Brabbeltaal

Met de zon in mijn rug wandel ik samen met mijn schaduw de natuur in. De afnemende maan recht voor ons. De druiven kleuren bordeau-rood. De zalige geur van kruiden hangt over de weg. Af en toe is een hond hoorbaar. In vergelijking met het zuiden zijn ze hier aangenaam en niet agressief. Of ben ik het die het die er heeft leren mee omgaan… beiden.
Ik voel vreugde wanneer ik de frisheid van de ochtend voel, de vogels hoor ontwaken, het vele groen waarneem en mijn lijf gewaar wordt. Mijn lijf die meer en meer de weg van vrijheid, een vrij gevoel mag gewaarworden… In dankbaarheid ontroerd.

Pievi de ‘Saddi

Het is hier zo stil dat ik me soms afvraag of mijn gehoor nog goed functioneert. Het is zelf meer dan stil… De stappen die ik zet is net alsof deze gedragen worden. Ontspannen op wandel zonder me af te vragen waar ik terecht zal komen, zonder me af te vragen hoeveel kilometers nog, gewoon zonder enige vragen… De natuur.
Helend en zacht omhullend kan de natuur zijn.
Ik blijf mijn bekken gewaarworden.
Wat me opvalt de laatste tijd dat mijn mond, vooral aan de binnenkant van mijn lippen een lichtje tinteling aanwezig is. Ik open lichtjes mijn mond zodat de lippen van elkaar komen. Ze hebben zin in bewegen… ik laat toe…
Het voelt goed… alsof ze alleen aan de praat gaan zonder dat mijn hersenen er vat op hebben… Alsof er binnensmonds woorden ontstaan zonder die ik ooit heb gehoord of zelfs zouden bestaan… De tinteling verdwijnt…
‘neen, neen Jasmine het gaat heel goed met je. Je hebt ze nog allemaal’

Pelgrims kruisen mijn weg… op weg naar Assisi. De ene wat al meer al mankend dan de ander… een van de grootste problemen met voeten en benen is naar mijn idee… Of je gaat te snel, niet in eigen ritme of je wil teveel kilometers op de teller, en beiden kunnen een pelgrimstocht behoorlijk zuur maken.
Zowel te veel of te snel zorgen er sowieso voor dat je zal vertragen of verminderen… Logisch niet! Dus waarom zou je het dan doen…

Het lukt me niet om wat rond mij is in beeld te brengen… omdat ik voel dat het in beeld willen brengen, ik teniet zou doen aan wat is.

Città di Castello

Een lach

Een poes komt me ontwaken… Vijf uur in de morgen… Behalve mijn heup die protesteerde, heb ik behoorlijk goed geslapen. De nacht temperatuur was heerlijk en mijn grootste slaapkamer tot nu toe… De meest zuurstof rijke.
Wachtend op een eerste bar voor mijn ochtend koffie wandel ik wat door de lege straten van Assisi.
Om zes uur opent de Basiliek minori… Deze vult zich met broeders in bruine, zwarte of grijze pij… een paar niet religieuzen en twee zusters. Ik blijf op de achtergrond staan…ik observeer.
Voor mijn vertrek ga ik ook nog eens langs de Basiliek Major. De muurschilderijen zijn de moeite om te zien en vertellen het leven van Franciscus. Een deel binnentuin is zichtbaar voor publiek, een klein museum met de religieuze schatten en een winkel… Ik wandel erdoor en zie hoe de kassa hier draait. Jammer genoeg heeft een groot deel van de basiliek zijn spirituele energie verloren. Behalve de minor.
In Assisi is helaas de rugzak pelgrim hier niet echt in zijn waarde geplaatst. Rugzak wordt gezien als arme toerist, dus zijn hier geen donativo Ostello’s of onder de €20. Begrijp me niet verkeerd als ik hier zou komen op een ander moment dan tijdens een pelgrimstocht, overnacht ik hier zonder probleem aan een duurder prijs. Mijn tijd in dagen is dan ook verschillend.

Maar voor nu, nog liever een arme toerist en mijn dagen doorbrengen volgens de waarden van Sint Franciscus.

Hoe meer ik op de weg ben… Hoe meer ik me herken in zijn leven… Hoe meer ik een gevoel heb van thuiskomen. Het klopt voor mij ook niet om Franciscus aan te spreken met Sint, wel met broeder… Hem herkennen in wat hij was… en voor wat hij stond.

Kort voor de middag zet ik mijn weg verder richting La Verna. Blijkbaar was mijn nacht toch wel wat kort en dat samen met de warmte, doet me bijna slaapwandelen.
In de vroege vooravond kom ik aan het historisch centrum van Valfabbrica.
Op een bank wacht ik een zuster op… wanneer ze aankomt ben ik zo blij om een lachend gezicht te ontmoeten. Wat een verschil met gisteren.
“Je spreekt goed Italiaans” zegt de zuster van een niet Italiaanse origine. “Un poco en jij goed Frans”, antwoord ik terug. We geven elkander een compliment. Een compliment geven en ontvangen, zo deugddoend. Haar intense en pure lach blijven geankerd op mijn netvlies. En niet enkel op het netvlies, het verwarmde mijn hart.

Assisi

Tien kilometer stijgen… en puffen… Richting Monte Subasio. Een stevige klim vanuit Spello.
Ik voel de spanning in mijn kuiten… Af en toe kijken Francesca en ik elkander aan… Geen woorden… De ogen vertellen genoeg. Op 800m sta ik plots op een rots, ik probeer Assisi te zien… Eventjes zichtbaar… De weg gaat verder naar boven de 1000 meter.

Van eiken bossen naar naaldbomen… De geur van Dille, Curry en munt wisselen elkander af.
Na de bossen een rotsachtig gebied met open velden van gedroogde bloemen. Een veld met prachtige zachte pastelkleuren, doet me denken aan de voorbije fresco’s die ik mocht zien. Een smal wit pad brengt me naar een rots met zicht op de Assisi Vallei. Terwijl Francesca de top wenst te bereiken van de Monte Subasio wacht ik haar op aan de plaats waar Franciscus regelmatig kwam mediteren.
Ik stap naar een groot houten kruis op een flank… Links ervan een hoop stenen waar pelgrims er een neerleggen. Cruz de Ferro? Neen, naar mijn idee en gevoel zal deze plaats nooit Cruz de Ferro worden.

Ik voel dat deze plaats me diep raakt. Ik snik… Ik word gewaar dat mijn lichaam zich wenst te bevrijden…ik probeer mijn ademhaling in balans te brengen… ter hoogte van mijn middenrif voel ik een blokkade… het lukt me niet. Wat overdonderd van wat deze plaats met me doet, loop ik heen en weer… De rust komt terug. Spontaan haal ik de gewijde kaars uit die ik met me meedraag sedert Monte Sant’Angelo.
Haar plaats is hier…. Ik steek ze aan en zet haar op een beschermde plaats tussen de stenen.
Het voelt goed en juist… Verenigd…

In rust en innerlijke stilte geniet ik van wat hier is. Ik kreeg van een vriendin een ketting mee die ze kreeg van een pelgrim… die ik op mijn beurt kon doorgeven aan iemand die het kon gebruiken.
Ik neem de ketting en hang het over het kruis… als teken van universeel delen.

Ik bel mijn metekind op… een fijne babbel, delen… Blij haar te horen… Ooit breng ik haar mee naar hier en delen we deze plaats… Na het telefoontje neem ik het boek die in een metalen box zit aan de voet van het kruis. Een datum… 24 augustus… Ik word wakker geschud… 24 augustus is de verjaardag van mijn metekind. Ik bel haar terug op om haar een gelukkige verjaardag te wensen. En eigenlijk vind ik het heel mooi wat gebeurde… haar bellen zonder mentaal bezig te zijn met een datum… Contact in diepe verbinding… en wat is de vertaling mooi in het Engels ‘Godchild’. Dankbaar dat deze bijzondere jonge vrouw in mijn leven is.

We dalen richting Assisi… Dennebossen … De geur van ceder.
Een halte in het Eremo van Franciscus. De ruimtes in het Eremo zijn heel klein. De deuren laag en smal, met rugzak geraak ik er niet door. Na het bezoek verder afdalen… Assisi

Samen eet ik iets met Franciska. Ik stap verder naar de Basiliek van Franciscus, terwijl zij opzoek gaat naar een overnachtingsplaats.
In de verte de Basiliek… Superior… Ik ga er kort binnen. Verder naar Minori…daar waar de graftombe is van Franciscus. Ik stap binnen en in een mum van tijd barst ik snikkend in tranen uit… Mijn middenrif lost… Kort en krachtig… Opgelucht… Het is alsof mijn hart heel veel ruimte kreeg… De stilte, de kleuren, de zang… Ja zelfs met de zang is het hier stil… Alles verloopt hier in een uiterst respectvolle en evenwichtig manier.

Om 18 u is er een pelgrimsmis. Na de mis doe ik een poging om een slaapplaats te vinden. Tevergeefs en het stressvolle, vervelende gedrag van de portier doen me vermoeden dat er hier problemen zijn… ‘ge kent de situatie hier zegt de portier tegen een broeder’ in het Italiaans… Het gedrag van een priester en het gebeuren errond maken me al snel duidelijk dat behalve de Basilica minor van Franciscus ik hier niets meer te zoeken heb en alles wat er naast gaande is voor mij niet evenwichtig aanvoelt.

Onder de gaanderijen maak ik mijn bed op… Een nachtje buiten, het voelt juist…
De rust komt over het plein… Niemand meer… Enkel de maan, de basiliek en ik… Het voelt als een diepe verbinding en afscheid… De zon zorgde voor een warm bed… Kijkend naar de maan val ik in slaap.

Spello

San Sanbino

San Giacomo

Reeds twee dagen sedert mijn laatste post. Ondertussen ben ik in Umbria en liep ik van de Rieti vallei naar de Assisi vallei over de Appennino. Het is terug wat aanpassen tussen een vallei waar je werkelijk in een stilte kan vertoeven met mens, dier en natuur en een vallei waar het geluid van wagens, autosnelweg, de bovenhand neemt. De Rieti vallei verdient werkelijk de naam ‘Secret Valley’.
Ondertussen volg ik het pad met een blauw-gele markering sedert Poggio Bustone… en brengt me de vrijheid om niet voortdurend op een kaart te moeten bezig zijn en kan mijn bovenkamer in rust openstaan voor wat zich spontaan aanbied.

Trevi

Gisteren bezocht ik een Sint-Jacobskerk in San Giacomo. De muur schilderijen waren van een bijzondere zachtheid. Het kasteel van het dorp staat in de stelling en de vele kerken in de buurt zijn gesloten wegens renovatie na de aardbeving van 2016.

De onweders van in de namiddag brengen ’s morgens telkens een feeëriek spektakel. Deze morgen ben ik vertrokken samen met Francesca. Ik vind het best bijzonder hoe ik mezelf zie groeien en evolueren van naar iemand die graag alleen ben naar het Samenzijn en delen. In een vast kadans en een evenwichtige energie wandelen we op een paar meters hoger dan de snelweg. Weinig woorden zijn aanwezig, in stilte wandelen we verder. Kort na de middag komen we aan in Spello waar we overnachten bij de lieve en warmhartige zusters Franciscanessen.

Trevi

Naar de avond toe komt nog een pelgrim aan Michaele… Aan tafel met Francesca en Michaele.. Op de weg van Franciscus en Aertsengel Michael.

Foligno

Spello

Pace

Ik verlaat Stroncone opzoek naar een ‘Lavanderia’ het is een eind geleden dat mijn kledij nog eens deftig gewassen geweest is. De geur van mijn schouderriemen… Hmmm, ik heb geen andere woord dan…. Stinken.

Er is iets blijven hangen van deze morgen aan de ontbijttafel. Toen ik vertelde welke weg ik probeerde te volgen of waar ik de voorbije dagen was en niet was. Kwam er een reactie, weliswaar in het Frans ‘ohhh, dit heeft niets te maken met Franciscus… of dit was het belangrijkste… en ik heb het leven bestudeerd van Franciscus…dus… ‘
Ik probeer al de ganse tijd te achterhalen waarom het een lading brengt in mijn lijf en ik er niet van af geraak… Het is me niet zozeer de inhoud van wat er werd gezegd…
Het leven kennen van Franciscus, alles zien ivm zijn leven… dit is allemaal ok…omdat dit niet de reden van mijn weg is… maar wel het beleven van wat zijn levensstijl was. En dit is voor mij wat gelijkaardig aan hoe ik pelgrimeer. En hoewel ik er niet veel over gelezen heb of van afweet… maar ergens wel diep vanbinnen weet dat zijn levensstijl mij aanspreekt… en vanwaar ik het haal weet ikzelf niet, is dit voor mij voldoende om in verbinding te staan met wat zijn leven was.
Maar wat dan wel….
De manier waarop is blijven steken… Ik werd geraakt en voel hier pijn rond.

En met dit erbij nog eens de wagens trotseren… Pfff… Ik kan me werkelijk niet afschermen tegen het agressie rijgedrag. De vele prikkels in de stad. De snelle bewegingen, geluiden…
Ik ben geraakt en maakt me triest… En terzelfde tijd voel ik binnenin wat protest en kwaadheid tegen die agressiviteit.

Op een bepaald moment zie ik een geschilderde muur. Een klaproos… Het doet me terug denken aan wat de klaprozen mij hebben bijgebracht in Zwitserland….geraakt… Een opluchting…mijn middenrif… verdriet… De freelheid en de kracht… Er onder een straatbord ‘via de la Pace’… Meer dan dit hoeft het niet te zijn… Het triestig gevoel draag ik nog een eind met me mee.
Ik voel me wat verloren lopen… en laat het gewoon gebeuren. Ik blijf er rustig bij en blijf door wandelen in vertrouwen op de weg, tot ik mezelf heb terug gevonden. Een jonge man kruist mijn weg ‘buen Camino’. Het doet deugd.

In Spoleto ga ik binnen in de kathedraal. De ingang gebeurt via een kapel die een shop geworden is. Het valt me op dat mensen deze ruimte gewoon voorbij wandelen, weinig tot geen zien wat deze ruimte met zich meedraagt. Verbluft.
De prachtige muurschilderingen, de zachtheid van de kleuren en tinten… geraakt… Tranen vloeien in stilte…

’s Avonds overnacht ik in het parochiehuis van de San Sabino kerk. Het is alsof deze kerk op een eiland ligt… een eiland midden drukte en snelle autowegen.
Een plaats waar Franciscus een visioen zou gehad hebben.

Dit vind ik net op het net:

Karakteristiek is het beroemde aan Franciscus toegeschreven gebed om vrede.

Gebed om Vrede

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:
– dat ik, waar haat is, liefde breng;
– waar schuld is, vergeving;
– waar tweedracht is: eenheid;
– waar dwaling is: waarheid;
– waar twijfel is: geloof;
– waar wanhoop is: hoop;
– waar duister is: licht;
– waar narigheid is: blijheid.

Geef, dat ik zoek
niet zozeer getroost te wórden, als wel te troosten;
niet zozeer begrepen te wórden, als wel te begrijpen;
niet zozeer bemind te wórden, als wel te beminnen.
Want wie geeft, ontvangt;
wie zichzelf vergeet, vindt zichzelf;
wie vergeeft, wordt vergeven;
wie sterft, krijgt eeuwig leven.
Amen.

Ieder zijn weg

Terwijl ik geniet van de rust die het landschap met zich meebrengt, hoor ik de gezangen van de jongeren tijdens de laudes… Een jonge dame vraagt me wat ik doe. Wanneer ik bij haar de vreugde in haar ogen zie door mijn de weg te delen.. . vermenigvuldigd de gedeelde vreugde. Wanneer ik mijn aandacht vestig naar de melodieuze zang, verheug ik me aan de manier hoe deze jongeren kleur geven aan hun spiritueel leven. Ja, ik verheug me te zien en horen dat er jongeren zijn die nog geloven op hun manier. Uiteindelijk diep vanbinnen geloven we allen ergens in iets, wat of hoe doet er niet toe.

Wanneer ikzelf onderweg soms mijn verhaal doe omdat men er mij om vraagt, voel ik al snel of men ervoor open staat of niet. Uiteindelijk heb ik ingezien dat de inhoud, het ontstaan ervan voor velen onbegrijpbaar is gewoon omdat het een verhaal is die niet tastbaar en niet vatbaar is, voor sommigen toch, of waar ongeloof aanwezig is… En dat is ok, want het gaat niet over of de ander het begrijpt of gelooft, wel hoe men het zelf beleeft.

Doorheen mijn weken door Italië is ‘Divine providence’ wel begrijpbaar… en meer dan dat hoeft niet. En dan zie ik wel dat men zich vragen stelt… het is dan zo…
Zoals ikzelf niet de weg vind in het dagelijks gebed en het dagelijks herhalen van dezelfde gebeden. Dag op dag, jaar op jaar…

We hoeven aan elkander eigenlijk geen uitleg te geven van hoe… laten we elkander respecteren in elk zijn of haar weg. Er is geen beter of slechter. En als het verhaal wordt gedeeld dan zal de ander wel oppikken wat voor hem of haar noodzakelijk is. Moet de ander mij geloven of niet… Neen…niet meer… want diep vanbinnen weet ik dat er nog mensen zijn en ze ergens wel aanwezig zijn.
Is er iets waar de ander niet kan in mee volgen… Het is… Het gaat erover dat we gewoon mogen Zijn, elk in zijn eigen weg. De rest is ballast en verhinderd ons om vooruit te gaan.

Dit mag niet, dit kan niet…dit wel…dit niet… zus of zo… We zijn allen verschillend. En hoe vaak laten we ons hierin niet in meeslepen, zonder we het ons bewust zijn, omdat we als mens er ergens willen bijhoren. Soms in een fractie van een seconde. Op het ogenblik dat je beseft dat je de ander nodig hebt of de mening… dan is er de kans dat je uit je eigen center bent en jezelf verliest.
Bewust bij jezelf blijven, trouw blijven aan jezelf in vertrouwen met wat is. En op het moment dat er onaangename dingen naar je toe komen, ook al is het niet gemakkelijk, zelf dan dankbaar zijn op de persoon die je misschien komt vertellen dat je de broek van de duivel draagt. En waarschijnlijk zal dit voor velen niet vatbaar zijn, bij ieder kwaad is iets goeds.

Twee uur klimmen in een rustige natuur. Wanneer ik op de top ben, heb ik een prachtig zicht op de Rieti vallei. Boven een open groene vlakte met grasvelden, verschillende bloemen, eikenbomen en kastanjebomen… Het rare is dat ik hier af en toe een wagen tegenkom, op dit o zo waardevol gebied. Mensen wandelen er met rieten à den om de arm… De vochtigheid en afwisselende zon zorgen ervoor dat de eerste paddestoelen hier al te vinden zijn.
Iedere stap die ik neerzet is als een meditatieve stap… Wat rond mij gebeurt is alsof ik bijna naar een groot scherm kijk… een vreemde gewaarwording in een bewust aanwezig zijn.
Een omgeving zoals een paar dagen geleden, een omgeving van gedragen worden. Zelfs de hond zit volledig in de energie van wat de omgeving met zich meebrengt…in rust midden op de straat… Een zeldzaamheid in Italië, meestal reageren ze angstig en/of agressief

Op een bepaald moment gaat mijn schedelpan jeuken en een pulserend gevoel is aanwezig. Het voelt als aangenaam en terzelfde tijd is er ook angst aanwezig… Terzelfde tijd voel ik ook mijn bekken in beweging komen…herkenbaar… Ik laat toe….de weg gaat verder…

Poggio Bustone

En op en neer, en op en neer… De ene afdaling en stijging na de andere doorheen een groen dichtbegroeide natuur. Mijn ontmoetingen… een paar honden… Zelf eentje als zijn baasje niet terug was gevonden… waren we waarschijnlijk nu samen. Aan een bar zie ik een hond lopen. Ze komt naar me toe, totaal niet vreemd en weet heel goed de tekens te begrijpen. Op een bepaald moment glipt ze de bar binnen, ik doe alsof ik het niet gezien heb. Onweer, donderslag buiten. Ze heeft schrik. Ik zet me bij haar op de grond… wat schuchter… Na een tijd komt ze bij me. Ze duwt met haar kopje tegen mijn hand, ze vraagt om gestreeld te worden.

Een half uur later mag ze terug naar huis. Wat een lieverd. Na het onweer wandel ik verder richting Poggio Bustone, het convento. Waar Franciscus heeft geleefd. Een behoorlijk pittige en zalige dag om het laatste stuk te wandelen van de via ‘Con I Ali Ai Piedi’. Als ik even achteruit kijk was het geen eenvoudige weg. Een weg waar volharding, kracht, geduld nodig was. Hoe dichter naar Poggio Bustone hoe meer signalisatie er te zien was. Van het ruwe Gargano naar het zachte Lazio. Een weg waar toch enige ervaring noodzakelijk is.

Uit het bos zie ik in de hoogte het dorp en nog wat verderop naar rechts het Convento. De laatste stevige klim van de dag.

Aangekomen… stap ik de kerk binnen… Een kerk die de naam draagt van de Heilige Jacobus. Franciscus en Jacobus samen. In de kerk is een jongeren groep aanwezig… Ik zet me bij… Plots zonder enige aanwijzing begin ik te wenen… Een rust komt over mijn lichaam… Telkens wanneer ik dit heb op deze tocht is het alsof er telkens iets in mij een stap vooruit maakt en ik duidelijke antwoorden krijg. Alsof ik telkens een mantel aflaat en naakter maar rijker wordt. Een bijzondere plaats… Na de mis bezoek ik het sanctuary en vroeger klooster. Het is hier even vredig en met dezelfde energie als in de Abbazia di San Magno. Trappen naar beneden, kom ik in de ruimte waar Franciscus samen met zijn broeders heeft gebeden. Wat verder een kapel gewijd aan aertsengel Michael.

Voor het slapen gaan geniet ik van de rust en stilte in de natuur. Het is er zo stil dat je aan de andere kant de wilde dieren hoor roepen in het bos. Een halve maan is al van de partij… het wordt vroeg donker… Ik voel mijn lijf zwaar worden.. Tijd om te gaan slapen.