Nu

image

3 juli – De wolken hangen in verschillende lagen boven het land. Af en toe probeert de zon er doorheen te komen. Ik wandel het ene kleine dorpje na het andere in. Allemaal dorpjes met één straat. Een schuur staat open,  in het schemerlicht zie ik de boerin de koeien melken. De haan kondigt een nieuwe dag aan. De eerste Eucalyptus bomen zijn te zien.  De Achillea Millifolium staat mooi naast de Campanula. De weg gaat naar beneden, naar boven. Dit maakt het boeiend en afwisselend 😉 . Deze morgen vroeg een pelgrim ” tu va ou ce soir?” “Je sais pas encore,  mon corps va me le dire.” “Il faut bien arriver un jour!”, krijg ik te horen met een grote glimlach. “Arriver ou!”, antwoord ik met een knipoog terug. Standvastig,  zelfzeker en vol vertrouwen blijf ik mijn weg volgen in het NU.

Honderd

image

02 juli – Na een tumultueuze nacht (slapen op de bovendste bedbank met alcohol is geen aanrader, neenee, ikke niet 🙂 ) draai ik me nog even om en kijk naar het Monasterium.  Een feeërieke weg neemt me mee doorheen de dag. Het landschap van Galicia is prachtig. De weg gaat op en neer door het bos.  De geur van rotte bladeren. De zon die door het bladerdek schijnt. Het geluid van het water in de rivier. De koekoek die me een goede dag zegt. Een hond  die blaft in de verte. Vandaag wandel ik de laatste honderd kilometer in van deze Camino de Santiago.  Honderd kilometer!  Het dringt nog niet volledig tot me door. Waarschijnlijk omdat ik deze honderd kilometer niet zie als een einde, wel een begin van iets nieuws en moois. Ik geniet nog altijd van het alleen wandelen en tot nu is dit altijd mogelijk geweest.  Massa pelgrims zoals ik verschillende malen heb mogen horen en waarvoor ik verwittigd ben geweest,  hier zijn ze alvast niet.  Mijn keuze was en is alvast bij mezelf blijven en ten volle de pelgrimstocht beleven.  Voor mij is dit enkel mogelijk wanneer ik alleen op stap ga. De neiging is anders veel te groot om te vertellen.
Hier sta ik dan voor de kilometer paal honderd. Een lelijke paal vol graffiti.

Kelten

image

01 juli – De natuur is stil. Geen vogel, insect te horen. Alle wilde bloemen hangen met hun kopje naar beneden.  De dikke mist toverde waterparels op de grassen. Met mijn verkoudheid begin ik aan de afdaling.  De wind laat zich zien en horen. Het regent. Hmmm, dat dacht ik tot ik mijn bril van mijn neus nam 😉  .  Tot in Triacastela daalt de weg. Het gaat behoorlijk goed ook al ben ik verkouden. In het begin van Triacastela staat een prachtige kastanje boom met wel een omvang van ongeveer drie a vier diameter. De dorpjes zijn stil en sereen.  Ik hoor een roofvogel. Mijn hoofd richt zich omhoog en zie de roofvogel landen op een rots. Komt me bekend voor. Deze keer ben ik er alleen en de roofvogel met twee. Deze keer ben ik niet richting huis, wel richting Santiago of  is het richting ‘thuis’ 🙂 . Wat verder voel ik me net in de tijd van de Kelten. Een bos vol verrassingen. Ik vraag me af hoe het is met de dansende anemoontjes en de denneappels.  Op een heuvel zie ik vier jongens op een muur zitten. Ik ga dichterbij. Waw, wat een prachtig zicht! Het Monasterium van de Benedictijnen in Samos. Daar zal ik mijn nacht doorbrengen.

Silhouet

image

30 juni – Wat verkouden vertrek ik met vijf pelgrims om de laatste berg te trotseren vóór Santiago. Het zicht is beperkt tot vijf meter. De wolken brengen kilte en vochtigheid met zich mee. Mijn handschoenen en muts kan ik eindelijk nog eens gebruiken, het was dan toch geen overbodige bagage. Elk op zijn eigen ritme stappen we in stilte. Tien uur, de eerste zonnestralen komen eventjes door de wolken schijnen. Mijn versleten wandelschoenen die ik moeilijk kan achterlaten doen het gewicht in mijn rugzak toenemen.  Dit maakt de klim niet gemakkelijk. Meer dan tweeduizend heb ik ze gedragen en zij mij.  Vandaag is het exact negentig dagen dat ik onderweg ben. Het voelt vreemd aan te weten dat het einde van deze Camino dichtbij is. Op een hoogte van duizend tweehonderd meter wandel ik Galicia binnen. In een dorpje hoog op de berg wacht ik in de zon op de anderen. Het is stil, het zicht is niet in woorden uit te drukken.  Kijkend naar de weg zie ik drie silhouetten bijna uit het niets verschijnen, twee grote en één kleine in het midden. Een vrouwelijk en een mannelijk, een kind. Hand in hand. Ik voel mijn lichaam die vraagt naar uitbarsten… mijn tranen zoeken een uitweg. In stilte en alleen wandel ik verder tot in Cebreiro.  De vele Digitalissen verwelkomen me in Cebreiro.  ’s Avonds is mijn tolerantie laag. Ik heb even genoeg van de vele luidruchtige en respect loze al of niet pelgrim in de albergue.  Nood aan een stevige en goede nachtrust.

Villafranca

image

29 juni – Kleine pittoreske dorpjes, fruitboom gaarden, wijnvelden… Tussen de overweldigende geur van Brem, de vele bijtjes die zoeven in de Digitalis kom ik laat in de voormiddag aanin Villafranca.  Een terras, de zon, café con leche.  Schoenen die uitgaan. Armen en kuiten die ingesmeerd worden. Ik sluit even mijn ogen en geniet van de warmte op mijn huid… Even later wandel ik een brug over en verlaat ik de stad via een autoweg.  De weg neemt me mee de bergen in. Vierentwintig kilometer verder en na verstand op nul kom ik aan in Trabadelo.  In de albergue zijn we maar met vijf pelgrims. ’s Avonds gaan we samen naar het restaurant.  Om eenentwintig uur lig ik in mijn bed.

Acebo

image

28 juni – “Bon Camino et prudence” roept de hospitaliero wanneer ik de deur van de Albergue in Acebo achter me sluit. Ik vervolg de afdaling van gisteren,nog acht kilometer dalen tot in Molinaseca. De kastanje bomen staan een voor een naast elkaar. De bergdorpen ontwaken heel moeizaam. Fietsers komen in een snelheid naar boven gereden op de weg. Een fietswedstrijd. Het pad is amper 1m50 breed. Een vermoeiende afdaling waarbij enige concentratie noodzakelijk is. Af en toe glijden stenen onder mijn voeten weg. Voor extra veiligheid heb ik vandaag terug mijn versleten bergschoenen aan. Op de middag begint het te regenen.   Voor de eerste keer doe ik mijn regenponcho aan. Zou ik er nu echt uitzien als een pelgrim zoals op de vele beelden. Ik kijk in een vitrine van een winkel. Help ik zie er plots dubbel zo breed uit. Net een omgetoverde Barbapapa 😉

Cruz de Ferro

image

27 juni – Een bijzondere man de hospitaliero in de albergue Municipal van Murias de Rechivaldo, Pedro is zijn naam. Een kleine albergue met tien enkele bedden waar het aangenaam slapen was. Voor het ontbijt een kleine attentie,  een heerlijk potje yoghurt.  Drieëntwintig kilometer in stijgende lijn tot aan de cruz de Ferro. Ik bewonder de natuur.  Blijf af en toe staan om mijn ogen te sluiten en te luisteren wat er rond mij gebeurt.  Rond dertien uur kom ik aan op een hoogte van 1504m aan de voet van de Cruz de Ferro.  Ontelbare stenen liggen op de grond. De bedoeling is dat de pelgrim er een steen achterlaat die hij meebracht in zijn rugzak. Als teken van zijn zonde achter te laten en hun rugzak wat lichter maken. Wat is een zonde? Sommigen vervangen de steen door andere persoonlijke objecten zoals een knuffel, een briefje, een foto… Dit zou een mystieke plaats zijn op de weg naar Compostela.  Voor mij heeft deze plaats niets met mystiek te maken. Als ik de verschillende mensen zie al of niet pelgrim rond deze plaats, heb ik eerder de neiging te denken dat het een attractie is of trofee op weg naar. Een man stapt uit zijn wagen, wandelt naar het kruis. Ik hoor hem spuwen. Een beetje verder zie ik hem naast de kapel plassen. Fietsers stappen van de fiets lopen naar boven tot aan het kruis, foto en terug wegwezen…  De steen met een Sint Jakobsschelp die ik ergens langs de weg heb gevonden in Frankrijk gaat nog eventjes met me mee op reis 🙂 . Ik begin aan de lange afdaling. De volgende albergue ziet er bizar uit. Ik wandel verder. Meer dan zeven kilometer blijf ik verder dalen. De afdaling is niet eenvoudig en vraagt een enorme fysieke concentratie. De omgeving is van een oneindige schoonheid. Voor de eerste keer gebruik ik rescue bij aankomst. Het ene wat ik voel zijn mijn benen en de rest…de rest is….

Wonder-schoenen

image

26 juni – Wat een bevrijdend gevoel terug te mogen wandelen tussen de graanvelden en de maïsvelden.  Net uit het dorp Hopital Orbego, twee wegen, rechts of links. Ik kies rechts om de N120 te vermijden. In het eerst volgend dorp, een ontbijt.  Een Amerikaanse dame zit er met haar zwemslippers aan, met tape vastgekleefd aan haar kousen rond haar enkel. Ze vertelt me dat haar bagage niet is aangekomen.  Ze steekt haar schouders op en haar wenkbrauwen gaan omhoog. Geen zorg.  De Mac-Gyver schoenen.  De vrouwen van de bar kijken haar heel verwonderd aan. Plots staan ze naast de Amerikaanse dame met een schoendoos met erin nieuwe sportschoenen. Zomaar uit het niets, voor niets. De wonderen op de weg. Met haar nieuwe wandelschoenen aan begint Penny te dansen. Deze verbondenheid over de grenzen heen op de weg ontroerd me. Nog voor de middag ben ik in Astorga. Een heel aangename en rustig stad. Ik bezoek er de kathedraal en een huis van Gaudi. Ik krijg honger, neem plaats op een terras naast de kathedraal en eet er een spaghetti Carbonara. Er rest me nog vier kilometer te gaan. Ik vertrek.  Aan een kruispunt staan mijn voeten op een gele pijl van de camino. Ik kijk naar mijn voeten.  Zie nu pas dat mijn schoenen de kleuren dragen van de camino.  Het voelt vreemd om na drie maand andere schoenen aan mijn voeten te hebben.  Net als mijn op de draad versleten t-shirt die gisteren in de prullenmand verdween. Een onaangenaam gevoel. Een klein stukje heb ik eruit geknipt en bewaard. 

Léon

image

24 juni – Nieuwe wagens, koelkasten, kruiwagens en zoveel meer. Wat moet ik hiermee? Een deel van wat op mijn weg komt voor ik Léon binnen wandel.  Ik krijg hier een stikkend gevoel bij.
Voor mij een man, een houterige houding. In zijn linkerhand een paraplu, rechts een sigaret.  Ik hoor zijn voeten slepen. Zijn hoifd hangt naar beneden.  Gevangen in het lichaam. Wat ben ik blij daaraan te zijn ontsnapt, dankbaar om mijn wilskracht en doorzetting. Ik wandel Léon binnen.  Links een psychiatrisch centrum. Léon voelt niet goed.  In het centrum ga ik naar de Kathedraal,  te betalen.  De pelgrim wandelt verder en laat de Kathedraal achter zich zonder deze te bezichtigen.  Ik probeer zo snel mogelijk de stad te verlaten.  De stad voelt voor mij onaangenaam. Tien kilometer verderop blijf ik overnachten.  Net buiten Léon.  Een sportwinkel,  ik doe nog een laatste poging. Ik kom naar buiten met loopschoenen. Niet iets wat ik voor ogen had, wel iets waar me voeten blij mee zullen zijn. Mijn andere schoenen zal ik blijven meedragen om regelmatig te wisselen.