Convento

Een korte dag staat me te wachten…ideaal om een uurtje langer in bed te liggen. Aan de ontbijt tafel deelt de eigenares van de B&B in het kort haar leven. Bij mijn vertrek vraagt ze me om haar mee te nemen in gebed. Ik deel met haar wat ze me bijbracht. We geven elkander een zoen.

De eerste dag dat ik de Tau samen met een gele pijl mag zien. Deugddoend… Net als de rood-witte strepen of andere signalisaties bv stikkers hebben een grote waarde voor de pelgrim of wandelaar. Voor mij zijn ze symbool als verbinding van mens tot mens en niet enkel materie. Drie kilometer lang wandel ik in stijgende lijn op een duidelijk pad. Stap voor stap… met volharding… Hmmm, volharding klopt eigenlijk niet, uithouding in volzachtigheid.
Stijgen zonder moeten, zonder het einddoel voor ogen te nemen. Geen moeten en zonder op de tanden te bijten. Gewoon in het nu… stap voor stap… met attentie voor mijn lijf en ademhaling.
Het is een beetje dankzij de Vipassana dat ik dit heb kunnen integreren in mijn dagelijks leven…

Het is net door niet te ‘willen’, gewoon te zijn, mijn lijf te voelen in zijn totaliteit. Door mijn tanden niet in iets te zetten, wel door ontspannen in beweging te komen en te werken met de innerlijke kracht. Op deze manier hou ik het niet alleen vol, het brengt me ook de mogelijkheid te genieten van wat is. En zo gaat het ook met deze pelgrimstocht… geen einddoel voor ogen houden, geen kilometers, geen tijden… Behalve de natuurelementen. Boven aangekomen op de top geniet ik van een prachtig vergezicht… In zachtheid op de top… een vlinder komt me vergezellen.

Aangekomen in Castelvecchio Subequo. Ga ik naar het convento van de Franciscanen. Een broeder brengt me naar een ruimte, twee matrassen, lavabo en toilet. Meer hoeft dit niet zijn. De broeder stempelt mijn credential af en vraagt vijf euro voor het gebruik van water. Ik ga terug naar de ruimte…neem de matrassen… Een Schorpioen… Ohoh… Hmmm… wat doe ik…Ik ga terug naar de broeder en leg uit dat ik liever niet op de grond slaap omwille van het insect, met een bed was het geen probleen geweest. Ik verlaat het convento… piep even in de documenten van de tocht. Convento 30 bedden… hmmm. Ik bel Patricia op, zij zou de vrouw zijn die me kan helpen.
Ze loopt het lijstje af en meld me dat enkel de B&B beschikbaar zijn. Het convento is bezet door een grote groep en de familiale huizen zijn allen bezet. De B&B. Ik meld haar dat het boven mijn budget is en leg haar uit waarom… Ze vraagt me mijn budget… Komt terug en vraagt me hoelaat ik ’s morgens vertrek. Ze neemt me mee terug in het convento… Een slaapzaal met 16 bedden… Ik begin me toch wel vragen stellen. Ik zie de staat van de matrassen… Een lange tijd geleden dat hier nog iemand geslapen… De matrassen zijn vies… Ik voel dat er iets niet klopt… Ik haal de punten op en meld haar dat ik het niet fijn vind wat gebeurt. Hun aanbod op de lijst… Wat ze in werkelijk aanbieden….zogezegd bezet en toch niet is…de prijs… de staat van de matrassen…Eigenlijk begrijp ik niet waarom het convento dit doet, ze verliezen er niets bij door een pelgrim onmiddellijk een bed aan te bieden ipv op de grond te laten slapen op vieze matrassen… Wat hebben ze daar nu eigenlijk aan… Eerlijkheid duurt het langst of dit hier van toepassing is! Het maakt me stil…

Het belangrijkste is eigenlijk dat ik best wel fier op mezelf ben de laatste tijd… Wat ik de laatste tijd al mogen opkomen voor mezelf, zonder enig verzet of hardheid. Wel opkomen voor mezelf in zachtheid en me hierin te laten respecteren.
Dit is wat het mij al heeft bijgebracht … . Zelfrespect en me laten respecteren. En nog zoveel meer…

Ripalimosani

Een van de broeders vraagt of ik zin heb in koffie voor ik de baan op ga. Dit kan ik nu niet weigeren. De keuken… Een bruine eiken keuken met midden een kleine rechthoekige tafel. Het aanrecht… De koffiemachine…
Een donkerbruine lange pij en een wit touw verbergt de hedendaagse kledij van de broeder.
Koffie geur… Het geluid van de koffiemachine… Herkenbaar… Ik sluit even kort mijn ogen… Een diepe zucht. Gemis.

Een gemakkelijke weg vandaag zonder complicatie, zonder prikkers…oef…Een asfalt weg, ernaast velden afgemaaid gras. Links Campobasso die heb ik niet nodig… Deze regio weet ik veel meer te appreciëren dan de regio waar de VF doorgaat. De appenijen zijn werkelijk de moeite. Veel meer natuur, kleinere pittoreske dorpen, de benadering van de mensen, de hulp en openheid.

Op het middaguur kom ik gelukkig al aan in Ripalimosani. De warmte haalt je energie zo naar beneden en het moraal die volgt. Voor de eerste keer vandaag heb ik wat heimwee. De ontvangst is zo warm dat de heimwee al heel snel wat op de achtergrond verdwijnt.
Een kamer, verse handdoek en een keuken waar ik straks mag koken.
Terwijl ik op mijn bed lig na een lange middag slaap… Muziek… Een kamp… In de gang slapen refugees. Het gebouw naast het convento zijn 18 refugee jongeren tussen 10 en 15 jaar… Zonder ouders. Gelukkige hebben ze hier opvolging van dokters en psychologen.

Evenwicht

Pietracatella

Met de zon in de rug en de maan vooraan wandel ik door het prachtig landschap van de regio Moline. Van Pietracatella naar Toro. De vergezichten zijn subliem. De ene heuvel na de ander. Dorpen die boven op een top gevestigd zijn. De velden gekleurd door veldbloemen. Een temperatuur die vroeg in de morgen draaglijk is.

Ik ben nog niet volledig in een ontspannen lichaam. Mijn adem is niet volledig vrij. Ik word me bewust dat ik de laatste dagen vaak in een afgesloten wereld zat… mijn denken.
Mijn verlangen om wat ik heel diep vanbinnen voel, waar ik mag voor gaan en opbouwen. Die zo juist voelt nl het pelgrimshuis, is zo groot dat ik vergeet in het Nu te zijn. Mijn gedachten, ideeën, de opbouw, creativiteit broeit en bloeit. Dat het werkelijk een loopje met me gaat nemen.
‘Allé, hup Jasmine’, ik fluit mezelf terug. Wat ongeduldig… eerst nog verder rustig opbouwen en zorgen dat het project een stevig basis kan hebben…. en dit is hier en nu…

Een pen en papier is dichtbij de hand… Wat woorden, brainstormen en loslaten.

Net zoals de voorbije drie dagen heb ik terug een stukje weg die verdwenen is. Con I Ali à piedi daagt me werkelijk uit. Geduld, nederigheid, mildheid, doorzetting worden voortdurend op de proef gesteld. Dat ik in kracht en liefde hier evenwicht mag in vinden.
En eerlijk ook al is geduld een noodzaak, ik heb het soms wel gehad met veldwegen die niet meer bestaan of waar je plots over een ingezakte weg van 1m diep mag springen… En laat ik nog zwijgen over de vele miniscule prikkers die in mijn kousen zitten en me triggeren.
Behalve dit vind ik het een prachtige weg, natuur een weg van convent naar convent en waar je het leven van Franciscus dichtbij mag beleven.
Ik hoop dan ook dat Angela, de persoon die deze weg heeft gecreëerd, na meer dan 10 jaar mensen mag vinden om de weg te signaliseren, te onderhouden en bepaalde delen van de weg haalbaar mogen worden voor iedereen.

Padre

Ik open mijn kamer. Zuster overste staat aan mijn deur met een kop koffie. Wat lief. Ik schenk haar een offerta. Ze weigert en vraagt om hen mee te nemen in gebed. Ze gaat terug naar de keuken en komt terug met een plastiekzak… twee broodjes, vierkante plakjes kaas, twee appels…. een picknick. Ik buig wat voorover als teken van dank… Nog voor ik de lange gang van het klooster verlaat, draai ik me om en wuif.

Een lange vernieuwde geasfalteerde weg richting Castelnuovo della Daunia. Gelukkige heel rustig, weinig wagens behalve landbouwers die in de olijfboomgaarden werken. Pas bij de laatste zes kilometer kan ik een landbouw weg nemen. Er heerst een aangenaam rust over de vallei. Aangekomen in het dorp ga ik eerst opzoek naar water… geen kranen. Wel een klein vierkante blok waar je voor zeven cent per liter kan aankopen, met de keuze tussen plat of spuit. En het spuitwater is hier heerlijk, zacht en zonder teveel prik. Ik stap verder richting centrum en bel aan aan de deur van de priester. Een vrouw antwoord doorheen de parlofoon. Een tal van vragen… De laatste vraag is ”una donna o uomo ? ” Ik antwoord” donna”. “À… No donna à casa”. Euh… ik ben even woordeloos. Bedoel je als ik een man was ik binnenmocht? “Solo uomo”, bevestigd de vrouw. Ik eindig al lachend “ik kom terug… Ik ga eerst naar de tovenaar”. Ze haakt in. Awel den deze heb ik nog niet gehad. Een priester die de pelgrim volgens geslacht aanvaard. Jah… er is duidelijk iets mis.
Aan de overkant van de weg kijkt een man toe. Hij roept en zegt “scheelt er iets”. Ik vertel hem dat ik een overnachting zoek. Wacht, ik zal je helpen. Een andere man komt toe en vraagt ook wat er is en al heel snel staan er drie mannen rond me. Een die belt. Een die vertaalt. Een die vragen stelt en totaal naast mijn antwoorden reageert. Kom zegt de ene, hij heeft een overnachtingsplaats gevonden.
“En route avec trois mousquetaire”, zeg ik hen en ze beginnen te lachen.

Een maal contact met de mensen voor de overnachting, geven we elkander de hand en verdwijnen ze. “Ik roep nog na ” si chiama!” “Angelo”!
Een half uur later sta ik de bibliotheek te poetsen. Daar waar ik zal overnachten. Mijn bed… een tafel… deze keer zonder matras.
Na wat uitrusten wandel ik nog tot aan de kerk… een priester….ik roep zijn naam… hij draait zich vreugdevol om. Ik stap naar hem toe. Wat onwennig zegt hij “Pelligrini” “Si”, terwijl ik hem een hand geef. Zijn glimlach wordt wat onwennig. Weinig woorden waren voor mij noodzakelijk om me uit te drukken over de situatie ivm het weigeren omdat ik een vrouw ben. Ik had kunnen in discussie gaan, mij gaan verdedigen, opkomen of in gevecht gaan voor mijn vrouw zijn. Wel ja dit had ik gekunnen, dit had me echter nergens gebracht. Ben ik onderdrukt geweest? … Neen. Uitgesloten als vrouw? …. Het is… Heb ik er last van gehad!? … Neen, Ik was wel verwonderd omdat ik dit niet had verwacht. Deed dit me pijn?… Neen en het kan enkel pijn doen als ik het persoonlijk neem en oudzeer niet had verwerkt. En waarom zou ik, het was zijn keuze, zijn huis. Is hij daarom een ‘slecht mens’ (ik gebruik liever dit woord niet, alleen weet anders niet hoe ik me kan uitdrukken) neen. Eerder niet echt een voorbeeld voor zijn functie die hij draagt en voor het “geschreven’ die hij zou moeten vertegenwoordigd.

Torremagiore

Gisteren nam ik de bus vanuit Monte San’t Angelo tot aan San Severo waar ik een paar dagen geleden heb overnacht. De eerste drie dagen van de weg ‘Con le ali ai piedi’ overlappen deze van ‘Via Mikael’.
Vanuit San Severo wandel ik nog een acht kilometer, een ideale afstand om te zien hoe mijn voeten en enkels voelen en rustig op te bouwen.

In de vroege namiddag kom ik aan in Torremaggiore. Twee vrouwen op een bank in de schaduw. Ik vraag hen waar ik een convento kan vinden. Ik krijg te horen dat die gesloten. Esther en Patricia helpen mij bij het zoeken naar een overnachting. Een telefoon hier… daar… een half uur later weet ik met zekerheid dat er een overnachtingsplaats is, enkel nog twee uur wachten tot ze alles klaar hebben om mij te ontvangen. Esther heeft me haar telefoonnummer voor in geval ik hulp zou nodig hebben. We nemen afscheid. Ondertussen ga ik in het enig café die nog open is mij beschermen tegen de warmte en zon. Op het uur van afspraak sta ik dan aan de deur van een verzorgingshuis voor vrouwen die psychisch ziek zijn, van dementie tot…. Een bed met verse lakens, alles werd met zorg klaargemaakt. Een Rosario is bezig en ga hen vergezellen. ’s Avonds neem ik het avondmaal samen met de patiënten. Het doet me terug denken aan mijn stages psychiatrische verpleegkunde. Wanneer de overste me aanspreekt, doet ze dit in lettergrepen en met een hoge stem. Ik vind het eigenlijk wel een beetje lachwekkend en terzelfde tijd schattig. Ik heb zo het idee dat ze voor de eerste keer in lange tijd een vreemdeling heeft ontmoet…
Om negen uur ga ik slapen om nog het maximum te kunnen uitrusten voor een nieuwe volle dag.

Abbazia di Pulsano

Michel brengt me vandaag naar de Abbazia di Pulsano op acht kilometer van elkaar. Wat fijn om mensen te mogen ontmoeten die met zoveel openheid, fierheid en liefde verder delen wat hun waardig is. Terwijl hij mij met de wagen brengt zit hij vol enthousiasme te praten over zijn vrijwilligerswerk in de Abbazia. Gelukkig dat er op deze weg niet veel auto’s rijden. Een Italiaan die praat in een wagen… nu begrijp ik waarom sommige auto’s heen en weer zwieren (grapje Michele).
Eenentwintig jaar geleden zijn er hier terug monniken komen wonen en werd met man en macht de abdij gerestaureerd.
Ik krijg een kamer. Broeder Efrene toont me de abdij en de kerk. Geen broeder in lange pij, een jean en polo. Broeder Efrene en Pierre, samen met vele vrijwilligers onderhouden deze prachtige en serene plaats. Ik vraag aan Marie Lou of ik haar kan helpen in de keuken. Voorlopig niet… je mag in vakantie zegt Efrene. In het deurgat staat plots een pelgrim die ik weken geleden heb ontmoet en mij zorgen om heb gemaakt. Eigenlijk verschiet ik niet, diep vanbinnen wist ik dat ik haar nog zou ontmoeten. Om niet in detail te gaan… een verloren schaap die alle hulp weigert. En wanneer je hulp hebt aangeboden, alsook anderen en de hulp werd geweigerd dan kan ik alleen maar die keuze respecteren. Het ene wat ik dan kan doen is naast haar blijven staan.

Chiesa Santa Madré di Dio

Ik ga op mijn bed liggen en rust wat uit. Mijn lijf kan het gebruiken. En bekijk mijn weg voor terugkeer. Om achtienuur ga ik naar de vespers. Als teken van de samenleving te respecteren.
Na de vespers ga ik het gebied verkennen. Nu begrijp ik waarom Nicola zei dat de Abbazia niet zonder de grot van Monte San’t Angelo kon en omgekeerd. Ze horen gewoon samen. Evenwichtig.

Het valt me pas nu op hoe de dagen al beginnen inkorten. Een zachte avond hangt over de vallei. De Abbazia is gelegen op het uiterste van een rots met zicht op zee. Rondom rotsen en heremiet grotten. In de verte loopt hemel en aarde in elkaar.
’s Avonds na het avondmaal doe ik de afwas en gaan we samen op het terras. Ik steek de kaars aan tijdens de maansverduistering en samen zingen we les Complice of de dagsluiting. De broeders gaan slapen. Marie Lou en ik staan zij aan zij aan de balustrade van de terras. In stilte kijken we naar de maansverduistering, de planeet Mars en de vele lichtjes aan de horizon. Een windbries zorgt voor een aangename temperatuur. De andere pelgrim komt erbij samen met haar deel ik verder de avond.

Verbinden

Basiliek Monte San’t Angelo

Om 9.30 heb ik afspraak met Mateo en Matea aan het infobureau van de Via Francigena.
Samen drinken we een koffie…een verwelkoming en kennismaking volgt.

De apotheker… opzoek naar tapeverband. Wanneer je lange afstanden wandelt heb je vroeg of laat te kampen met vermoeidheid, ook al draag je veel zorg voor je lichaam. Versleten schoenen, verandering van schoenen, temperaturen, je lichaamsgewicht en deze van de rugzak, je kracht, voeding en nog zoveel meer…kunnen voor aanpassing zorgen.
Mijn pezen blijven lichtjes zeuren, waardoor ik preventief mijn benen een andere kleur zal geven. Pink! Straks zal ik niet enkel witte sokken hebben, ook bleker banden op de voorbenen en kuit. Na nieuwe schoenen te hebben aangekocht in Rome zijn ook deze binnenkort aan vernieuwing toe. Helaas zijn kwalitieve schoenen hier niet zo te vinden. Ik hoop dat ik dan ook binnenkort mag op bosgrond wandelen, wat al een hemelsbreed verschil zal maken.
Niet enkel de pezen… Mijn huid heeft zich aangepast aan de zon en ziet er uit als een nomaden huid. En dan mijn kleren… De oorspronkelijke kleuren… wat was dit weer? Hoe mijn kleren eruit zien daar heb ik eigenlijk geen zorgen mee, het zijn immers niet de kleren die de vrouw maken, het is de uitstraling die van binnenuit komt.

Ik ga terug naar de basiliek… om in ruimte, tijd en zonder rugzak alles op mij te laten afkomen. Een man spreekt me aan bij de ingang. Hij ziet mijn Tau hangen rond mijn hals. “Francescani non possono immettere nella gotta”, of zoiets gelijkaardigs. Het komt erop neer dat ik volgens de man niet binnen mag in de grot. Ik vraag hem waarom. De reden is dat in het jaar 1216 Sint Franciscus bij aankomst geweigerd heeft de grot binnen te stappen omdat hij vond dat hij het niet waard was God te ontmoeten. Hij liet aan de deur een inscriptie achter, de Tau. Deze Tau is vandaag te vinden binnen aan de ingang in de basiliek, aan de rechterkant. antwoord aan de man dat ik de keuze van de Heilige Franciscus respecteer, dat het echter zijn keuze was, niet de mijne. Dat ik niet te voet ben afgekomen van België om aan de deur te blijven.

Aertsengel Michael

Ik daal de trappen af, 86, en zie hoeveel inscripties in de muur gekerfd zijn van de vele pelgrims die hier geweest zijn doorheen de eeuwen. Hand en voetafdrukken… namen, getallen, boodschappen…
Hoe dieper ik de trap afdaal hoe meer ik me voel naar binnenkeren en ingetogen wordt.
Ik loop wat rond in de basiliek en voel… Ik ga zitten… Sluit mijn ogen.
Ik wordt gewaar. Een warmte is voelbaar in mijn buik… alsof een vuurbol in beweging komt, terzelfde tijd wordt ik mijn harteklop gewaar… wat heviger naar mijn gewoonte… Ademen… Ik blijf in rust en met aandacht gewaarworden. Hoe langer ik blijf gewaarworden hoe dieper en intenser het wordt… Ik laat gebeuren in alle vertrouwen. Woorden komen doormeheen ‘kracht, liefde, licht, vuur, evenwicht’…een kaars.
Ik open mijn ogen. Kijk rond… Mensen, kinderen… Ik neem op… Ik voel… Blijf verder gewaarworden. Ik heb het idee dat iets me te doen staat… Voel twijfel, mijn denken. Diep van binnen heb ik een duidelijk beeld of eerder een duidelijke gewaarwording dat diep juist aanvoelt. Mijn denken zegt ‘misschien vul je het gewoon zelf in. .. Neen, Jasmine. Dit patroon oud patroon ken je. Vertrouw. Vertrouw’.
Ik verlaat de basiliek om het verder te laten rusten. Ik ga terug naar ‘Nicola’snestje’.

Terwijl ik op de trede zit van het huis, ik had mezelf buitengesloten (!), komt Nicola aan. Een spontaan en open contact. Samen gaan we eerst op stap voor wat nuttige boodschappen. Wasserij, schoenen… Michèle zijn papa vergezeld ons. Soms ontmoet je mensen op de weg waarbij veel woorden, uitgebreidde uitleg niet noodzakelijk is en je diep vanbinnen weet ‘dit zit juist’. Nicola spreekt me aan over ‘Abbazia di Pulsano’. Zijn vader stelt me voor dat hij me er morgen kan brengen. Zonder enige vraagstelling in mezelf zeg ik OK. Michel regelt er een overnachting bij de monniken. Ik vraag Nicola waar ik een witte noveenkaars kan aanschaffen en of er een mogelijkheid is deze te laten inwijden. Bij deze gaan we opzoek, vinden we de kaars en laten we hen inwijden net op de dag waar de Heilige St. Anna wordt gevierd en honderden kinderen worden gewijd. Ik vind het bijzonder en raakt me… ik krijg er geen woorden uit… mijn vreugde en traan verwoord alles. De kaars die op de pelgrimstocht het Zuiden en Noorden zal verbinden. Nicola, Michèle Mille Grazie et bonna Fortuna.

’s Avonds keer ik nog even terug naar het plein van de basiliek om het vuur en licht aan te steken en in stilte mijn avond in te gaan.

Ex Chiesa San Pietro

Chiesa di Santa Maria Maggiore