Taize

Het ochtendgebed. Het voelt hier goed en ik hou van de manier waarop de ochtendgebeden gebeuren. Met muziek en zingend. Een vrijheid en openheid is voelbaar. Hier kan ik plaatsnemen zonder dat spanning voelbaar is in mijn lijf en hoewel men de ruimte ‘kerk’ noemt voelt het voor mij zo niet aan. Er mogen meer van die plaatsen zijn. Een plaats waar Liefde en diepe verbondenheid voelbaar is. En hoewel er structuur is – een noodzaak wanneer men weet dat er hier duizenden mensen in een keer samenkomen- is doctrine hier niet voelbaar.

Er komt iemand naast me zitten, we zeggen elkander een goede morgen. De vrouw stapt terug op en gaat verder zitten. Een andere vrouw kijkt me aan en beslist verder te gaan zitten. Iets waar velen hier waarschijnlijk niet zouden bij stil staan. Voor mij was dit vroeger geen leuk iets. Ik voelde me hierbij als een vreemde, afgewezen, raar… alles wat niet goed was voor mijn zelfvertrouwen.
Ik ben me bewust dat ik het niet meer naar mezelf toetrek en voel me niet meer afgewezen. Oef… en dit gevoel opzich versterkt terug mijn zelfvertrouwen.

Na een dag Taize vervolg ik ‘la voie verte’, waar er de keuze mogelijkheid is tussen asfalt en zachte berm. Een zalige ochtendfrisheid is aanwezig. De verse marretakken hangen in dikke trossen in de bomen. Het kasteel van Cormatin vervaagt in de ochtendnevel. Hier en daar is een fietser die me kruist. Kraaien vliegen over de velden.
De herfst is voelbaar. Ongelofelijk hoe snel de natuursveranderingen gebeuren in dit seizoen.
Op een kruispunt dichtbij Taize, een *biologische bakker. Na een kort gesprek zegt een vrouw, “Eh bien, je suis très heureux de vous avoir rencontrer et de entendre que les gents ouvre encore leur porte. Cela fait plaisir.”

In Saint Gengoux, stap ik binnen in de bijzondere kerk uit het jaar 1120. Een tekst staat geschreven onder één van de beelden van de kruistocht en raakt me. Een tekst die ik waarschijnlijk al vele malen heb gelezen maar nu pas kan zien met mijn hart en daardoor kan begrijpen, ook al is het soms bangelijk (lees zonder angst) of tenminste me met grote verwondering, stomverbaasd me laten stilstaan. Oude geschriften van eeuwen oude gebeurtenissen, verwijzen naar gebeurtenissen uit mijn jeugd, waar zelfs namen gelijkend zijn. Telkens is een korte pijn voelbaar en terzelfde tijd wordt het geheeld en is liefde aanwezig.

Gisteren kwamen er bedenkingen bij me op bij het lezen van een tekst over Herodus en Pilatus, Jezus… Angsten… afwimpelen geen verantwoordelijkheid nemen…Eigenwaarde…Rechtvaardigheid.
Het reflecteert naar situaties in het nu en doet me inzien dat er vandaag na zoveel eeuwen, het er nog altijd opdezelfde manier aan toegaat.
En hoewel ik geen geschriften ken en weinig ervan afweet. Diep, heel diep van binnen is er altijd een diepe verbinding geweest met de man die Jezus heet.

Saint Genoux le national

Lavoir–Saint Genoux

In de namiddag wandel ik tussen de weilanden met natuurlijke omheiningen. Van het ene middeleeuws dorp naar een ander. Open landschappen met talrijke buizerds. Het voorlaatste dorpje voor Germany draagt prachtige straatnamen… Rue de la pléiade, chemin du poètes…
’s Avonds gaan de deuren open bij Georgette. Een vrouw van 91 jaar met een lichte vorm van Alzheimer die thuis wordt verzorgd door haar dochter Pierrette en Jacky haar schoonzoon. Een zoveelste warme welkom.

*Le pain d’Antonin in Cormatin.

Cluny

Een korte dag wacht me op. Van Cluny naar Taize.
In Taize zal ik twee nachten verblijven zodat ik me kan laten onderdompelen in wat daar is en benieuwd wat deze plaats me zal brengen.

Na de Laudes neen ik een stevig ontbijt. Vul ik mijn dagboek in… broodnodig… ik sta drie dagen achter. Om negen uur is er een misviering… eindelijk durf ik aan mezelf eens ‘Neen’ te zeggen. Amai, de beleefdheidsvorm van een misviering niet af te wijzen zat blijkbaar goed in mijn lijf gebakken. Het voelt goed van niet te gaan. In de vespers en laudes kan ik me wel vinden en is voldoende voor me, en ik hou er nog meer van wanneer ze gezongen worden. Plots hoor ik kinderen spelen. Ik ga naar het venster. Een school. Jong en oud in hetzelfde gebouw. Nu begrijp ik de aangename en jonge sfeer hier in het klooster.

Even wat slenteren door de stad en rond de abdij. Ik laat me verleiden door een boek, een pocket ‘Le Christ philosophe–Frédéric Lenoir’. Zou het me lukken om hem uit te lezen. Hmm… Ik hou jullie op de hoogte.

In een café met een nog authentieke façade en binnenin muren geschilderd met bloemen, vogels in groene tinten, komt een vrouw binnengewandeld in de stijl van édith piaf… De vrolijkheid tussen de klanten en zaak order is een plezier om naar te kijken.
De straten van Cluny hebben nog veel bewaarde Romaanse façades. De kleuren zijn in verschillende soorten Pasteltinten en heeft een fris en aangenaam uitzicht aan het dorp.

Une voie vertes gaat tot in Taize. Op de weg voel ik een gedaante in mijn lijf komen. Het voelt vreemd en toch bekend. Terzelfde tijd voel ik op horizontaal niveau een verandering komen. Ik zie een gekend iemand voor me verschijnen. Het voelt wat vreemd. Een verandering in nabijheid, in verbondenheid. Alsof het contact niet meer vanuit aardsniveau is.

Tien kilometer verderop kom ik dan uiteindelijk aan in Taize. Ik geniet nu al een paar jaar van hun muziek en hoop ze nu zelf ook mee te zingen. Ik krijg een uitleg van het reilen en zeilen. Een kamer wordt me toegewezen. ’s Avonds volg ik de avondgebeden mee. Een heel grote kerk met wel zeventig broeders in het midden. Tijdens het stille moment… hoor ik plots een plof. Een broeder is van zijn stoel gevallen. Bewegingsloos. Een gewaarwording. Ik hou mijn handpalmen tegen elkaar en op borsthoogte. Ik maak een diepe neerwaartse buiging, alsof het aanvoelt als een laatste groet. Na de stilte gaan de gezangen verder. Diep, ingetogen, verbonden. Op het einde van de viering wordt er gemeld dat fr. François is overleden aan een hartaanval.
Terwijl de gezangen nog bezig zijn verlaat ik om 22u de kerk. Een korte avondwandeling onder de sterrenhemel.

Marie-Agnès

Ik sluit de deur van de pelgrimsherberg. Een man staat te rusten op zijn krukken. “Bonjour monsieur, une belle journée nous attent.”… en zo begint een gesprek met een bewoner over angst, moed en volhouden.
Twee woorden die in vele levens aan de oppervlakte liggen. En wanneer we hier te lang aan denken en onze bovenkamer ermee vullen…. Dan… Wel de eerste stap wordt telkens opzij geschoven.
De moed, volhouden eerlijk ik weet zelf niet waar ik ze haal…of toch… Gedragen door het hart… Iedere dag mag het groeien en blijven groeien… En dan delen… Delen wat groeit en zo ontstaat terug plaats voor wat groeit en ontstaat evenwicht….

“Et votre lessive. Comment vous faites ?” … “Que trouver vous de mes vêtements.” “Bhein il sont propre” “Et oui il le sont… Et pourtant cela fait dix jours que il n’ont pas êtes laver.” Vous savez c’est tous comme la tête, le corps ce purifie. “Bhein, je vous admire madame…”

Parter dans l’instant présent, faites confiance et le chemin vous apprendra.

Vrij, vrijer wandel ik een nieuwe dag tegemoet. Een jonge vrouw in kleurrijke kledij met rugzak komt aangewandeld. Eli of Élisabeth. We staan een lange tijd de babbelen langs een wei waar geiten ons staan aan te kijken. Af en toe geraken we ontroerd door ons delen…
“Est ce que vous pensez que vous allez encore faire des pèlerinages?” “Non, très profondément je resent que c’est le dernier. Je rentre enfin à la maison…. Après quatre ans et plus, le temps est venue de partager et de construire un endroit pour le partage.” De vrouw krijgt tranen in haar ogen wanneer ik dit vertel. “Je suis heureuse d’entendre vos mots cela me donne du courage et de la force. Cela me touche ce que vous dites.” We geven elkander een knuffel en nemen afscheid.

Samen met de kleine prins redden we een bidsprinkhaan op de baan. De derde die we mogen ontmoeten. Deze was echter aan haar laatste uur gekomen.

De geitenboerin rijdt heen en terug met haar wagen op de veldweg. “Alle hup… Oeee… Oeee… Vous n’avez rien à faire ici.” De geiten waren uitgebroken.
Mijn dag eindigt in Cluny bij de zusters. Een warm hartige ontvangst… Zuster Marie-Agnes.
Voor de avondgebeden ga ik op boodschappen. Een heerlijke quiche op het menu deze avond met een salade en een zelfgemaakte vinaigrette.
Twee dames wandelen uit een kinderwinkel… “… Bhein… Lettres aux père Noël…”

Een warm gevoel vanbinnen.

La maison

De wijnranken zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor weilanden. Van boerderij naar boerderij…In mijn zak gepofte kastanjes die ik meekreeg van Didier waar ik overnachte.

Ik denk terug aan de zin ‘niet in de negativiteit te blijven’, nadat ik het verhaal van de priester aan iemand toevertrouwde van een paar dagen geleden. Terwijl het voor mij gewoon een delen was van de situatie tegen iemand met wie ik een nauwe band heb. Net zoals ik het belangrijk vond het te delen op de blog om het kenbaar te maken aan anderen die volgen. Niet om het naar de mens te richten.. wel om het probleem aan te kaarten in openheid.
Terwijl ervoor mij niets negatief aan vasthangt noch bij mezelf, noch naar de andere toe. Ok het was niet aangenaam en ik voel ook geen ballast.

Durven de realiteit onder ogen zien, angsten voorbij. Zonder weg te duwen, zonder ervan weg te lopen, zonder het de rug toekeren. Bij onaangename situaties gaan we dan sussen, minimaliseren, banaliseren. Dit kan omwille dat we niet weten hoe ermee om te gaan, uit eigen angst, onmacht, confronterend is, terwijl luisteren dan gewoon voldoende is. Gevoelens als pijn zijn ook niet te banaliseren want hiermee gaat men het gevoel van de ander ontkennen, minimaliseren. Met het risico dat de ander zich afsluit en het gevoel van pijn naar binnenkeert en zichzelf hiermee op termijn gaat onbewust pijn doen. .

Het verwoorden van een ervaring die je pijn deed of iets onaangenaam bracht, je gevoelens uiten daar is niets mis mee. Het werkt bevrijdend, zolang je er niet blijft indraaien. Blijf je erin draaien dan maak je van jezelf een slachtoffer, waardoor men het dan buiten zichzelf bekijkt en het bij de ander legt.
Het verwoorden en delen is niet verkeerd wanneer ieder met een open hart aanwezig is want dan is het een gezamenlijk dragen.

Had ik er niet overgesproken de avond zelf dan zat ik er waarschijnlijk vandaag nog mee.
Die ervaring was ook niet de eerste op de weg die te maken hadden met het instituut kerk en de gevolgen van wetten en regels (ook al zien sommigen ze zo niet), die gecreëerd geweest zijn uit angsten, onzekerheden, vanuit machten…
Vandaag heb het idee dat net deze instituten – ook instituten die niet met de kerk te maken hebben – slachtoffer worden van wat ze zelf hebben gecreëerd.
Door muren op te bouwen en deze instand te willen houden wordt je gevangen binnen je eigen muren.
Zei Jezus niet ‘ga heen en vermenigvuldig u’! Lees het als gedachtengemeenschap. Ga en groei met een open hart Ipv sluit je op en wees angstig.

Een wagen stopt.. Een man draait zijn venster open. “Vous êtes sur le chemin de Compostelle?”….”Ah je comprends mieux, si non j’aurai dit que vous n’êtes pas dans la bonne direction. Vous avez tous ce qui vous faut ?” … “Oui merci”. Een kortstondige ontmoeting. ‘Et en se souhaite une bonne journée.’

In de verte hoor ik jodelen. Het is middag. Het valt me op dat ik weinig tot geen paddestoelen heb tegengekomen in vergelijking met vorig jaar dezelfde periode. De grond is duidelijk droog.
Een kudde geiten, ik blijf er een tijd naast staan. En wanneer dit in stilte zonder veel beweging gebeurt dan zie je zo hun gedrag veranderen. Af en toe komt hun typische geur onder mijn neusvleugels.
Een vrouw staat met een oranje petje haar was uit te hangen. Wanneer ik aan de andere kant van de heuvel ben roept ze de paar geiten die in de wei staan op stal.
Zeventien uur, de weinig krekels die er nog zijn laten zich nog horen.
Een ontmoeting met een pelgrim uit Keulen die voor veertien dagen op stap gaat. Een warm onthaal en aangename ontmoeting met ‘Jacques’ l’hospitalier van het eenvoudig en warm pelgrimshuis.
In een gesprek vraagt Jacques, “vous êtes une sœur ?” “Non, pourquoi ?” “Parce que vous dîtes ‘la maison'”, na dat ik vertelde dat ik naar huis belde.
Zo voelt het ‘je vais à la maison’ in de bredere zin van het woord.

Mohammed

Gigou vergezeld me een paar tientallen meter op de weg, Pistou de bordercollie loopt vooruit.
Geiten, schapen, ezels, roodborstjes verwelkomen me in de ochtend. De natuur is droog voor de tijd van het jaar. Sommige bomen staan kaal na de hevige wind van gisteren.

Het wandelen blijft goed verlopen. Geen last aan de voeten, geen blaren, ontstekingen. Geen moeheid, integendeel… boordevol énergie. Ik voel me werkelijk gedragen op de weg.

Ik voel ook zoveel liefde in mij… Alsof ze onuitputtelijk is, wat ik eerder nooit zo diep en zo vol heb gevoeld.
Ik vind het voor mezelf ook belangrijk om wat ik voel, om die eerst ten volle in mezelf te dragen en er zorg voor te dragen, in plaats van ze weg te geven. Wat ik vaak heb gedaan. Het is bijna als een kind die ik mag wiegen ‘mezelf’ om het dan opnieuw geboren te laten worden. Maw om dan met mijn liefde naar buiten te komen, stevig gefundeerd. Zo voelt het aan.
Het is nog wat zoeken naar evenwicht, en wat temperen, want owee wat verlang ik om mijn liefde te delen. Het brengt me soms in verwarring. En o zo blij dat het er is.

De vroege vooravond. Een mist sluier komt dichterbij. Het wordt af sneller donker vandaag. Voor de eerste keer mag ik de warme herfstkleuren van dichtbij beleven. Wat een prachtige periode de herfst. Een periode en komende periode die ons zoveel te bieden heeft.

Vederlicht en vrij van ballast stap ik de avond in richting Beaujeu. In een plaatselijke winkel vraag ik na waar l’accueil pèlerin is. Naar la cure, waar de priester de pelgrims onderdak schenkt. Ik klop aan. Een venster op het eerste verdiep gaat open. “C’est pourquoi ?”. Ik vraag of hij iemand kent of of hijzelf kan helpen. Een neen antwoord.
Ik check of ik duidelijk de juiste persoon heb. Het klopt. Niet erg, teken dat ik hier niet moet zijn. Ik ga terug naar de winkel. Een uitnodiging volgt.
Binnen een veertig minuten mag ik terug komen bij sluitingstijd. Ik zet mijn rugzak af. En wandel wat verder.

Een man stopt langs de weg. “Je vous est vue toute à l’heure sur la route. J’ai vue votre coquille. Vous aller à Compostelle ? Non, j’y suis aller il y a quatre ans. Je vais au Mont St Michel. Vous l’avez fait ?” “Oui, une part de Le Puy à Conques. Je l’ai fait en étant musulman.” Een uitnodiging volgde voor een overnachting. “C’est gentille. Il y a juste une personne qiu vient de me le proposer. Une prochaine fois. Tu t’appelle comment ?” “Mohammed.” “Enchanter, moi c’est Jasmine.” Zalig… daar geniet Ik nu van…

Sac à rêves

De ochtendzon komt de kast in de kamer vuurrood kleuren. Ik draai me nog even. Zondagmorgen. Een uur later verlaat ik het hartelijk en familiaal huis van Olivier en Sophie nadat Benoît mijn credential wist te vullen met wat zijn klein stemmetje kwam vertellen.

Ik wandel langs grote wijndomeinen. Een hevige wind blaast in de wijnranken en zorgt ervoor dat de elektrische draden een zingend geluid maken. Ikzelf wordt geduwd door de wind.
Al sedert twee dagen voel ik dat er iets aan het veranderen is rondom mij in de natuur. Alsof een weg zich vrij aan het maken is.
Al een paar keer op deze pelgrimsweg voel ik in mijn rug duidelijke entiteiten die me volgen. Ze zijn met velen en een kleur van wit-blauw. Eerst vond ik dit vervelend en overdonderend. Nu is het ok dat ze er zijn, ik laat deze zachtaardige wezens toe. Ik heet ze welkom.
Hoe verder ik naar het noorden stap, hoe naakter en steviger ik me voel.
De gewaarwordingen, het voelen komt ook meer naar voor en wordt belangrijker dan woorden. Wat op zich me meer moeite begint te vragen. Ik laat gebeuren. Ik kan zelfs mijn gewaarwordingen niet in woorden omzetten, omdat het niet in woorden kan geplaatst worden en overbodig is. Het voelt wat onwennig aan.

De velden in de beaujolais kleuren oker zoals de kleur van de muren. Een bord langs de weg komt dit bevestigen, ‘Au pays des pierres dorées’ .
Een dak die me doet denken aan l’hospice de Beaune. Plots is de herfst duidelijk aanwezig.

Vele wijnranken dragen nog vruchten. De vendanges zijn gedaan. Wanneer er een te grote hoeveelheid aan druiven is, blijft de overschot gewoon hangen omwille dat er een limiet is op de productie. Zo spijtig om zoveel voeding verloren te zien gaan. Ik vul af en toe mijn pot en geniet van die heerlijke vruchten.

Een tal van vragen en zinnen stromen plots door meheen… Ik noteer ze onmiddellijke in de notebook van mijn telefoon. Wel handig wanneer ik aan het wandelen ben, zo verlies ik niets en kan ik mijn hoofd onmiddellijk terug vrij maken… Allemaal zinnen met betrekking tot de opbouw en wat me te doen staat in 2019. Spannend en zo juist voelend. Wat fijn om iets te mogen verwezenlijken die zo vloeiend allemaal naar me toe komt.

Na meer dan twintig kilometer hou ik halte voor vandaag in St Cyr le Chatoux. Ik klop aan aan de eerste deur. Een vrouw met openblik komt de deur openen. Een man met een vrolijk gezicht komt erbij. Hij maakt een woordspeling in het Frans en het klikt onmiddellijk.
Ik leg uit dat de mensen niet teveel moeten voorbereiden en ik in mijn sac à pelo of sac à viande zal slapen. De vrouw Gigou (Gilberte) voegt er een ander woord aan toe ‘Sac à rêves’. Wel dit voelt nu eens goed ze… Ik voel me soms werkelijk in een conté de fée, alles gaat zo spontaan en vloeiend.
Het huis voelt ook aan als een tovernaarshuis en hoewel Bruno een kortere baard heeft zou hij passen in de rol van een lieve tovenaar. Caesar, de zoon steekt de openhaard aan. Bruno vraagt raad ivm een camera. Ondertussen staat de maaltijd op het vuur. Witloof in de oven.
Een poes hier, eentje daar… Félix, Boule de Poil, Caramel, Flocon, Tigrou en de hond… Pilou.

Paradis

Aan de ingang van een bos zie ik een oranje fluoriserende vest. Een trompetgeluid. De jacht is voorbij. Juiste timing. Ik stap het bos in. Een jager staat te brullen tegen zijn honden… ‘Ninja, hier. Ninja daar… . ‘Il sont bien beau vos chien. Que il y a t’ il ici dans les bois?”, vraag ik hem om zijn handeling naar zijn honden te onderbreken. ” Des sanglier. Mes il y en a pas beaucoup. Ils fait trop chaud et ils se trouver alors plus la où il y a de l’eau.” De zweetdruppels staan op zijn voorhoofd.

Een sterkere wind is wat voelbaar. In de verte, aan de horizon een laag polutie over het landschap, daar waar de autosnelweg is.
In de tuinen zijn anemonen, asters, gaura in volle bloei en kleuren ze de borders van wit, roze tot paars.
Het is rustig, de natuur bereid zich stilletjes aan voor naar de komende winter en maakt duidelijk dat de tijd is gekomen om op eigen ritme zich naar binnen te richten.

In de vroeger vooravond wandel ik langs de oevers van de Saône. Mensen komen samen, zitten in een Park op een bank te praten. Wandelen in de natuur, spelen pétanque. Af en toe wandel ik met mensen mee, verlaten onze wegen en ontmoet ik anderen.

In Anse stap ik binnen in een toeristisch bureau om te vragen of er een ruimte in de stad is waar pelgrims onderdak kunnen krijgen. De jonge dame helpt zoeken. Uiteindelijk krijgen we van de plaatselijke parochiepriester een adres waar pelgrims welkom zijn, ‘les Pothières’, Maison Cana, een christelijke gemeenschap. Tweemaal probeert de vrouw te bellen om te weten of het mogelijk is daar te overnachten. Tweemaal werd ingehaakt na de naam ‘info tourisme’ werd gemeld.
Samen met het adres en telefoon van de priester vertrek ik richting het huis. Aangekomen was echter de realiteit het tegenovergestelde… en was de ontvangst door de jonge zuster alles behalve in de stijl voor wat het huis staat. Ik vind het dan ook belangrijk om me hierin te laten horen en dat ik wat verwonderd ben van de manier waarop de verwelkoming gebeurde. Ik dank haar en zet mijn weg verder.

Ik bel de priester op. “Suis je bien chez Père…” “Oui, mes que me voulez vous… et qui êtes vous.” En wanneer hij op zijn beurt me vraagt wie ik ben en ik mijn voornaam zeg….

Wat dan volgt uit de mond van deze man is buiten alle proportie…
Een onterechte lading van agressiviteit, betichtingen komt naar me toe.

Ik haak in…en probeer ruimte en tijd te vinden om op adem te komen. Ik werd bewust dat mijn naam, dat daar voor hem een enorme lading opzat. Voor de eerste keer kon ik aan de lijve voelen, wat vele vreemdelingen iedere dag in onze landen moeten meemaken. Dit wens ik niemand.
Ik wandel nog twee kilometer verder en na een tip van een lieve dame bel ik aan, aan een grote poort.
“Bonjour madame….” Aan de andere kant hoor ik een zachte stem, “Venais en vas trouver une solution”.
Wat onwennig stap ik een groot domein binnen. Een lange laan met bomen neemt mee tot aan een dubbele deur met een paar trappen voordien.
Een vrouw komt buiten. “Mes enfants en une petite fête est il y a vingt autres jeunes dans la maison. J’ai des inviter ce soir en laisse toujours une chaise de libre. Cela vous dit de manger avec nous ?” Na het telefoon gebeuren raakt deze openheid, spontaniteit en hartelijkheid. Ik krijg tranen in mijn ogen en meld haar,” oh, cela me touche profondément et vient juste au bon moment” en wanneer ik zeg dat ik net een telefoon had gedaan met een priester zonder de inhoud te vertellen. Kijkt de vrouw me aan, noemt de naam van de priester… En deelt me verder dat dit gedrag gekend is en vertelt me in het kort het waarom. Alles werd me duidelijk en bevestigd. Een pak van mijn hart verdwijnt in een mum van tijd.

Aan de basis lag een negatieve ervaring, onrust, angst. Alleen gaf dit hem geen enkel reden om zo een mens te benaderen en ik hoop van binnen dan ook dat hij extern hulp gaat zoeken zodat er niet meer slachtoffers vallen van zijn gedrag.

Stress, negatieve persoonlijke ervaring waaruit angsten zijn ontstaan. Waar vooroordelen en oordelen groeien en ervoor zorgen dat er geen
openheid niet meer mogelijk is tussen mensen. Het zijn onze eigen angsten die ervoor zorgen dat we de deur sluiten naar de ander, omdat we het zien vanuit een eigen referentiekader. Het zijn onze angsten die ervoor zorgen dat we de ander niet in zijn zijn kunnen laten. Het zijn de angsten die ons verhinderen vooruit te gaan.

Ondertussen toont Benoît het jongste kind van het huis mij de badkamer. Even opfrissen en ik daal terug af naar de keuken. Verheugd mag ik Sophie helpen in de keuken om het avondmaal klaar te maken, terwijl Olivier me ‘le paradis’ laat proeven. Als ik het goed heb begrepen is dit de de drank die tussen fruitsap en wijn bevind, die nog aan het fermenteren is. Ten huize Sophie en Olivier met hun zeven kinderen.
Un ange sur mon chemin.