haar armen twee tikkende naalden. In stilte wandel ik haar huis voorbij genietend van dit zo herkenbaar tafereel.

Beelden van de dag KLIK HIER

Kortfilmpje KLIK HIER

Licht

Een rustdag in Granada.
’s Morgens ga ik mee met Hannelore en Chris naar het Alhambra, op goed geluk hopen we nog een ingangsticket te bemachtigen.
Mijn voeten zien af en voel dat ik niet 100% kan doorstappen. Ik ontspan me en vertrouw dat het beter zal worden.
Chris kan een kaartje bemachtigen. Voor Hannelore is het te lang wachten, want straks neemt ze de weg. Ik heb het geluk om het paleis te kunnen zien naar de vooravond.

Na een ontbijt met Hannelore, geven we elkander een knuffel. Zij stapt verder, ik lees wat in een boek. Buen Camino.

Capilla real de Granada. Geraakt door de religieuze kunst binnenin. Schilderijen van Vlaamse primitive zoals Van der Weyden, Hans Menling, Johan Provost en Dierik Bouts… De kleuren, de perfectie in hun werk… allemaal pareltjes. Een beeld van Maria raakt me.

Tussen de Capilla real en de Kathedraal ligt de ligt de kerk van het tabernakel. De deuren zijn net open, er was een privé viering. Ik wandel rond en boel dat ik ruimte en tijd nodig heb om me naar binnen te keren. Ik stap in de kappel van het sacrament. Een dik rood gordijn scheidt de ruimte van de kerk.
Ik neem plaats in de rustigste ruimte. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op elkaar. Ik maak contact met mezelf en richt mij op mijn hart. Ik stel me open, groet en vraag om hulp. Hulp vragen, niet echt mijn sterkste kant. Ik plaats mezelf in een wit licht en blijf zo een eindje zitten. De notie van tijd gaat verloren. Deugddoend.
Bij het terug naar buiten gaan. Begin ik te wandelen, tot mijn grote verbazing loop ik vrij zonder pijn voelend en kan ik door stappen. Bizar, zelfs de rest van de dag voel ik de ontsteking niet en voelen mijn voeten licht.

Generalife- Alhambra

Bezoek aan het Alhambra. Op de banken van het paleis ‘Nazaries’ wachtend op het bezoekuur. Laat ik me onderdompelen in een innerlijke rust, ik luister naar wat binnen in me afspeelt. Ik voel en hoor mijn eigen hartslag. De eerste dagen in Spanje was het hevig. Ik kon het aan de inspanning en hoogte verschil koppelen. Nadien werd mijn hart rustiger. Het komt en gaat en hoewel dit wat nieuw is voor me, toch heb ik diep van binnen een gerust gevoel en voel ik dat ik me geen zorgen hoef te maken. Soms heb ik het gevoel dat gans mijn Zijn in haar blootje komt te staan.
Dit is nu de derde keer dat ik het Alhambra bezoek, een plaats waar ik zeker terug kom. Het paleis van de ‘Nazaries’ is voor mij tot nu toe één van de mooiste Moorse kunst die ik heb gezien. Een kunst die me enorm aanspreekt, gemaakt met veel zorg en met een schitterende vakmanschap.

N’a een rustdag verlaat ik Granada richting Pinos Puente. Een oninteressant parcour. Onverzorgde buitenwijken en wegen, gedumpt asfalt overal, vandalisme. En eenmaal Granada verlaten is het terug oppassen geblazen voor de zoveel hondenpoep die ligt te loeren tot je erin stapt.
Een ontspannen bad maakt mijn dag goed, niet alleen de dag, gans mijn lijf weet deze ontspanning te appreciëren.

Pinos Puente in de morgen is leeg. Geen kat te zien. De vogels verwelkomen me. In Olivera neem ik een uur rust vóór ik de laatste drie kilometer naar Moclin neem. Hmmm, een 500 stijgen is niet min. En ja hoor, het was puffen. Af en toe sta ik stil ga ik naar binnen, plaats me in het Licht en stap verder. Langs de weg kon ik me optrekken aan kinderen die naast me wandelen en kon ik op mijn beurt hen aanmoedigen. Het was een verademing om aan te komen. Dankbaar om de weg die ik reeds aflegde. En mijn voeten, behalve de blaren die mijn voeten komen versterken, doen het goed.

Voor de mensen die meer beelden wensen te zien. Dit kan op Instagram, Polarsteps, en you-tube.