Festival

Plots ben ik in een andere wereld. Een vreemd geluid vult de kamer. Geen vogels of takken, maar een wekker met een raar geluid. Ik spring uit bed, zet mijn hand op de wekker en verstop die onder mijn hoofdkussen. Hopelijk wordt Siméon niet wakker. In alle rust neem ik een ontbijt met Anne en Benoit. Bij het verlaten loopt Benoit met Siméon op zijn arm. Hij doezelt langzaam in.

Het begint te regenen. Een lichte motregen, net genoeg om geen regenjas nodig te hebben. In le Café association de Léguillac-de-Cercles word ik uitgenodigd aan tafel met zangers, muzikanten, goochelaars en vrijwilligers. Een festival. Ik geniet van een clownoptreden en de lachende kinderen. Ik geniet van de gezellige sfeer en blijf hier wat plakken tot 17 uur.

Terug tijd om naar Brantôme te gaan, regen of niet. De lichte regen geeft een mystieke sfeer aan het landschap. De contrasten creëren diepte. Mijn benen dragen me door het wijdland en de bossen. Ik blijf lopen, het voelt goed en bevrijdend voor lichaam en geest. Mijn geest is ontspannen. Het wordt donker, ik gebruik een hoofdlamp die niet genoeg verlicht, maar ik ga door. Mijn oren staan op scherp. Geluiden komen sterker binnen als de natuur de nacht in gaat. Ik heb net tijd om niet op de twee vuursalamanders te trappen. Nog een laatste afdaling voordat ik in Brantôme ben. Een opluchting als ik aankom.

Vuursalamander

Dordogne

De plankenvloer kraakt. Juliette is wakker. Aan de ontbijttafel praten we over ouders en kinderen. We bespreken hoe kinderen zich voelen en hoe ouders soms vragen van kinderen ontwijken of niet eerlijk antwoorden omdat ze het zelf niet weten. Dit kan kinderen angstig maken en leiden tot een eigen wereld van onwetendheid. Vertel de kinderen geen leugens en reflecteer je eigen angsten niet op hen. Wees eerlijk. Het is geen ramp om iets niet te weten.

Na de lekkere maaltijd met truffels en verse groenten uit de tuin, proef ik deze morgen Juliette haar heerlijke perencompote. Ik krijg een spoedcursus over paddenstoelen. Ik waardeer Juliette haar wijsheid en kennis. Ik vertrek met een flesje Calendula-olie voor mijn insectenbeten en verse appelen.

Ik verlaat de Charente en kom in de Dordogne. Een 90-jarige vrouw die ik op straat ontmoet, vertelt over haar dorp. ‘Ik hoorde de kinderen. Er was leven in het dorp. Er was een bakker, een kruidenier, een slager, een café en een school. Als we water nodig hadden, gingen we naar de pomp in het dorp,’ zegt ze terwijl ze naar de pomp wijst. Ik kan het me bijna voorstellen en hoor de geluiden in mijn hoofd.

De eerste kastelen van de Dordogne zijn in zicht. Sommige zijn privé, andere zijn hotels. Ik wandel in een bos waar de buxus verdwenen is en vreemde vormen heeft gekregen.

Saint-Pardoux

Van het Argentijnse plateau naar Saint-Pardoux met zijn eenvoudige romaanse kerk. Sarcofagen en grotten. Ik eet mijn lunch met heerlijke tomaten van Hannah en sappige appels van Juliette. Naar Mareuil voor een koffie bij een Belgische dame uit Eeklo. Ik blijf verder wandelen terwijl de zon achter de wolken verdwijnt. Rode kleigrond en af en toe rotsachtig. Campanula en orchideeën. Ik sluit de dag af in een gezin met drie kinderen, waarvan de jongste 5 maanden is.

Hannah et Juliette

Het is donker. Een metalen bord schommelt heen en weer. Gedroogde bladeren vallen op de grond. De kerkklok slaat zeven uur. Onder mijn voeten ligt een houten vloer.

Terwijl ik mijn rugzak vul, maakt de koffiemachine geluid. Een half uur later stap ik voorzichtig het leegstaande huis uit. De eigenaar is onlangs naar een rusthuis gegaan.

Met de zon op mijn gezicht ga ik de natuur in. Asters, anemonen en rozen kleuren de tuinen, terwijl klavers en scabiosa de grasbermen vullen. De tramontana-wind doet veel vruchten en bladeren van koers veranderen, zelfs in mijn hoofd. Kastanjes, noten en eikels vallen om me heen. De wind waait stevig door de takken, en de geluiden zijn verwarrend. Zijn het dieren of vallende takken en bolsters die punten scoren door andere vruchten mee te nemen? Ik kan het niet meer uit elkaar houden.

De appel- en vijgenbomen ruiken heerlijk. Soms neem ik een vrucht uit de zovele vruchten die straks verloren gaan. Rond de middag vraag ik een vrouw of ik op haar trap mag zitten om te eten. ‘Oh, je kunt hier ook zitten,’ zegt ze en wijst naar haar tafel onder een afdak. ‘Dat komt goed uit, ik ga ook eten.’ Haar naam is Hannah, een vriendelijke en aandachtige vrouw. We delen kaas en ik proef haar lekkere tomaatjes. We praten over huizen, werk en de weg. Bij het afscheid krijg ik haar telefoonnummer voor als ik geen plek om te overnachten vind. Met zwarte chocola-karamel vertrek ik weer. Het duurt even voor ik mijn ritme terugvind.

In Edon, een mooi dorpje, stop ik voor een pauze. De dorpen hebben echt vooruitgang geboekt met openbare toiletten. Het is een luxe op de weg.
Mijn gedachten zijn ver weg en ik droom van verse lakens op een bed in plaats van in mijn slaapzak te slapen. Twee minuten later zie ik een vrouw, Juliette, in haar tuin. ‘Vous aller loin comme ça?’ ‘Non, bientôt je m’arrête.’ ‘As-tu quelque chose pour dormir ce soir?’ ‘Non, je frappe à la porte. Je ne sais jamais où je termine la journée.’ ‘Vous voulez dormir ici. Je vous invite,’ vraagt ze me met een open blik. ‘Bien, oui, pourquoi pas. Avec plaisir.’ Nog geen twee minuten later maken we samen een bed op met verse lakens.

Marthe

De GR neemt me mee richting Angouleme. De grootstad laat ik links liggen en misschien wandel ik erdoor volgend jaar tijdens mijn terugreis van Assisi, Rome, Compostela. Wie weet!
Vlinders fladderen rond me heen. Een tapijt van mos. Een bord op de weg met als tekst ‘Au rythme du cheval’ waar men het verschil uitlegt met toen en nu. De wandelaar wordt uitnodigt om de gsm uit te zetten. Het ritme van het paard aan te nemen, traag, zich laten onderdompelen aan de impressie van de natuur en zich open te stellen voor anderen. Het verheugd me dit te lezen.
Heb je al eens de oefening gedaan door heel traag te gaan wandelen, in slow-motion. Zo traag mogelijk, zonder te stoppen. Alleen, met familie of vrienden. Probeer even, het kan plezant zijn en ook interessant door aandacht te schenken aan wat je gewaar wordt.
Een met de natuur, één met jezelf.

Op de weg rotsen die over de weg hangen. Een leeftijd van wel 92 miljoen jaren achteruit. Stel je voor dit is de tijd dat je nodig hebt om van Angouleme tot amsterdam te gaan als je je 1 meter per eeuw verplaatst.

In de namiddag sta ik een huis te bewonderen. Aan de omheining een kleine vrouw in het zwart gekleed. Zwarte haren met een witte uitgroei. Wat voorovergebogen. In de ene hand flessen en de andere groenten. ‘Bonjour madame, vous avez bien une jolie maison. Vous y habiter seule?’, vraag ik haar. ‘Oui, c’est la maison de mes parents. Vous aller loin comme ca?’,vraagt ze mij.
We blijven een eind praten,waarbij ik nadien de uitnodiging krijg voor koffie. ‘Oh, avec plaisir, merci. C’est comment votre prénom?’ ‘Marthe’. Amai, wat een positviteit die de vrouw uitstraalt. Haar handen, getekend door de tijd, liggen op tafel voor haar. Het zonlicht, gefilterd door het gordijn, schijnt op Marthe. Ze straalt.  ‘C’est agréable de vous voir, vous reflecter tellement de joie et positiviter.’ ‘Merci, ola oui, c’est important pour avancer dans la vie’, zegt ze met een beetje een accent. Ik beaam. Een uur later neem ik afscheid van Marthe die in haar deuropening staat. Een kranige vrouw van 91 jaar, met haar 1m37.
Nog lang zie ik haar voor mijn ogen en denk ik aan haar. Met vreugde in mijn hart ga ik de avond verder tegemoet en geniet ik van alles wat is. 

Het altaar

Odéna zegt dat de weg die ik neem niet goed is en te lang naar Perigeux. De GR 36 gaat om Angouleme en is niet de kortste route. Ik begrijp waarom ze dit zegt.

Voor mij maakt ‘tijd en afstand’ niets uit wanneer ik onderweg ben. Vol vertrouwen volg ik de weg, genietend van wat om me heen en in mij gebeurt, zonder me zorgen te maken over de toekomst.

Langs de velden zijn elektriciteitsdraden gespannen op 60 cm hoogte om de velden te beschermen tegen everzwijnen. Op andere plekken worden de draden gebruikt om de dieren voor de jacht bij elkaar tehouden. Maar de slymertjes weten hoe ze eromheen kunnen komen. Waar ik loop, zijn er enorme grasplekken omgewoeld. Daar waar ze voedsel kunnen vinden, boordevol proteïnen. Uren loop ik verder, wetende dat ze ergens in de buurt zijn.

Bladeren vallen heen en weer. Ik vul mijn broekzakken met kastanjes en noten. De appelbomen hebben heerlijke vruchten. Als ik vanavond zou kunnen koken, wist ik snel wat ik zou maken. De bladeren van de paardenbloem even in de pan, appeltjes erbij, noten roosteren. Een lekkere salade.

De laatste drie dagen is het moeilijker geworden om een slaapplek te vinden. Mensen zijn voorzichtig en openen niet snel hun deuren. Dit is blijkbaar iets wat vaker voorkomt in de buurt. Na vier deuren krijg ik de grote sleutel van de kerk. Een kerk die niet meer in gebruik is. Ik slaap op de enige tafel die er is. Hoog, droog omwille van de natte grond en beschermd. Het altaar.

Le pardon

‘Merci beaucoup pour le delicieux souper’, zeg ik tegen de man van de epicerie terwijl ik een bord en broodmand terug breng. We praten over de weg en reizen. Sedert de camino heb ik een andere kijk op reizen en kan ik tenvolle genieten van wat dichtbij is. Er is hier zoveel te zien, te bewonderen, te ervaren.

La Rochefoucauld. Ik zit op een terras met koffie en mijn dagboek. Terwijl ik om me heen kijk, denk ik aan hoe mooi deze stad vroeger was.

Het oude Carmelietenklooster, waar nu het Rode Kruis en de toeristische dienst zijn, trekt mijn aandacht. Kloostergangen en abdijen hebben me altijd gefascineerd. Het voelt hier goed. Twee uur later verlaat ik La Rochefoucauld via het kasteel.

In de verte zie ik een dreigende lucht. Kleurrijke bloemen bloeien in de voorgrond. Bij een romaanse kerk ga ik naar binnen en loop recht naar het altaar. Ik zet mijn wandelstokken voor me neer, zet één been naar achteren en buig voorover. Het gebeurt vanzelfsprekend, alsof ik dit altijd zo doe. Maar dat is niet zo. Wat gebeurt er met me? Achter me voel ik een duw, verder naar beneden. Ik bied weerstand, maar het lukt me niet. Ik kan het niet meer vasthouden en geef op. Op mijn knieën, steeds dieper, buig ik voorover, met mijn hoofd op de grond. Ik begin te huilen… “pardon” roep ik, snikkend…

Ik laat alles los…zucht. Terwijl ik de kerk verlaat, denk ik aan het ‘Onze Vader’ en aan ‘Le pardon’, wat me al een tijd bezighoudt. Ik begrijp nu ‘pardonne-nous nos offenses, comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés’. Anderen vergeven is niet vreemd voor mij, maar mezelf vergeven! Van wat? Dat weet ik niet, maar het voelt goed. Het voelt bevrijdend. Er komt een zachtheid over me heen. Wat voelt het fijn.

Karmelieten klooster – La Rochefoucauld

Angèle

In mijn handen ligt een hoofd. Iemand is gevallen. Ik geef hulp met een rolstoel. Een luide kreet klinkt in een café. Gezang… Ik voel een hand op mijn arm. Iemand is bij me.

Ik word midden in een droom wakker.

Met mijn fietslicht, dat op mijn wandelstok zit, vertrek ik uit het huis van het gastgezin. Het is zeven uur in de morgen en het is donker. Het duurt even voor mijn ogen zich aan de duisternis hebben aangepast. Ik geniet van wat om me heen gebeurt: het gezang van de vogels in de ochtend, mist die boven de velden zweeft. Het is zo stil dat ik de waterdruppels hoor die van het ene blad naar het andere vallen.
De GR 36 slingert langs de Charente, met af en toe een brug.

Het is stil in de dorpen. Ik ontmoet snel de eerste bar-tabac waar ik een koffie kan drinken. Deze plekken besef ik steeds meer te waarderen, maar ze worden schaarser. Ook de bakkerijen. Door de grote winkelketens en vele belastingen is het voor kleine ondernemers moeilijk om te overleven.

In de verte zie ik windmolens en een dreigende lucht. Er is een regenboog en de aarde is donkerrood-bruin gekleurd. De wind voelt warm aan. Mijn regenvest en trui zitten diep in mijn rugzak verstopt.

‘Hallo mevrouw, kunt u me vertellen of er in het dorp een plek is om te rusten? Een bar-tabak, een bakkerij?’ vraag ik laat in de middag aan een vrouw die uit het gemeentehuis komt. ‘Oh, mijn kleine dame. Oh nee, dat is allemaal verdwenen. Wat wilt u?’ Ze nodigt me uit voor een kopje koffie. Terwijl de koffie zijn geur verspreidt, praten we over het leven in de dorpen. We praten elkaar aan alsof we bekenden zijn. Bij het afscheid zeg ik tegen de vrouw: ‘Ik ben uw naam vergeten mevrouw en ik weet niet waarom, maar ik wil u Angèle noemen.’ ‘Ah, dat was de naam van mijn moeder. Mijn naam is Eliane.’ We groeten elkaar, ik draai me nog even om en zwaai.

De natuur doet me goed, en ik blijf verder lopen, vol energie. Net voor het donker wordt, stop ik bij een gîte voor speleologen.

Groepen

Barrobjectif loopt op zijn einde, de laatste dag waarop honderden mensen samenkomen om meer dan duizend beelden te zien. De ene reportage al wat meer rakend dan de andere. Wat mij vooral aanspreekt in beelden, is wanneer de fotograaf je kan meenemen in het verhaal verder dan wat zichtbaar is voor het oog. Waar achter de eerste laag een diepere laag ligt die de kijker meeneemt in het diepste van zichzelf, daar waar de fotograaf zelf is geweest om het beeld te kunnen maken. Een beeld dat mensen samenbrengt. Zo had ik wel uren kunnen staan kijken naar een beeld van Isabelle Serro. Waar ik oog in oog stond met een vluchteling en waar zijn ogen zoveel vreugde en dankbaarheid uitstraalden. Een beeld met een ziel, een bijna levend beeld.

Na bijna drie weken Barro neem ik afscheid van de vrienden, om dan het festival te verlaten in dankbaarheid richting Périgueux en nadien Bergerac. Het was een boeiende tijd in groep, een niet-evident gegeven voor mij. Al snel zag ik mijn valkuilen…en kon ik eruit leren. Kunnen blijven in groep staan in evenwicht, in eigen kracht met ruimte voor rust en ontspanning. Een onderwerp waar ik graag mee aan de slag zal gaan. ‘Zijn’ in een groep.
De zon vergezelt me langs de weg. Het aangename dorp Verteuil met zijn kasteel, waar je aan de molen heerlijk zelfgemaakte brioches kunt eten, laten me genieten van de eenvoud van het leven.

Château de Verteuil

De ruimte rond mij voelt supergoed. Ik sta stil. De wind, de zon, de talrijke dierengeluiden. De warme kleuren die de natuur met zich meebrengt. Het kabbelend water. Mijn armen openen zich. Adem. Een nieuwe weg tegemoet waar plaats is voor acceptatie, transformatie, integratie. Dankbaar.

Moederspin met haar kroost

Eglise St-Hilaire

‘Pardon, madame, c’est ouverte l’église.’ ‘Oui, allez-y’, vertelt de vrouw terwijl ze haar borstel in haar handen heeft en de trappen van de kerk vrijmaakt van alle afgevallen kastanjebladeren. Wat later zit ik met dezelfde vrouw – Christiane – in haar huis, het pastoraat, koffie te drinken. ‘Waw, la vue est magnifique d’ici et quel silence. Oh, habiter dans un presbytère. Cela a toujours été mon rêve’, vertel ik haar. Na de koffie wandel ik verder op de GR en/of Turonencis, om nadien een eigen uitgestippelde weg te nemen richting Barro waar ik een paar dagen zal verblijven en meehelpen met de organisatie tijdens de openluchtfototentoonstelling ‘Barrobjective’ die start op 16 september.

Wat voelt het goed om de bekende paden te verlaten en op ontdekking te gaan. Het brengt actie op de weg – het voelt als je eigen leven in handen nemen, initiatief nemen – het is boeiend, vernieuwend, rijk.

Doopvont eglise Saint-Hilaire

Bomen staan er kaal bij. Hoe bijzonder, ze hebben geen enkel blad meer. Geen schors. En toch staan ze nog stevig recht en zien ze er krachtig uit. Sommigen zijn een uitkijktoren geworden voor kraaien en andere vogels. Of zijn een steun geworden waar klimrozen opgroeien. Sommigen vormen een nieuw soort boom en zijn volledig begroeid met hedera (klimop).

In de bossen en langs de wegen heeft de buxus ook hier geen verweer kunnen bieden tegen de buxusmot. De weg neemt me mee langs kleine dorpen waar niemand te zien is. Vele dorpen zijn voor de helft ook opgekocht door Engelsen.
Ik overnacht dan ook een nachtje bij Engelsen die hun land hebben verlaten. Ze komen hier de rust, stilte, maar vooral ook wat beter weer opzoeken. Eigenlijk voelt het wat vreemd om Engels te praten in plaats van de Franse taal.