Wonder-schoenen

image

26 juni – Wat een bevrijdend gevoel terug te mogen wandelen tussen de graanvelden en de maïsvelden.  Net uit het dorp Hopital Orbego, twee wegen, rechts of links. Ik kies rechts om de N120 te vermijden. In het eerst volgend dorp, een ontbijt.  Een Amerikaanse dame zit er met haar zwemslippers aan, met tape vastgekleefd aan haar kousen rond haar enkel. Ze vertelt me dat haar bagage niet is aangekomen.  Ze steekt haar schouders op en haar wenkbrauwen gaan omhoog. Geen zorg.  De Mac-Gyver schoenen.  De vrouwen van de bar kijken haar heel verwonderd aan. Plots staan ze naast de Amerikaanse dame met een schoendoos met erin nieuwe sportschoenen. Zomaar uit het niets, voor niets. De wonderen op de weg. Met haar nieuwe wandelschoenen aan begint Penny te dansen. Deze verbondenheid over de grenzen heen op de weg ontroerd me. Nog voor de middag ben ik in Astorga. Een heel aangename en rustig stad. Ik bezoek er de kathedraal en een huis van Gaudi. Ik krijg honger, neem plaats op een terras naast de kathedraal en eet er een spaghetti Carbonara. Er rest me nog vier kilometer te gaan. Ik vertrek.  Aan een kruispunt staan mijn voeten op een gele pijl van de camino. Ik kijk naar mijn voeten.  Zie nu pas dat mijn schoenen de kleuren dragen van de camino.  Het voelt vreemd om na drie maand andere schoenen aan mijn voeten te hebben.  Net als mijn op de draad versleten t-shirt die gisteren in de prullenmand verdween. Een onaangenaam gevoel. Een klein stukje heb ik eruit geknipt en bewaard. 

Léon

image

24 juni – Nieuwe wagens, koelkasten, kruiwagens en zoveel meer. Wat moet ik hiermee? Een deel van wat op mijn weg komt voor ik Léon binnen wandel.  Ik krijg hier een stikkend gevoel bij.
Voor mij een man, een houterige houding. In zijn linkerhand een paraplu, rechts een sigaret.  Ik hoor zijn voeten slepen. Zijn hoifd hangt naar beneden.  Gevangen in het lichaam. Wat ben ik blij daaraan te zijn ontsnapt, dankbaar om mijn wilskracht en doorzetting. Ik wandel Léon binnen.  Links een psychiatrisch centrum. Léon voelt niet goed.  In het centrum ga ik naar de Kathedraal,  te betalen.  De pelgrim wandelt verder en laat de Kathedraal achter zich zonder deze te bezichtigen.  Ik probeer zo snel mogelijk de stad te verlaten.  De stad voelt voor mij onaangenaam. Tien kilometer verderop blijf ik overnachten.  Net buiten Léon.  Een sportwinkel,  ik doe nog een laatste poging. Ik kom naar buiten met loopschoenen. Niet iets wat ik voor ogen had, wel iets waar me voeten blij mee zullen zijn. Mijn andere schoenen zal ik blijven meedragen om regelmatig te wisselen.

Alain

image

23 juni – Met een onverwacht ontbijt en een stevige knuffel van de eigenares van Santa Clara start mijn dag. Links een veld,  een laan van kastanje bomen. Rechts van het pad waar ik op wandel, een ondiepe gracht, een weinig tot bijna niet gebruikte weg. Voeg daarbij de geur van gedroogd gras en de warmte van de zon en je hebt bijna een totaal beeld. Aan de horizon in de verte, de bergen, op sommige bergtoppen is nog sneeuw te zien. Waarschijnlijk deze die ik binnen 3 dagen mag beklimmen.  Het eind van de Meseta is in zicht. Ik kijk uit om terug de bergen te mogen bewonderen.  Na 21 km hou ik een halte en eet ik een kleinigheid met een andere pelgrim. Zou ik Léon halen vandaag! Alles zal afhangen van mijn voeten. Ik hoop Alain nog even te mogen ontmoeten nog voor ik mijn weg verder zet. Alain zijn weg stopt in Léon tot volgend jaar. Tien minuten nadien zie ik Alain voor me wandelen. Aan zijn zijde gekomen “encore ent forme”? Hij schrikt me te zien omdat hij dacht dat ik al lang ergens met mijn benen in de lucht lag. ” Oh, c’est une surprise de te voir encore.  Eh bien je suis ravie”, vertelt hij me met een zingend Frans accent. “Alain avant que je continu ma route, j’aimerais bien te donner un gros calin”. “Oh je ne peut refuser”. We stoppen en geven elkander een grote knuffel. Ik fluister wat in zijn oren. We kijken elkander lachend aan en vertrekken terug in stilte.  Wandelend voor de auberge waar Alain halte zal houden,  draai ik me om. We kijken elkander aan. Ik neem mijn zonnehoed af, hij zijn pet. Beiden maken we een neerwaartse buiging.  Ik draai me terug om en verdwijn om de hoek.

Santa Clara

image

22 juni – De nacht bracht geen regen. De dagen blijven warm. De rivieren staan droog. Na 21 kilometer stopt het wandelen voor vandaag. Mijn voetzolen doen pijn en hebben nood aan rust. Ik stop voor de eerste maal in en privé auberge bij particulieren ‘Santa Clara’. Tien bedden. We zijn er uiteindelijk met acht. Twee Fransen, drie vrouwen uit Oostenrijk,  een jong meisje uit Arizona, een vrouw uit California en ikzelf. Alain uit Frankrijk zag ik een week geleden met zijn mooie wandelstok en een rugzak die volledig krom hangde. Ik vroeg hem of ik hierbij kon helpen zodat hij comfortabel de weg kon stappen.  Om één uur ga ik naar de misviering voor Corpus Christi. Een poging tot, voor de mis begint val ik in slaap. Ik verlaat de kerk en ga op een terras om wat te drinken en te eten. Alain is er ook. Nog voor ik ga zitten zegt Alain ” Vous etes une belle femme, Jasmine”. “Merci, cela fait plaisir de entendre cela”, antwoord ik hem met een glimlach. Ik ben wel even mijn woorden kwijt 🙂 . Fijn om dit te mogen horen en waarbij ik kan voelen dat het welgemeend is. We beginnen samen een gesprek. Het was lang geleden dat ik nog eens over  spiritualiteit kon praten.  Nadien keren we terug naar de auberge.  Mijn voeten krijgen een voetbad terwijl ik met anderen op de binnenkoer van de auberge zit. Twee mensen zitten te praten,  Alain is in slaap gevallen. Twee dames zitten rond mij. Ik begin te zingen, iets wat ik voordien nooit zou hebben durven doen.  ’s Avonds gaan we allen samen naar het restaurant.

Un poco

image

21 juni – Ik neem afscheid van de vijf zusters. Klaar voor mijn derde dag doorheen de Meseta. Zeventien kilometers, meer dan drie uur wandel ik op één recht, breed pad. In de verte zie ik kleine bewegende stipjes die me laten vermoeden dat er andere pelgrims zijn. Af en toe komt er een fiets langs gereden. Iedere keer schrik ik door de snelheid.  Een fietsbel zou niet overbodig zijn. Ik luister wat naar mijn muziek. Peter Bourke en Lisa Gerard klinken totaal anders hier op de weg. Ik voel dat ik op doorzetting mijn weg verder wandel.  Een doorzettingsvermogen die niet onbekend is, verstand op nul en je weet dat er nadien de bevrijding is. De muziek wordt zwaar en ik voel dat deze mijn energie naar beneden haalt. Op hetzelfde ritme van de klank zet ik mijn voeten neer. Zwaar. Toch beslis ik om het muziek niet te veranderen.  Ik doe door en probeer me te focussen aangename dingen. De bloemen,  waarbij de Ornithogalum af en toe te zien is. Een eenzame boom in het veld.  Ik ga opzoek naar wat te zien is in de horizon.  De insecten,  gezang van de vogels.  De macrowereld in deze immense oppervlakte.  Recht voor mij een dal, groen, bomen, een kerktoren. ..een dorp! Ja, eindelijk een dorp.  De muziek van Lisa Gerard maakt plaats voor Loreena Mc Kennitt. Een bar, een terras en iedereen weet die goed te appreciëren.  Ook mijn benen en voeten.  Na de pauze gaat het wat vlotter.  Terug een lange weg, deze keer met schaduw plaatsen. De weg loopt evenwijdig en naast een autoweg waar sporadisch eens een wagen langs rijdt.  Ook al is er een asfaltweg het stoort me niet. Ik geniet van de andere kant van de weg. Een positieve keuze 😉 . Mijn armen voelen warm. Mijn hoofd frisser nu mijn haren geknipt zijn ‘un poco’ werd een rattekopje 🙂 . Op de weg een warme gloed over de horizon,  waarbij je zou denken dat de weg beweegt.  Ledigos, Ik zet nog even een tandje bij en kom na bijna drie kilometer aan in Terradillos de los Templarios. De zwaluwen vliegen in grote groepen laag over het dorp. Hoge wolken.  Zou er deze avond wat regen mogen neerdalen op de droge velden!

Carrión de los Condes

image

20 juni – Vijftien kilometer in de benen,  tijd voor een pauze in Fromista. Ik had net de indruk dat ik ergens aan het wandelen was in België.  Een kanaal met populieren, even een verfrissing na alle droge velden. Na tien uur wordt het heel warm. De weg vertrekt vanuit Fromista langs de autoweg. Eén lange weg tot in Carrión de los Condes.  Een weg bezaaid met bloemen.  De laatste kilometers worden het moeilijkst, op twee kilometer ervoor zie ik het topje van de kerk. Tot daar is het alsof de twee kilometer oneindig is. Ik sleep me bijna al leunend op mijn wandelstokken naar het dorp. Na een half uur sta ik voorover gebogen voor de Albergue Parroquial de Santa Maria. Ik heb het gehaald.  Een warme ontvangst door de zusters.  Om achttien uur is er een bijeenkomst met de zusters.  Eentje heeft een Goddelijke stem, een stem die me weet te ontroeren. We zingen verschillende liederen in verschillende talen.  De muziekinstrumenten: tamboerijn,  djembe en een gitaar. Nadien kan elke pelgrim, wie het wenst een liedje brengen in de cirkel. Een lied die bij me opkomt is ‘Uniao’ een prachtig en krachtig lied die ik heb leren kennen tijdens de Santo Daime. Om negentien uur is er een gratis gitaar concert in de kerk. Om twintig uur is er een viering voor de pelgrims met een inwijding door de priester en de zusters.  Een heel mooi en teder moment op de weg naar Santiago. We eindigen de avond met het delen van het avondmaal samen met de zusters.  Het dessert daar hebben de pelgrims voor gezorgd. Een warme en deugddoende avond en dit vóór de midzomernacht.

Meseta

image

19 juni – De zon schijnt in de rug. Ik zie mijn eigen schaduw op de weg. Het is zeven uur in de morgen. Mijn pull beschermd me van de koude wind. Blij dat de wind er is anders zou het heel warm kunnen worden. Ik wandel in het begin vande Meseta.  De natuur is prachtig. Veel tarwe, lage heuvels,  kleurrijke wilde bloemen.  Af en toe een dorp die uit het niets verschijnt. Net voor Castrojeriz zijn er de ruïnes van San Antón. Uit nieuwsgierigheid wandel ik tot aan de auberge die gelegen is aan de binnenkant van een prachtige ruïne. Vrije donatie voor overnachting. Na Castrojeriz zie ik een berg voor me liggen. Een stevige klim. Achthonderd meter omhoog met twaalf procent. Met mijn armen dicht bij mijn lichaam beklim ik deze met kleine stapjes. Boven aangekomen krijg ik een immense schoonheid te zien. Wijdse velden,  verschillende kleuren en vormen, een oneindig zicht. Een traan van vreugde, opluchting voor ee beklimming achter me. Het dalen gebeurt al zigzaggend met achttien procent. Na dertig kilometer zeggen mijn voeten,  ik heb er genoeg van. Voor vier euro meer kies ik voor een enkel bed in een kamer van vijf. Ik ben de enige die deze keuze maakt. Super, een kamer en badkamer voor mij alleen. Een spiegel! Dit was lang geleden.  Ik schrik, in de goede zin 😉 . ’s Avonds eet ik een menu. Niet denderend.  Rechtover mij een man. Hij zwijgt geen vijf minuten en doet een verhaal over een andere pelgrim en de reden waarom ze voor de weg kiest. Haar zoon is overleden. Hij maakt er de bedenking bij ‘nochtans die zoon was geen gebruiker van alcohol, drugs…het was een goede jongen. Was het wel zo geweest….!’ Ik werd misselijk van deze uitspraak.  Ik vroeg hem vriendelijk het onderwerp af te sluiten. Een gesprek die ik niet had moeten horen.

Western

image

18 juni – Meer dan honderd pelgrims verlaten de auberge municipale de Burgos.  Zelf ben ik één van de laatste.  Gekende gezichten verlaten de weg in Burgos om op een later tijdstip terug de weg te nemen.  Vele nieuwe gezichten komen erbij. De nette kledij en stofvrije rugzakken en schoenen laten zie wie ze zijn. Pas na tien kilometers ben ik uit Burgos.  Een onaangename weg langs autowegen.  Tot mijn grootste verwondering protesteren mijn voeten niet na de vele kilometers van gisteren.  Rond de middag kom ik aan in het dorp Hornillos del Camino.  Het dorpje doet me denken aan een dorp uit een Western of de film Zorro. Eén weg. Het zand die af en toe opwaait. Een lege straat. Lege huizen. Geen saloon, wel een bar. Een klein dorpje die leeft van de Camino. Mijn dagelijks ritueel, douche, de was, eten en luieren. Voor het slapen gaan doe ik nog een korte wandeling. Ik mis iemand aan mijn zij om deze mooie avond te delen en af te sluiten.

Burgos

image

17 juni – 28Db, ik had deze nacht wel 56Db gehoorbescherming nodig. Vroeg uit de veren. Een klim van 1162 meter vandaag. Ik draai me om en kijk naar het landschap. Een roze-oranje gloed komt tevoorschijn net boven het gebergte.  Ik hoor enkel de wind. Paars, gele bloemen aan mijn voeten.  In de verte het dorp waar ik heb overnacht. Een prachtig beeld die ik niet kan vastleggen op camera, wel gegrift op mijn netvlies en het geheugen samen met de geur en het gehoor. Geen beeld voor aan de muur, wel eentje om mee te dragen in het hart. 
Villafranca. Wanneer ik langs de auberge municipale wandel vraag ik me af wat ik liever zou gehad hebben, het gesnurk of het geluid van de vrachtwagens op door weg naar Burgos.
Op de Alto de Valbuena veranderd mijn gezichtsveld, het wordt ruimer. Alles rond mij begint terug lichtjes te bewegen. Af en toe is mijn ademhaling onregelmatig. Ik adem diep in en uit. Ik probeer uit mijn denken te gaan en te voelen.  De angst te aanvaarden die subtiel aanwezig. Mijn schedel doet pijn. Ik blijf doorwandelen.  Voor ik me er bewust van ben is het zachter geworden.  Ik zie een tal van vlinders rond me. Het Icarus blauwtje is terug. Rond de middag kom ik aan in Atapuerca. Een pauze. Mijn schoenen en kousen gaan uit. Wat voelt dit goed. Na een half uur vertrek ik terug, richting Burgos. Een klim tot boven op de Matagrande. Op 1078 meter een labyrint die in wandel. In de verte Burgos. Nog 20 km te gaan tot daar. Mijn lichaam voelt goed, nergens voel ik pijn. Op 10 km voor Burgos, Villafria. Vanaf hier een lange vier vaksbaan tot in het centrum van Burgos doorheen de industrie zone. Ik wandel nog een vier kilometer en begin te twijfelen of ik de rest van deze afschuwelijke weg met de bus doe of te voet. Geen gemakkelijk beslissing, ik had me voorgenomen geen vervoermiddel te nemen tijdens de Camino die me verderop zou brengen.  Uiteindelijk kies ik om dit afschuwelijk stuk niet op mijn weg toe te laten. De laatste zes kilometer doe ik met de bus. Geen spijt. Om 16 uur kom ik aan in de Kathedraal van Burgos. Zelf heb ik geen voeling met de kathedraal,  maar wat een pracht daarbinnen, wat een Kunst. Een tweede bezoek zou hier niet misplaatst zijn. Burgos is de eerste stad die voor mij aangenaam voelt. Een centrum waar ik het gevoel heb dat de mensen tijd nemen om te genieten.